Printvriendelijk afdrukken

donderdag 22 oktober 2026

De Basiswet gevangeniswezen in gewone taal

Bron

U vindt deze tekst zowel in NK als in FR via deze link. 

 

 

 

 

 

De Basiswet gevangeniswezen

in gewone taal

 

Uitleg in vraag en antwoord voor gedetineerden

 

 

 

Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen

en de rechtspositie van de gedetineerden

 

Stand wetgeving 26 augustus 2026


 

Enkel de originele wettekst geldt. Deze brochure is alleen bedoeld om de wet gemakkelijker te begrijpen. Ze vervangt de wet niet en is geen juridisch advies. Als er een verschil is tussen deze uitleg en de wet, dan geldt altijd de wet.

De originele tekst van de wet van 12 januari 2005 kunt u hier vinden:

https://www.ejustice.just.fgov.be/img_l/pdf/2005/01/12/2005009033_N.pdf

Deze uitleg werd gemaakt met behulp van AI (artificiële intelligentie). Daardoor kunnen er fouten of onvolledigheden in staan. Controleer belangrijke zaken altijd in de originele wettekst en vraag raad aan uw advocaat, de dienst rechtshulp of een medewerker van de sociale dienst.

De wet is in de loop der jaren gewijzigd, en bepaalde artikelen zijn opgeheven of door het Grondwettelijk Hof vernietigd. Deze brochure volgt de tekst op de stand van 26 augustus 2026.


 

Inhoudstafel

Disclaimer

TITEL I. - Algemene bepalingen.

TITEL II. - Basisbeginselen.

HOOFDSTUK I. - Algemene basisbeginselen.

HOOFDSTUK II. - Basisbeginselen van toepassing op specifieke categorieën van gedetineerden.

TITEL III. - Gevangenissen.

HOOFDSTUK I. - Indeling en bestemming.

HOOFDSTUK II. - Huishoudelijk reglement.

HOOFDSTUK III. - Plaatsing, overplaatsing en onthaal.

HOOFDSTUK IV. - Toezicht.

HOOFDSTUK V. - Toegang tot de gevangenis.

TITEL IV. - Detentieplanning.

HOOFDSTUK I. - Onderzoek naar de persoon en de levenssituatie van de veroordeelde.

HOOFDSTUK II. - Individueel detentieplan.

TITEL V. - Levensvoorwaarden in de gevangenis.

HOOFDSTUK I. - Materiële levensvoorwaarden.

HOOFDSTUK II. - Samenlevingsvoorwaarden.

HOOFDSTUK III. - Contacten met de buitenwereld.

HOOFDSTUK IV. - Godsdienst en levensbeschouwing.

HOOFDSTUK V. - Vormingsactiviteiten en vrijetijdsbesteding.

HOOFDSTUK VI. - Arbeid.

HOOFDSTUK VII. - Gezondheidszorg.

HOOFDSTUK VIII. - Opgeheven.

HOOFDSTUK IX. - Sociale hulp- en dienstverlening.

HOOFDSTUK X. - Rechtshulpverlening en juridische bijstand.

HOOFDSTUK XI. - Inhouding op door de penitentiaire administratie verschuldigde geldsommen.

TITEL VI. - Orde, veiligheid en gebruik van dwang.

HOOFDSTUK I. - Algemene beginselen.

HOOFDSTUK II. - Algemene gedragsvoorschriften.

HOOFDSTUK III. - Controle- en veiligheidsmaatregelen.

HOOFDSTUK IV. - Maatregelen van rechtstreekse dwang.

TITEL VII. - Tuchtregime.

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

HOOFDSTUK II. - Tuchtrechtelijke inbreuken.

HOOFDSTUK III. - Tuchtsancties.

HOOFDSTUK IV. - De toemeting van tuchtsancties.

HOOFDSTUK V. - De tuchtprocedure.

TITEL VIII. - Afhandeling van klachten en van bezwaar tegen plaatsing of overplaatsing.

HOOFDSTUK I. - Klachten.

HOOFDSTUK II. - Hoger beroep tegen de uitspraak van de Klachtencommissie.

HOOFDSTUK III. - Bezwaar tegen de plaatsing of overplaatsing en beroep tegen de beslissing over het bezwaarschrift.

TITEL IX. - Tijdelijke bepaling.

TITEL X. - Opheffingsbepaling en wijzigingsbepalingen.

HOOFDSTUK I. - Opheffingsbepaling.

HOOFDSTUK II. - Bepalingen tot wijziging van het Strafwetboek.

HOOFDSTUK III. - Bepalingen tot wijziging van het Wetboek van strafvordering.

HOOFDSTUK IV. - Opgeheven.

HOOFDSTUK V. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis.

HOOFDSTUK VI. - Slotbepaling.


 

TITEL I. - Algemene bepalingen.

Artikel 1

WAT ZEGT DE WET?

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Wat zegt dit artikel eigenlijk?

Niets over uw rechten of plichten. Het vertelt alleen langs welke weg het parlement deze wet heeft goedgekeurd. Het is een soort etiket bovenaan de wet.

Waarom staat dat er dan in?

In België worden niet alle wetten op dezelfde manier gemaakt. De Grondwet bepaalt per onderwerp welk parlement beslist. Dit artikel laat weten welke weg hier gevolgd is.

Wat is artikel 78 van de Grondwet?

Dat artikel beschrijft de procedure waarbij de Kamer van volksvertegenwoordigers het voortouw neemt. De Senaat kan zich ermee bemoeien als hij dat wil, maar moet dat niet.

Wat betekent dit voor mij?

In de praktijk niets. Uw rechten en plichten staan in de volgende artikelen. Elke Belgische wet begint met zo'n zin.

KORT GEZEGD

Artikel 1 zegt alleen langs welke weg de wet is goedgekeurd. Het geeft u geen rechten en legt u geen plichten op.

Artikel 2

WAT ZEGT DE WET?

Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :

1° Minister : de Minister van Justitie;

2° vrijheidsstraf : opsluiting, hechtenis, gevangenisstraf, militaire gevangenisstraf, vervangende gevangenisstraf;

3° vrijheidsbenemende maatregel : elke vorm van vrijheidsbeneming op andere dan de in 2°, genoemde gronden, met uitsluiting van de internering op basis van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering;

4° gedetineerde : de persoon ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of van een vrijheidsbenemende maatregel geheel of gedeeltelijk plaatsvindt in een gevangenis;

5° veroordeelde : de gedetineerde ten aanzien van wie een veroordeling tot een vrijheidsstraf werd uitgesproken die in kracht van gewijsde is gegaan;

6° verdachte : de gedetineerde die het voorwerp uitmaakt van een strafrechtelijke vervolging en ten aanzien van wie geen veroordeling werd uitgesproken die in kracht van gewijsde is gegaan, ongeacht of het gaat om een verdachte die nog niet naar het vonnisgerecht werd verwezen, om een beklaagde of om een beschuldigde;

7° orde : een toestand waarin de gedragsregels worden nageleefd die noodzakelijk zijn voor het tot stand brengen of het handhaven van een menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis;

8° veiligheid : de interne en externe veiligheid;

9° interne veiligheid : een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding;

10° externe veiligheid : een toestand waarbij de samenleving beschermd wordt door middel van de verzekerde bewaring van gedetineerden en door het voorkomen van misdrijven die zouden gepleegd kunnen worden vanuit de gevangenis;

11° penitentiaire administratie : het openbaar bestuur belast met de uitvoering van veroordelingen tot vrijheidsstraffen en van vrijheidsbenemende maatregelen waarvan de bevoegde overheid de uitvoering heeft gevorderd;

12° directeur-generaal : de leidende ambtenaar die verantwoordelijk is voor het algemeen bestuur van de penitentiaire administratie;

13° de directeur : ambtenaar van niveau A bekleed met de functie van directeur of ambtenaar van niveau A aangewezen door de directeur-generaal om onder gezag van het inrichtingshoofd de taken uit te voeren die de wet aan de directeur heeft toevertrouwd.

14° inrichtingshoofd : de als dusdanig door de minister aangestelde directeur die belast is met het bestuur van één of meer gevangenissen;

15° gevangenis : een door de Koning aangewezen inrichting bestemd voor de tenuitvoerlegging van veroordelingen tot een vrijheidsstraf en van vrijheidsbenemende maatregelen;

16° strafinrichting : een door de Koning specifiek aangewezen gevangenis die bestemd is voor de tenuitvoerlegging van veroordelingen tot een vrijheidsstraf;

16°/1 detentiehuis: een door de Koning specifiek aangewezen gevangenis die bestaat in een autonome kleinschalige voorziening die is ingebed in de maatschappelijke omgeving en waarmee zij nauwe contacten onderhoudt;

17° afdeling : een onderdeel van een gevangenis met een bijzondere bestemming.

18° zorgverlener :

- de aan de gevangenis verbonden beroepsbeoefenaar, zoals bedoeld in artikel 2, 3° van de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, die met een opdracht van gezondheidszorg in de gevangenis is belast;

- de aan de gevangenis verbonden psycholoog of maatschappelijk assistent die met een opdracht van gezondheidszorg in de gevangenis is belast;

19° expert : de aan de gevangenis verbonden arts, psycholoog, maatschappelijk assistent of gediplomeerde die met een medico-psychosociale expertise in de gevangenis is belast.

Waarom staat hier een lijst met woorden?

De wet gebruikt een aantal woorden telkens in dezelfde betekenis. Dit artikel legt uit wat ze betekenen. Als u een woord in de wet niet begrijpt, kijk dan hier.

Wat is een vrijheidsstraf en wat is een vrijheidsbenemende maatregel?

Een vrijheidsstraf is een straf waarbij u uw vrijheid verliest, zoals een gevangenisstraf, hechtenis of een vervangende gevangenisstraf. Een vrijheidsbenemende maatregel is elke andere vorm waarbij u wordt vastgehouden zonder dat het om zo'n straf gaat, bijvoorbeeld de voorlopige hechtenis. Internering volgens de wet van 5 mei 2014 valt er niet onder.

Wat is het verschil tussen een gedetineerde, een veroordeelde en een verdachte?

Een gedetineerde is iedereen die zijn straf of maatregel in een gevangenis ondergaat. Een veroordeelde is een gedetineerde met een vonnis dat definitief is geworden. Een verdachte is een gedetineerde die nog vervolgd wordt en nog geen definitieve veroordeling heeft. Dat kan iemand zijn die nog niet naar de rechter is verwezen, een beklaagde of een beschuldigde.

Wat betekenen orde en veiligheid?

Orde betekent dat de regels worden gevolgd die nodig zijn voor een menswaardig samenleven in de gevangenis. Veiligheid heeft twee kanten. Intern: niemand wordt in de gevangenis verwond en er worden geen goederen vernield of gestolen. Extern: de samenleving blijft beschermd doordat gedetineerden veilig worden bewaard en er vanuit de gevangenis geen misdrijven gepleegd worden.

Wie is de directeur, het inrichtingshoofd en de directeur-generaal?

Het inrichtingshoofd is de directeur die de gevangenis leidt. De directeur is een ambtenaar van niveau A die onder het gezag van het inrichtingshoofd taken uitvoert die de wet aan de directeur geeft. De directeur-generaal is de hoogste ambtenaar van de penitentiaire administratie (het bestuur dat de straffen uitvoert). De minister is de minister van Justitie.

Wat zijn een gevangenis, een strafinrichting, een detentiehuis en een afdeling?

Een gevangenis is een inrichting die de Koning daarvoor heeft aangewezen. Een strafinrichting is een gevangenis voor het uitvoeren van veroordelingen. Een detentiehuis is een kleine voorziening die in de buurt of wijk is ingebed en nauwe contacten met de omgeving heeft. Een afdeling is een deel van een gevangenis met een bijzondere bestemming.

Wat is een zorgverlener en wat is een expert?

Een zorgverlener is een gezondheidswerker verbonden aan de gevangenis, zoals een arts, of een psycholoog of maatschappelijk assistent die een taak in de gezondheidszorg heeft. Een expert is een arts, psycholoog, maatschappelijk assistent of ander gediplomeerde die in de gevangenis een medisch-psychosociale beoordeling maakt.

Wat is de penitentiaire administratie?

Dat is het openbaar bestuur dat verantwoordelijk is voor het uitvoeren van veroordelingen tot vrijheidsstraffen en van vrijheidsbenemende maatregelen. De directeur-generaal is de leidende ambtenaar van dat bestuur.

Waarom is het verschil tussen een verdachte en een veroordeelde zo belangrijk?

Omdat voor verdachten soms andere regels gelden. Zij worden als onschuldig beschouwd (artikel 10), moeten gescheiden van veroordeelden worden gehouden (artikel 11), mogen dagelijks bezoek ontvangen (artikel 58) en kunnen zich altijd in hun verblijfsruimte afzonderen (artikel 52).

Geldt deze wet ook voor geïnterneerden?

Internering volgens de wet van 5 mei 2014 valt niet onder het begrip 'vrijheidsbenemende maatregel' in dit artikel. Voor personen die geïnterneerd zijn op grond van de oude wet van 9 april 1930 geldt de wet tijdelijk wel, met enkele uitzonderingen. Dat staat in artikel 167.

KORT GEZEGD

Dit artikel is het woordenboek van de wet. Het legt uit wie of wat wordt bedoeld met gedetineerde, veroordeelde, verdachte, orde, veiligheid, directeur en andere begrippen.

Artikel 3

WAT ZEGT DE WET?

Deze wet heeft betrekking op de uitvoering van veroordelingen tot vrijheidsstraffen die in kracht van gewijsde zijn gegaan en op de uitvoering van vrijheidsbenemende maatregelen.

Op wie en op wat is deze wet van toepassing?

Op de uitvoering van straffen die definitief zijn geworden en op de uitvoering van vrijheidsbenemende maatregelen, zoals de voorlopige hechtenis.

En wie valt er niet onder?

Wie nog niet veroordeeld is en ook niet in hechtenis zit, valt hier niet onder, en ook wie nog in beroep is tegen een vonnis zonder in hechtenis te zitten. Voor internering geldt een aparte wet.

KORT GEZEGD

De wet gaat over het ondergaan van definitieve straffen en van vrijheidsbenemende maatregelen.


 

TITEL II. - Basisbeginselen.

HOOFDSTUK I. - Algemene basisbeginselen.

Artikel 4

WAT ZEGT DE WET?

Behoudens de door of krachtens de wet bepaalde uitzonderingen wordt een vrijheidsstraf of een vrijheidsbenemende maatregel ten uitvoer gelegd door de insluiting in een gevangenis van de persoon ten aanzien waarvan deze straf of maatregel is uitgesproken.

Waar wordt een straf of maatregel uitgevoerd?

In principe in een gevangenis. U wordt daar ingesloten.

Zijn er uitzonderingen?

Ja, als een wet of een besluit dat bepaalt. Voor sommige straffen bestaan er andere manieren van uitvoering, die in andere wetten staan.

KORT GEZEGD

Een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel wordt in principe in een gevangenis uitgevoerd, tenzij de wet iets anders bepaalt.

Artikel 5

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel wordt ten uitvoer gelegd in psychosociale, fysieke en materiële omstandigheden die de waardigheid van de mens eerbiedigen, die het behoud of de groei van het zelfrespect van de gedetineerde mogelijk maken en die hem aanspreken op zijn individuele en sociale verantwoordelijkheid.

§ 2. Bij de uitvoering van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel wordt er zorg voor gedragen dat de orde en de veiligheid worden gevrijwaard.

Hoe moet mijn straf of maatregel worden uitgevoerd?

Op een manier die uw menselijke waardigheid respecteert. Dat geldt voor de psychologische, de lichamelijke en de materiële omstandigheden.

Wat is het doel daarvan?

U moet uw zelfrespect kunnen behouden of laten groeien. Tegelijk wordt u aangesproken op uw eigen verantwoordelijkheid, voor uzelf en tegenover anderen.

En de veiligheid dan?

Bij de uitvoering moet ook gezorgd worden voor orde en veiligheid. Beide gaan samen: waardigheid én veiligheid.

KORT GEZEGD

U wordt behandeld met respect voor uw waardigheid, en tegelijk moeten orde en veiligheid gegarandeerd blijven.

Artikel 6

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerde wordt aan geen andere beperkingen van zijn politieke, burgerlijke, sociale, economische of culturele rechten onderworpen dan deze die uit de strafrechtelijke veroordeling of uit de vrijheidsbenemende maatregel voortvloeien, deze die onlosmakelijk met de vrijheidsbeneming verbonden zijn en deze die door of krachtens de wet worden bepaald.

§ 2. Bij de uitvoering van de vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel dient vermijdbare detentieschade voorkomen te worden.

Welke rechten verlies ik door mijn straf?

Alleen die rechten die u verliest door uw veroordeling of maatregel zelf, die onlosmakelijk met de vrijheidsberoving verbonden zijn (bijvoorbeeld vrij kunnen komen en gaan) of die de wet uitdrukkelijk beperkt. Al uw andere politieke, burgerlijke, sociale, economische en culturele rechten blijven bestaan.

Wat is detentieschade?

Dat is schade die u oploopt doordat u gedetineerd bent, bijvoorbeeld het verlies van contacten, werk of gezondheid. De wet zegt dat vermijdbare detentieschade voorkomen moet worden.

KORT GEZEGD

U verliest enkel de rechten die echt met de straf of de vrijheidsberoving samenhangen, en vermijdbare schade door de detentie moet worden voorkomen.

Artikel 7

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. In elke gevangenis wordt een klimaat van overleg nagestreefd. Daartoe wordt in elke gevangenis een overlegorgaan opgericht teneinde de gedetineerden in de gelegenheid te stellen inspraak te hebben in aangelegenheden van gemeenschappelijk belang die voor hun medewerking in aanmerking komen.

§ 2. De Koning bepaalt de wijze van samenstelling en de werkwijze van de overlegorganen.

Mag ik meepraten over het leven in de gevangenis?

Ja. In elke gevangenis wordt gestreefd naar overleg. Daarom bestaat er in elke gevangenis een overlegorgaan.

Waarover gaat dat overleg?

Over zaken van gemeenschappelijk belang waaraan gedetineerden kunnen meewerken, zoals het dagelijks leven in de gevangenis.

Wie bepaalt hoe dat overlegorgaan werkt?

De Koning bepaalt hoe het wordt samengesteld en hoe het werkt.

KORT GEZEGD

In elke gevangenis is er een overlegorgaan waar gedetineerden inspraak hebben over zaken die iedereen aangaan.

Artikel 8

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Alle beslissingen die in het kader van deze wet worden genomen, zijn met redenen omkleed, behalve in de gevallen waarin de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen geen motivering vereist, of in de gevallen waarin de kennisgeving van de motivering de veiligheid ernstig in gevaar zou brengen. Indien een beslissing niet met redenen is omkleed, wordt de directeur-generaal er onmiddellijk van in kennis gesteld, alsook van de redenen waarom de motivering ontbreekt. Indien de beslissing niet beantwoordt aan de in het eerste lid bedoelde motiveringsplicht, beveelt hij dat de beslissing met redenen wordt omkleed. De beslissingen die niet met redenen zijn omkleed, worden ingeschreven in een bijzonder daartoe bestemd register, volgens de door de Koning bepaalde regels. Dit register wordt uitsluitend ter beschikking gesteld van de toezicht- en klachtenorganen.

§ 2. De uitzonderingen bepaald in § 1, eerste lid, zijn niet van toepassing op de beslissingen die krachtens titel VII genomen worden.

Moet een beslissing over mij uitleg bevatten?

Ja. Alle beslissingen die op grond van deze wet worden genomen, moeten met redenen omkleed zijn. U moet dus kunnen lezen of horen waarom iets beslist is.

Zijn er uitzonderingen?

Ja. Een beslissing hoeft niet gemotiveerd te worden als de wet van 29 juli 1991 over de motivering van bestuurshandelingen dat niet eist, of als de uitleg de veiligheid ernstig in gevaar zou brengen.

Wat gebeurt er als de uitleg ontbreekt?

Dan moet de directeur-generaal er onmiddellijk van op de hoogte worden gebracht, samen met de reden waarom de uitleg ontbreekt. Als er had moeten worden gemotiveerd, beveelt hij dat de beslissing alsnog met redenen wordt omkleed. Beslissingen zonder uitleg komen in een speciaal register dat alleen toezichts- en klachtenorganen kunnen inkijken.

Geldt dat ook bij tuchtstraffen?

Ja. Voor beslissingen over tucht (titel VII) gelden de uitzonderingen niet. Een tuchtbeslissing moet dus altijd met redenen omkleed zijn.

Wat kan ik doen als ik geen uitleg krijg bij een beslissing?

U kunt de directeur vragen om de reden van de beslissing. Krijgt u nog altijd geen duidelijke uitleg, dan kunt u een klacht indienen bij de Klachtencommissie (artikelen 148 tot 158). Ook de maandcommissaris van de commissie van toezicht kan u daarbij helpen.

KORT GEZEGD

Elke beslissing moet worden uitgelegd, behalve in uitzonderingsgevallen. Bij tuchtbeslissingen is uitleg altijd verplicht.

HOOFDSTUK II. - Basisbeginselen van toepassing op specifieke categorieën van gedetineerden.

Afdeling I. - Veroordeelden.

Artikel 9

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Het strafkarakter van de vrijheidsstraf bestaat uitsluitend in het geheel of gedeeltelijk verlies van de vrijheid van komen en gaan en de daarmee onlosmakelijk verbonden vrijheidsbeperkingen.

§ 2. De tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf wordt gericht op het herstel van het door het misdrijf aan de slachtoffers aangedane onrecht, op de rehabilitatie van de veroordeelde en op de geïndividualiseerde voorbereiding van zijn reïntegratie in de vrije samenleving.

§ 3. De veroordeelde wordt in de gelegenheid gesteld constructief mee te werken aan de realisering van het individueel detentieplan, bedoeld in titel IV, hoofdstuk II, dat wordt opgesteld met het oog op een schadebeperkende, op herstel en op reïntegratie gerichte en veilige uitvoering van de vrijheidsstraf.

Waaruit bestaat mijn straf?

Uitsluitend uit het gehele of gedeeltelijke verlies van uw vrijheid om te komen en te gaan, en de beperkingen die daar onlosmakelijk mee verbonden zijn. De straf zelf bestaat niet uit slechte behandeling.

Waarop is de uitvoering van mijn straf gericht?

Op het herstel van het onrecht dat de slachtoffers is aangedaan, op uw rehabilitatie en op een persoonlijke voorbereiding van uw terugkeer in de vrije samenleving.

Welke rol speel ik zelf?

U krijgt de kans constructief mee te werken aan uw individueel detentieplan (zie titel IV, hoofdstuk II). Dat plan moet zorgen voor een veilige uitvoering van uw straf die gericht is op herstel en terugkeer in de samenleving en die schade beperkt.

KORT GEZEGD

Uw straf bestaat enkel uit het verlies van uw vrijheid. De uitvoering is gericht op herstel, rehabilitatie en terugkeer in de samenleving, en u mag daar actief aan meewerken.

Afdeling II. - Verdachten.

Artikel 10

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Verdachten worden geacht onschuldig te zijn zolang zij niet veroordeeld zijn door een veroordeling die in kracht van gewijsde is gegaan.

§ 2. Bij de omgang met verdachten moet elke schijn vermeden worden dat hun vrijheidsbeneming het karakter heeft van een straf.

Hoe word ik behandeld als verdachte?

Als onschuldig, zolang u niet definitief veroordeeld bent. Dit is het vermoeden van onschuld.

Mag mijn detentie als een straf aanvoelen?

Nee. Bij de omgang met verdachten moet elke schijn worden vermeden dat hun hechtenis een straf is.

KORT GEZEGD

Een verdachte wordt als onschuldig beschouwd tot er een definitieve veroordeling is, en de hechtenis mag niet als straf behandeld worden.

Artikel 11

WAT ZEGT DE WET?

Behoudens wanneer zij met het oog op de deelname aan gemeenschappelijke activiteiten schriftelijk met het tegendeel instemmen, worden verdachten gescheiden van de veroordeelden gehouden.

Zit ik als verdachte bij veroordeelden?

In principe niet. Verdachten worden gescheiden van veroordeelden gehouden.

Zijn er uitzonderingen?

Ja, als u er schriftelijk mee instemt om samen met veroordeelden aan gemeenschappelijke activiteiten deel te nemen. U moet dat dus zelf aanvaarden.

KORT GEZEGD

Verdachten en veroordeelden worden gescheiden gehouden, tenzij de verdachte schriftelijk instemt met gemeenschappelijke activiteiten.

Artikel 12

WAT ZEGT DE WET?

De verdachten dienen de nodige faciliteiten, verenigbaar met de orde en de veiligheid, te genieten om hun recht van verdediging zo goed mogelijk te behartigen in de rechtsprocedure waarin zij betrokken zijn.

Mag ik me als verdachte voorbereiden op mijn proces?

Ja. U krijgt de faciliteiten die nodig zijn om uw verdediging zo goed mogelijk te regelen in de procedure waarin u betrokken bent. Dat moet wel verenigbaar zijn met orde en veiligheid.

KORT GEZEGD

Verdachten krijgen de nodige faciliteiten om zich te verdedigen, zolang orde en veiligheid dat toelaten.

Artikel 13

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Bij de uitvoering van de vrijheidsbenemende maatregel wordt het regime aangepast aan de vereisten inzake de eerbiediging van het beginsel van het vermoeden van onschuld.

§ 2. Behoudens de beperkingen door of krachtens de wet gesteld worden aan verdachten alle faciliteiten verleend die verenigbaar zijn met de orde en de veiligheid.

Wat betekent het vermoeden van onschuld in de praktijk?

Het regime in de gevangenis wordt aangepast aan het feit dat u als verdachte nog onschuldig bent.

Welke voordelen krijg ik daardoor?

Alle faciliteiten die verenigbaar zijn met orde en veiligheid, behalve de beperkingen die de wet of een besluit oplegt.

KORT GEZEGD

Een verdachte krijgt zoveel faciliteiten als mogelijk, omdat hij onschuldig is zolang het tegendeel niet bewezen is.


 

TITEL III. - Gevangenissen.

HOOFDSTUK I. - Indeling en bestemming.

Artikel 14

WAT ZEGT DE WET?

De Koning deelt de gevangenissen in volgens hun bestemming. Hij kan de gevangenissen indelen volgens andere criteria dan volgens hun bestemming.

Hoe worden gevangenissen ingedeeld?

De Koning deelt gevangenissen in volgens hun bestemming, bijvoorbeeld voor verdachten of voor veroordeelden. Hij mag ook andere criteria gebruiken.

KORT GEZEGD

De Koning bepaalt voor welke groep elke gevangenis dient.

Artikel 15

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De Koning bepaalt de bestemming van de gevangenissen. Hij kan één of meer delen van een gevangenis aanwijzen als een afdeling met een bijzondere bestemming.

§ 2. Onverminderd andere aan gevangenissen te geven bestemmingen, wijst de Koning gevangenissen of afdelingen van gevangenissen aan die specifiek bestemd zijn voor de onderbrenging van :

1° verdachten;

2° vrouwelijke gedetineerden;

3° gedetineerden die in de gevangenis worden opgenomen samen met hun kind van minder drie jaar.

Wie bepaalt waarvoor een gevangenis dient?

De Koning. Hij kan ook delen van een gevangenis een bijzondere bestemming geven.

Zijn er gevangenissen voor bepaalde groepen?

Ja. De Koning wijst gevangenissen of afdelingen aan voor verdachten, voor vrouwelijke gedetineerden en voor gedetineerden die met hun kind van minder dan drie jaar in de gevangenis verblijven.

KORT GEZEGD

Er zijn aparte gevangenissen of afdelingen voor verdachten, vrouwen en gedetineerden met een kind jonger dan drie jaar.

Artikel 15/1

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Aan steden en gemeenten op het grondgebied waarvan zich een detentiehuis bevindt, kan een subsidie worden toegekend. Deze subsidie voorziet in een tussenkomst voor de kosten verbonden aan het bevorderen van de integratie van het detentiehuis op hun grondgebied en van de toegankelijkheid van hun diensten voor de gedetineerden die in het detentiehuis verblijven.

§ 2. De Koning bepaalt de nadere regels aangaande deze subsidiëring.

Waarover gaat dit artikel?

Over de steden en gemeenten waar een detentiehuis staat. Zij kunnen een subsidie krijgen.

Waarvoor dient die subsidie?

Om de kosten te dekken die ze maken om het detentiehuis in hun gemeente te laten integreren en om hun diensten bereikbaar te maken voor de gedetineerden die er verblijven.

KORT GEZEGD

Een gemeente met een detentiehuis kan subsidie krijgen om het huis te integreren en haar diensten toegankelijk te maken.

HOOFDSTUK II. - Huishoudelijk reglement.

Artikel 16

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. In iedere gevangenis wordt door het inrichtingshoofd een huishoudelijk reglement opgesteld overeenkomstig de bij of krachtens deze wet gestelde bepalingen en overeenkomstig de door de minister gegeven instructies.

§ 2. De huishoudelijke reglementen worden ter goedkeuring aan de minister voorgelegd.

§ 3. Een exemplaar van het huishoudelijk reglement wordt ter beschikking gesteld van de gedetineerden.

Welke regels gelden in mijn gevangenis?

Naast de wet is er in elke gevangenis een huishoudelijk reglement. Het inrichtingshoofd stelt het op, volgens de wet en de instructies van de minister.

Wie keurt het goed?

De minister van Justitie.

Kan ik het lezen?

Ja. Een exemplaar moet ter beschikking van de gedetineerden worden gesteld.

KORT GEZEGD

Elke gevangenis heeft een huishoudelijk reglement dat de minister goedkeurt, en u mag het inkijken.

HOOFDSTUK III. - Plaatsing, overplaatsing en onthaal.

Artikel 17

WAT ZEGT DE WET?

De gedetineerden worden geplaatst in een gevangenis of afdeling dan wel overgeplaatst naar een gevangenis of afdeling, rekening houdend met de bestemming of andere criteria zoals bepaald in artikel 14 of 15, en voor de veroordeelden mede rekening houdend met het individuele detentieplan.

Op basis waarvan word ik in een gevangenis geplaatst of overgeplaatst?

Op basis van de bestemming van de gevangenis of van andere criteria die de Koning heeft bepaald. Als u veroordeeld bent, wordt ook rekening gehouden met uw individueel detentieplan.

KORT GEZEGD

Plaatsing en overplaatsing gebeuren volgens de bestemming van de gevangenis en, voor veroordeelden, ook volgens het detentieplan.

Artikel 18

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Onverminderd andersluidende wettelijke bepalingen wordt over de plaatsing of overplaatsing van gedetineerden beslist door ambtenaren van de penitentiaire administratie die daartoe door de directeur-generaal worden aangewezen.

§ 1/1. De in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren kunnen bepalen dat de veroordeelde zich ter uitvoering van de beslissing tot plaatsing of overplaatsing zelfstandig begeeft naar de aangewezen gevangenis.

§ 2. Tegen een beslissing tot plaatsing of overplaatsing die door de in § 1 bedoelde ambtenaren genomen is, kan een bezwaar worden ingediend, zoals bepaald in titel VIII, hoofdstuk III.

Wie beslist over mijn plaatsing of overplaatsing?

Ambtenaren van de penitentiaire administratie die de directeur-generaal daarvoor aanwijst.

Kan ik zelf naar mijn nieuwe gevangenis gaan?

Als veroordeelde kan u die toelating krijgen: de ambtenaren kunnen bepalen dat u zich zelfstandig naar de aangewezen gevangenis begeeft.

Wat kan ik doen als ik het er niet mee eens ben?

U kunt bezwaar indienen volgens de regels van titel VIII, hoofdstuk III (artikelen 163 tot 166).

KORT GEZEGD

Ambtenaren van de penitentiaire administratie beslissen over plaatsing en overplaatsing. U kunt bezwaar indienen.

Artikel 19

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerde wordt bij zijn onthaal geïnformeerd over zijn rechten en plichten, over de in de gevangenis of afdeling geldende regels, over de rol van het personeel en over de aldaar bestaande of van daaruit toegankelijke mogelijkheden van medische, juridische, psychosociale, familiale hulpverlening, van morele, levensbeschouwelijke of godsdienstige ondersteuning en van maatschappelijke hulp- en dienstverlening.

§ 2. De Koning stelt de nadere regels vast om, voorzover mogelijk, de informatie bedoeld in § 1 in een voor de gedetineerde verstaanbare taal of op een begrijpelijke wijze te verstrekken.

§ 3. De Koning stelt de nadere regels vast voor het onthaal van de gedetineerde in de gevangenis of in een afdeling ervan.

Welke informatie krijg ik bij mijn aankomst?

U wordt geïnformeerd over uw rechten en plichten, de regels van de gevangenis of afdeling, de rol van het personeel en de mogelijkheden voor medische, juridische, psychosociale en familiale hulp, voor morele, levensbeschouwelijke of godsdienstige steun en voor maatschappelijke hulp.

En als ik de taal niet versta?

De Koning bepaalt hoe die informatie, voor zover mogelijk, in een taal of op een manier wordt gegeven die u begrijpt.

KORT GEZEGD

Bij uw aankomst moet u worden ingelicht over uw rechten, plichten en de hulp die beschikbaar is, zo mogelijk in een taal die u begrijpt.

HOOFDSTUK IV. - Toezicht.

Afdeling I. - Algemene bepaling.

Artikel 20

WAT ZEGT DE WET?

Onverminderd de door of krachtens de wet bepaalde opdrachten of machtigingen tot inspectie, controle of toezicht door gerechtelijke, administratieve of andere overheden, wordt een onafhankelijk toezicht gehouden op de gevangenissen en op de bejegening van de gedetineerden, door de Centrale toezichtsraad voor het gevangeniswezen en door de commissies van toezicht.

Wie houdt toezicht op de gevangenissen?

Er is een onafhankelijk toezicht door de Centrale Toezichtsraad voor het gevangeniswezen en door de commissies van toezicht. Ze controleren de gevangenissen en hoe de gedetineerden worden behandeld.

Zijn er nog andere controles?

Ja, rechterlijke, administratieve en andere overheden kunnen eveneens inspecties of controles doen. Die blijven bestaan.

KORT GEZEGD

Onafhankelijke organen houden toezicht op de gevangenissen en op de behandeling van gedetineerden.

Afdeling II. - Centrale Toezichtsraad voor het gevangeniswezen.

Artikel 21

WAT ZEGT DE WET?

Bij de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt een Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen opgericht, hierna de "Centrale Raad" genoemd.

Wat is de Centrale Raad?

De Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen, kortweg de Centrale Raad. Hij is opgericht bij de Kamer van volksvertegenwoordigers.

KORT GEZEGD

De Centrale Raad is het onafhankelijke toezichtsorgaan voor het gevangeniswezen, opgericht bij de Kamer.

Artikel 22

WAT ZEGT DE WET?

