De Basiswet gevangeniswezen
in gewone taal
Uitleg in vraag en antwoord voor gedetineerden
Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het
gevangeniswezen
en de rechtspositie van de gedetineerden
Stand wetgeving 26 augustus 2026
Enkel
de originele wettekst geldt. Deze brochure is
alleen bedoeld om de wet gemakkelijker te begrijpen. Ze vervangt de wet niet en
is geen juridisch advies. Als er een verschil is tussen deze uitleg en de wet,
dan geldt altijd de wet.
De originele tekst van de wet van 12
januari 2005 kunt u hier vinden:
https://www.ejustice.just.fgov.be/img_l/pdf/2005/01/12/2005009033_N.pdf
Deze
uitleg werd gemaakt met behulp van AI (artificiële
intelligentie). Daardoor kunnen er fouten of onvolledigheden in staan.
Controleer belangrijke zaken altijd in de originele wettekst en vraag raad aan
uw advocaat, de dienst rechtshulp of een medewerker van de sociale dienst.
De wet is in de loop der jaren gewijzigd,
en bepaalde artikelen zijn opgeheven of door het Grondwettelijk Hof vernietigd.
Deze brochure volgt de tekst op de stand van 26 augustus 2026.
Inhoudstafel
TITEL I. - Algemene
bepalingen.
HOOFDSTUK I. - Algemene basisbeginselen.
HOOFDSTUK II. - Basisbeginselen van toepassing op
specifieke categorieën van gedetineerden.
HOOFDSTUK I. - Indeling en bestemming.
HOOFDSTUK II. - Huishoudelijk reglement.
HOOFDSTUK III. - Plaatsing, overplaatsing en onthaal.
HOOFDSTUK V. - Toegang tot de gevangenis.
HOOFDSTUK I. - Onderzoek naar de persoon en de
levenssituatie van de veroordeelde.
HOOFDSTUK II. - Individueel detentieplan.
TITEL V. -
Levensvoorwaarden in de gevangenis.
HOOFDSTUK I. - Materiële levensvoorwaarden.
HOOFDSTUK II. - Samenlevingsvoorwaarden.
HOOFDSTUK III. - Contacten met de buitenwereld.
HOOFDSTUK IV. - Godsdienst en levensbeschouwing.
HOOFDSTUK V. - Vormingsactiviteiten en
vrijetijdsbesteding.
HOOFDSTUK VII. - Gezondheidszorg.
HOOFDSTUK IX. - Sociale hulp- en dienstverlening.
HOOFDSTUK X. - Rechtshulpverlening en juridische bijstand.
HOOFDSTUK XI. - Inhouding op door de penitentiaire
administratie verschuldigde geldsommen.
TITEL VI. - Orde,
veiligheid en gebruik van dwang.
HOOFDSTUK I. - Algemene beginselen.
HOOFDSTUK II. - Algemene gedragsvoorschriften.
HOOFDSTUK III. - Controle- en veiligheidsmaatregelen.
HOOFDSTUK IV. - Maatregelen van rechtstreekse dwang.
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Tuchtrechtelijke inbreuken.
HOOFDSTUK III. - Tuchtsancties.
HOOFDSTUK IV. - De toemeting van tuchtsancties.
HOOFDSTUK V. - De tuchtprocedure.
TITEL VIII. -
Afhandeling van klachten en van bezwaar tegen plaatsing of overplaatsing.
HOOFDSTUK II. - Hoger beroep tegen de uitspraak van de
Klachtencommissie.
TITEL IX. - Tijdelijke
bepaling.
TITEL X. -
Opheffingsbepaling en wijzigingsbepalingen.
HOOFDSTUK I. - Opheffingsbepaling.
HOOFDSTUK II. - Bepalingen tot wijziging van het
Strafwetboek.
HOOFDSTUK III. - Bepalingen tot wijziging van het Wetboek
van strafvordering.
TITEL I. - Algemene
bepalingen.
Artikel 1
WAT ZEGT DE WET?
Deze wet regelt een
aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Wat zegt dit artikel eigenlijk?
Niets over uw rechten of plichten. Het
vertelt alleen langs welke weg het parlement deze wet heeft goedgekeurd. Het is
een soort etiket bovenaan de wet.
Waarom staat dat er dan in?
In België worden niet alle wetten op
dezelfde manier gemaakt. De Grondwet bepaalt per onderwerp welk parlement
beslist. Dit artikel laat weten welke weg hier gevolgd is.
Wat is artikel 78 van de Grondwet?
Dat artikel beschrijft de procedure waarbij
de Kamer van volksvertegenwoordigers het voortouw neemt. De Senaat kan zich
ermee bemoeien als hij dat wil, maar moet dat niet.
Wat betekent dit voor mij?
In de praktijk niets. Uw rechten en
plichten staan in de volgende artikelen. Elke Belgische wet begint met zo'n
zin.
KORT GEZEGD
Artikel 1 zegt alleen
langs welke weg de wet is goedgekeurd. Het geeft u geen rechten en legt u geen
plichten op.
Artikel 2
WAT ZEGT DE WET?
Voor de toepassing van deze wet wordt
verstaan onder :
1° Minister : de Minister van Justitie;
2° vrijheidsstraf : opsluiting,
hechtenis, gevangenisstraf, militaire gevangenisstraf, vervangende
gevangenisstraf;
3° vrijheidsbenemende maatregel : elke
vorm van vrijheidsbeneming op andere dan de in 2°, genoemde gronden, met
uitsluiting van de internering op basis van de wet van 5 mei 2014 betreffende
de internering;
4° gedetineerde : de persoon ten aanzien
van wie de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of van een
vrijheidsbenemende maatregel geheel of gedeeltelijk plaatsvindt in een
gevangenis;
5° veroordeelde : de gedetineerde ten
aanzien van wie een veroordeling tot een vrijheidsstraf werd uitgesproken die
in kracht van gewijsde is gegaan;
6° verdachte : de gedetineerde die het
voorwerp uitmaakt van een strafrechtelijke vervolging en ten aanzien van wie
geen veroordeling werd uitgesproken die in kracht van gewijsde is gegaan,
ongeacht of het gaat om een verdachte die nog niet naar het vonnisgerecht werd
verwezen, om een beklaagde of om een beschuldigde;
7° orde : een toestand waarin de
gedragsregels worden nageleefd die noodzakelijk zijn voor het tot stand brengen
of het handhaven van een menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis;
8° veiligheid : de interne en externe
veiligheid;
9° interne veiligheid : een toestand
waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt
en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van
wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding;
10° externe veiligheid : een toestand
waarbij de samenleving beschermd wordt door middel van de verzekerde bewaring
van gedetineerden en door het voorkomen van misdrijven die zouden gepleegd
kunnen worden vanuit de gevangenis;
11° penitentiaire administratie : het
openbaar bestuur belast met de uitvoering van veroordelingen tot
vrijheidsstraffen en van vrijheidsbenemende maatregelen waarvan de bevoegde
overheid de uitvoering heeft gevorderd;
12° directeur-generaal : de leidende
ambtenaar die verantwoordelijk is voor het algemeen bestuur van de
penitentiaire administratie;
13° de directeur : ambtenaar van niveau A
bekleed met de functie van directeur of ambtenaar van niveau A aangewezen door
de directeur-generaal om onder gezag van het inrichtingshoofd de taken uit te
voeren die de wet aan de directeur heeft toevertrouwd.
14° inrichtingshoofd : de als dusdanig
door de minister aangestelde directeur die belast is met het bestuur van één of
meer gevangenissen;
15° gevangenis : een door de Koning
aangewezen inrichting bestemd voor de tenuitvoerlegging van veroordelingen tot
een vrijheidsstraf en van vrijheidsbenemende maatregelen;
16° strafinrichting : een door de Koning
specifiek aangewezen gevangenis die bestemd is voor de tenuitvoerlegging van
veroordelingen tot een vrijheidsstraf;
16°/1 detentiehuis: een door de Koning
specifiek aangewezen gevangenis die bestaat in een autonome kleinschalige
voorziening die is ingebed in de maatschappelijke omgeving en waarmee zij nauwe
contacten onderhoudt;
17° afdeling : een onderdeel van een
gevangenis met een bijzondere bestemming.
18° zorgverlener :
- de aan de gevangenis verbonden
beroepsbeoefenaar, zoals bedoeld in artikel 2, 3° van de wet van 22 augustus
2002 betreffende de rechten van de patiënt, die met een opdracht van
gezondheidszorg in de gevangenis is belast;
- de aan de gevangenis verbonden
psycholoog of maatschappelijk assistent die met een opdracht van
gezondheidszorg in de gevangenis is belast;
19° expert : de aan de
gevangenis verbonden arts, psycholoog, maatschappelijk assistent of
gediplomeerde die met een medico-psychosociale expertise in de gevangenis is
belast.
Waarom staat hier een lijst met woorden?
De wet gebruikt een aantal woorden telkens
in dezelfde betekenis. Dit artikel legt uit wat ze betekenen. Als u een woord
in de wet niet begrijpt, kijk dan hier.
Wat is een vrijheidsstraf en wat is een vrijheidsbenemende
maatregel?
Een vrijheidsstraf is een straf waarbij u
uw vrijheid verliest, zoals een gevangenisstraf, hechtenis of een vervangende
gevangenisstraf. Een vrijheidsbenemende maatregel is elke andere vorm waarbij u
wordt vastgehouden zonder dat het om zo'n straf gaat, bijvoorbeeld de
voorlopige hechtenis. Internering volgens de wet van 5 mei 2014 valt er niet
onder.
Wat is het verschil tussen een gedetineerde, een veroordeelde en
een verdachte?
Een gedetineerde is iedereen die zijn straf
of maatregel in een gevangenis ondergaat. Een veroordeelde is een gedetineerde
met een vonnis dat definitief is geworden. Een verdachte is een gedetineerde
die nog vervolgd wordt en nog geen definitieve veroordeling heeft. Dat kan
iemand zijn die nog niet naar de rechter is verwezen, een beklaagde of een
beschuldigde.
Wat betekenen orde en veiligheid?
Orde betekent dat de regels worden gevolgd
die nodig zijn voor een menswaardig samenleven in de gevangenis. Veiligheid
heeft twee kanten. Intern: niemand wordt in de gevangenis verwond en er worden
geen goederen vernield of gestolen. Extern: de samenleving blijft beschermd
doordat gedetineerden veilig worden bewaard en er vanuit de gevangenis geen
misdrijven gepleegd worden.
Wie is de directeur, het inrichtingshoofd en de
directeur-generaal?
Het inrichtingshoofd is de directeur die de
gevangenis leidt. De directeur is een ambtenaar van niveau A die onder het
gezag van het inrichtingshoofd taken uitvoert die de wet aan de directeur
geeft. De directeur-generaal is de hoogste ambtenaar van de penitentiaire
administratie (het bestuur dat de straffen uitvoert). De minister is de
minister van Justitie.
Wat zijn een gevangenis, een strafinrichting, een detentiehuis
en een afdeling?
Een gevangenis is een inrichting die de
Koning daarvoor heeft aangewezen. Een strafinrichting is een gevangenis voor
het uitvoeren van veroordelingen. Een detentiehuis is een kleine voorziening
die in de buurt of wijk is ingebed en nauwe contacten met de omgeving heeft.
Een afdeling is een deel van een gevangenis met een bijzondere bestemming.
Wat is een zorgverlener en wat is een expert?
Een zorgverlener is een gezondheidswerker
verbonden aan de gevangenis, zoals een arts, of een psycholoog of
maatschappelijk assistent die een taak in de gezondheidszorg heeft. Een expert
is een arts, psycholoog, maatschappelijk assistent of ander gediplomeerde die
in de gevangenis een medisch-psychosociale beoordeling maakt.
Wat is de penitentiaire administratie?
Dat is het openbaar bestuur dat
verantwoordelijk is voor het uitvoeren van veroordelingen tot vrijheidsstraffen
en van vrijheidsbenemende maatregelen. De directeur-generaal is de leidende
ambtenaar van dat bestuur.
Waarom is het verschil tussen een verdachte en een veroordeelde
zo belangrijk?
Omdat voor verdachten soms andere regels
gelden. Zij worden als onschuldig beschouwd (artikel 10), moeten gescheiden van
veroordeelden worden gehouden (artikel 11), mogen dagelijks bezoek ontvangen
(artikel 58) en kunnen zich altijd in hun verblijfsruimte afzonderen (artikel
52).
Geldt deze wet ook voor geïnterneerden?
Internering volgens de wet van 5 mei 2014
valt niet onder het begrip 'vrijheidsbenemende maatregel' in dit artikel. Voor
personen die geïnterneerd zijn op grond van de oude wet van 9 april 1930 geldt
de wet tijdelijk wel, met enkele uitzonderingen. Dat staat in artikel 167.
KORT GEZEGD
Dit artikel is het
woordenboek van de wet. Het legt uit wie of wat wordt bedoeld met gedetineerde,
veroordeelde, verdachte, orde, veiligheid, directeur en andere begrippen.
Artikel 3
WAT ZEGT DE WET?
Deze wet heeft
betrekking op de uitvoering van veroordelingen tot vrijheidsstraffen die in
kracht van gewijsde zijn gegaan en op de uitvoering van vrijheidsbenemende
maatregelen.
Op wie en op wat is deze wet van toepassing?
Op de uitvoering van straffen die
definitief zijn geworden en op de uitvoering van vrijheidsbenemende
maatregelen, zoals de voorlopige hechtenis.
En wie valt er niet onder?
Wie nog niet veroordeeld is en ook niet in
hechtenis zit, valt hier niet onder, en ook wie nog in beroep is tegen een
vonnis zonder in hechtenis te zitten. Voor internering geldt een aparte wet.
KORT GEZEGD
De wet gaat over het
ondergaan van definitieve straffen en van vrijheidsbenemende maatregelen.
TITEL II. -
Basisbeginselen.
HOOFDSTUK I. - Algemene basisbeginselen.
Artikel 4
WAT ZEGT DE WET?
Behoudens de door of
krachtens de wet bepaalde uitzonderingen wordt een vrijheidsstraf of een
vrijheidsbenemende maatregel ten uitvoer gelegd door de insluiting in een
gevangenis van de persoon ten aanzien waarvan deze straf of maatregel is
uitgesproken.
Waar wordt een straf of maatregel uitgevoerd?
In principe in een gevangenis. U wordt daar
ingesloten.
Zijn er uitzonderingen?
Ja, als een wet of een besluit dat bepaalt.
Voor sommige straffen bestaan er andere manieren van uitvoering, die in andere
wetten staan.
KORT GEZEGD
Een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel wordt in principe in een gevangenis uitgevoerd,
tenzij de wet iets anders bepaalt.
Artikel 5
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De vrijheidsstraf of de
vrijheidsbenemende maatregel wordt ten uitvoer gelegd in psychosociale, fysieke
en materiële omstandigheden die de waardigheid van de mens eerbiedigen, die het
behoud of de groei van het zelfrespect van de gedetineerde mogelijk maken en
die hem aanspreken op zijn individuele en sociale verantwoordelijkheid.
§ 2. Bij de uitvoering
van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel wordt er zorg voor
gedragen dat de orde en de veiligheid worden gevrijwaard.
Hoe moet mijn straf of maatregel worden uitgevoerd?
Op een manier die uw menselijke waardigheid
respecteert. Dat geldt voor de psychologische, de lichamelijke en de materiële
omstandigheden.
Wat is het doel daarvan?
U moet uw zelfrespect kunnen behouden of
laten groeien. Tegelijk wordt u aangesproken op uw eigen verantwoordelijkheid,
voor uzelf en tegenover anderen.
En de veiligheid dan?
Bij de uitvoering moet ook gezorgd worden
voor orde en veiligheid. Beide gaan samen: waardigheid én veiligheid.
KORT GEZEGD
U wordt behandeld met
respect voor uw waardigheid, en tegelijk moeten orde en veiligheid gegarandeerd
blijven.
Artikel 6
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerde wordt aan geen
andere beperkingen van zijn politieke, burgerlijke, sociale, economische of
culturele rechten onderworpen dan deze die uit de strafrechtelijke veroordeling
of uit de vrijheidsbenemende maatregel voortvloeien, deze die onlosmakelijk met
de vrijheidsbeneming verbonden zijn en deze die door of krachtens de wet worden
bepaald.
§ 2. Bij de uitvoering
van de vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel dient vermijdbare
detentieschade voorkomen te worden.
Welke rechten verlies ik door mijn straf?
Alleen die rechten die u verliest door uw
veroordeling of maatregel zelf, die onlosmakelijk met de vrijheidsberoving
verbonden zijn (bijvoorbeeld vrij kunnen komen en gaan) of die de wet
uitdrukkelijk beperkt. Al uw andere politieke, burgerlijke, sociale,
economische en culturele rechten blijven bestaan.
Wat is detentieschade?
Dat is schade die u oploopt doordat u
gedetineerd bent, bijvoorbeeld het verlies van contacten, werk of gezondheid.
De wet zegt dat vermijdbare detentieschade voorkomen moet worden.
KORT GEZEGD
U verliest enkel de
rechten die echt met de straf of de vrijheidsberoving samenhangen, en
vermijdbare schade door de detentie moet worden voorkomen.
Artikel 7
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. In elke gevangenis wordt een klimaat
van overleg nagestreefd. Daartoe wordt in elke gevangenis een overlegorgaan
opgericht teneinde de gedetineerden in de gelegenheid te stellen inspraak te
hebben in aangelegenheden van gemeenschappelijk belang die voor hun medewerking
in aanmerking komen.
§ 2. De Koning bepaalt
de wijze van samenstelling en de werkwijze van de overlegorganen.
Mag ik meepraten over het leven in de gevangenis?
Ja. In elke gevangenis wordt gestreefd naar
overleg. Daarom bestaat er in elke gevangenis een overlegorgaan.
Waarover gaat dat overleg?
Over zaken van gemeenschappelijk belang
waaraan gedetineerden kunnen meewerken, zoals het dagelijks leven in de
gevangenis.
Wie bepaalt hoe dat overlegorgaan werkt?
De Koning bepaalt hoe het wordt
samengesteld en hoe het werkt.
KORT GEZEGD
In elke gevangenis is er
een overlegorgaan waar gedetineerden inspraak hebben over zaken die iedereen
aangaan.
Artikel 8
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Alle beslissingen die in het kader
van deze wet worden genomen, zijn met redenen omkleed, behalve in de gevallen
waarin de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de
bestuurshandelingen geen motivering vereist, of in de gevallen waarin de
kennisgeving van de motivering de veiligheid ernstig in gevaar zou brengen.
Indien een beslissing niet met redenen is omkleed, wordt de directeur-generaal
er onmiddellijk van in kennis gesteld, alsook van de redenen waarom de
motivering ontbreekt. Indien de beslissing niet beantwoordt aan de in het
eerste lid bedoelde motiveringsplicht, beveelt hij dat de beslissing met
redenen wordt omkleed. De beslissingen die niet met redenen zijn omkleed,
worden ingeschreven in een bijzonder daartoe bestemd register, volgens de door
de Koning bepaalde regels. Dit register wordt uitsluitend ter beschikking
gesteld van de toezicht- en klachtenorganen.
§ 2. De uitzonderingen
bepaald in § 1, eerste lid, zijn niet van toepassing op de beslissingen die
krachtens titel VII genomen worden.
Moet een beslissing over mij uitleg bevatten?
Ja. Alle beslissingen die op grond van deze
wet worden genomen, moeten met redenen omkleed zijn. U moet dus kunnen lezen of
horen waarom iets beslist is.
Zijn er uitzonderingen?
Ja. Een beslissing hoeft niet gemotiveerd
te worden als de wet van 29 juli 1991 over de motivering van
bestuurshandelingen dat niet eist, of als de uitleg de veiligheid ernstig in
gevaar zou brengen.
Wat gebeurt er als de uitleg ontbreekt?
Dan moet de directeur-generaal er
onmiddellijk van op de hoogte worden gebracht, samen met de reden waarom de
uitleg ontbreekt. Als er had moeten worden gemotiveerd, beveelt hij dat de
beslissing alsnog met redenen wordt omkleed. Beslissingen zonder uitleg komen
in een speciaal register dat alleen toezichts- en klachtenorganen kunnen
inkijken.
Geldt dat ook bij tuchtstraffen?
Ja. Voor beslissingen over tucht (titel
VII) gelden de uitzonderingen niet. Een tuchtbeslissing moet dus altijd met
redenen omkleed zijn.
Wat kan ik doen als ik geen uitleg krijg bij een beslissing?
U kunt de directeur vragen om de reden van
de beslissing. Krijgt u nog altijd geen duidelijke uitleg, dan kunt u een
klacht indienen bij de Klachtencommissie (artikelen 148 tot 158). Ook de
maandcommissaris van de commissie van toezicht kan u daarbij helpen.
KORT GEZEGD
Elke beslissing moet
worden uitgelegd, behalve in uitzonderingsgevallen. Bij tuchtbeslissingen is
uitleg altijd verplicht.
HOOFDSTUK II. - Basisbeginselen van toepassing
op specifieke categorieën van gedetineerden.
Afdeling I. - Veroordeelden.
Artikel 9
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Het strafkarakter van de
vrijheidsstraf bestaat uitsluitend in het geheel of gedeeltelijk verlies van de
vrijheid van komen en gaan en de daarmee onlosmakelijk verbonden
vrijheidsbeperkingen.
§ 2. De tenuitvoerlegging van de
vrijheidsstraf wordt gericht op het herstel van het door het misdrijf aan de
slachtoffers aangedane onrecht, op de rehabilitatie van de veroordeelde en op
de geïndividualiseerde voorbereiding van zijn reïntegratie in de vrije
samenleving.
§ 3. De veroordeelde
wordt in de gelegenheid gesteld constructief mee te werken aan de realisering
van het individueel detentieplan, bedoeld in titel IV, hoofdstuk II, dat wordt
opgesteld met het oog op een schadebeperkende, op herstel en op reïntegratie
gerichte en veilige uitvoering van de vrijheidsstraf.
Waaruit bestaat mijn straf?
Uitsluitend uit het gehele of gedeeltelijke
verlies van uw vrijheid om te komen en te gaan, en de beperkingen die daar
onlosmakelijk mee verbonden zijn. De straf zelf bestaat niet uit slechte
behandeling.
Waarop is de uitvoering van mijn straf gericht?
Op het herstel van het onrecht dat de
slachtoffers is aangedaan, op uw rehabilitatie en op een persoonlijke
voorbereiding van uw terugkeer in de vrije samenleving.
Welke rol speel ik zelf?
U krijgt de kans constructief mee te werken
aan uw individueel detentieplan (zie titel IV, hoofdstuk II). Dat plan moet
zorgen voor een veilige uitvoering van uw straf die gericht is op herstel en
terugkeer in de samenleving en die schade beperkt.
KORT GEZEGD
Uw straf bestaat enkel
uit het verlies van uw vrijheid. De uitvoering is gericht op herstel,
rehabilitatie en terugkeer in de samenleving, en u mag daar actief aan
meewerken.
Afdeling II. - Verdachten.
Artikel 10
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Verdachten worden geacht onschuldig
te zijn zolang zij niet veroordeeld zijn door een veroordeling die in kracht
van gewijsde is gegaan.
§ 2. Bij de omgang met
verdachten moet elke schijn vermeden worden dat hun vrijheidsbeneming het
karakter heeft van een straf.
Hoe word ik behandeld als verdachte?
Als onschuldig, zolang u niet definitief
veroordeeld bent. Dit is het vermoeden van onschuld.
Mag mijn detentie als een straf aanvoelen?
Nee. Bij de omgang met verdachten moet elke
schijn worden vermeden dat hun hechtenis een straf is.
KORT GEZEGD
Een verdachte wordt als
onschuldig beschouwd tot er een definitieve veroordeling is, en de hechtenis
mag niet als straf behandeld worden.
Artikel 11
WAT ZEGT DE WET?
Behoudens wanneer zij
met het oog op de deelname aan gemeenschappelijke activiteiten schriftelijk met
het tegendeel instemmen, worden verdachten gescheiden van de veroordeelden
gehouden.
Zit ik als verdachte bij veroordeelden?
In principe niet. Verdachten worden
gescheiden van veroordeelden gehouden.
Zijn er uitzonderingen?
Ja, als u er schriftelijk mee instemt om
samen met veroordeelden aan gemeenschappelijke activiteiten deel te nemen. U
moet dat dus zelf aanvaarden.
KORT GEZEGD
Verdachten en
veroordeelden worden gescheiden gehouden, tenzij de verdachte schriftelijk
instemt met gemeenschappelijke activiteiten.
Artikel 12
WAT ZEGT DE WET?
De verdachten dienen de
nodige faciliteiten, verenigbaar met de orde en de veiligheid, te genieten om
hun recht van verdediging zo goed mogelijk te behartigen in de rechtsprocedure
waarin zij betrokken zijn.
Mag ik me als verdachte voorbereiden op mijn proces?
Ja. U krijgt de faciliteiten die nodig zijn
om uw verdediging zo goed mogelijk te regelen in de procedure waarin u
betrokken bent. Dat moet wel verenigbaar zijn met orde en veiligheid.
KORT GEZEGD
Verdachten krijgen de
nodige faciliteiten om zich te verdedigen, zolang orde en veiligheid dat
toelaten.
Artikel 13
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Bij de uitvoering van de
vrijheidsbenemende maatregel wordt het regime aangepast aan de vereisten inzake
de eerbiediging van het beginsel van het vermoeden van onschuld.
§ 2. Behoudens de
beperkingen door of krachtens de wet gesteld worden aan verdachten alle
faciliteiten verleend die verenigbaar zijn met de orde en de veiligheid.
Wat betekent het vermoeden van onschuld in de praktijk?
Het regime in de gevangenis wordt aangepast
aan het feit dat u als verdachte nog onschuldig bent.
Welke voordelen krijg ik daardoor?
Alle faciliteiten die verenigbaar zijn met
orde en veiligheid, behalve de beperkingen die de wet of een besluit oplegt.
KORT GEZEGD
Een verdachte krijgt
zoveel faciliteiten als mogelijk, omdat hij onschuldig is zolang het tegendeel
niet bewezen is.
TITEL III. -
Gevangenissen.
HOOFDSTUK I. - Indeling en bestemming.
Artikel 14
WAT ZEGT DE WET?
De Koning deelt de
gevangenissen in volgens hun bestemming. Hij kan de gevangenissen indelen
volgens andere criteria dan volgens hun bestemming.
Hoe worden gevangenissen ingedeeld?
De Koning deelt gevangenissen in volgens
hun bestemming, bijvoorbeeld voor verdachten of voor veroordeelden. Hij mag ook
andere criteria gebruiken.
KORT GEZEGD
De Koning bepaalt voor
welke groep elke gevangenis dient.
Artikel 15
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De Koning bepaalt de bestemming van
de gevangenissen. Hij kan één of meer delen van een gevangenis aanwijzen als
een afdeling met een bijzondere bestemming.
§ 2. Onverminderd andere aan
gevangenissen te geven bestemmingen, wijst de Koning gevangenissen of
afdelingen van gevangenissen aan die specifiek bestemd zijn voor de
onderbrenging van :
1° verdachten;
2° vrouwelijke gedetineerden;
3° gedetineerden die in
de gevangenis worden opgenomen samen met hun kind van minder drie jaar.
Wie bepaalt waarvoor een gevangenis dient?
De Koning. Hij kan ook delen van een
gevangenis een bijzondere bestemming geven.
Zijn er gevangenissen voor bepaalde groepen?
Ja. De Koning wijst gevangenissen of
afdelingen aan voor verdachten, voor vrouwelijke gedetineerden en voor
gedetineerden die met hun kind van minder dan drie jaar in de gevangenis
verblijven.
KORT GEZEGD
Er zijn aparte
gevangenissen of afdelingen voor verdachten, vrouwen en gedetineerden met een
kind jonger dan drie jaar.
Artikel 15/1
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Aan steden en gemeenten op het
grondgebied waarvan zich een detentiehuis bevindt, kan een subsidie worden
toegekend. Deze subsidie voorziet in een tussenkomst voor de kosten verbonden
aan het bevorderen van de integratie van het detentiehuis op hun grondgebied en
van de toegankelijkheid van hun diensten voor de gedetineerden die in het
detentiehuis verblijven.
§ 2. De Koning bepaalt
de nadere regels aangaande deze subsidiëring.
Waarover gaat dit artikel?
Over de steden en gemeenten waar een
detentiehuis staat. Zij kunnen een subsidie krijgen.
Waarvoor dient die subsidie?
Om de kosten te dekken die ze maken om het
detentiehuis in hun gemeente te laten integreren en om hun diensten bereikbaar
te maken voor de gedetineerden die er verblijven.
KORT GEZEGD
Een gemeente met een
detentiehuis kan subsidie krijgen om het huis te integreren en haar diensten
toegankelijk te maken.
HOOFDSTUK II. - Huishoudelijk reglement.
Artikel 16
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. In iedere gevangenis wordt door het
inrichtingshoofd een huishoudelijk reglement opgesteld overeenkomstig de bij of
krachtens deze wet gestelde bepalingen en overeenkomstig de door de minister
gegeven instructies.
