Nieuwe Belgische Regeling voor Productaansprakelijkheid: Wat Verandert er bij Schade door Software, AI en Gebrekkige Producten?
Met het wetsontwerp tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de aansprakelijkheid voor gebrekkige producten en tot invoeging van artikel 877/1 in het Gerechtelijk Wetboek (Kamerstuk 56 1784/001) hervormt de Belgische wetgever het aansprakelijkheidsrecht grondig.
Het wetsontwerp voorziet in de omzetting van Richtlijn (EU) 2024/2853 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024, die de verouderde Richtlijn 85/374/EEG intrekt. De regels uit de jaren 80 waren immers niet langer aangepast aan de hedendaagse digitale economie, slimme en onderling verbonden apparaten, kunstmatige intelligentie (AI) en complexe mondiale distributieketens.
In dit uitgebreide blogartikel zetten we alle vernieuwingen, juridische wijzigingen en de concrete impact voor consumenten en bedrijven overzichtelijk op een rij.
1. Software, AI en 3D-Printbestanden Officieel Erkend als 'Product'
De definitie van het begrip "product" in artikel 6.42 van het Burgerlijk Wetboek is grondig gemoderniseerd om aan te sluiten bij het digitale tijdperk.
Waar producten vroeger hoofdzakelijk werden beschouwd als lichamelijke roerende goederen of elektriciteit, verduidelijkt de wetgever dat producten zowel materieel als immaterieel kunnen zijn:
- Software: Software wordt nu uitdrukkelijk gekwalificeerd als een product. Dit geldt ongeacht de manier van levering of gebruik (standalone, geïntegreerd in hardware, via communicatienetwerken, de cloud of een Software-as-a-Service-model). Het omvat onder meer besturingssystemen, firmware, computerprogramma's, applicaties en artificiële-intelligentiesystemen (AI).
- Uitzondering: Gratis en opensourcesoftware die buiten het kader van een economische activiteit wordt ontwikkeld of geleverd, valt buiten de regeling.
- Digitale fabricagedossiers: Digitale sjablonen of fabricagebestanden die functionele informatie bevatten om machines geautomatiseerd aan te sturen (zoals 3D-printbestanden of computerondersteunde ontwerpbestanden), worden als product behandeld vanwege hun vermogen om rechtstreeks fysieke schade te veroorzaken.
- Bijbehorende digitale diensten: Digitale diensten die zodanig in een product geïntegreerd of ermee verbonden zijn dat het ontbreken ervan het product belet een of meer functies te vervullen (bijvoorbeeld een geïntegreerde spraakassistent, continue navigatie-updates of cloudgebaseerde databack-up), worden als componenten van het product beschouwd wanneer ze onder de zeggenschap van de fabrikant staan.
- Loutere informatie uitgesloten: De inhoud van digitale mediabestanden, e-boeken of loutere broncode van software wordt niet als product beschouwd.
2. Wanneer is een Product 'Gebrekkig'?
Een product blijft gebrekkig wanneer het niet de veiligheid biedt die men gerechtigd is te verwachten. Nieuw is echter dat het gebrek nu ook uitdrukkelijk beoordeeld wordt aan de hand van de veiligheidsvereisten die door het Unierecht of het Belgische recht worden opgelegd (zoals dwingende productveiligheids- en cyberbeveiligingsregels).
Bij de beoordeling van het gebrekkige karakter moet de rechter rekening houden met alle specifieke omstandigheden, waaronder:
- De presentatie, kenmerken, etikettering, verpakking en gebruiksinstructies;
- Het redelijkerwijs te verwachten gebruik;
- Het effect van het vermogen van een product om te blijven leren of nieuwe functies te verwerven na het in de handel brengen (zoals bij zelflerende AI-systemen);
- De wisselwerking en effecten van onderling verbonden apparaten (bijvoorbeeld binnen een smart home-netwerk);
- Relevante productveiligheidsvoorschriften en veiligheidsgerelateerde cyberbeveiligingsvoorschriften;
- De specifieke behoeften van de doelgroep (zoals kinderen of medische patiënten);
- Het falen van producten die juist bedoeld zijn om schade te voorkomen (zoals een defecte rookmelder).