De Centrale Raad heeft tot taak :

1° een onafhankelijk toezicht te houden op de gevangenissen, op de bejegening van de gedetineerden en op de naleving van de hen betreffende voorschriften;

2° aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, aan de minister bevoegd voor Justitie en aan de minister bevoegd voor de penitentiaire gezondheidszorg, hetzij ambtshalve, hetzij op hun verzoek, advies te verlenen over het gevangeniswezen en de uitvoering van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen;

3° Commissies van toezicht, zoals bedoeld in artikel 26, op te richten en de werking ervan te ondersteunen, te coördineren en te controleren;

4° jaarlijks ten behoeve van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de minister bevoegd voor Justitie en de minister bevoegd voor de penitentiaire gezondheidszorg, een verslag op te stellen betreffende de gevangenissen, de bejegening van gedetineerden en de naleving van de hen betreffende voorschriften. Het verslag omvat onder meer alle adviezen die conform de bepaling onder 2° zijn uitgebracht, een beleidsplan en de jaarverslagen zoals bepaald in artikel 26, § 2, 4°. Het verslag is publiek. Het ontwerp van verslag wordt voorafgaandelijk aan de bekendmaking bezorgd aan de minister bevoegd voor Justitie en aan de minister bevoegd voor de penitentiaire gezondheidszorg, die binnen een termijn van twee maanden vanaf datum van ontvangst hun gebeurlijke bemerkingen bezorgen.

Wat doet de Centrale Raad?

Hij houdt onafhankelijk toezicht op de gevangenissen en de behandeling van gedetineerden. Hij geeft advies aan de Kamer en de ministers, richt de commissies van toezicht op en ondersteunt, coördineert en controleert ze. Elk jaar maakt hij een verslag.

Is dat verslag openbaar?

Ja. Voor het verschijnt, krijgen de ministers het ontwerp, en zij hebben twee maanden om opmerkingen te maken.

Aan wie geeft de Centrale Raad advies?

Aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, aan de minister van Justitie en aan de minister die bevoegd is voor de gezondheidszorg in de gevangenissen. De Raad kan dat uit eigen beweging doen of omdat hen daarom gevraagd wordt.

KORT GEZEGD

De Centrale Raad controleert de gevangenissen, adviseert, richt de commissies van toezicht op en publiceert een jaarverslag.

Artikel 23

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Voor zover dit voor de uitoefening van hun taken noodzakelijk is, hebben de leden van de Centrale Raad vrije toegang tot alle plaatsen in de gevangenissen en, mits voorafgaandelijke instemming van de gedetineerde, tot de verblijfsruimte van de gedetineerde en hebben zij het recht om ter plaatse, behoudens wettelijk bepaalde uitzonderingen, alle op de gevangenis betrekking hebbende boeken en bescheiden in te zien, met inbegrip van het register van de tuchtsancties en, mits voorafgaandelijke schriftelijke instemming van de gedetineerde, alle stukken die individuele gegevens bevatten van de gedetineerde. Zij zijn ertoe gehouden de geldende veiligheidsregels na te leven.

§ 2. Zij hebben het recht zonder controle briefwisseling te voeren met de gedetineerden en zonder toezicht in contact te treden met hen.

§ 3. Op verzoek van de voorzitter van de Centrale Raad brengt de directeur-generaal verslag uit over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de Centrale Raad behoren. De directeur-generaal antwoordt binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van het verzoek op de vragen om inlichtingen vanwege de Centrale Raad.

Waar mogen de leden van de Centrale Raad komen?

Overal in de gevangenis als dat nodig is voor hun taak. In uw verblijfsruimte alleen met uw voorafgaande instemming.

Wat mogen ze inkijken?

Alle boeken en documenten over de gevangenis, ook het register van de tuchtstraffen. Documenten met uw persoonlijke gegevens alleen met uw voorafgaande schriftelijke instemming.

Kan ik hen vertrouwelijk contacteren?

Ja. Ze mogen zonder controle met u briefwisselen en zonder toezicht met u praten.

Moet de directeur-generaal antwoorden aan de Centrale Raad?

Ja. Op verzoek van de voorzitter van de Centrale Raad brengt de directeur-generaal verslag uit over zaken die tot de bevoegdheid van de Raad behoren. Hij moet binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek antwoorden op vragen om inlichtingen.

KORT GEZEGD

De Centrale Raad mag vrij in de gevangenis komen, documenten inkijken en vertrouwelijk met u contact hebben, uw persoonlijke gegevens alleen met uw toestemming.

Artikel 24

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De Centrale Raad bestaat uit twaalf effectieve leden en uit een gelijk aantal plaatsvervangers, die door de Kamer van volksvertegenwoordigers worden benoemd met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen. Bij de samenstelling van Centrale Raad wordt de taalpariteit in acht genomen, op basis van de taal waarin de kandidaat-leden hun kandidatuur hebben ingediend en voor de leden bedoeld in paragraaf 3, op basis van hun diploma.

§ 2. De leden worden benoemd op grond van hun deskundigheid of ervaring met betrekking tot de taken die aan de Centrale Raad worden toevertrouwd. De leden genieten de burgerlijke en politieke rechten.

§ 3. De Centrale Raad telt onder haar effectieve leden en onder haar plaatsvervangende leden ten minste :

1° twee Nederlandstaligen en twee Franstaligen die houder zijn van een diploma master in de rechtswetenschappen waaronder minstens één Nederlandstalige magistraat van de zetel en één Franstalige magistraat van de zetel;

2° een Nederlandstalige en een Franstalige arts.

§ 4. De Kamer van volksvertegenwoordigers wijst onder de effectieve leden van de Centrale Raad een bureau aan, bestaande uit twee Nederlandstalige leden en twee Franstalige leden, waarvan minstens één lid per taalrol houder is van een diploma master in de rechtswetenschappen. De leden van het bureau oefenen hun ambt voltijds uit en kunnen geen enkele andere beroepsactiviteit uitoefenen tijdens de duur van hun mandaat. De Kamer van volksvertegenwoordigers kan afwijkingen op dat verbod toestaan op voorwaarde dat zij de betrokkene niet hinderen bij de behoorlijke uitoefening van zijn opdracht.

§ 5. De Kamer van volksvertegenwoordigers wijst één lid van het bureau aan als voorzitter en één lid als ondervoorzitter. De voorzitter en de ondervoorzitter zijn van een verschillende taalrol.

§ 6. Het lidmaatschap van de Centrale Raad is tijdens de duur van het mandaat onverenigbaar met :

1° het lidmaatschap van een Commissie van toezicht;

2° de uitoefening van een ambt bij of de uitvoering van een opdracht voor de penitentiaire administratie;

3° het uitoefenen van een functie bij de Beleidcel van een regeringslid;

4° het uitoefenen van een verkozen mandaat of het lidmaatschap van een uitvoerend orgaan op Europees niveau, federaal niveau, gemeenschapsniveau of gewestniveau;

5° de uitoefening van een ambt bij de strafuitvoeringsrechtbank.

§ 7. De effectieve leden van de Centrale Raad worden benoemd voor een termijn van vijf jaar, die tweemaal hernieuwd kan worden en die begint te lopen vanaf de eedaflegging. Na afloop van die termijn blijven de leden hun functie uitoefenen tot de eedaflegging van hun opvolger. De plaatsvervangers worden benoemd voor een termijn van vijf jaar, die tweemaal hernieuwd kan worden, en die begint te lopen vanaf de eedaflegging van het lid van wie ze de plaatsvervanging verzekeren. Het lid wiens mandaat een einde neemt voor het verstrijken van de termijn van vijf jaar, wordt voor de resterende duur van het mandaat vervangen door zijn plaatsvervanger. In dit geval valt de opvolger onder de toepassing van het eerste lid. Indien de resterende duur van het mandaat minder dan een jaar bedraagt, geldt dit niet als een mandaat voor de toepassing van de beperking van het aantal mandaten vastgesteld in deze bepaling. Bij het openvallen van een plaats van plaatsvervangend lid gaat de Kamer van volksvertegenwoordigers onverwijld over tot de benoeming van een nieuw plaatsvervangend lid.

§ 7/1. Alvorens hun ambt te aanvaarden, leggen de effectieve leden en de plaatsvervangende leden in handen van de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers de volgende eed af: "Ik zweer de plichten van mijn opdracht gewetensvol en onpartijdig te vervullen." § 8. De Kamer van volksvertegenwoordigers kan een einde maken aan het mandaat van de leden van de Centrale Raad :

1° op hun verzoek;

2° om ernstige en dwingende redenen.

Wie zit er in de Centrale Raad?

Twaalf effectieve leden en evenveel plaatsvervangers, benoemd door de Kamer met een tweederdemeerderheid. Er moeten evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden zijn. Ze worden gekozen om hun deskundigheid of ervaring.

Welke beroepen zijn verplicht vertegenwoordigd?

Minstens twee Nederlandstalige en twee Franstalige juristen met een master in de rechten (waaronder minstens een magistraat van de zetel per taal) en een Nederlandstalige en een Franstalige arts.

Hoe lang duurt een mandaat?

Vijf jaar, tweemaal hernieuwbaar. De leden leggen een eed af.

Wat is het bureau?

Een groep van vier leden (twee Nederlandstalige en twee Franstalige) die voltijds werkt, met een voorzitter en ondervoorzitter van verschillende taalrol.

Met welke functies is het lidmaatschap onverenigbaar?

Onder meer met een ambt bij de penitentiaire administratie, met het lidmaatschap van een commissie van toezicht, met een verkozen mandaat en met een ambt bij een strafuitvoeringsrechtbank.

Hoeveel leden heeft de Centrale Raad en hoe worden ze gekozen?

De Centrale Raad heeft twaalf effectieve leden en evenveel plaatsvervangers. De Kamer van volksvertegenwoordigers benoemt hen met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen. Daarbij wordt gelet op een evenwicht tussen Nederlandstaligen en Franstaligen.

Wie leidt de Centrale Raad?

De Kamer wijst uit het bureau één lid aan als voorzitter en één lid als ondervoorzitter. Zij behoren tot een verschillende taalrol, dus de ene is Nederlandstalig en de andere Franstalig.

Leggen de leden een eed af?

Ja. Voor ze hun ambt aanvaarden, leggen de effectieve leden en de plaatsvervangers in handen van de voorzitter van de Kamer de eed af: "Ik zweer de plichten van mijn opdracht gewetensvol en onpartijdig te vervullen."

Kan een mandaat vroegtijdig eindigen?

Ja. De Kamer kan een einde maken aan het mandaat van een lid op zijn eigen verzoek of om ernstige en dwingende redenen. Wie vroegtijdig wegvalt, wordt voor de rest van de termijn vervangen door zijn plaatsvervanger.

KORT GEZEGD

De Centrale Raad telt twaalf leden met evenwicht tussen de taalgroepen. Ze worden voor vijf jaar benoemd en mogen geen belangenconflict hebben.

Artikel 25

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De Centrale Raad wordt bijgestaan door een secretariaat dat naar taal paritair samengesteld is. De taalpariteit van de leden van het secretariaat wordt in acht genomen op basis van hun diploma. Het statuut en de wijze van aanwerving van de leden van het secretariaat worden bepaald door de Centrale Raad.

§ 2. De voorzitter van de Centrale Raad geeft leiding aan het secretariaat.

Wie helpt de Centrale Raad?

Een secretariaat dat naar taal evenwichtig is samengesteld. De voorzitter van de Centrale Raad leidt het secretariaat.

KORT GEZEGD

Een tweetalig secretariaat ondersteunt de Centrale Raad.

Artikel 25/1

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De Centrale Raad stelt zijn huishoudelijk reglement op. Het reglement bepaalt in het bijzonder de wijze van oproeping van de leden, de wijze van beraadslaging en de wijze van controle van de werking van de Commissies van toezicht. De leden van de Centrale Raad nemen geen kennis van zaken waarbij zij een persoonlijk belang hebben of waarbij hun bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk belang hebben en laten zich in voorkomend geval vervangen. Het huishoudelijk reglement wordt goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

§ 2. De Centrale Raad houdt ten minste één zitting per maand, op bijeenroeping van zijn voorzitter of op verzoek van één derde van zijn leden. De Centrale Raad kan slechts vergaderen wanneer de helft plus één van de leden aanwezig is.

§ 3. De Centrale Raad stelt zowel voor haar werking als die van de Commissies van toezicht een deontologische code op.

§ 4. De artikelen 352 en 353 van het Strafwetboek zijn van toepassing op de leden van de Centrale Raad en de leden van het secretariaat zonder afbreuk te doen aan de taak van de Centrale Raad.

Hoe werkt de Centrale Raad intern?

Hij stelt zijn eigen huishoudelijk reglement op, dat de Kamer goedkeurt en dat in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Leden mogen niet meebeslissen over zaken waarin zij of hun familie (tot de vierde graad) een persoonlijk belang hebben.

Hoe vaak vergadert hij?

Minstens eenmaal per maand. Er moet de helft plus één van de leden aanwezig zijn.

Zijn de leden tot geheimhouding verplicht?

Ja, het beroepsgeheim uit het Strafwetboek (artikelen 352 en 353) geldt voor leden en secretariaat.

Wat als een lid een persoonlijk belang heeft in een zaak?

Dan neemt dat lid geen kennis van de zaak en laat zich vervangen. Dat geldt ook als bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk belang hebben.

KORT GEZEGD

De Centrale Raad heeft eigen werkregels, vergadert minstens maandelijks en zijn leden moeten het beroepsgeheim respecteren.

Artikel 25/2

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De Centrale Raad stelt uit zijn leden een Franstalige en een Nederlandstalige Beroepscommissie samen, elk samengesteld uit drie leden. De Centrale Raad wijst eveneens drie plaatsvervangende leden per taalrol aan. Elke Beroepscommissie wordt voorgezeten door een magistraat van de zetel.

§ 2. De Beroepscommissie is belast met de behandeling van :

1° de beroepschriften ingediend tegen de uitspraken van de klachtencommissies zoals bepaald in artikel 31;

2° de beroepschriften ingediend tegen de beslissingen tot plaatsen in een individueel bijzonder veiligheidsregime, zoals bepaald in titel VI, hoofdstuk III, afdeling III;

3° de beroepschriften ingediend tegen de beslissingen die genomen worden naar aanleiding van bezwaarschriften tegen een plaatsing of overplaatsing, zoals bepaald in titel VIII, hoofdstuk III.

§ 3. Bij de behandeling van het beroepschrift wraakt de Beroepscommissie, ambtshalve, op vraag van één van de partijen of op vraag van het lid zelf, elk lid van de Beroepscommissie van wie de onafhankelijkheid ten aanzien van de behandeling van de klacht kan worden betwist.

Wat is de Beroepscommissie?

Een commissie binnen de Centrale Raad. Er is een Nederlandstalige en een Franstalige, elk met drie leden en voorgezeten door een magistraat van de zetel.

Welke zaken behandelt ze?

Beroepen tegen uitspraken van de Klachtencommissies, tegen beslissingen om u in een individueel bijzonder veiligheidsregime te plaatsen en tegen beslissingen over uw bezwaar tegen plaatsing of overplaatsing.

Wat als een lid niet onafhankelijk is?

Dan wordt dat lid gewraakt: het neemt niet deel aan de behandeling.

Hoeveel leden telt de Beroepscommissie en wie zit ze voor?

Er is een Nederlandstalige en een Franstalige Beroepscommissie, elk met drie leden uit de Centrale Raad en drie plaatsvervangende leden. Elke Beroepscommissie wordt voorgezeten door een magistraat van de zetel (een rechter).

KORT GEZEGD

De Beroepscommissie behandelt beroepen tegen beslissingen van de Klachtencommissie en tegen bepaalde beslissingen over veiligheidsregime en plaatsing.

Artikel 25/3

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De leden van de Centrale Raad die lid zijn van het bureau genieten een jaarlijkse wedde van 54 990 euro. De magistraten en ambtenaren die lid zijn van het bureau behouden tenminste hun wedde met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen. De leden van de Centrale Raad en van de Beroepscommissie die geen lid zijn van het bureau hebben recht op een presentiegeld waarvan het bedrag per gepresteerde dag 150 euro bedraagt. Werkzaamheden die per dag minder dan vier uur bestrijken, geven recht op de helft van het vastgesteld presentiegeld. De wedde bedoeld in het eerste lid en het presentiegeld bedoeld in het tweede lid vallen onder de indexeringsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van de federale overheidsdiensten. Zij worden gekoppeld aan de spilindex 138,01.

§ 2. Voor de werking van de Centrale Raad en van de commissies van toezicht wordt een dotatie uitgetrokken op de algemene uitgavenbegroting van het Rijk. De Centrale Raad stelt jaarlijks een ontwerp van begroting op voor zijn werking en de werking van de commissies van toezicht. Bijgestaan door het Rekenhof, onderzoekt de Kamer van volksvertegenwoordigers de gedetailleerde begrotingsvoorstellen van de Centrale Raad, keurt ze goed en controleert de uitvoering van zijn begroting. Zij onderzoekt ze en keurt daarenboven de gedetailleerde rekeningen goed. De Centrale Raad hanteert voor zijn begroting en rekeningen een schema dat vergelijkbaar is met het schema van de begroting en rekeningen van de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Waarover gaat dit artikel?

Over de vergoeding van de leden van de Centrale Raad en de financiering ervan. Het raakt u niet rechtstreeks.

Wat staat er concreet in?

Leden van het bureau krijgen een jaarlijkse wedde. De andere leden krijgen een presentiegeld per gepresteerde dag. De Centrale Raad en de commissies van toezicht worden betaald uit een dotatie op de rijksbegroting, die de Kamer controleert.

Hoeveel verdienen de leden van de Centrale Raad?

De leden van het bureau hebben een jaarlijkse wedde van 54 990 euro. Magistraten en ambtenaren in het bureau behouden minstens hun eigen wedde. De andere leden van de Centrale Raad en de Beroepscommissie krijgen een presentiegeld van 150 euro per gepresteerde dag, of de helft als de werkzaamheden minder dan vier uur duren. Die bedragen worden geïndexeerd.

Wie betaalt de werking van de Centrale Raad en de commissies?

Er wordt een dotatie (een bedrag) uitgetrokken op de begroting van de Staat. De Centrale Raad maakt elk jaar een ontwerpbegroting op, en de Kamer van volksvertegenwoordigers keurt die goed en controleert de uitvoering, bijgestaan door het Rekenhof. Zo blijven de toezichtorganen onafhankelijk van de penitentiaire administratie.

KORT GEZEGD

De leden van de Centrale Raad worden vergoed en het orgaan wordt betaald met overheidsgeld dat de Kamer controleert.

Artikel 25/4

WAT ZEGT DE WET?

De wetten op de pensioenregeling voor de leden van het Rijkspersoneel zijn van toepassing op de leden van de Centrale Raad die lid zijn van het bureau. De Staatskas draagt de lasten van de rust- en overlevingspensioenen die zijn toegekend aan de in het eerste lid bedoelde leden en hun rechthebbenden. Voor de opvorderbaarheid van het recht op de in dit artikel bedoelde pensioenen en de berekening ervan komen enkel de gepresteerde diensten als lid van het bureau van de Centrale Raad in aanmerking. De gemiddelde wedde op grond waarvan de in dit artikel bedoelde pensioenen worden berekend, wordt vastgesteld op basis van de wedde als bedoeld in art. 25/3, § 1, eerste lid. Voor de magistraten en ambtenaren die lid zijn van het bureau en hun wedde met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen op basis van art. 25/3, § 1, eerste lid, behouden, wordt de gemiddelde wedde vastgesteld op basis van deze wedde en de daaraan verbonden verhogingen en voordelen voor zover deze in aanmerking worden genomen voor het pensioen als magistraat of ambtenaar.

Waarover gaat dit artikel?

Over het pensioen van de leden van het bureau van de Centrale Raad. Het heeft geen gevolgen voor u.

Wie krijgt een pensioen?

De leden van het bureau van de Centrale Raad vallen onder de pensioenregeling van het Rijkspersoneel. De Staatskas draagt de lasten van hun rust- en overlevingspensioenen. Alleen de jaren als lid van het bureau tellen mee.

Heeft dit gevolgen voor mij als gedetineerde?

Nee. Dit artikel regelt alleen het pensioen van enkele leden van de Centrale Raad. Het raakt uw rechten of plichten niet.

KORT GEZEGD

Dit artikel regelt het pensioen van de leden van het bureau van de Centrale Raad.

Afdeling III. - Commissies van toezicht.

Artikel 26

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De Centrale Raad richt bij elke gevangenis een Commissie van toezicht op en deelt dit mee aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.

§ 2. De Commissie van toezicht heeft tot taak :

1° een onafhankelijk toezicht te houden op de gevangenis waarvoor ze bevoegd is, op de bejegening van de gedetineerden en op de naleving van de hen betreffende voorschriften;

2° aan de Centrale Raad, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek, advies en inlichtingen te geven betreffende aangelegenheden in de gevangenis die rechtstreeks of onrechtstreeks met het welzijn van de gedetineerden verband houden en voorstellen te doen die zij gepast acht;

3° te bemiddelen tussen de directeur en de gedetineerden omtrent problemen die ter kennis worden gebracht van de leden;

4° jaarlijks een verslag betreffende de gevangenis, de bejegening van gedetineerden en de naleving van de hen betreffende voorschriften op te stellen.

Wat is een Commissie van toezicht?

Voor elke gevangenis richt de Centrale Raad een Commissie van toezicht op.

Wat doet zij?

Ze houdt onafhankelijk toezicht op haar gevangenis, adviseert de Centrale Raad, bemiddelt tussen de directeur en gedetineerden bij problemen en schrijft jaarlijks een verslag.

Kan ik me tot haar wenden?

Ja. De Commissie bemiddelt in problemen die haar leden ter kennis komen.

KORT GEZEGD

Elke gevangenis heeft een eigen Commissie van toezicht die toezicht houdt, bemiddelt en verslag uitbrengt.

Artikel 27

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Voor zover dit voor de uitoefening van de taken noodzakelijk is, hebben de leden van de Commissies van toezicht vrije toegang tot alle plaatsen in de gevangenis en, mits voorafgaandelijke instemming van de gedetineerde, tot de verblijfsruimte van de gedetineerde en hebben zij het recht om ter plaatse, behoudens wettelijk bepaalde uitzonderingen, alle op de gevangenis betrekking hebbende boeken en bescheiden in te zien, met inbegrip van het register van de tuchtsancties en, mits voorafgaandelijke schriftelijke instemming van de gedetineerde, van alle stukken die individuele gegevens bevatten van de gedetineerde. Zij zijn ertoe gehouden de geldende veiligheidsregels na te leven.

§ 2. Ze hebben het recht zonder controle briefwisseling te voeren met de gedetineerden en zonder toezicht in contact te treden met hen.

§ 3. Op verzoek van de voorzitter van de Commissie van toezicht brengt de directeur verslag uit over de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de Commissie behoren. De directeur antwoordt uiterlijk binnen een maand na ontvangst van het verzoek op de vragen om inlichtingen vanwege de Commissie van toezicht.

Wat mogen leden van de Commissie van toezicht doen?

Overal in de gevangenis komen als dat nodig is. In uw verblijfsruimte alleen als u het voorafgaand goedvindt. Ze mogen documenten over de gevangenis inkijken, uw persoonlijke gegevens alleen met uw schriftelijke instemming.

Kan ik hen vrij spreken en schrijven?

Ja. Ze mogen zonder controle met u briefwisselen en zonder toezicht met u praten.

Moet de directeur meewerken?

Ja. Hij brengt op verzoek van de voorzitter verslag uit en antwoordt binnen een maand op vragen om inlichtingen.

KORT GEZEGD

De Commissie van toezicht mag vrij in de gevangenis komen, documenten inzien en vertrouwelijk met u in contact treden.

Artikel 28

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Elke Commissie van toezicht bestaat uit ten minste zes en maximum achttien leden. De leden worden benoemd op grond van hun deskundigheid of ervaring met betrekking tot de taken die aan de Commissie van toezicht worden toevertrouwd.

§ 2. Elke Commissie van toezicht telt onder haar leden ten minste :

1° twee personen die houder zijn van een diploma master in de rechtswetenschappen;

2° een arts.

§ 3. De Centrale Raad wijst, op voordracht van de Commissie van toezicht, bij elke Commissie van toezicht één lid aan als voorzitter en één lid als ondervoorzitter. Voor de Commissies van toezicht bij een gevangenis gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, behoren de voorzitter en de ondervoorzitter tot een verschillende taalrol, wat bepaald wordt op basis van de taal waarin de kandidaat-leden hun kandidatuur hebben ingediend en voor de leden bedoeld in § 2, op basis van hun diploma.

§ 4. Het lidmaatschap van een Commissie van toezicht is tijdens de duur van het mandaat onverenigbaar met :

1° het lidmaatschap van de Centrale Raad;

2° de uitoefening van een ambt bij of de uitvoering van een opdracht voor de penitentiaire administratie;

3° de uitoefening van een ambt bij de strafuitvoeringsrechtbank;

4° de uitoefening van een ambt bij de Beleidscel van een regeringslid;

5° het uitoefenen van een verkozen mandaat of het lidmaatschap van een uitvoerend orgaan op Europees niveau, federaal niveau, gemeenschapsniveau of gewestniveau.

§ 4/1. De leden van de Commissie van toezicht worden, na schriftelijk advies van de voorzitter van de Commissie van toezicht, door de Centrale Raad benoemd voor een termijn van vijf jaar, die tweemaal hernieuwd kan worden en die begint te lopen vanaf de aanwijzing. Na afloop van die termijn blijven de leden hun functie uitoefenen tot de aanwijzing van hun opvolger.

§ 5. De Centrale Raad kan een einde maken aan het mandaat van de leden :

1° op hun verzoek;

2° om ernstige en dwingende redenen.

Wie zit in een Commissie van toezicht?

Minstens zes en hoogstens achttien leden, benoemd op grond van hun deskundigheid of ervaring. Er zitten minstens twee juristen met een master in de rechten en een arts bij.

Wie leidt ze?

Een voorzitter en een ondervoorzitter, aangewezen door de Centrale Raad. In Brusselse gevangenissen behoren zij tot een verschillende taalrol.

Hoe lang duurt een mandaat?

Vijf jaar, tweemaal hernieuwbaar.

Wie mag er niet in zitten?

Onder meer wie werkt voor de penitentiaire administratie, lid is van de Centrale Raad, bij een strafuitvoeringsrechtbank werkt, bij een beleidscel werkt of een verkozen mandaat heeft.

Kan een lid van een commissie van toezicht zijn mandaat verliezen?

Ja. De Centrale Raad kan een einde maken aan het mandaat van een lid, op diens eigen verzoek of om ernstige en dwingende redenen.

KORT GEZEGD

Een Commissie van toezicht heeft zes tot achttien deskundige en onafhankelijke leden die voor vijf jaar worden benoemd.

Artikel 29

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Elke Commissie van toezicht wordt bijgestaan door een secretariaat, waarvan de leden niet behoren tot de penitentiaire administratie. De leden van het secretariaat worden op voordracht van de Commissie van toezicht aangewezen door de Centrale Raad. Het statuut en de wijze van aanwerving van de leden van het secretariaat worden bepaald door de Centrale Raad.

§ 2. De aanwijzing van een lid van het secretariaat van de Commissie van toezicht kan om ernstige redenen bij gemotiveerde beslissing worden opgeheven door de Centrale Raad.

§ 3. De taak van de leden van het secretariaat wordt bepaald door de voorzitter van de Commissie van toezicht.

Wie helpt de Commissie van toezicht?

Een secretariaat waarvan de leden niet tot de penitentiaire administratie behoren. De Centrale Raad wijst hen aan.

Kunnen ze weggestuurd worden?

Alleen om ernstige redenen, bij een gemotiveerde beslissing van de Centrale Raad. De voorzitter van de Commissie bepaalt hun taak.

KORT GEZEGD

Elke Commissie van toezicht heeft een onafhankelijk secretariaat.

Artikel 30

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Elke Commissie van toezicht stelt haar huishoudelijk reglement op, dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Centrale Raad. Het reglement bepaalt in het bijzonder de wijze van oproeping van de leden en de wijze van beraadslaging. De leden van de Commissie van toezicht onthouden zich bij een beraadslaging over zaken waarbij zij een persoonlijk belang hebben of waarbij hun bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk belang hebben.

§ 2. De Commissie van toezicht houdt ten minste één zitting per maand.

§ 3. Eén of meer leden van de Commissie van toezicht zijn er beurtelings mee belast gedurende één maand tenminste éénmaal per week als maandcommissaris de gevangenis of gevangenissen waarbij zij zijn ingericht te bezoeken, inzonderheid met het oog op de uitoefening van de taken bedoeld in artikel 26, § 2, 1° en 3°. De maandcommissarissen houden wekelijks spreekuur ten behoeve van de gedetineerden.

§ 4. De artikelen 352 en 353 van het Strafwetboek zijn van toepassing op de leden van de Commissie van toezicht en de leden van het secretariaat zonder afbreuk te doen aan de taak van de Commissie voor toezicht.

Hoe werkt de Commissie van toezicht?

Ze stelt haar eigen huishoudelijk reglement op, dat de Centrale Raad goedkeurt. Ze komt minstens één keer per maand bijeen. Leden doen niet mee aan beraadslagingen over zaken waarin zij of hun familie (tot de vierde graad) belang hebben.

Wat is een maandcommissaris?

Een lid dat om beurten een maand lang minstens eenmaal per week de gevangenis bezoekt en wekelijks spreekuur houdt voor de gedetineerden. U kunt dus bij hem terecht met uw problemen.

Moeten ze zwijgen over wat ze horen?

Ja, het beroepsgeheim geldt voor de leden en het secretariaat.

KORT GEZEGD

De Commissie van toezicht vergadert maandelijks, een maandcommissaris houdt wekelijks spreekuur voor u en alles blijft onder het beroepsgeheim.

Artikel 31

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Elke Commissie van toezicht stelt uit haar leden een Klachtencommissie van drie leden samen, voorgezeten door een persoon die houder is van een diploma master in de rechtswetenschappen. In geval van verhindering van een of meer leden van de Klachtencommissie wijst de voorzitter de leden van de Commissie van toezicht aan die hen kunnen vervangen.

§ 2. De leden van de Klachtencommissie zijn uitsluitend belast met de behandeling van de klachten, zoals bepaald in titel VIII, hoofdstuk I.

§ 3. Bij de behandeling van de klacht wraakt de Klachtencommissie, ambtshalve, op vraag van een van de partijen of op vraag van het lid zelf, elk lid van wie de onafhankelijkheid ten aanzien van de behandeling van de klacht kan worden betwist.

Wat is de Klachtencommissie?

Een groep van drie leden van de Commissie van toezicht, voorgezeten door een jurist met een master in de rechten. Zij behandelt uw klachten.

Wat doet ze nog?

Niets anders: haar leden zijn enkel bezig met de behandeling van klachten (zie titel VIII, hoofdstuk I).

Wat als een lid niet onafhankelijk is?

Dan wordt dat lid gewraakt, ambtshalve of op vraag van een partij of van het lid zelf.

KORT GEZEGD

De Klachtencommissie bestaat uit drie leden van de Commissie van toezicht en behandelt uitsluitend klachten van gedetineerden.

Artikel 31/1

WAT ZEGT DE WET?

De leden van de Commissies van toezicht en de leden van de klachtencommissie hebben recht op een presentiegeld waarvan het bedrag per gepresteerde dag 90 euro bedraagt. Werkzaamheden die per dag minder dan vier uur bestrijken, geven recht op de helft van het vastgesteld presentiegeld. Dit presentiegeld valt onder de indexeringsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van de federale overheidsdiensten. Het wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.

Waarover gaat dit artikel?

Over het presentiegeld dat leden van de Commissies van toezicht en van de Klachtencommissie krijgen: 90 euro per gepresteerde dag, de helft bij minder dan vier uur. Het geld wordt geïndexeerd.

KORT GEZEGD

De leden van de commissies krijgen een vast bedrag per gepresteerde dag.

HOOFDSTUK V. - Toegang tot de gevangenis.

Artikel 32

WAT ZEGT DE WET?

De toegang tot de gevangenis wordt afhankelijk gesteld van controle- en veiligheidsmaatregelen, met inbegrip van de vastlegging en de opslag van de beeltenis van de persoon die de gevangenis betreedt, waarvan de Koning de aard en de nadere regels bepaalt. Het identiteitsdocument dat bij toegang tot de gevangenis wordt voorgelegd met het oog op identificatie van de bezoeker, kan voor de duur van het bezoek in bewaring worden genomen.

Wat gebeurt er als iemand de gevangenis binnengaat?

Er zijn controle- en veiligheidsmaatregelen. De Koning bepaalt welke. Daartoe kan ook een foto van de bezoeker worden genomen en bewaard.

Moet een bezoeker zijn identiteitskaart afgeven?

Het document waarmee de bezoeker zich identificeert, kan voor de duur van het bezoek bewaard worden.

KORT GEZEGD

Wie de gevangenis binnengaat, wordt gecontroleerd, gefotografeerd en kan tijdelijk zijn identiteitsdocument moeten afgeven.

Artikel 33

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement, het Parlement van de Franse Gemeenschap, het Parlement van het Waalse Gewest, het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Belgische leden van het Europees Parlement, alsook, binnen zijn rechtsgebied, de stafhouder of het lid van de raad van de Orde dat de stafhouder daartoe aanwijst, hebben toegang tot de gevangenissen door van hun hoedanigheid te doen blijken. Om een bewoonde verblijfsruimte te betreden of om in contact te treden met bepaalde gedetineerden is een bijzondere toelating van de directeur-generaal of zijn gemachtigde vereist. Deze bezoekers worden vergezeld door de directeur of door het personeelslid dat hij aanwijst.

§ 2. Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen stelt de Koning, in aanvulling op deze wet, de regels vast voor de toegang tot de gevangenissen :

1° voor personen of instanties die met leden van het personeel van de gevangenis gelijk te stellen zijn op grond van hun professionele of statutaire betrokkenheid bij de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel;

2° voor personen of instanties die belast zijn met het toezicht of de controle op de gevangenissen of de bejegening van de gedetineerden of met het verlenen van advies daarover aan de minister;

3° voor openbare officieren of ambtenaren die zich in de gevangenis aanmelden voor de uitoefening van hun ambt of het volbrengen van hun opdrachten.

Wie heeft vrije toegang tot de gevangenis?

Parlementsleden (Kamer, Senaat, Vlaams, Franstalig, Waals, Duitstalig en Brussels parlement, en Belgische Europarlementsleden) en, binnen hun rechtsgebied, de stafhouder van de balie of een lid van de raad van de Orde dat hij aanwijst.

Mogen ze overal binnen?

Om een bewoonde verblijfsruimte te betreden of met bepaalde gedetineerden te praten, hebben ze een bijzondere toelating van de directeur-generaal of zijn gemachtigde nodig. Ze worden begeleid.

Wie krijgt nog toegang?

Personeel en gelijkgestelden, personen die toezicht houden en adviseren, en openbare ambtenaren die hun ambt moeten uitoefenen. De Koning bepaalt de regels.

Kan ik een parlementslid of mijn stafhouder zelf spreken?

Zij hebben toegang tot de gevangenis, maar om met u in contact te treden is een bijzondere toelating nodig van de directeur-generaal of zijn gemachtigde. U kunt hen wel schrijven. Brieven aan parlementen en aan de stafhouder worden niet gecontroleerd (artikel 57).

KORT GEZEGD

Parlementsleden en de stafhouder mogen de gevangenis in, maar hebben een bijzondere toelating nodig om in cellen te komen of bepaalde gedetineerden te spreken.