§ 2. De huishoudelijke reglementen worden
ter goedkeuring aan de minister voorgelegd.
§ 3. Een exemplaar van
het huishoudelijk reglement wordt ter beschikking gesteld van de gedetineerden.
Welke regels gelden in mijn gevangenis?
Naast de wet is er in elke gevangenis een
huishoudelijk reglement. Het inrichtingshoofd stelt het op, volgens de wet en
de instructies van de minister.
Wie keurt het goed?
De minister van Justitie.
Kan ik het lezen?
Ja. Een exemplaar moet ter beschikking van
de gedetineerden worden gesteld.
KORT GEZEGD
Elke gevangenis heeft
een huishoudelijk reglement dat de minister goedkeurt, en u mag het inkijken.
HOOFDSTUK III. - Plaatsing, overplaatsing en
onthaal.
Artikel 17
WAT ZEGT DE WET?
De gedetineerden worden
geplaatst in een gevangenis of afdeling dan wel overgeplaatst naar een
gevangenis of afdeling, rekening houdend met de bestemming of andere criteria
zoals bepaald in artikel 14 of 15, en voor de veroordeelden mede rekening
houdend met het individuele detentieplan.
Op basis waarvan word ik in een gevangenis geplaatst of
overgeplaatst?
Op basis van de bestemming van de
gevangenis of van andere criteria die de Koning heeft bepaald. Als u
veroordeeld bent, wordt ook rekening gehouden met uw individueel detentieplan.
KORT GEZEGD
Plaatsing en
overplaatsing gebeuren volgens de bestemming van de gevangenis en, voor
veroordeelden, ook volgens het detentieplan.
Artikel 18
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Onverminderd andersluidende
wettelijke bepalingen wordt over de plaatsing of overplaatsing van
gedetineerden beslist door ambtenaren van de penitentiaire administratie die
daartoe door de directeur-generaal worden aangewezen.
§ 1/1. De in paragraaf 1 bedoelde
ambtenaren kunnen bepalen dat de veroordeelde zich ter uitvoering van de
beslissing tot plaatsing of overplaatsing zelfstandig begeeft naar de
aangewezen gevangenis.
§ 2. Tegen een
beslissing tot plaatsing of overplaatsing die door de in § 1 bedoelde
ambtenaren genomen is, kan een bezwaar worden ingediend, zoals bepaald in titel
VIII, hoofdstuk III.
Wie beslist over mijn plaatsing of overplaatsing?
Ambtenaren van de penitentiaire
administratie die de directeur-generaal daarvoor aanwijst.
Kan ik zelf naar mijn nieuwe gevangenis gaan?
Als veroordeelde kan u die toelating
krijgen: de ambtenaren kunnen bepalen dat u zich zelfstandig naar de aangewezen
gevangenis begeeft.
Wat kan ik doen als ik het er niet mee eens ben?
U kunt bezwaar indienen volgens de regels
van titel VIII, hoofdstuk III (artikelen 163 tot 166).
KORT GEZEGD
Ambtenaren van de
penitentiaire administratie beslissen over plaatsing en overplaatsing. U kunt
bezwaar indienen.
Artikel 19
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerde wordt bij zijn
onthaal geïnformeerd over zijn rechten en plichten, over de in de gevangenis of
afdeling geldende regels, over de rol van het personeel en over de aldaar
bestaande of van daaruit toegankelijke mogelijkheden van medische, juridische,
psychosociale, familiale hulpverlening, van morele, levensbeschouwelijke of
godsdienstige ondersteuning en van maatschappelijke hulp- en dienstverlening.
§ 2. De Koning stelt de nadere regels
vast om, voorzover mogelijk, de informatie bedoeld in § 1 in een voor de
gedetineerde verstaanbare taal of op een begrijpelijke wijze te verstrekken.
§ 3. De Koning stelt de
nadere regels vast voor het onthaal van de gedetineerde in de gevangenis of in
een afdeling ervan.
Welke informatie krijg ik bij mijn aankomst?
U wordt geïnformeerd over uw rechten en
plichten, de regels van de gevangenis of afdeling, de rol van het personeel en
de mogelijkheden voor medische, juridische, psychosociale en familiale hulp,
voor morele, levensbeschouwelijke of godsdienstige steun en voor
maatschappelijke hulp.
En als ik de taal niet versta?
De Koning bepaalt hoe die informatie, voor
zover mogelijk, in een taal of op een manier wordt gegeven die u begrijpt.
KORT GEZEGD
Bij uw aankomst moet u
worden ingelicht over uw rechten, plichten en de hulp die beschikbaar is, zo
mogelijk in een taal die u begrijpt.
HOOFDSTUK IV. - Toezicht.
Afdeling I. - Algemene bepaling.
Artikel 20
WAT ZEGT DE WET?
Onverminderd de door of
krachtens de wet bepaalde opdrachten of machtigingen tot inspectie, controle of
toezicht door gerechtelijke, administratieve of andere overheden, wordt een
onafhankelijk toezicht gehouden op de gevangenissen en op de bejegening van de
gedetineerden, door de Centrale toezichtsraad voor het gevangeniswezen en door
de commissies van toezicht.
Wie houdt toezicht op de gevangenissen?
Er is een onafhankelijk toezicht door de
Centrale Toezichtsraad voor het gevangeniswezen en door de commissies van
toezicht. Ze controleren de gevangenissen en hoe de gedetineerden worden
behandeld.
Zijn er nog andere controles?
Ja, rechterlijke, administratieve en andere
overheden kunnen eveneens inspecties of controles doen. Die blijven bestaan.
KORT GEZEGD
Onafhankelijke organen
houden toezicht op de gevangenissen en op de behandeling van gedetineerden.
Afdeling II. - Centrale Toezichtsraad voor het
gevangeniswezen.
Artikel 21
WAT ZEGT DE WET?
Bij de Kamer van
volksvertegenwoordigers wordt een Centrale Toezichtsraad voor het
Gevangeniswezen opgericht, hierna de "Centrale Raad" genoemd.
Wat is de Centrale Raad?
De Centrale Toezichtsraad voor het
Gevangeniswezen, kortweg de Centrale Raad. Hij is opgericht bij de Kamer van
volksvertegenwoordigers.
KORT GEZEGD
De Centrale Raad is het
onafhankelijke toezichtsorgaan voor het gevangeniswezen, opgericht bij de
Kamer.
Artikel 22
WAT ZEGT DE WET?
De Centrale Raad heeft tot taak :
1° een onafhankelijk toezicht te houden
op de gevangenissen, op de bejegening van de gedetineerden en op de naleving
van de hen betreffende voorschriften;
2° aan de Kamer van
volksvertegenwoordigers, aan de minister bevoegd voor Justitie en aan de
minister bevoegd voor de penitentiaire gezondheidszorg, hetzij ambtshalve,
hetzij op hun verzoek, advies te verlenen over het gevangeniswezen en de
uitvoering van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen;
3° Commissies van toezicht, zoals bedoeld
in artikel 26, op te richten en de werking ervan te ondersteunen, te
coördineren en te controleren;
4° jaarlijks ten behoeve
van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de minister bevoegd voor
Justitie en de minister bevoegd voor de penitentiaire gezondheidszorg, een
verslag op te stellen betreffende de gevangenissen, de bejegening van
gedetineerden en de naleving van de hen betreffende voorschriften. Het verslag
omvat onder meer alle adviezen die conform de bepaling onder 2° zijn
uitgebracht, een beleidsplan en de jaarverslagen zoals bepaald in artikel 26, §
2, 4°. Het verslag is publiek. Het ontwerp van verslag wordt voorafgaandelijk
aan de bekendmaking bezorgd aan de minister bevoegd voor Justitie en aan de
minister bevoegd voor de penitentiaire gezondheidszorg, die binnen een termijn
van twee maanden vanaf datum van ontvangst hun gebeurlijke bemerkingen
bezorgen.
Wat doet de Centrale Raad?
Hij houdt onafhankelijk toezicht op de
gevangenissen en de behandeling van gedetineerden. Hij geeft advies aan de
Kamer en de ministers, richt de commissies van toezicht op en ondersteunt,
coördineert en controleert ze. Elk jaar maakt hij een verslag.
Is dat verslag openbaar?
Ja. Voor het verschijnt, krijgen de
ministers het ontwerp, en zij hebben twee maanden om opmerkingen te maken.
Aan wie geeft de Centrale Raad advies?
Aan de Kamer van volksvertegenwoordigers,
aan de minister van Justitie en aan de minister die bevoegd is voor de
gezondheidszorg in de gevangenissen. De Raad kan dat uit eigen beweging doen of
omdat hen daarom gevraagd wordt.
KORT GEZEGD
De Centrale Raad
controleert de gevangenissen, adviseert, richt de commissies van toezicht op en
publiceert een jaarverslag.
Artikel 23
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Voor zover dit voor de uitoefening
van hun taken noodzakelijk is, hebben de leden van de Centrale Raad vrije
toegang tot alle plaatsen in de gevangenissen en, mits voorafgaandelijke
instemming van de gedetineerde, tot de verblijfsruimte van de gedetineerde en
hebben zij het recht om ter plaatse, behoudens wettelijk bepaalde
uitzonderingen, alle op de gevangenis betrekking hebbende boeken en bescheiden
in te zien, met inbegrip van het register van de tuchtsancties en, mits
voorafgaandelijke schriftelijke instemming van de gedetineerde, alle stukken
die individuele gegevens bevatten van de gedetineerde. Zij zijn ertoe gehouden
de geldende veiligheidsregels na te leven.
§ 2. Zij hebben het recht zonder controle
briefwisseling te voeren met de gedetineerden en zonder toezicht in contact te
treden met hen.
§ 3. Op verzoek van de
voorzitter van de Centrale Raad brengt de directeur-generaal verslag uit over
aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de Centrale Raad behoren. De
directeur-generaal antwoordt binnen een termijn van twee maanden na ontvangst
van het verzoek op de vragen om inlichtingen vanwege de Centrale Raad.
Waar mogen de leden van de Centrale Raad komen?
Overal in de gevangenis als dat nodig is
voor hun taak. In uw verblijfsruimte alleen met uw voorafgaande instemming.
Wat mogen ze inkijken?
Alle boeken en documenten over de
gevangenis, ook het register van de tuchtstraffen. Documenten met uw
persoonlijke gegevens alleen met uw voorafgaande schriftelijke instemming.
Kan ik hen vertrouwelijk contacteren?
Ja. Ze mogen zonder controle met u
briefwisselen en zonder toezicht met u praten.
Moet de directeur-generaal antwoorden aan de Centrale Raad?
Ja. Op verzoek van de voorzitter van de
Centrale Raad brengt de directeur-generaal verslag uit over zaken die tot de
bevoegdheid van de Raad behoren. Hij moet binnen twee maanden na ontvangst van
het verzoek antwoorden op vragen om inlichtingen.
KORT GEZEGD
De Centrale Raad mag
vrij in de gevangenis komen, documenten inkijken en vertrouwelijk met u contact
hebben, uw persoonlijke gegevens alleen met uw toestemming.
Artikel 24
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De Centrale Raad bestaat uit twaalf
effectieve leden en uit een gelijk aantal plaatsvervangers, die door de Kamer
van volksvertegenwoordigers worden benoemd met een meerderheid van twee derden
van de uitgebrachte stemmen. Bij de samenstelling van Centrale Raad wordt de
taalpariteit in acht genomen, op basis van de taal waarin de kandidaat-leden
hun kandidatuur hebben ingediend en voor de leden bedoeld in paragraaf 3, op
basis van hun diploma.
§ 2. De leden worden benoemd op grond van
hun deskundigheid of ervaring met betrekking tot de taken die aan de Centrale
Raad worden toevertrouwd. De leden genieten de burgerlijke en politieke
rechten.
§ 3. De Centrale Raad telt onder haar
effectieve leden en onder haar plaatsvervangende leden ten minste :
1° twee Nederlandstaligen en twee
Franstaligen die houder zijn van een diploma master in de rechtswetenschappen
waaronder minstens één Nederlandstalige magistraat van de zetel en één
Franstalige magistraat van de zetel;
2° een Nederlandstalige en een
Franstalige arts.
§ 4. De Kamer van volksvertegenwoordigers
wijst onder de effectieve leden van de Centrale Raad een bureau aan, bestaande
uit twee Nederlandstalige leden en twee Franstalige leden, waarvan minstens één
lid per taalrol houder is van een diploma master in de rechtswetenschappen. De
leden van het bureau oefenen hun ambt voltijds uit en kunnen geen enkele andere
beroepsactiviteit uitoefenen tijdens de duur van hun mandaat. De Kamer van
volksvertegenwoordigers kan afwijkingen op dat verbod toestaan op voorwaarde dat
zij de betrokkene niet hinderen bij de behoorlijke uitoefening van zijn
opdracht.
§ 5. De Kamer van volksvertegenwoordigers
wijst één lid van het bureau aan als voorzitter en één lid als ondervoorzitter.
De voorzitter en de ondervoorzitter zijn van een verschillende taalrol.
§ 6. Het lidmaatschap van de Centrale
Raad is tijdens de duur van het mandaat onverenigbaar met :
1° het lidmaatschap van een Commissie van
toezicht;
2° de uitoefening van een ambt bij of de
uitvoering van een opdracht voor de penitentiaire administratie;
3° het uitoefenen van een functie bij de
Beleidcel van een regeringslid;
4° het uitoefenen van een verkozen
mandaat of het lidmaatschap van een uitvoerend orgaan op Europees niveau,
federaal niveau, gemeenschapsniveau of gewestniveau;
5° de uitoefening van een ambt bij de
strafuitvoeringsrechtbank.
§ 7. De effectieve leden van de Centrale
Raad worden benoemd voor een termijn van vijf jaar, die tweemaal hernieuwd kan
worden en die begint te lopen vanaf de eedaflegging. Na afloop van die termijn
blijven de leden hun functie uitoefenen tot de eedaflegging van hun opvolger.
De plaatsvervangers worden benoemd voor een termijn van vijf jaar, die tweemaal
hernieuwd kan worden, en die begint te lopen vanaf de eedaflegging van het lid
van wie ze de plaatsvervanging verzekeren. Het lid wiens mandaat een einde neemt
voor het verstrijken van de termijn van vijf jaar, wordt voor de resterende
duur van het mandaat vervangen door zijn plaatsvervanger. In dit geval valt de
opvolger onder de toepassing van het eerste lid. Indien de resterende duur van
het mandaat minder dan een jaar bedraagt, geldt dit niet als een mandaat voor
de toepassing van de beperking van het aantal mandaten vastgesteld in deze
bepaling. Bij het openvallen van een plaats van plaatsvervangend lid gaat de
Kamer van volksvertegenwoordigers onverwijld over tot de benoeming van een
nieuw plaatsvervangend lid.
§ 7/1. Alvorens hun ambt te aanvaarden,
leggen de effectieve leden en de plaatsvervangende leden in handen van de
voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers de volgende eed af:
"Ik zweer de plichten van mijn opdracht gewetensvol en onpartijdig te
vervullen." § 8. De Kamer van volksvertegenwoordigers kan een einde maken
aan het mandaat van de leden van de Centrale Raad :
1° op hun verzoek;
2° om ernstige en
dwingende redenen.
Wie zit er in de Centrale Raad?
Twaalf effectieve leden en evenveel
plaatsvervangers, benoemd door de Kamer met een tweederdemeerderheid. Er moeten
evenveel Nederlandstalige als Franstalige leden zijn. Ze worden gekozen om hun
deskundigheid of ervaring.
Welke beroepen zijn verplicht vertegenwoordigd?
Minstens twee Nederlandstalige en twee
Franstalige juristen met een master in de rechten (waaronder minstens een
magistraat van de zetel per taal) en een Nederlandstalige en een Franstalige
arts.
Hoe lang duurt een mandaat?
Vijf jaar, tweemaal hernieuwbaar. De leden
leggen een eed af.
Wat is het bureau?
Een groep van vier leden (twee
Nederlandstalige en twee Franstalige) die voltijds werkt, met een voorzitter en
ondervoorzitter van verschillende taalrol.
Met welke functies is het lidmaatschap onverenigbaar?
Onder meer met een ambt bij de
penitentiaire administratie, met het lidmaatschap van een commissie van
toezicht, met een verkozen mandaat en met een ambt bij een
strafuitvoeringsrechtbank.
Hoeveel leden heeft de Centrale Raad en hoe worden ze gekozen?
De Centrale Raad heeft twaalf effectieve
leden en evenveel plaatsvervangers. De Kamer van volksvertegenwoordigers
benoemt hen met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen.
Daarbij wordt gelet op een evenwicht tussen Nederlandstaligen en Franstaligen.
Wie leidt de Centrale Raad?
De Kamer wijst uit het bureau één lid aan
als voorzitter en één lid als ondervoorzitter. Zij behoren tot een
verschillende taalrol, dus de ene is Nederlandstalig en de andere Franstalig.
Leggen de leden een eed af?
Ja. Voor ze hun ambt aanvaarden, leggen de
effectieve leden en de plaatsvervangers in handen van de voorzitter van de
Kamer de eed af: "Ik zweer de plichten van mijn opdracht gewetensvol en
onpartijdig te vervullen."
Kan een mandaat vroegtijdig eindigen?
Ja. De Kamer kan een einde maken aan het
mandaat van een lid op zijn eigen verzoek of om ernstige en dwingende redenen.
Wie vroegtijdig wegvalt, wordt voor de rest van de termijn vervangen door zijn
plaatsvervanger.
KORT GEZEGD
De Centrale Raad telt
twaalf leden met evenwicht tussen de taalgroepen. Ze worden voor vijf jaar
benoemd en mogen geen belangenconflict hebben.
Artikel 25
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De Centrale Raad wordt bijgestaan
door een secretariaat dat naar taal paritair samengesteld is. De taalpariteit
van de leden van het secretariaat wordt in acht genomen op basis van hun
diploma. Het statuut en de wijze van aanwerving van de leden van het
secretariaat worden bepaald door de Centrale Raad.
§ 2. De voorzitter van
de Centrale Raad geeft leiding aan het secretariaat.
Wie helpt de Centrale Raad?
Een secretariaat dat naar taal evenwichtig
is samengesteld. De voorzitter van de Centrale Raad leidt het secretariaat.
KORT GEZEGD
Een tweetalig
secretariaat ondersteunt de Centrale Raad.
Artikel 25/1
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De Centrale Raad stelt zijn
huishoudelijk reglement op. Het reglement bepaalt in het bijzonder de wijze van
oproeping van de leden, de wijze van beraadslaging en de wijze van controle van
de werking van de Commissies van toezicht. De leden van de Centrale Raad nemen
geen kennis van zaken waarbij zij een persoonlijk belang hebben of waarbij hun
bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk belang hebben
en laten zich in voorkomend geval vervangen. Het huishoudelijk reglement wordt
goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers en bekendgemaakt in het
Belgisch Staatsblad.
§ 2. De Centrale Raad houdt ten minste
één zitting per maand, op bijeenroeping van zijn voorzitter of op verzoek van
één derde van zijn leden. De Centrale Raad kan slechts vergaderen wanneer de
helft plus één van de leden aanwezig is.
§ 3. De Centrale Raad stelt zowel voor
haar werking als die van de Commissies van toezicht een deontologische code op.
§ 4. De artikelen 352 en
353 van het Strafwetboek zijn van toepassing op de leden van de Centrale Raad
en de leden van het secretariaat zonder afbreuk te doen aan de taak van de
Centrale Raad.
Hoe werkt de Centrale Raad intern?
Hij stelt zijn eigen huishoudelijk
reglement op, dat de Kamer goedkeurt en dat in het Belgisch Staatsblad wordt
bekendgemaakt. Leden mogen niet meebeslissen over zaken waarin zij of hun
familie (tot de vierde graad) een persoonlijk belang hebben.
Hoe vaak vergadert hij?
Minstens eenmaal per maand. Er moet de
helft plus één van de leden aanwezig zijn.
Zijn de leden tot geheimhouding verplicht?
Ja, het beroepsgeheim uit het Strafwetboek
(artikelen 352 en 353) geldt voor leden en secretariaat.
Wat als een lid een persoonlijk belang heeft in een zaak?
Dan neemt dat lid geen kennis van de zaak
en laat zich vervangen. Dat geldt ook als bloed- of aanverwanten tot en met de
vierde graad een persoonlijk belang hebben.
KORT GEZEGD
De Centrale Raad heeft
eigen werkregels, vergadert minstens maandelijks en zijn leden moeten het
beroepsgeheim respecteren.
Artikel 25/2
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De Centrale Raad stelt uit zijn
leden een Franstalige en een Nederlandstalige Beroepscommissie samen, elk
samengesteld uit drie leden. De Centrale Raad wijst eveneens drie
plaatsvervangende leden per taalrol aan. Elke Beroepscommissie wordt voorgezeten
door een magistraat van de zetel.
§ 2. De Beroepscommissie is belast met de
behandeling van :
1° de beroepschriften ingediend tegen de
uitspraken van de klachtencommissies zoals bepaald in artikel 31;
2° de beroepschriften ingediend tegen de
beslissingen tot plaatsen in een individueel bijzonder veiligheidsregime, zoals
bepaald in titel VI, hoofdstuk III, afdeling III;
3° de beroepschriften ingediend tegen de
beslissingen die genomen worden naar aanleiding van bezwaarschriften tegen een
plaatsing of overplaatsing, zoals bepaald in titel VIII, hoofdstuk III.
§ 3. Bij de behandeling
van het beroepschrift wraakt de Beroepscommissie, ambtshalve, op vraag van één
van de partijen of op vraag van het lid zelf, elk lid van de Beroepscommissie
van wie de onafhankelijkheid ten aanzien van de behandeling van de klacht kan
worden betwist.
Wat is de Beroepscommissie?
Een commissie binnen de Centrale Raad. Er
is een Nederlandstalige en een Franstalige, elk met drie leden en voorgezeten
door een magistraat van de zetel.
Welke zaken behandelt ze?
Beroepen tegen uitspraken van de
Klachtencommissies, tegen beslissingen om u in een individueel bijzonder
veiligheidsregime te plaatsen en tegen beslissingen over uw bezwaar tegen
plaatsing of overplaatsing.
Wat als een lid niet onafhankelijk is?
Dan wordt dat lid gewraakt: het neemt niet
deel aan de behandeling.
Hoeveel leden telt de Beroepscommissie en wie zit ze voor?
Er is een Nederlandstalige en een
Franstalige Beroepscommissie, elk met drie leden uit de Centrale Raad en drie
plaatsvervangende leden. Elke Beroepscommissie wordt voorgezeten door een
magistraat van de zetel (een rechter).
KORT GEZEGD
De Beroepscommissie
behandelt beroepen tegen beslissingen van de Klachtencommissie en tegen
bepaalde beslissingen over veiligheidsregime en plaatsing.
Artikel 25/3
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De leden van de Centrale Raad die
lid zijn van het bureau genieten een jaarlijkse wedde van 54 990 euro. De
magistraten en ambtenaren die lid zijn van het bureau behouden tenminste hun
wedde met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen. De leden van de
Centrale Raad en van de Beroepscommissie die geen lid zijn van het bureau
hebben recht op een presentiegeld waarvan het bedrag per gepresteerde dag 150
euro bedraagt. Werkzaamheden die per dag minder dan vier uur bestrijken, geven
recht op de helft van het vastgesteld presentiegeld. De wedde bedoeld in het
eerste lid en het presentiegeld bedoeld in het tweede lid vallen onder de
indexeringsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van de federale
overheidsdiensten. Zij worden gekoppeld aan de spilindex 138,01.
§ 2. Voor de werking van
de Centrale Raad en van de commissies van toezicht wordt een dotatie
uitgetrokken op de algemene uitgavenbegroting van het Rijk. De Centrale Raad
stelt jaarlijks een ontwerp van begroting op voor zijn werking en de werking
van de commissies van toezicht. Bijgestaan door het Rekenhof, onderzoekt de
Kamer van volksvertegenwoordigers de gedetailleerde begrotingsvoorstellen van
de Centrale Raad, keurt ze goed en controleert de uitvoering van zijn
begroting. Zij onderzoekt ze en keurt daarenboven de gedetailleerde rekeningen
goed. De Centrale Raad hanteert voor zijn begroting en rekeningen een schema
dat vergelijkbaar is met het schema van de begroting en rekeningen van de Kamer
van volksvertegenwoordigers.
Waarover gaat dit artikel?
Over de vergoeding van de leden van de
Centrale Raad en de financiering ervan. Het raakt u niet rechtstreeks.
Wat staat er concreet in?
Leden van het bureau krijgen een jaarlijkse
wedde. De andere leden krijgen een presentiegeld per gepresteerde dag. De
Centrale Raad en de commissies van toezicht worden betaald uit een dotatie op
de rijksbegroting, die de Kamer controleert.
Hoeveel verdienen de leden van de Centrale Raad?
De leden van het bureau hebben een
jaarlijkse wedde van 54 990 euro. Magistraten en ambtenaren in het bureau
behouden minstens hun eigen wedde. De andere leden van de Centrale Raad en de
Beroepscommissie krijgen een presentiegeld van 150 euro per gepresteerde dag,
of de helft als de werkzaamheden minder dan vier uur duren. Die bedragen worden
geïndexeerd.
Wie betaalt de werking van de Centrale Raad en de commissies?
Er wordt een dotatie (een bedrag)
uitgetrokken op de begroting van de Staat. De Centrale Raad maakt elk jaar een
ontwerpbegroting op, en de Kamer van volksvertegenwoordigers keurt die goed en
controleert de uitvoering, bijgestaan door het Rekenhof. Zo blijven de
toezichtorganen onafhankelijk van de penitentiaire administratie.
KORT GEZEGD
De leden van de Centrale
Raad worden vergoed en het orgaan wordt betaald met overheidsgeld dat de Kamer
controleert.
Artikel 25/4
WAT ZEGT DE WET?
De wetten op de
pensioenregeling voor de leden van het Rijkspersoneel zijn van toepassing op de
leden van de Centrale Raad die lid zijn van het bureau. De Staatskas draagt de
lasten van de rust- en overlevingspensioenen die zijn toegekend aan de in het eerste
lid bedoelde leden en hun rechthebbenden. Voor de opvorderbaarheid van het
recht op de in dit artikel bedoelde pensioenen en de berekening ervan komen
enkel de gepresteerde diensten als lid van het bureau van de Centrale Raad in
aanmerking. De gemiddelde wedde op grond waarvan de in dit artikel bedoelde
pensioenen worden berekend, wordt vastgesteld op basis van de wedde als bedoeld
in art. 25/3, § 1, eerste lid. Voor de magistraten en ambtenaren die lid zijn
van het bureau en hun wedde met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen
op basis van art. 25/3, § 1, eerste lid, behouden, wordt de gemiddelde wedde
vastgesteld op basis van deze wedde en de daaraan verbonden verhogingen en
voordelen voor zover deze in aanmerking worden genomen voor het pensioen als
magistraat of ambtenaar.
Waarover gaat dit artikel?
Over het pensioen van de leden van het
bureau van de Centrale Raad. Het heeft geen gevolgen voor u.
Wie krijgt een pensioen?
De leden van het bureau van de Centrale
Raad vallen onder de pensioenregeling van het Rijkspersoneel. De Staatskas
draagt de lasten van hun rust- en overlevingspensioenen. Alleen de jaren als
lid van het bureau tellen mee.
Heeft dit gevolgen voor mij als gedetineerde?
Nee. Dit artikel regelt alleen het pensioen
van enkele leden van de Centrale Raad. Het raakt uw rechten of plichten niet.
KORT GEZEGD
Dit artikel regelt het
pensioen van de leden van het bureau van de Centrale Raad.
Afdeling III. - Commissies van toezicht.
Artikel 26
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De Centrale Raad richt bij elke
gevangenis een Commissie van toezicht op en deelt dit mee aan de Kamer van
volksvertegenwoordigers.
§ 2. De Commissie van toezicht heeft tot
taak :
1° een onafhankelijk toezicht te houden
op de gevangenis waarvoor ze bevoegd is, op de bejegening van de gedetineerden
en op de naleving van de hen betreffende voorschriften;
2° aan de Centrale Raad, hetzij
ambtshalve, hetzij op verzoek, advies en inlichtingen te geven betreffende
aangelegenheden in de gevangenis die rechtstreeks of onrechtstreeks met het
welzijn van de gedetineerden verband houden en voorstellen te doen die zij
gepast acht;
3° te bemiddelen tussen de directeur en
de gedetineerden omtrent problemen die ter kennis worden gebracht van de leden;
4° jaarlijks een verslag
betreffende de gevangenis, de bejegening van gedetineerden en de naleving van
de hen betreffende voorschriften op te stellen.
Wat is een Commissie van toezicht?
Voor elke gevangenis richt de Centrale Raad
een Commissie van toezicht op.
Wat doet zij?
Ze houdt onafhankelijk toezicht op haar
gevangenis, adviseert de Centrale Raad, bemiddelt tussen de directeur en
gedetineerden bij problemen en schrijft jaarlijks een verslag.
Kan ik me tot haar wenden?
Ja. De Commissie bemiddelt in problemen die
haar leden ter kennis komen.
