Fiscale visitatie en onrechtmatig verkregen bewijs: Volgt het Hof van Cassatie het Openbaar Ministerie?
In de fiscale rechtspraktijk staat de vraag hoe ver fiscale controleurs mogen gaan bij een visitatie en wat de gevolgen zijn van onrechtmatig verkregen bewijs centraal. In de zaak Creative Construction and Renovation nv tegen de Belgische Staat (FOD Financiën) (rolnummer F.24.0099.N) boog de Eerste Kamer van het Hof van Cassatie zich op 28 mei 2026 over deze problematiek.
In deze uitgebreide blog bespreken we zowel de conclusie van het Openbaar Ministerie als het arrest van het Hof van Cassatie, leggen we het cruciale verschil tussen beide documenten uit en lichten we toe of het Hof het advies van het Openbaar Ministerie heeft gevolgd.
1. Wat is het verschil tussen de Conclusie en het Arrest?
Om het verloop van een procedure voor het Hof van Cassatie goed te begrijpen, is het belangrijk het onderscheid te maken tussen de twee documenten:
- De Conclusie van het Openbaar Ministerie (Parket bij het Hof van Cassatie): Dit is een onafhankelijk, schriftelijk en mondeling rechtsadvies opgesteld door een lid van het parket-generaal (in dit dossier advocaat-generaal Stijn Ravyse op 29 april 2026). De advocaat-generaal treedt niet op als partij in het geding, maar verstrekt een neutraal advies aan de rechters over de juiste toepassing en interpretatie van de wet.
- Het Arrest van het Hof van Cassatie: Dit is de definitieve, bindende en gezaghebbende rechterlijke uitspraak die op 28 mei 2026 werd gewezen door de raadsheren van de Eerste Kamer van het Hof van Cassatie. Het Hof oordeelt uitsluitend over de wettelijkheid van de bestreden beslissing (het arrest van het Hof van Beroep te Gent) en beslist of het cassatieberoep wordt verworpen dan wel of de uitspraak wordt vernietigd.
2. De Achtergrond van de Zaak en de Feiten
Het geschil ontstond naar aanleiding van een aanvullende aanslag in de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 2016 (ten bedrage van € 273.727,69) die door de fiscus aan Creative Construction and Renovation nv werd opgelegd.
Wat gebeurde er tijdens de fiscale controle?
- Op 11 december 2017 voerden fiscale controleagenten een onaangekondigde visitatie uit in de bedrijfslokalen van de vennootschap op grond van artikel 319 WIB 92 en artikel 63 WBTW.
- De vertegenwoordigers van de vennootschap verzetten zich algemeen tegen het onderzoek. Zo werd elke medewerking aan de raadpleging van de computers geweigerd (de netstroom werd zelfs afgesloten en de politie werd opgeroepen).
- Desondanks verlieten de fiscale ambtenaren het pand met een aantal papieren klasseermappen betreffende vastgoedprojecten en leningen.
- De belastingplichtige voerde aan dat de aanslag op onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal berustte, aangezien de mappen tegen haar uitdrukkelijke verzet in werden meegenomen.
Het oordeel van het Hof van Beroep te Gent
Het Hof van Beroep te Gent oordeelde dat het meenemen van de klasseermappen weliswaar een onregelmatigheid/inbreuk vormde. Het hof paste echter de Antigoon-doctrine toe en oordeelde dat de inbreuk niet leidde tot uitsluiting van het bewijs: er was immers geen fysieke dwang of geweld (manu militari) gebruikt, de betrouwbaarheid van het bewijs was niet aangetast en het belang van de fraudebestrijding woog zwaarder. De vennootschap stapte daarop naar het Hof van Cassatie.
3. De Conclusie van het Openbaar Ministerie (Advocaat-generaal Stijn Ravyse)
In zijn schriftelijke conclusie van 29 april 2026 onderzocht advocaat-generaal Stijn Ravyse het cassatiemiddel. Het middel van de eiseres viel uiteen in twee onderdelen:
-
Eerste onderdeel (Beweerde tegenstrijdige motivering):
- Volgens de eiseres was het arrest van het hof van beroep tegenstrijdig omdat het enerzijds overwoog dat eiseres gevolgd moest worden in haar stelling dat de aanslag vernietigd moest worden, maar anderzijds de aanslag slechts gedeeltelijk vernietigde.