Artikel 34

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Behoudens andersluidende wettelijke bepalingen hebben andere personen geen toegang tot de gevangenissen dan na toelating door de minister.

§ 2. Zij worden vergezeld door de directeur of door het personeelslid dat hij aanwijst.

§ 3. Tenzij zij hiertoe een bijzondere toelating van de minister ontvingen, mogen zij noch in de bewoonde verblijfsruimtes binnentreden, noch in contact komen met de gedetineerden, noch zich in verbinding stellen met andere personeelsleden dan deze die ermee belast werden hen in de gevangenis te begeleiden.

Kunnen andere personen de gevangenis bezoeken?

Alleen met toelating van de minister. Ze worden begeleid.

Mogen ze met gedetineerden praten?

Nee, tenzij de minister daarvoor een bijzondere toelating geeft. Ze mogen ook niet in de bewoonde verblijfsruimtes komen of met andere personeelsleden praten dan hun begeleider.

KORT GEZEGD

Andere personen komen enkel de gevangenis in met toelating van de minister, en praten niet met gedetineerden zonder bijzondere toelating.


 

TITEL IV. - Detentieplanning.

HOOFDSTUK I. - Onderzoek naar de persoon en de levenssituatie van de veroordeelde.

Artikel 35

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Zodra de veroordeelde ingesloten en onthaald werd, wordt een aanvang gemaakt met een onderzoek naar zijn persoon en levenssituatie met het oog op het opstellen van het in artikel 38 bedoelde individueel detentieplan.

§ 2. Van het in § 1 bedoelde onderzoek kan worden afgezien wanneer dit, gelet op de korte duur van het te ondergaan gedeelte van de vrijheidsstraf, niet aangewezen is en de veroordeelde hiermee instemt of wanneer de veroordeelde geen detentieplan wenst. De instemming of de omstandigheid dat de veroordeelde geen detentieplan wenst, waarop door de veroordeelde steeds kan worden teruggekomen, wordt opgetekend in het dossier van de veroordeelde.

§ 3. Indien de veroordeelde reeds een vrijheidsstraf ondergaat, mag het onderzoek beperkt blijven tot aangelegenheden die rechtstreeks van belang zijn om een reeds bestaand individueel detentieplan eventueel bij te stellen.

Wat gebeurt er nadat ik als veroordeelde ben ingesloten?

Zodra u ingesloten en onthaald bent, begint een onderzoek naar uw persoon en levenssituatie. Dat onderzoek dient om uw individueel detentieplan op te stellen.

Kan dat onderzoek achterwege blijven?

Ja, als uw straf nog maar kort duurt en u ermee instemt, of als u geen detentieplan wenst. Dat wordt in uw dossier genoteerd en u kunt altijd van gedachten veranderen.

En als ik al een straf ondergaat?

Dan mag het onderzoek beperkt blijven tot zaken die nodig zijn om een bestaand detentieplan aan te passen.

KORT GEZEGD

Als veroordeelde wordt u onderzocht om een detentieplan op te stellen, tenzij uw straf kort is of u dat niet wilt.

Artikel 36

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Het onderzoek naar de persoon en de levenssituatie van de veroordeelde omvat een onderzoek naar de omstandigheden waarvan de kennis noodzakelijk is :

1° om het door artikel 6, § 2, geformuleerde schadebeperkingbeginsel te individualiseren;

2° om de in artikel 9, § 2, bedoelde doelstellingen bij de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf te individualiseren;

3° om, zo nodig, de beslissing tot plaatsing oordeelkundig bij te stellen op grond van gegevens die worden verkregen tijdens het in de bepalingen onder 1° en 2° bedoelde onderzoek.

§ 2. De veroordeelde heeft het recht kennis te nemen van de onderzoeksresultaten.

Wat wordt er onderzocht?

Alles wat nodig is om de schade van de detentie voor u te beperken, om de doelen van uw straf (herstel, rehabilitatie, terugkeer in de samenleving) op uw situatie af te stemmen en, indien nodig, uw plaatsing aan te passen.

Mag ik de resultaten kennen?

Ja. U hebt het recht kennis te nemen van de onderzoeksresultaten.

KORT GEZEGD

Het onderzoek naar uw situatie dient om uw straf zo passend mogelijk uit te voeren, en u mag de resultaten inzien.

Artikel 37

WAT ZEGT DE WET?

Opgeheven.

Geldt dit artikel nog?

Nee. Het is opgeheven.

HOOFDSTUK II. - Individueel detentieplan.

Artikel 38

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Op basis van het in de artikelen 35 en 36 bedoelde onderzoek wordt, in overleg en met medewerking van de veroordeelde, een individueel detentieplan uitgewerkt.

§ 3. Het individueel detentieplan bevat een schets van het detentietraject en, in voorkomend geval, van de activiteiten die op herstel gericht zijn, met name de schade die de slachtoffers opgelopen hebben. Het detentieplan bevat ook eventuele adviezen over overplaatsingen die voor de veroordeelde redelijkerwijze in het vooruitzicht kunnen worden gesteld, rekening houdend met de duur van de uitgesproken straffen, met de criteria voor de toepassing van bijzondere wijzen van tenuitvoerlegging en van vervroegde invrijheidstelling of met de datum van definitieve invrijheidstelling. Dit plan bevat bovendien voorstellen van activiteiten waaraan de veroordeelde zal deelnemen, zoals :

1° in het kader van de strafuitvoering beschikbare of beschikbaar te stellen arbeid;

2° onderwijs- of vormingsprogramma's, opleidings- of omscholingsactiviteiten en andere activiteiten die op reïntegratie gericht zijn;

3° psychosociale begeleidingsprogramma's of medische of psychologische behandelingsprogramma's. Het detentieplan wordt opgesteld rekening houdend met de mogelijkheden van de gedetineerde en van de penitentiaire administratie.

§ 4. Het detentieplan wordt opgenomen in een samenwerkingsprotocol dat ondertekend wordt door de veroordeelde en door de directeur.

Wat is een individueel detentieplan?

Een persoonlijk plan voor uw detentie dat samen met u wordt opgesteld, op basis van het onderzoek naar uw situatie.

Wat staat erin?

Een schets van uw detentietraject, in voorkomend geval de activiteiten gericht op herstel van de schade van slachtoffers en eventuele adviezen over overplaatsingen die u redelijkerwijze mag verwachten. Ook voorstellen van activiteiten waaraan u zult deelnemen, zoals arbeid, onderwijs of opleiding, begeleidings- of behandelingsprogramma's.

Wordt er rekening gehouden met mijn mogelijkheden?

Ja, met uw mogelijkheden en met die van de penitentiaire administratie.

Moet ik tekenen?

Het plan wordt opgenomen in een samenwerkingsprotocol dat u en de directeur ondertekenen.

Kan mijn detentieplan veranderen?

Ja. Het plan wordt tijdens uw detentie, samen met u, aangevuld, concreter gemaakt en bijgestuurd, bijvoorbeeld als u evolueert of als er gerechtelijke of administratieve beslissingen zijn die uw traject beïnvloeden (artikel 39).

Wie helpt mij bij mijn detentieplan?

De dienst die aan uw gevangenis verbonden is. U hebt recht op voorbereiding en opvolging door die dienst bij het uitwerken en beheren van het plan (artikel 102).

KORT GEZEGD

Samen met u wordt een persoonlijk detentieplan gemaakt met uw traject en activiteiten, dat in een protocol wordt vastgelegd.

Artikel 39

WAT ZEGT DE WET?

Het individueel detentieplan wordt, in samenwerking met de veroordeelde, in de loop van de detentie zoveel als nodig aangevuld, nader geconcretiseerd en bijgestuurd, onder meer in functie van de evolutie van de veroordeelde en van gerechtelijke of administratieve beslissingen die zijn detentietraject beïnvloeden of kunnen beïnvloeden.

Blijft mijn detentieplan altijd hetzelfde?

Nee. Het wordt, samen met u, tijdens de detentie aangevuld, concreter gemaakt en bijgestuurd, bijvoorbeeld door uw evolutie of door beslissingen van rechters of van de administratie.

KORT GEZEGD

Uw detentieplan wordt tijdens uw detentie regelmatig bijgestuurd.

Artikel 40

WAT ZEGT DE WET?

Opgeheven.

Geldt dit artikel nog?

Nee. Het is opgeheven.


 

TITEL V. - Levensvoorwaarden in de gevangenis.

HOOFDSTUK I. - Materiële levensvoorwaarden.

Artikel 41

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerde heeft het recht de verblijfsruimte die hem toegewezen wordt naar eigen goeddunken in te richten, mits eerbiediging van hetgeen in het belang van de orde of de veiligheid door het huishoudelijk reglement wordt bepaald.

§ 2. De Koning bepaalt de voorwaarden waaraan de verblijfsruimtes en de ruimtes voor gemeenschappelijke activiteiten moeten voldoen inzake gezondheid, brandveiligheid en hygiëne, en stelt daartoe regels vast die minstens betrekking hebben op de omvang, de verlichting, de verluchting, de sanitaire voorzieningen en het onderhoud.

Mag ik mijn cel inrichten?

Ja, naar eigen goeddunken, zolang u de regels van het huishoudelijk reglement over orde en veiligheid respecteert.

Aan welke eisen moet een cel voldoen?

De Koning bepaalt de voorwaarden voor de verblijfsruimtes en ruimtes voor gemeenschappelijke activiteiten inzake gezondheid, brandveiligheid en hygiëne, onder meer over de grootte, de verlichting, de verluchting, sanitair en onderhoud.

KORT GEZEGD

U mag uw verblijfsruimte inrichten en de ruimtes moeten aan gezondheids-, brand- en hygiëne-eisen voldoen.

Artikel 42

WAT ZEGT DE WET?

De gedetineerde krijgt voldoende voedsel dat voldoet aan de normen van de moderne hygiëne en zo nodig aangepast is aan de vereisten van zijn gezondheidstoestand.

Wat moet ik te eten krijgen?

Voldoende voedsel dat voldoet aan de normen van moderne hygiëne. Zo nodig wordt het aangepast aan uw gezondheidstoestand.

KORT GEZEGD

U hebt recht op voldoende, hygiënisch voedsel dat zo nodig aan uw gezondheid is aangepast.

Artikel 43

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerde heeft het recht om in de gevangenis zijn eigen kledij en schoeisel te dragen, mits deze voldoen aan de normen die door een gedwongen samenleven met anderen gesteld worden op het vlak van de hygiëne, de welvoeglijkheid, de orde of de veiligheid. Aan gedetineerden die hun eigen kledij en schoeisel niet wensen te dragen, wordt door de gevangenis behoorlijke kledij en schoeisel ter beschikking gesteld.

§ 2. De directeur kan de gedetineerde verplichten door de gevangenis ter beschikking gestelde, behoorlijke kledij of schoeisel te dragen, wanneer de eigen kledij en het eigen schoeisel van de gedetineerde niet aan de in § 1, eerste lid, gestelde normen beantwoorden.

§ 3. De gedetineerde kan verplicht worden tijdens de arbeid of andere activiteiten aangepaste kledij en schoeisel te dragen die hem daartoe ter beschikking worden gesteld.

§ 4. In het huishoudelijk reglement worden de in de gevangenis geldende regels met betrekking tot het dragen en het onderhoud van kledij en schoeisel nader omschreven.

Mag ik mijn eigen kleren dragen?

Ja, zolang ze voldoen aan de normen voor hygiëne, welvoeglijkheid, orde en veiligheid die het samenleven met anderen vraagt.

En als ik mijn eigen kleren niet wil dragen?

Dan krijgt u behoorlijke kledij en schoeisel van de gevangenis.

Kan ik verplicht worden gevangeniskledij te dragen?

Ja, als uw eigen kleding niet aan de normen voldoet. Ook voor het werk of bepaalde activiteiten kan aangepaste kledij verplicht worden.

KORT GEZEGD

U mag uw eigen kleding dragen als die voldoet aan de normen, anders krijgt u kleding van de gevangenis.

Artikel 44

WAT ZEGT DE WET?

Het inrichtingshoofd draagt er zorg voor dat de gedetineerde in staat wordt gesteld zijn uiterlijk en zijn lichamelijke hygiëne dagelijks behoorlijk te verzorgen.

Kan ik mij wassen en verzorgen?

Ja. Het inrichtingshoofd zorgt dat u dagelijks uw uiterlijk en lichamelijke hygiëne behoorlijk kunt verzorgen.

KORT GEZEGD

U moet dagelijks de kans krijgen om u te wassen en te verzorgen.

Artikel 45

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De voorwerpen die de gedetineerde bij zijn insluiting in de gevangenis bij zich draagt en de voorwerpen die hij tijdens zijn verblijf verwerft, worden overeenkomstig de regels die de Koning zal vaststellen in het belang van de orde en de veiligheid, naargelang het geval, en onverminderd andere wettelijke bepalingen, hetzij in zijn bezit gelaten, hetzij voor hem in bewaring genomen onder afgifte van een bewijs van ontvangst, hetzij op zijn verzoek uit de gevangenis verwijderd.

§ 2. De gedetineerde heeft het recht de hem toebehorende voorwerpen waarvan het bezit niet onverenigbaar is met de orde en de veiligheid in zijn verblijfsruimte onder te brengen dan wel bij zich te hebben, overeenkomstig door het huishoudelijk reglement te bepalen regels.

Wat gebeurt er met mijn spullen als ik word ingesloten?

Spullen die u bij u hebt of verwerft, kunnen u gelaten worden, voor u bewaard worden (met een bewijs van ontvangst) of op uw verzoek uit de gevangenis verwijderd worden.

Mag ik eigen spullen in mijn cel hebben?

Ja, als het bezit ervan niet onverenigbaar is met orde en veiligheid, volgens de regels van het huishoudelijk reglement.

KORT GEZEGD

Uw spullen worden u gelaten, bewaard of verwijderd volgens de regels, en u mag veilige eigen spullen in uw cel houden.

Artikel 46

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerden hebben niet het recht in de gevangenis contant geld te bezitten.

§ 2. De gedetineerde wordt in de gelegenheid gesteld om, overeenkomstig de door de Koning vast te stellen regels, te beschikken over een individuele rekening.

§ 3. Het inrichtingshoofd en de personen die instaan voor het beheer van deze individuele rekening zijn gehouden tot een discretieplicht.

Mag ik geld op zak hebben?

Nee, geen contant geld in de gevangenis.

Hoe beheer ik dan mijn geld?

U kunt beschikken over een individuele rekening, volgens de regels van de Koning. Wie die rekening beheert, moet discreet zijn.

KORT GEZEGD

Geen contant geld in de gevangenis, maar wel een persoonlijke rekening waarover discreet gewaakt wordt.

Artikel 47

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Tenzij het hem bij wijze van tuchtsanctie werd ontzegd, heeft een gedetineerde het recht, binnen de door het huishoudelijk reglement bepaalde perken, op eigen kosten gebruiks- en verbruiksgoederen aan te schaffen uit een aanbod dat door tussenkomst van een in elke gevangenis in te richten kantinedienst wordt verstrekt en dat zoveel mogelijk tegemoet komt aan de behoeften van de gedetineerden.

§ 2. Goederen die de orde of de veiligheid in gevaar kunnen brengen, worden uit het aanbod geweerd.

Mag ik zaken kopen?

Ja, op eigen kosten in de kantine van de gevangenis, binnen de grenzen van het huishoudelijk reglement. Dat recht kan u als tuchtstraf ontzegd worden.

Welke producten zijn er?

Het aanbod moet zoveel mogelijk aan de behoeften van gedetineerden voldoen. Goederen die orde of veiligheid in gevaar kunnen brengen, zijn uitgesloten.

KORT GEZEGD

U kunt in de kantine op eigen kosten spullen kopen, behalve producten die de veiligheid in gevaar brengen.

HOOFDSTUK II. - Samenlevingsvoorwaarden.

Afdeling I. - Algemeen.

Artikel 48

WAT ZEGT DE WET?

Behoudens de door of krachtens de wet bepaalde uitzonderingen vindt de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf en de vrijheidsbenemende maatregel plaats in een gemeenschapsregime of in een regime van beperkte gemeenschap, tenzij plaatsing in een individueel bijzonder beveiligingsregime noodzakelijk is.

Hoe leef ik samen met de andere gedetineerden?

Er zijn twee regimes: het gemeenschapsregime en het regime van beperkte gemeenschap. Alleen als het echt nodig is, kunt u in een individueel bijzonder veiligheidsregime worden geplaatst.

KORT GEZEGD

Normaal leeft u in een gemeenschapsregime of een regime van beperkte gemeenschap.

Afdeling II. - Gemeenschapsregime.

Artikel 49

WAT ZEGT DE WET?

In een gemeenschapsregime verblijven de gedetineerden, behoudens wanneer zij daarvan vrijgesteld zijn of wanneer zij verplicht of gerechtigd zijn zich in hun verblijfsruimte op te houden, in gemeenschappelijke leef- en werkruimten en nemen zij gemeenschappelijk deel aan in de gevangenis georganiseerde activiteiten.

Wat is een gemeenschapsregime?

Een regime waarin u in gemeenschappelijke leef- en werkruimten verblijft en samen met anderen aan activiteiten deelneemt.

Wanneer zit ik dan alleen op mijn cel?

Als u vrijgesteld bent of verplicht of gerechtigd bent u in uw verblijfsruimte op te houden.

KORT GEZEGD

In een gemeenschapsregime leeft, werkt en neemt u deel aan activiteiten samen met anderen.

Artikel 50

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De directeur kan, voor de duur die hij bepaalt, de veroordeelde die een gemeenschapsregime geniet op diens verzoek vrijstellen van een verblijf in gemeenschappelijke leef- en werkruimten of van deelname aan één of meer gemeenschappelijke activiteiten, wanneer hij de ingeroepen gronden voor die vrijstelling als redelijk beschouwt.

§ 2. De gedetineerden verblijven in hun verblijfsruimte tijdens de voor de nachtrust bepaalde tijd en tijdens andere in het huishoudelijk reglement bepaalde periodes of activiteiten.

Kan ik vrijgesteld worden van gemeenschappelijke activiteiten?

Als veroordeelde in een gemeenschapsregime kan de directeur u op uw verzoek vrijstellen, voor een door hem bepaalde duur, als hij uw redenen redelijk vindt.

Wanneer moet ik op mijn cel zijn?

Tijdens de nachtrust en tijdens andere periodes of activiteiten die in het huishoudelijk reglement staan.

KORT GEZEGD

De directeur kan u op verzoek vrijstellen van gemeenschappelijke activiteiten en 's nachts verblijft u op uw cel.

Afdeling III. - Regime van beperkte gemeenschap.

Artikel 51

WAT ZEGT DE WET?

In een regime van beperkte gemeenschap worden de gedetineerden in de gelegenheid gesteld deel te nemen aan gemeenschappelijke activiteiten. Daarbuiten houden zij zich op in hun toegewezen verblijfsruimte.

Wat is een regime van beperkte gemeenschap?

U mag deelnemen aan gemeenschappelijke activiteiten, maar buiten die momenten blijft u in uw toegewezen verblijfsruimte.

KORT GEZEGD

In beperkte gemeenschap zit u buiten de gemeenschappelijke activiteiten op uw cel.

Afdeling IV. - Bijzondere bepaling voor verdachten.

Artikel 52

WAT ZEGT DE WET?

Behoudens de door of krachtens de wet bepaalde uitzonderingen wordt de verdachte te allen tijde in de gelegenheid gesteld om zich in zijn verblijfsruimte af te zonderen, onverminderd zijn recht om deel te nemen aan gemeenschappelijke activiteiten.

Kan ik me als verdachte afzonderen?

Ja. U wordt altijd in de gelegenheid gesteld u in uw verblijfsruimte af te zonderen, ook al mag u deelnemen aan gemeenschappelijke activiteiten.

KORT GEZEGD

Een verdachte mag zich altijd in zijn verblijfsruimte afzonderen.

HOOFDSTUK III. - Contacten met de buitenwereld.

Afdeling I. - Algemeen beginsel.

Artikel 53

WAT ZEGT DE WET?

De gedetineerde heeft recht op contacten met de buitenwereld binnen de beperkingen die door of krachtens de wet worden bepaald.

Mag ik contact houden met de buitenwereld?

Ja, binnen de beperkingen die de wet of een besluit oplegt. Het gaat om brieven, bezoek, telefoon en contacten met advocaten, consulaten en media.

KORT GEZEGD

U hebt recht op contact met de buitenwereld, binnen de wettelijke beperkingen.

Afdeling II. - Briefwisseling.

Artikel 54

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Onverminderd andersluidende wettelijke bepalingen heeft de gedetineerde het recht, onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 55 tot 57, een onbeperkt aantal brieven te verzenden en te ontvangen.

§ 2. Voorzover geen andere regeling geldt, is de gedetineerde verplicht zijn brieven te verzenden en te ontvangen door tussenkomst van de directeur.

Hoeveel brieven mag ik schrijven en ontvangen?

Een onbeperkt aantal, onder de voorwaarden van de artikelen 55 tot 57.

Hoe loopt mijn post?

Als er geen andere regeling geldt, verloopt uw post via de directeur.

KORT GEZEGD

U mag onbeperkt brieven verzenden en ontvangen, meestal via de directeur.

Artikel 55

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De brieven die aan de gedetineerde worden toegezonden kunnen, voor ze overhandigd worden, aan de controle van de directeur of van het personeelslid dat deze aanwijst, onderworpen worden. Met het oog op de handhaving van de orde of de veiligheid, heeft deze controle betrekking op de aanwezigheid van de aan de briefwisseling vreemde voorwerpen of substanties. De controle laat het lezen van de brief niet toe, tenzij er geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat dit noodzakelijk is voor de handhaving van de orde of de veiligheid. In voorkomend geval kan het lezen van de brief in afwezigheid van de gedetineerde gebeuren.

§ 2. De directeur heeft de bevoegdheid om de brieven of de bijgesloten voorwerpen en substanties niet te bezorgen aan de gedetineerde, wanneer dit volstrekt noodzakelijk is voor de handhaving van de orde of de veiligheid.

§ 3. Indien de directeur beslist brieven of bijgesloten voorwerpen of substanties niet te bezorgen, wordt de gedetineerde daarvan schriftelijk in kennis gesteld, alsmede van de motieven die aan deze beslissing ten grondslag liggen.

§ 4. De Koning stelt nadere regels vast met betrekking tot de controle van de aan de gedetineerde toegezonden brieven en bijgesloten voorwerpen.

Wordt mijn inkomende post gecontroleerd?

Ja, de directeur of een aangewezen personeelslid kan de brieven controleren voor ze worden overhandigd. Die controle gaat over de aanwezigheid van voorwerpen of stoffen die niet bij een brief horen.

Wordt mijn brief gelezen?

In principe niet. Alleen als er individuele aanwijzingen zijn dat het nodig is voor orde of veiligheid. Dat kan dan zonder u erbij.

Kan de directeur mijn brief tegenhouden?

Ja, als het volstrekt noodzakelijk is voor orde of veiligheid. U krijgt dan schriftelijk bericht met de redenen.

Word ik daarvan verwittigd?

Ja. Als de directeur beslist een brief of bijlage niet te bezorgen, wordt u hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht, met de reden. De Koning kan nog nadere regels bepalen.

Wat kan ik doen als een brief of bijlage niet aan mij wordt bezorgd?

Dan hebt u recht op een schriftelijke mededeling met de reden. Ontevreden? U kunt klacht indienen bij de Klachtencommissie (artikel 148 en volgende), binnen zeven dagen nadat u de beslissing kreeg.

KORT GEZEGD

Binnenkomende brieven worden gecontroleerd op voorwerpen of stoffen maar niet gelezen, behalve bij individuele aanwijzingen, en u wordt altijd schriftelijk op de hoogte gebracht als een brief niet wordt bezorgd.

Artikel 56

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De brieven die de gedetineerden verzenden, worden vóór de verzending ervan niet aan de controle van de directeur of van het personeelslid dat deze aanwijst, onderworpen, tenzij er geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat controle noodzakelijk is in het belang van de orde of de veiligheid. In voorkomend geval kan de brief, met het oog op controle en, indien nodig, met het oog op het lezen ervan, geopend worden in afwezigheid van de gedetineerde.

§ 2. In geval van toepassing van § 1 heeft de directeur de bevoegdheid de voor verzending aangeboden brieven niet te verzenden, wanneer dit volstrekt noodzakelijk is voor de handhaving van de orde of de veiligheid.

§ 3. Indien de directeur beslist de brief niet te verzenden, wordt de gedetineerde schriftelijk in kennis gesteld van de motieven die aan de basis liggen van deze beslissing. De brief wordt aan de gedetineerde terugbezorgd, tenzij er redenen zijn om de brief ter beschikking te houden van de gerechtelijke overheden.

§ 4. De Koning stelt nadere regels vast met betrekking tot de controle van de uitgaande briefwisseling van de gedetineerde.

Wordt mijn uitgaande post gecontroleerd?

In principe niet. Alleen als er individuele aanwijzingen zijn dat dit nodig is voor orde of veiligheid. Dan kan de brief zonder u geopend en eventueel gelezen worden.

Kan mijn brief tegengehouden worden?

Ja, als het volstrekt noodzakelijk is. U krijgt dan schriftelijk de redenen. De brief wordt u teruggegeven, tenzij hij moet worden bewaard voor de gerechtelijke overheden.

Wat kan ik doen als mijn brief niet verzonden wordt?

U ontvangt de reden schriftelijk en de brief wordt aan u teruggegeven. Ook hier kunt u klacht indienen bij de Klachtencommissie (artikel 148 en volgende).

KORT GEZEGD

Uw uitgaande brieven worden normaal niet gecontroleerd, behalve bij individuele aanwijzingen.

Artikel 57

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De brieven afkomstig van of gericht aan de volgende personen of overheden zijn niet onderworpen aan de in de artikelen 55 en 56 bepaalde controle :

1° de Koning;

2° de voorzitter van het Europees Parlement, de voorzitter van de Senaat, de Kamer van volksvertegenwoordigers, het Vlaams Parlement, het Parlement van de Franse Gemeenschap, het Parlement van het Waalse Gewest, het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap en het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

3° de ministers en staatssecretarissen van de Federale Regering; de ministers en staatssecretarissen van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen;

4° de voorzitter van het directiecomité van de FOD Justitie, de directeur-generaal, de adviseurs-generaal en de regionale directeurs van het directoraat-generaal waaronder de penitentiaire administratie ressorteert;

5° de directeur van de gevangenis;

6° de voorzitter en de leden van de Centrale Raad;

7° de maandcommissaris, de voorzitter en de leden van de commissies van toezicht;

8° de voorzitter van het beschermingscomité van het arrondissement waar de gevangenis gelegen is;

9° de voorzitters van het Grondwettelijk Hof;

10° de rechterlijke overheden;

11° de eerste voorzitter van de Raad van State, de auditeur-generaal bij de Raad van State, de hoofdgriffier van de Raad van State;

12° de syndicus van de gerechtsdeurwaarders en de voorzitters van de Kamer van notarissen van het arrondissement waar de gevangenis gelegen is;

13° de voorzitter van het Europees Comité ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing;

14° de ombudsmannen van de federale overheid en de gemeenschappen en gewesten.

15° de stafhouder van de Orde van advocaten van het arrondissement waar de gevangenis gelegen is;

16° de voorzitter van de Hoge Raad voor de Justitie;

17° de twee codirecteurs van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme opgericht door het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013

18° de bij de Federale Commissie opgerichte ombudsdienst " Rechten van de patiënt ";

19° de voorzitter van het Vast Comité van toezicht op de politiediensten;

20° de inspecteur-generaal van de Algemene Inspectie van de federale politie en de lokale politie;

21° de voorzitter van het Controleorgaan op de politionele informatie;

22° de voorzitter van de Gegevensbeschermingsautoriteit. Om van deze mogelijkheid gebruik te maken, richten de gedetineerden hun brieven aan het adres waar deze personen of overheden hun ambt uitoefenen.

§ 2. De Koning kan deze lijst van personen en overheden aanvullen.

Welke brieven worden nooit gecontroleerd?

Brieven van of aan een lange lijst personen en instanties, zoals de Koning, parlementen, ministers, de leiding van de penitentiaire administratie, de directeur, de Centrale Raad en commissies van toezicht, rechterlijke overheden, het Grondwettelijk Hof, de Raad van State, uw stafhouder, ombudsmannen, het Europees Comité ter voorkoming van foltering, Unia en de Gegevensbeschermingsautoriteit.

Hoe gebruik ik dat recht?

U schrijft naar het adres waar die persoon of instantie haar ambt uitoefent.

Kan de lijst nog veranderen?

Ja, de Koning kan hem aanvullen.

Waarom bestaat deze lijst?

Omdat u moet kunnen klagen bij of vragen stellen aan instanties die toezicht houden of u kunnen helpen, zonder dat iemand in de gevangenis meeleest. Het gaat vooral om de hoogste overheden, de toezichts- en klachtenorganen, rechterlijke overheden, ombudsdiensten en instanties die waken over mensenrechten en gegevensbescherming.

Welke instanties zijn vooral nuttig voor een gedetineerde?

Onder meer de directeur zelf, de maandcommissaris en de leden van de commissie van toezicht, de leden van de Centrale Raad, de stafhouder van de Orde van advocaten, de rechterlijke overheden, de ombudsmannen, het Europees Comité ter voorkoming van foltering, de ombudsdienst "Rechten van de patiënt" en Unia (tegen discriminatie en racisme).

Geldt dit ook voor brieven aan mijn advocaat?

Voor uw advocaat bestaat er een aparte, eigen regeling (artikel 66). Daar wordt de post eveneens niet gecontroleerd door de directeur.

KORT GEZEGD

Brieven aan of van belangrijke instanties zoals parlementen, rechters, uw stafhouder of ombudsmannen worden niet gecontroleerd.

Afdeling III. - Bezoek.

Artikel 58

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Behoudens de door de wet bepaalde uitzonderingen hebben de verdachten het recht om dagelijks bezoek te ontvangen.

§ 2. Behoudens de door de wet bepaalde uitzonderingen hebben de overige gedetineerden recht op minimum drie bezoeken per week, gespreid over drie dagen, waarvan op zijn minst een dag in het weekend en de woensdagnamiddag.

§ 3. De duur van een bezoek is minimum één uur.

§ 4. Behoudens de door de wet voorziene uitzonderingen heeft iedere gedetineerde minstens eenmaal per maand recht op ongestoord bezoek gedurende minimum twee uur, overeenkomstig de door de Koning te bepalen voorwaarden en nadere regels.

Hoe vaak mag ik bezoek krijgen?

Dat hangt ervan af of u verdachte bent of niet. Een verdachte is iemand die nog niet definitief veroordeeld is.

•  Bent u verdachte? Dan mag u elke dag bezoek krijgen.

•  Bent u veroordeeld of zit u om een andere reden vast? Dan hebt u minstens drie bezoeken per week.

Op welke dagen vinden die drie bezoeken plaats?

De drie bezoeken moeten op drie verschillende dagen vallen. Eén daarvan moet in het weekend kunnen plaatsvinden, en één op woensdagnamiddag. Zo kunnen ook mensen die werken of school hebben, op bezoek komen.

Hoe lang duurt een bezoek?

Minstens één uur. Een bezoek korter dan een uur is dus niet toegelaten.

Wat is een ongestoord bezoek?

Dat is een bezoek waarbij u wat meer privacy hebt. Bijvoorbeeld zonder dat er een glazen wand tussen u en uw bezoeker staat. Dat bezoek duurt minstens twee uur.

U hebt hier minstens één keer per maand recht op. Hoe het precies verloopt, bepaalt de Koning (de regering) in een apart besluit. Het huishoudelijk reglement van uw gevangenis kan de uren en lokalen verder regelen.

Zijn er uitzonderingen?

Ja. In de wet staat telkens "behoudens de door de wet bepaalde uitzonderingen". Dat betekent dat de wet zelf bezoek in bepaalde gevallen kan beperken. Enkele voorbeelden:

•  De directeur kan een bezoek in bepaalde gevallen tijdelijk weigeren of laten doorgaan achter een glazen wand. Dat staat in de artikelen 59 en 60.

•  Bij verdachten kan de onderzoeksrechter het bezoek van bepaalde, met naam genoemde personen verbieden.

Een weigering moet schriftelijk gebeuren en met redenen omkleed zijn.

Wat kan ik doen als mijn recht op bezoek niet wordt nageleefd?

U kunt een klacht indienen bij de Klachtencommissie van uw gevangenis. Dat moet uiterlijk op de zevende dag nadat u de beslissing kende. Ook als er helemaal geen beslissing komt, kunt u klagen. Hoe dat werkt, wordt uitgelegd bij de artikelen 147 tot 158.

KORT GEZEGD

Een verdachte mag dagelijks bezoek krijgen. Wie niet verdachte is, mag minstens drie bezoeken per week krijgen van minstens één uur. Iedereen heeft minstens één keer per maand recht op een ongestoord bezoek van minstens twee uur. Uitzonderingen zijn alleen mogelijk als de wet ze toelaat.

Artikel 59

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Bloed- en aanverwanten in de rechte lijn, de voogd, de echtgenoot, de wettelijk of feitelijk samenwonende partner, de broers, zusters, ooms en tantes worden toegelaten tot het bezoek aan de gedetineerden na van hun hoedanigheid te hebben doen blijken. De directeur kan aan deze personen het bezoek enkel voorlopig ontzeggen, wanneer er geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat het bezoek de handhaving van de orde of de veiligheid ernstig in gevaar kan brengen en wanneer de nadere regels voor het bezoek die bepaald zijn in artikel 60, § 3, ontoereikend zijn om dit gevaar af te wenden. Onverminderd het vorige lid, kan de directeur het ongestoord bezoek tijdelijk weigeren :

1° wanneer de bezoeker of de gedetineerde eerder de bezoekregeling niet heeft nageleefd en er redenen bestaan om aan te nemen dat deze inbreuk op de bezoekregeling zich kan herhalen;

2° wanneer de gedetineerde of de bezoeker niet-toegelaten voorwerpen in de gevangenis heeft binnengebracht;

3° wanneer de persoonlijkheid van de gedetineerde een contra-indicatie vormt voor de toekenning van ongestoord bezoek.

§ 2. Andere bezoekers worden toegelaten tot het bezoek na een voorafgaande toelating door de directeur. Een toelating tot bezoek kan enkel worden geweigerd wanneer de betrokken persoon van geen gerechtvaardigd belang kan doen blijken of wanneer er geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat het bezoek de handhaving van de orde of de veiligheid in gevaar kan brengen. Onverminderd het vorige lid, kan de directeur het ongestoord bezoek tijdelijk weigeren :

1° wanneer de bezoeker of de gedetineerde eerder de bezoekregeling niet heeft nageleefd en er redenen bestaan om aan te nemen dat deze inbreuk op de bezoekregeling zich kan herhalen;

2° wanneer de gedetineerde of de bezoeker niet-toegelaten voorwerpen in de gevangenis heeft binnengebracht;

3° wanneer de persoonlijkheid van de gedetineerde een contra-indicatie vormt voor de toekenning van ongestoord bezoek.

§ 3. De voorlopige ontzegging of weigering geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed.

Wie mag me zeker bezoeken?