KORT GEZEGD
Elke gevangenis heeft
een eigen Commissie van toezicht die toezicht houdt, bemiddelt en verslag
uitbrengt.
Artikel 27
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Voor zover dit voor de uitoefening
van de taken noodzakelijk is, hebben de leden van de Commissies van toezicht
vrije toegang tot alle plaatsen in de gevangenis en, mits voorafgaandelijke
instemming van de gedetineerde, tot de verblijfsruimte van de gedetineerde en
hebben zij het recht om ter plaatse, behoudens wettelijk bepaalde
uitzonderingen, alle op de gevangenis betrekking hebbende boeken en bescheiden
in te zien, met inbegrip van het register van de tuchtsancties en, mits
voorafgaandelijke schriftelijke instemming van de gedetineerde, van alle
stukken die individuele gegevens bevatten van de gedetineerde. Zij zijn ertoe
gehouden de geldende veiligheidsregels na te leven.
§ 2. Ze hebben het recht zonder controle
briefwisseling te voeren met de gedetineerden en zonder toezicht in contact te
treden met hen.
§ 3. Op verzoek van de
voorzitter van de Commissie van toezicht brengt de directeur verslag uit over
de aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de Commissie behoren. De
directeur antwoordt uiterlijk binnen een maand na ontvangst van het verzoek op
de vragen om inlichtingen vanwege de Commissie van toezicht.
Wat mogen leden van de Commissie van toezicht doen?
Overal in de gevangenis komen als dat nodig
is. In uw verblijfsruimte alleen als u het voorafgaand goedvindt. Ze mogen
documenten over de gevangenis inkijken, uw persoonlijke gegevens alleen met uw
schriftelijke instemming.
Kan ik hen vrij spreken en schrijven?
Ja. Ze mogen zonder controle met u
briefwisselen en zonder toezicht met u praten.
Moet de directeur meewerken?
Ja. Hij brengt op verzoek van de voorzitter
verslag uit en antwoordt binnen een maand op vragen om inlichtingen.
KORT GEZEGD
De Commissie van
toezicht mag vrij in de gevangenis komen, documenten inzien en vertrouwelijk
met u in contact treden.
Artikel 28
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Elke Commissie van toezicht bestaat
uit ten minste zes en maximum achttien leden. De leden worden benoemd op grond
van hun deskundigheid of ervaring met betrekking tot de taken die aan de
Commissie van toezicht worden toevertrouwd.
§ 2. Elke Commissie van toezicht telt
onder haar leden ten minste :
1° twee personen die houder zijn van een
diploma master in de rechtswetenschappen;
2° een arts.
§ 3. De Centrale Raad wijst, op
voordracht van de Commissie van toezicht, bij elke Commissie van toezicht één
lid aan als voorzitter en één lid als ondervoorzitter. Voor de Commissies van
toezicht bij een gevangenis gelegen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,
behoren de voorzitter en de ondervoorzitter tot een verschillende taalrol, wat
bepaald wordt op basis van de taal waarin de kandidaat-leden hun kandidatuur
hebben ingediend en voor de leden bedoeld in § 2, op basis van hun diploma.
§ 4. Het lidmaatschap van een Commissie
van toezicht is tijdens de duur van het mandaat onverenigbaar met :
1° het lidmaatschap van de Centrale Raad;
2° de uitoefening van een ambt bij of de
uitvoering van een opdracht voor de penitentiaire administratie;
3° de uitoefening van een ambt bij de
strafuitvoeringsrechtbank;
4° de uitoefening van een ambt bij de
Beleidscel van een regeringslid;
5° het uitoefenen van een verkozen
mandaat of het lidmaatschap van een uitvoerend orgaan op Europees niveau,
federaal niveau, gemeenschapsniveau of gewestniveau.
§ 4/1. De leden van de Commissie van
toezicht worden, na schriftelijk advies van de voorzitter van de Commissie van
toezicht, door de Centrale Raad benoemd voor een termijn van vijf jaar, die
tweemaal hernieuwd kan worden en die begint te lopen vanaf de aanwijzing. Na
afloop van die termijn blijven de leden hun functie uitoefenen tot de
aanwijzing van hun opvolger.
§ 5. De Centrale Raad kan een einde maken
aan het mandaat van de leden :
1° op hun verzoek;
2° om ernstige en
dwingende redenen.
Wie zit in een Commissie van toezicht?
Minstens zes en hoogstens achttien leden,
benoemd op grond van hun deskundigheid of ervaring. Er zitten minstens twee
juristen met een master in de rechten en een arts bij.
Wie leidt ze?
Een voorzitter en een ondervoorzitter,
aangewezen door de Centrale Raad. In Brusselse gevangenissen behoren zij tot
een verschillende taalrol.
Hoe lang duurt een mandaat?
Vijf jaar, tweemaal hernieuwbaar.
Wie mag er niet in zitten?
Onder meer wie werkt voor de penitentiaire
administratie, lid is van de Centrale Raad, bij een strafuitvoeringsrechtbank
werkt, bij een beleidscel werkt of een verkozen mandaat heeft.
Kan een lid van een commissie van toezicht zijn mandaat
verliezen?
Ja. De Centrale Raad kan een einde maken
aan het mandaat van een lid, op diens eigen verzoek of om ernstige en dwingende
redenen.
KORT GEZEGD
Een Commissie van
toezicht heeft zes tot achttien deskundige en onafhankelijke leden die voor
vijf jaar worden benoemd.
Artikel 29
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Elke Commissie van toezicht wordt
bijgestaan door een secretariaat, waarvan de leden niet behoren tot de
penitentiaire administratie. De leden van het secretariaat worden op voordracht
van de Commissie van toezicht aangewezen door de Centrale Raad. Het statuut en
de wijze van aanwerving van de leden van het secretariaat worden bepaald door
de Centrale Raad.
§ 2. De aanwijzing van een lid van het
secretariaat van de Commissie van toezicht kan om ernstige redenen bij
gemotiveerde beslissing worden opgeheven door de Centrale Raad.
§ 3. De taak van de
leden van het secretariaat wordt bepaald door de voorzitter van de Commissie
van toezicht.
Wie helpt de Commissie van toezicht?
Een secretariaat waarvan de leden niet tot
de penitentiaire administratie behoren. De Centrale Raad wijst hen aan.
Kunnen ze weggestuurd worden?
Alleen om ernstige redenen, bij een
gemotiveerde beslissing van de Centrale Raad. De voorzitter van de Commissie
bepaalt hun taak.
KORT GEZEGD
Elke Commissie van
toezicht heeft een onafhankelijk secretariaat.
Artikel 30
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Elke Commissie van toezicht stelt
haar huishoudelijk reglement op, dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de
Centrale Raad. Het reglement bepaalt in het bijzonder de wijze van oproeping
van de leden en de wijze van beraadslaging. De leden van de Commissie van
toezicht onthouden zich bij een beraadslaging over zaken waarbij zij een
persoonlijk belang hebben of waarbij hun bloed- of aanverwanten tot en met de
vierde graad een persoonlijk belang hebben.
§ 2. De Commissie van toezicht houdt ten
minste één zitting per maand.
§ 3. Eén of meer leden van de Commissie
van toezicht zijn er beurtelings mee belast gedurende één maand tenminste
éénmaal per week als maandcommissaris de gevangenis of gevangenissen waarbij
zij zijn ingericht te bezoeken, inzonderheid met het oog op de uitoefening van
de taken bedoeld in artikel 26, § 2, 1° en 3°. De maandcommissarissen houden
wekelijks spreekuur ten behoeve van de gedetineerden.
§ 4. De artikelen 352 en
353 van het Strafwetboek zijn van toepassing op de leden van de Commissie van
toezicht en de leden van het secretariaat zonder afbreuk te doen aan de taak
van de Commissie voor toezicht.
Hoe werkt de Commissie van toezicht?
Ze stelt haar eigen huishoudelijk reglement
op, dat de Centrale Raad goedkeurt. Ze komt minstens één keer per maand bijeen.
Leden doen niet mee aan beraadslagingen over zaken waarin zij of hun familie
(tot de vierde graad) belang hebben.
Wat is een maandcommissaris?
Een lid dat om beurten een maand lang
minstens eenmaal per week de gevangenis bezoekt en wekelijks spreekuur houdt
voor de gedetineerden. U kunt dus bij hem terecht met uw problemen.
Moeten ze zwijgen over wat ze horen?
Ja, het beroepsgeheim geldt voor de leden
en het secretariaat.
KORT GEZEGD
De Commissie van
toezicht vergadert maandelijks, een maandcommissaris houdt wekelijks spreekuur
voor u en alles blijft onder het beroepsgeheim.
Artikel 31
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Elke Commissie van toezicht stelt
uit haar leden een Klachtencommissie van drie leden samen, voorgezeten door een
persoon die houder is van een diploma master in de rechtswetenschappen. In
geval van verhindering van een of meer leden van de Klachtencommissie wijst de
voorzitter de leden van de Commissie van toezicht aan die hen kunnen vervangen.
§ 2. De leden van de Klachtencommissie
zijn uitsluitend belast met de behandeling van de klachten, zoals bepaald in
titel VIII, hoofdstuk I.
§ 3. Bij de behandeling
van de klacht wraakt de Klachtencommissie, ambtshalve, op vraag van een van de
partijen of op vraag van het lid zelf, elk lid van wie de onafhankelijkheid ten
aanzien van de behandeling van de klacht kan worden betwist.
Wat is de Klachtencommissie?
Een groep van drie leden van de Commissie
van toezicht, voorgezeten door een jurist met een master in de rechten. Zij
behandelt uw klachten.
Wat doet ze nog?
Niets anders: haar leden zijn enkel bezig
met de behandeling van klachten (zie titel VIII, hoofdstuk I).
Wat als een lid niet onafhankelijk is?
Dan wordt dat lid gewraakt, ambtshalve of
op vraag van een partij of van het lid zelf.
KORT GEZEGD
De Klachtencommissie
bestaat uit drie leden van de Commissie van toezicht en behandelt uitsluitend
klachten van gedetineerden.
Artikel 31/1
WAT ZEGT DE WET?
De leden van de
Commissies van toezicht en de leden van de klachtencommissie hebben recht op
een presentiegeld waarvan het bedrag per gepresteerde dag 90 euro bedraagt.
Werkzaamheden die per dag minder dan vier uur bestrijken, geven recht op de
helft van het vastgesteld presentiegeld. Dit presentiegeld valt onder de
indexeringsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van de federale
overheidsdiensten. Het wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.
Waarover gaat dit artikel?
Over het presentiegeld dat leden van de
Commissies van toezicht en van de Klachtencommissie krijgen: 90 euro per
gepresteerde dag, de helft bij minder dan vier uur. Het geld wordt geïndexeerd.
KORT GEZEGD
De leden van de
commissies krijgen een vast bedrag per gepresteerde dag.
HOOFDSTUK V. - Toegang tot de gevangenis.
Artikel 32
WAT ZEGT DE WET?
De toegang tot de
gevangenis wordt afhankelijk gesteld van controle- en veiligheidsmaatregelen,
met inbegrip van de vastlegging en de opslag van de beeltenis van de persoon
die de gevangenis betreedt, waarvan de Koning de aard en de nadere regels
bepaalt. Het identiteitsdocument dat bij toegang tot de gevangenis wordt
voorgelegd met het oog op identificatie van de bezoeker, kan voor de duur van
het bezoek in bewaring worden genomen.
Wat gebeurt er als iemand de gevangenis binnengaat?
Er zijn controle- en
veiligheidsmaatregelen. De Koning bepaalt welke. Daartoe kan ook een foto van
de bezoeker worden genomen en bewaard.
Moet een bezoeker zijn identiteitskaart afgeven?
Het document waarmee de bezoeker zich
identificeert, kan voor de duur van het bezoek bewaard worden.
KORT GEZEGD
Wie de gevangenis
binnengaat, wordt gecontroleerd, gefotografeerd en kan tijdelijk zijn
identiteitsdocument moeten afgeven.
Artikel 33
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De leden van de Kamer van
volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement, het Parlement van de
Franse Gemeenschap, het Parlement van het Waalse Gewest, het Parlement van de
Duitstalige Gemeenschap, het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
en de Belgische leden van het Europees Parlement, alsook, binnen zijn
rechtsgebied, de stafhouder of het lid van de raad van de Orde dat de
stafhouder daartoe aanwijst, hebben toegang tot de gevangenissen door van hun
hoedanigheid te doen blijken. Om een bewoonde verblijfsruimte te betreden of om
in contact te treden met bepaalde gedetineerden is een bijzondere toelating van
de directeur-generaal of zijn gemachtigde vereist. Deze bezoekers worden
vergezeld door de directeur of door het personeelslid dat hij aanwijst.
§ 2. Behoudens andersluidende wettelijke
bepalingen stelt de Koning, in aanvulling op deze wet, de regels vast voor de
toegang tot de gevangenissen :
1° voor personen of instanties die met
leden van het personeel van de gevangenis gelijk te stellen zijn op grond van
hun professionele of statutaire betrokkenheid bij de tenuitvoerlegging van de
vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel;
2° voor personen of instanties die belast
zijn met het toezicht of de controle op de gevangenissen of de bejegening van
de gedetineerden of met het verlenen van advies daarover aan de minister;
3° voor openbare
officieren of ambtenaren die zich in de gevangenis aanmelden voor de
uitoefening van hun ambt of het volbrengen van hun opdrachten.
Wie heeft vrije toegang tot de gevangenis?
Parlementsleden (Kamer, Senaat, Vlaams,
Franstalig, Waals, Duitstalig en Brussels parlement, en Belgische
Europarlementsleden) en, binnen hun rechtsgebied, de stafhouder van de balie of
een lid van de raad van de Orde dat hij aanwijst.
Mogen ze overal binnen?
Om een bewoonde verblijfsruimte te betreden
of met bepaalde gedetineerden te praten, hebben ze een bijzondere toelating van
de directeur-generaal of zijn gemachtigde nodig. Ze worden begeleid.
Wie krijgt nog toegang?
Personeel en gelijkgestelden, personen die
toezicht houden en adviseren, en openbare ambtenaren die hun ambt moeten
uitoefenen. De Koning bepaalt de regels.
Kan ik een parlementslid of mijn stafhouder zelf spreken?
Zij hebben toegang tot de gevangenis, maar
om met u in contact te treden is een bijzondere toelating nodig van de
directeur-generaal of zijn gemachtigde. U kunt hen wel schrijven. Brieven aan
parlementen en aan de stafhouder worden niet gecontroleerd (artikel 57).
KORT GEZEGD
Parlementsleden en de
stafhouder mogen de gevangenis in, maar hebben een bijzondere toelating nodig
om in cellen te komen of bepaalde gedetineerden te spreken.
Artikel 34
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Behoudens andersluidende wettelijke
bepalingen hebben andere personen geen toegang tot de gevangenissen dan na
toelating door de minister.
§ 2. Zij worden vergezeld door de
directeur of door het personeelslid dat hij aanwijst.
§ 3. Tenzij zij hiertoe
een bijzondere toelating van de minister ontvingen, mogen zij noch in de
bewoonde verblijfsruimtes binnentreden, noch in contact komen met de
gedetineerden, noch zich in verbinding stellen met andere personeelsleden dan
deze die ermee belast werden hen in de gevangenis te begeleiden.
Kunnen andere personen de gevangenis bezoeken?
Alleen met toelating van de minister. Ze
worden begeleid.
Mogen ze met gedetineerden praten?
Nee, tenzij de minister daarvoor een
bijzondere toelating geeft. Ze mogen ook niet in de bewoonde verblijfsruimtes
komen of met andere personeelsleden praten dan hun begeleider.
KORT GEZEGD
Andere personen komen
enkel de gevangenis in met toelating van de minister, en praten niet met
gedetineerden zonder bijzondere toelating.
TITEL IV. -
Detentieplanning.
HOOFDSTUK I. - Onderzoek naar de persoon en de
levenssituatie van de veroordeelde.
Artikel 35
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Zodra de veroordeelde ingesloten en
onthaald werd, wordt een aanvang gemaakt met een onderzoek naar zijn persoon en
levenssituatie met het oog op het opstellen van het in artikel 38 bedoelde
individueel detentieplan.
§ 2. Van het in § 1 bedoelde onderzoek
kan worden afgezien wanneer dit, gelet op de korte duur van het te ondergaan
gedeelte van de vrijheidsstraf, niet aangewezen is en de veroordeelde hiermee
instemt of wanneer de veroordeelde geen detentieplan wenst. De instemming of de
omstandigheid dat de veroordeelde geen detentieplan wenst, waarop door de
veroordeelde steeds kan worden teruggekomen, wordt opgetekend in het dossier
van de veroordeelde.
§ 3. Indien de
veroordeelde reeds een vrijheidsstraf ondergaat, mag het onderzoek beperkt
blijven tot aangelegenheden die rechtstreeks van belang zijn om een reeds
bestaand individueel detentieplan eventueel bij te stellen.
Wat gebeurt er nadat ik als veroordeelde ben ingesloten?
Zodra u ingesloten en onthaald bent, begint
een onderzoek naar uw persoon en levenssituatie. Dat onderzoek dient om uw
individueel detentieplan op te stellen.
Kan dat onderzoek achterwege blijven?
Ja, als uw straf nog maar kort duurt en u
ermee instemt, of als u geen detentieplan wenst. Dat wordt in uw dossier
genoteerd en u kunt altijd van gedachten veranderen.
En als ik al een straf ondergaat?
Dan mag het onderzoek beperkt blijven tot
zaken die nodig zijn om een bestaand detentieplan aan te passen.
KORT GEZEGD
Als veroordeelde wordt u
onderzocht om een detentieplan op te stellen, tenzij uw straf kort is of u dat
niet wilt.
Artikel 36
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Het onderzoek naar de persoon en de
levenssituatie van de veroordeelde omvat een onderzoek naar de omstandigheden
waarvan de kennis noodzakelijk is :
1° om het door artikel 6, § 2,
geformuleerde schadebeperkingbeginsel te individualiseren;
2° om de in artikel 9, § 2, bedoelde
doelstellingen bij de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf te
individualiseren;
3° om, zo nodig, de beslissing tot
plaatsing oordeelkundig bij te stellen op grond van gegevens die worden
verkregen tijdens het in de bepalingen onder 1° en 2° bedoelde onderzoek.
§ 2. De veroordeelde
heeft het recht kennis te nemen van de onderzoeksresultaten.
Wat wordt er onderzocht?
Alles wat nodig is om de schade van de
detentie voor u te beperken, om de doelen van uw straf (herstel, rehabilitatie,
terugkeer in de samenleving) op uw situatie af te stemmen en, indien nodig, uw
plaatsing aan te passen.
Mag ik de resultaten kennen?
Ja. U hebt het recht kennis te nemen van de
onderzoeksresultaten.
KORT GEZEGD
Het onderzoek naar uw
situatie dient om uw straf zo passend mogelijk uit te voeren, en u mag de
resultaten inzien.
Artikel 37
WAT ZEGT DE WET?
Opgeheven.
Geldt dit artikel nog?
Nee. Het is opgeheven.
HOOFDSTUK II. - Individueel detentieplan.
Artikel 38
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Op basis van het in de artikelen 35
en 36 bedoelde onderzoek wordt, in overleg en met medewerking van de
veroordeelde, een individueel detentieplan uitgewerkt.
§ 3. Het individueel detentieplan bevat
een schets van het detentietraject en, in voorkomend geval, van de activiteiten
die op herstel gericht zijn, met name de schade die de slachtoffers opgelopen
hebben. Het detentieplan bevat ook eventuele adviezen over overplaatsingen die
voor de veroordeelde redelijkerwijze in het vooruitzicht kunnen worden gesteld,
rekening houdend met de duur van de uitgesproken straffen, met de criteria voor
de toepassing van bijzondere wijzen van tenuitvoerlegging en van vervroegde
invrijheidstelling of met de datum van definitieve invrijheidstelling. Dit plan
bevat bovendien voorstellen van activiteiten waaraan de veroordeelde zal
deelnemen, zoals :
1° in het kader van de strafuitvoering
beschikbare of beschikbaar te stellen arbeid;
2° onderwijs- of vormingsprogramma's,
opleidings- of omscholingsactiviteiten en andere activiteiten die op
reïntegratie gericht zijn;
3° psychosociale begeleidingsprogramma's
of medische of psychologische behandelingsprogramma's. Het detentieplan wordt
opgesteld rekening houdend met de mogelijkheden van de gedetineerde en van de
penitentiaire administratie.
§ 4. Het detentieplan
wordt opgenomen in een samenwerkingsprotocol dat ondertekend wordt door de
veroordeelde en door de directeur.
Wat is een individueel detentieplan?
Een persoonlijk plan voor uw detentie dat
samen met u wordt opgesteld, op basis van het onderzoek naar uw situatie.
Wat staat erin?
Een schets van uw detentietraject, in
voorkomend geval de activiteiten gericht op herstel van de schade van
slachtoffers en eventuele adviezen over overplaatsingen die u redelijkerwijze
mag verwachten. Ook voorstellen van activiteiten waaraan u zult deelnemen,
zoals arbeid, onderwijs of opleiding, begeleidings- of behandelingsprogramma's.
Wordt er rekening gehouden met mijn mogelijkheden?
Ja, met uw mogelijkheden en met die van de
penitentiaire administratie.
Moet ik tekenen?
Het plan wordt opgenomen in een
samenwerkingsprotocol dat u en de directeur ondertekenen.
Kan mijn detentieplan veranderen?
Ja. Het plan wordt tijdens uw detentie,
samen met u, aangevuld, concreter gemaakt en bijgestuurd, bijvoorbeeld als u
evolueert of als er gerechtelijke of administratieve beslissingen zijn die uw
traject beïnvloeden (artikel 39).
Wie helpt mij bij mijn detentieplan?
De dienst die aan uw gevangenis verbonden
is. U hebt recht op voorbereiding en opvolging door die dienst bij het
uitwerken en beheren van het plan (artikel 102).
KORT GEZEGD
Samen met u wordt een
persoonlijk detentieplan gemaakt met uw traject en activiteiten, dat in een
protocol wordt vastgelegd.
Artikel 39
WAT ZEGT DE WET?
Het individueel
detentieplan wordt, in samenwerking met de veroordeelde, in de loop van de
detentie zoveel als nodig aangevuld, nader geconcretiseerd en bijgestuurd,
onder meer in functie van de evolutie van de veroordeelde en van gerechtelijke
of administratieve beslissingen die zijn detentietraject beïnvloeden of kunnen
beïnvloeden.
Blijft mijn detentieplan altijd hetzelfde?
Nee. Het wordt, samen met u, tijdens de
detentie aangevuld, concreter gemaakt en bijgestuurd, bijvoorbeeld door uw
evolutie of door beslissingen van rechters of van de administratie.
KORT GEZEGD
Uw detentieplan wordt
tijdens uw detentie regelmatig bijgestuurd.
Artikel 40
WAT ZEGT DE WET?
Opgeheven.
Geldt dit artikel nog?
Nee. Het is opgeheven.
TITEL V. -
Levensvoorwaarden in de gevangenis.
HOOFDSTUK I. - Materiële levensvoorwaarden.
Artikel 41
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerde heeft het recht de
verblijfsruimte die hem toegewezen wordt naar eigen goeddunken in te richten,
mits eerbiediging van hetgeen in het belang van de orde of de veiligheid door
het huishoudelijk reglement wordt bepaald.
§ 2. De Koning bepaalt
de voorwaarden waaraan de verblijfsruimtes en de ruimtes voor
gemeenschappelijke activiteiten moeten voldoen inzake gezondheid,
brandveiligheid en hygiëne, en stelt daartoe regels vast die minstens
betrekking hebben op de omvang, de verlichting, de verluchting, de sanitaire
voorzieningen en het onderhoud.
Mag ik mijn cel inrichten?
Ja, naar eigen goeddunken, zolang u de
regels van het huishoudelijk reglement over orde en veiligheid respecteert.
Aan welke eisen moet een cel voldoen?
De Koning bepaalt de voorwaarden voor de
verblijfsruimtes en ruimtes voor gemeenschappelijke activiteiten inzake
gezondheid, brandveiligheid en hygiëne, onder meer over de grootte, de
verlichting, de verluchting, sanitair en onderhoud.
KORT GEZEGD
U mag uw verblijfsruimte
inrichten en de ruimtes moeten aan gezondheids-, brand- en hygiëne-eisen
voldoen.
Artikel 42
WAT ZEGT DE WET?
De gedetineerde krijgt
voldoende voedsel dat voldoet aan de normen van de moderne hygiëne en zo nodig
aangepast is aan de vereisten van zijn gezondheidstoestand.
Wat moet ik te eten krijgen?
Voldoende voedsel dat voldoet aan de normen
van moderne hygiëne. Zo nodig wordt het aangepast aan uw gezondheidstoestand.
KORT GEZEGD
U hebt recht op
voldoende, hygiënisch voedsel dat zo nodig aan uw gezondheid is aangepast.
Artikel 43
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerde heeft het recht om
in de gevangenis zijn eigen kledij en schoeisel te dragen, mits deze voldoen
aan de normen die door een gedwongen samenleven met anderen gesteld worden op
het vlak van de hygiëne, de welvoeglijkheid, de orde of de veiligheid. Aan
gedetineerden die hun eigen kledij en schoeisel niet wensen te dragen, wordt
door de gevangenis behoorlijke kledij en schoeisel ter beschikking gesteld.
§ 2. De directeur kan de gedetineerde
verplichten door de gevangenis ter beschikking gestelde, behoorlijke kledij of
schoeisel te dragen, wanneer de eigen kledij en het eigen schoeisel van de
gedetineerde niet aan de in § 1, eerste lid, gestelde normen beantwoorden.
§ 3. De gedetineerde kan verplicht worden
tijdens de arbeid of andere activiteiten aangepaste kledij en schoeisel te
dragen die hem daartoe ter beschikking worden gesteld.
§ 4. In het
huishoudelijk reglement worden de in de gevangenis geldende regels met
betrekking tot het dragen en het onderhoud van kledij en schoeisel nader
omschreven.
Mag ik mijn eigen kleren dragen?
Ja, zolang ze voldoen aan de normen voor
hygiëne, welvoeglijkheid, orde en veiligheid die het samenleven met anderen
vraagt.
En als ik mijn eigen kleren niet wil dragen?
Dan krijgt u behoorlijke kledij en
schoeisel van de gevangenis.
Kan ik verplicht worden gevangeniskledij te dragen?
Ja, als uw eigen kleding niet aan de normen
voldoet. Ook voor het werk of bepaalde activiteiten kan aangepaste kledij
verplicht worden.
KORT GEZEGD
U mag uw eigen kleding
dragen als die voldoet aan de normen, anders krijgt u kleding van de
gevangenis.
Artikel 44
WAT ZEGT DE WET?
Het inrichtingshoofd
draagt er zorg voor dat de gedetineerde in staat wordt gesteld zijn uiterlijk
en zijn lichamelijke hygiëne dagelijks behoorlijk te verzorgen.
Kan ik mij wassen en verzorgen?
Ja. Het inrichtingshoofd zorgt dat u
dagelijks uw uiterlijk en lichamelijke hygiëne behoorlijk kunt verzorgen.
KORT GEZEGD
U moet dagelijks de kans
krijgen om u te wassen en te verzorgen.
Artikel 45
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De voorwerpen die de gedetineerde
bij zijn insluiting in de gevangenis bij zich draagt en de voorwerpen die hij
tijdens zijn verblijf verwerft, worden overeenkomstig de regels die de Koning
zal vaststellen in het belang van de orde en de veiligheid, naargelang het
geval, en onverminderd andere wettelijke bepalingen, hetzij in zijn bezit
gelaten, hetzij voor hem in bewaring genomen onder afgifte van een bewijs van
ontvangst, hetzij op zijn verzoek uit de gevangenis verwijderd.
§ 2. De gedetineerde
heeft het recht de hem toebehorende voorwerpen waarvan het bezit niet
onverenigbaar is met de orde en de veiligheid in zijn verblijfsruimte onder te
brengen dan wel bij zich te hebben, overeenkomstig door het huishoudelijk
reglement te bepalen regels.
Wat gebeurt er met mijn spullen als ik word ingesloten?
Spullen die u bij u hebt of verwerft,
kunnen u gelaten worden, voor u bewaard worden (met een bewijs van ontvangst)
of op uw verzoek uit de gevangenis verwijderd worden.
Mag ik eigen spullen in mijn cel hebben?
Ja, als het bezit ervan niet onverenigbaar
is met orde en veiligheid, volgens de regels van het huishoudelijk reglement.
KORT GEZEGD
Uw spullen worden u
gelaten, bewaard of verwijderd volgens de regels, en u mag veilige eigen
spullen in uw cel houden.
Artikel 46
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerden hebben niet het
recht in de gevangenis contant geld te bezitten.
§ 2. De gedetineerde wordt in de
gelegenheid gesteld om, overeenkomstig de door de Koning vast te stellen
regels, te beschikken over een individuele rekening.
§ 3. Het
inrichtingshoofd en de personen die instaan voor het beheer van deze
individuele rekening zijn gehouden tot een discretieplicht.