Belangrijk: Het loutere feit dat er nadien een beter of geüpdatet product op de markt komt, volstaat niet om het eerdere product als gebrekkig te bestempelen.
3. Uitbreiding van Vergoedbare Schade & Schrapping van de Franchise
Het wetsontwerp breidt het toepassingsgebied van vergoedbare schade uit (art. 6.45 BW):
- Aantasting van de psychische integriteit: Lichamelijk letsel omvat voortaan expliciet medisch erkende en gecertificeerde schade aan de geestelijke gezondheid die de algemene gezondheidstoestand beïnvloedt en therapie of medische behandeling kan vereisen.
- Verlies of corruptie van privégegevens: De vernietiging of corruptie van digitale gegevens die voor privédoeleinden worden gebruikt, wordt vergoedbaar. Dit dekt bijvoorbeeld de materiële kosten voor het herstellen of terugwinnen van beschadigde privéfoto's of documenten.
- Schrapping van de 500 euro franchise: De franchise van 500 euro op zaakschade uit de oude wetgeving van 1985 is geschrapt. Schade aan privégoederen wordt voortaan vanaf de eerste euro vergoed.
- Gemengd gebruik van goederen: Schade aan goederen wordt vergoed tenzij het goed uitsluitend voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt. Incidenteel privégebruik volstaat om vergoeding te kunnen eisen.
4. Wie is Aansprakelijk in de Toeleveringsketen?
Om te vermijden dat consumenten met lege handen achterblijven bij complexe of internationale distributieketens, wordt de kring van aansprakelijke marktdeelnemers verruimd (art. 6.47 BW):
- Fabrikant van het product én van de component: Zowel de fabrikant van het eindproduct als de fabrikant van een gebrekkige component (hardware of software) kan aansprakelijk worden gesteld.
- Buitenlandse fabrikanten (buiten de EU): Als de fabrikant buiten de Europese Unie gevestigd is, worden achtereenvolgens de invoerder (importeur), de gemachtigde van de fabrikant, of (bij gebrek daaraan) de fulfilmentdienstverlener binnen de EU aansprakelijk gesteld.
- Ingrijpende wijzigingen (circulaire economie): Wie een product ingrijpend herstelt, opknapt of ombouwt (refurbishing of revisie) buiten de zeggenschap van de oorspronkelijke fabrikant om, wordt voor de wet gelijkgesteld met een fabrikant van een nieuw product.
- Distributeurs en onlineplatforms: Een distributeur wordt aansprakelijk als hij op verzoek van het slachtoffer niet binnen één maand de identiteit bekendmaakt van de fabrikant, importeur, gemachtigde of zijn eigen leverancier.
5. Eerlijker Bewijsrecht bij Complexe Technologie (AI)
In zaken rond complexe technologieën (zoals medische hulpmiddelen of AI-systemen) heeft het slachtoffer vaak te maken met een grote informatieachterstand ten opzichte van de fabrikant. Het wetsontwerp introduceert twee grote mechanisten om de bewijspositie van het slachtoffer te versterken:
A. Toegang tot bewijsmateriaal (Art. 877/1 Gerechtelijk Wetboek)
De rechter kan een marktdeelnemer bevelen om relevant technisch bewijsmateriaal waarover hij beschikt over te leggen, zodra de benadeelde voldoende feiten overlegt om de vordering aannemelijk te maken. De rechter waakt daarbij over de evenredigheid en de bescherming van bedrijfsgeheimen.
B. Weerlegbare vermoedens ter verlichting van de bewijslast
Het uitgangspunt blijft dat de benadeelde het gebrek, de schade en het oorzakelijk verband moet aantonen (art. 6.46 BW). Er worden echter weerlegbare wettelijke vermoedens ingevoerd:
- Vermoeden van gebrekkigheid: Het product wordt vermoed gebrekkig te zijn als:
- De marktdeelnemer weigert te voldoen aan een gerechtelijk bevel tot bewijsoverlegging;
- Het product niet voldoet aan dwingende wettelijke veiligheidsvoorschriften;
- Er sprake is van een kennelijk disfunctioneren bij normaal of te verwachten gebruik.