Bloed- en aanverwanten in de rechte lijn, uw voogd, uw echtgenoot, uw wettelijke of feitelijke partner, broers, zussen, ooms en tantes, nadat ze hun hoedanigheid hebben bewezen.

Kan de directeur hen weigeren?

Alleen voorlopig, als er individuele aanwijzingen zijn dat het bezoek orde of veiligheid ernstig in gevaar brengt en een glazen wand dat gevaar niet kan afwenden. Het ongestoord bezoek kan ook tijdelijk geweigerd worden als u of de bezoeker de bezoekregels eerder niet heeft nageleefd, verboden voorwerpen heeft binnengebracht of uw persoonlijkheid daartegen pleit.

En andere bezoekers?

Ze hebben vooraf toelating van de directeur nodig. Die kan alleen geweigerd worden als de persoon geen gerechtvaardigd belang heeft of als er individuele aanwijzingen zijn dat het bezoek de orde of veiligheid in gevaar kan brengen.

Hoe wordt een weigering meegedeeld?

Schriftelijk, met redenen.

Wanneer kan ongestoord bezoek tijdelijk geweigerd worden?

Als de bezoeker of u eerder de bezoekregeling niet naleefde en dat zich kan herhalen; als u of de bezoeker niet-toegelaten voorwerpen binnenbracht; of als uw persoonlijkheid een contra-indicatie vormt voor ongestoord bezoek.

Wat kan ik doen als mijn bezoek geweigerd wordt?

De weigering moet schriftelijk en met redenen gebeuren. U kunt klacht indienen bij de Klachtencommissie (artikel 148 en volgende).

Is een voorlopige ontzegging hetzelfde als een weigering?

Bij de naaste familie (§ 1) kan de directeur het bezoek enkel voorlopig ontzeggen. Bij andere bezoekers (§ 2) is een weigering mogelijk als er geen gerechtvaardigd belang is of als orde of veiligheid in gevaar komt.

KORT GEZEGD

Uw naaste familie en partner mogen u in principe bezoeken. De directeur kan een bezoek alleen voorlopig weigeren, schriftelijk en met redenen.

Artikel 60

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. In het huishoudelijk reglement wordt de regeling van het bezoek bepaald, zowel wat de tijdstippen en de lokalen betreft als wat de regels betreft met betrekking tot de wijze waarop de gedetineerden en de bezoekers zich dienen te gedragen.

§ 2. Het inrichtingshoofd draagt er zorg voor dat het bezoek kan plaatsvinden in omstandigheden die de banden met het affectief milieu in stand houden of bevorderen, inzonderheid wanneer het een bezoek door minderjarigen aan hun ouder betreft.

§ 3. De directeur kan beslissen dat de bezoeken aan een gedetineerde plaatsvinden in een lokaal voorzien van een transparante wand die de bezoekers van de gedetineerde scheidt, in de volgende gevallen :

1° wanneer er ernstige redenen bestaan dat er zich tijdens het bezoek incidenten kunnen voordoen die de orde of de veiligheid in het gedrang kunnen brengen;

2° op verzoek van de bezoeker;

3° op verzoek van de gedetineerde;

4° als de bezoeker of de gedetineerde eerder de bezoekregeling niet heeft nageleefd en er redenen bestaan om aan te nemen dat deze inbreuk op de bezoekregeling zich kan herhalen.

Wie bepaalt de uren en regels van het bezoek?

Het huishoudelijk reglement bepaalt tijdstippen, lokalen en gedragsregels.

Hoe zit het met kinderen?

Het inrichtingshoofd zorgt dat het bezoek kan plaatsvinden in omstandigheden die de band met uw familie in stand houden of bevorderen, vooral wanneer minderjarigen hun ouder bezoeken.

Wanneer is er een glazen wand?

De directeur kan beslissen dat het bezoek achter een transparante wand plaatsvindt als er ernstige redenen zijn om incidenten te vrezen, op uw verzoek, op verzoek van de bezoeker, of als u of de bezoeker de bezoekregels eerder niet naleefde en dit zich kan herhalen.

Kan ik zelf een transparante wand vragen?

Ja. Zowel u als de bezoeker kan erom vragen. De directeur kan beslissen dat het bezoek in zo'n lokaal gebeurt.

KORT GEZEGD

De regels van het bezoek staan in het huishoudelijk reglement, familiebezoek wordt bevorderd en een glazen wand is alleen in bepaalde gevallen mogelijk.

Artikel 61

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De directeur kan met het oog op de handhaving van de orde en de veiligheid het aantal personen dat tegelijkertijd tot de gedetineerde wordt toegelaten, beperken.

§ 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 32 kan hij het bezoek afhankelijk stellen van een voorafgaand onderzoek van de door de bezoeker meegebrachte voorwerpen of substanties of van een onderzoek aan de kledij van de bezoeker op de aanwezigheid van voorwerpen of substanties die de orde of de veiligheid in het gedrang kunnen brengen. In voorkomend geval kunnen de in het eerste lid bedoelde voorwerpen, in de mate dat het bezit ervan onverenigbaar is met de gestelde regels voor het bezoek, gedurende het bezoek in bewaring genomen worden of ter beschikking gehouden worden van de gerechtelijke overheden.

Kan het aantal bezoekers beperkt worden?

Ja, de directeur kan het aantal personen dat tegelijk bij u op bezoek komt, beperken voor orde en veiligheid.

Worden bezoekers gecontroleerd?

Ja. Hun meegebrachte voorwerpen en kleding kunnen worden onderzocht. Verboden voorwerpen kunnen in bewaring worden genomen of ter beschikking van de gerechtelijke overheden worden gehouden.

KORT GEZEGD

De directeur mag het aantal bezoekers beperken en bezoekers en hun spullen laten controleren.

Artikel 62

WAT ZEGT DE WET?

Tijdens het bezoek wordt toezicht uitgeoefend met het oog op de handhaving van de orde of de veiligheid.

Is er toezicht tijdens het bezoek?

Ja, om de orde of veiligheid te handhaven.

KORT GEZEGD

Er wordt toezicht gehouden tijdens het bezoek.

Artikel 63

WAT ZEGT DE WET?

Een bezoek mag voortijdig beëindigd worden wanneer een bezoeker of de gedetineerde handelingen stelt die in strijd zijn met de voor het bezoek geldende regels van het huishoudelijk reglement.

Kan een bezoek vroeger eindigen?

Ja, als u of uw bezoeker de regels van het huishoudelijk reglement voor het bezoek overtreedt.

KORT GEZEGD

Een bezoek kan eerder stoppen als de regels niet worden gevolgd.

Afdeling IV. - Gebruik van de telefoon en andere telecommunicatiemiddelen.

Onderafdeling I. - Gebruik van de telefoon.

Artikel 64

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Behoudens de door of krachtens de wet bepaalde uitzonderingen heeft de gedetineerde het recht om op zijn kosten dagelijks te telefoneren met personen van buiten de gevangenis op de tijdstippen en voor een duur die bepaald wordt door het huishoudelijk reglement.

§ 2. Behoudens de wettelijk bepaalde uitzonderingen heeft elke gedetineerde, die pas van zijn vrijheid beroofd werd, het recht op één kosteloos telefoongesprek binnen de landsgrenzen, of buiten de landsgrenzen wanneer er geen diplomatieke of consulaire instantie bestaat in België.

§ 3. De directeur kan de gedetineerde het recht om te telefoneren geheel of gedeeltelijk ontzeggen wanneer er geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat het telefonisch gesprek de handhaving van de orde of de veiligheid kan bedreigen. De beslissing van de directeur is gemotiveerd en wordt schriftelijk meegedeeld aan de gedetineerde.

§ 4. Onverminderd andersluidende bepalingen bepaalt de Koning met wie de gedetineerde niet mag telefoneren.

§ 5. Teneinde een controle van de telefoongesprekken van de gedetineerde mogelijk te maken om redenen van orde en veiligheid, kunnen de door de gedetineerde gevormde telefoonnummers worden geregistreerd, bewaard en geraadpleegd door de penitentiaire administratie en worden meegedeeld aan de gerechtelijke overheden in de gevallen door de wet bepaald, overeenkomstig de nadere regels en de termijnen die bij koninklijk besluit bepaald worden, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De gedetineerde wordt, overeenkomstig de door de Koning bepaalde nadere regels, geïnformeerd van de mogelijkheid van registratie, bewaring en raadpleging van telefoonnummers door de penitentiaire administratie, evenals van de mogelijkheid die hij heeft om aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer de uitoefening van het recht te vragen, bedoeld in artikel 13 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

§ 6. In aanvulling bij de wet stelt de Koning nadere regels vast met betrekking tot het gebruik door de gedetineerde van de telefoon en van de daarmee gelijk te stellen communicatiemiddelen.

Mag ik telefoneren?

Ja, dagelijks, op uw eigen kosten, met personen buiten de gevangenis, op de tijdstippen en voor de duur die het huishoudelijk reglement bepaalt.

Wat als ik net word opgesloten?

Dan hebt u recht op één gratis telefoongesprek binnen België, of naar het buitenland als er in België geen diplomatieke of consulaire instantie van uw land is.

Kan de directeur dat verbieden?

Geheel of gedeeltelijk, als er individuele aanwijzingen zijn dat het gesprek orde of veiligheid bedreigt. De beslissing is gemotiveerd en u krijgt ze schriftelijk.

Worden mijn gesprekken afgeluisterd?

De nummers die u belt, kunnen worden geregistreerd, bewaard en geraadpleegd door de penitentiaire administratie, en aan de gerechtelijke overheden worden meegedeeld in de gevallen die de wet bepaalt. U wordt hierover geïnformeerd en kunt uw rechten laten gelden bij de toezichthouder voor privacy.

Met wie mag ik niet telefoneren?

De Koning bepaalt met wie de gedetineerde niet mag bellen.

Wie betaalt mijn telefoongesprekken?

U zelf, op uw kosten. Alleen het eerste gesprek bij aankomst is gratis.

Wat als de directeur mij het telefoneren verbiedt?

Dan krijgt u een gemotiveerde, schriftelijke beslissing. U kunt klacht indienen bij de Klachtencommissie (artikel 148 en volgende).

KORT GEZEGD

U mag dagelijks op eigen kosten telefoneren, met een gratis gesprek bij aankomst, maar de directeur kan dat in bepaalde gevallen beperken en de gebelde nummers worden geregistreerd.

Onderafdeling II. - Gebruik van andere telecommunicatiemiddelen.

Artikel 65

WAT ZEGT DE WET?

Elk telecommunicatiemiddel dat niet ter beschikking wordt gesteld van de gedetineerden door de penitentiaire administratie of dat niet toegelaten is door of krachtens deze wet, is verboden.

Welke communicatiemiddelen zijn toegelaten?

Enkel die de gevangenis ter beschikking stelt of die de wet toelaat. Alle andere zijn verboden, bijvoorbeeld een eigen gsm.

KORT GEZEGD

Telecommunicatiemiddelen die niet door de gevangenis zijn toegelaten, zijn verboden.

Afdeling V. - Schriftelijke en mondelinge contacten met advocaten.

Artikel 66

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De briefwisseling tussen de gedetineerde en de advocaat van zijn keuze is niet onderworpen aan de in de artikelen 55 en 56 bedoelde controle van de directeur. Teneinde de vrije briefwisseling te verzekeren worden de hoedanigheid en het beroepsadres van de advocaat en de identiteit van de gedetineerde op de briefomslag vermeld.

§ 2. Indien de directeur ernstige gronden heeft om aan te nemen dat de briefwisseling tussen de advocaat en de gedetineerde geen betrekking heeft op rechtshulpverlening, kan hij de ter verzending aangeboden of toegezonden brieven aan de controle onderwerpen van de Stafhouder van de Orde van advocaten van het gerechtelijk arrondissement waar de gevangenis gelegen is.

Wordt mijn post met mijn advocaat gecontroleerd?

Nee, niet door de directeur. Op de envelop moeten de hoedanigheid en het beroepsadres van de advocaat en uw identiteit staan.

Zijn er uitzonderingen?

Als de directeur ernstige redenen heeft om aan te nemen dat de brieven niets met rechtshulp te maken hebben, kan hij ze laten controleren door de stafhouder van de balie.

KORT GEZEGD

Post met uw advocaat wordt niet door de directeur gecontroleerd.

Artikel 67

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Advocaten die van hun hoedanigheid doen blijken, mogen in de gevangenis de gedetineerden die op hen een beroep doen of waarvan zij de belangen behartigen bezoeken, tijdens de uren van de dag die, voor elke gevangenis, worden vastgelegd door de Koning, na advies van de Orde van Vlaamse balies en de Ordre des Barreaux francophones et germanophones. Deze regeling wordt opgenomen in het huishoudelijk reglement.

§ 2. De op grond van artikel 32 door de Koning te bepalen veiligheids- en controlemaatregelen zijn op hen toepasselijk overeenkomstig de door Hem te bepalen nadere regels.

§ 3. Tijdens het gesprek van de advocaat met de gedetineerde kan geen ander dan visueel toezicht uitgeoefend worden.

§ 4. Aan de advocaten die niet in het bezit zijn van een Europese beroepskaart of die niet in één van de Lidstaten van de Europese Unie gevestigd zijn, wordt toegang verleend op grond van een bijzondere machtiging van de minister, na advies van de procureur des Konings en van de stafhouder van de Orde der advocaten van het arrondissement waar de gevangenis gelegen is.

§ 5. Indien de directeur ernstige gronden heeft om aan te nemen dat het bezoek van de advocaat de veiligheid ernstig in gevaar kan brengen, deelt hij dit onmiddellijk mee aan de stafhouder van de Orde der advocaten van het arrondissement waar de gevangenis gelegen is. In afwachting van een beslissing van de stafhouder kan de directeur de advocaat voorlopig de toegang tot de gevangenis ontzeggen.

Mag mijn advocaat mij bezoeken?

Ja, tijdens de uren die de Koning voor elke gevangenis bepaalt na advies van de balies. Dat wordt in het huishoudelijk reglement opgenomen.

Wordt het gesprek afgeluisterd?

Nee. Alleen visueel toezicht is toegelaten.

Wordt mijn advocaat gecontroleerd?

De veiligheids- en controlemaatregelen van artikel 32 gelden ook voor advocaten.

Kan de toegang worden geweigerd?

Bij ernstige gronden dat het bezoek de veiligheid ernstig in gevaar brengt, meldt de directeur dit onmiddellijk aan de stafhouder. In afwachting van diens beslissing kan hij de advocaat voorlopig de toegang weigeren. Advocaten zonder Europese beroepskaart of zonder vestiging in de EU hebben een bijzondere machtiging van de minister nodig.

KORT GEZEGD

Uw advocaat mag u bezoeken zonder dat het gesprek wordt afgeluisterd, met enkele veiligheidsregels.

Artikel 68

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Behoudens de door of krachtens de wet bepaalde uitzonderingen heeft de gedetineerde het recht om op zijn kosten dagelijks te telefoneren met zijn advocaat. De nadere regels hiervoor worden, voor elke gevangenis, vastgelegd door de Koning, na advies van de Orde van Vlaamse balies en de Orde des Barreaux francophones et germanophones. De desbetreffende regeling wordt opgenomen in het huishoudelijke reglement van de gevangenis.

§ 2. De ontzegging van het recht om te telefoneren, zoals bepaald in artikel 64, § 3, is niet van toepassing op telefoongesprekken van de gedetineerde met zijn advocaat. Ze kan er echter op toepasselijk worden gemaakt na gunstig advies van de stafhouder van de Orde van advocaten van het arrondissement waar de gevangenis gelegen is.

Mag ik mijn advocaat opbellen?

Ja, dagelijks, op uw eigen kosten. De nadere regels worden per gevangenis door de Koning bepaald en staan in het huishoudelijk reglement.

Kan dat recht ontzegd worden?

Een telefoonverbod van artikel 64 geldt niet voor gesprekken met uw advocaat, tenzij de stafhouder daarvoor gunstig advies geeft.

KORT GEZEGD

U mag dagelijks uw advocaat bellen, ook als uw andere telefoonrecht is beperkt.

Afdeling VI. - Schriftelijke en mondelinge contacten met consulaire en diplomatieke ambtenaren.

Artikel 69

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerden van vreemde nationaliteit mogen, zo zij dit wensen, in verbinding treden met de consulaire en diplomatieke ambtenaren van hun land, in voorkomend geval overeenkomstig de regelingen vastgesteld in of krachtens internationale overeenkomsten en behoudens het wettelijk uitgevaardigd verbod van vrij verkeer zoals bepaald in artikel 20 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis en onverminderd de uitzonderingen bepaald in internationale verdragen.

§ 2. De briefwisseling tussen de gedetineerde en de consulaire en diplomatieke ambtenaren van hun land is niet onderworpen aan de in de artikelen 55 en 56 bedoelde controle van de directeur. Teneinde de vrije briefwisseling te verzekeren worden de hoedanigheid en het beroepsadres van de consulaire en diplomatieke ambtenaren en de identiteit van de gedetineerde op de briefomslag vermeld.

§ 3. De Koning stelt nadere regels voor het bezoek van consulaire en diplomatieke ambtenaren en betreffende de telefonische contacten tussen gedetineerden van vreemde nationaliteit en de consulaire en diplomatieke ambtenaren van hun land.

Mag ik contact opnemen met mijn ambassade of consulaat?

Ja, als u een vreemde nationaliteit hebt en dit wilt, volgens de internationale overeenkomsten.

Wordt mijn briefwisseling gecontroleerd?

Nee, niet door de directeur. Op de envelop moeten de hoedanigheid en het beroepsadres van de consulaire of diplomatieke ambtenaar en uw identiteit staan.

Wie regelt bezoek en telefoon met het consulaat?

De Koning stelt de nadere regels vast.

KORT GEZEGD

Gedetineerden met een vreemde nationaliteit mogen hun consulaat of ambassade contacteren zonder dat de post wordt gecontroleerd.

Afdeling VII. - Contacten met de media.

Artikel 70

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Op schriftelijke contacten met de media zijn de regels betreffende de briefwisseling van toepassing.

§ 2. Behoudens de door of krachtens de wet bepaalde uitzonderingen kan de directeur, mits voorafgaande machtiging door de minister, de toestemming geven aan een gedetineerde om een gesprek te voeren met een vertegenwoordiger van de media, voorzover dit verenigbaar is met de handhaving van de orde en de veiligheid, met de goede zeden, met de bescherming van de rechten en vrijheden van derden en met het respect voor de slachtoffers van misdrijven.

§ 3. De minister kan de in § 2 bedoelde toestemming afhankelijk maken van voorwaarden ter vrijwaring van de daarin vermelde belangen.

Mag ik contact met de media hebben?

Voor brieven gelden de gewone regels van briefwisseling. Voor een gesprek met een journalist kan de directeur toestemming geven, mits voorafgaande machtiging van de minister.

Wanneer wordt dat geweigerd?

Als het niet verenigbaar is met orde en veiligheid, goede zeden, de rechten en vrijheden van anderen of het respect voor slachtoffers. De minister kan voorwaarden opleggen.

Kan de minister voorwaarden opleggen?

Ja. De minister kan zijn toestemming afhankelijk maken van voorwaarden om die belangen te beschermen.

KORT GEZEGD

Een gesprek met de media kan enkel met toestemming van de directeur en machtiging van de minister.

HOOFDSTUK IV. - Godsdienst en levensbeschouwing.

Artikel 71

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerde heeft het recht om zijn godsdienst of zijn levensbeschouwing individueel en in gemeenschap met anderen te beleven en te belijden, mits inachtneming van de rechten van anderen.

§ 2. Hij heeft recht op godsdienstige, geestelijke of morele bijstand van een daartoe bij de gevangenis aangestelde of tot de gevangenis toegelaten vertegenwoordiger van zijn godsdienst of levensbeschouwing.

Mag ik mijn geloof of levensbeschouwing beleven?

Ja, individueel en met anderen, zolang u de rechten van anderen respecteert.

Mag ik hulp krijgen?

Ja. U hebt recht op godsdienstige, geestelijke of morele bijstand van een vertegenwoordiger van uw godsdienst of levensbeschouwing.

KORT GEZEGD

U mag uw godsdienst of levensbeschouwing vrij beleven en daarbij bijstand krijgen.

Artikel 72

WAT ZEGT DE WET?

Aalmoezeniers, consulenten die deel uitmaken van een van de erkende erediensten, evenals de morele consulenten van door de wet erkende organisaties die morele dienstverlening geven op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing worden aangewezen bij de gevangenissen, in overeenstemming met de door de Koning vast te leggen regels.

Wie geeft die bijstand?

Aalmoezeniers en consulenten van de erkende erediensten en de morele consulenten van erkende organisaties voor niet-confessionele levensbeschouwing. Ze worden bij de gevangenissen aangewezen volgens de regels van de Koning.

KORT GEZEGD

Er zijn aalmoezeniers en morele consulenten aangesteld in de gevangenissen.

Artikel 72/1

WAT ZEGT DE WET?

De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en in overleg met de representatieve organen van de erkende erediensten en de door de wet erkende niet-confessionele levensbeschouwelijke organisaties, het statuut en de uitoefening van de functie van de aalmoezeniers, de consulenten van de erkende erediensten en de moreel consulenten van de door de wet erkende niet-confessionele levensbeschouwelijke organisaties in de gevangenissen.

Wie regelt hun statuut?

De Koning, na overleg met de representatieve organen van de erediensten en levensbeschouwelijke organisaties.

KORT GEZEGD

De Koning bepaalt het statuut van aalmoezeniers en consulenten.

Artikel 73

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De in artikel 72 bedoelde personen hebben het recht de gedetineerden die het gevraagd hebben te bezoeken in hun verblijfsruimte en met hen niet aan toezicht onderworpen briefwisseling te voeren binnen de gevangenis. Met inachtneming van de veiligheidsvoorschriften ontmoeten zij de gedetineerden die het gevraagd hebben en bij voorrang de gedetineerden die zich in afzondering bevinden ingevolge een bijzondere veiligheidsmaatregel, een bijzonder individueel beveiligingsregime of een tuchtsanctie.

§ 2. Voor het ontvangen van de gedetineerden beschikken de in artikel 72 bedoelde personen over een passende ruimte waarin ze hen in een vertrouwelijke sfeer kunnen ontmoeten.

Mogen zij mij op mijn cel bezoeken?

Ja, als u erom vraagt. Ze mogen ook zonder toezicht briefwisselen met u. Wie in afzondering zit, wordt bij voorrang bezocht.

Waar kunnen we vertrouwelijk praten?

Zij beschikken over een passende ruimte om u in vertrouwelijke sfeer te ontmoeten.

KORT GEZEGD

Aalmoezeniers en morele consulenten mogen u bezoeken, ook als u in afzondering zit, en vertrouwelijk met u praten.

Artikel 74

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerde heeft het recht om zonder beperkingen, naar eigen keuze deel te nemen aan de uitoefening van de erediensten en aan de daarmee samenhangende gemeenschappelijke activiteiten, evenals aan de bijeenkomsten en activiteiten die georganiseerd worden door de morele consulenten.

§ 2. De gedetineerde brengt zijn intentie tot deelname aan de in § 1 bedoelde activiteiten ter kennis aan de aalmoezenier, aan de consulenten die deel uitmaken van een van de erkende erediensten of aan de morele consulent en wordt tot deze activiteiten toegelaten mits hij zich verbindt tot naleving van voorwaarden van orde, waardigheid en verdraagzaamheid die met deze activiteiten samengaan.

§ 3. De organisatie van de gemeenschappelijke activiteiten in het kader van godsdienst of de niet-confessionele levensbeschouwing kunnen het voorwerp zijn van overleg zoals bepaald in artikel 7. In voorkomend geval worden de aalmoezeniers, de consulenten die deel uitmaken van een van de erkende erediensten en de morele consulenten betrokken bij het overleg.

§ 4. In elke gevangenis wordt voorzien in een passende ruimte voor de in § 1 bedoelde gemeenschappelijke activiteiten die kaderen in het recht van de gedetineerde om zijn godsdienst of levensbeschouwing vrij te beleven en te belijden.

§ 5. De Koning bepaalt de gedragsregels van de in artikel 72 bedoelde personen.

Mag ik naar de dienst of bijeenkomst?

Ja. U mag zonder beperkingen naar eigen keuze deelnemen aan de eredienst en bijeenkomsten, mits u de regels van orde, waardigheid en verdraagzaamheid naleeft. U meldt uw deelname aan de aalmoezenier, consulent of morele consulent.

Wordt dit overlegd?

De organisatie kan besproken worden in het overleg van artikel 7, waarbij de aalmoezeniers en consulenten betrokken worden.

Is er een ruimte?

Ja, elke gevangenis voorziet in een passende ruimte.

KORT GEZEGD

U mag vrij deelnemen aan erediensten en levensbeschouwelijke bijeenkomsten, in een daarvoor voorziene ruimte.

Artikel 75

WAT ZEGT DE WET?

De Koning stelt, in aanvulling op deze wet, nadere regels vast tot vrijwaring van het recht van de gedetineerde omschreven in artikel 71, inzonderheid de faciliteiten waarover aalmoezeniers, morele consulenten kunnen beschikken tot verwezenlijking van het recht van de gedetineerde op het vrij beleven en belijden van zijn godsdienst en niet-confessionele levensbeschouwing en van het daaraan verbonden recht op godsdienstige, geestelijke en morele ondersteuning.

Wie regelt de praktische kant?

De Koning bepaalt aanvullende regels om uw recht op godsdienst en levensbeschouwing te waarborgen, onder meer de faciliteiten voor aalmoezeniers en morele consulenten.

KORT GEZEGD

De Koning regelt de praktische faciliteiten om uw godsdienst of levensbeschouwing te beleven.

HOOFDSTUK V. - Vormingsactiviteiten en vrijetijdsbesteding.

Artikel 76

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De penitentiaire administratie draagt er zorg voor dat aan de gedetineerde een zo ruim mogelijke toegang wordt verleend tot het geheel van vormingsactiviteiten die ter beschikking worden gesteld met het oog op zijn persoonlijke ontplooiing, op het zinvol doorbrengen van zijn detentietijd, en op het behoud of de verbetering van vooruitzichten op een geslaagde reïntegratie in de vrije samenleving.

§ 2. Als vormingsactiviteiten in de zin van § 1 worden onder meer beschouwd : onderwijs, alfabetisering, beroepsopleiding of voortgezette beroepsopleiding, sociaal-culturele vorming en sociale vaardigheidstraining, creatieve en culturele activiteiten, lichamelijke opvoeding.

Welke activiteiten mag ik volgen?

De penitentiaire administratie zorgt dat u zo ruim mogelijk toegang krijgt tot vormingsactiviteiten, zodat u zich kunt ontplooien, uw tijd zinvol doorbrengt en uw kansen op terugkeer in de samenleving verbeteren.

Wat valt eronder?

Onder meer onderwijs, alfabetisering, beroepsopleiding, sociaal-culturele vorming, sociale vaardigheidstraining, creatieve en culturele activiteiten en lichamelijke opvoeding.

KORT GEZEGD

U hebt zoveel mogelijk toegang tot onderwijs, opleidingen en andere vormingsactiviteiten.

Artikel 77

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerde heeft het recht door bemiddeling van de gevangenis, voor eigen rekening, kranten, tijdschriften en andere publicaties te ontvangen waarvan de verspreiding niet wettelijk of bij rechterlijke beslissing is verboden.

§ 2. In de gevangenis wordt aan de gedetineerde de mogelijkheid gegeven een beroep te doen op bibliotheekvoorzieningen die de gedetineerden in de gelegenheid stellen, overeenkomstig de in het huishoudelijk reglement bepaalde regels, een keuze van lectuur te maken uit een voldoende groot aanbod.

§ 3. De directeur kan een gedetineerde alleen de kennisneming van bepaalde publicaties of gedeelten van publicaties ontzeggen, wanneer dit voor de handhaving van de orde of de veiligheid volstrekt noodzakelijk is. In voorkomend geval wordt de beslissing tot ontzegging met redenen omkleed en schriftelijk ter kennis gebracht van de gedetineerde.

§ 4. De gedetineerde heeft het recht om radio- en televisieprogramma's te volgen overeenkomstig door het huishoudelijk reglement vast te stellen regels. Wanneer dit voor de handhaving van de orde of de veiligheid volstrekt noodzakelijk is, kan de directeur de gedetineerden het volgen van bepaalde programma's ontzeggen. In voorkomend geval wordt de beslissing tot ontzegging met redenen omkleed en schriftelijk ter kennis gebracht van de gedetineerde.

Mag ik kranten en tijdschriften lezen?

Ja, via de gevangenis, op eigen kosten, als de verspreiding niet wettelijk of door een rechter is verboden.

Is er een bibliotheek?

Ja, volgens de regels van het huishoudelijk reglement, met een voldoende groot aanbod.

Kan iets verboden worden?

De directeur kan alleen bepaalde publicaties of delen ervan ontzeggen als het volstrekt noodzakelijk is voor orde of veiligheid, met een schriftelijke en gemotiveerde beslissing.

Radio en televisie?

U mag radio en televisie volgen volgens het huishoudelijk reglement. De directeur kan bepaalde programma's ontzeggen als dat volstrekt noodzakelijk is voor orde of veiligheid, ook schriftelijk en gemotiveerd.

KORT GEZEGD

U mag kranten, bibliotheek, radio en televisie gebruiken, tenzij de directeur om veiligheidsredenen iets gemotiveerd verbiedt.

Artikel 78

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De veroordeelde die daartoe bereid en bekwaam is, heeft het recht, conform het individueel detentieplan en naargelang van de wijze van strafuitvoering die op hem van toepassing is, binnen, buiten of vanuit de gevangenis een onvoltooide opleiding af te maken, zich om te scholen of bij te scholen, of een beroepsopleiding of voortgezette opleiding te volgen.

§ 2. Verdachten hebben het recht voorzover de duur van de detentie het mogelijk maakt en behoudens door of krachtens de wet bepaalde uitzonderingen, om binnen of vanuit de gevangenis, gelijkaardige activiteiten uit te oefenen.

Mag ik studeren of een opleiding volgen?

Als veroordeelde die daartoe bereid en bekwaam is, mag u een opleiding afmaken, omscholen, bijscholen of een beroepsopleiding volgen, binnen, buiten of vanuit de gevangenis, volgens uw detentieplan en de wijze van strafuitvoering.

En als verdachte?

U mag gelijkaardige activiteiten doen voor zover uw detentie lang genoeg duurt en de wet het niet beperkt.

KORT GEZEGD

Veroordeelden en verdachten mogen opleidingen volgen binnen de mogelijkheden.

Artikel 79

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerde heeft recht op lichamelijke oefeningen en sport gedurende ten minste twee uren in de week en recht op een dagelijkse wandeling of een andere recreatieve activiteit van minstens één uur in de buitenlucht.

§ 2. Behoudens de door of krachtens deze wet bepaalde uitzonderingen heeft hij het recht aan gemeenschappelijke ontspanningsactiviteiten deel te nemen gedurende de uren die in het huishoudelijk reglement worden bepaald.

Hoeveel sport en wandeling heb ik?

Minstens twee uur sport en lichaamsbeweging per week en elke dag minstens één uur wandeling of een andere recreatieve activiteit in de buitenlucht.

Gemeenschappelijke ontspanning?

U mag daaraan deelnemen tijdens de uren die het huishoudelijk reglement bepaalt, behalve bij wettelijke uitzonderingen.

KORT GEZEGD

Minstens twee uur sport per week en dagelijks een uur buitenlucht.

Artikel 80

WAT ZEGT DE WET?

De gedetineerde mag, met de toestemming van de directeur, een niet-winstgevende activiteit van intellectuele of artistieke aard uitoefenen. Die toestemming wordt in principe verleend. Ze kan echter door de directeur op elk moment worden geweigerd of ingetrokken op grond van de eigen behoeften van de instelling, wanneer :

- de bedoelde activiteit gevaar oplevert voor de orde of de veiligheid;

- de activiteit wordt aangewend voor illegale doeleinden;

- de controle die vereist is om de orde of de veiligheid te waarborgen, een onredelijk grote arbeidsbelasting voor de administratie meebrengt.

Mag ik een hobby uitoefenen?

Ja, een niet-winstgevende intellectuele of artistieke activiteit, met toestemming van de directeur. Die toestemming wordt in principe verleend.

Wanneer kan ze geweigerd of ingetrokken worden?

Als de activiteit gevaar oplevert voor orde of veiligheid, voor illegale doeleinden wordt gebruikt, of een onredelijk grote controlelast voor de administratie meebrengt.

KORT GEZEGD

U mag met toestemming een niet-winstgevende creatieve of intellectuele activiteit uitoefenen, die enkel om bepaalde redenen kan worden geweigerd.

HOOFDSTUK VI. - Arbeid.

Afdeling I. - Algemene bepalingen.

Artikel 81

WAT ZEGT DE WET?

De gedetineerde heeft het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid.

Mag ik werken in de gevangenis?

Ja. U hebt het recht deel te nemen aan de arbeid die in de gevangenis beschikbaar is.

KORT GEZEGD

U hebt recht op deelname aan beschikbare arbeid in de gevangenis.

Artikel 82

WAT ZEGT DE WET?

De penitentiaire administratie draagt er zorg voor dat arbeid beschikbaar gesteld wordt of beschikbaar gesteld kan worden die aan de gedetineerden de mogelijkheid biedt om zinvol hun detentietijd door te brengen, om na hun invrijheidstelling de geschiktheid tot een bestaansactiviteit te behouden, te bevorderen of te verwerven, om hun detentie te verzachten, om verantwoordelijkheden op te nemen, in voorkomend geval ten aanzien van hun naastbestaanden en de slachtoffers en om, zo daartoe grond bestaat, met het oog op herstel of met het oog op reïntegratie, schulden geheel of gedeeltelijk af te betalen.

Waarom bestaat arbeid in de gevangenis?

De penitentiaire administratie zorgt voor arbeid zodat u uw tijd zinvol kunt doorbrengen, uw geschiktheid om te werken kunt behouden of verwerven, uw detentie wordt verzacht, u verantwoordelijkheid kunt opnemen tegenover naasten en slachtoffers en eventueel schulden kunt aflossen.

KORT GEZEGD

Arbeid in de gevangenis moet u helpen om uw tijd zinvol te besteden en voor te bereiden op uw vrijlating.

Artikel 83

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De tewerkstelling van de gedetineerde in de gevangenis geschiedt in omstandigheden die, voorzover de aard van de detentie zich daartegen niet verzet, zoveel mogelijk overeenstemmen met die welke in de vrije samenleving identieke activiteiten kenmerken.

§ 2. De arbeidsduur en de arbeidstijden worden vastgesteld in het huishoudelijk reglement. In geen geval mag de duur van de arbeidstijd de duur overschrijden die voor overeenkomstige activiteiten in de vrije samenleving door of krachtens de wet worden bepaald.

§ 3. De Koning bepaalt, in aanvulling op de wet, onder welke voorwaarden de tijd besteed aan vormingsactiviteiten met arbeidstijd kan worden gelijkgesteld.

Hoe moet het werk zijn?

Zoveel mogelijk zoals werk in de vrije samenleving, voor zover detentie dat toelaat.

Hoe lang werk ik?

De werkuren staan in het huishoudelijk reglement en mogen nooit meer zijn dan voor vergelijkbaar werk buiten de gevangenis.