Mag ik geld op zak hebben?
Nee, geen contant geld in de gevangenis.
Hoe beheer ik dan mijn geld?
U kunt beschikken over een individuele
rekening, volgens de regels van de Koning. Wie die rekening beheert, moet
discreet zijn.
KORT GEZEGD
Geen contant geld in de
gevangenis, maar wel een persoonlijke rekening waarover discreet gewaakt wordt.
Artikel 47
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Tenzij het hem bij wijze van
tuchtsanctie werd ontzegd, heeft een gedetineerde het recht, binnen de door het
huishoudelijk reglement bepaalde perken, op eigen kosten gebruiks- en
verbruiksgoederen aan te schaffen uit een aanbod dat door tussenkomst van een
in elke gevangenis in te richten kantinedienst wordt verstrekt en dat zoveel
mogelijk tegemoet komt aan de behoeften van de gedetineerden.
§ 2. Goederen die de
orde of de veiligheid in gevaar kunnen brengen, worden uit het aanbod geweerd.
Mag ik zaken kopen?
Ja, op eigen kosten in de kantine van de
gevangenis, binnen de grenzen van het huishoudelijk reglement. Dat recht kan u
als tuchtstraf ontzegd worden.
Welke producten zijn er?
Het aanbod moet zoveel mogelijk aan de
behoeften van gedetineerden voldoen. Goederen die orde of veiligheid in gevaar
kunnen brengen, zijn uitgesloten.
KORT GEZEGD
U kunt in de kantine op
eigen kosten spullen kopen, behalve producten die de veiligheid in gevaar
brengen.
HOOFDSTUK II. - Samenlevingsvoorwaarden.
Afdeling I. - Algemeen.
Artikel 48
WAT ZEGT DE WET?
Behoudens de door of
krachtens de wet bepaalde uitzonderingen vindt de tenuitvoerlegging van de
vrijheidsstraf en de vrijheidsbenemende maatregel plaats in een
gemeenschapsregime of in een regime van beperkte gemeenschap, tenzij plaatsing
in een individueel bijzonder beveiligingsregime noodzakelijk is.
Hoe leef ik samen met de andere gedetineerden?
Er zijn twee regimes: het
gemeenschapsregime en het regime van beperkte gemeenschap. Alleen als het echt
nodig is, kunt u in een individueel bijzonder veiligheidsregime worden
geplaatst.
KORT GEZEGD
Normaal leeft u in een
gemeenschapsregime of een regime van beperkte gemeenschap.
Afdeling II. - Gemeenschapsregime.
Artikel 49
WAT ZEGT DE WET?
In een
gemeenschapsregime verblijven de gedetineerden, behoudens wanneer zij daarvan
vrijgesteld zijn of wanneer zij verplicht of gerechtigd zijn zich in hun
verblijfsruimte op te houden, in gemeenschappelijke leef- en werkruimten en
nemen zij gemeenschappelijk deel aan in de gevangenis georganiseerde
activiteiten.
Wat is een gemeenschapsregime?
Een regime waarin u in gemeenschappelijke
leef- en werkruimten verblijft en samen met anderen aan activiteiten deelneemt.
Wanneer zit ik dan alleen op mijn cel?
Als u vrijgesteld bent of verplicht of
gerechtigd bent u in uw verblijfsruimte op te houden.
KORT GEZEGD
In een
gemeenschapsregime leeft, werkt en neemt u deel aan activiteiten samen met
anderen.
Artikel 50
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De directeur kan, voor de duur die
hij bepaalt, de veroordeelde die een gemeenschapsregime geniet op diens verzoek
vrijstellen van een verblijf in gemeenschappelijke leef- en werkruimten of van
deelname aan één of meer gemeenschappelijke activiteiten, wanneer hij de
ingeroepen gronden voor die vrijstelling als redelijk beschouwt.
§ 2. De gedetineerden
verblijven in hun verblijfsruimte tijdens de voor de nachtrust bepaalde tijd en
tijdens andere in het huishoudelijk reglement bepaalde periodes of
activiteiten.
Kan ik vrijgesteld worden van gemeenschappelijke activiteiten?
Als veroordeelde in een gemeenschapsregime
kan de directeur u op uw verzoek vrijstellen, voor een door hem bepaalde duur,
als hij uw redenen redelijk vindt.
Wanneer moet ik op mijn cel zijn?
Tijdens de nachtrust en tijdens andere
periodes of activiteiten die in het huishoudelijk reglement staan.
KORT GEZEGD
De directeur kan u op
verzoek vrijstellen van gemeenschappelijke activiteiten en 's nachts verblijft
u op uw cel.
Afdeling III. - Regime van beperkte
gemeenschap.
Artikel 51
WAT ZEGT DE WET?
In een regime van
beperkte gemeenschap worden de gedetineerden in de gelegenheid gesteld deel te
nemen aan gemeenschappelijke activiteiten. Daarbuiten houden zij zich op in hun
toegewezen verblijfsruimte.
Wat is een regime van beperkte gemeenschap?
U mag deelnemen aan gemeenschappelijke
activiteiten, maar buiten die momenten blijft u in uw toegewezen
verblijfsruimte.
KORT GEZEGD
In beperkte gemeenschap
zit u buiten de gemeenschappelijke activiteiten op uw cel.
Afdeling IV. - Bijzondere bepaling voor
verdachten.
Artikel 52
WAT ZEGT DE WET?
Behoudens de door of
krachtens de wet bepaalde uitzonderingen wordt de verdachte te allen tijde in
de gelegenheid gesteld om zich in zijn verblijfsruimte af te zonderen,
onverminderd zijn recht om deel te nemen aan gemeenschappelijke activiteiten.
Kan ik me als verdachte afzonderen?
Ja. U wordt altijd in de gelegenheid
gesteld u in uw verblijfsruimte af te zonderen, ook al mag u deelnemen aan
gemeenschappelijke activiteiten.
KORT GEZEGD
Een verdachte mag zich
altijd in zijn verblijfsruimte afzonderen.
HOOFDSTUK III. - Contacten met de
buitenwereld.
Afdeling I. - Algemeen beginsel.
Artikel 53
WAT ZEGT DE WET?
De gedetineerde heeft
recht op contacten met de buitenwereld binnen de beperkingen die door of
krachtens de wet worden bepaald.
Mag ik contact houden met de buitenwereld?
Ja, binnen de beperkingen die de wet of een
besluit oplegt. Het gaat om brieven, bezoek, telefoon en contacten met
advocaten, consulaten en media.
KORT GEZEGD
U hebt recht op contact
met de buitenwereld, binnen de wettelijke beperkingen.
Afdeling II. - Briefwisseling.
Artikel 54
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Onverminderd andersluidende
wettelijke bepalingen heeft de gedetineerde het recht, onder de voorwaarden
bepaald in de artikelen 55 tot 57, een onbeperkt aantal brieven te verzenden en
te ontvangen.
§ 2. Voorzover geen
andere regeling geldt, is de gedetineerde verplicht zijn brieven te verzenden
en te ontvangen door tussenkomst van de directeur.
Hoeveel brieven mag ik schrijven en ontvangen?
Een onbeperkt aantal, onder de voorwaarden
van de artikelen 55 tot 57.
Hoe loopt mijn post?
Als er geen andere regeling geldt, verloopt
uw post via de directeur.
KORT GEZEGD
U mag onbeperkt brieven
verzenden en ontvangen, meestal via de directeur.
Artikel 55
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De brieven die aan de gedetineerde
worden toegezonden kunnen, voor ze overhandigd worden, aan de controle van de
directeur of van het personeelslid dat deze aanwijst, onderworpen worden. Met
het oog op de handhaving van de orde of de veiligheid, heeft deze controle
betrekking op de aanwezigheid van de aan de briefwisseling vreemde voorwerpen
of substanties. De controle laat het lezen van de brief niet toe, tenzij er
geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat dit noodzakelijk is voor de
handhaving van de orde of de veiligheid. In voorkomend geval kan het lezen van
de brief in afwezigheid van de gedetineerde gebeuren.
§ 2. De directeur heeft de bevoegdheid om
de brieven of de bijgesloten voorwerpen en substanties niet te bezorgen aan de
gedetineerde, wanneer dit volstrekt noodzakelijk is voor de handhaving van de
orde of de veiligheid.
§ 3. Indien de directeur beslist brieven
of bijgesloten voorwerpen of substanties niet te bezorgen, wordt de
gedetineerde daarvan schriftelijk in kennis gesteld, alsmede van de motieven
die aan deze beslissing ten grondslag liggen.
§ 4. De Koning stelt
nadere regels vast met betrekking tot de controle van de aan de gedetineerde
toegezonden brieven en bijgesloten voorwerpen.
Wordt mijn inkomende post gecontroleerd?
Ja, de directeur of een aangewezen
personeelslid kan de brieven controleren voor ze worden overhandigd. Die
controle gaat over de aanwezigheid van voorwerpen of stoffen die niet bij een
brief horen.
Wordt mijn brief gelezen?
In principe niet. Alleen als er individuele
aanwijzingen zijn dat het nodig is voor orde of veiligheid. Dat kan dan zonder
u erbij.
Kan de directeur mijn brief tegenhouden?
Ja, als het volstrekt noodzakelijk is voor
orde of veiligheid. U krijgt dan schriftelijk bericht met de redenen.
Word ik daarvan verwittigd?
Ja. Als de directeur beslist een brief of
bijlage niet te bezorgen, wordt u hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht,
met de reden. De Koning kan nog nadere regels bepalen.
Wat kan ik doen als een brief of bijlage niet aan mij wordt
bezorgd?
Dan hebt u recht op een schriftelijke
mededeling met de reden. Ontevreden? U kunt klacht indienen bij de
Klachtencommissie (artikel 148 en volgende), binnen zeven dagen nadat u de
beslissing kreeg.
KORT GEZEGD
Binnenkomende brieven
worden gecontroleerd op voorwerpen of stoffen maar niet gelezen, behalve bij
individuele aanwijzingen, en u wordt altijd schriftelijk op de hoogte gebracht
als een brief niet wordt bezorgd.
Artikel 56
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De brieven die de gedetineerden
verzenden, worden vóór de verzending ervan niet aan de controle van de
directeur of van het personeelslid dat deze aanwijst, onderworpen, tenzij er
geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat controle noodzakelijk is in het
belang van de orde of de veiligheid. In voorkomend geval kan de brief, met het
oog op controle en, indien nodig, met het oog op het lezen ervan, geopend
worden in afwezigheid van de gedetineerde.
§ 2. In geval van toepassing van § 1
heeft de directeur de bevoegdheid de voor verzending aangeboden brieven niet te
verzenden, wanneer dit volstrekt noodzakelijk is voor de handhaving van de orde
of de veiligheid.
§ 3. Indien de directeur beslist de brief
niet te verzenden, wordt de gedetineerde schriftelijk in kennis gesteld van de
motieven die aan de basis liggen van deze beslissing. De brief wordt aan de
gedetineerde terugbezorgd, tenzij er redenen zijn om de brief ter beschikking
te houden van de gerechtelijke overheden.
§ 4. De Koning stelt
nadere regels vast met betrekking tot de controle van de uitgaande
briefwisseling van de gedetineerde.
Wordt mijn uitgaande post gecontroleerd?
In principe niet. Alleen als er individuele
aanwijzingen zijn dat dit nodig is voor orde of veiligheid. Dan kan de brief
zonder u geopend en eventueel gelezen worden.
Kan mijn brief tegengehouden worden?
Ja, als het volstrekt noodzakelijk is. U
krijgt dan schriftelijk de redenen. De brief wordt u teruggegeven, tenzij hij
moet worden bewaard voor de gerechtelijke overheden.
Wat kan ik doen als mijn brief niet verzonden wordt?
U ontvangt de reden schriftelijk en de
brief wordt aan u teruggegeven. Ook hier kunt u klacht indienen bij de
Klachtencommissie (artikel 148 en volgende).
KORT GEZEGD
Uw uitgaande brieven
worden normaal niet gecontroleerd, behalve bij individuele aanwijzingen.
Artikel 57
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De brieven afkomstig van of gericht
aan de volgende personen of overheden zijn niet onderworpen aan de in de
artikelen 55 en 56 bepaalde controle :
1° de Koning;
2° de voorzitter van het Europees
Parlement, de voorzitter van de Senaat, de Kamer van volksvertegenwoordigers,
het Vlaams Parlement, het Parlement van de Franse Gemeenschap, het Parlement
van het Waalse Gewest, het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap en het
Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
3° de ministers en staatssecretarissen
van de Federale Regering; de ministers en staatssecretarissen van de
Gemeenschaps- en Gewestregeringen;
4° de voorzitter van het directiecomité
van de FOD Justitie, de directeur-generaal, de adviseurs-generaal en de
regionale directeurs van het directoraat-generaal waaronder de penitentiaire
administratie ressorteert;
5° de directeur van de gevangenis;
6° de voorzitter en de leden van de
Centrale Raad;
7° de maandcommissaris, de voorzitter en
de leden van de commissies van toezicht;
8° de voorzitter van het
beschermingscomité van het arrondissement waar de gevangenis gelegen is;
9° de voorzitters van het Grondwettelijk
Hof;
10° de rechterlijke overheden;
11° de eerste voorzitter van de Raad van
State, de auditeur-generaal bij de Raad van State, de hoofdgriffier van de Raad
van State;
12° de syndicus van de
gerechtsdeurwaarders en de voorzitters van de Kamer van notarissen van het
arrondissement waar de gevangenis gelegen is;
13° de voorzitter van het Europees Comité
ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of
bestraffing;
14° de ombudsmannen van de federale
overheid en de gemeenschappen en gewesten.
15° de stafhouder van de Orde van
advocaten van het arrondissement waar de gevangenis gelegen is;
16° de voorzitter van de Hoge Raad voor
de Justitie;
17° de twee codirecteurs van het
interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en
racisme opgericht door het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013
18° de bij de Federale Commissie
opgerichte ombudsdienst " Rechten van de patiënt ";
19° de voorzitter van het Vast Comité van
toezicht op de politiediensten;
20° de inspecteur-generaal van de
Algemene Inspectie van de federale politie en de lokale politie;
21° de voorzitter van het Controleorgaan
op de politionele informatie;
22° de voorzitter van de
Gegevensbeschermingsautoriteit. Om van deze mogelijkheid gebruik te maken,
richten de gedetineerden hun brieven aan het adres waar deze personen of
overheden hun ambt uitoefenen.
§ 2. De Koning kan deze
lijst van personen en overheden aanvullen.
Welke brieven worden nooit gecontroleerd?
Brieven van of aan een lange lijst personen
en instanties, zoals de Koning, parlementen, ministers, de leiding van de
penitentiaire administratie, de directeur, de Centrale Raad en commissies van
toezicht, rechterlijke overheden, het Grondwettelijk Hof, de Raad van State, uw
stafhouder, ombudsmannen, het Europees Comité ter voorkoming van foltering,
Unia en de Gegevensbeschermingsautoriteit.
Hoe gebruik ik dat recht?
U schrijft naar het adres waar die persoon
of instantie haar ambt uitoefent.
Kan de lijst nog veranderen?
Ja, de Koning kan hem aanvullen.
Waarom bestaat deze lijst?
Omdat u moet kunnen klagen bij of vragen
stellen aan instanties die toezicht houden of u kunnen helpen, zonder dat
iemand in de gevangenis meeleest. Het gaat vooral om de hoogste overheden, de
toezichts- en klachtenorganen, rechterlijke overheden, ombudsdiensten en
instanties die waken over mensenrechten en gegevensbescherming.
Welke instanties zijn vooral nuttig voor een gedetineerde?
Onder meer de directeur zelf, de
maandcommissaris en de leden van de commissie van toezicht, de leden van de
Centrale Raad, de stafhouder van de Orde van advocaten, de rechterlijke
overheden, de ombudsmannen, het Europees Comité ter voorkoming van foltering,
de ombudsdienst "Rechten van de patiënt" en Unia (tegen discriminatie
en racisme).
Geldt dit ook voor brieven aan mijn advocaat?
Voor uw advocaat bestaat er een aparte,
eigen regeling (artikel 66). Daar wordt de post eveneens niet gecontroleerd
door de directeur.
KORT GEZEGD
Brieven aan of van
belangrijke instanties zoals parlementen, rechters, uw stafhouder of
ombudsmannen worden niet gecontroleerd.
Afdeling III. - Bezoek.
Artikel 58
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Behoudens de door de wet bepaalde
uitzonderingen hebben de verdachten het recht om dagelijks bezoek te ontvangen.
§ 2. Behoudens de door de wet bepaalde
uitzonderingen hebben de overige gedetineerden recht op minimum drie bezoeken
per week, gespreid over drie dagen, waarvan op zijn minst een dag in het
weekend en de woensdagnamiddag.
§ 3. De duur van een bezoek is minimum
één uur.
§ 4. Behoudens de door
de wet voorziene uitzonderingen heeft iedere gedetineerde minstens eenmaal per
maand recht op ongestoord bezoek gedurende minimum twee uur, overeenkomstig de
door de Koning te bepalen voorwaarden en nadere regels.
Hoe vaak mag ik bezoek krijgen?
Dat hangt ervan af of u verdachte bent of
niet. Een verdachte is iemand die nog niet definitief veroordeeld is.
• Bent u verdachte? Dan mag u
elke dag bezoek krijgen.
• Bent u veroordeeld of zit u
om een andere reden vast? Dan hebt u minstens drie bezoeken per week.
Op welke dagen vinden die drie bezoeken plaats?
De drie bezoeken moeten op drie
verschillende dagen vallen. Eén daarvan moet in het weekend kunnen
plaatsvinden, en één op woensdagnamiddag. Zo kunnen ook mensen die werken of
school hebben, op bezoek komen.
Hoe lang duurt een bezoek?
Minstens één uur. Een bezoek korter dan een
uur is dus niet toegelaten.
Wat is een ongestoord bezoek?
Dat is een bezoek waarbij u wat meer
privacy hebt. Bijvoorbeeld zonder dat er een glazen wand tussen u en uw
bezoeker staat. Dat bezoek duurt minstens twee uur.
U hebt hier minstens één keer per maand
recht op. Hoe het precies verloopt, bepaalt de Koning (de regering) in een
apart besluit. Het huishoudelijk reglement van uw gevangenis kan de uren en
lokalen verder regelen.
Zijn er uitzonderingen?
Ja. In de wet staat telkens "behoudens
de door de wet bepaalde uitzonderingen". Dat betekent dat de wet zelf
bezoek in bepaalde gevallen kan beperken. Enkele voorbeelden:
• De directeur kan een bezoek
in bepaalde gevallen tijdelijk weigeren of laten doorgaan achter een glazen
wand. Dat staat in de artikelen 59 en 60.
• Bij verdachten kan de
onderzoeksrechter het bezoek van bepaalde, met naam genoemde personen
verbieden.
Een weigering moet schriftelijk gebeuren en
met redenen omkleed zijn.
Wat kan ik doen als mijn recht op bezoek niet wordt nageleefd?
U kunt een klacht indienen bij de
Klachtencommissie van uw gevangenis. Dat moet uiterlijk op de zevende dag nadat
u de beslissing kende. Ook als er helemaal geen beslissing komt, kunt u klagen.
Hoe dat werkt, wordt uitgelegd bij de artikelen 147 tot 158.
KORT GEZEGD
Een verdachte mag
dagelijks bezoek krijgen. Wie niet verdachte is, mag minstens drie bezoeken per
week krijgen van minstens één uur. Iedereen heeft minstens één keer per maand
recht op een ongestoord bezoek van minstens twee uur. Uitzonderingen zijn alleen
mogelijk als de wet ze toelaat.
Artikel 59
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Bloed- en aanverwanten in de rechte
lijn, de voogd, de echtgenoot, de wettelijk of feitelijk samenwonende partner,
de broers, zusters, ooms en tantes worden toegelaten tot het bezoek aan de
gedetineerden na van hun hoedanigheid te hebben doen blijken. De directeur kan
aan deze personen het bezoek enkel voorlopig ontzeggen, wanneer er
geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat het bezoek de handhaving van de
orde of de veiligheid ernstig in gevaar kan brengen en wanneer de nadere regels
voor het bezoek die bepaald zijn in artikel 60, § 3, ontoereikend zijn om dit
gevaar af te wenden. Onverminderd het vorige lid, kan de directeur het
ongestoord bezoek tijdelijk weigeren :
1° wanneer de bezoeker of de gedetineerde
eerder de bezoekregeling niet heeft nageleefd en er redenen bestaan om aan te
nemen dat deze inbreuk op de bezoekregeling zich kan herhalen;
2° wanneer de gedetineerde of de bezoeker
niet-toegelaten voorwerpen in de gevangenis heeft binnengebracht;
3° wanneer de persoonlijkheid van de
gedetineerde een contra-indicatie vormt voor de toekenning van ongestoord
bezoek.
§ 2. Andere bezoekers worden toegelaten
tot het bezoek na een voorafgaande toelating door de directeur. Een toelating
tot bezoek kan enkel worden geweigerd wanneer de betrokken persoon van geen
gerechtvaardigd belang kan doen blijken of wanneer er geïndividualiseerde
aanwijzingen bestaan dat het bezoek de handhaving van de orde of de veiligheid
in gevaar kan brengen. Onverminderd het vorige lid, kan de directeur het
ongestoord bezoek tijdelijk weigeren :
1° wanneer de bezoeker of de gedetineerde
eerder de bezoekregeling niet heeft nageleefd en er redenen bestaan om aan te
nemen dat deze inbreuk op de bezoekregeling zich kan herhalen;
2° wanneer de gedetineerde of de bezoeker
niet-toegelaten voorwerpen in de gevangenis heeft binnengebracht;
3° wanneer de persoonlijkheid van de
gedetineerde een contra-indicatie vormt voor de toekenning van ongestoord
bezoek.
§ 3. De voorlopige
ontzegging of weigering geschiedt schriftelijk en is met redenen omkleed.
Wie mag me zeker bezoeken?
Bloed- en aanverwanten in de rechte lijn,
uw voogd, uw echtgenoot, uw wettelijke of feitelijke partner, broers, zussen,
ooms en tantes, nadat ze hun hoedanigheid hebben bewezen.
Kan de directeur hen weigeren?
Alleen voorlopig, als er individuele
aanwijzingen zijn dat het bezoek orde of veiligheid ernstig in gevaar brengt en
een glazen wand dat gevaar niet kan afwenden. Het ongestoord bezoek kan ook
tijdelijk geweigerd worden als u of de bezoeker de bezoekregels eerder niet
heeft nageleefd, verboden voorwerpen heeft binnengebracht of uw persoonlijkheid
daartegen pleit.
En andere bezoekers?
Ze hebben vooraf toelating van de directeur
nodig. Die kan alleen geweigerd worden als de persoon geen gerechtvaardigd
belang heeft of als er individuele aanwijzingen zijn dat het bezoek de orde of
veiligheid in gevaar kan brengen.
Hoe wordt een weigering meegedeeld?
Schriftelijk, met redenen.
Wanneer kan ongestoord bezoek tijdelijk geweigerd worden?
Als de bezoeker of u eerder de
bezoekregeling niet naleefde en dat zich kan herhalen; als u of de bezoeker
niet-toegelaten voorwerpen binnenbracht; of als uw persoonlijkheid een
contra-indicatie vormt voor ongestoord bezoek.
Wat kan ik doen als mijn bezoek geweigerd wordt?
De weigering moet schriftelijk en met
redenen gebeuren. U kunt klacht indienen bij de Klachtencommissie (artikel 148
en volgende).
Is een voorlopige ontzegging hetzelfde als een weigering?
Bij de naaste familie (§ 1) kan de
directeur het bezoek enkel voorlopig ontzeggen. Bij andere bezoekers (§ 2) is
een weigering mogelijk als er geen gerechtvaardigd belang is of als orde of
veiligheid in gevaar komt.
KORT GEZEGD
Uw naaste familie en
partner mogen u in principe bezoeken. De directeur kan een bezoek alleen
voorlopig weigeren, schriftelijk en met redenen.
Artikel 60
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. In het huishoudelijk reglement wordt
de regeling van het bezoek bepaald, zowel wat de tijdstippen en de lokalen
betreft als wat de regels betreft met betrekking tot de wijze waarop de
gedetineerden en de bezoekers zich dienen te gedragen.
§ 2. Het inrichtingshoofd draagt er zorg
voor dat het bezoek kan plaatsvinden in omstandigheden die de banden met het
affectief milieu in stand houden of bevorderen, inzonderheid wanneer het een
bezoek door minderjarigen aan hun ouder betreft.
§ 3. De directeur kan beslissen dat de
bezoeken aan een gedetineerde plaatsvinden in een lokaal voorzien van een
transparante wand die de bezoekers van de gedetineerde scheidt, in de volgende
gevallen :
1° wanneer er ernstige redenen bestaan
dat er zich tijdens het bezoek incidenten kunnen voordoen die de orde of de
veiligheid in het gedrang kunnen brengen;
2° op verzoek van de bezoeker;
3° op verzoek van de gedetineerde;
4° als de bezoeker of de
gedetineerde eerder de bezoekregeling niet heeft nageleefd en er redenen
bestaan om aan te nemen dat deze inbreuk op de bezoekregeling zich kan
herhalen.
Wie bepaalt de uren en regels van het bezoek?
Het huishoudelijk reglement bepaalt
tijdstippen, lokalen en gedragsregels.
Hoe zit het met kinderen?
Het inrichtingshoofd zorgt dat het bezoek
kan plaatsvinden in omstandigheden die de band met uw familie in stand houden
of bevorderen, vooral wanneer minderjarigen hun ouder bezoeken.
Wanneer is er een glazen wand?
De directeur kan beslissen dat het bezoek
achter een transparante wand plaatsvindt als er ernstige redenen zijn om
incidenten te vrezen, op uw verzoek, op verzoek van de bezoeker, of als u of de
bezoeker de bezoekregels eerder niet naleefde en dit zich kan herhalen.
Kan ik zelf een transparante wand vragen?
Ja. Zowel u als de bezoeker kan erom
vragen. De directeur kan beslissen dat het bezoek in zo'n lokaal gebeurt.
KORT GEZEGD
De regels van het bezoek
staan in het huishoudelijk reglement, familiebezoek wordt bevorderd en een
glazen wand is alleen in bepaalde gevallen mogelijk.
Artikel 61
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De directeur kan met het oog op de
handhaving van de orde en de veiligheid het aantal personen dat tegelijkertijd
tot de gedetineerde wordt toegelaten, beperken.
§ 2. Onverminderd het
bepaalde in artikel 32 kan hij het bezoek afhankelijk stellen van een
voorafgaand onderzoek van de door de bezoeker meegebrachte voorwerpen of
substanties of van een onderzoek aan de kledij van de bezoeker op de
aanwezigheid van voorwerpen of substanties die de orde of de veiligheid in het
gedrang kunnen brengen. In voorkomend geval kunnen de in het eerste lid
bedoelde voorwerpen, in de mate dat het bezit ervan onverenigbaar is met de
gestelde regels voor het bezoek, gedurende het bezoek in bewaring genomen
worden of ter beschikking gehouden worden van de gerechtelijke overheden.
Kan het aantal bezoekers beperkt worden?
Ja, de directeur kan het aantal personen
dat tegelijk bij u op bezoek komt, beperken voor orde en veiligheid.
Worden bezoekers gecontroleerd?
Ja. Hun meegebrachte voorwerpen en kleding
kunnen worden onderzocht. Verboden voorwerpen kunnen in bewaring worden genomen
of ter beschikking van de gerechtelijke overheden worden gehouden.
KORT GEZEGD
De directeur mag het
aantal bezoekers beperken en bezoekers en hun spullen laten controleren.
Artikel 62
WAT ZEGT DE WET?
Tijdens het bezoek wordt
toezicht uitgeoefend met het oog op de handhaving van de orde of de veiligheid.
Is er toezicht tijdens het bezoek?
Ja, om de orde of veiligheid te handhaven.
KORT GEZEGD
Er wordt toezicht
gehouden tijdens het bezoek.
Artikel 63
WAT ZEGT DE WET?
Een bezoek mag
voortijdig beëindigd worden wanneer een bezoeker of de gedetineerde handelingen
stelt die in strijd zijn met de voor het bezoek geldende regels van het
huishoudelijk reglement.
Kan een bezoek vroeger eindigen?
Ja, als u of uw bezoeker de regels van het
huishoudelijk reglement voor het bezoek overtreedt.
KORT GEZEGD
Een bezoek kan eerder
stoppen als de regels niet worden gevolgd.
Afdeling IV. - Gebruik van de telefoon en
andere telecommunicatiemiddelen.
Onderafdeling I. - Gebruik van de telefoon.
Artikel 64
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Behoudens de door of krachtens de
wet bepaalde uitzonderingen heeft de gedetineerde het recht om op zijn kosten
dagelijks te telefoneren met personen van buiten de gevangenis op de
tijdstippen en voor een duur die bepaald wordt door het huishoudelijk
reglement.