- Advies van het OM: De advocaat-generaal adviseerde dit onderdeel te verwerpen. Het berustte volgens hem op een onjuiste en onvolledige lezing van het arrest; de appelrechter liet enkel verstaan dat eiseres gevolgd kon worden in het feit dat er een onregelmatigheid was begaan, niet dat de aanslag integraal vernietigd moest worden.
-
Tweede onderdeel (Toepassing van de Antigoon-toets):
- De eiseres stelde dat wanneer de administratie zich opzettelijk niet houdt aan het opgeworpen verzet, het bewijs onder alle omstandigheden als ontoelaatbaar moet worden geweerd en de Antigoon-toets het gebruik niet kan rechtvaardigen.
- Advies van het OM: De advocaat-generaal lichtte toe dat artikel 319 WIB 92 aan de fiscus een actief zoekrecht verleent in bedrijfslokalen tijdens de werkuren, waarvoor vooraf geen toestemming van de belastingplichtige vereist is. Zolang de fiscus geen dwang of geweld gebruikt (manu militari), leidt het meenemen van documenten zonder toestemming niet automatisch tot bewijsuitsluiting. De appelrechter kon wettig beslissen dat het bewijs na afweging van alle concrete omstandigheden (gebrek aan dwang, betrouwbaarheid van het bewijs, ernst van de feiten) niet geweerd hoefde te worden.
- Eindconclusie van het Parket: De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.
4. Het Arrest van het Hof van Cassatie (28 mei 2026)
Op 28 mei 2026 deed de Eerste Kamer van het Hof van Cassatie uitspraak. Het Hof sloot zich aan bij de juridische analyse en besliste als volgt:
- Over de motivering (Artikel 149 Grondwet):
- Het Hof oordeelde dat de redenen van de appelrechter niet tegenstrijdig zijn. De vaststelling dat er algemeen verzet was versus de vaststelling dat het meenemen van de mappen eenvoudig zonder toestemming gebeurde maar zonder expliciet verzet of gebruik van dwang/geweld, is niet tegenstrijdig. Het middel mist op dit punt feitelijke grondslag.
- Over het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in fiscale zaken:
- Het Hof herhaalde dat de fiscale wetgeving geen algemene regel bevat die het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs verbiedt.
- Onrechtmatig verkregen bewijs wordt in fiscale zaken slechts geweerd in drie specifieke situaties:
- Wanneer de naleving van de geschonden vormvoorwaarde voorgeschreven is op straffe van nietigheid;
- Wanneer de begane onrechtmatigheid de betrouwbaarheid van het bewijs heeft aangetast;
- Wanneer het gebruik van het bewijs in strijd is met het recht op een eerlijk proces.
- Het Hof oordeelde uitdrukkelijk dat het middel dat ervan uitgaat dat onrechtmatig verkregen bewijs noodzakelijk moet worden geweerd zodra de administratie handelde tegen het verzet van de belastingplichtige in, faalt naar recht.
- Dictum van het Hof: Het Hof verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de eiseres tot de kosten van de procedure (€ 398,71).
5. Heeft het Hof het standpunt van het Openbaar Ministerie gevolgd?
JA. Het Hof van Cassatie heeft het standpunt van het Openbaar Ministerie (advocaat-generaal Stijn Ravyse) volledig en integraal gevolgd.
Samenkoppelend kwamen zowel het Openbaar Ministerie als het Hof van Cassatie tot de conclusie dat:
- Het verzet van een belastingplichtige tegen een fiscale visitatie niet automatisch betekent dat alle meegenomen papieren bewijsstukken per definitie uit de debatten moeten worden geweerd.
- Het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs in fiscale zaken onderworpen blijft aan de Antigoon-criteria.
- Zolang er geen sprake is van dwang of geweld (manu militari), de betrouwbaarheid van het bewijs overeind blijft en het recht op een eerlijk proces niet wordt geschonden, de feitenrechter kan oordelen dat het bewijs bruikbaar blijft.