Telt een opleiding mee als werk?

De Koning bepaalt wanneer tijd voor vorming met arbeidstijd gelijkgesteld wordt.

KORT GEZEGD

Werk in de gevangenis lijkt zoveel mogelijk op gewoon werk en de werkduur is begrensd.

Artikel 84

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De directeur staat in voor de toewijzing van de in de gevangenis beschikbare arbeid aan de gedetineerden die om arbeid verzocht hebben. Dit verzoek wordt opgetekend in een door de Koning vastgesteld formulier.

§ 2. De toegewezen arbeid mag de waardigheid van de gedetineerde niet aantasten en mag evenmin het karakter hebben van een disciplinaire bestraffing.

§ 3. Bij de toewijzing van arbeid aan veroordeelden wordt rekening gehouden met het in titel IV, hoofdstuk II bedoelde individueel detentieplan.

§ 4. De in de gevangenis beschikbaar gestelde arbeid maakt niet het voorwerp uit van een arbeidsovereenkomst in de zin van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Hoe krijg ik werk toegewezen?

U vraagt het aan op een formulier. De directeur wijst de beschikbare arbeid toe aan de gedetineerden die erom vragen. Voor veroordeelden wordt rekening gehouden met het detentieplan.

Welke beperkingen zijn er?

Het werk mag uw waardigheid niet aantasten en mag niet als straf dienen.

Heb ik een arbeidscontract?

Nee. Arbeid in de gevangenis maakt geen voorwerp uit van een arbeidsovereenkomst volgens de wet op de arbeidsovereenkomsten.

KORT GEZEGD

U vraagt werk aan, de directeur wijst het toe, het mag niet vernederend of als straf zijn, en u hebt geen arbeidscontract.

Artikel 85

WAT ZEGT DE WET?

De gedetineerde is gerechtigd, mits toelating van de directeur, andere dan in de gevangenis beschikbaar gestelde arbeid te verrichten. De directeur kan de toelating weigeren wanneer, rekening houdend met de behoeften van de inrichting :

- de bedoelde arbeid gevaar oplevert voor de orde of de veiligheid;

- de controle die nodig is om de orde of de veiligheid te waarborgen voor de administratie een onredelijk grote arbeidsbelasting meebrengt. De weigering van de toelating wordt met redenen omkleed en schriftelijk ter kennis gebracht van de gedetineerde.

Mag ik ander werk doen dan in de gevangenis?

Ja, met toelating van de directeur.

Wanneer kan hij weigeren?

Als het werk gevaar oplevert voor orde of veiligheid of de controle een onredelijk grote werklast voor de administratie meebrengt. De weigering is schriftelijk en gemotiveerd.

KORT GEZEGD

Met toelating van de directeur mag u ander werk verrichten.

Afdeling II. - Inkomsten uit arbeid.

Artikel 86

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Onverminderd andersluidende wettelijke bepalingen wordt het bedrag van de inkomsten voor de in de gevangenis beschikbaar gestelde arbeid vastgesteld bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.

§ 2. Gedetineerden voor wie de tijd voor vormingsactiviteiten overeenkomstig artikel 83, § 3, met arbeidstijd wordt gelijkgesteld, wegens deelname aan programma's van beroepsopleiding, voortgezette beroepsopleiding, omscholing, of andere opleidings- en vormingsactiviteiten, ontvangen een opleidingstoelage, overeenkomstig de regels vastgesteld bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Die toelage is erop gericht de gedetineerden ertoe aan te zetten opleidingen te volgen, onder andere door hen in staat te stellen hun noodzakelijke uitgaven die niet langer door de inkomsten uit arbeid zouden kunnen worden gedekt deels of geheel te betalen.

§ 3. Bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad worden de regels vastgesteld voor de toekenning van de vergoeding aan gedetineerden die het slachtoffer zijn van een arbeidsongeval in de gevangenis.

Hoeveel verdien ik?

Het bedrag wordt vastgesteld bij koninklijk besluit na overleg in de Ministerraad.

Krijg ik iets als ik een opleiding volg?

Ja. Wie een opleiding volgt die met arbeidstijd gelijkgesteld is, krijgt een opleidingstoelage.

En bij een arbeidsongeval?

De Koning bepaalt de regels voor de vergoeding van gedetineerden die in de gevangenis een arbeidsongeval krijgen.

KORT GEZEGD

Uw loon en opleidingstoelage worden door de Koning bepaald en er is een vergoeding bij arbeidsongeval.

HOOFDSTUK VII. - Gezondheidszorg.

Artikel 87

WAT ZEGT DE WET?

De gezondheidszorg in de gevangenissen beoogt het lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn van de gedetineerden te bevorderen, te behouden of te herstellen.

Wat is het doel van gezondheidszorg in de gevangenis?

Het lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn van gedetineerden bevorderen, behouden of herstellen.

KORT GEZEGD

Gezondheidszorg in de gevangenis dient uw lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn.

Artikel 88

WAT ZEGT DE WET?

De gedetineerde heeft recht op een gezondheidszorg die gelijkwaardig is met de gezondheidszorg in de vrije samenleving.

Op welke zorg heb ik recht?

Op gezondheidszorg die gelijkwaardig is met die in de vrije samenleving.

KORT GEZEGD

U hebt recht op even goede gezondheidszorg als buiten de gevangenis.

Artikel 89

WAT ZEGT DE WET?

De gedetineerde wordt zo spoedig mogelijk na zijn opname door een aan de gevangenis verbonden arts gezien en daarna op de raadpleging ingeschreven telkens hij erom verzoekt.

Wanneer zie ik een arts?

Zo spoedig mogelijk na uw opname, door een arts van de gevangenis. Daarna wordt u op de raadpleging ingeschreven telkens u erom vraagt.

KORT GEZEGD

Na aankomst ziet u zo snel mogelijk een arts en later telkens u erom vraagt.

Artikel 90

WAT ZEGT DE WET?

Opgeheven.

Geldt dit artikel nog?

Nee. Het is opgeheven.

Artikel 91

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerde heeft het recht het bezoek te ontvangen van een arts van zijn keuze. De vrij gekozen arts heeft de bevoegdheid om de gedetineerde met raadgeving te dienen. Na onderzoek van de gedetineerde deelt de vrij gekozen arts zijn advies betreffende diagnose, voorgestelde diagnostische onderzoeken en behandeling schriftelijk mee aan de aan de gevangenis verbonden arts. Indien de artsen, na overleg, het niet eens zijn, vragen zij, met instemming van de gedetineerde, het advies van een derde arts die zij in onderling overleg aanwijzen.

§ 2. Indien daartoe redelijke gronden bestaan kan de gedetineerde zich, op zijn verzoek, in de gevangenis laten behandelen door een vrij gekozen arts, mits toestemming van de referentiearts van de centrale dienst ter coördinatie van de medische zorg bij de penitentiaire administratie. De referentiearts brengt de verzoeker binnen zeven dagen na de indiening van het verzoek schriftelijk op de hoogte van zijn met redenen omklede beslissing. Bij afwijzing van het verzoek wijst de referentiearts hem op de beroepsmogelijkheid bij de Beroepscommissie van de Centrale Raad alsmede op de termijnen waarbinnen en de wijze waarop dit beroep moet worden ingesteld. De artikelen 165 en 166 zijn van overeenkomstige toepassing.

§ 3. De Koning regelt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels voor het bezoek en de tenlasteneming van de kosten verbonden aan het advies, aan de behandeling op advies van de vrij gekozen arts en aan de behandeling door een vrij gekozen arts. Hij bepaalt de nadere procedure bij meningsverschil tussen de artsen.

Mag ik een eigen arts raadplegen?

Ja. U hebt het recht bezoek te ontvangen van een arts van uw keuze, die u raad kan geven. Die arts deelt zijn advies over diagnose, onderzoeken en behandeling schriftelijk mee aan de arts van de gevangenis.

Wat als de artsen het niet eens zijn?

Dan vragen ze, met uw instemming, het advies van een derde arts.

Mag mijn eigen arts mij ook behandelen?

Als daarvoor redelijke gronden bestaan, op uw verzoek, met toestemming van de referentiearts van de centrale dienst voor medische zorg. Die beslist schriftelijk en gemotiveerd binnen zeven dagen. Bij weigering kunt u beroep doen op de Beroepscommissie van de Centrale Raad (zie artikelen 165 en 166).

Wie betaalt?

De Koning regelt de kosten en het verloop van het bezoek.

Hoe snel krijg ik een antwoord en wat als het nee is?

De referentiearts antwoordt schriftelijk en met redenen binnen zeven dagen na uw verzoek. Bij weigering wijst hij u op de mogelijkheid tot beroep bij de Beroepscommissie van de Centrale Raad, met de termijnen en de manier waarop. De artikelen 165 en 166 zijn van overeenkomstige toepassing.

Wat kan ik doen als de referentiearts mijn verzoek weigert?

U kunt beroep instellen bij de Beroepscommissie van de Centrale Raad volgens de procedure van de artikelen 165 en 166 (termijn zeven dagen).

KORT GEZEGD

U mag een arts van uw keuze laten komen voor advies en onder voorwaarden ook laten behandelen.

Artikel 92

WAT ZEGT DE WET?

Opgeheven.

Geldt dit artikel nog?

Nee. Het is opgeheven.

Artikel 93

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Wanneer een gedetineerde een diagnostisch onderzoek of een medisch aanbevolen gespecialiseerde behandeling nodig heeft waarvoor de gevangenis niet of onvoldoende is uitgerust, wordt hij op verzoek van de aan de gevangenis verbonden arts overgebracht naar een gespecialiseerde gevangenis of doorverwezen naar een ziekenhuis of naar een instelling voor gezondheidszorg die over de vereiste uitrusting beschikt.

§ 4. Wanneer de gedetineerde naar een ziekenhuis of naar een instelling voor gezondheidszorg wordt overgebracht wordt dit beschouwd als een bijhuis van de gevangenis.

Wat als de gevangenis niet over de juiste apparatuur beschikt?

Op verzoek van de arts van de gevangenis wordt u overgebracht naar een gespecialiseerde gevangenis of doorverwezen naar een ziekenhuis of gezondheidsinstelling die wel over de apparatuur beschikt.

Ben ik dan nog gedetineerd?

Ja. Een ziekenhuis of instelling waarheen u overgebracht wordt, wordt beschouwd als een bijhuis van de gevangenis.

KORT GEZEGD

Als de gevangenis niet over de nodige uitrusting beschikt, wordt u naar een gespecialiseerde plaats gebracht.

Artikel 94

WAT ZEGT DE WET?

Wanneer een behandelende arts van oordeel is dat de geestelijke of lichamelijke gezondheid van een gedetineerde ernstig wordt geschaad door de voortzetting van de detentie of door enigerlei daarmee verband houdende omstandigheden, meldt hij dit, met instemming van de gedetineerde, aan de directeur en aan het diensthoofd van de dienst voor gezondheidszorg bij de penitentiaire administratie.

Wat als mijn gezondheid door de detentie ernstig lijdt?

Als een behandelende arts vindt dat uw geestelijke of lichamelijke gezondheid ernstig wordt geschaad door de voortzetting van de detentie of daarmee verband houdende omstandigheden, meldt hij dit met uw instemming aan de directeur en het diensthoofd van de gezondheidsdienst.

KORT GEZEGD

Een arts kan met uw instemming melden dat uw detentie uw gezondheid ernstig schaadt.

Artikel 95

WAT ZEGT DE WET?

In geval van levensgevaar of overlijden van de gedetineerde draagt de directeur er zorg voor dat de door de gedetineerde aangewezen personen, of bij gebreke daarvan, zijn naastbestaanden en in voorkomend geval, zijn voogd of zijn bewindvoerder daarvan onmiddellijk in kennis worden gesteld.

Wie wordt er verwittigd bij levensgevaar of overlijden?

De directeur zorgt dat de personen die u hebt aangewezen onmiddellijk worden ingelicht. Als u niemand hebt aangewezen, zijn dat uw naasten en, in voorkomend geval, uw voogd of bewindvoerder.

KORT GEZEGD

Bij levensgevaar of overlijden worden de door u aangewezen personen of uw naasten onmiddellijk verwittigd.

Artikel 96

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De zorgverleners behouden hun professionele onafhankelijkheid en hun evaluaties en beslissingen met betrekking tot de gezondheid van de gedetineerde worden enkel gefundeerd op medische criteria.

§ 2. Zij kunnen niet gedwongen worden handelingen te stellen die hun vertrouwensrelatie met de gedetineerde in het gedrang brengen.

Zijn zorgverleners onafhankelijk?

Ja. Zorgverleners behouden hun professionele onafhankelijkheid en baseren hun beslissingen over uw gezondheid enkel op medische criteria.

Kunnen ze gedwongen worden?

Nee, niet tot handelingen die hun vertrouwensrelatie met u zouden schaden.

KORT GEZEGD

Zorgverleners beslissen onafhankelijk en enkel op medische gronden.

Artikel 97

WAT ZEGT DE WET?

Opgeheven.

Geldt dit artikel nog?

Nee. Het is opgeheven.

Artikel 98

WAT ZEGT DE WET?

Er wordt een Penitentiaire Gezondheidsraad opgericht die aan de minister bevoegd voor Justitie en de minister bevoegd voor Volksgezondheid adviezen verleent teneinde de kwaliteit van de gezondheidszorg te bevorderen in het belang van de gedetineerde patiënt. De Koning bepaalt de samenstelling, de bevoegdheden en de werking ervan.

Wat is de Penitentiaire Gezondheidsraad?

Een raad die de ministers van Justitie en Volksgezondheid adviseert om de kwaliteit van de gezondheidszorg voor gedetineerde patiënten te verbeteren. De Koning bepaalt zijn samenstelling en werking.

KORT GEZEGD

De Penitentiaire Gezondheidsraad adviseert de ministers over de gezondheidszorg in de gevangenis.

Artikel 99

WAT ZEGT DE WET?

Opgeheven.

Geldt dit artikel nog?

Nee. Het is opgeheven.

HOOFDSTUK VIII. - Opgeheven.

Artikel 100

WAT ZEGT DE WET?

Opgeheven.

Geldt dit artikel nog?

Nee. Het is opgeheven.

Artikel 101

WAT ZEGT DE WET?

Opgeheven.

Geldt dit artikel nog?

Nee. Het is opgeheven.

HOOFDSTUK IX. - Sociale hulp- en dienstverlening.

Artikel 102

WAT ZEGT DE WET?

De gedetineerde heeft in het kader van het uitwerken en het beheer van zijn detentieplan recht op voorbereiding en opvolging door de aan de gevangenis verbonden dienst.

Krijg ik hulp bij mijn detentieplan?

Ja. U hebt recht op voorbereiding en opvolging door de dienst die aan de gevangenis verbonden is, voor het opstellen en beheren van uw detentieplan.

KORT GEZEGD

De gevangenisdienst helpt u met uw detentieplan.

Artikel 103

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerde heeft recht op het in de gevangenis aanwezige aanbod inzake sociale hulp- en dienstverlening.

§ 2. Het inrichtingshoofd neemt alle maatregelen opdat de diensten voor sociale hulp- en dienstverlening hun aanbod ter beschikking van de gedetineerden kunnen stellen, mits inachtneming van de orde en de veiligheid.

Op welke sociale hulp heb ik recht?

Op het aanbod aan sociale hulp- en dienstverlening dat in de gevangenis aanwezig is.

Wie zorgt dat dit mogelijk is?

Het inrichtingshoofd neemt alle maatregelen opdat de diensten hun aanbod ter beschikking van de gedetineerden kunnen stellen, met respect voor orde en veiligheid.

KORT GEZEGD

U hebt recht op het sociale hulpaanbod in de gevangenis.

HOOFDSTUK X. - Rechtshulpverlening en juridische bijstand.

Artikel 104

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerde heeft recht op alle vormen van in de samenleving beschikbare rechtshulpverlening en op juridische bijstand zoals bepaald in artikel 508/1 van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 2. De penitentiaire administratie overlegt met de commissie voor juridische bijstand op welke wijze de gedetineerden in de gelegenheid worden gesteld hun in § 1 bedoelde rechten te doen gelden en op welke wijze collectieve informatie- en vormingsinitiatieven kunnen genomen worden rond belangrijke juridische thema's.

§ 3. Eenieder die in het kader van dit hoofdstuk rechtshulp of juridische bijstand verleent, is gebonden door het beroepsgeheim.

§ 4. In de gevangenis wordt een lokaal ter beschikking gesteld voor de rechtshulpverlening en de juridische bijstand, tijdens een aantal uren waaromtrent met het inrichtingshoofd afspraken worden gemaakt. De rechtshulp en de juridische bijstand worden verstrekt in materiële omstandigheden die de vertrouwelijkheid van het gesprek met de gedetineerde waarborgen.

Heb ik recht op juridische hulp?

Ja, op alle vormen van rechtshulp die in de samenleving beschikbaar zijn en op juridische bijstand zoals bepaald in artikel 508/1 van het Gerechtelijk Wetboek.

Hoe wordt dat georganiseerd?

De penitentiaire administratie overlegt met de commissie voor juridische bijstand. In de gevangenis is er een lokaal ter beschikking voor rechtshulp en juridische bijstand, in omstandigheden die de vertrouwelijkheid waarborgen.

Is mijn gesprek vertrouwelijk?

Ja. Wie rechtshulp of juridische bijstand verleent, is gebonden aan het beroepsgeheim.

KORT GEZEGD

U hebt recht op juridische hulp in vertrouwelijke omstandigheden.

HOOFDSTUK XI. - Inhouding op door de penitentiaire administratie verschuldigde geldsommen.

Artikel 104/1

WAT ZEGT DE WET?

Indien de gedetineerde door nalatigheid of kwaadwilligheid schade veroorzaakt aan goederen die hem door de penitentiaire administratie ter beschikking worden gesteld, kan de directeur het bedrag van de veroorzaakte schade verhalen op de geldsommen die door de penitentiaire administratie aan de gedetineerde verschuldigd zijn. De inhouding op de inkomsten uit penitentiaire arbeid mag per maand echter niet meer dan veertig procent van het uit te betalen bedrag bedragen.

Moet ik schade aan spullen van de gevangenis betalen?

Als u door nalatigheid of kwaadwilligheid schade veroorzaakt aan goederen die de gevangenis aan u ter beschikking stelt, kan de directeur het bedrag verhalen op geld dat de penitentiaire administratie u verschuldigd is.

Is er een grens?

Ja. Op uw inkomsten uit gevangenisarbeid mag per maand niet meer dan veertig procent van het uit te betalen bedrag worden ingehouden.

KORT GEZEGD

Schade die u zelf veroorzaakt, kan op uw gevangenisgeld worden ingehouden, maar nooit meer dan 40 procent per maand van uw arbeidsinkomsten.


 

TITEL VI. - Orde, veiligheid en gebruik van dwang.

HOOFDSTUK I. - Algemene beginselen.

Artikel 105

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Het handhaven van de orde en de veiligheid impliceert een dynamische wisselwerking tussen het gevangenispersoneel en de gedetineerden, enerzijds, en een evenwichtige verhouding tussen de technische middelen die worden ingezet en een constructief detentieregime, anderzijds. De aan de gedetineerde opgelegde plichten en beperkingen van rechten met het oog op de handhaving van de orde en de veiligheid moeten, zowel door hun aard als door hun duur, in verhouding staan tot deze doelstellingen.

§ 2. Het inrichtingshoofd en het onder zijn leiding en gezag staand personeel dragen de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de orde en de veiligheid.

Wie zorgt voor orde en veiligheid?

Het inrichtingshoofd en het personeel onder zijn leiding. Daarbij moeten personeel en gedetineerden goed met elkaar omgaan en moet er een evenwicht zijn tussen technische middelen en een zinvol detentieregime.

Mogen mijn rechten zomaar beperkt worden?

Nee. Plichten en beperkingen die u worden opgelegd voor orde en veiligheid moeten in verhouding staan tot het doel, zowel qua aard als qua duur.

Wie is verantwoordelijk?

Het inrichtingshoofd en het personeel onder zijn leiding en gezag.

KORT GEZEGD

Beperkingen om orde en veiligheid te handhaven moeten evenredig zijn.

HOOFDSTUK II. - Algemene gedragsvoorschriften.

Artikel 106

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerde heeft tot plicht er zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel, medegedetineerden en andere personen de orde en de veiligheid niet in gevaar brengt of verstoort.

§ 2. De gedetineerde moet de voorschriften van het huishoudelijk reglement die op hem van toepassing zijn eerbiedigen en de bevelen of instructies opvolgen van het personeel met betrekking tot de handhaving van de orde en de veiligheid en tot de uitvoering van de reglementen, behoudens wanneer het hem door een beslissing van de directeur of van diens gemachtigde toegestaan wordt daarvan af te wijken.

Welke plichten heb ik?

U moet zorgen dat u door uw gedrag tegenover personeel, medegedetineerden en anderen de orde en veiligheid niet in gevaar brengt of verstoort.

Moet ik het reglement volgen?

Ja. U moet het huishoudelijk reglement naleven en de bevelen of instructies van het personeel over orde, veiligheid en de uitvoering van de reglementen volgen, tenzij de directeur of zijn gemachtigde u toestaat ervan af te wijken.

KORT GEZEGD

U moet zich gedragen, het reglement naleven en bevelen van het personeel over orde en veiligheid volgen.

HOOFDSTUK III. - Controle- en veiligheidsmaatregelen.

Afdeling I. - Controlemaatregelen.

Artikel 107

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Het inrichtingshoofd kan de gedetineerde verplichten een legitimatiebewijs bij zich te dragen.

§ 2. Met het oog op de identificatie van de gedetineerde tijdens de detentie, dient de gedetineerde zijn medewerking te verlenen aan het vastleggen van zijn vingerafdrukken, zijn beeltenis, en aan handelingen met het oog op de beschrijving van zijn uiterlijke lichamelijke kenmerken.

Moet ik een identiteitsbewijs bij mij dragen?

Het inrichtingshoofd kan u verplichten een legitimatiebewijs bij u te dragen.

Worden mijn gegevens opgenomen?

Ja. U moet meewerken aan het vastleggen van uw vingerafdrukken en uw beeltenis en aan de beschrijving van uw uiterlijke kenmerken, om u te identificeren.

KORT GEZEGD

U kunt verplicht worden een legitimatiebewijs te dragen en moet meewerken aan identificatie.

Artikel 108

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerde mag wanneer dit in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid noodzakelijk is, aan zijn kledij onderzocht worden door leden van het bewakingspersoneel, overeenkomstig de door de directeur gegeven richtlijnen. Dit onderzoek heeft tot doel na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn.

§ 2. Alle gedetineerden worden gefouilleerd op het lichaam :

- bij het betreden van de gevangenis;

- voorafgaand aan de plaatsing in een beveiligde cel of de opsluiting in een strafcel;

- overeenkomstig de in de gevangenis geldende richtlijnen, na het bezoek van de in artikel 59 vermelde personen, dat niet heeft plaatsgevonden in een lokaal voorzien van een transparante wand die de bezoekers van de gedetineerde scheidt. De gedetineerde wordt gefouilleerd op het lichaam wanneer de directeur van oordeel is dat er individuele aanwijzingen zijn dat het onderzoek aan de kledij niet volstaat om het in § 1, tweede lid, omschreven doel te bereiken. De directeur bezorgt zijn beslissing schriftelijk aan de gedetineerde uiterlijk vierentwintig uur nadat de fouillering heeft plaatsgevonden. De fouillering op het lichaam laat toe de gedetineerde te verplichten om zich uit te kleden tot op het lichaam en de openingen en de holten van het lichaam uitwendig te schouwen. De fouillering op het lichaam mag enkel plaatsvinden in een gesloten ruimte bij afwezigheid van andere gedetineerden en moet uitgevoerd worden door minimum twee leden van het bewakingspersoneel van hetzelfde geslacht als de gedetineerde.

§ 3. Het onderzoek aan de kledij en de fouillering op het lichaam mogen geen tergend karakter hebben en dienen te geschieden met eerbiediging van de waardigheid van de gedetineerde.

§ 4. Indien bij een onderzoek aan de kledij of de fouillering op het lichaam van de gedetineerde voorwerpen of substanties worden aangetroffen die niet in het bezit van de gedetineerde mogen zijn, kunnen deze in beslag genomen worden en onder afgifte van bewijs van ontvangst ten behoeve van de gedetineerde worden bewaard, hetzij met diens toestemming vernietigd worden, hetzij ter beschikking gehouden worden van de bevoegde overheden met het oog op de voorkoming of vaststelling van strafbare feiten.

Mag ik gefouilleerd worden?

Uw kleding mag worden onderzocht als dat nodig is voor orde of veiligheid, door leden van het bewakingspersoneel. Dat onderzoek gaat na of u verboden of gevaarlijke voorwerpen of stoffen bezit.

Wat is een fouillering op het lichaam?

Dat is een onderzoek waarbij u zich moet uitkleden en de openingen en holten van het lichaam uitwendig bekeken worden. Het gebeurt bij het binnenkomen in de gevangenis, voor plaatsing in een beveiligde cel of strafcel en volgens de richtlijnen na bepaald bezoek zonder glazen wand. Ook bij individuele aanwijzingen kan de directeur het beslissen.

Hoe moet dat gebeuren?

In een gesloten ruimte, zonder andere gedetineerden en door minstens twee personeelsleden van hetzelfde geslacht als u. Het mag niet tergend zijn en moet uw waardigheid eerbiedigen.

Wat gebeurt er met gevonden voorwerpen?

Ze kunnen in beslag genomen worden en met bewijs van ontvangst worden bewaard, met uw toestemming worden vernietigd of ter beschikking van de bevoegde overheden worden gehouden.

Wat betekent dat het Grondwettelijk Hof een deel van dit artikel vernietigd heeft?

Uit een noot in de officiële tekst blijkt dat het Grondwettelijk Hof in 2014 (arrest nr. 20/2014) artikel 108, § 2, zoals gewijzigd in 2013, heeft vernietigd. In die gewijzigde versie stond dat alle gedetineerden systematisch gefouilleerd worden bij het binnenkomen van de gevangenis, voor een plaatsing in een beveiligde cel of strafcel en na bepaald bezoek. De zekere kern is dat een fouillering op het lichaam gebaseerd moet zijn op individuele aanwijzingen. Hoe de regels vandaag precies worden toegepast in uw gevangenis, kunt u best met uw advocaat of de commissie van toezicht bespreken.

Wat kan ik doen als ik vind dat een fouillering niet correct verliep?

U kunt een klacht indienen bij de Klachtencommissie, uiterlijk op de zevende dag nadat u kennis kreeg van de beslissing (artikelen 148 en 150). U kunt ook de maandcommissaris aanspreken. Vraag desnoods de schriftelijke beslissing van de directeur op.

KORT GEZEGD

U mag worden onderzocht en gefouilleerd om orde en veiligheid te bewaren, maar met respect voor uw waardigheid en door personeel van uw eigen geslacht.

Artikel 109

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Met het oog op de handhaving van de orde en de veiligheid wordt de verblijfsruimte van de gedetineerde overeenkomstig de richtlijnen van het inrichtingshoofd door de leden van het bewakingspersoneel geregeld doorzocht op de conformiteit ervan met de in de gevangenis geldende regels. Deze controlemaatregel mag niet ongerechtvaardigd zijn ten opzichte van het doel ervan.

§ 2. Ingeval verboden voorwerpen of substanties worden aangetroffen, kunnen deze in beslag genomen worden en onder afgifte van bewijs van ontvangst ten behoeve van de gedetineerde worden bewaard, hetzij met diens toestemming vernietigd worden, hetzij ter beschikking gehouden worden van de bevoegde overheden met het oog op de voorkoming of vaststelling van strafbare feiten.

Mag mijn cel doorzocht worden?

Ja, geregeld, volgens de richtlijnen van het inrichtingshoofd, om na te gaan of u de regels volgt. Het mag niet ongerechtvaardigd zijn ten opzichte van het doel.

Wat als er verboden spullen worden gevonden?

Ze kunnen in beslag worden genomen en met bewijs van ontvangst bewaard, met uw toestemming vernietigd of ter beschikking van de bevoegde overheden gehouden worden.

KORT GEZEGD

Uw cel kan geregeld worden doorzocht en verboden spullen kunnen in beslag worden genomen.

Artikel 109/1

WAT ZEGT DE WET?

Om de orde of de veiligheid te handhaven, kan de directeur beslissen de gedetineerde te onderwerpen aan de afname van een speeksel- of urinetest teneinde de aanwezigheid van verboden stoffen in het lichaam vast te stellen. Onder verboden stoffen wordt verstaan verboden stoffen overeenkomstig de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen en de uitvoeringsbesluiten ervan. De directeur kan hiertoe beslissen op basis van individuele aanwijzingen van gebruik van verboden stoffen. Hij kan, eveneens om de orde of de veiligheid te handhaven, beslissen op geregelde tijdstippen een percentage willekeurig geselecteerde gedetineerden te onderwerpen aan de afname van voormelde test. De in het eerste lid bedoelde test wordt afgenomen door de daartoe aangewezen leden van het bewakingspersoneel, die een passende opleiding hebben genoten. De afname van de test laat geen gebruik van fysieke dwang toe. Indien een gedetineerde weigert aan een test mee te werken, zullen aan die weigering de gevolgen worden verbonden van een positieve test. Na de afname van de in het eerste lid bedoelde test wordt de gedetineerde schriftelijk in kennis gesteld van het resultaat, alsook van de mogelijkheid om een herhalingsonderzoek te vragen. Dit verzoek kan door de directeur uitsluitend geweigerd worden wanneer het wetenschappelijk onmogelijk is om nog een geldige test uit te voeren op het betrokken staal. Een positief testresultaat wordt onmiddellijk meegedeeld aan de medische dienst en de psychosociale dienst van de gevangenis om na te gaan of de gedetineerde nood heeft aan acute medische zorgen en om hem eventueel door te verwijzen naar de hulpverlening met het oog op de opstelling van een multidisciplinair behandelplan. Na een positief testresultaat volgt automatisch een eenmalige vervolgcontrole. De Koning stelt de nadere regels vast voor het afnemen van de test bedoeld in het eerste lid. Die regels betreffen in elk geval het herhalingsonderzoek en de vervolgcontrole.

Kan ik getest worden op drugs?

Ja. De directeur kan beslissen om een speeksel- of urinetest te laten afnemen om verboden stoffen in het lichaam vast te stellen, voor orde of veiligheid.

Wanneer gebeurt dat?

Op basis van individuele aanwijzingen van gebruik, of op geregelde tijdstippen bij een percentage willekeurig gekozen gedetineerden.

Hoe verloopt de test?

Opgeleide leden van het bewakingspersoneel nemen hem af, zonder fysieke dwang. Weigert u mee te werken, dan geldt dat als een positief resultaat.

Welke rechten heb ik?

U krijgt het resultaat schriftelijk en kunt een herhalingsonderzoek vragen. Dat kan alleen geweigerd worden als het wetenschappelijk onmogelijk is nog een geldige test uit te voeren op het staal.

Wat gebeurt er bij een positieve test?

De medische en psychosociale dienst worden onmiddellijk verwittigd om te zien of u acute medische zorg nodig hebt en om u eventueel naar hulpverlening door te verwijzen. Daarna volgt automatisch een eenmalige vervolgcontrole.

Is een positieve test of weigering ook een tuchtfeit?

Ja. Het gebruik van verboden stoffen, de weigering om mee te werken aan de test en fraude bij de test zijn een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie (artikel 129, 10°).

Sinds wanneer bestaat deze regel?

Sinds 1 mei 2026. Dit artikel is ingevoegd door een wet van 19 december 2025.

KORT GEZEGD

De directeur kan u een speeksel- of urinetest laten afnemen, zonder dwang. Weigeren geldt als positief, en bij een positief resultaat krijgt u hulp en een vervolgcontrole.

Afdeling II. - Bijzondere veiligheidsmaatregelen.

Artikel 110

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Onverminderd de door de Koning te bepalen algemene veiligheidsvoorschriften, kan de directeur, wanneer er ernstige aanwijzingen bestaan van een gevaar voor de orde of de veiligheid, ten aanzien van een gedetineerde bijzondere veiligheidsmaatregelen bevelen. De bijzondere veiligheidsmaatregel moet evenredig zijn aan de bedreiging en van die aard zijn dat hij ze verhelpt.

§ 2. Vooraleer de directeur een beslissing neemt over het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel, wordt de gedetineerde gehoord. In de gevallen waarin de situatie van gevaar geen uitstel duldt, wordt hij zo spoedig mogelijk gehoord. De gedetineerde wordt schriftelijk in kennis gesteld van deze beslissing, alsmede van de motieven die aan deze beslissing ten grondslag liggen.

§ 3. Wanneer de situatie van gevaar geen enkel uitstel duldt, kunnen ook andere personeelsleden van de gevangenis, voorlopig bijzondere veiligheidsmaatregelen opleggen, mits onmiddellijke kennisgeving ervan aan de directeur. De directeur neemt een definitieve beslissing overeenkomstig de in § 2 bedoelde procedure. Hij kan de onmiddellijke intrekking bevelen van de krachtens § 3, eerste lid genomen maatregel.

Wat is een bijzondere veiligheidsmaatregel?

Een maatregel die de directeur kan bevelen als er ernstige aanwijzingen zijn van een gevaar voor orde of veiligheid. Hij moet evenredig zijn aan de bedreiging.

Word ik eerst gehoord?

Ja. De directeur hoort u voor hij beslist, of zo snel mogelijk als de situatie geen uitstel duldt. U krijgt de beslissing schriftelijk met redenen.

Kunnen ook andere personeelsleden zo'n maatregel opleggen?

Ja, voorlopig, als het absoluut geen uitstel duldt. De directeur moet dan onmiddellijk worden ingelicht en neemt de definitieve beslissing.

KORT GEZEGD

De directeur kan bij ernstig gevaar bijzondere veiligheidsmaatregelen bevelen, nadat u gehoord bent en met schriftelijke uitleg.

Artikel 111

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De bijzondere beveiligingsmaatregelen mogen onder geen voorwendsel het karakter hebben van een tuchtsanctie, ook al zouden zij genomen worden op grond van feiten die tevens aanleiding kunnen geven tot tuchtsancties zoals bepaald in titel VII.

§ 2. Wanneer de feiten die aanleiding kunnen geven tot een bijzondere beveiligingsmaatregel eveneens het karakter hebben van een tuchtrechtelijke inbreuk, wordt enkel de tuchtprocedure ingesteld.

§ 3. De noodzaak tot het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel na een tuchtsanctie kan slechts beoordeeld en beslist worden na het beëindigen van de tuchtsanctie.

Is een veiligheidsmaatregel een straf?

Nee. Ze mogen onder geen voorwendsel het karakter van een tuchtstraf hebben.

Wat als hetzelfde feit een tuchtfout is?

Dan wordt enkel de tuchtprocedure gevolgd. Een veiligheidsmaatregel na een tuchtstraf kan pas beoordeeld worden nadat de tuchtstraf is afgelopen.

KORT GEZEGD

Veiligheidsmaatregelen zijn geen straf, en bij tuchtfeiten geldt alleen de tuchtprocedure.