§ 2. Behoudens de wettelijk bepaalde
uitzonderingen heeft elke gedetineerde, die pas van zijn vrijheid beroofd werd,
het recht op één kosteloos telefoongesprek binnen de landsgrenzen, of buiten de
landsgrenzen wanneer er geen diplomatieke of consulaire instantie bestaat in
België.
§ 3. De directeur kan de gedetineerde het
recht om te telefoneren geheel of gedeeltelijk ontzeggen wanneer er
geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat het telefonisch gesprek de
handhaving van de orde of de veiligheid kan bedreigen. De beslissing van de
directeur is gemotiveerd en wordt schriftelijk meegedeeld aan de gedetineerde.
§ 4. Onverminderd andersluidende
bepalingen bepaalt de Koning met wie de gedetineerde niet mag telefoneren.
§ 5. Teneinde een controle van de
telefoongesprekken van de gedetineerde mogelijk te maken om redenen van orde en
veiligheid, kunnen de door de gedetineerde gevormde telefoonnummers worden
geregistreerd, bewaard en geraadpleegd door de penitentiaire administratie en
worden meegedeeld aan de gerechtelijke overheden in de gevallen door de wet
bepaald, overeenkomstig de nadere regels en de termijnen die bij koninklijk
besluit bepaald worden, na advies van de Commissie voor de bescherming van de
persoonlijke levenssfeer. De gedetineerde wordt, overeenkomstig de door de
Koning bepaalde nadere regels, geïnformeerd van de mogelijkheid van
registratie, bewaring en raadpleging van telefoonnummers door de penitentiaire
administratie, evenals van de mogelijkheid die hij heeft om aan de Commissie
voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer de uitoefening van het
recht te vragen, bedoeld in artikel 13 van de wet van 8 december 1992 tot
bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.
§ 6. In aanvulling bij
de wet stelt de Koning nadere regels vast met betrekking tot het gebruik door
de gedetineerde van de telefoon en van de daarmee gelijk te stellen
communicatiemiddelen.
Mag ik telefoneren?
Ja, dagelijks, op uw eigen kosten, met
personen buiten de gevangenis, op de tijdstippen en voor de duur die het
huishoudelijk reglement bepaalt.
Wat als ik net word opgesloten?
Dan hebt u recht op één gratis
telefoongesprek binnen België, of naar het buitenland als er in België geen
diplomatieke of consulaire instantie van uw land is.
Kan de directeur dat verbieden?
Geheel of gedeeltelijk, als er individuele
aanwijzingen zijn dat het gesprek orde of veiligheid bedreigt. De beslissing is
gemotiveerd en u krijgt ze schriftelijk.
Worden mijn gesprekken afgeluisterd?
De nummers die u belt, kunnen worden
geregistreerd, bewaard en geraadpleegd door de penitentiaire administratie, en
aan de gerechtelijke overheden worden meegedeeld in de gevallen die de wet
bepaalt. U wordt hierover geïnformeerd en kunt uw rechten laten gelden bij de
toezichthouder voor privacy.
Met wie mag ik niet telefoneren?
De Koning bepaalt met wie de gedetineerde
niet mag bellen.
Wie betaalt mijn telefoongesprekken?
U zelf, op uw kosten. Alleen het eerste
gesprek bij aankomst is gratis.
Wat als de directeur mij het telefoneren verbiedt?
Dan krijgt u een gemotiveerde,
schriftelijke beslissing. U kunt klacht indienen bij de Klachtencommissie
(artikel 148 en volgende).
KORT GEZEGD
U mag dagelijks op eigen
kosten telefoneren, met een gratis gesprek bij aankomst, maar de directeur kan
dat in bepaalde gevallen beperken en de gebelde nummers worden geregistreerd.
Onderafdeling II. - Gebruik van andere
telecommunicatiemiddelen.
Artikel 65
WAT ZEGT DE WET?
Elk
telecommunicatiemiddel dat niet ter beschikking wordt gesteld van de
gedetineerden door de penitentiaire administratie of dat niet toegelaten is
door of krachtens deze wet, is verboden.
Welke communicatiemiddelen zijn toegelaten?
Enkel die de gevangenis ter beschikking
stelt of die de wet toelaat. Alle andere zijn verboden, bijvoorbeeld een eigen
gsm.
KORT GEZEGD
Telecommunicatiemiddelen
die niet door de gevangenis zijn toegelaten, zijn verboden.
Afdeling V. - Schriftelijke en mondelinge
contacten met advocaten.
Artikel 66
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De briefwisseling tussen de
gedetineerde en de advocaat van zijn keuze is niet onderworpen aan de in de
artikelen 55 en 56 bedoelde controle van de directeur. Teneinde de vrije
briefwisseling te verzekeren worden de hoedanigheid en het beroepsadres van de
advocaat en de identiteit van de gedetineerde op de briefomslag vermeld.
§ 2. Indien de directeur
ernstige gronden heeft om aan te nemen dat de briefwisseling tussen de advocaat
en de gedetineerde geen betrekking heeft op rechtshulpverlening, kan hij de ter
verzending aangeboden of toegezonden brieven aan de controle onderwerpen van de
Stafhouder van de Orde van advocaten van het gerechtelijk arrondissement waar
de gevangenis gelegen is.
Wordt mijn post met mijn advocaat gecontroleerd?
Nee, niet door de directeur. Op de envelop
moeten de hoedanigheid en het beroepsadres van de advocaat en uw identiteit
staan.
Zijn er uitzonderingen?
Als de directeur ernstige redenen heeft om
aan te nemen dat de brieven niets met rechtshulp te maken hebben, kan hij ze
laten controleren door de stafhouder van de balie.
KORT GEZEGD
Post met uw advocaat
wordt niet door de directeur gecontroleerd.
Artikel 67
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Advocaten die van hun hoedanigheid
doen blijken, mogen in de gevangenis de gedetineerden die op hen een beroep
doen of waarvan zij de belangen behartigen bezoeken, tijdens de uren van de dag
die, voor elke gevangenis, worden vastgelegd door de Koning, na advies van de
Orde van Vlaamse balies en de Ordre des Barreaux francophones et germanophones.
Deze regeling wordt opgenomen in het huishoudelijk reglement.
§ 2. De op grond van artikel 32 door de
Koning te bepalen veiligheids- en controlemaatregelen zijn op hen toepasselijk
overeenkomstig de door Hem te bepalen nadere regels.
§ 3. Tijdens het gesprek van de advocaat
met de gedetineerde kan geen ander dan visueel toezicht uitgeoefend worden.
§ 4. Aan de advocaten die niet in het
bezit zijn van een Europese beroepskaart of die niet in één van de Lidstaten
van de Europese Unie gevestigd zijn, wordt toegang verleend op grond van een
bijzondere machtiging van de minister, na advies van de procureur des Konings
en van de stafhouder van de Orde der advocaten van het arrondissement waar de
gevangenis gelegen is.
§ 5. Indien de directeur
ernstige gronden heeft om aan te nemen dat het bezoek van de advocaat de
veiligheid ernstig in gevaar kan brengen, deelt hij dit onmiddellijk mee aan de
stafhouder van de Orde der advocaten van het arrondissement waar de gevangenis
gelegen is. In afwachting van een beslissing van de stafhouder kan de directeur
de advocaat voorlopig de toegang tot de gevangenis ontzeggen.
Mag mijn advocaat mij bezoeken?
Ja, tijdens de uren die de Koning voor elke
gevangenis bepaalt na advies van de balies. Dat wordt in het huishoudelijk
reglement opgenomen.
Wordt het gesprek afgeluisterd?
Nee. Alleen visueel toezicht is toegelaten.
Wordt mijn advocaat gecontroleerd?
De veiligheids- en controlemaatregelen van
artikel 32 gelden ook voor advocaten.
Kan de toegang worden geweigerd?
Bij ernstige gronden dat het bezoek de
veiligheid ernstig in gevaar brengt, meldt de directeur dit onmiddellijk aan de
stafhouder. In afwachting van diens beslissing kan hij de advocaat voorlopig de
toegang weigeren. Advocaten zonder Europese beroepskaart of zonder vestiging in
de EU hebben een bijzondere machtiging van de minister nodig.
KORT GEZEGD
Uw advocaat mag u
bezoeken zonder dat het gesprek wordt afgeluisterd, met enkele
veiligheidsregels.
Artikel 68
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Behoudens de door of krachtens de
wet bepaalde uitzonderingen heeft de gedetineerde het recht om op zijn kosten
dagelijks te telefoneren met zijn advocaat. De nadere regels hiervoor worden,
voor elke gevangenis, vastgelegd door de Koning, na advies van de Orde van
Vlaamse balies en de Orde des Barreaux francophones et germanophones. De
desbetreffende regeling wordt opgenomen in het huishoudelijke reglement van de
gevangenis.
§ 2. De ontzegging van
het recht om te telefoneren, zoals bepaald in artikel 64, § 3, is niet van
toepassing op telefoongesprekken van de gedetineerde met zijn advocaat. Ze kan
er echter op toepasselijk worden gemaakt na gunstig advies van de stafhouder van
de Orde van advocaten van het arrondissement waar de gevangenis gelegen is.
Mag ik mijn advocaat opbellen?
Ja, dagelijks, op uw eigen kosten. De
nadere regels worden per gevangenis door de Koning bepaald en staan in het
huishoudelijk reglement.
Kan dat recht ontzegd worden?
Een telefoonverbod van artikel 64 geldt
niet voor gesprekken met uw advocaat, tenzij de stafhouder daarvoor gunstig
advies geeft.
KORT GEZEGD
U mag dagelijks uw
advocaat bellen, ook als uw andere telefoonrecht is beperkt.
Afdeling VI. - Schriftelijke en mondelinge
contacten met consulaire en diplomatieke ambtenaren.
Artikel 69
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerden van vreemde
nationaliteit mogen, zo zij dit wensen, in verbinding treden met de consulaire
en diplomatieke ambtenaren van hun land, in voorkomend geval overeenkomstig de
regelingen vastgesteld in of krachtens internationale overeenkomsten en
behoudens het wettelijk uitgevaardigd verbod van vrij verkeer zoals bepaald in
artikel 20 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis en
onverminderd de uitzonderingen bepaald in internationale verdragen.
§ 2. De briefwisseling tussen de
gedetineerde en de consulaire en diplomatieke ambtenaren van hun land is niet
onderworpen aan de in de artikelen 55 en 56 bedoelde controle van de directeur.
Teneinde de vrije briefwisseling te verzekeren worden de hoedanigheid en het
beroepsadres van de consulaire en diplomatieke ambtenaren en de identiteit van
de gedetineerde op de briefomslag vermeld.
§ 3. De Koning stelt
nadere regels voor het bezoek van consulaire en diplomatieke ambtenaren en
betreffende de telefonische contacten tussen gedetineerden van vreemde
nationaliteit en de consulaire en diplomatieke ambtenaren van hun land.
Mag ik contact opnemen met mijn ambassade of consulaat?
Ja, als u een vreemde nationaliteit hebt en
dit wilt, volgens de internationale overeenkomsten.
Wordt mijn briefwisseling gecontroleerd?
Nee, niet door de directeur. Op de envelop
moeten de hoedanigheid en het beroepsadres van de consulaire of diplomatieke
ambtenaar en uw identiteit staan.
Wie regelt bezoek en telefoon met het consulaat?
De Koning stelt de nadere regels vast.
KORT GEZEGD
Gedetineerden met een
vreemde nationaliteit mogen hun consulaat of ambassade contacteren zonder dat
de post wordt gecontroleerd.
Afdeling VII. - Contacten met de media.
Artikel 70
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Op schriftelijke contacten met de
media zijn de regels betreffende de briefwisseling van toepassing.
§ 2. Behoudens de door of krachtens de
wet bepaalde uitzonderingen kan de directeur, mits voorafgaande machtiging door
de minister, de toestemming geven aan een gedetineerde om een gesprek te voeren
met een vertegenwoordiger van de media, voorzover dit verenigbaar is met de
handhaving van de orde en de veiligheid, met de goede zeden, met de bescherming
van de rechten en vrijheden van derden en met het respect voor de slachtoffers
van misdrijven.
§ 3. De minister kan de
in § 2 bedoelde toestemming afhankelijk maken van voorwaarden ter vrijwaring
van de daarin vermelde belangen.
Mag ik contact met de media hebben?
Voor brieven gelden de gewone regels van
briefwisseling. Voor een gesprek met een journalist kan de directeur
toestemming geven, mits voorafgaande machtiging van de minister.
Wanneer wordt dat geweigerd?
Als het niet verenigbaar is met orde en
veiligheid, goede zeden, de rechten en vrijheden van anderen of het respect
voor slachtoffers. De minister kan voorwaarden opleggen.
Kan de minister voorwaarden opleggen?
Ja. De minister kan zijn toestemming
afhankelijk maken van voorwaarden om die belangen te beschermen.
KORT GEZEGD
Een gesprek met de media
kan enkel met toestemming van de directeur en machtiging van de minister.
HOOFDSTUK IV. - Godsdienst en
levensbeschouwing.
Artikel 71
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerde heeft het recht om
zijn godsdienst of zijn levensbeschouwing individueel en in gemeenschap met
anderen te beleven en te belijden, mits inachtneming van de rechten van
anderen.
§ 2. Hij heeft recht op
godsdienstige, geestelijke of morele bijstand van een daartoe bij de gevangenis
aangestelde of tot de gevangenis toegelaten vertegenwoordiger van zijn
godsdienst of levensbeschouwing.
Mag ik mijn geloof of levensbeschouwing beleven?
Ja, individueel en met anderen, zolang u de
rechten van anderen respecteert.
Mag ik hulp krijgen?
Ja. U hebt recht op godsdienstige,
geestelijke of morele bijstand van een vertegenwoordiger van uw godsdienst of
levensbeschouwing.
KORT GEZEGD
U mag uw godsdienst of
levensbeschouwing vrij beleven en daarbij bijstand krijgen.
Artikel 72
WAT ZEGT DE WET?
Aalmoezeniers,
consulenten die deel uitmaken van een van de erkende erediensten, evenals de
morele consulenten van door de wet erkende organisaties die morele
dienstverlening geven op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing
worden aangewezen bij de gevangenissen, in overeenstemming met de door de
Koning vast te leggen regels.
Wie geeft die bijstand?
Aalmoezeniers en consulenten van de erkende
erediensten en de morele consulenten van erkende organisaties voor
niet-confessionele levensbeschouwing. Ze worden bij de gevangenissen aangewezen
volgens de regels van de Koning.
KORT GEZEGD
Er zijn aalmoezeniers en
morele consulenten aangesteld in de gevangenissen.
Artikel 72/1
WAT ZEGT DE WET?
De Koning bepaalt, bij
een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en in overleg met de
representatieve organen van de erkende erediensten en de door de wet erkende
niet-confessionele levensbeschouwelijke organisaties, het statuut en de uitoefening
van de functie van de aalmoezeniers, de consulenten van de erkende erediensten
en de moreel consulenten van de door de wet erkende niet-confessionele
levensbeschouwelijke organisaties in de gevangenissen.
Wie regelt hun statuut?
De Koning, na overleg met de
representatieve organen van de erediensten en levensbeschouwelijke
organisaties.
KORT GEZEGD
De Koning bepaalt het
statuut van aalmoezeniers en consulenten.
Artikel 73
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De in artikel 72 bedoelde personen
hebben het recht de gedetineerden die het gevraagd hebben te bezoeken in hun
verblijfsruimte en met hen niet aan toezicht onderworpen briefwisseling te
voeren binnen de gevangenis. Met inachtneming van de veiligheidsvoorschriften
ontmoeten zij de gedetineerden die het gevraagd hebben en bij voorrang de
gedetineerden die zich in afzondering bevinden ingevolge een bijzondere
veiligheidsmaatregel, een bijzonder individueel beveiligingsregime of een
tuchtsanctie.
§ 2. Voor het ontvangen
van de gedetineerden beschikken de in artikel 72 bedoelde personen over een
passende ruimte waarin ze hen in een vertrouwelijke sfeer kunnen ontmoeten.
Mogen zij mij op mijn cel bezoeken?
Ja, als u erom vraagt. Ze mogen ook zonder
toezicht briefwisselen met u. Wie in afzondering zit, wordt bij voorrang
bezocht.
Waar kunnen we vertrouwelijk praten?
Zij beschikken over een passende ruimte om
u in vertrouwelijke sfeer te ontmoeten.
KORT GEZEGD
Aalmoezeniers en morele
consulenten mogen u bezoeken, ook als u in afzondering zit, en vertrouwelijk
met u praten.
Artikel 74
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerde heeft het recht om
zonder beperkingen, naar eigen keuze deel te nemen aan de uitoefening van de
erediensten en aan de daarmee samenhangende gemeenschappelijke activiteiten,
evenals aan de bijeenkomsten en activiteiten die georganiseerd worden door de
morele consulenten.
§ 2. De gedetineerde brengt zijn intentie
tot deelname aan de in § 1 bedoelde activiteiten ter kennis aan de
aalmoezenier, aan de consulenten die deel uitmaken van een van de erkende
erediensten of aan de morele consulent en wordt tot deze activiteiten toegelaten
mits hij zich verbindt tot naleving van voorwaarden van orde, waardigheid en
verdraagzaamheid die met deze activiteiten samengaan.
§ 3. De organisatie van de
gemeenschappelijke activiteiten in het kader van godsdienst of de
niet-confessionele levensbeschouwing kunnen het voorwerp zijn van overleg zoals
bepaald in artikel 7. In voorkomend geval worden de aalmoezeniers, de
consulenten die deel uitmaken van een van de erkende erediensten en de morele
consulenten betrokken bij het overleg.
§ 4. In elke gevangenis wordt voorzien in
een passende ruimte voor de in § 1 bedoelde gemeenschappelijke activiteiten die
kaderen in het recht van de gedetineerde om zijn godsdienst of
levensbeschouwing vrij te beleven en te belijden.
§ 5. De Koning bepaalt
de gedragsregels van de in artikel 72 bedoelde personen.
Mag ik naar de dienst of bijeenkomst?
Ja. U mag zonder beperkingen naar eigen
keuze deelnemen aan de eredienst en bijeenkomsten, mits u de regels van orde,
waardigheid en verdraagzaamheid naleeft. U meldt uw deelname aan de
aalmoezenier, consulent of morele consulent.
Wordt dit overlegd?
De organisatie kan besproken worden in het
overleg van artikel 7, waarbij de aalmoezeniers en consulenten betrokken
worden.
Is er een ruimte?
Ja, elke gevangenis voorziet in een
passende ruimte.
KORT GEZEGD
U mag vrij deelnemen aan
erediensten en levensbeschouwelijke bijeenkomsten, in een daarvoor voorziene
ruimte.
Artikel 75
WAT ZEGT DE WET?
De Koning stelt, in
aanvulling op deze wet, nadere regels vast tot vrijwaring van het recht van de
gedetineerde omschreven in artikel 71, inzonderheid de faciliteiten waarover
aalmoezeniers, morele consulenten kunnen beschikken tot verwezenlijking van het
recht van de gedetineerde op het vrij beleven en belijden van zijn godsdienst
en niet-confessionele levensbeschouwing en van het daaraan verbonden recht op
godsdienstige, geestelijke en morele ondersteuning.
Wie regelt de praktische kant?
De Koning bepaalt aanvullende regels om uw
recht op godsdienst en levensbeschouwing te waarborgen, onder meer de
faciliteiten voor aalmoezeniers en morele consulenten.
KORT GEZEGD
De Koning regelt de
praktische faciliteiten om uw godsdienst of levensbeschouwing te beleven.
HOOFDSTUK V. - Vormingsactiviteiten en
vrijetijdsbesteding.
Artikel 76
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De penitentiaire administratie
draagt er zorg voor dat aan de gedetineerde een zo ruim mogelijke toegang wordt
verleend tot het geheel van vormingsactiviteiten die ter beschikking worden
gesteld met het oog op zijn persoonlijke ontplooiing, op het zinvol doorbrengen
van zijn detentietijd, en op het behoud of de verbetering van vooruitzichten op
een geslaagde reïntegratie in de vrije samenleving.
§ 2. Als
vormingsactiviteiten in de zin van § 1 worden onder meer beschouwd : onderwijs,
alfabetisering, beroepsopleiding of voortgezette beroepsopleiding,
sociaal-culturele vorming en sociale vaardigheidstraining, creatieve en
culturele activiteiten, lichamelijke opvoeding.
Welke activiteiten mag ik volgen?
De penitentiaire administratie zorgt dat u
zo ruim mogelijk toegang krijgt tot vormingsactiviteiten, zodat u zich kunt
ontplooien, uw tijd zinvol doorbrengt en uw kansen op terugkeer in de
samenleving verbeteren.
Wat valt eronder?
Onder meer onderwijs, alfabetisering,
beroepsopleiding, sociaal-culturele vorming, sociale vaardigheidstraining,
creatieve en culturele activiteiten en lichamelijke opvoeding.
KORT GEZEGD
U hebt zoveel mogelijk
toegang tot onderwijs, opleidingen en andere vormingsactiviteiten.
Artikel 77
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerde heeft het recht door
bemiddeling van de gevangenis, voor eigen rekening, kranten, tijdschriften en
andere publicaties te ontvangen waarvan de verspreiding niet wettelijk of bij
rechterlijke beslissing is verboden.
§ 2. In de gevangenis wordt aan de
gedetineerde de mogelijkheid gegeven een beroep te doen op
bibliotheekvoorzieningen die de gedetineerden in de gelegenheid stellen,
overeenkomstig de in het huishoudelijk reglement bepaalde regels, een keuze van
lectuur te maken uit een voldoende groot aanbod.
§ 3. De directeur kan een gedetineerde
alleen de kennisneming van bepaalde publicaties of gedeelten van publicaties
ontzeggen, wanneer dit voor de handhaving van de orde of de veiligheid
volstrekt noodzakelijk is. In voorkomend geval wordt de beslissing tot
ontzegging met redenen omkleed en schriftelijk ter kennis gebracht van de
gedetineerde.
§ 4. De gedetineerde
heeft het recht om radio- en televisieprogramma's te volgen overeenkomstig door
het huishoudelijk reglement vast te stellen regels. Wanneer dit voor de
handhaving van de orde of de veiligheid volstrekt noodzakelijk is, kan de
directeur de gedetineerden het volgen van bepaalde programma's ontzeggen. In
voorkomend geval wordt de beslissing tot ontzegging met redenen omkleed en
schriftelijk ter kennis gebracht van de gedetineerde.
Mag ik kranten en tijdschriften lezen?
Ja, via de gevangenis, op eigen kosten, als
de verspreiding niet wettelijk of door een rechter is verboden.
Is er een bibliotheek?
Ja, volgens de regels van het huishoudelijk
reglement, met een voldoende groot aanbod.
Kan iets verboden worden?
De directeur kan alleen bepaalde
publicaties of delen ervan ontzeggen als het volstrekt noodzakelijk is voor
orde of veiligheid, met een schriftelijke en gemotiveerde beslissing.
Radio en televisie?
U mag radio en televisie volgen volgens het
huishoudelijk reglement. De directeur kan bepaalde programma's ontzeggen als
dat volstrekt noodzakelijk is voor orde of veiligheid, ook schriftelijk en
gemotiveerd.
KORT GEZEGD
U mag kranten,
bibliotheek, radio en televisie gebruiken, tenzij de directeur om
veiligheidsredenen iets gemotiveerd verbiedt.
Artikel 78
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De veroordeelde die daartoe bereid
en bekwaam is, heeft het recht, conform het individueel detentieplan en
naargelang van de wijze van strafuitvoering die op hem van toepassing is,
binnen, buiten of vanuit de gevangenis een onvoltooide opleiding af te maken,
zich om te scholen of bij te scholen, of een beroepsopleiding of voortgezette
opleiding te volgen.
§ 2. Verdachten hebben
het recht voorzover de duur van de detentie het mogelijk maakt en behoudens
door of krachtens de wet bepaalde uitzonderingen, om binnen of vanuit de
gevangenis, gelijkaardige activiteiten uit te oefenen.
Mag ik studeren of een opleiding volgen?
Als veroordeelde die daartoe bereid en
bekwaam is, mag u een opleiding afmaken, omscholen, bijscholen of een
beroepsopleiding volgen, binnen, buiten of vanuit de gevangenis, volgens uw
detentieplan en de wijze van strafuitvoering.
En als verdachte?
U mag gelijkaardige activiteiten doen voor
zover uw detentie lang genoeg duurt en de wet het niet beperkt.
KORT GEZEGD
Veroordeelden en
verdachten mogen opleidingen volgen binnen de mogelijkheden.
Artikel 79
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerde heeft recht op
lichamelijke oefeningen en sport gedurende ten minste twee uren in de week en
recht op een dagelijkse wandeling of een andere recreatieve activiteit van
minstens één uur in de buitenlucht.
§ 2. Behoudens de door
of krachtens deze wet bepaalde uitzonderingen heeft hij het recht aan
gemeenschappelijke ontspanningsactiviteiten deel te nemen gedurende de uren die
in het huishoudelijk reglement worden bepaald.
Hoeveel sport en wandeling heb ik?
Minstens twee uur sport en lichaamsbeweging
per week en elke dag minstens één uur wandeling of een andere recreatieve
activiteit in de buitenlucht.
Gemeenschappelijke ontspanning?
U mag daaraan deelnemen tijdens de uren die
het huishoudelijk reglement bepaalt, behalve bij wettelijke uitzonderingen.
KORT GEZEGD
Minstens twee uur sport
per week en dagelijks een uur buitenlucht.
Artikel 80
WAT ZEGT DE WET?
De gedetineerde mag, met de toestemming
van de directeur, een niet-winstgevende activiteit van intellectuele of
artistieke aard uitoefenen. Die toestemming wordt in principe verleend. Ze kan
echter door de directeur op elk moment worden geweigerd of ingetrokken op grond
van de eigen behoeften van de instelling, wanneer :
- de bedoelde activiteit gevaar oplevert
voor de orde of de veiligheid;
- de activiteit wordt aangewend voor
illegale doeleinden;
- de controle die
vereist is om de orde of de veiligheid te waarborgen, een onredelijk grote
arbeidsbelasting voor de administratie meebrengt.
Mag ik een hobby uitoefenen?
Ja, een niet-winstgevende intellectuele of
artistieke activiteit, met toestemming van de directeur. Die toestemming wordt
in principe verleend.
Wanneer kan ze geweigerd of ingetrokken worden?
Als de activiteit gevaar oplevert voor orde
of veiligheid, voor illegale doeleinden wordt gebruikt, of een onredelijk grote
controlelast voor de administratie meebrengt.
KORT GEZEGD
U mag met toestemming
een niet-winstgevende creatieve of intellectuele activiteit uitoefenen, die
enkel om bepaalde redenen kan worden geweigerd.
HOOFDSTUK VI. - Arbeid.
Afdeling I. - Algemene bepalingen.
Artikel 81
WAT ZEGT DE WET?
De gedetineerde heeft
het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid.
Mag ik werken in de gevangenis?
Ja. U hebt het recht deel te nemen aan de
arbeid die in de gevangenis beschikbaar is.
KORT GEZEGD
U hebt recht op deelname
aan beschikbare arbeid in de gevangenis.
Artikel 82
WAT ZEGT DE WET?
De penitentiaire
administratie draagt er zorg voor dat arbeid beschikbaar gesteld wordt of
beschikbaar gesteld kan worden die aan de gedetineerden de mogelijkheid biedt
om zinvol hun detentietijd door te brengen, om na hun invrijheidstelling de
geschiktheid tot een bestaansactiviteit te behouden, te bevorderen of te
verwerven, om hun detentie te verzachten, om verantwoordelijkheden op te nemen,
in voorkomend geval ten aanzien van hun naastbestaanden en de slachtoffers en
om, zo daartoe grond bestaat, met het oog op herstel of met het oog op
reïntegratie, schulden geheel of gedeeltelijk af te betalen.
Waarom bestaat arbeid in de gevangenis?
De penitentiaire administratie zorgt voor
arbeid zodat u uw tijd zinvol kunt doorbrengen, uw geschiktheid om te werken
kunt behouden of verwerven, uw detentie wordt verzacht, u verantwoordelijkheid
kunt opnemen tegenover naasten en slachtoffers en eventueel schulden kunt
aflossen.
KORT GEZEGD
Arbeid in de gevangenis
moet u helpen om uw tijd zinvol te besteden en voor te bereiden op uw
vrijlating.
Artikel 83
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De tewerkstelling van de
gedetineerde in de gevangenis geschiedt in omstandigheden die, voorzover de
aard van de detentie zich daartegen niet verzet, zoveel mogelijk overeenstemmen
met die welke in de vrije samenleving identieke activiteiten kenmerken.
§ 2. De arbeidsduur en de arbeidstijden
worden vastgesteld in het huishoudelijk reglement. In geen geval mag de duur
van de arbeidstijd de duur overschrijden die voor overeenkomstige activiteiten
in de vrije samenleving door of krachtens de wet worden bepaald.
§ 3. De Koning bepaalt,
in aanvulling op de wet, onder welke voorwaarden de tijd besteed aan
vormingsactiviteiten met arbeidstijd kan worden gelijkgesteld.
Hoe moet het werk zijn?