- Vermoeden van oorzakelijk verband: Het verband tussen gebrek en schade wordt vermoed wanneer vaststaat dat het product gebrekkig is en de opgetreden schade doorgaans strookt met dat type gebrek.
- Complexiteit en AI-systemen: Wanneer het slachtoffer door technische of wetenschappelijke complexiteit (zoals de 'zwarte doos' van een AI-algoritme) geconfronteerd wordt met buitensporige moeilijkheden, volstaat het dat het slachtoffer aantoont dat het waarschijnlijk is dat het product gebrekkig is en/of dat het gebrek een waarschijnlijke oorzaak is van de schade.
6. Verjaringstermijn en Verlengde Vervalregeling (tot 25 Jaar)
Het wetsontwerp hanteert twee verschillende termijnen (art. 6.52 BW):
- Verjaringstermijn van 3 jaar: De vordering tot schadevergoeding verjaart door verloop van drie jaar vanaf de dag waarop de benadeelde kennis heeft gekregen (of redelijkerwijs kennis had moeten krijgen) van de schade, het gebrek en de identiteit van de aansprakelijke marktdeelnemer.
- Algemene vervaltermijn van 10 jaar: Het recht op schadevergoeding vervalt in beginsel na tien jaar vanaf de datum waarop het gebrekkige product in de handel is gebracht of in gebruik is gesteld (of na een ingrijpende wijziging).
- Nieuwe vervaltermijn van 25 jaar bij latent letsel: Wanneer een lichamelijk letsel door een lange latentietijd pas zeer traag of laattijdig tot uiting komt (zoals bij ernstige evolutieve aandoeningen) en het slachtoffer niet in staat was binnen 10 jaar een procedure in te stellen, wordt de absolute vervaltermijn verlengd tot vijfentwintig jaar.
7. Inwerkingtreding en Overgangsregeling
Het wetsontwerp treedt in werking op de dag van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
- Overgangsregel: De nieuwe regels zijn van toepassing op schade veroorzaakt door producten die vanaf de dag van inwerkingtreding in de handel zijn gebracht of in gebruik zijn gesteld.
- Oude producten: Voor producten die vóór de inwerkingtreding in het verkeer zijn gebracht, blijft het oude recht van toepassing.
Overzichtstabel: Oud vs. Nieuw Productaansprakelijkheidsrecht
| Onderwerp | Oude Regeling (Wet 1985 / BW) | Nieuwe Regeling (Wetsontwerp 2026) |
|---|---|---|
| Productbegrip | Lichamelijke roerende goederen en elektriciteit. | Inclusief software, AI-systemen, 3D-printbestanden & bijbehorende digitale diensten. |
| Aansprakelijken | Producent, importeur en (beperkt) leverancier. | Inclusief gemachtigde, fulfilmentdienstverlener, revisor/refurbisher & distributeur. |
| Schade aan gezondheid | Lichamelijk letsel. | Inclusief medisch erkende schade aan de geestelijke gezondheid. |
| Digitale schade | Geen vergoeding van dataverlies. | Vergoeding voor vernietiging of corruptie van privédata. |
| Drempel zaakschade | Inhoudingsdrempel / franchise van 500 euro. | Franchise van 500 euro is volledig geschrapt. |
| Toegang tot bewijs | Algemene regels van het Gerechtelijk Wetboek. | Vorderingsrecht tot overlegging van technisch bewijsmateriaal (art. 877/1 Ger.W.). |
| Bewijslast (AI/Complexiteit) | Slachtoffer moet gebrek en causaliteit strikt bewijzen. | Weerlegbare vermoedens; bewijsdrempel verlaagd naar "waarschijnlijk" bij complexiteit. |
| Maximale vervaltermijn | Absoluut verval na 10 jaar. | 10 jaar; verlengd tot 25 jaar bij latent lichamelijk letsel. |