Artikel 112

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Als bijzondere veiligheidsmaatregelen zijn toelaatbaar, afzonderlijk of in combinatie, mits zij uitsluitend tot dat doel worden aangewend en voor de daartoe strikt noodzakelijke tijd :

1° het ontnemen of onthouden van voorwerpen;

2° de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten;

3° de observatie overdag en tijdens de nacht, maar met maximale eerbiediging van de nachtrust;

4° het verplicht verblijf in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte;

5° de onderbrenging in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn.

§ 2. Deze bijzondere veiligheidsmaatregelen mogen niet langer duren dan zeven dagen. Zij kunnen niet verlengd worden zonder een met redenen omklede beslissing van de directeur, na de gedetineerde te hebben gehoord. De maatregel kan maximaal driemaal verlengd worden.

§ 3. In geval van overbrenging naar een andere gevangenis beslist de directeur van die gevangenis of er nog gronden bestaan voor de handhaving van die maatregelen.

Welke veiligheidsmaatregelen bestaan er?

Afzonderlijk of samen: voorwerpen ontnemen of onthouden, deelname aan activiteiten uitsluiten, observatie overdag en 's nachts met maximaal respect voor de nachtrust, verplicht verblijf in uw verblijfsruimte en onderbrenging in een beveiligde cel zonder gevaarlijke voorwerpen.

Hoe lang mogen ze duren?

Maximaal zeven dagen. Verlengen kan alleen met een gemotiveerde beslissing van de directeur, nadat u gehoord bent, en maximaal driemaal.

En bij overplaatsing?

De directeur van de nieuwe gevangenis beslist of er nog gronden zijn om de maatregelen te handhaven.

KORT GEZEGD

Een bijzondere veiligheidsmaatregel mag maximaal zeven dagen duren en hoogstens driemaal verlengd worden.

Artikel 113

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerde die het voorwerp is van een maatregel bedoeld in de artikelen 112, § 1, en 117, § 1, behoudt het recht tot deelname aan de in de gevangenis aangeboden activiteiten als bepaald in titel V, hoofdstukken IV tot VI, en het recht op contacten met de buitenwereld, als bepaald in titel V, hoofdstuk III, voorzover de uitoefening van deze rechten niet onverenigbaar is met de veiligheidsmaatregel.

§ 2. In de gevallen bepaald in artikel 112, 4° en 5°, draagt de directeur er zorg voor dat de gedetineerde :

1° de maaltijden kan gebruiken onder betamelijke omstandigheden, behoorlijke kledij en schoeisel van de gevangenis ter beschikking krijgt en zijn uiterlijk en lichamelijke hygiëne fatsoenlijk kan verzorgen;

2° over voldoende lectuur beschikt;

3° de mogelijkheid heeft om minstens één uur per dag in de buitenlucht te verblijven;

4° briefwisseling kan voeren onder de in titel V, hoofdstuk III, afdeling II, bepaalde voorwaarden;

5° zijn godsdienst of zijn levensbeschouwing individueel kan beleven en belijden en daartoe dagelijks het bezoek kan ontvangen van de daarvoor aan de gevangenis verbonden of tot de gevangenis toegelaten vertegenwoordiger van zijn godsdienst of levensbeschouwing;

6° een beroep kan doen op een advocaat en op de in artikel 104 bedoelde juridische bijstand;

7° een beroep kan doen op psychosociale en medische hulpverlening. In dezelfde gevallen wordt de gedetineerde zorgvuldig opgevolgd door de directeur en een adviserende arts, die de gedetineerde daartoe regelmatig bezoeken, zich vergewissen van zijn toestand en nagaan of hij geen klachten of opmerkingen te formuleren heeft.

§ 3. De personen of instanties die belast zijn met het toezicht en de controle over de gevangenissen of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zijn gerechtigd de gedetineerde in de beveiligde cel te bezoeken.

Welke rechten behoud ik tijdens zo'n maatregel?

U blijft deelnemen aan activiteiten (godsdienst, vorming, vrije tijd, arbeid) en contact houden met de buitenwereld, voor zover dat niet onverenigbaar is met de maatregel.

En in een beveiligde cel?

De directeur zorgt dat u maaltijden onder betamelijke omstandigheden kunt gebruiken, behoorlijke kledij krijgt, uw hygiëne kunt verzorgen, voldoende lectuur hebt, minstens een uur per dag buiten bent, kunt corresponderen, uw godsdienst kunt beleven en dagelijks bezoek van een vertegenwoordiger krijgt, een beroep kunt doen op een advocaat en juridische bijstand en op psychosociale en medische hulp. U wordt ook zorgvuldig opgevolgd door de directeur en een adviserende arts.

Wie mag mij bezoeken?

De toezichthoudende personen of instanties.

Wordt er opgevolgd hoe het met mij gaat?

Ja. De directeur en een adviserende arts bezoeken u regelmatig, vergewissen zich van uw toestand en gaan na of u klachten of opmerkingen hebt.

KORT GEZEGD

Ook tijdens een veiligheidsmaatregel behoudt u basisrechten, zoals een uur buitenlucht, contact met uw advocaat en medische hulp.

Artikel 114

WAT ZEGT DE WET?

Bij een ernstige gebeurtenis die de veiligheid in gevaar kan brengen, neemt de directeur alle dringende maatregelen die de omstandigheden vereisen en brengt hij hiervan de minister langs de vlugste weg op de hoogte.

Wat doet de directeur bij een ernstige gebeurtenis?

Hij neemt alle dringende maatregelen die de omstandigheden vereisen en brengt de minister langs de vlugste weg op de hoogte.

KORT GEZEGD

Bij een ernstige gebeurtenis neemt de directeur dringende maatregelen en verwittigt hij de minister.

Artikel 115

WAT ZEGT DE WET?

Bij toepassing van een in deze afdeling bepaalde veiligheidsmaatregel wordt daar melding van gemaakt in een bijzonder register met precisering van de omstandigheden die tot het nemen van de veiligheidsmaatregel aanleiding hebben gegeven, het tijdstip waarop de maatregel werd genomen en de duur van de maatregel. Het bijzonder register wordt ter beschikking gehouden van de toezicht- en klachtenorganen.

Wordt een veiligheidsmaatregel genoteerd?

Ja, in een bijzonder register met de omstandigheden, het tijdstip en de duur. Dat register staat ter beschikking van de toezichts- en klachtenorganen.

KORT GEZEGD

Elke veiligheidsmaatregel wordt in een register genoteerd dat toezichthouders kunnen inzien.

Afdeling III. - Plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime.

Artikel 116

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Wanneer uit concrete omstandigheden of uit de gedragingen van een gedetineerde blijkt dat hij een voortdurende bedreiging uitmaakt voor de veiligheid, en gebleken is dat zowel de in afdeling I vermelde controlemaatregelen als de in afdeling II vermelde bijzondere beveiligingsmaatregelen ontoereikend zijn, kan hij in een individueel bijzonder veiligheidsregime worden geplaatst.

§ 2. Tot de plaatsing in een individueel bijzonder regime kan enkel worden besloten wanneer de veiligheid op geen enkele andere wijze gevrijwaard kan worden en voor de daartoe strikt noodzakelijke tijd.

Wat is een individueel bijzonder veiligheidsregime?

Een zwaarder regime voor een gedetineerde die een voortdurende bedreiging voor de veiligheid vormt, wanneer gewone controlemaatregelen en bijzondere veiligheidsmaatregelen niet volstaan.

Wanneer mag dat?

Alleen als de veiligheid op geen enkele andere wijze kan worden gevrijwaard en voor de strikt noodzakelijke tijd.

Hoe lang?

Het besluit kan enkel genomen worden als de veiligheid op geen andere manier gevrijwaard kan worden, en voor de strikt noodzakelijke tijd.

KORT GEZEGD

Dit zwaardere regime is alleen mogelijk als niets anders volstaat en enkel zolang het strikt nodig is.

Artikel 117

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime bestaat in één van de hierna vermelde maatregelen of in een combinatie van meerdere ervan:

1° uitsluiting van deelname aan gemeenschappelijke activiteiten;

2° systematische controle van uitgaande en inkomende briefwisseling overeenkomstig de in artikel 55 en 56 bepaalde regels;

3° beperking van bezoek in een lokaal dat voorzien is van een transparante wand die de bezoekers van de gedetineerde scheidt, zoals bepaald in artikel 60, § 3;

4° gedeeltelijke ontzegging van het gebruik van de telefoon, zoals bepaald in artikel 64, § 3;

5° systematische toepassing van de in artikel 108, § 1, bepaalde controlemaatregel;

6° toepassing van een of meerdere bijzondere in artikel 112, § 1, bepaalde veiligheidsmaatregelen.

§ 2. Indien uit concrete omstandigheden blijkt dat de gedetineerde een reëel en ernstig risico vormt voor de veiligheid vanwege zijn banden met de georganiseerde misdaad en hij verdacht wordt van of veroordeeld is voor een overtreding van artikel 2bis, § 5, van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsmiddelen en antiseptica en van de stoffen die kunnen worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen of voor het misdrijf bedoeld in artikel 409, van het Strafwetboek kan de plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime bovendien bestaan uit de hierna opgesomde maatregelen of een combinatie van meerdere ervan:

1° de permanente observatie door middel van een camera, mits eerbiediging van de menselijke waardigheid van de gedetineerde en mits uitvoering van een regelmatige controle, minstens tijdens de bezoeken van de arts bedoeld in artikel 118, § 5, van de eventuele gevolgen op de mentale gezondheid.

2° in afwijking van artikel 58, de uitsluiting van het recht op bezoek en/of van het recht op ongestoord bezoek van alle of sommige bezoekers bedoeld in artikel 59.

§ 3. De basisbeginselen vermeld in titel II blijven onverkort van toepassing op het individueel bijzonder veiligheidsregime.

Wat houdt het regime in?

Een of meer van deze maatregelen: geen gemeenschappelijke activiteiten, systematische controle van uw post, bezoek achter een transparante wand, gedeeltelijke ontzegging van de telefoon, systematische controle van uw kleding en andere bijzondere veiligheidsmaatregelen.

Zijn er zwaardere maatregelen?

Bij reëel en ernstig risico door banden met de georganiseerde misdaad (bij verdenking of veroordeling voor bepaalde drugs- of gijzelingsmisdrijven) kan ook permanente camera-observatie, met respect voor uw waardigheid en met regelmatige medische controle, en uitsluiting van bezoek van sommige of alle bezoekers.

Blijven mijn basisrechten bestaan?

Ja. De basisbeginselen van titel II blijven onverkort van toepassing.

Wat is "systematische controle" van brieven?

Dat al uw uitgaande en inkomende brieven gecontroleerd worden, en niet enkel bij individuele aanwijzingen zoals in de gewone regels van artikelen 55 en 56.

Kan ik in beroep tegen de plaatsing in dit regime?

Ja, bij de Beroepscommissie van de Centrale Raad (artikel 118, § 10).

KORT GEZEGD

In een individueel bijzonder veiligheidsregime worden uw rechten beperkt, maar uw basisrechten blijven gelden.

Artikel 118

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De beslissing tot plaatsing in een bijzonder individueel veiligheidsregime wordt genomen door de directeur-generaal van de penitentiaire administratie of zijn gemachtigde, op voorstel van de directeur.

§ 2. Het voorstel vermeldt de concrete omstandigheden of gedragingen van de gedetineerde waaruit blijkt dat hij een voortdurende bedreiging uitmaakt voor de veiligheid. Het voorstel vermeldt de concrete nadere regels van de plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime, met omstandige motivering van elk van de voorgestelde maatregelen. Het voorstel wordt vergezeld van een medisch advies met betrekking tot de verenigbaarheid van de nadere regels van het voorgestelde regime met de gezondheidstoestand van de gedetineerde.

§ 3. Alvorens het voorstel in te dienen, stelt de directeur de gedetineerde in kennis van de inhoud en de motieven van het voorstel en geeft hem de gelegenheid, desgewenst bijgestaan door een raadsman of door een door de directeur daartoe aanvaarde zelf gekozen vertrouwenspersoon, zijn verweermiddelen te laten gelden. Daarvan wordt akte genomen ten behoeve van de door de directeur-generaal te nemen beslissing.

§ 3/1. In afwijking van artikel 116, § 1, en van de paragrafen 1 tot 3 wordt de beslissing tot plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime bedoeld in artikel 117, § 2, genomen door de directeur-generaal van de penitentiaire administratie of zijn gemachtigde, na advies van de federale procureur of de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De directeur-generaal deelt de gedetineerde de concrete, bijzondere omstandigheden of houdingen mee waaruit blijkt dat hij een voortdurende bedreiging uitmaakt voor de veiligheid. Daarnaast deelt de directeur-generaal de gedetineerde de nadere regels van de plaatsing onder het individueel bijzonder veiligheidsregime mee, waarbij elke voorgestelde maatregel omstandig wordt gemotiveerd. De directeur-generaal vraagt een psycho-medisch advies met betrekking tot de verenigbaarheid van de nadere regels van het voorgestelde regime met de gezondheidstoestand van de gedetineerde. Hij stelt de gedetineerde in de gelegenheid, desgewenst bijgestaan door een raadsman, zijn verweermiddelen te laten gelden tijdens een hoorzitting met de directeur. Daarvan wordt akte genomen ten behoeve van de door de directeur-generaal te nemen beslissing. Na ontvangst van het verslag van het horen van de gedetineerde, neemt de directeur-generaal een beslissing.

§ 4. De beslissing van de directeur-generaal tot plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime vermeldt de nadere regels betreffende de plaatsing, met omstandige motivering van elk van de maatregelen. De beslissing wordt ter kennis gebracht van de directeur, van de gedetineerde en, wanneer de beslissing betrekking heeft op een verdachte, van de onderzoeksrechter. De beslissing is onmiddellijk uitvoerbaar, ongeacht of er al dan niet hoger beroep wordt ingesteld.

§ 5. De gedetineerde die het voorwerp uitmaakt van een plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime die zijn afzondering uit de gemeenschap tot gevolg heeft, wordt minstens eenmaal per week bezocht door de directeur en een arts, die zich vergewissen van de toestand van de gedetineerde en nagaan of de gedetineerde geen klachten of opmerkingen te formuleren heeft.

§ 6. Elke beslissing tot plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime en elke aanpassing van het regime door de directeur-generaal wordt bijgehouden door de penitentiaire administratie in een centraal register en door de directeur in een lokaal register, met vermelding van de identiteit van de gedetineerde en de afwijkingen van het normale regime die door de directeur-generaal worden beslist. Voor de ganse duur van de plaatsing wordt door de directeur per week het verloop van de plaatsing in het lokaal register genoteerd. Naar aanleiding van het bezoek dat de directeur en een arts hem brengt krachtens § 5, kan de gedetineerde zelf opmerkingen met betrekking tot zijn toestand en situatie doen optekenen in dat register. Personen of instanties die belast zijn met het toezicht en de controle over de gevangenissen of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel kunnen zich gedurende de ganse duur van de plaatsing dit register doen voorleggen. Zij kunnen er hun eigen opmerkingen optekenen evenals deze van de gedetineerde.

§ 7. De beslissing tot plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime geldt voor een door de directeur-generaal bepaalde termijn van maximaal twee maanden die eventueel hernieuwbaar is. Eenmaal per maand brengt de directeur aan de directeur-generaal omstandig verslag uit betreffende het verloop van de plaatsing in het individueel bijzonder veiligheidsregime. Op basis hiervan kan de directeur-generaal beslissen een einde te maken aan de plaatsing of de plaatsingsmaatregelen milderen. De beslissing kan slechts worden hernieuwd, mits een voorafgaand verzoek van de directeur, vergezeld van een psycho-medisch verslag, en met inachtneming van de bepalingen van §§ 1 tot 4. In afwijking van het derde lid wordt bij plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime in toepassing van paragraaf 3/1, een psycho-medisch verslag over het verloop van dit individueel bijzonder veiligheidsregime en de voortzetting ervan overgemaakt aan de directeur-generaal een week vóór de vervaldag ervan. De beslissing tot plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime kan hernieuwd worden door de directeur-generaal, met inachtneming van paragraaf 3/1. De federale procureur of de inlichtingen- en veiligheidsdiensten brengen om de twee maanden een geactualiseerd advies uit.

§ 8. In geval van overbrenging naar een andere gevangenis beoordeelt de directeur van die gevangenis, na de gedetineerde te hebben gehoord, of er nog gronden bestaan voor de handhaving van de maatregel, en brengt hieromtrent advies uit aan de directeur-generaal. De beslissing van de directeur-generaal vermeldt de individuele gronden die de verdere plaatsing eventueel noodzaken. Het eerste lid is niet van toepassing op het individueel bijzonder veiligheidsregime opgelegd in toepassing van de paragrafen 3/1 en § 7, vierde lid.

§ 9. Zodra een beklaagde of beschuldigde, die in een individueel bijzonder veiligheidsregime werd geplaatst, veroordeeld is, beoordeelt de directeur de noodzaak van een handhaving of aanpassing van de plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime, en brengt hierover advies uit aan de directeur-generaal. Op basis hiervan kan de directeur-generaal een einde maken aan de plaatsing of de plaatsingsmaatregelen milderen. Het eerste lid is niet van toepassing op het individueel bijzonder veiligheidsregime opgelegd in toepassing van de paragrafen 3/1 en 7, vierde lid.

§ 10. De gedetineerde heeft het recht beroep aan te tekenen tegen de beslissingen van de directeur-generaal genomen overeenkomstig de paragrafen 1, eerste lid, 3/1, eerste lid, 7, eerste, tweede en vierde lid, en de paragrafen 8 en 9. Dit beroep dient te worden ingediend bij de Beroepscommissie van de Centrale Raad. De artikelen 165 en 166 zijn van toepassing op de beroepsprocedure. De directeur-generaal of een door hem afgevaardigde vertegenwoordigt hierbij de penitentiaire administratie.

§ 11. Plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime is niet van toepassing op minderjarige gedetineerden.

Wie beslist over dit regime?

De directeur-generaal van de penitentiaire administratie of zijn gemachtigde, op voorstel van de directeur. Het voorstel moet concrete omstandigheden, nadere regels en een medisch advies bevatten.

Word ik gehoord?

Ja. De directeur deelt u de inhoud en motieven mee en u kunt, desgewenst bijgestaan door een raadsman of vertrouwenspersoon, uw verweer voeren.

Is er een bijzondere procedure bij georganiseerde misdaad?

Ja. Dan beslist de directeur-generaal na advies van de federale procureur of de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, met een hoorzitting en een psycho-medisch advies.

Hoe lang duurt het regime?

Maximaal twee maanden, hernieuwbaar, met maandelijks een verslag van de directeur en een psycho-medisch verslag bij verlenging.

Wie bezoekt mij?

Als u afgezonderd bent, bezoeken de directeur en een arts u minstens wekelijks, en u kunt opmerkingen in een register laten noteren.

Kan ik in beroep?

Ja, bij de Beroepscommissie van de Centrale Raad (artikelen 165 en 166). Uw plaatsing wordt in registers bijgehouden. Voor minderjarigen is dit regime niet van toepassing.

Wat moet in het voorstel staan?

De concrete omstandigheden of gedragingen die tonen dat u een voortdurende bedreiging vormt, de concrete regels van het regime met motivering van elke maatregel, en een medisch advies over de verenigbaarheid met uw gezondheid.

Wanneer is de beslissing van toepassing?

Onmiddellijk, ook als u beroep instelt. De beslissing vermeldt de regels met omstandige motivering en wordt meegedeeld aan de directeur, aan u en, als u verdachte bent, aan de onderzoeksrechter.

Wat bij een overbrenging of bij een veroordeling?

Bij overbrenging beoordeelt de directeur van de nieuwe gevangenis, na u gehoord te hebben, of het regime nog nodig is en adviseert hij de directeur-generaal. Wordt u als beklaagde of beschuldigde veroordeeld, dan beoordeelt de directeur opnieuw of handhaving of aanpassing nodig is. (Beide regels gelden niet voor het regime in toepassing van § 3/1 en § 7, vierde lid.)

Geldt dit regime voor minderjarigen?

Nee. Plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime is niet van toepassing op minderjarige gedetineerden.

KORT GEZEGD

De directeur-generaal beslist over dit regime na u gehoord te hebben. Het duurt maximaal twee maanden per keer en u kunt in beroep.

HOOFDSTUK IV. - Maatregelen van rechtstreekse dwang.

Artikel 119

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Met het oog op de handhaving van de orde of de veiligheid mag ten aanzien van de gedetineerden alleen rechtstreekse dwang gebruikt worden, wanneer deze doelstellingen op geen andere wijze kunnen worden bereikt en voor de daartoe strikt noodzakelijke tijd.

§ 2. Onder dezelfde voorwaarden mag tegenover andere personen dan de gedetineerden rechtstreekse dwang worden gebruikt, in afwachting van de tussenkomst van de politiediensten, wanneer zij pogen gedetineerden te bevrijden, wederrechtelijk de gevangenis binnen te dringen of zich daarin ophouden zonder daartoe gerechtigd te zijn.

§ 3. Onder gebruik van rechtstreekse dwang in de zin van § 1 wordt verstaan het gebruik van fysieke dwang op personen, al dan niet met het gebruik maken van materiële of mechanische hulpmiddelen, van dwangtuigen die de bewegingsvrijheid beperken of van wapens die krachtens de wapenwet tot de reglementaire uitrusting behoren.

Wanneer mag er dwang worden gebruikt?

Alleen als orde of veiligheid op geen andere wijze kan worden bereikt en voor de strikt noodzakelijke tijd.

Geldt dit ook voor anderen?

Ja, tegenover personen die gedetineerden willen bevrijden, wederrechtelijk binnendringen of zich ongeoorloofd ophouden, in afwachting van de politie.

Wat is rechtstreekse dwang?

Fysieke dwang op personen, al dan niet met hulpmiddelen, dwangtuigen die de bewegingsvrijheid beperken of wapens die tot de reglementaire uitrusting behoren.

KORT GEZEGD

Dwang mag alleen als er geen andere weg is en niet langer dan strikt nodig.

Artikel 120

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Bij meerdere geschikte mogelijkheden van rechtstreekse dwang moeten deze gekozen worden die het minst schadelijk zijn.

§ 2. Elk gebruik van rechtstreekse dwang moet redelijk zijn en in verhouding staan tot het nagestreefde doel.

§ 3. Alvorens tot rechtstreekse dwang over te gaan dient eerst met deze dwang gedreigd te worden, behoudens wanneer de omstandigheden dit niet toelaten of wanneer een voorafgaande bedreiging het gebruik van rechtstreekse dwang onwerkzaam zou maken.

Welke regels gelden bij dwang?

Het minst schadelijke middel moet gekozen worden. Het gebruik moet redelijk zijn en in verhouding tot het doel. Eerst moet met dwang worden gedreigd, tenzij de omstandigheden dat niet toelaten of een waarschuwing het gebruik onwerkzaam zou maken.

Welke dwang mag er gebruikt worden als er meerdere keuzes zijn?

De dwang die het minst schadelijk is.

Moet dwang evenredig zijn?

Ja. Elk gebruik van rechtstreekse dwang moet redelijk zijn en in verhouding staan tot het doel.

Moet er gewaarschuwd worden?

Ja. Voordat dwang wordt gebruikt, moet er eerst mee gedreigd worden, tenzij de omstandigheden dat niet toelaten of een voorafgaande bedreiging de dwang onwerkzaam zou maken.

KORT GEZEGD

Dwang moet het minst schadelijke middel zijn, evenredig en liefst eerst aangekondigd.

Artikel 121

WAT ZEGT DE WET?

Bij toepassing van een maatregel van rechtstreekse dwang wordt daar melding van gemaakt in een bijzonder register met precisering van de omstandigheden die tot het nemen van de veiligheidsmaatregel aanleiding hebben gegeven, het tijdstip waarop de maatregel werd genomen en de duur van de maatregel. Het bijzonder register wordt ter beschikking gehouden van de voorzitter van de Commissie van toezicht, van de maandcommissaris en van de andere controlerende instanties.

Wordt gebruik van dwang genoteerd?

Ja, in een bijzonder register met de omstandigheden, het tijdstip en de duur. Het staat ter beschikking van de voorzitter van de Commissie van toezicht, de maandcommissaris en andere controlerende instanties.

KORT GEZEGD

Elk gebruik van dwang wordt geregistreerd en kan worden gecontroleerd.


 

TITEL VII. - Tuchtregime.

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.

Artikel 122

WAT ZEGT DE WET?

Het tuchtregime strekt ertoe de orde en de veiligheid te vrijwaren met eerbiediging van de waardigheid, het zelfrespect en de individuele en sociale verantwoordelijkheid van de gedetineerden. Het beroep op de tuchtprocedure moet beperkt blijven tot situaties waarin de handhaving van de orde en de veiligheid van de inrichting dit gebiedend rechtvaardigen en er geen enkel ander middel kan worden gebruikt om dit te verzekeren.

Waarvoor dient het tuchtregime?

Om orde en veiligheid te vrijwaren met respect voor uw waardigheid, zelfrespect en verantwoordelijkheid.

Wanneer wordt tucht toegepast?

Alleen als de handhaving van orde en veiligheid dat gebiedend vereist en er geen enkel ander middel is.

KORT GEZEGD

Tucht is een laatste middel.

Artikel 123

WAT ZEGT DE WET?

Een gedetineerde mag niet belast worden met de handhaving van de tucht in de gevangenis.

Mag een gedetineerde tucht uitoefenen?

Nee. Een gedetineerde mag niet belast worden met de handhaving van de tucht.

KORT GEZEGD

Tucht is de taak van het personeel, nooit van gedetineerden.

Artikel 124

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Een gedetineerde mag tuchtrechtelijk niet gestraft worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet.

§ 2. Indien de tuchtsanctie, ten tijde van de tuchtrechtelijke beslissing vastgesteld, verschilt van die welke ten tijde van het tuchtrechtelijk misdrijf was bepaald, wordt de minst zware sanctie toegepast.

Mag ik voor alles gestraft worden?

Nee. Alleen voor de inbreuken en met de sancties die in deze wet staan.

Wat als de straf verandert?

Als de sanctie op het moment van de beslissing verschilt van die op het moment van het feit, wordt de minst zware toegepast.

KORT GEZEGD

Enkel de in de wet bepaalde inbreuken en sancties zijn toegelaten, en de lichtste regeling geldt.

Artikel 125

WAT ZEGT DE WET?

Samenloop van een tuchtrechtelijke inbreuk en een misdrijf staat de tuchtprocedure en de mogelijkheid van tuchtrechtelijke bestraffing niet in de weg.

Kan ik zowel tuchtrechtelijk als strafrechtelijk vervolgd worden?

Ja. Dat een feit ook een misdrijf is, staat de tuchtprocedure niet in de weg.

KORT GEZEGD

Een tuchtstraf sluit een strafrechtelijke vervolging niet uit.

Artikel 126

WAT ZEGT DE WET?

Een gedetineerde mag voor één en dezelfde tuchtrechtelijke inbreuk slechts eenmaal tuchtrechtelijk gestraft worden.

Kan ik tweemaal gestraft worden voor hetzelfde feit?

Nee. Voor dezelfde tuchtinbreuk mag u slechts eenmaal tuchtrechtelijk gestraft worden.

KORT GEZEGD

Eén tuchtinbreuk geeft maar één tuchtstraf.

Artikel 127

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De bevoegdheid tot het opleggen van tuchtsancties berust bij de directeur.

§ 2. Werd de tuchtrechtelijke inbreuk gepleegd tijdens de overbrenging naar een andere gevangenis, dan is de directeur van de gevangenis van bestemming bevoegd.

§ 3. Indien de tuchtrechtelijke inbreuk gepleegd werd ten aanzien van een persoon die bevoegd is om tuchtsancties op te leggen, dient deze zich van de zaak te onthouden. Naar gelang van het geval wordt de tuchtrechtelijke bevoegdheid dan uitgeoefend door de directeur of een hiërarchisch hoger lid van de penitentiaire administratie dat aangewezen werd door de minister. Indien de tuchtrechtelijke bevoegdheid uitgeoefend wordt door een hiërarchisch hoger lid van de penitentiaire administratie, wordt diens beslissing gelijkgesteld met een beslissing van de directeur zoals bedoeld in artikel 148.

§ 4. Een tuchtsanctie kan worden opgelegd of worden uitgevoerd in een andere gevangenis of afdeling dan deze waarin de tuchtrechtelijke inbreuk werd gepleegd of waarin het tuchtrapport werd opgesteld.

Wie legt tuchtstraffen op?

De directeur. Is de inbreuk tijdens een overbrenging gepleegd, dan is de directeur van de gevangenis van bestemming bevoegd.

Wat als de inbreuk tegen de directeur zelf gericht was?

Dan houdt hij zich van de zaak af. Een andere directeur of een hoger lid van de penitentiaire administratie die de minister aanwijst, beslist.

Kan de straf in een andere gevangenis worden uitgevoerd?

Ja.

KORT GEZEGD

De directeur beslist over tuchtstraffen, behalve als hijzelf het slachtoffer is.

HOOFDSTUK II. - Tuchtrechtelijke inbreuken.

Artikel 128

WAT ZEGT DE WET?

De tuchtrechtelijke inbreuken worden volgens hun ernst ingedeeld in twee categorieën.

Hoe zijn tuchtinbreuken ingedeeld?

Volgens ernst in twee categorieën.

KORT GEZEGD

Er zijn twee categorieën tuchtinbreuken: ernstig en minder ernstig.

Artikel 129

WAT ZEGT DE WET?

Als tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie worden beschouwd :

1° de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee;

2° de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee;

3° de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee;

4° de wederrechtelijke ontvreemding van goederen;

5° de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7°;

6° het aanzetten tot of het voeren van collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in gevaar brengen;

7° het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties;

8° ontsnapping of deelname aan een ontsnapping;

9° het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken;

10° het gebruik van verboden stoffen bedoeld in artikel 109/1, tweede lid, de weigering om medewerking te verlenen aan de afname van de test bedoeld in artikel 109/1, eerste lid, en het plegen van fraude bij om het even welk onderdeel van de afname van die test.

Wat zijn inbreuken van de eerste categorie?

De zwaarste. Bijvoorbeeld: geweld of bedreiging tegen personen, opzettelijke schade of diefstal, het opzettelijk verstoren van de orde, collectieve acties die de veiligheid ernstig in gevaar brengen, bezit of handel van verboden voorwerpen of stoffen, ontsnapping, bezit van technologische middelen voor onregelmatige communicatie en gebruik van verboden stoffen, weigering van de test of fraude daarbij.

Wat betekent het bezit van een gsm voor mij?

Het bezit of gebruik van technologische middelen waarmee u onregelmatig met de buitenwereld kunt communiceren, is een zware tuchtfout van de eerste categorie. Dit geldt niet alleen voor een gsm, maar voor elk dergelijk toestel.

Sinds wanneer geldt punt 10 (drugtest)?

Sinds 1 mei 2026.

Wat als mijn tuchtfeit ook een misdrijf is?

Dan kunnen de tuchtprocedure en de strafvervolging naast elkaar bestaan (artikel 125).

Is een poging ook strafbaar?

Ja. Poging en deelneming worden even zwaar gestraft als het tuchtfeit zelf (artikel 131).

Welke straffen horen bij een feit van de eerste categorie?

Alle straffen van artikelen 132 en 133, met de langste maxima: tot dertig dagen afzondering in uw verblijfsruimte, tot negen dagen strafcel (veertien bij gijzelneming) en tot dertig dagen voor de bijzondere sancties.

KORT GEZEGD

De eerste categorie omvat de ernstigste feiten, zoals geweld, diefstal, drugs, ontsnapping en verboden communicatiemiddelen.

Artikel 130

WAT ZEGT DE WET?

Worden beschouwd als tuchtrechtelijke inbreuken van de tweede categorie :

1° het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden;

2° het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen;

3° het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis;

4° het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden;

5° het op onregelmatige wijze communiceren met een medegedetineerde of een persoon vreemd aan de gevangenis, met uitzondering van de in artikel 129, 9°, vermelde tuchtrechtelijke inbreuk;

6° het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen;

7° het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort.

Wat zijn inbreuken van de tweede categorie?

De lichtere inbreuken. Bijvoorbeeld: beledigen, het reglement niet volgen, bevelen negeren, zich zonder toelating in een ruimte bevinden, onregelmatig communiceren, de cel of lokalen niet schoon houden en lawaaihinder.

Welke straffen horen bij een feit van de tweede categorie?

Dezelfde soorten sancties, maar met kortere maxima: tot vijftien dagen afzondering in uw verblijfsruimte, tot drie dagen strafcel en tot vijftien dagen voor de bijzondere sancties.

Is bijvoorbeeld "lawaai maken" hetzelfde als een zware fout?

Nee. Lawaaihinder, een niet opgeruimde cel of een bevel niet opvolgen zijn feiten van de tweede categorie en worden dus minder zwaar gestraft.

KORT GEZEGD

De tweede categorie omvat lichtere feiten zoals beledigingen, reglementsovertredingen en lawaai.

Artikel 131

WAT ZEGT DE WET?

De poging tot het plegen van en deelneming aan een in de artikelen 129 en 130 bedoelde tuchtrechtelijke inbreuk wordt gestraft met dezelfde straffen als de tuchtrechtelijke inbreuk zelf.

Ben ik ook strafbaar als ik het alleen probeer of meehelp?

Ja. Poging en deelneming worden met dezelfde straffen gestraft als de inbreuk zelf.

KORT GEZEGD

Poging en deelneming worden even zwaar gestraft.

HOOFDSTUK III. - Tuchtsancties.

Afdeling I. - Algemene tuchtsancties.

Artikel 132

WAT ZEGT DE WET?

Ongeacht de aard van de tuchtrechtelijke inbreuk kunnen de volgende tuchtsancties worden opgelegd :

1° berisping met inschrijving in het in artikel 146 bedoelde register voor tuchtsancties;

2° beperking of ontzegging, voor een maximumduur van dertig dagen, van het recht om in de kantine bepaalde voorwerpen aan te schaffen, met uitzondering van toiletartikelen en artikelen voor briefwisseling;

3° afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte, zoals hierna in afdeling IV nader bepaald, voor een maximumduur van dertig dagen voor een inbreuk van de eerste categorie en voor een maximumduur van vijftien dagen voor een inbreuk van de tweede categorie;

4° opsluiting in een strafcel, zoals hierna in afdeling III nader bepaald, voor een maximumduur van negen dagen voor een inbreuk van de eerste categorie en voor een maximumduur van drie dagen voor een inbreuk van de tweede categorie; deze sanctie kan voor een maximumduur van veertien dagen worden opgelegd in geval van gijzelneming.

Welke tuchtstraffen zijn er?

Berisping, een beperking of ontzegging van de kantine (maximaal 30 dagen), afzondering op uw verblijfsruimte (maximaal 30 dagen bij ernstige en 15 dagen bij lichtere inbreuken) en opsluiting in een strafcel (maximaal 9 dagen bij ernstige en 3 dagen bij lichtere inbreuken, en maximaal 14 dagen bij gijzelneming).

Hoe lang mag de afzondering in mijn verblijfsruimte duren?

Maximaal dertig dagen voor een tuchtfeit van de eerste categorie en maximaal vijftien dagen voor een feit van de tweede categorie. Zie ook artikel 142 voor verlenging bij nieuwe feiten.