Zoveel mogelijk zoals werk in de vrije
samenleving, voor zover detentie dat toelaat.
Hoe lang werk ik?
De werkuren staan in het huishoudelijk
reglement en mogen nooit meer zijn dan voor vergelijkbaar werk buiten de
gevangenis.
Telt een opleiding mee als werk?
De Koning bepaalt wanneer tijd voor vorming
met arbeidstijd gelijkgesteld wordt.
KORT GEZEGD
Werk in de gevangenis
lijkt zoveel mogelijk op gewoon werk en de werkduur is begrensd.
Artikel 84
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De directeur staat in voor de
toewijzing van de in de gevangenis beschikbare arbeid aan de gedetineerden die
om arbeid verzocht hebben. Dit verzoek wordt opgetekend in een door de Koning
vastgesteld formulier.
§ 2. De toegewezen arbeid mag de
waardigheid van de gedetineerde niet aantasten en mag evenmin het karakter
hebben van een disciplinaire bestraffing.
§ 3. Bij de toewijzing van arbeid aan
veroordeelden wordt rekening gehouden met het in titel IV, hoofdstuk II
bedoelde individueel detentieplan.
§ 4. De in de gevangenis
beschikbaar gestelde arbeid maakt niet het voorwerp uit van een
arbeidsovereenkomst in de zin van de wet van 3 juli 1978 betreffende de
arbeidsovereenkomsten.
Hoe krijg ik werk toegewezen?
U vraagt het aan op een formulier. De
directeur wijst de beschikbare arbeid toe aan de gedetineerden die erom vragen.
Voor veroordeelden wordt rekening gehouden met het detentieplan.
Welke beperkingen zijn er?
Het werk mag uw waardigheid niet aantasten
en mag niet als straf dienen.
Heb ik een arbeidscontract?
Nee. Arbeid in de gevangenis maakt geen
voorwerp uit van een arbeidsovereenkomst volgens de wet op de
arbeidsovereenkomsten.
KORT GEZEGD
U vraagt werk aan, de
directeur wijst het toe, het mag niet vernederend of als straf zijn, en u hebt
geen arbeidscontract.
Artikel 85
WAT ZEGT DE WET?
De gedetineerde is gerechtigd, mits
toelating van de directeur, andere dan in de gevangenis beschikbaar gestelde
arbeid te verrichten. De directeur kan de toelating weigeren wanneer, rekening
houdend met de behoeften van de inrichting :
- de bedoelde arbeid gevaar oplevert voor
de orde of de veiligheid;
- de controle die nodig
is om de orde of de veiligheid te waarborgen voor de administratie een
onredelijk grote arbeidsbelasting meebrengt. De weigering van de toelating
wordt met redenen omkleed en schriftelijk ter kennis gebracht van de
gedetineerde.
Mag ik ander werk doen dan in de gevangenis?
Ja, met toelating van de directeur.
Wanneer kan hij weigeren?
Als het werk gevaar oplevert voor orde of
veiligheid of de controle een onredelijk grote werklast voor de administratie
meebrengt. De weigering is schriftelijk en gemotiveerd.
KORT GEZEGD
Met toelating van de
directeur mag u ander werk verrichten.
Afdeling II. - Inkomsten uit arbeid.
Artikel 86
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Onverminderd andersluidende
wettelijke bepalingen wordt het bedrag van de inkomsten voor de in de
gevangenis beschikbaar gestelde arbeid vastgesteld bij een koninklijk besluit
vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
§ 2. Gedetineerden voor wie de tijd voor
vormingsactiviteiten overeenkomstig artikel 83, § 3, met arbeidstijd wordt
gelijkgesteld, wegens deelname aan programma's van beroepsopleiding,
voortgezette beroepsopleiding, omscholing, of andere opleidings- en vormingsactiviteiten,
ontvangen een opleidingstoelage, overeenkomstig de regels vastgesteld bij een
koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Die toelage is
erop gericht de gedetineerden ertoe aan te zetten opleidingen te volgen, onder
andere door hen in staat te stellen hun noodzakelijke uitgaven die niet langer
door de inkomsten uit arbeid zouden kunnen worden gedekt deels of geheel te
betalen.
§ 3. Bij een koninklijk
besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad worden de regels vastgesteld
voor de toekenning van de vergoeding aan gedetineerden die het slachtoffer zijn
van een arbeidsongeval in de gevangenis.
Hoeveel verdien ik?
Het bedrag wordt vastgesteld bij koninklijk
besluit na overleg in de Ministerraad.
Krijg ik iets als ik een opleiding volg?
Ja. Wie een opleiding volgt die met
arbeidstijd gelijkgesteld is, krijgt een opleidingstoelage.
En bij een arbeidsongeval?
De Koning bepaalt de regels voor de
vergoeding van gedetineerden die in de gevangenis een arbeidsongeval krijgen.
KORT GEZEGD
Uw loon en
opleidingstoelage worden door de Koning bepaald en er is een vergoeding bij
arbeidsongeval.
HOOFDSTUK VII. - Gezondheidszorg.
Artikel 87
WAT ZEGT DE WET?
De gezondheidszorg in de
gevangenissen beoogt het lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn van de
gedetineerden te bevorderen, te behouden of te herstellen.
Wat is het doel van gezondheidszorg in de gevangenis?
Het lichamelijk, geestelijk en sociaal
welzijn van gedetineerden bevorderen, behouden of herstellen.
KORT GEZEGD
Gezondheidszorg in de
gevangenis dient uw lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn.
Artikel 88
WAT ZEGT DE WET?
De gedetineerde heeft
recht op een gezondheidszorg die gelijkwaardig is met de gezondheidszorg in de
vrije samenleving.
Op welke zorg heb ik recht?
Op gezondheidszorg die gelijkwaardig is met
die in de vrije samenleving.
KORT GEZEGD
U hebt recht op even
goede gezondheidszorg als buiten de gevangenis.
Artikel 89
WAT ZEGT DE WET?
De gedetineerde wordt zo
spoedig mogelijk na zijn opname door een aan de gevangenis verbonden arts
gezien en daarna op de raadpleging ingeschreven telkens hij erom verzoekt.
Wanneer zie ik een arts?
Zo spoedig mogelijk na uw opname, door een
arts van de gevangenis. Daarna wordt u op de raadpleging ingeschreven telkens u
erom vraagt.
KORT GEZEGD
Na aankomst ziet u zo
snel mogelijk een arts en later telkens u erom vraagt.
Artikel 90
WAT ZEGT DE WET?
Opgeheven.
Geldt dit artikel nog?
Nee. Het is opgeheven.
Artikel 91
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerde heeft het recht het
bezoek te ontvangen van een arts van zijn keuze. De vrij gekozen arts heeft de
bevoegdheid om de gedetineerde met raadgeving te dienen. Na onderzoek van de
gedetineerde deelt de vrij gekozen arts zijn advies betreffende diagnose,
voorgestelde diagnostische onderzoeken en behandeling schriftelijk mee aan de
aan de gevangenis verbonden arts. Indien de artsen, na overleg, het niet eens
zijn, vragen zij, met instemming van de gedetineerde, het advies van een derde
arts die zij in onderling overleg aanwijzen.
§ 2. Indien daartoe redelijke gronden
bestaan kan de gedetineerde zich, op zijn verzoek, in de gevangenis laten
behandelen door een vrij gekozen arts, mits toestemming van de referentiearts
van de centrale dienst ter coördinatie van de medische zorg bij de
penitentiaire administratie. De referentiearts brengt de verzoeker binnen zeven
dagen na de indiening van het verzoek schriftelijk op de hoogte van zijn met
redenen omklede beslissing. Bij afwijzing van het verzoek wijst de
referentiearts hem op de beroepsmogelijkheid bij de Beroepscommissie van de
Centrale Raad alsmede op de termijnen waarbinnen en de wijze waarop dit beroep
moet worden ingesteld. De artikelen 165 en 166 zijn van overeenkomstige
toepassing.
§ 3. De Koning regelt
bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels
voor het bezoek en de tenlasteneming van de kosten verbonden aan het advies,
aan de behandeling op advies van de vrij gekozen arts en aan de behandeling door
een vrij gekozen arts. Hij bepaalt de nadere procedure bij meningsverschil
tussen de artsen.
Mag ik een eigen arts raadplegen?
Ja. U hebt het recht bezoek te ontvangen
van een arts van uw keuze, die u raad kan geven. Die arts deelt zijn advies
over diagnose, onderzoeken en behandeling schriftelijk mee aan de arts van de
gevangenis.
Wat als de artsen het niet eens zijn?
Dan vragen ze, met uw instemming, het
advies van een derde arts.
Mag mijn eigen arts mij ook behandelen?
Als daarvoor redelijke gronden bestaan, op
uw verzoek, met toestemming van de referentiearts van de centrale dienst voor
medische zorg. Die beslist schriftelijk en gemotiveerd binnen zeven dagen. Bij
weigering kunt u beroep doen op de Beroepscommissie van de Centrale Raad (zie
artikelen 165 en 166).
Wie betaalt?
De Koning regelt de kosten en het verloop
van het bezoek.
Hoe snel krijg ik een antwoord en wat als het nee is?
De referentiearts antwoordt schriftelijk en
met redenen binnen zeven dagen na uw verzoek. Bij weigering wijst hij u op de
mogelijkheid tot beroep bij de Beroepscommissie van de Centrale Raad, met de
termijnen en de manier waarop. De artikelen 165 en 166 zijn van overeenkomstige
toepassing.
Wat kan ik doen als de referentiearts mijn verzoek weigert?
U kunt beroep instellen bij de
Beroepscommissie van de Centrale Raad volgens de procedure van de artikelen 165
en 166 (termijn zeven dagen).
KORT GEZEGD
U mag een arts van uw
keuze laten komen voor advies en onder voorwaarden ook laten behandelen.
Artikel 92
WAT ZEGT DE WET?
Opgeheven.
Geldt dit artikel nog?
Nee. Het is opgeheven.
Artikel 93
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Wanneer een gedetineerde een
diagnostisch onderzoek of een medisch aanbevolen gespecialiseerde behandeling
nodig heeft waarvoor de gevangenis niet of onvoldoende is uitgerust, wordt hij
op verzoek van de aan de gevangenis verbonden arts overgebracht naar een
gespecialiseerde gevangenis of doorverwezen naar een ziekenhuis of naar een
instelling voor gezondheidszorg die over de vereiste uitrusting beschikt.
§ 4. Wanneer de
gedetineerde naar een ziekenhuis of naar een instelling voor gezondheidszorg
wordt overgebracht wordt dit beschouwd als een bijhuis van de gevangenis.
Wat als de gevangenis niet over de juiste apparatuur beschikt?
Op verzoek van de arts van de gevangenis
wordt u overgebracht naar een gespecialiseerde gevangenis of doorverwezen naar
een ziekenhuis of gezondheidsinstelling die wel over de apparatuur beschikt.
Ben ik dan nog gedetineerd?
Ja. Een ziekenhuis of instelling waarheen u
overgebracht wordt, wordt beschouwd als een bijhuis van de gevangenis.
KORT GEZEGD
Als de gevangenis niet
over de nodige uitrusting beschikt, wordt u naar een gespecialiseerde plaats
gebracht.
Artikel 94
WAT ZEGT DE WET?
Wanneer een behandelende
arts van oordeel is dat de geestelijke of lichamelijke gezondheid van een
gedetineerde ernstig wordt geschaad door de voortzetting van de detentie of
door enigerlei daarmee verband houdende omstandigheden, meldt hij dit, met instemming
van de gedetineerde, aan de directeur en aan het diensthoofd van de dienst voor
gezondheidszorg bij de penitentiaire administratie.
Wat als mijn gezondheid door de detentie ernstig lijdt?
Als een behandelende arts vindt dat uw
geestelijke of lichamelijke gezondheid ernstig wordt geschaad door de
voortzetting van de detentie of daarmee verband houdende omstandigheden, meldt
hij dit met uw instemming aan de directeur en het diensthoofd van de
gezondheidsdienst.
KORT GEZEGD
Een arts kan met uw
instemming melden dat uw detentie uw gezondheid ernstig schaadt.
Artikel 95
WAT ZEGT DE WET?
In geval van
levensgevaar of overlijden van de gedetineerde draagt de directeur er zorg voor
dat de door de gedetineerde aangewezen personen, of bij gebreke daarvan, zijn
naastbestaanden en in voorkomend geval, zijn voogd of zijn bewindvoerder
daarvan onmiddellijk in kennis worden gesteld.
Wie wordt er verwittigd bij levensgevaar of overlijden?
De directeur zorgt dat de personen die u
hebt aangewezen onmiddellijk worden ingelicht. Als u niemand hebt aangewezen,
zijn dat uw naasten en, in voorkomend geval, uw voogd of bewindvoerder.
KORT GEZEGD
Bij levensgevaar of
overlijden worden de door u aangewezen personen of uw naasten onmiddellijk
verwittigd.
Artikel 96
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De zorgverleners behouden hun
professionele onafhankelijkheid en hun evaluaties en beslissingen met
betrekking tot de gezondheid van de gedetineerde worden enkel gefundeerd op
medische criteria.
§ 2. Zij kunnen niet
gedwongen worden handelingen te stellen die hun vertrouwensrelatie met de
gedetineerde in het gedrang brengen.
Zijn zorgverleners onafhankelijk?
Ja. Zorgverleners behouden hun
professionele onafhankelijkheid en baseren hun beslissingen over uw gezondheid
enkel op medische criteria.
Kunnen ze gedwongen worden?
Nee, niet tot handelingen die hun
vertrouwensrelatie met u zouden schaden.
KORT GEZEGD
Zorgverleners beslissen
onafhankelijk en enkel op medische gronden.
Artikel 97
WAT ZEGT DE WET?
Opgeheven.
Geldt dit artikel nog?
Nee. Het is opgeheven.
Artikel 98
WAT ZEGT DE WET?
Er wordt een
Penitentiaire Gezondheidsraad opgericht die aan de minister bevoegd voor
Justitie en de minister bevoegd voor Volksgezondheid adviezen verleent teneinde
de kwaliteit van de gezondheidszorg te bevorderen in het belang van de
gedetineerde patiënt. De Koning bepaalt de samenstelling, de bevoegdheden en de
werking ervan.
Wat is de Penitentiaire Gezondheidsraad?
Een raad die de ministers van Justitie en
Volksgezondheid adviseert om de kwaliteit van de gezondheidszorg voor
gedetineerde patiënten te verbeteren. De Koning bepaalt zijn samenstelling en
werking.
KORT GEZEGD
De Penitentiaire
Gezondheidsraad adviseert de ministers over de gezondheidszorg in de
gevangenis.
Artikel 99
WAT ZEGT DE WET?
Opgeheven.
Geldt dit artikel nog?
Nee. Het is opgeheven.
HOOFDSTUK VIII. - Opgeheven.
Artikel 100
WAT ZEGT DE WET?
Opgeheven.
Geldt dit artikel nog?
Nee. Het is opgeheven.
Artikel 101
WAT ZEGT DE WET?
Opgeheven.
Geldt dit artikel nog?
Nee. Het is opgeheven.
HOOFDSTUK IX. - Sociale hulp- en
dienstverlening.
Artikel 102
WAT ZEGT DE WET?
De gedetineerde heeft in
het kader van het uitwerken en het beheer van zijn detentieplan recht op
voorbereiding en opvolging door de aan de gevangenis verbonden dienst.
Krijg ik hulp bij mijn detentieplan?
Ja. U hebt recht op voorbereiding en
opvolging door de dienst die aan de gevangenis verbonden is, voor het opstellen
en beheren van uw detentieplan.
KORT GEZEGD
De gevangenisdienst
helpt u met uw detentieplan.
Artikel 103
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerde heeft recht op het
in de gevangenis aanwezige aanbod inzake sociale hulp- en dienstverlening.
§ 2. Het
inrichtingshoofd neemt alle maatregelen opdat de diensten voor sociale hulp- en
dienstverlening hun aanbod ter beschikking van de gedetineerden kunnen stellen,
mits inachtneming van de orde en de veiligheid.
Op welke sociale hulp heb ik recht?
Op het aanbod aan sociale hulp- en
dienstverlening dat in de gevangenis aanwezig is.
Wie zorgt dat dit mogelijk is?
Het inrichtingshoofd neemt alle maatregelen
opdat de diensten hun aanbod ter beschikking van de gedetineerden kunnen
stellen, met respect voor orde en veiligheid.
KORT GEZEGD
U hebt recht op het
sociale hulpaanbod in de gevangenis.
HOOFDSTUK X. - Rechtshulpverlening en
juridische bijstand.
Artikel 104
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerde heeft recht op alle
vormen van in de samenleving beschikbare rechtshulpverlening en op juridische
bijstand zoals bepaald in artikel 508/1 van het Gerechtelijk Wetboek.
§ 2. De penitentiaire administratie
overlegt met de commissie voor juridische bijstand op welke wijze de
gedetineerden in de gelegenheid worden gesteld hun in § 1 bedoelde rechten te
doen gelden en op welke wijze collectieve informatie- en vormingsinitiatieven
kunnen genomen worden rond belangrijke juridische thema's.
§ 3. Eenieder die in het kader van dit
hoofdstuk rechtshulp of juridische bijstand verleent, is gebonden door het
beroepsgeheim.
§ 4. In de gevangenis
wordt een lokaal ter beschikking gesteld voor de rechtshulpverlening en de
juridische bijstand, tijdens een aantal uren waaromtrent met het
inrichtingshoofd afspraken worden gemaakt. De rechtshulp en de juridische
bijstand worden verstrekt in materiële omstandigheden die de vertrouwelijkheid
van het gesprek met de gedetineerde waarborgen.
Heb ik recht op juridische hulp?
Ja, op alle vormen van rechtshulp die in de
samenleving beschikbaar zijn en op juridische bijstand zoals bepaald in artikel
508/1 van het Gerechtelijk Wetboek.
Hoe wordt dat georganiseerd?
De penitentiaire administratie overlegt met
de commissie voor juridische bijstand. In de gevangenis is er een lokaal ter
beschikking voor rechtshulp en juridische bijstand, in omstandigheden die de
vertrouwelijkheid waarborgen.
Is mijn gesprek vertrouwelijk?
Ja. Wie rechtshulp of juridische bijstand
verleent, is gebonden aan het beroepsgeheim.
KORT GEZEGD
U hebt recht op
juridische hulp in vertrouwelijke omstandigheden.
HOOFDSTUK XI. - Inhouding op door de
penitentiaire administratie verschuldigde geldsommen.
Artikel 104/1
WAT ZEGT DE WET?
Indien de gedetineerde
door nalatigheid of kwaadwilligheid schade veroorzaakt aan goederen die hem
door de penitentiaire administratie ter beschikking worden gesteld, kan de
directeur het bedrag van de veroorzaakte schade verhalen op de geldsommen die
door de penitentiaire administratie aan de gedetineerde verschuldigd zijn. De
inhouding op de inkomsten uit penitentiaire arbeid mag per maand echter niet
meer dan veertig procent van het uit te betalen bedrag bedragen.
Moet ik schade aan spullen van de gevangenis betalen?
Als u door nalatigheid of kwaadwilligheid
schade veroorzaakt aan goederen die de gevangenis aan u ter beschikking stelt,
kan de directeur het bedrag verhalen op geld dat de penitentiaire administratie
u verschuldigd is.
Is er een grens?
Ja. Op uw inkomsten uit gevangenisarbeid
mag per maand niet meer dan veertig procent van het uit te betalen bedrag
worden ingehouden.
KORT GEZEGD
Schade die u zelf
veroorzaakt, kan op uw gevangenisgeld worden ingehouden, maar nooit meer dan 40
procent per maand van uw arbeidsinkomsten.
TITEL VI. - Orde,
veiligheid en gebruik van dwang.
HOOFDSTUK I. - Algemene beginselen.
Artikel 105
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Het handhaven van de orde en de
veiligheid impliceert een dynamische wisselwerking tussen het
gevangenispersoneel en de gedetineerden, enerzijds, en een evenwichtige
verhouding tussen de technische middelen die worden ingezet en een constructief
detentieregime, anderzijds. De aan de gedetineerde opgelegde plichten en
beperkingen van rechten met het oog op de handhaving van de orde en de
veiligheid moeten, zowel door hun aard als door hun duur, in verhouding staan
tot deze doelstellingen.
§ 2. Het
inrichtingshoofd en het onder zijn leiding en gezag staand personeel dragen de
verantwoordelijkheid voor de handhaving van de orde en de veiligheid.
Wie zorgt voor orde en veiligheid?
Het inrichtingshoofd en het personeel onder
zijn leiding. Daarbij moeten personeel en gedetineerden goed met elkaar omgaan
en moet er een evenwicht zijn tussen technische middelen en een zinvol
detentieregime.
Mogen mijn rechten zomaar beperkt worden?
Nee. Plichten en beperkingen die u worden
opgelegd voor orde en veiligheid moeten in verhouding staan tot het doel, zowel
qua aard als qua duur.
Wie is verantwoordelijk?
Het inrichtingshoofd en het personeel onder
zijn leiding en gezag.
KORT GEZEGD
Beperkingen om orde en
veiligheid te handhaven moeten evenredig zijn.
HOOFDSTUK II. - Algemene
gedragsvoorschriften.
Artikel 106
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerde heeft tot plicht er
zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel,
medegedetineerden en andere personen de orde en de veiligheid niet in gevaar
brengt of verstoort.
§ 2. De gedetineerde
moet de voorschriften van het huishoudelijk reglement die op hem van toepassing
zijn eerbiedigen en de bevelen of instructies opvolgen van het personeel met
betrekking tot de handhaving van de orde en de veiligheid en tot de uitvoering
van de reglementen, behoudens wanneer het hem door een beslissing van de
directeur of van diens gemachtigde toegestaan wordt daarvan af te wijken.
Welke plichten heb ik?
U moet zorgen dat u door uw gedrag
tegenover personeel, medegedetineerden en anderen de orde en veiligheid niet in
gevaar brengt of verstoort.
Moet ik het reglement volgen?
Ja. U moet het huishoudelijk reglement
naleven en de bevelen of instructies van het personeel over orde, veiligheid en
de uitvoering van de reglementen volgen, tenzij de directeur of zijn
gemachtigde u toestaat ervan af te wijken.
KORT GEZEGD
U moet zich gedragen,
het reglement naleven en bevelen van het personeel over orde en veiligheid
volgen.
HOOFDSTUK III. - Controle- en
veiligheidsmaatregelen.
Afdeling I. - Controlemaatregelen.
Artikel 107
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Het inrichtingshoofd kan de
gedetineerde verplichten een legitimatiebewijs bij zich te dragen.
§ 2. Met het oog op de
identificatie van de gedetineerde tijdens de detentie, dient de gedetineerde
zijn medewerking te verlenen aan het vastleggen van zijn vingerafdrukken, zijn
beeltenis, en aan handelingen met het oog op de beschrijving van zijn uiterlijke
lichamelijke kenmerken.
Moet ik een identiteitsbewijs bij mij dragen?
Het inrichtingshoofd kan u verplichten een
legitimatiebewijs bij u te dragen.
Worden mijn gegevens opgenomen?
Ja. U moet meewerken aan het vastleggen van
uw vingerafdrukken en uw beeltenis en aan de beschrijving van uw uiterlijke
kenmerken, om u te identificeren.
KORT GEZEGD
U kunt verplicht worden
een legitimatiebewijs te dragen en moet meewerken aan identificatie.
Artikel 108
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerde mag wanneer dit in
het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid noodzakelijk is, aan
zijn kledij onderzocht worden door leden van het bewakingspersoneel,
overeenkomstig de door de directeur gegeven richtlijnen. Dit onderzoek heeft
tot doel na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of
substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn.
§ 2. Alle gedetineerden worden
gefouilleerd op het lichaam :
- bij het betreden van de gevangenis;
- voorafgaand aan de plaatsing in een
beveiligde cel of de opsluiting in een strafcel;
- overeenkomstig de in de gevangenis
geldende richtlijnen, na het bezoek van de in artikel 59 vermelde personen, dat
niet heeft plaatsgevonden in een lokaal voorzien van een transparante wand die
de bezoekers van de gedetineerde scheidt. De gedetineerde wordt gefouilleerd op
het lichaam wanneer de directeur van oordeel is dat er individuele aanwijzingen
zijn dat het onderzoek aan de kledij niet volstaat om het in § 1, tweede lid,
omschreven doel te bereiken. De directeur bezorgt zijn beslissing schriftelijk
aan de gedetineerde uiterlijk vierentwintig uur nadat de fouillering heeft
plaatsgevonden. De fouillering op het lichaam laat toe de gedetineerde te
verplichten om zich uit te kleden tot op het lichaam en de openingen en de
holten van het lichaam uitwendig te schouwen. De fouillering op het lichaam mag
enkel plaatsvinden in een gesloten ruimte bij afwezigheid van andere
gedetineerden en moet uitgevoerd worden door minimum twee leden van het
bewakingspersoneel van hetzelfde geslacht als de gedetineerde.
§ 3. Het onderzoek aan de kledij en de
fouillering op het lichaam mogen geen tergend karakter hebben en dienen te
geschieden met eerbiediging van de waardigheid van de gedetineerde.
§ 4. Indien bij een
onderzoek aan de kledij of de fouillering op het lichaam van de gedetineerde
voorwerpen of substanties worden aangetroffen die niet in het bezit van de
gedetineerde mogen zijn, kunnen deze in beslag genomen worden en onder afgifte
van bewijs van ontvangst ten behoeve van de gedetineerde worden bewaard, hetzij
met diens toestemming vernietigd worden, hetzij ter beschikking gehouden worden
van de bevoegde overheden met het oog op de voorkoming of vaststelling van
strafbare feiten.
Mag ik gefouilleerd worden?
Uw kleding mag worden onderzocht als dat
nodig is voor orde of veiligheid, door leden van het bewakingspersoneel. Dat
onderzoek gaat na of u verboden of gevaarlijke voorwerpen of stoffen bezit.
Wat is een fouillering op het lichaam?
Dat is een onderzoek waarbij u zich moet
uitkleden en de openingen en holten van het lichaam uitwendig bekeken worden.
Het gebeurt bij het binnenkomen in de gevangenis, voor plaatsing in een
beveiligde cel of strafcel en volgens de richtlijnen na bepaald bezoek zonder
glazen wand. Ook bij individuele aanwijzingen kan de directeur het beslissen.
Hoe moet dat gebeuren?
In een gesloten ruimte, zonder andere
gedetineerden en door minstens twee personeelsleden van hetzelfde geslacht als
u. Het mag niet tergend zijn en moet uw waardigheid eerbiedigen.
Wat gebeurt er met gevonden voorwerpen?
Ze kunnen in beslag genomen worden en met
bewijs van ontvangst worden bewaard, met uw toestemming worden vernietigd of
ter beschikking van de bevoegde overheden worden gehouden.
Wat betekent dat het Grondwettelijk Hof een deel van dit artikel
vernietigd heeft?
Uit een noot in de officiële tekst blijkt
dat het Grondwettelijk Hof in 2014 (arrest nr. 20/2014) artikel 108, § 2, zoals
gewijzigd in 2013, heeft vernietigd. In die gewijzigde versie stond dat alle
gedetineerden systematisch gefouilleerd worden bij het binnenkomen van de
gevangenis, voor een plaatsing in een beveiligde cel of strafcel en na bepaald
bezoek. De zekere kern is dat een fouillering op het lichaam gebaseerd moet
zijn op individuele aanwijzingen. Hoe de regels vandaag precies worden
toegepast in uw gevangenis, kunt u best met uw advocaat of de commissie van
toezicht bespreken.
Wat kan ik doen als ik vind dat een fouillering niet correct
verliep?
U kunt een klacht indienen bij de
Klachtencommissie, uiterlijk op de zevende dag nadat u kennis kreeg van de
beslissing (artikelen 148 en 150). U kunt ook de maandcommissaris aanspreken.
Vraag desnoods de schriftelijke beslissing van de directeur op.
KORT GEZEGD
U mag worden onderzocht
en gefouilleerd om orde en veiligheid te bewaren, maar met respect voor uw
waardigheid en door personeel van uw eigen geslacht.
Artikel 109
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Met het oog op de handhaving van de
orde en de veiligheid wordt de verblijfsruimte van de gedetineerde
overeenkomstig de richtlijnen van het inrichtingshoofd door de leden van het
bewakingspersoneel geregeld doorzocht op de conformiteit ervan met de in de
gevangenis geldende regels. Deze controlemaatregel mag niet ongerechtvaardigd
zijn ten opzichte van het doel ervan.
§ 2. Ingeval verboden
voorwerpen of substanties worden aangetroffen, kunnen deze in beslag genomen
worden en onder afgifte van bewijs van ontvangst ten behoeve van de
gedetineerde worden bewaard, hetzij met diens toestemming vernietigd worden,
hetzij ter beschikking gehouden worden van de bevoegde overheden met het oog op
de voorkoming of vaststelling van strafbare feiten.
Mag mijn cel doorzocht worden?
Ja, geregeld, volgens de richtlijnen van
het inrichtingshoofd, om na te gaan of u de regels volgt. Het mag niet
ongerechtvaardigd zijn ten opzichte van het doel.
