Printvriendelijk afdrukken

vrijdag 16 oktober 2026

Arrest Hof van Cassatie: geen motiveringsplicht voor alternatieve straffen zonder voorafgaande instemming van de beklaagde

Bron

In het kort: waar gaat deze zaak over?

Een man werd door de strafrechter veroordeeld tot één jaar cel omdat hij reed met een auto die geen geldig keuringsbewijs had. Hij was het niet eens met die straf en stapte naar de hoogste Belgische rechter, het Hof van Cassatie.

De man bracht twee klachten naar voren:

  1. Klacht 1: Hij vond dat de rechter had moeten verantwoorden waarom hij geen alternatieve straf kreeg, zoals een enkelband (elektronisch toezicht) of een proefperiode met voorwaarden (probatie).
  2. Klacht 2: In zijn officiële oproepingsbrief (dagvaarding) stond een verkeerde datum bij een eerdere veroordeling. Hij vond dat zijn rechten daardoor geschonden waren.

Wat heeft de hoogste rechter beslist?

1. Waarom hoefde de rechter een enkelband of probatie niet uit te leggen?

  • De regel: De wet bepaalt dat een rechter iemand pas een enkelband of probatiestraf mag geven als de beschuldigde daar vooraf uitdrukkelijk toestemming voor geeft.
  • Wat gebeurde er: De man had tijdens de rechtszaak enkel gevraagd om een werkstraf; hij had geen toestemming gegeven voor een enkelband of probatiestraf.
  • De beslissing: Omdat hij die toestemming niet had gegeven, voldeed hij niet aan de wettelijke voorwaarden. De rechter was dan ook niet verplicht om uit te leggen waarom hij hem geen enkelband of probatie gaf.

2. Maakte de fout in de datum van de eerdere veroordeling wat uit?

  • De regel: Een eerdere veroordeling (herhaling) is een vaststaand feit dat de rechter mag vaststellen op basis van de papieren die in het strafdossier zitten.
  • Wat gebeurde er: In de oproepingsbrief stond per vergissing de datum "25 maart 2024", maar het juiste vonnis van "25 juni 2024" lag gewoon netjes in het officiële strafdossier.
  • De beslissing: Omdat het juiste papier in het dossier zat en de man en zijn advocaat dat vooraf konden inkijken, waren zijn rechten niet geschonden. De rechter mocht zich dus gewoon op het juiste vonnis baseren.

Het eindresultaat

Het Hof van Cassatie heeft het beroep van de man volledig afgewezen. De celstraf van één jaar blijft dus definitief gehandhaafd en de man moet bovendien de proceskosten van 190,80 euro betalen.