Hoe lang mag de opsluiting in een strafcel duren?

Maximaal negen dagen voor een feit van de eerste categorie en maximaal drie dagen voor een feit van de tweede categorie. Bij gijzelneming kan de strafcel tot veertien dagen duren. Zie ook artikel 139 voor verlenging bij nieuwe feiten tijdens de opsluiting.

Kan ik meerdere straffen tegelijk krijgen?

Ja, afzonderlijk of samen, behalve de strafcel en de afzondering in uw verblijfsruimte: die kunnen alleen zonder andere sancties worden opgelegd (artikel 143, § 3).

Wat betekent "berisping met inschrijving"?

Een waarschuwing die in het register van tuchtsancties wordt genoteerd. U verliest daarbij geen rechten.

Welke straffen kan de directeur niet opleggen?

Alleen de straffen uit de wet zijn mogelijk (artikel 124). Andere straffen, zoals het inhouden van post of van uw medische zorg, bestaan niet als tuchtsanctie.

KORT GEZEGD

Er zijn vier algemene tuchtstraffen: berisping, kantinebeperking, afzondering op de cel en strafcel, elk met maximale duur.

Afdeling II. - Bijzondere tuchtsancties.

Artikel 133

WAT ZEGT DE WET?

De volgende tuchtsancties kunnen voor een maximumduur van dertig dagen worden opgelegd voor een inbreuk van de eerste categorie en van vijftien dagen voor een inbreuk van de tweede categorie, mits er een verband is met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk :

1° de ontzegging van bezit van bepaalde voorwerpen;

2° de ontzegging of beperking van het recht om een beroep te doen op de bibliotheekvoorzieningen, onverminderd het recht van de gedetineerde om vanuit de bibliotheek informatie te bekomen die bestemd is voor een door hem aangevatte opleiding, of die kadert in het recht op de vrije beleving van godsdienst of levensbeschouwing;

3° de ontzegging of beperking van de omgang met bezoekers van buiten de gevangenis; betreft het de in artikel 59, § 1, bedoelde personen, dan bestaat de sanctie in het organiseren van het bezoek in een lokaal dat is voorzien van een transparante wand die de bezoekers van de gedetineerde scheidt;

4° de ontzegging of beperking van het in artikel 64 bedoelde recht om te telefoneren;

5° het verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband.

6° het verbod om deel te nemen aan werk in gemeenschappelijk verband;

7° het verbod om deel te nemen aan opleidingsactiviteiten in gemeenschappelijk verband.

Zijn er nog andere straffen?

Ja, bijzondere tuchtsancties met een verband tot de inbreuk, max. 30 dagen (ernstig) of 15 dagen (licht): ontzegging van bepaalde voorwerpen, beperking van de bibliotheek, beperking van bezoek, beperking van telefoon, verbod op gemeenschappelijke activiteiten, werk of opleiding.

Waarom is dat "verband" belangrijk?

Een sanctie moet logisch aansluiten bij wat er gebeurd is. Wie bijvoorbeeld misbruik maakte van de telefoon, kan de telefoon verliezen, maar een sanctie die niets met het feit te maken heeft, is niet toegelaten.

Kan ik zowel een algemene als een bijzondere sanctie krijgen?

Ja, die kunnen gecombineerd worden, behalve met de strafcel en de afzondering in uw verblijfsruimte (artikel 143, § 3).

KORT GEZEGD

Bijzondere tuchtsancties beperken bepaalde rechten, maximaal 30 of 15 dagen en moeten met de inbreuk samenhangen.

Afdeling III. - Opsluiting in een strafcel.

Artikel 134

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Opsluiting in een strafcel bestaat erin de gedetineerde te plaatsen in een speciaal daartoe uitgeruste cel waarin hij alleen verblijft.

§ 2. De strafcel dient te voldoen aan de eisen inzake veiligheid, gezondheid en hygiëne die de Koning nader bepaalt en dient in ieder geval voorzien te zijn van een oproepsysteem.

§ 3. Zwangere vrouwen of gedetineerden wier kind van minder dan drie jaar in de gevangenis verblijft, zijn uitgesloten van opsluiting in een strafcel.

Wat is een strafcel?

Een speciaal uitgeruste cel waarin u alleen verblijft. Ze moet aan veiligheids-, gezondheids- en hygiëne-eisen voldoen en een oproepsysteem hebben.

Wie mag er niet in?

Zwangere vrouwen en gedetineerden met een kind jonger dan drie jaar in de gevangenis.

Aan welke eisen moet de strafcel voldoen?

Aan eisen inzake veiligheid, gezondheid en hygiëne die de Koning bepaalt, en ze moet in ieder geval een oproepsysteem hebben.

KORT GEZEGD

De strafcel is een individuele, veilige cel met oproepsysteem, niet voor zwangere vrouwen of moeders met jonge kinderen.

Artikel 135

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Behoudens andersluidende beslissing van de directeur blijft de gedetineerde voor de duur van deze tuchtsanctie ontzegd van het recht :

1° om in de kantine bepaalde voorwerpen aan te schaffen, met uitzondering van toiletartikelen en artikelen voor de briefwisseling;

2° om bezoek te ontvangen van personen van buiten de gevangenis zoals bepaald in artikel 58; indien de tuchtsanctie meer dan drie dagen duurt, wordt bezoek toegestaan aan de in artikel 59, § 1, bedoelde personen in een lokaal dat voorzien is van een transparante wand die de bezoekers van de gedetineerde scheidt;

3° om te telefoneren, behoudens met een advocaat of met de persoon die rechtshulp of juridische bijstand verleent in de zin van artikel 104;

4° om contacten te hebben met de media;

5° om deel te nemen aan activiteiten in gemeenschappelijk verband;

6° om in het bezit te blijven van de hem toebehorende voorwerpen;

7° om voorwerpen of materialen in zijn bezit te hebben voor individuele vrijetijdsbesteding, behoudens de in artikel 136 bepaalde uitzonderingen.

§ 2. De gedetineerde ontvangt voor de duur van de opsluiting in een strafcel geen inkomsten uit arbeid of opleidingsbijdrage.

Welke rechten verlies ik in de strafcel?

Behoudens andere beslissing van de directeur: aankopen in de kantine (behalve toiletartikelen en briefwisselingsartikelen), bezoek (na meer dan drie dagen krijgt u wel bezoek van naaste familie achter een transparante wand), telefoon (behalve met advocaat of rechtshulpverlener), contact met de media, gemeenschappelijke activiteiten, uw eigen spullen en materiaal voor individuele vrije tijd (behalve uitzonderingen). U krijgt geen arbeidsinkomen of opleidingsbijdrage.

Krijg ik loon tijdens de strafcel?

Nee. Voor de duur van de opsluiting krijgt u geen inkomsten uit arbeid of opleidingsbijdrage.

Wat kan ik doen als de directeur mij mijn rechten extra ontzegt?

U kunt klacht indienen bij de Klachtencommissie (artikel 148 en volgende).

KORT GEZEGD

In de strafcel zijn veel rechten tijdelijk beperkt, maar contact met de advocaat blijft mogelijk.

Artikel 136

WAT ZEGT DE WET?

De directeur draagt er zorg voor dat de gedetineerde die in een strafcel is opgesloten :

1° de maaltijden kan gebruiken onder betamelijke omstandigheden, behoorlijke kledij en schoeisel van de gevangenis ter beschikking krijgt en zijn uiterlijk en lichamelijke hygiëne fatsoenlijk kan verzorgen;

2° over voldoende lectuur beschikt;

3° de mogelijkheid heeft om minstens één uur per dag in de buitenlucht te verblijven;

4° de individuele vormingsactiviteiten verder kan zetten die niet onverenigbaar zijn met de opsluiting in een strafcel;

5° briefwisseling kan voeren onder de in titel V, hoofdstuk III, afdeling II bepaalde voorwaarden;

6° zijn godsdienst of zijn levensbeschouwing individueel kan beleven en belijden en daartoe dagelijks het bezoek kan ontvangen van de daarvoor aan de gevangenis verbonden of tot de gevangenis toegelaten vertegenwoordiger van zijn godsdienst of levensbeschouwing;

7° een beroep kan doen op een advocaat en op de in artikel 104 bedoelde juridische bijstand;

8° een beroep kan doen op psychosociale en medische hulpverlening.

Welke garanties heb ik in de strafcel?

Maaltijden onder betamelijke omstandigheden, kledij en hygiëne, voldoende lectuur, minstens een uur per dag buiten, individuele vorming, briefwisseling, godsdienstbeleving en dagelijks bezoek van een vertegenwoordiger, een beroep op een advocaat en juridische bijstand en op psychosociale en medische hulp.

Wat kan ik doen als mijn rechten in de strafcel niet gerespecteerd worden?

U kunt de directeur of arts aanspreken bij hun dagelijks bezoek, een opmerking op het formulier laten schrijven (artikel 138), of klacht indienen bij de Klachtencommissie.

KORT GEZEGD

Ook in de strafcel zijn uw basisrechten beschermd.

Artikel 137

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Op positief advies van de arts kan een observatie door middel van een camera, microfoon of enig ander technisch middel plaatsvinden wanneer het voor de vrijwaring van de fysieke integriteit van de gedetineerde geboden is. De gedetineerde wordt hiervan in kennis gesteld.

§ 2. Dagelijks bezoeken de directeur en een arts de gedetineerde om zich te vergewissen van diens toestand en situatie en om na te gaan of de gedetineerde geen klachten of opmerkingen te formuleren heeft.

§ 3. De personen of instanties die belast zijn met het toezicht en de controle over de gevangenissen of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel zijn gerechtigd de gedetineerde in de strafcel te bezoeken.

Mag ik gefilmd worden in de strafcel?

Alleen met positief advies van de arts, als het nodig is voor uw fysieke integriteit, en u wordt ervan op de hoogte gebracht.

Wie bezoekt mij?

Dagelijks de directeur en een arts. De toezichthoudende personen of instanties mogen u ook bezoeken.

Mogen controleorganen komen?

Ja. De personen en instanties die toezicht houden op de gevangenissen en de uitvoering van de straf mogen u in de strafcel bezoeken.

KORT GEZEGD

In de strafcel bezoeken de directeur en arts u dagelijks en observatie gebeurt alleen op medisch advies.

Artikel 138

WAT ZEGT DE WET?

Bij elke opsluiting in een strafcel stelt degene die de tuchtsanctie oplegt een formulier op met vermelding van de identiteit van de gedetineerde, van de feiten en van de omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot deze tuchtsanctie. Voor de ganse duur van de tuchtsanctie wordt per dag op het formulier genoteerd, met vermelding van het uur van aanvang en beëindiging, wie de gedetineerde heeft bezocht en om welke reden de gedetineerde de strafcel heeft verlaten. Naar aanleiding van het bezoek dat de directeur hem dagelijks brengt krachtens artikel 137, § 2, kan de gedetineerde zelf opmerkingen met betrekking tot zijn toestand en situatie doen optekenen op dat formulier. Personen of instanties die belast zijn met het toezicht en de controle over de gevangenissen of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel kunnen zich dit formulier gedurende de ganse duur van de tuchtsanctie doen voorleggen. Zij kunnen er hun eigen opmerkingen optekenen evenals deze van de gedetineerde. Nadat de opsluiting in een strafcel is beëindigd, wordt dit formulier geklasseerd in het dossier van de gedetineerde.

Wordt mijn verblijf in de strafcel genoteerd?

Ja, op een formulier met uw identiteit, de feiten en de omstandigheden. Elke dag wordt genoteerd wanneer de cel begon en eindigde, wie u bezocht en waarom u de cel verliet.

Mag ik zelf iets laten noteren?

Ja, naar aanleiding van het dagelijks bezoek van de directeur kunt u opmerkingen laten optekenen.

Wie mag dit formulier inkijken?

Personen of instanties die toezicht houden, kunnen het tijdens de sanctie laten voorleggen en eigen opmerkingen toevoegen, naast die van u. Daarna wordt het in uw dossier geklasseerd.

KORT GEZEGD

Uw verblijf in de strafcel wordt dagelijks genoteerd, en u mag opmerkingen laten noteren.

Artikel 139

WAT ZEGT DE WET?

Indien gedurende de tijd van zijn verblijf in de strafcel de gedetineerde een in artikel 129 bedoelde tuchtrechtelijke inbreuk pleegt, kan de opsluiting in de strafcel worden verlengd, op basis van een beslissing die genomen wordt overeenkomstig de in hoofdstuk V bepaalde procedure. Het verblijf in de strafcel kan als gevolg van deze opeenvolgende beslissingen enkel de negen dagen overschrijden in geval van een zware aanslag op de fysieke integriteit van een persoon. In geen geval kan het verblijf in de strafcel veertien dagen overschrijden.

Kan de strafcel verlengd worden?

Ja, als u in de strafcel een nieuwe ernstige tuchtinbreuk pleegt, via dezelfde tuchtprocedure.

Hoe lang kan het maximaal duren?

Meer dan negen dagen kan alleen bij een zware aanslag op de fysieke integriteit van een persoon. In geen geval langer dan veertien dagen.

KORT GEZEGD

De strafcel kan verlengd worden bij een nieuwe ernstige inbreuk, maar nooit langer dan veertien dagen.

Afdeling IV. - Afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte.

Artikel 140

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Deze tuchtsanctie wordt uitgevoerd in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte.

§ 2. Voor de duur van deze tuchtsanctie blijft de gedetineerde ontzegd van het recht om deel te nemen aan gemeenschappelijke activiteiten. De directeur kan de gedetineerde toestaan deel te nemen aan vormingsactiviteiten in gemeenschappelijk verband en aan activiteiten die verband houden met zijn eredienst of zijn levensbeschouwing. De directeur draagt er zorg voor dat de gedetineerde :

1° de mogelijkheid heeft om minstens één uur per dag in de buitenlucht te verblijven;

2° zijn godsdienst of levensbeschouwing individueel kan beleven en belijden en daartoe dagelijks het bezoek kan ontvangen van de daarvoor aan de gevangenis verbonden of tot de gevangenis toegelaten vertegenwoordiger van zijn godsdienst of levensbeschouwing. De gedetineerde behoudt het recht om verder bezoek te ontvangen van de in artikel 59, § 1, bedoelde personen van buiten de gevangenis. Behoudens andersluidende beslissing vanwege de directeur vindt het bezoek plaats in een lokaal dat voorzien is van een transparante wand die de bezoekers van de gedetineerde scheidt. Het gebruik van de telefoon wordt beperkt tot één telefoongesprek per week, zonder afbreuk te doen aan het recht om te telefoneren naar een advocaat of naar een persoon die belast is met rechtshulp of juridische bijstand, in overeenstemming met wat bedoeld is in artikel 104. De gedetineerde ontvangt voor de duur van de afzondering op de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte :

1° geen inkomsten uit arbeid, tenzij voor arbeid verricht buiten gemeenschappelijk verband;

2° geen opleidingsbijdrage voor vormingsactiviteiten in gemeenschappelijk verband die overeenkomstig artikel 83, § 3 met arbeid worden gelijkgesteld, behoudens wanneer de directeur hem heeft toegestaan aan dergelijke activiteiten deel te nemen.

Wat is afzondering op de verblijfsruimte?

U wordt voor een tuchtstraf op uw eigen cel afgezonderd.

Welke rechten blijven?

Minstens een uur per dag buiten, godsdienstbeleving en bezoek van de vertegenwoordiger, bezoek van naaste familie (meestal achter een transparante wand) en één telefoongesprek per week, behalve naar een advocaat of rechtshulpverlener. De directeur kan toestaan dat u aan vorming en aan godsdienstige activiteiten deelneemt.

Wat verliest u?

Gemeenschappelijke activiteiten en het inkomen uit arbeid, tenzij voor werk buiten gemeenschappelijk verband.

Hoe lang mag de afzondering op mijn verblijfsruimte duren?

Maximaal dertig dagen voor een tuchtfeit van de eerste categorie en maximaal vijftien dagen voor een feit van de tweede categorie (artikel 132). Bij nieuwe tuchtfeiten tijdens de afzondering kan ze worden verlengd, maar nooit boven vijfenveertig dagen (artikel 142).

KORT GEZEGD

Bij afzondering op uw cel blijven bezoek, buitenlucht en uw advocaat gegarandeerd, maar uw gemeenschappelijke activiteiten vallen weg.

Artikel 141

WAT ZEGT DE WET?

De gedetineerde die het voorwerp uitmaakt van deze tuchtsanctie wordt minstens wekelijks bezocht door de directeur en een arts, die zich vergewissen van de toestand van de gedetineerde en nagaan of de gedetineerde geen klachten of opmerkingen te formuleren heeft.

Wordt er naar mij omgekeken?

Ja, minstens wekelijks bezoeken de directeur en een arts u om uw toestand te beoordelen en uw klachten te horen.

KORT GEZEGD

Tijdens afzondering wordt u wekelijks bezocht door de directeur en een arts.

Artikel 142

WAT ZEGT DE WET?

Indien, tijdens zijn periode van afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte, de gedetineerde een nieuwe tuchtrechtelijke inbreuk pleegt, kan deze afzondering verlengd worden, op basis van een beslissing die genomen wordt overeenkomstig de in hoofdstuk V bepaalde procedure. De afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte kan als gevolg van deze opeenvolgende beslissingen enkel de dertig dagen overschrijden in geval van een zware aanslag op de fysieke integriteit van een persoon. In geen geval kan de afzondering vijfenveertig dagen overschrijden.

Kan de afzondering verlengd worden?

Ja, bij een nieuwe tuchtinbreuk. Meer dan dertig dagen kan alleen bij een zware aanslag op de fysieke integriteit van een persoon, nooit langer dan vijfenveertig dagen.

Hoe lang mag het in totaal duren?

Enkel bij een zware aanslag op de fysieke integriteit van een persoon mag de afzondering de dertig dagen overschrijden. In geen geval mag ze vijfenveertig dagen overschrijden. Deze beperking geldt sinds 26 februari 2026.

KORT GEZEGD

Afzondering kan verlengd worden maar nooit langer dan 45 dagen.

HOOFDSTUK IV. - De toemeting van tuchtsancties.

Artikel 143

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Bij de keuze van de aard en de omvang van de tuchtsanctie wordt rekening gehouden met de ernst van de inbreuk, met de omstandigheden waarin zij plaatsvond, verzachtende omstandigheden en met de voorlopige maatregelen die eventueel overeenkomstig artikel 145, § 1, werden opgelegd.

§ 2. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken.

§ 3. De tuchtsancties kunnen afzonderlijk of cumulatief worden opgelegd, met uitzondering van de tuchtsanctie van opsluiting in een strafcel en afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte, die alleen kunnen worden opgelegd met uitsluiting van de andere tuchtsancties. In alle gevallen worden de grenzen van de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de tuchtrechtelijke sancties alsook de vereisten inzake redelijkheid en billijkheid in acht genomen.

§ 4. De tuchtsancties kunnen geheel of ten dele met uitstel worden opgelegd voor een proeftijd van maximaal drie maanden, mits de algemene voorwaarde dat de gedetineerde zich onthoudt van nieuwe tuchtrechtelijke inbreuken. Voor de duur van de proeftijd kunnen tevens bijzondere voorwaarden worden opgelegd voorzover de gedetineerde zich vooraf akkoord verklaart om deze na te leven en mits ze niet de aard van een sanctie hebben. Wanneer de proeftijd gunstig is verlopen, kan de uitgesproken tuchtsanctie niet meer ten uitvoer gelegd worden. Bij het niet naleven van de aan het uitstel verbonden voorwaarden kan de directeur bepalen dat de met uitstel uitgesproken tuchtsanctie geheel of gedeeltelijk ten uitvoer wordt gelegd.

§ 5. De directeur kan een in uitvoering zijnde tuchtsanctie omzetten in een tuchtsanctie met uitstel en hij kan de in uitvoering zijnde sanctie voortijdig beëindigen wanneer hij van oordeel is dat het doel van de sanctie is bereikt vooraleer de uitvoeringstermijn verstreken is.

Hoe wordt de straf bepaald?

Er wordt rekening gehouden met de ernst van de inbreuk, de omstandigheden, verzachtende omstandigheden en eventuele voorlopige maatregelen.

Kunnen straffen samen worden opgelegd?

Ja, behalve strafcel en afzondering, die alleen opgelegd worden zonder andere sancties. De straf moet in verhouding staan tot de inbreuk.

Kan de straf met uitstel?

Ja, geheel of gedeeltelijk, voor maximaal drie maanden proeftijd. Bij een goede proeftijd wordt de straf niet meer uitgevoerd. De directeur kan een straf ook voortijdig beëindigen of omzetten in uitstel.

Wat bij meerdere tuchtfeiten tegelijk?

De verschillende feiten worden gestraft als één tuchtfeit van dezelfde categorie als het zwaarste feit.

Kan de directeur een lopende sanctie milder maken?

Ja. Hij kan een lopende sanctie omzetten in een sanctie met uitstel of ze vroegtijdig beëindigen als hij van oordeel is dat het doel bereikt is.

KORT GEZEGD

Een tuchtstraf is evenredig, kan met uitstel worden opgelegd en kan door de directeur worden stopgezet.

HOOFDSTUK V. - De tuchtprocedure.

Artikel 144

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Wanneer een lid van het personeel een feit vaststelt waarvan het vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt of wanneer een dergelijke inbreuk hem ter kennis wordt gebracht, stelt hij een rapport op voor de directeur. Hij bezorgt dit rapport zo spoedig mogelijk aan de directeur die binnen zeven dagen na de ontvangst van dit rapport handelt overeenkomstig § 3. Het opstellen van het rapport brengt geen wijziging mee aan de levensvoorwaarden van de gedetineerde in de gevangenis, behoudens het bepaalde in artikel 145. Het rapport, dat ondertekend wordt door de opsteller, vermeldt de identiteit van de opsteller, de identiteit van de gedetineerde, de feiten die als tuchtrechtelijke inbreuk worden beschouwd, de plaats, het ogenblik en de concrete omstandigheden waarin de feiten plaatsvonden. De minister bepaalt het model voor dit rapport. De directeur laat zich alle nuttige informatie bezorgen voor de beoordeling van de zaak.

§ 3. Indien de directeur meent dat de feiten een tuchtrechtelijk gevolg vereisen, wordt de gedetineerde door afgifte van een formulier schriftelijk in kennis gesteld van de tenlastelegging, van het feit dat tegen hem een tuchtprocedure zal worden opgestart, dat hij zijn tuchtdossier kan raadplegen en dat hij gehoord zal worden op een door de directeur bepaalde dag en tijdstip. De gedetineerde die de schriftelijke tenlastelegging niet kan lezen, of die de taal ervan niet verstaat, wordt in de gelegenheid gesteld de inhoud en de omschrijving van de tenlastelegging te verstaan. De minister bepaalt het model van het in het eerste lid bedoelde formulier.

§ 4. De gedetineerde heeft het recht zich tijdens de tuchtprocedure te laten bijstaan door een advocaat.

§ 5. De directeur hoort de gedetineerde in zijn middelen van verdediging binnen zeven dagen na de overhandiging van het in paragraaf 3 bedoeld formulier. Indien de gedetineerde het voorwerp uitmaakt van een in artikel 145 bedoelde voorlopige maatregel, wordt hij gehoord binnen tweeënzeventig uur nadat deze in werking is getreden. De directeur stelt de gedetineerde, in een taal die hij kan verstaan, desgevallend met behulp van derden, in kennis van de hem ten laste gelegde feiten. De gedetineerde brengt zijn verweermiddelen mondeling en, zo hij dit wenst schriftelijk, ter kennis van de directeur. De directeur kan de opsteller van het tuchtrapport en één of meerdere getuigen horen in aanwezigheid van de gedetineerde.

§ 6. De directeur neemt een beslissing binnen vierentwintig uur nadat de gedetineerde werd gehoord. De gedetineerde kan alleen schuldig worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten laste gelegde feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan, schuldig acht.

§ 7. De gedetineerde wordt binnen vierentwintig uur mondeling, in een taal die hij kan verstaan, en schriftelijk in kennis gesteld van de beslissing en van de beweegredenen waarop zij steunt, in het bijzonder de motieven die de keuze en de maat van de sanctie hebben bepaald. Zowel bij de mondelinge als bij de in het eerste lid bedoelde schriftelijke mededeling wordt de gedetineerde in kennis gesteld van de mogelijkheid om een klacht in te dienen.

§ 8. De beslissing is uitvoerbaar zodra zij mondeling ter kennis van de gedetineerde is gebracht en dit onverminderd de mogelijkheid van beklag.

Hoe begint een tuchtprocedure?

Een personeelslid maakt een rapport voor de directeur. Binnen zeven dagen beslist hij of er tuchtgevolgen aan verbonden worden.

Wat krijg ik te horen?

U krijgt schriftelijk een formulier met de tenlastelegging, krijgt inzage in uw tuchtdossier en wordt gehoord op een bepaald moment. Als u de taal niet verstaat, wordt het u uitgelegd.

Mag ik hulp krijgen?

Ja, van een advocaat.

Wanneer word ik gehoord?

Binnen zeven dagen na het formulier, of binnen 72 uur bij voorlopige maatregelen. U kunt mondeling en schriftelijk verweer voeren.

Wanneer beslist de directeur?

Binnen 24 uur na het horen. U wordt binnen 24 uur mondeling en schriftelijk op de hoogte gebracht, met de redenen.

Kan ik me ertegen verzetten?

Ja, u kunt klacht indienen. De beslissing is wel meteen uitvoerbaar.

Hoe verloopt het verhoor?

De directeur stelt u in een taal die u verstaat, indien nodig met hulp van derden, in kennis van de feiten. U brengt uw verweer mondeling en, als u wilt, schriftelijk naar voren. De directeur kan de opsteller van het rapport en getuigen in uw aanwezigheid horen.

Wanneer kan ik schuldig verklaard worden?

Alleen als de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal, de feiten bewezen acht en u daaraan schuldig vindt.

Wanneer wordt de sanctie uitgevoerd?

Zodra ze u mondeling is meegedeeld, ook als u een klacht indient (zie titel VIII). Een klacht schorst de sanctie dus niet automatisch, maar u kunt de voorzitter van de Klachtencommissie vragen de uitvoering te schorsen (artikel 156).

Wat moet er in het tuchtrapport staan?

Het rapport moet ondertekend zijn en de identiteit van de opsteller, uw identiteit, de feiten die als tuchtfout worden beschouwd, en de plaats, het ogenblik en de concrete omstandigheden vermelden. De minister bepaalt het model van het rapport.

Verandert er iets aan mijn dagelijks leven zodra het rapport is opgesteld?

Nee. Het opstellen van het rapport verandert uw levensvoorwaarden niet, behalve als de directeur een voorlopige maatregel oplegt (artikel 145).

KORT GEZEGD

In de tuchtprocedure heeft u recht op schriftelijke informatie, een advocaat, gehoord worden, een snelle gemotiveerde beslissing en klacht.

Artikel 145

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. In geval van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid of indien door het aanzetten of voeren van collectieve acties de veiligheid in de gevangenis ernstig in gevaar wordt gebracht kan de directeur, in afwachting van de tuchtprocedure, voorlopige maatregelen nemen en daartoe tot op het ogenblik waarop de beslissing tot tuchtsanctie mondeling aan de gedetineerde is meegedeeld de in artikel 112, § 1, bedoelde bijzondere veiligheidsmaatregelen opleggen. In geval van gevaar voor de orde of de veiligheid kan de directeur, in afwachting van de tuchtprocedure, voorlopige maatregelen nemen en daartoe tot op het ogenblik waarop de beslissing tot tuchtsanctie mondeling aan de gedetineerde is meegedeeld de in artikel 112, § 1, 1°, 2° en 3°, bedoelde bijzondere veiligheidsmaatregelen opleggen.

§ 2. De voorlopige maatregelen mogen niet worden genomen met het oog op onmiddellijke bestraffing.

§ 3. Indien de in afwachting van de tuchtprocedure genomen bijzondere veiligheidsmaatregel wordt omgevormd in een vergelijkbare sanctie, wordt de duur van de voorlopige maatregel in mindering gebracht van deze tuchtsanctie.

Kan de directeur mij vooraf maatregelen opleggen?

Ja, voorlopig tot de beslissing mondeling wordt meegedeeld, bij ernstige aantasting van de interne veiligheid of collectieve acties (bijzondere veiligheidsmaatregelen van artikel 112), of bij gevaar voor orde en veiligheid (enkele lichtere maatregelen).

Is dit een straf?

Nee. De voorlopige maatregelen mogen niet bedoeld zijn als onmiddellijke bestraffing, en hun duur wordt in mindering gebracht van een vergelijkbare tuchtstraf.

Hoe lang kan dat duren?

Tot op het ogenblik dat de tuchtbeslissing mondeling aan u is meegedeeld.

Telt de voorlopige maatregel mee?

Ja. Als de voorlopige maatregel wordt omgevormd in een vergelijkbare tuchtsanctie, wordt de duur ervan in mindering gebracht van de sanctie.

KORT GEZEGD

Voorlopige maatregelen zijn geen straf en worden in mindering gebracht van latere sancties.

Artikel 146

WAT ZEGT DE WET?

De tuchtrechtelijke sancties worden ingeschreven in een bijzonder daartoe bestemd register. De Koning bepaalt de vorm van dat register en de verplicht op te nemen vermeldingen.

Worden tuchtstraffen geregistreerd?

Ja, in een bijzonder register. De Koning bepaalt de vorm en de verplichte vermeldingen.

KORT GEZEGD

Elke tuchtstraf wordt in een register genoteerd.


 

TITEL VIII. - Afhandeling van klachten en van bezwaar tegen plaatsing of overplaatsing.

HOOFDSTUK I. - Klachten.

Artikel 147

WAT ZEGT DE WET?

Onverminderd de mogelijkheden die hem geboden worden in het kader van de briefwisseling, het bezoek en het toezicht op de gevangenissen, dient de gedetineerde in de gelegenheid gesteld te worden zich te wenden tot de directeur, met klachten, in aangelegenheden die hem zelf betreffen.

Kan ik me met een klacht tot de directeur wenden?

Ja. U moet de gelegenheid krijgen u tot de directeur te wenden met klachten over zaken die u zelf aangaan. Dit staat los van de mogelijkheden via briefwisseling, bezoek en toezicht.

KORT GEZEGD

U mag met uw klachten altijd naar de directeur stappen.

Artikel 148

WAT ZEGT DE WET?

Onverminderd de mogelijkheid voor een gedetineerde om zich te richten tot de directie en de Commissie van toezicht, kan een gedetineerde bij de Klachtencommissie beklag doen over elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van hem genomen werd. Met een in het eerste lid bedoelde beslissing wordt gelijkgesteld het verzuim of de weigering een beslissing te nemen binnen een wettelijke termijn, of bij het ontbreken ervan, binnen een redelijke termijn.

Waarover mag ik klagen?

Over elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van u genomen is. U doet dat bij de Klachtencommissie.

Kan ik ook klagen als er geen beslissing komt?

Ja. Het niet nemen of weigeren van een beslissing binnen een wettelijke of redelijke termijn telt ook als een beslissing.

Kan ik ook buiten de Klachtencommissie klagen?

Ja, u kunt zich ook richten tot de directie en de Commissie van toezicht.

Wat kost een klacht?

Niets. De uitspraak wordt u kosteloos bezorgd (artikel 157, § 2). Een advocaat of vertrouwenspersoon is niet verplicht, maar mag u bijstaan (artikel 155).

Kan ik klagen over een beslissing van een personeelslid?

De klacht gaat over beslissingen die door of namens de directeur werden genomen. Gaat het om gedrag van personeel, meld het dan bij de directeur, de maandcommissaris of de commissie van toezicht (artikelen 26 en 30, 147).

KORT GEZEGD

U kan klagen over elke beslissing van de directeur, of over het uitblijven van een beslissing, bij de Klachtencommissie.

Artikel 149

WAT ZEGT DE WET?

De gedetineerde die een klacht wenst in te dienen, wordt daartoe onverwijld in de gelegenheid gesteld. Voorzover dit nog niet was geschied, wordt hem uiterlijk vierentwintig uur nadat hij daartoe het verzoek gedaan heeft, schriftelijke mededeling gedaan van de beslissing waarover hij een klacht wenst in te dienen en van de redenen waarop die beslissing steunt.

Kan ik meteen een klacht indienen?

Ja, u wordt daartoe onverwijld in de gelegenheid gesteld.

Krijg ik de beslissing op papier?

Ja. Als dat nog niet gebeurd is, krijgt u binnen 24 uur nadat u erom vraagt de beslissing en de redenen schriftelijk.

KORT GEZEGD

U krijgt snel de kans om te klagen en op verzoek binnen 24 uur de beslissing schriftelijk.

Artikel 150

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Beklag wordt gedaan door indiening van een klacht bij de Klachtencommissie bij de gevangenis waar de beslissing is genomen waarover de gedetineerde zich beklaagt.

§ 2. In de klacht worden zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht vermeld.

§ 3. De taal waarin de klacht moet worden opgesteld en behandeld, wordt bepaald door de bij het koninklijk besluit van 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken.

§ 4. Aan een gedetineerde die ongeletterd is of de taal van de op hem toepasselijke procedure niet kent, wordt bijstand verleend bij het opstellen van de klacht en bij de verdere afhandeling van de procedure.

§ 5. De klacht wordt ingediend uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen. Een na afloop van deze termijn ingediende klacht is niettemin ontvankelijk indien blijkt, rekening houdend met alle omstandigheden, dat de gedetineerde de klacht zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden.

Hoe dien ik een klacht in?

Bij de Klachtencommissie van de gevangenis waar de beslissing werd genomen. Vermeld zo nauwkeurig mogelijk de beslissing en uw redenen.

In welke taal?

Dat bepalen de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken.

Wat als ik niet kan lezen of schrijven?

Dan krijgt u bijstand bij het opstellen van de klacht en bij de verdere procedure.

Binnen welke termijn?

Uiterlijk de zevende dag nadat u de beslissing kende. Een latere klacht is toch ontvankelijk als u ze zo snel hebt ingediend als redelijkerwijs van u verwacht kon worden.

Moet ik een advocaat nemen om te klagen?

Nee. U mag zelf klagen, maar u mag zich laten bijstaan door een advocaat of door een vertrouwenspersoon van uw keuze die door de Klachtencommissie wordt aanvaard (artikel 155).

KORT GEZEGD

Dien uw klacht in binnen zeven dagen, schriftelijk en duidelijk, en vraag bijstand als u die nodig hebt.

Artikel 151

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Behalve in de gevallen bedoeld in § 2, wordt de klacht behandeld door de voltallige Klachtencommissie.

§ 2. De voorzitter van de Klachtencommissie of een door hem aangewezen lid van de Klachtencommissie kan, indien hij de klacht als kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht, of wanneer hij de zaak als hoogdringend beoordeelt, de zaak als alleensprekend klachtenrechter afdoen. In dit geval zijn de artikelen 152 en volgende van overeenkomstige toepassing.

§ 3. De alleensprekende klachtenrechter kan de behandeling te allen tijde naar de voltallige Klachtencommissie verwijzen.

§ 4. Behoudens onverenigbaarheid met een bindende bepaling van een in België geldend verdrag, geschiedt de behandeling van de klacht niet in het openbaar.