Wat als er verboden spullen worden gevonden?
Ze kunnen in beslag worden genomen en met
bewijs van ontvangst bewaard, met uw toestemming vernietigd of ter beschikking
van de bevoegde overheden gehouden worden.
KORT GEZEGD
Uw cel kan geregeld
worden doorzocht en verboden spullen kunnen in beslag worden genomen.
Artikel 109/1
WAT ZEGT DE WET?
Om de orde of de
veiligheid te handhaven, kan de directeur beslissen de gedetineerde te
onderwerpen aan de afname van een speeksel- of urinetest teneinde de
aanwezigheid van verboden stoffen in het lichaam vast te stellen. Onder
verboden stoffen wordt verstaan verboden stoffen overeenkomstig de wet van 24
februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en
verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en
van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van
verdovende middelen en psychotrope stoffen en de uitvoeringsbesluiten ervan. De
directeur kan hiertoe beslissen op basis van individuele aanwijzingen van
gebruik van verboden stoffen. Hij kan, eveneens om de orde of de veiligheid te
handhaven, beslissen op geregelde tijdstippen een percentage willekeurig
geselecteerde gedetineerden te onderwerpen aan de afname van voormelde test. De
in het eerste lid bedoelde test wordt afgenomen door de daartoe aangewezen
leden van het bewakingspersoneel, die een passende opleiding hebben genoten. De
afname van de test laat geen gebruik van fysieke dwang toe. Indien een
gedetineerde weigert aan een test mee te werken, zullen aan die weigering de
gevolgen worden verbonden van een positieve test. Na de afname van de in het
eerste lid bedoelde test wordt de gedetineerde schriftelijk in kennis gesteld
van het resultaat, alsook van de mogelijkheid om een herhalingsonderzoek te
vragen. Dit verzoek kan door de directeur uitsluitend geweigerd worden wanneer
het wetenschappelijk onmogelijk is om nog een geldige test uit te voeren op het
betrokken staal. Een positief testresultaat wordt onmiddellijk meegedeeld aan
de medische dienst en de psychosociale dienst van de gevangenis om na te gaan
of de gedetineerde nood heeft aan acute medische zorgen en om hem eventueel
door te verwijzen naar de hulpverlening met het oog op de opstelling van een
multidisciplinair behandelplan. Na een positief testresultaat volgt automatisch
een eenmalige vervolgcontrole. De Koning stelt de nadere regels vast voor het
afnemen van de test bedoeld in het eerste lid. Die regels betreffen in elk
geval het herhalingsonderzoek en de vervolgcontrole.
Kan ik getest worden op drugs?
Ja. De directeur kan beslissen om een
speeksel- of urinetest te laten afnemen om verboden stoffen in het lichaam vast
te stellen, voor orde of veiligheid.
Wanneer gebeurt dat?
Op basis van individuele aanwijzingen van
gebruik, of op geregelde tijdstippen bij een percentage willekeurig gekozen
gedetineerden.
Hoe verloopt de test?
Opgeleide leden van het bewakingspersoneel
nemen hem af, zonder fysieke dwang. Weigert u mee te werken, dan geldt dat als
een positief resultaat.
Welke rechten heb ik?
U krijgt het resultaat schriftelijk en kunt
een herhalingsonderzoek vragen. Dat kan alleen geweigerd worden als het
wetenschappelijk onmogelijk is nog een geldige test uit te voeren op het staal.
Wat gebeurt er bij een positieve test?
De medische en psychosociale dienst worden
onmiddellijk verwittigd om te zien of u acute medische zorg nodig hebt en om u
eventueel naar hulpverlening door te verwijzen. Daarna volgt automatisch een
eenmalige vervolgcontrole.
Is een positieve test of weigering ook een tuchtfeit?
Ja. Het gebruik van verboden stoffen, de
weigering om mee te werken aan de test en fraude bij de test zijn een
tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie (artikel 129, 10°).
Sinds wanneer bestaat deze regel?
Sinds 1 mei 2026. Dit artikel is ingevoegd
door een wet van 19 december 2025.
KORT GEZEGD
De directeur kan u een
speeksel- of urinetest laten afnemen, zonder dwang. Weigeren geldt als
positief, en bij een positief resultaat krijgt u hulp en een vervolgcontrole.
Afdeling II. - Bijzondere
veiligheidsmaatregelen.
Artikel 110
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Onverminderd de door de Koning te
bepalen algemene veiligheidsvoorschriften, kan de directeur, wanneer er
ernstige aanwijzingen bestaan van een gevaar voor de orde of de veiligheid, ten
aanzien van een gedetineerde bijzondere veiligheidsmaatregelen bevelen. De
bijzondere veiligheidsmaatregel moet evenredig zijn aan de bedreiging en van
die aard zijn dat hij ze verhelpt.
§ 2. Vooraleer de directeur een
beslissing neemt over het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel,
wordt de gedetineerde gehoord. In de gevallen waarin de situatie van gevaar
geen uitstel duldt, wordt hij zo spoedig mogelijk gehoord. De gedetineerde
wordt schriftelijk in kennis gesteld van deze beslissing, alsmede van de
motieven die aan deze beslissing ten grondslag liggen.
§ 3. Wanneer de situatie
van gevaar geen enkel uitstel duldt, kunnen ook andere personeelsleden van de
gevangenis, voorlopig bijzondere veiligheidsmaatregelen opleggen, mits
onmiddellijke kennisgeving ervan aan de directeur. De directeur neemt een
definitieve beslissing overeenkomstig de in § 2 bedoelde procedure. Hij kan de
onmiddellijke intrekking bevelen van de krachtens § 3, eerste lid genomen
maatregel.
Wat is een bijzondere veiligheidsmaatregel?
Een maatregel die de directeur kan bevelen
als er ernstige aanwijzingen zijn van een gevaar voor orde of veiligheid. Hij
moet evenredig zijn aan de bedreiging.
Word ik eerst gehoord?
Ja. De directeur hoort u voor hij beslist,
of zo snel mogelijk als de situatie geen uitstel duldt. U krijgt de beslissing
schriftelijk met redenen.
Kunnen ook andere personeelsleden zo'n maatregel opleggen?
Ja, voorlopig, als het absoluut geen
uitstel duldt. De directeur moet dan onmiddellijk worden ingelicht en neemt de
definitieve beslissing.
KORT GEZEGD
De directeur kan bij
ernstig gevaar bijzondere veiligheidsmaatregelen bevelen, nadat u gehoord bent
en met schriftelijke uitleg.
Artikel 111
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De bijzondere
beveiligingsmaatregelen mogen onder geen voorwendsel het karakter hebben van
een tuchtsanctie, ook al zouden zij genomen worden op grond van feiten die
tevens aanleiding kunnen geven tot tuchtsancties zoals bepaald in titel VII.
§ 2. Wanneer de feiten die aanleiding
kunnen geven tot een bijzondere beveiligingsmaatregel eveneens het karakter
hebben van een tuchtrechtelijke inbreuk, wordt enkel de tuchtprocedure
ingesteld.
§ 3. De noodzaak tot het
opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel na een tuchtsanctie kan
slechts beoordeeld en beslist worden na het beëindigen van de tuchtsanctie.
Is een veiligheidsmaatregel een straf?
Nee. Ze mogen onder geen voorwendsel het
karakter van een tuchtstraf hebben.
Wat als hetzelfde feit een tuchtfout is?
Dan wordt enkel de tuchtprocedure gevolgd.
Een veiligheidsmaatregel na een tuchtstraf kan pas beoordeeld worden nadat de
tuchtstraf is afgelopen.
KORT GEZEGD
Veiligheidsmaatregelen
zijn geen straf, en bij tuchtfeiten geldt alleen de tuchtprocedure.
Artikel 112
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Als bijzondere
veiligheidsmaatregelen zijn toelaatbaar, afzonderlijk of in combinatie, mits
zij uitsluitend tot dat doel worden aangewend en voor de daartoe strikt
noodzakelijke tijd :
1° het ontnemen of onthouden van
voorwerpen;
2° de uitsluiting van deelname aan
bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten;
3° de observatie overdag en tijdens de
nacht, maar met maximale eerbiediging van de nachtrust;
4° het verplicht verblijf in de aan de
gedetineerde toegewezen verblijfsruimte;
5° de onderbrenging in een beveiligde
cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn.
§ 2. Deze bijzondere
veiligheidsmaatregelen mogen niet langer duren dan zeven dagen. Zij kunnen niet
verlengd worden zonder een met redenen omklede beslissing van de directeur, na
de gedetineerde te hebben gehoord. De maatregel kan maximaal driemaal verlengd
worden.
§ 3. In geval van
overbrenging naar een andere gevangenis beslist de directeur van die gevangenis
of er nog gronden bestaan voor de handhaving van die maatregelen.
Welke veiligheidsmaatregelen bestaan er?
Afzonderlijk of samen: voorwerpen ontnemen
of onthouden, deelname aan activiteiten uitsluiten, observatie overdag en 's
nachts met maximaal respect voor de nachtrust, verplicht verblijf in uw
verblijfsruimte en onderbrenging in een beveiligde cel zonder gevaarlijke
voorwerpen.
Hoe lang mogen ze duren?
Maximaal zeven dagen. Verlengen kan alleen
met een gemotiveerde beslissing van de directeur, nadat u gehoord bent, en
maximaal driemaal.
En bij overplaatsing?
De directeur van de nieuwe gevangenis
beslist of er nog gronden zijn om de maatregelen te handhaven.
KORT GEZEGD
Een bijzondere
veiligheidsmaatregel mag maximaal zeven dagen duren en hoogstens driemaal
verlengd worden.
Artikel 113
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerde die het voorwerp is
van een maatregel bedoeld in de artikelen 112, § 1, en 117, § 1, behoudt het
recht tot deelname aan de in de gevangenis aangeboden activiteiten als bepaald
in titel V, hoofdstukken IV tot VI, en het recht op contacten met de
buitenwereld, als bepaald in titel V, hoofdstuk III, voorzover de uitoefening
van deze rechten niet onverenigbaar is met de veiligheidsmaatregel.
§ 2. In de gevallen bepaald in artikel
112, 4° en 5°, draagt de directeur er zorg voor dat de gedetineerde :
1° de maaltijden kan gebruiken onder
betamelijke omstandigheden, behoorlijke kledij en schoeisel van de gevangenis
ter beschikking krijgt en zijn uiterlijk en lichamelijke hygiëne fatsoenlijk
kan verzorgen;
2° over voldoende lectuur beschikt;
3° de mogelijkheid heeft om minstens één
uur per dag in de buitenlucht te verblijven;
4° briefwisseling kan voeren onder de in
titel V, hoofdstuk III, afdeling II, bepaalde voorwaarden;
5° zijn godsdienst of zijn
levensbeschouwing individueel kan beleven en belijden en daartoe dagelijks het
bezoek kan ontvangen van de daarvoor aan de gevangenis verbonden of tot de
gevangenis toegelaten vertegenwoordiger van zijn godsdienst of levensbeschouwing;
6° een beroep kan doen op een advocaat en
op de in artikel 104 bedoelde juridische bijstand;
7° een beroep kan doen op psychosociale
en medische hulpverlening. In dezelfde gevallen wordt de gedetineerde
zorgvuldig opgevolgd door de directeur en een adviserende arts, die de
gedetineerde daartoe regelmatig bezoeken, zich vergewissen van zijn toestand en
nagaan of hij geen klachten of opmerkingen te formuleren heeft.
§ 3. De personen of
instanties die belast zijn met het toezicht en de controle over de
gevangenissen of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel zijn gerechtigd de gedetineerde in de beveiligde
cel te bezoeken.
Welke rechten behoud ik tijdens zo'n maatregel?
U blijft deelnemen aan activiteiten
(godsdienst, vorming, vrije tijd, arbeid) en contact houden met de
buitenwereld, voor zover dat niet onverenigbaar is met de maatregel.
En in een beveiligde cel?
De directeur zorgt dat u maaltijden onder
betamelijke omstandigheden kunt gebruiken, behoorlijke kledij krijgt, uw
hygiëne kunt verzorgen, voldoende lectuur hebt, minstens een uur per dag buiten
bent, kunt corresponderen, uw godsdienst kunt beleven en dagelijks bezoek van
een vertegenwoordiger krijgt, een beroep kunt doen op een advocaat en
juridische bijstand en op psychosociale en medische hulp. U wordt ook
zorgvuldig opgevolgd door de directeur en een adviserende arts.
Wie mag mij bezoeken?
De toezichthoudende personen of instanties.
Wordt er opgevolgd hoe het met mij gaat?
Ja. De directeur en een adviserende arts
bezoeken u regelmatig, vergewissen zich van uw toestand en gaan na of u
klachten of opmerkingen hebt.
KORT GEZEGD
Ook tijdens een
veiligheidsmaatregel behoudt u basisrechten, zoals een uur buitenlucht, contact
met uw advocaat en medische hulp.
Artikel 114
WAT ZEGT DE WET?
Bij een ernstige
gebeurtenis die de veiligheid in gevaar kan brengen, neemt de directeur alle
dringende maatregelen die de omstandigheden vereisen en brengt hij hiervan de
minister langs de vlugste weg op de hoogte.
Wat doet de directeur bij een ernstige gebeurtenis?
Hij neemt alle dringende maatregelen die de
omstandigheden vereisen en brengt de minister langs de vlugste weg op de
hoogte.
KORT GEZEGD
Bij een ernstige
gebeurtenis neemt de directeur dringende maatregelen en verwittigt hij de
minister.
Artikel 115
WAT ZEGT DE WET?
Bij toepassing van een
in deze afdeling bepaalde veiligheidsmaatregel wordt daar melding van gemaakt
in een bijzonder register met precisering van de omstandigheden die tot het
nemen van de veiligheidsmaatregel aanleiding hebben gegeven, het tijdstip waarop
de maatregel werd genomen en de duur van de maatregel. Het bijzonder register
wordt ter beschikking gehouden van de toezicht- en klachtenorganen.
Wordt een veiligheidsmaatregel genoteerd?
Ja, in een bijzonder register met de
omstandigheden, het tijdstip en de duur. Dat register staat ter beschikking van
de toezichts- en klachtenorganen.
KORT GEZEGD
Elke
veiligheidsmaatregel wordt in een register genoteerd dat toezichthouders kunnen
inzien.
Afdeling III. - Plaatsing in een individueel
bijzonder veiligheidsregime.
Artikel 116
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Wanneer uit concrete omstandigheden
of uit de gedragingen van een gedetineerde blijkt dat hij een voortdurende
bedreiging uitmaakt voor de veiligheid, en gebleken is dat zowel de in afdeling
I vermelde controlemaatregelen als de in afdeling II vermelde bijzondere
beveiligingsmaatregelen ontoereikend zijn, kan hij in een individueel bijzonder
veiligheidsregime worden geplaatst.
§ 2. Tot de plaatsing in
een individueel bijzonder regime kan enkel worden besloten wanneer de
veiligheid op geen enkele andere wijze gevrijwaard kan worden en voor de
daartoe strikt noodzakelijke tijd.
Wat is een individueel bijzonder veiligheidsregime?
Een zwaarder regime voor een gedetineerde
die een voortdurende bedreiging voor de veiligheid vormt, wanneer gewone
controlemaatregelen en bijzondere veiligheidsmaatregelen niet volstaan.
Wanneer mag dat?
Alleen als de veiligheid op geen enkele
andere wijze kan worden gevrijwaard en voor de strikt noodzakelijke tijd.
Hoe lang?
Het besluit kan enkel genomen worden als de
veiligheid op geen andere manier gevrijwaard kan worden, en voor de strikt
noodzakelijke tijd.
KORT GEZEGD
Dit zwaardere regime is
alleen mogelijk als niets anders volstaat en enkel zolang het strikt nodig is.
Artikel 117
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De plaatsing in een individueel
bijzonder veiligheidsregime bestaat in één van de hierna vermelde maatregelen
of in een combinatie van meerdere ervan:
1° uitsluiting van deelname aan
gemeenschappelijke activiteiten;
2° systematische controle van uitgaande
en inkomende briefwisseling overeenkomstig de in artikel 55 en 56 bepaalde
regels;
3° beperking van bezoek in een lokaal dat
voorzien is van een transparante wand die de bezoekers van de gedetineerde
scheidt, zoals bepaald in artikel 60, § 3;
4° gedeeltelijke ontzegging van het
gebruik van de telefoon, zoals bepaald in artikel 64, § 3;
5° systematische toepassing van de in
artikel 108, § 1, bepaalde controlemaatregel;
6° toepassing van een of meerdere
bijzondere in artikel 112, § 1, bepaalde veiligheidsmaatregelen.
§ 2. Indien uit concrete omstandigheden
blijkt dat de gedetineerde een reëel en ernstig risico vormt voor de veiligheid
vanwege zijn banden met de georganiseerde misdaad en hij verdacht wordt van of
veroordeeld is voor een overtreding van artikel 2bis, § 5, van de wet van 24
februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en
verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsmiddelen en antiseptica
en van de stoffen die kunnen worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van
verdovende middelen en psychotrope stoffen of voor het misdrijf bedoeld in
artikel 409, van het Strafwetboek kan de plaatsing in een individueel bijzonder
veiligheidsregime bovendien bestaan uit de hierna opgesomde maatregelen of een
combinatie van meerdere ervan:
1° de permanente observatie door middel
van een camera, mits eerbiediging van de menselijke waardigheid van de
gedetineerde en mits uitvoering van een regelmatige controle, minstens tijdens
de bezoeken van de arts bedoeld in artikel 118, § 5, van de eventuele gevolgen
op de mentale gezondheid.
2° in afwijking van artikel 58, de
uitsluiting van het recht op bezoek en/of van het recht op ongestoord bezoek
van alle of sommige bezoekers bedoeld in artikel 59.
§ 3. De basisbeginselen
vermeld in titel II blijven onverkort van toepassing op het individueel
bijzonder veiligheidsregime.
Wat houdt het regime in?
Een of meer van deze maatregelen: geen
gemeenschappelijke activiteiten, systematische controle van uw post, bezoek
achter een transparante wand, gedeeltelijke ontzegging van de telefoon,
systematische controle van uw kleding en andere bijzondere veiligheidsmaatregelen.
Zijn er zwaardere maatregelen?
Bij reëel en ernstig risico door banden met
de georganiseerde misdaad (bij verdenking of veroordeling voor bepaalde drugs-
of gijzelingsmisdrijven) kan ook permanente camera-observatie, met respect voor
uw waardigheid en met regelmatige medische controle, en uitsluiting van bezoek
van sommige of alle bezoekers.
Blijven mijn basisrechten bestaan?
Ja. De basisbeginselen van titel II blijven
onverkort van toepassing.
Wat is "systematische controle" van brieven?
Dat al uw uitgaande en inkomende brieven
gecontroleerd worden, en niet enkel bij individuele aanwijzingen zoals in de
gewone regels van artikelen 55 en 56.
Kan ik in beroep tegen de plaatsing in dit regime?
Ja, bij de Beroepscommissie van de Centrale
Raad (artikel 118, § 10).
KORT GEZEGD
In een individueel
bijzonder veiligheidsregime worden uw rechten beperkt, maar uw basisrechten
blijven gelden.
Artikel 118
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De beslissing tot plaatsing in een
bijzonder individueel veiligheidsregime wordt genomen door de
directeur-generaal van de penitentiaire administratie of zijn gemachtigde, op
voorstel van de directeur.
§ 2. Het voorstel vermeldt de concrete
omstandigheden of gedragingen van de gedetineerde waaruit blijkt dat hij een
voortdurende bedreiging uitmaakt voor de veiligheid. Het voorstel vermeldt de
concrete nadere regels van de plaatsing in een individueel bijzonder
veiligheidsregime, met omstandige motivering van elk van de voorgestelde
maatregelen. Het voorstel wordt vergezeld van een medisch advies met betrekking
tot de verenigbaarheid van de nadere regels van het voorgestelde regime met de
gezondheidstoestand van de gedetineerde.
§ 3. Alvorens het voorstel in te dienen,
stelt de directeur de gedetineerde in kennis van de inhoud en de motieven van
het voorstel en geeft hem de gelegenheid, desgewenst bijgestaan door een
raadsman of door een door de directeur daartoe aanvaarde zelf gekozen
vertrouwenspersoon, zijn verweermiddelen te laten gelden. Daarvan wordt akte
genomen ten behoeve van de door de directeur-generaal te nemen beslissing.
§ 3/1. In afwijking van artikel 116, § 1,
en van de paragrafen 1 tot 3 wordt de beslissing tot plaatsing in een
individueel bijzonder veiligheidsregime bedoeld in artikel 117, § 2, genomen
door de directeur-generaal van de penitentiaire administratie of zijn
gemachtigde, na advies van de federale procureur of de inlichtingen- en
veiligheidsdiensten. De directeur-generaal deelt de gedetineerde de concrete,
bijzondere omstandigheden of houdingen mee waaruit blijkt dat hij een
voortdurende bedreiging uitmaakt voor de veiligheid. Daarnaast deelt de
directeur-generaal de gedetineerde de nadere regels van de plaatsing onder het
individueel bijzonder veiligheidsregime mee, waarbij elke voorgestelde
maatregel omstandig wordt gemotiveerd. De directeur-generaal vraagt een
psycho-medisch advies met betrekking tot de verenigbaarheid van de nadere
regels van het voorgestelde regime met de gezondheidstoestand van de
gedetineerde. Hij stelt de gedetineerde in de gelegenheid, desgewenst
bijgestaan door een raadsman, zijn verweermiddelen te laten gelden tijdens een
hoorzitting met de directeur. Daarvan wordt akte genomen ten behoeve van de
door de directeur-generaal te nemen beslissing. Na ontvangst van het verslag
van het horen van de gedetineerde, neemt de directeur-generaal een beslissing.
§ 4. De beslissing van de
directeur-generaal tot plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime
vermeldt de nadere regels betreffende de plaatsing, met omstandige motivering
van elk van de maatregelen. De beslissing wordt ter kennis gebracht van de
directeur, van de gedetineerde en, wanneer de beslissing betrekking heeft op
een verdachte, van de onderzoeksrechter. De beslissing is onmiddellijk
uitvoerbaar, ongeacht of er al dan niet hoger beroep wordt ingesteld.
§ 5. De gedetineerde die het voorwerp
uitmaakt van een plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime die
zijn afzondering uit de gemeenschap tot gevolg heeft, wordt minstens eenmaal
per week bezocht door de directeur en een arts, die zich vergewissen van de
toestand van de gedetineerde en nagaan of de gedetineerde geen klachten of
opmerkingen te formuleren heeft.
§ 6. Elke beslissing tot plaatsing in een
individueel bijzonder veiligheidsregime en elke aanpassing van het regime door
de directeur-generaal wordt bijgehouden door de penitentiaire administratie in
een centraal register en door de directeur in een lokaal register, met
vermelding van de identiteit van de gedetineerde en de afwijkingen van het
normale regime die door de directeur-generaal worden beslist. Voor de ganse
duur van de plaatsing wordt door de directeur per week het verloop van de
plaatsing in het lokaal register genoteerd. Naar aanleiding van het bezoek dat
de directeur en een arts hem brengt krachtens § 5, kan de gedetineerde zelf
opmerkingen met betrekking tot zijn toestand en situatie doen optekenen in dat
register. Personen of instanties die belast zijn met het toezicht en de
controle over de gevangenissen of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel kunnen zich gedurende de ganse duur van de
plaatsing dit register doen voorleggen. Zij kunnen er hun eigen opmerkingen
optekenen evenals deze van de gedetineerde.
§ 7. De beslissing tot plaatsing in een
individueel bijzonder veiligheidsregime geldt voor een door de
directeur-generaal bepaalde termijn van maximaal twee maanden die eventueel
hernieuwbaar is. Eenmaal per maand brengt de directeur aan de directeur-generaal
omstandig verslag uit betreffende het verloop van de plaatsing in het
individueel bijzonder veiligheidsregime. Op basis hiervan kan de
directeur-generaal beslissen een einde te maken aan de plaatsing of de
plaatsingsmaatregelen milderen. De beslissing kan slechts worden hernieuwd,
mits een voorafgaand verzoek van de directeur, vergezeld van een psycho-medisch
verslag, en met inachtneming van de bepalingen van §§ 1 tot 4. In afwijking van
het derde lid wordt bij plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime
in toepassing van paragraaf 3/1, een psycho-medisch verslag over het verloop
van dit individueel bijzonder veiligheidsregime en de voortzetting ervan
overgemaakt aan de directeur-generaal een week vóór de vervaldag ervan. De
beslissing tot plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime kan
hernieuwd worden door de directeur-generaal, met inachtneming van paragraaf
3/1. De federale procureur of de inlichtingen- en veiligheidsdiensten brengen
om de twee maanden een geactualiseerd advies uit.
§ 8. In geval van overbrenging naar een
andere gevangenis beoordeelt de directeur van die gevangenis, na de
gedetineerde te hebben gehoord, of er nog gronden bestaan voor de handhaving
van de maatregel, en brengt hieromtrent advies uit aan de directeur-generaal.
De beslissing van de directeur-generaal vermeldt de individuele gronden die de
verdere plaatsing eventueel noodzaken. Het eerste lid is niet van toepassing op
het individueel bijzonder veiligheidsregime opgelegd in toepassing van de
paragrafen 3/1 en § 7, vierde lid.
§ 9. Zodra een beklaagde of beschuldigde,
die in een individueel bijzonder veiligheidsregime werd geplaatst, veroordeeld
is, beoordeelt de directeur de noodzaak van een handhaving of aanpassing van de
plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime, en brengt hierover
advies uit aan de directeur-generaal. Op basis hiervan kan de
directeur-generaal een einde maken aan de plaatsing of de plaatsingsmaatregelen
milderen. Het eerste lid is niet van toepassing op het individueel bijzonder
veiligheidsregime opgelegd in toepassing van de paragrafen 3/1 en 7, vierde
lid.
§ 10. De gedetineerde heeft het recht
beroep aan te tekenen tegen de beslissingen van de directeur-generaal genomen
overeenkomstig de paragrafen 1, eerste lid, 3/1, eerste lid, 7, eerste, tweede
en vierde lid, en de paragrafen 8 en 9. Dit beroep dient te worden ingediend
bij de Beroepscommissie van de Centrale Raad. De artikelen 165 en 166 zijn van
toepassing op de beroepsprocedure. De directeur-generaal of een door hem
afgevaardigde vertegenwoordigt hierbij de penitentiaire administratie.
§ 11. Plaatsing in een
individueel bijzonder veiligheidsregime is niet van toepassing op minderjarige
gedetineerden.
Wie beslist over dit regime?
De directeur-generaal van de penitentiaire
administratie of zijn gemachtigde, op voorstel van de directeur. Het voorstel
moet concrete omstandigheden, nadere regels en een medisch advies bevatten.
Word ik gehoord?
Ja. De directeur deelt u de inhoud en
motieven mee en u kunt, desgewenst bijgestaan door een raadsman of
vertrouwenspersoon, uw verweer voeren.
Is er een bijzondere procedure bij georganiseerde misdaad?
Ja. Dan beslist de directeur-generaal na
advies van de federale procureur of de inlichtingen- en veiligheidsdiensten,
met een hoorzitting en een psycho-medisch advies.
Hoe lang duurt het regime?
Maximaal twee maanden, hernieuwbaar, met
maandelijks een verslag van de directeur en een psycho-medisch verslag bij
verlenging.
Wie bezoekt mij?
Als u afgezonderd bent, bezoeken de
directeur en een arts u minstens wekelijks, en u kunt opmerkingen in een
register laten noteren.
Kan ik in beroep?
Ja, bij de Beroepscommissie van de Centrale
Raad (artikelen 165 en 166). Uw plaatsing wordt in registers bijgehouden. Voor
minderjarigen is dit regime niet van toepassing.
Wat moet in het voorstel staan?
De concrete omstandigheden of gedragingen
die tonen dat u een voortdurende bedreiging vormt, de concrete regels van het
regime met motivering van elke maatregel, en een medisch advies over de
verenigbaarheid met uw gezondheid.
Wanneer is de beslissing van toepassing?
Onmiddellijk, ook als u beroep instelt. De
beslissing vermeldt de regels met omstandige motivering en wordt meegedeeld aan
de directeur, aan u en, als u verdachte bent, aan de onderzoeksrechter.
Wat bij een overbrenging of bij een veroordeling?
Bij overbrenging beoordeelt de directeur
van de nieuwe gevangenis, na u gehoord te hebben, of het regime nog nodig is en
adviseert hij de directeur-generaal. Wordt u als beklaagde of beschuldigde
veroordeeld, dan beoordeelt de directeur opnieuw of handhaving of aanpassing
nodig is. (Beide regels gelden niet voor het regime in toepassing van § 3/1 en
§ 7, vierde lid.)
Geldt dit regime voor minderjarigen?
Nee. Plaatsing in een individueel bijzonder
veiligheidsregime is niet van toepassing op minderjarige gedetineerden.
KORT GEZEGD
De directeur-generaal
beslist over dit regime na u gehoord te hebben. Het duurt maximaal twee maanden
per keer en u kunt in beroep.