Kernconclusie voor de rechtspraktijk
Dit arrest bevestigt dat de drempel voor de uitsluiting van bewijs in fiscale zaken hoog blijft. Een louter gebrek aan toestemming of een algemeen verzet van de belastingplichtige bij een fiscale visitatie in bedrijfslokalen leidt niet automatisch tot bewijsuitsluiting, zolang de administratie geen dwang uitoefent en het recht op een eerlijk proces gewaarborgd blijft.
Hieronder vindt u de vergelijkingsmatrix over de toepassing
van de Antigoon-doctrine in strafzaken tegenover fiscale en
burgerlijke zaken, opgesteld op basis van de rechtspraak van het Hof van
Cassatie en de conclusie van het Openbaar Ministerie.
Opgelet AI
Vergelijkingsmatrix: Antigoon-doctrine (Strafrecht vs.
Fiscaal recht)
|
Criterium / Aspect |
Strafzaken (2de Kamer Hof van Cassatie) |
Fiscale & Burgerlijke Zaken (1ste / 3de Kamer Hof
van Cassatie) |
|
Rechterlijke & Jurisprudentiële Basis |
Ontwikkeld in het strafrecht (Antigoon-arrest) en
verankerd in artikel 32 van het Wetboek van Strafvordering. |
Toegepast op basis van de algemene rechtsbeginselen van
behoorlijk bestuur en het recht op een eerlijk proces (art. 6 EVRM). |
|
Finaliteit & Belangenafweging |
Gericht op de opsporing van strafbare feiten en de
bescherming van de rechten van verdediging van de verdachte. |
Gericht op de juiste belastingheffing,
waarheidsvinding in het belang van de Schatkist en het maatschappelijk belang
van fraudebestrijding. |
|
Impact van Opzet / Grove Onachtzaamheid |
Wanneer opsporingsdiensten een opzettelijke
onregelmatigheid of een grove onachtzaamheid begaan, leidt dit in
de regel tot wering van het bewijs wegens schending van het eerlijk proces. |
Een opzettelijke overschrijding of miskenning door de
fiscus leidt niet automatisch tot bewijsuitsluiting; het vormt een
afwegingselement naast de ernst van de inbreuk. |
|
3 Gronden voor Bewijsuitsluiting |
1. Vormvoorwaarde op straffe van nietigheid. 2. Aantasting van de betrouwbaarheid van het bewijs. 3. Schending van het recht op een
eerlijk proces. |
1. Vormvoorwaarde op straffe van nietigheid. 2. Aantasting van de betrouwbaarheid van het bewijs. 3. Strijd met het recht op een eerlijk
proces / handelen dat zozeer indruist tegen wat van een behoorlijk handelende
overheid mag worden verwacht. |
|
Beoordeling van Visitatie & Verzet |
Bij doorzoekingen in privéruimten of bij gebruik van
listen/dwang geldt een strikte wering van onrechtmatig materiaal. |
Bij bedrijfslokalen (tijdens werkuren) heeft de
fiscus een actief zoekrecht; zolang geen fysieke dwang (manu militari)
wordt gebruikt, leidt het meenemen van stukken zonder toestemming niet
noodzakelijk tot uitsluiting. |
Belangrijkste inzichten uit de vergelijking
- Verschillende
finaliteit: Het Hof van Cassatie en het Openbaar Ministerie
benadrukken dat strafzaken en fiscale zaken een verschillende finaliteit
kennen. Daardoor kunnen de strengere uitsluitingscriteria uit het
strafrecht niet zonder meer op fiscale geschillen worden toegepast.
- Geen
automatische sanctie: In fiscale zaken bevat de wetgeving geen
algemene regel die onrechtmatig verkregen bewijs verbiedt. Enkel wanneer
de betrouwbaarheid is aangetast, de wet expliciet nietigheid voorschrijft
of het recht op een eerlijk proces wordt geschonden, dient de rechter het
bewijs te weren.
- Rol
van fysieke dwang (manu militari): Waar in het strafrecht de
aanwezigheid van opzet of grove onachtzaamheid snel tot bewijsuitsluiting
leidt, verschuift de grens in fiscale visitaties van bedrijfslokalen naar
het gebruik van fysieke dwang of geweld. Het loutere ontbreken van
toestemming of een algemeen verzet volstaat niet om de bewijselementen uit
de debatten te weren.