Wie behandelt mijn klacht?

In principe de voltallige Klachtencommissie. De voorzitter of een door hem aangewezen lid kan de zaak alleen afhandelen als de klacht kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is, of dringend is.

Is de zitting openbaar?

Nee, tenzij een verdrag dat anders eist.

Kan één persoon alleen oordelen?

Ja, als de voorzitter of een door hem aangewezen lid de klacht kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond vindt, of de zaak hoogdringend is. Die "alleensprekende klachtenrechter" kan de zaak altijd doorverwijzen naar de voltallige commissie.

KORT GEZEGD

Meestal behandelt de volledige Klachtencommissie uw klacht, soms één rechter alleen, niet in het openbaar.

Artikel 152

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Na ontvangst van de klacht wordt een afschrift ervan aan de directeur overgezonden.

§ 2. Indien de directeur van oordeel is dat de klacht kennelijk onontvankelijk of kennelijk ongegrond is, of dat poging tot bemiddeling door de maandcommissaris, bedoeld in artikel 153, wenselijk is, brengt hij dit binnen achtenveertig uur na ontvangst van de klacht, schriftelijk, met mededeling van zijn motieven, ter kennis van de alleensprekende klachtenrechter of van de Klachtencommissie. In de andere gevallen deelt hij, binnen achtenveertig uur na het indienen van de klacht, schriftelijk de informatie en opmerkingen mee die hij nuttig acht voor de beoordeling van de gegrondheid van de klacht. De inhoud van deze informatie en opmerkingen wordt onmiddellijk schriftelijk ter kennis gebracht van de klager.

Wat gebeurt er met mijn klacht?

Een afschrift gaat naar de directeur. Binnen 48 uur laat hij schriftelijk weten of hij de klacht kennelijk ongegrond of onontvankelijk vindt, of bemiddeling wenselijk is, of hij geeft zijn opmerkingen mee. Die opmerkingen krijgt u onmiddellijk schriftelijk.

Wat kan de directeur doen?

Binnen achtenveertig uur laat hij schriftelijk weten of hij de klacht kennelijk onontvankelijk of ongegrond vindt, of dat een bemiddeling door de maandcommissaris wenselijk is. In andere gevallen deelt hij binnen achtenveertig uur de informatie en opmerkingen mee die hij nuttig vindt.

Krijg ik die opmerkingen te lezen?

Ja. De inhoud wordt onmiddellijk schriftelijk aan u meegedeeld.

KORT GEZEGD

De directeur krijgt uw klacht en moet binnen 48 uur schriftelijk reageren. U krijgt zijn reactie te lezen.

Artikel 153

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Alvorens de klacht verder te behandelen, kan de Klachtencommissie of de alleen zetelend klachtenrechter, behoudens verzet van de directeur, de klacht overzenden aan de maandcommissaris, teneinde het deze mogelijk te maken om een bemiddeling voor te stellen en te organiseren tussen de directeur en de gedetineerde en, in zoverre het vergelijk daartoe aanleiding geeft, aan de gedetineerde de mogelijkheid te geven om afstand te doen van zijn klacht.

§ 2. Mits hij daartoe door de gedetineerde formeel gemandateerd wordt, stelt de maandcommissaris de alleen zetelende klachtenrechter dan wel de klachtencommissie op de hoogte van het bereikte vergelijk en van, in voorkomend geval, de klachtafstand van de gedetineerde.

§ 3. Klachtafstand maakt een einde aan de beklagprocedure.

Kan er bemiddeld worden?

Ja. De Klachtencommissie of de alleen zetelende rechter kan de klacht naar de maandcommissaris sturen om te bemiddelen tussen u en de directeur, tenzij de directeur zich verzet.

Wat als er een akkoord is?

Dan kunt u afstand doen van uw klacht. De maandcommissaris deelt dit mee als u hem daartoe formeel hebt gemachtigd. Klachtafstand beëindigt de procedure.

KORT GEZEGD

De maandcommissaris kan proberen te bemiddelen. Als u afstand doet van uw klacht, stopt de procedure.

Artikel 154

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De Klachtencommissie stelt de klager en de directeur in de gelegenheid desgewenst mondelinge opmerkingen te maken met betrekking tot de klacht, tenzij ze het beklag als kennelijk onontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond beoordeelt, zonder dat nader onderzoek vereist is.

§ 2. De Klachtencommissie kan de directeur en de klager buiten elkaars aanwezigheid horen. In dat geval worden zij in de gelegenheid gesteld vooraf de vragen op te geven die zij gesteld wensen te zien en wordt de zakelijke inhoud van de aldus afgelegde verklaring door de voorzitter van de klachtencommissie aan de klager en aan de directeur mondeling medegedeeld.

§ 3. De Klachtencommissie kan, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de directeur of van de klager, bij derden mondelinge of schriftelijke inlichtingen inwinnen. Indien mondelinge inlichtingen worden ingewonnen kunnen, de directeur en de klager vooraf de vragen opgeven die zij bij hun afwezigheid gesteld wensen te zien en wordt de zakelijke inhoud van de aldus afgelegde verklaring door de voorzitter van de Klachtencommissie aan de klager en aan de directeur mondeling medegedeeld.

§ 4. Indien de gedetineerde zich niet langer bevindt in de gevangenis waar de beslissing waartegen beklag wordt gedaan genomen is, kan de Klachtencommissie bepalen :

1° dat de directeur en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld de klacht schriftelijk toe te lichten of van commentaar te voorzien;

2° dat de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de Klachtencommissie kunnen worden gemaakt;

3° dat, indien bij een andere persoon mondelinge inlichtingen worden ingewonnen, de directeur en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld aan die persoon schriftelijke vragen te stellen.

Mag ik mijn klacht mondeling toelichten?

Ja, u en de directeur krijgen de gelegenheid mondeling opmerkingen te maken, tenzij de klacht duidelijk niet-ontvankelijk, ongegrond of gegrond is zonder nader onderzoek.

Wordt iedereen samen gehoord?

Niet noodzakelijk. De commissie kan u en de directeur apart horen. Dan kunt u vooraf vragen opgeven en de inhoud van de verklaring wordt aan u meegedeeld.

Kan de commissie nog iemand horen?

Ja, derden, mondeling of schriftelijk.

Wat als ik niet meer in die gevangenis zit?

Dan kan de commissie bepalen dat de toelichting schriftelijk gebeurt of voor een lid van de commissie.

KORT GEZEGD

U mag uw klacht mondeling toelichten, apart gehoord worden en vragen laten stellen.

Artikel 155

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De klager heeft het recht zich door een advocaat te laten bijstaan of door een door hem gekozen vertrouwenspersoon die daartoe door de Klachtencommissie wordt aanvaard.

§ 2. Zowel de directeur als de klager hebben het recht de stukken van het geding in te zien.

Mag ik hulp krijgen bij de klacht?

Ja, van een advocaat of van een vertrouwenspersoon die de Klachtencommissie aanvaardt.

Mag ik de stukken inkijken?

Ja, u en de directeur kunnen de stukken van het dossier inzien.

KORT GEZEGD

U mag zich laten bijstaan en het klachtendossier inkijken.

Artikel 156

WAT ZEGT DE WET?

In afwachting van de uitspraak over de klacht kan de voorzitter van de Klachtencommissie, na de directeur te hebben gehoord, de tenuitvoerlegging van de beslissing waarop de klacht betrekking heeft geheel of gedeeltelijk schorsen. Hij doet hiervan onverwijld mededeling aan de directeur en de klager.

Wordt de beslissing meteen uitgevoerd?

Niet noodzakelijk. In afwachting van de uitspraak kan de voorzitter van de Klachtencommissie, na de directeur gehoord te hebben, de uitvoering geheel of gedeeltelijk schorsen. U en de directeur worden meteen verwittigd.

KORT GEZEGD

De voorzitter kan de beslissing waartegen u klaagt tijdelijk schorsen.

Artikel 157

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Er wordt zo spoedig mogelijk, en uiterlijk veertien dagen na het indienen van de klacht of van het falen van de bemiddeling bedoeld in artikel 153, uitspraak gedaan over de klacht. De uitspraak is met redenen omkleed en vermeldt de mogelijkheid van beroep bij de Beroepscommissie van de Centrale Raad, de wijze waarop en de termijn waarbinnen dit beroep moet worden ingesteld.

§ 2. Aan de klager en de directeur wordt onverwijld en kosteloos een afschrift van de uitspraak van de Klachtencommissie overgezonden.

§ 3. De secretaris van de Klachtencommissie zendt van alle uitspraken van de Klachtencommissie een afschrift naar de minister.

Hoe snel krijg ik antwoord?

Zo snel mogelijk en uiterlijk veertien dagen na uw klacht, of na het mislukken van de bemiddeling.

Wat staat in de uitspraak?

De redenen, en ook of u in beroep kunt gaan bij de Beroepscommissie, hoe en binnen welke termijn.

Krijg ik een kopie?

Ja, onverwijld en gratis.

KORT GEZEGD

U krijgt binnen veertien dagen een gemotiveerde uitspraak en een gratis kopie, met uitleg over beroep.

Artikel 158

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De Klachtencommissie kan beslissen de klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk, ongegrond of gegrond te verklaren.

§ 2. De klacht wordt gegrond verklaard wanneer de Klachtencommissie van oordeel is dat de beslissing waarover geklaagd is :

1° in strijd is met een in de gevangenis geldend wettelijk voorschrift of met een bindende bepaling van een in België geldend verdrag; of

2° bij afweging van alle in aanmerking komende belangen, onredelijk of onbillijk moet worden geacht.

§ 3. Voorzover de klacht gegrond wordt verklaard, vernietigt de Klachtencommissie de beslissing, en kan ze :

1° de directeur opdragen, binnen een door haar bepaalde termijn, een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak;

2° bepalen dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing;

3° zich beperken tot een gehele of gedeeltelijke vernietiging van de beslissing.

§ 3/1. Bij vernietiging van een beslissing genomen overeenkomstig artikel 118, § 3/1, eerste lid, en § 7, vierde lid, van een beslissing tot plaatsing of overplaatsing als bedoeld in de artikelen 17 en 18 of tot toewijzing van een verblijfsruimte genomen ten aanzien van een gedetineerde geplaatst onder voormeld individueel bijzonder veiligheidsregime, kan de Klachtencommissie of de Beroepscommissie enkel toepassing maken van paragraaf 3, 1° en 3°. Zij vermeldt de specifieke redenen waarom ze de bestreden beslissing geheel of gedeeltelijk vernietigt en omkleedt eveneens haar beslissing met de bijzondere redenen hoe deze beslissing verzoend kan worden met de aangegeven veiligheidsrisico's. In voorkomend geval omkleedt zij haar beslissing met de bijzondere redenen waarom zij afwijkt van het advies van de federale procureur of de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

§ 4. Bij vernietiging van de beslissing worden de gevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, door de directeur ongedaan gemaakt, dan wel in overeenstemming gebracht met de uitspraak van de Klachtencommissie. Voorzover de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan kunnen gemaakt worden, bepaalt de Klachtencommissie, na de directeur te hebben gehoord, of aan de klager enige tegemoetkoming, met uitsluiting van elke financiële vergoeding, moet worden toegekend.

§ 5. De beslissing van de Klachtencommissie is uitvoerbaar ongeacht de mogelijkheid van beroep, behoudens tegenstrijdige beslissing van de voorzitter van de Beroepscommissie overeenkomstig artikel 160. In geval van hoger beroep blijft niettemin de beslissing van de Klachtencommissie om een compensatie toe te kennen, zoals bepaald in § 4, tweede lid, opgeschort.

Wat kan de Klachtencommissie beslissen?

Ze kan uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk, ongegrond of gegrond verklaren.

Wanneer is een klacht gegrond?

Als de beslissing in strijd is met een wettelijk voorschrift of een verdrag, of bij afweging van alle belangen onredelijk of onbillijk is.

Wat gebeurt er dan?

De beslissing wordt vernietigd. De commissie kan de directeur opdragen binnen een termijn opnieuw te beslissen, haar eigen uitspraak in de plaats stellen of zich tot de vernietiging beperken.

Worden de gevolgen hersteld?

Voor zover mogelijk wel. Als dat niet meer kan, bepaalt de commissie of u een tegemoetkoming krijgt, maar geen geldelijke vergoeding.

Is de uitspraak meteen uitvoerbaar?

Ja, ook als er beroep mogelijk is, tenzij de voorzitter van de Beroepscommissie anders beslist. Een toegekende compensatie wordt wel opgeschort bij hoger beroep.

Is er iets bijzonders voor het veiligheidsregime?

Ja. Bij beslissingen over het bijzonder veiligheidsregime in het kader van georganiseerde misdaad zijn er aanvullende regels over wat de commissie kan beslissen. Let op: het Grondwettelijk Hof heeft deze paragraaf bij arrest 163/2025 vernietigd.

Wat kan ik doen als ik niet akkoord ga met de uitspraak?

U kunt hoger beroep instellen bij de Beroepscommissie van de Centrale Raad, uiterlijk op de zevende dag na ontvangst van het afschrift van de uitspraak (artikel 159). Ook de directeur kan beroep instellen.

KORT GEZEGD

Een gegronde klacht leidt tot vernietiging van de beslissing, en de directeur moet de gevolgen zoveel mogelijk herstellen.

HOOFDSTUK II. - Hoger beroep tegen de uitspraak van de Klachtencommissie.

Artikel 159

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Tegen de uitspraak van de Klachtencommissie kunnen het inrichtingshoofd, of bij diens afwezigheid de persoon die hem vervangt, en de klager hoger beroep instellen bij de Beroepscommissie van de Centrale Raad.

§ 2. Om hoger beroep in te stellen, wordt, uiterlijk op de zevende dag na de ontvangst van het in artikel 157, § 2, bedoelde afschrift van de uitspraak, aan de Beroepscommissie een met redenen omkleed beroepschrift toegezonden.

§ 3. Artikel 150, §§ 2 tot 5, is van overeenkomstige toepassing.

Kan ik in beroep gaan tegen de uitspraak?

Ja, bij de Beroepscommissie van de Centrale Raad. Ook het inrichtingshoofd kan dat.

Binnen welke termijn?

Uiterlijk zeven dagen na ontvangst van de uitspraak, met een gemotiveerd beroepschrift.

KORT GEZEGD

U kunt binnen zeven dagen in beroep gaan bij de Beroepscommissie.

Artikel 160

WAT ZEGT DE WET?

In afwachting van de uitspraak van de Beroepscommissie kan de voorzitter, op verzoek van diegene die het beroep heeft ingesteld, en na de andere betrokkene in de procedure te hebben gehoord, de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de Klachtencommissie geheel of gedeeltelijk schorsen. Hij doet hiervan onverwijld mededeling aan het inrichtingshoofd en de klager.

Kan de uitspraak voorlopig worden geschorst?

Ja. De voorzitter van de Beroepscommissie kan op verzoek van de persoon die in beroep gaat, na de ander gehoord te hebben, de uitvoering van de uitspraak geheel of gedeeltelijk schorsen.

KORT GEZEGD

De voorzitter van de Beroepscommissie kan de uitvoering van de uitspraak schorsen.

Artikel 161

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Indien het beroep wordt ingesteld door de klager, wordt onmiddellijk na ontvangst van het beroepschrift een afschrift ervan overgezonden aan het inrichtingshoofd. Deze deelt uiterlijk binnen achtenveertig uur na ontvangst van het beroepschrift, schriftelijk de voor de beoordeling van de gegrondheid van het beroepschrift naar zijn oordeel nuttige informatie en opmerkingen mee, die door de Beroepscommissie onverwijld ter kennis gebracht worden van de klager. Indien het beroep wordt ingesteld door het inrichtingshoofd, of in geval van diens afwezigheid de persoon die hem vervangt, wordt onmiddellijk na ontvangst van het beroepschrift een afschrift ervan overgezonden aan de klager.

§ 2. De artikelen 154 en 155 zijn van overeenkomstige toepassing op de behandeling van het beroepschrift, met dien verstande :

1° dat het inrichtingshoofd, of in geval van diens afwezigheid de persoon die hem vervangt, en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld het beroepschrift schriftelijk toe te lichten of van commentaar te voorzien;

2° dat de mondelinge opmerkingen ten overstaan van een lid van de Beroepscommissie in de gevangenis kunnen worden gemaakt;

3° of dat, indien bij een andere persoon mondelinge inlichtingen worden ingewonnen, het inrichtingshoofd, of in geval van diens afwezigheid de persoon die hem vervangt, en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld aan die persoon schriftelijke vragen te stellen.

Wat gebeurt er na mijn beroep?

Het inrichtingshoofd krijgt een afschrift en antwoordt binnen 48 uur schriftelijk. Dat antwoord krijgt u onverwijld te lezen. Gaat het inrichtingshoofd in beroep, dan krijgt u een afschrift.

Hoe verloopt de procedure?

Grotendeels als bij de Klachtencommissie, maar met toelichting en commentaar meestal schriftelijk, of mondeling voor een lid van de commissie in de gevangenis.

KORT GEZEGD

Bij beroep krijgt u inzage in het antwoord van de directie en kunt u schriftelijk reageren.

Artikel 162

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De Beroepscommissie doet zo spoedig mogelijk uitspraak over het beroepschrift en uiterlijk veertien dagen na het instellen van het hoger beroep.

§ 3. De artikelen 156, 157, § 2 en 3 en 158, § 1 tot 4 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de uitspraken van de Beroepscommissie onmiddellijk uitvoerbaar zijn.

Hoe snel beslist de Beroepscommissie?

Zo snel mogelijk en uiterlijk veertien dagen na het instellen van het beroep.

Is haar uitspraak meteen uitvoerbaar?

Ja. Verder gelden dezelfde regels over schorsing, afschriften en vernietiging als bij de Klachtencommissie.

KORT GEZEGD

De Beroepscommissie beslist binnen veertien dagen en haar uitspraak is meteen uitvoerbaar.

HOOFDSTUK III. - Bezwaar tegen de plaatsing of overplaatsing en beroep tegen de beslissing over het bezwaarschrift.

Artikel 163

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Tegen de beslissing tot plaatsing of overplaatsing als bedoeld in de artikelen 17 en 18 kan door de gedetineerde bezwaar worden ingediend bij de directeur-generaal van de penitentiaire administratie.

§ 2. De indiening van het bezwaar schorst de beslissing tot plaatsing of overplaatsing niet.

§ 3. Het bezwaarschrift kan rechtstreeks of door bemiddeling van de directeur ingediend worden.

§ 4. Het bezwaarschrift wordt opgesteld in het Nederlands of het Frans en bepaalt de taal van de rechtspleging.

§ 5. Op de bezwaarschriftprocedure is artikel 150, §§ 2, 4 en 5, van overeenkomstige toepassing.

Kan ik bezwaar maken tegen mijn plaatsing of overplaatsing?

Ja, bij de directeur-generaal van de penitentiaire administratie.

Schort dat de overplaatsing op?

Nee. De overplaatsing wordt toch uitgevoerd.

Hoe dien ik het in?

Rechtstreeks of via de directeur, in het Nederlands of het Frans. De taal bepaalt de taal van de procedure. Dezelfde regels als bij een klacht over nauwkeurigheid, bijstand en termijn gelden.

KORT GEZEGD

U kunt bezwaar maken tegen plaatsing of overplaatsing bij de directeur-generaal, maar de beslissing wordt intussen uitgevoerd.

Artikel 164

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerde wordt in de gelegenheid gesteld zijn bezwaarschrift toe te lichten ten aanzien van directeur-generaal of zijn gemachtigde, naar eigen keuze schriftelijk of mondeling. Hij heeft daarbij recht op bijstand van een advocaat of een zelf gekozen vertrouwenspersoon, met uitsluiting van een medegedetineerde. De gedetineerde kan enkel mondelinge toelichting geven door zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat of een vertrouwenspersoon.

§ 2. De directeur-generaal brengt de indiener van het bezwaarschrift binnen veertien dagen na de ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk op de hoogte van zijn met redenen omklede beslissing. Hierbij wijst hij hem op de beroepsmogelijkheid alsmede op de termijnen waarbinnen en de wijze waarop dit beroep moet worden ingesteld.

Mag ik mijn bezwaar toelichten?

Ja, schriftelijk of mondeling aan de directeur-generaal of zijn gemachtigde. U heeft recht op een advocaat of een zelf gekozen vertrouwenspersoon, behalve een medegedetineerde.

Hoe snel krijg ik antwoord?

Binnen veertien dagen na ontvangst van uw bezwaarschrift, schriftelijk en gemotiveerd, met uitleg over de beroepsmogelijkheid.

KORT GEZEGD

U mag uw bezwaar toelichten met een advocaat en krijgt binnen veertien dagen een gemotiveerd antwoord.

Artikel 165

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. De gedetineerde heeft het recht beroep in te stellen bij de Beroepscommissie van de Centrale Raad tegen de beslissing van de directeur-generaal over het bezwaarschrift.

§ 2. Het beroep wordt ingesteld uiterlijk de zevende dag na de dag waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de aangevochten beslissing. Bij afwezigheid van een beslissing binnen de in artikel 164, § 2, bepaalde termijn, beschikt de gedetineerde eveneens over zeven dagen na het verstrijken van deze termijn om beroep in te stellen.

§ 3. Het beroepschrift kan rechtstreeks of door bemiddeling van de directeur worden ingediend.

§ 4. Op de wijze van indiening zijn de artikelen 150, §§ 2, 4 en 5, en 163, § 4, van overeenkomstige toepassing.

Kan ik in beroep tegen de beslissing over mijn bezwaar?

Ja, bij de Beroepscommissie van de Centrale Raad.

Binnen welke termijn?

Uiterlijk zeven dagen nadat u de beslissing kende. Ook als er geen beslissing komt binnen veertien dagen, hebt u zeven dagen na het verstrijken van die termijn om in beroep te gaan.

Hoe dien ik het beroep in?

Rechtstreeks of via de directeur. De regels over de inhoud, bijstand bij ongeletterdheid en taal zijn dezelfde als bij het bezwaarschrift.

KORT GEZEGD

U kunt binnen zeven dagen in beroep gaan bij de Beroepscommissie.

Artikel 166

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Ten aanzien van de behandeling van het beroepschrift zijn de artikelen 154 en 155 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in deze procedure de directeur-generaal of zijn gemachtigde optreedt en dat alle opmerkingen schriftelijk geformuleerd worden.

§ 2. De Beroepscommissie doet zo spoedig mogelijk en uiterlijk veertien dagen vanaf het instellen van het hoger beroep uitspraak over het beroepschrift. Ten aanzien van de uitspraak van de Beroepscommissie zijn de artikelen 157, §§ 2 en 3 en 158, §§ 1 tot 4, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. De uitspraak van de Beroepscommissie is onmiddellijk uitvoerbaar.

Hoe verloopt dat beroep?

De regels voor bijstand en hoorrecht zijn dezelfde als bij klachten, maar alle opmerkingen gebeuren schriftelijk en de directeur-generaal of zijn gemachtigde vertegenwoordigt de administratie.

Hoe snel is de uitspraak?

Uiterlijk veertien dagen na het beroep. De uitspraak is onmiddellijk uitvoerbaar.

KORT GEZEGD

De Beroepscommissie beslist binnen veertien dagen en haar uitspraak is onmiddellijk uitvoerbaar.


 

TITEL IX. - Tijdelijke bepaling.

Artikel 167

WAT ZEGT DE WET?

§ 1. Behoudens andersluidende bepalingen zijn de bepalingen van deze wet van toepassing op de personen die krachtens de artikelen 7 en 21 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten geïnterneerd zijn, in afwachting dat de rechtspositie voor deze personen bij wet geregeld is.

§ 2. De artikelen 17 en 18 en 163 tot 166 betreffende de plaatsing en overplaatsing zijn niet van toepassing op de in § 1 vermelde personen.

§ 3. Het in artikel 38 bedoelde individueel detentieplan dient ten aanzien van de in § 1 bedoelde personen te worden opgesteld, rekening houdend met hun specifieke noden.

§ 4. In het kader van een tuchtprocedure, een klacht procedure en een beroepsprocedure tegen de uitspraak van de Klachtencommissie, wordt de in § 1 vermelde persoon steeds bijgestaan door een advocaat. Indien betrokkene geen advocaat gekozen heeft, meldt de directeur dit, met het oog op een ambtshalve aanwijzing van een advocaat, aan de stafhouder van het gerechtelijk arrondissement waar de gevangenis gelegen is.

Geldt deze wet ook voor geïnterneerden?

Tijdelijk wel. Voor personen die krachtens de oude wet van 9 april 1930 geïnterneerd zijn, geldt deze wet, in afwachting van een eigen wet, behalve enkele artikelen.

Welke regels gelden niet voor hen?

De artikelen over plaatsing en overplaatsing (17, 18 en 163 tot 166).

Welke bijzondere bescherming hebben zij?

Hun detentieplan houdt rekening met hun specifieke noden. Bij een tucht-, klacht- of beroepsprocedure krijgen zij altijd een advocaat. Als ze er geen kiezen, wordt er een aangewezen via de stafhouder.

Moet een advocaat helpen bij tucht en klachten?

Ja. In een tuchtprocedure, klachtenprocedure en beroepsprocedure tegen de uitspraak van de Klachtencommissie wordt de betrokken persoon altijd bijgestaan door een advocaat. Heeft hij er geen gekozen, dan meldt de directeur dit aan de stafhouder, voor een aanstelling van een advocaat van ambtswege.

KORT GEZEGD

Geïnterneerden vallen tijdelijk onder deze wet, met extra bescherming zoals altijd een advocaat bij tucht en klachten.


 

TITEL X. - Opheffingsbepaling en wijzigingsbepalingen.

HOOFDSTUK I. - Opheffingsbepaling.

Artikel 168

WAT ZEGT DE WET?

De wet van 1 mei 1913 tot intrekking van de wet van 4 maart 1870 betreffende de vermindering der straffen onder het stelsel der afzondering ondergaan, wordt opgeheven.

Wat doet dit artikel?

Het heft de wet van 1 mei 1913 op die de straffen onder het stelsel van afzondering verminderde. Voor u heeft dit geen praktisch gevolg.

KORT GEZEGD

Een oude wet over afzondering wordt opgeheven.

HOOFDSTUK II. - Bepalingen tot wijziging van het Strafwetboek.

Artikel 169

WAT ZEGT DE WET?

Artikel 30ter van het Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 18 maart 1970 en vernummerd bij de wet van 10 juli 1996, wordt opgeheven.

Wat doet dit artikel?

Het heft artikel 30ter van het Strafwetboek op. Het is een technische aanpassing van een andere wet.

KORT GEZEGD

Een bepaling in het Strafwetboek wordt opgeheven.

Artikel 170

WAT ZEGT DE WET?

In artikel 157 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd door de wet van 7 mei 1999 worden de woorden "huizen van bewaring, huizen van arrest of strafhuizen" vervangen door het woord "gevangenissen".

Wat doet dit artikel?

Het past artikel 157 van het Strafwetboek aan: de woorden "huizen van bewaring, huizen van arrest of strafhuizen" worden vervangen door "gevangenissen".

KORT GEZEGD

Het Strafwetboek spreekt voortaan van "gevangenissen".

HOOFDSTUK III. - Bepalingen tot wijziging van het Wetboek van strafvordering.

Artikel 171

WAT ZEGT DE WET?

In titel VII van boek II van het Wetboek van strafvordering, gewijzigd bij de wet van 7 mei 1999, wordt het opschrift van Hoofdstuk II, vervangen door het opschrift "Gevangenissen".

Wat doet dit artikel?

Het geeft een hoofdstuk van het Wetboek van strafvordering de titel "Gevangenissen". Het is een technische aanpassing.

KORT GEZEGD

Een titel in het Wetboek van strafvordering wordt aangepast.

Artikel 172

WAT ZEGT DE WET?

In de artikelen 603 en 604 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 7 mei 1999 wordt het woord "gevangenissen" telkens vervangen door het woord "strafinrichtingen".

Wat doet dit artikel?

In de artikelen 603 en 604 van het Wetboek van strafvordering wordt het woord "gevangenissen" vervangen door "strafinrichtingen".

KORT GEZEGD

Een woordwijziging in het Wetboek van strafvordering.

Artikel 173

WAT ZEGT DE WET?

In artikel 612 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 1967 en 7 mei 1999, vervallen de woorden "huis van arrest of".

Wat doet dit artikel?

In artikel 612 van het Wetboek van strafvordering vervallen de woorden "huis van arrest of".

KORT GEZEGD

Een woordwijziging in het Wetboek van strafvordering.

Artikel 174

WAT ZEGT DE WET?

Artikel 613, tweede lid van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 1967 en 7 mei 1999, wordt vervangen als volgt : "De voorzitter van het hof van assisen kan alle voor de berechting noodzakelijke bevelen geven die in de huizen van arrest bij de hoven van assisen moeten worden uitgevoerd."

Wat doet dit artikel?

Het vervangt het tweede lid van artikel 613 van het Wetboek van strafvordering: de voorzitter van het hof van assisen kan alle bevelen geven die nodig zijn voor de berechting en die in de huizen van arrest bij de hoven van assisen moeten worden uitgevoerd.

KORT GEZEGD

De voorzitter van het hof van assisen kan de nodige bevelen geven in de huizen van arrest.

Artikel 175

WAT ZEGT DE WET?

In artikel 614 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 juli 1967 worden de woorden "van de strafinrichtingen" vervangen door de woorden "van de gevangenissen".

Wat doet dit artikel?

In artikel 614 van het Wetboek van strafvordering worden de woorden "van de strafinrichtingen" vervangen door "van de gevangenissen".

KORT GEZEGD

Een woordwijziging in het Wetboek van strafvordering.

Artikel 176

WAT ZEGT DE WET?

In de artikelen 615 en 618 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 1967 en 7 mei 1999, wordt het woord "gevangenis" telkens vervangen door het woord "strafinrichting".

Wat doet dit artikel?

In de artikelen 615 en 618 van het Wetboek van strafvordering wordt het woord "gevangenis" telkens vervangen door "strafinrichting".

KORT GEZEGD

Een woordwijziging in het Wetboek van strafvordering.

HOOFDSTUK IV. - Opgeheven.

Artikel 177

WAT ZEGT DE WET?

Opgeheven.

Geldt dit artikel nog?

Nee. Het is opgeheven.

Artikel 178

WAT ZEGT DE WET?

Opgeheven.

Geldt dit artikel nog?

Nee. Het is opgeheven.

HOOFDSTUK V. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis.

Artikel 179

WAT ZEGT DE WET?

Artikel 20 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, waarvan het eerste lid, § 1 en het tweede lid, § 2 zal vormen, wordt aangevuld met §§ 3, 4, 5 en 6, luidend als volgt : "§ 3. Als er ernstige redenen bestaan om te vrezen dat een verdachte zou pogen bewijzen te laten verdwijnen of zich zou verstaan met derden, kan de onderzoeksrechter bevelen om een verdachte gescheiden te houden van andere verdachten en, in afwijking van § 2 :

1° het bezoek verbieden van individueel in het bevel vermelde personen van buiten de inrichting;

2° de briefwisseling verbieden gericht aan of uitgaande van individueel in het bevel vermelde personen;

3° telefonische contacten verbieden met individueel in het bevel vermelde personen.

§ 4. De onderzoeksrechter neemt deze beslissing bij een met redenen omklede beschikking, die wordt overgeschreven in een daartoe bestemd register in de gevangenis en die door de directeur van de gevangenis wordt betekend aan de verdachte. De beslissing geldt voor de strikt noodzakelijke duur door de onderzoeksrechter bepaald en uiterlijk tot op het ogenblik dat hij het dossier overzendt aan de procureur des Konings overeenkomstig artikel 127, eerste lid van het Wetboek van strafvordering.

§ 5. De beslissing van de onderzoeksrechter tot beperking van bezoek, briefwisseling en telefoongesprekken laat de rechten van de verdachte op deze contactmogelijkheden met zijn advocaat onverlet. De beslissing van de onderzoeksrechter tot beperking van briefwisseling, laat de rechten van de verdachte op briefwisseling met personen met wie hij krachtens artikel 57 van de basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden zonder controle briefwisseling mag voeren, onverlet. De onderzoeksrechter kan het bezoek van de in artikel 59, § 1, eerste lid, bedoelde personen, enkel beperken indien deze personen in verdenking werden gesteld, onverminderd de in artikel 59, § 1, tweede lid van de basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden bepaalde bepalingen.

§ 6. De verdachte kan bij het onderzoeksgerecht dat oordeelt over de voorlopige hechtenis een verzoekschrift indienen tot wijziging of opheffing van de door de onderzoeksrechter krachtens § 3 opgelegde maatregelen bij het onderzoeksgerecht dat oordeelt over de voorlopige hechtenis. Het verzoekschrift wordt bij het dossier van de voorlopige hechtenis gevoegd. De procedure verloopt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 21 tot 24. Hoger beroep tegen de beslissing wordt ingesteld overeenkomstig artikel 30 en cassatieberoep overeenkomstig artikel 31."

Waarover gaat dit artikel?

Het vult artikel 20 van de wet van 20 juli 1990 over de voorlopige hechtenis aan. Het betreft verdachten in voorlopige hechtenis.

Wat kan de onderzoeksrechter doen?

Als er ernstige redenen zijn om te vrezen dat een verdachte bewijzen zou laten verdwijnen of zich zou verstaan met derden, kan de onderzoeksrechter bevelen dat u gescheiden gehouden wordt van andere verdachten en dat bezoek, briefwisseling of telefoon met bepaalde, in het bevel genoemde personen verboden wordt.

Hoe gebeurt dat?

Bij een gemotiveerde beschikking die in het register van de gevangenis wordt overgeschreven en die de directeur aan u betekent. Het geldt voor de strikt noodzakelijke duur en uiterlijk tot het dossier naar de procureur gaat.

Wat blijft altijd mogelijk?

Contact met uw advocaat. Ook briefwisseling met de personen van artikel 57 blijft mogelijk. Bezoek van naaste familie (artikel 59) kan alleen worden beperkt als zij zelf in verdenking zijn gesteld.

Kan ik daartegen opkomen?

Ja, door een verzoekschrift bij het onderzoeksgerecht om de maatregelen te wijzigen of op te heffen.

Kan de onderzoeksrechter al mijn contacten verbieden?

Nee. Hij kan alleen contact met personen verbieden die individueel in zijn bevel genoemd worden. Algemeen verbod op bezoek, brieven of telefoon is niet mogelijk, en contact met uw advocaat blijft altijd toegelaten.

KORT GEZEGD

De onderzoeksrechter kan bepaalde contacten van een verdachte beperken, maar nooit met zijn advocaat, en u kunt dit aanvechten.

HOOFDSTUK VI. - Slotbepaling.

Artikel 180

WAT ZEGT DE WET?

De Koning bepaalt de datum waarop deze wet of afzonderlijke bepalingen ervan in werking treden, behalve wat dit artikel betreft.

Wanneer is deze wet in werking getreden?

De Koning bepaalt de datum waarop de wet of afzonderlijke bepalingen ervan in werking treden, behalve voor dit artikel zelf. Daarom zijn niet alle artikelen op dezelfde dag van kracht geworden.

KORT GEZEGD

De Koning bepaalt wanneer de wet of delen ervan in werking treden.