HOOFDSTUK IV. - Maatregelen van rechtstreekse
dwang.
Artikel 119
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Met het oog op de handhaving van de
orde of de veiligheid mag ten aanzien van de gedetineerden alleen rechtstreekse
dwang gebruikt worden, wanneer deze doelstellingen op geen andere wijze kunnen
worden bereikt en voor de daartoe strikt noodzakelijke tijd.
§ 2. Onder dezelfde voorwaarden mag
tegenover andere personen dan de gedetineerden rechtstreekse dwang worden
gebruikt, in afwachting van de tussenkomst van de politiediensten, wanneer zij
pogen gedetineerden te bevrijden, wederrechtelijk de gevangenis binnen te
dringen of zich daarin ophouden zonder daartoe gerechtigd te zijn.
§ 3. Onder gebruik van
rechtstreekse dwang in de zin van § 1 wordt verstaan het gebruik van fysieke
dwang op personen, al dan niet met het gebruik maken van materiële of
mechanische hulpmiddelen, van dwangtuigen die de bewegingsvrijheid beperken of
van wapens die krachtens de wapenwet tot de reglementaire uitrusting behoren.
Wanneer mag er dwang worden gebruikt?
Alleen als orde of veiligheid op geen
andere wijze kan worden bereikt en voor de strikt noodzakelijke tijd.
Geldt dit ook voor anderen?
Ja, tegenover personen die gedetineerden
willen bevrijden, wederrechtelijk binnendringen of zich ongeoorloofd ophouden,
in afwachting van de politie.
Wat is rechtstreekse dwang?
Fysieke dwang op personen, al dan niet met
hulpmiddelen, dwangtuigen die de bewegingsvrijheid beperken of wapens die tot
de reglementaire uitrusting behoren.
KORT GEZEGD
Dwang mag alleen als er
geen andere weg is en niet langer dan strikt nodig.
Artikel 120
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Bij meerdere geschikte mogelijkheden
van rechtstreekse dwang moeten deze gekozen worden die het minst schadelijk
zijn.
§ 2. Elk gebruik van rechtstreekse dwang
moet redelijk zijn en in verhouding staan tot het nagestreefde doel.
§ 3. Alvorens tot
rechtstreekse dwang over te gaan dient eerst met deze dwang gedreigd te worden,
behoudens wanneer de omstandigheden dit niet toelaten of wanneer een
voorafgaande bedreiging het gebruik van rechtstreekse dwang onwerkzaam zou
maken.
Welke regels gelden bij dwang?
Het minst schadelijke middel moet gekozen
worden. Het gebruik moet redelijk zijn en in verhouding tot het doel. Eerst
moet met dwang worden gedreigd, tenzij de omstandigheden dat niet toelaten of
een waarschuwing het gebruik onwerkzaam zou maken.
Welke dwang mag er gebruikt worden als er meerdere keuzes zijn?
De dwang die het minst schadelijk is.
Moet dwang evenredig zijn?
Ja. Elk gebruik van rechtstreekse dwang
moet redelijk zijn en in verhouding staan tot het doel.
Moet er gewaarschuwd worden?
Ja. Voordat dwang wordt gebruikt, moet er
eerst mee gedreigd worden, tenzij de omstandigheden dat niet toelaten of een
voorafgaande bedreiging de dwang onwerkzaam zou maken.
KORT GEZEGD
Dwang moet het minst
schadelijke middel zijn, evenredig en liefst eerst aangekondigd.
Artikel 121
WAT ZEGT DE WET?
Bij toepassing van een
maatregel van rechtstreekse dwang wordt daar melding van gemaakt in een
bijzonder register met precisering van de omstandigheden die tot het nemen van
de veiligheidsmaatregel aanleiding hebben gegeven, het tijdstip waarop de
maatregel werd genomen en de duur van de maatregel. Het bijzonder register
wordt ter beschikking gehouden van de voorzitter van de Commissie van toezicht,
van de maandcommissaris en van de andere controlerende instanties.
Wordt gebruik van dwang genoteerd?
Ja, in een bijzonder register met de
omstandigheden, het tijdstip en de duur. Het staat ter beschikking van de
voorzitter van de Commissie van toezicht, de maandcommissaris en andere
controlerende instanties.
KORT GEZEGD
Elk gebruik van dwang
wordt geregistreerd en kan worden gecontroleerd.
TITEL VII. -
Tuchtregime.
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
Artikel 122
WAT ZEGT DE WET?
Het tuchtregime strekt
ertoe de orde en de veiligheid te vrijwaren met eerbiediging van de
waardigheid, het zelfrespect en de individuele en sociale verantwoordelijkheid
van de gedetineerden. Het beroep op de tuchtprocedure moet beperkt blijven tot
situaties waarin de handhaving van de orde en de veiligheid van de inrichting
dit gebiedend rechtvaardigen en er geen enkel ander middel kan worden gebruikt
om dit te verzekeren.
Waarvoor dient het tuchtregime?
Om orde en veiligheid te vrijwaren met
respect voor uw waardigheid, zelfrespect en verantwoordelijkheid.
Wanneer wordt tucht toegepast?
Alleen als de handhaving van orde en
veiligheid dat gebiedend vereist en er geen enkel ander middel is.
KORT GEZEGD
Tucht is een laatste
middel.
Artikel 123
WAT ZEGT DE WET?
Een gedetineerde mag
niet belast worden met de handhaving van de tucht in de gevangenis.
Mag een gedetineerde tucht uitoefenen?
Nee. Een gedetineerde mag niet belast
worden met de handhaving van de tucht.
KORT GEZEGD
Tucht is de taak van het
personeel, nooit van gedetineerden.
Artikel 124
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Een gedetineerde mag tuchtrechtelijk
niet gestraft worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke
omschreven worden door deze wet.
§ 2. Indien de
tuchtsanctie, ten tijde van de tuchtrechtelijke beslissing vastgesteld,
verschilt van die welke ten tijde van het tuchtrechtelijk misdrijf was bepaald,
wordt de minst zware sanctie toegepast.
Mag ik voor alles gestraft worden?
Nee. Alleen voor de inbreuken en met de
sancties die in deze wet staan.
Wat als de straf verandert?
Als de sanctie op het moment van de
beslissing verschilt van die op het moment van het feit, wordt de minst zware
toegepast.
KORT GEZEGD
Enkel de in de wet
bepaalde inbreuken en sancties zijn toegelaten, en de lichtste regeling geldt.
Artikel 125
WAT ZEGT DE WET?
Samenloop van een
tuchtrechtelijke inbreuk en een misdrijf staat de tuchtprocedure en de
mogelijkheid van tuchtrechtelijke bestraffing niet in de weg.
Kan ik zowel tuchtrechtelijk als strafrechtelijk vervolgd
worden?
Ja. Dat een feit ook een misdrijf is, staat
de tuchtprocedure niet in de weg.
KORT GEZEGD
Een tuchtstraf sluit een
strafrechtelijke vervolging niet uit.
Artikel 126
WAT ZEGT DE WET?
Een gedetineerde mag
voor één en dezelfde tuchtrechtelijke inbreuk slechts eenmaal tuchtrechtelijk
gestraft worden.
Kan ik tweemaal gestraft worden voor hetzelfde feit?
Nee. Voor dezelfde tuchtinbreuk mag u
slechts eenmaal tuchtrechtelijk gestraft worden.
KORT GEZEGD
Eén tuchtinbreuk geeft
maar één tuchtstraf.
Artikel 127
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De bevoegdheid tot het opleggen van
tuchtsancties berust bij de directeur.
§ 2. Werd de tuchtrechtelijke inbreuk
gepleegd tijdens de overbrenging naar een andere gevangenis, dan is de
directeur van de gevangenis van bestemming bevoegd.
§ 3. Indien de tuchtrechtelijke inbreuk
gepleegd werd ten aanzien van een persoon die bevoegd is om tuchtsancties op te
leggen, dient deze zich van de zaak te onthouden. Naar gelang van het geval
wordt de tuchtrechtelijke bevoegdheid dan uitgeoefend door de directeur of een
hiërarchisch hoger lid van de penitentiaire administratie dat aangewezen werd
door de minister. Indien de tuchtrechtelijke bevoegdheid uitgeoefend wordt door
een hiërarchisch hoger lid van de penitentiaire administratie, wordt diens beslissing
gelijkgesteld met een beslissing van de directeur zoals bedoeld in artikel 148.
§ 4. Een tuchtsanctie
kan worden opgelegd of worden uitgevoerd in een andere gevangenis of afdeling
dan deze waarin de tuchtrechtelijke inbreuk werd gepleegd of waarin het
tuchtrapport werd opgesteld.
Wie legt tuchtstraffen op?
De directeur. Is de inbreuk tijdens een
overbrenging gepleegd, dan is de directeur van de gevangenis van bestemming
bevoegd.
Wat als de inbreuk tegen de directeur zelf gericht was?
Dan houdt hij zich van de zaak af. Een
andere directeur of een hoger lid van de penitentiaire administratie die de
minister aanwijst, beslist.
Kan de straf in een andere gevangenis worden uitgevoerd?
Ja.
KORT GEZEGD
De directeur beslist
over tuchtstraffen, behalve als hijzelf het slachtoffer is.
HOOFDSTUK II. - Tuchtrechtelijke inbreuken.
Artikel 128
WAT ZEGT DE WET?
De tuchtrechtelijke
inbreuken worden volgens hun ernst ingedeeld in twee categorieën.
Hoe zijn tuchtinbreuken ingedeeld?
Volgens ernst in twee categorieën.
KORT GEZEGD
Er zijn twee categorieën
tuchtinbreuken: ernstig en minder ernstig.
Artikel 129
WAT ZEGT DE WET?
Als tuchtrechtelijke inbreuken van de
eerste categorie worden beschouwd :
1° de opzettelijke aantasting van de
fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee;
2° de opzettelijke aantasting van de
psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee;
3° de opzettelijke beschadiging of
vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging
daarmee;
4° de wederrechtelijke ontvreemding van
goederen;
5° de opzettelijke aantasting van de
orde, zoals omschreven in artikel 2, 7°;
6° het aanzetten tot of het voeren van
collectieve acties die de veiligheid of de orde in de gevangenis ernstig in
gevaar brengen;
7° het bezit van of de handel in door of
krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties;
8° ontsnapping of deelname aan een
ontsnapping;
9° het bezit of gebruik van
technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld
mogelijk maken;
10° het gebruik van
verboden stoffen bedoeld in artikel 109/1, tweede lid, de weigering om
medewerking te verlenen aan de afname van de test bedoeld in artikel 109/1,
eerste lid, en het plegen van fraude bij om het even welk onderdeel van de
afname van die test.
Wat zijn inbreuken van de eerste categorie?
De zwaarste. Bijvoorbeeld: geweld of
bedreiging tegen personen, opzettelijke schade of diefstal, het opzettelijk
verstoren van de orde, collectieve acties die de veiligheid ernstig in gevaar
brengen, bezit of handel van verboden voorwerpen of stoffen, ontsnapping, bezit
van technologische middelen voor onregelmatige communicatie en gebruik van
verboden stoffen, weigering van de test of fraude daarbij.
Wat betekent het bezit van een gsm voor mij?
Het bezit of gebruik van technologische
middelen waarmee u onregelmatig met de buitenwereld kunt communiceren, is een
zware tuchtfout van de eerste categorie. Dit geldt niet alleen voor een gsm,
maar voor elk dergelijk toestel.
Sinds wanneer geldt punt 10 (drugtest)?
Sinds 1 mei 2026.
Wat als mijn tuchtfeit ook een misdrijf is?
Dan kunnen de tuchtprocedure en de
strafvervolging naast elkaar bestaan (artikel 125).
Is een poging ook strafbaar?
Ja. Poging en deelneming worden even zwaar
gestraft als het tuchtfeit zelf (artikel 131).
Welke straffen horen bij een feit van de eerste categorie?
Alle straffen van artikelen 132 en 133, met
de langste maxima: tot dertig dagen afzondering in uw verblijfsruimte, tot
negen dagen strafcel (veertien bij gijzelneming) en tot dertig dagen voor de
bijzondere sancties.
KORT GEZEGD
De eerste categorie
omvat de ernstigste feiten, zoals geweld, diefstal, drugs, ontsnapping en
verboden communicatiemiddelen.
Artikel 130
WAT ZEGT DE WET?
Worden beschouwd als tuchtrechtelijke
inbreuken van de tweede categorie :
1° het beledigen van personen die zich in
de gevangenis bevinden;
2° het niet naleven van de door het
huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen;
3° het geen gevolg geven aan de
aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis;
4° het zich zonder toelating bevinden in
een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet
gerechtigd is te betreden;
5° het op onregelmatige wijze
communiceren met een medegedetineerde of een persoon vreemd aan de gevangenis,
met uitzondering van de in artikel 129, 9°, vermelde tuchtrechtelijke inbreuk;
6° het niet of onvoldoende rein houden
van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van
terreinen;
7° het veroorzaken van
lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis
verstoort.
Wat zijn inbreuken van de tweede categorie?
De lichtere inbreuken. Bijvoorbeeld:
beledigen, het reglement niet volgen, bevelen negeren, zich zonder toelating in
een ruimte bevinden, onregelmatig communiceren, de cel of lokalen niet schoon
houden en lawaaihinder.
Welke straffen horen bij een feit van de tweede categorie?
Dezelfde soorten sancties, maar met kortere
maxima: tot vijftien dagen afzondering in uw verblijfsruimte, tot drie dagen
strafcel en tot vijftien dagen voor de bijzondere sancties.
Is bijvoorbeeld "lawaai maken" hetzelfde als een zware
fout?
Nee. Lawaaihinder, een niet opgeruimde cel
of een bevel niet opvolgen zijn feiten van de tweede categorie en worden dus
minder zwaar gestraft.
KORT GEZEGD
De tweede categorie
omvat lichtere feiten zoals beledigingen, reglementsovertredingen en lawaai.
Artikel 131
WAT ZEGT DE WET?
De poging tot het plegen
van en deelneming aan een in de artikelen 129 en 130 bedoelde tuchtrechtelijke
inbreuk wordt gestraft met dezelfde straffen als de tuchtrechtelijke inbreuk
zelf.
Ben ik ook strafbaar als ik het alleen probeer of meehelp?
Ja. Poging en deelneming worden met
dezelfde straffen gestraft als de inbreuk zelf.
KORT GEZEGD
Poging en deelneming
worden even zwaar gestraft.
HOOFDSTUK III. - Tuchtsancties.
Afdeling I. - Algemene tuchtsancties.
Artikel 132
WAT ZEGT DE WET?
Ongeacht de aard van de tuchtrechtelijke
inbreuk kunnen de volgende tuchtsancties worden opgelegd :
1° berisping met inschrijving in het in
artikel 146 bedoelde register voor tuchtsancties;
2° beperking of ontzegging, voor een
maximumduur van dertig dagen, van het recht om in de kantine bepaalde
voorwerpen aan te schaffen, met uitzondering van toiletartikelen en artikelen
voor briefwisseling;
3° afzondering in de aan de gedetineerde
toegewezen verblijfsruimte, zoals hierna in afdeling IV nader bepaald, voor een
maximumduur van dertig dagen voor een inbreuk van de eerste categorie en voor
een maximumduur van vijftien dagen voor een inbreuk van de tweede categorie;
4° opsluiting in een
strafcel, zoals hierna in afdeling III nader bepaald, voor een maximumduur van
negen dagen voor een inbreuk van de eerste categorie en voor een maximumduur
van drie dagen voor een inbreuk van de tweede categorie; deze sanctie kan voor
een maximumduur van veertien dagen worden opgelegd in geval van gijzelneming.
Welke tuchtstraffen zijn er?
Berisping, een beperking of ontzegging van
de kantine (maximaal 30 dagen), afzondering op uw verblijfsruimte (maximaal 30
dagen bij ernstige en 15 dagen bij lichtere inbreuken) en opsluiting in een
strafcel (maximaal 9 dagen bij ernstige en 3 dagen bij lichtere inbreuken, en
maximaal 14 dagen bij gijzelneming).
Hoe lang mag de afzondering in mijn verblijfsruimte duren?
Maximaal dertig dagen voor een tuchtfeit
van de eerste categorie en maximaal vijftien dagen voor een feit van de tweede
categorie. Zie ook artikel 142 voor verlenging bij nieuwe feiten.
Hoe lang mag de opsluiting in een strafcel duren?
Maximaal negen dagen voor een feit van de
eerste categorie en maximaal drie dagen voor een feit van de tweede categorie.
Bij gijzelneming kan de strafcel tot veertien dagen duren. Zie ook artikel 139
voor verlenging bij nieuwe feiten tijdens de opsluiting.
Kan ik meerdere straffen tegelijk krijgen?
Ja, afzonderlijk of samen, behalve de
strafcel en de afzondering in uw verblijfsruimte: die kunnen alleen zonder
andere sancties worden opgelegd (artikel 143, § 3).
Wat betekent "berisping met inschrijving"?
Een waarschuwing die in het register van
tuchtsancties wordt genoteerd. U verliest daarbij geen rechten.
Welke straffen kan de directeur niet opleggen?
Alleen de straffen uit de wet zijn mogelijk
(artikel 124). Andere straffen, zoals het inhouden van post of van uw medische
zorg, bestaan niet als tuchtsanctie.
KORT GEZEGD
Er zijn vier algemene
tuchtstraffen: berisping, kantinebeperking, afzondering op de cel en strafcel,
elk met maximale duur.
Afdeling II. - Bijzondere tuchtsancties.
Artikel 133
WAT ZEGT DE WET?
De volgende tuchtsancties kunnen voor een
maximumduur van dertig dagen worden opgelegd voor een inbreuk van de eerste
categorie en van vijftien dagen voor een inbreuk van de tweede categorie, mits
er een verband is met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke
inbreuk :
1° de ontzegging van bezit van bepaalde
voorwerpen;
2° de ontzegging of beperking van het
recht om een beroep te doen op de bibliotheekvoorzieningen, onverminderd het
recht van de gedetineerde om vanuit de bibliotheek informatie te bekomen die
bestemd is voor een door hem aangevatte opleiding, of die kadert in het recht
op de vrije beleving van godsdienst of levensbeschouwing;
3° de ontzegging of beperking van de
omgang met bezoekers van buiten de gevangenis; betreft het de in artikel 59, §
1, bedoelde personen, dan bestaat de sanctie in het organiseren van het bezoek
in een lokaal dat is voorzien van een transparante wand die de bezoekers van de
gedetineerde scheidt;
4° de ontzegging of beperking van het in
artikel 64 bedoelde recht om te telefoneren;
5° het verbod om deel te nemen aan
culturele, sportieve of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband.
6° het verbod om deel te nemen aan werk
in gemeenschappelijk verband;
7° het verbod om deel te
nemen aan opleidingsactiviteiten in gemeenschappelijk verband.
Zijn er nog andere straffen?
Ja, bijzondere tuchtsancties met een
verband tot de inbreuk, max. 30 dagen (ernstig) of 15 dagen (licht): ontzegging
van bepaalde voorwerpen, beperking van de bibliotheek, beperking van bezoek,
beperking van telefoon, verbod op gemeenschappelijke activiteiten, werk of
opleiding.
Waarom is dat "verband" belangrijk?
Een sanctie moet logisch aansluiten bij wat
er gebeurd is. Wie bijvoorbeeld misbruik maakte van de telefoon, kan de
telefoon verliezen, maar een sanctie die niets met het feit te maken heeft, is
niet toegelaten.
Kan ik zowel een algemene als een bijzondere sanctie krijgen?
Ja, die kunnen gecombineerd worden, behalve
met de strafcel en de afzondering in uw verblijfsruimte (artikel 143, § 3).
KORT GEZEGD
Bijzondere tuchtsancties
beperken bepaalde rechten, maximaal 30 of 15 dagen en moeten met de inbreuk
samenhangen.
Afdeling III. - Opsluiting in een strafcel.
Artikel 134
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Opsluiting in een strafcel bestaat
erin de gedetineerde te plaatsen in een speciaal daartoe uitgeruste cel waarin
hij alleen verblijft.
§ 2. De strafcel dient te voldoen aan de
eisen inzake veiligheid, gezondheid en hygiëne die de Koning nader bepaalt en
dient in ieder geval voorzien te zijn van een oproepsysteem.
§ 3. Zwangere vrouwen of
gedetineerden wier kind van minder dan drie jaar in de gevangenis verblijft,
zijn uitgesloten van opsluiting in een strafcel.
Wat is een strafcel?
Een speciaal uitgeruste cel waarin u alleen
verblijft. Ze moet aan veiligheids-, gezondheids- en hygiëne-eisen voldoen en
een oproepsysteem hebben.
Wie mag er niet in?
Zwangere vrouwen en gedetineerden met een
kind jonger dan drie jaar in de gevangenis.
Aan welke eisen moet de strafcel voldoen?
Aan eisen inzake veiligheid, gezondheid en
hygiëne die de Koning bepaalt, en ze moet in ieder geval een oproepsysteem
hebben.
KORT GEZEGD
De strafcel is een
individuele, veilige cel met oproepsysteem, niet voor zwangere vrouwen of
moeders met jonge kinderen.
Artikel 135
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Behoudens andersluidende beslissing
van de directeur blijft de gedetineerde voor de duur van deze tuchtsanctie
ontzegd van het recht :
1° om in de kantine bepaalde voorwerpen
aan te schaffen, met uitzondering van toiletartikelen en artikelen voor de
briefwisseling;
2° om bezoek te ontvangen van personen
van buiten de gevangenis zoals bepaald in artikel 58; indien de tuchtsanctie
meer dan drie dagen duurt, wordt bezoek toegestaan aan de in artikel 59, § 1,
bedoelde personen in een lokaal dat voorzien is van een transparante wand die
de bezoekers van de gedetineerde scheidt;
3° om te telefoneren, behoudens met een
advocaat of met de persoon die rechtshulp of juridische bijstand verleent in de
zin van artikel 104;
4° om contacten te hebben met de media;
5° om deel te nemen aan activiteiten in
gemeenschappelijk verband;
6° om in het bezit te blijven van de hem
toebehorende voorwerpen;
7° om voorwerpen of materialen in zijn
bezit te hebben voor individuele vrijetijdsbesteding, behoudens de in artikel
136 bepaalde uitzonderingen.
§ 2. De gedetineerde
ontvangt voor de duur van de opsluiting in een strafcel geen inkomsten uit
arbeid of opleidingsbijdrage.
Welke rechten verlies ik in de strafcel?
Behoudens andere beslissing van de
directeur: aankopen in de kantine (behalve toiletartikelen en
briefwisselingsartikelen), bezoek (na meer dan drie dagen krijgt u wel bezoek
van naaste familie achter een transparante wand), telefoon (behalve met advocaat
of rechtshulpverlener), contact met de media, gemeenschappelijke activiteiten,
uw eigen spullen en materiaal voor individuele vrije tijd (behalve
uitzonderingen). U krijgt geen arbeidsinkomen of opleidingsbijdrage.
Krijg ik loon tijdens de strafcel?
Nee. Voor de duur van de opsluiting krijgt
u geen inkomsten uit arbeid of opleidingsbijdrage.
Wat kan ik doen als de directeur mij mijn rechten extra ontzegt?
U kunt klacht indienen bij de
Klachtencommissie (artikel 148 en volgende).
KORT GEZEGD
In de strafcel zijn veel
rechten tijdelijk beperkt, maar contact met de advocaat blijft mogelijk.
Artikel 136
WAT ZEGT DE WET?
De directeur draagt er zorg voor dat de
gedetineerde die in een strafcel is opgesloten :
1° de maaltijden kan gebruiken onder
betamelijke omstandigheden, behoorlijke kledij en schoeisel van de gevangenis
ter beschikking krijgt en zijn uiterlijk en lichamelijke hygiëne fatsoenlijk
kan verzorgen;
2° over voldoende lectuur beschikt;
3° de mogelijkheid heeft om minstens één
uur per dag in de buitenlucht te verblijven;
4° de individuele vormingsactiviteiten
verder kan zetten die niet onverenigbaar zijn met de opsluiting in een
strafcel;
5° briefwisseling kan voeren onder de in
titel V, hoofdstuk III, afdeling II bepaalde voorwaarden;
6° zijn godsdienst of zijn
levensbeschouwing individueel kan beleven en belijden en daartoe dagelijks het
bezoek kan ontvangen van de daarvoor aan de gevangenis verbonden of tot de
gevangenis toegelaten vertegenwoordiger van zijn godsdienst of levensbeschouwing;
7° een beroep kan doen op een advocaat en
op de in artikel 104 bedoelde juridische bijstand;
8° een beroep kan doen
op psychosociale en medische hulpverlening.
Welke garanties heb ik in de strafcel?
Maaltijden onder betamelijke
omstandigheden, kledij en hygiëne, voldoende lectuur, minstens een uur per dag
buiten, individuele vorming, briefwisseling, godsdienstbeleving en dagelijks
bezoek van een vertegenwoordiger, een beroep op een advocaat en juridische
bijstand en op psychosociale en medische hulp.
Wat kan ik doen als mijn rechten in de strafcel niet
gerespecteerd worden?
U kunt de directeur of arts aanspreken bij
hun dagelijks bezoek, een opmerking op het formulier laten schrijven (artikel
138), of klacht indienen bij de Klachtencommissie.
KORT GEZEGD
Ook in de strafcel zijn
uw basisrechten beschermd.
Artikel 137
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Op positief advies van de arts kan
een observatie door middel van een camera, microfoon of enig ander technisch
middel plaatsvinden wanneer het voor de vrijwaring van de fysieke integriteit
van de gedetineerde geboden is. De gedetineerde wordt hiervan in kennis
gesteld.
§ 2. Dagelijks bezoeken de directeur en
een arts de gedetineerde om zich te vergewissen van diens toestand en situatie
en om na te gaan of de gedetineerde geen klachten of opmerkingen te formuleren
heeft.
§ 3. De personen of
instanties die belast zijn met het toezicht en de controle over de
gevangenissen of de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel zijn gerechtigd de gedetineerde in de strafcel te
bezoeken.
Mag ik gefilmd worden in de strafcel?
Alleen met positief advies van de arts, als
het nodig is voor uw fysieke integriteit, en u wordt ervan op de hoogte
gebracht.
Wie bezoekt mij?
Dagelijks de directeur en een arts. De
toezichthoudende personen of instanties mogen u ook bezoeken.
Mogen controleorganen komen?
Ja. De personen en instanties die toezicht
houden op de gevangenissen en de uitvoering van de straf mogen u in de strafcel
bezoeken.
KORT GEZEGD
In de strafcel bezoeken
de directeur en arts u dagelijks en observatie gebeurt alleen op medisch
advies.
Artikel 138
WAT ZEGT DE WET?
Bij elke opsluiting in
een strafcel stelt degene die de tuchtsanctie oplegt een formulier op met
vermelding van de identiteit van de gedetineerde, van de feiten en van de
omstandigheden die aanleiding hebben gegeven tot deze tuchtsanctie. Voor de
ganse duur van de tuchtsanctie wordt per dag op het formulier genoteerd, met
vermelding van het uur van aanvang en beëindiging, wie de gedetineerde heeft
bezocht en om welke reden de gedetineerde de strafcel heeft verlaten. Naar
aanleiding van het bezoek dat de directeur hem dagelijks brengt krachtens
artikel 137, § 2, kan de gedetineerde zelf opmerkingen met betrekking tot zijn
toestand en situatie doen optekenen op dat formulier. Personen of instanties
die belast zijn met het toezicht en de controle over de gevangenissen of de
tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel kunnen
zich dit formulier gedurende de ganse duur van de tuchtsanctie doen voorleggen.
Zij kunnen er hun eigen opmerkingen optekenen evenals deze van de gedetineerde.
Nadat de opsluiting in een strafcel is beëindigd, wordt dit formulier
geklasseerd in het dossier van de gedetineerde.
Wordt mijn verblijf in de strafcel genoteerd?
Ja, op een formulier met uw identiteit, de
feiten en de omstandigheden. Elke dag wordt genoteerd wanneer de cel begon en
eindigde, wie u bezocht en waarom u de cel verliet.
Mag ik zelf iets laten noteren?
Ja, naar aanleiding van het dagelijks
bezoek van de directeur kunt u opmerkingen laten optekenen.
Wie mag dit formulier inkijken?
Personen of instanties die toezicht houden,
kunnen het tijdens de sanctie laten voorleggen en eigen opmerkingen toevoegen,
naast die van u. Daarna wordt het in uw dossier geklasseerd.
KORT GEZEGD
Uw verblijf in de
strafcel wordt dagelijks genoteerd, en u mag opmerkingen laten noteren.
Artikel 139
WAT ZEGT DE WET?
Indien gedurende de tijd
van zijn verblijf in de strafcel de gedetineerde een in artikel 129 bedoelde
tuchtrechtelijke inbreuk pleegt, kan de opsluiting in de strafcel worden
verlengd, op basis van een beslissing die genomen wordt overeenkomstig de in hoofdstuk
V bepaalde procedure. Het verblijf in de strafcel kan als gevolg van deze
opeenvolgende beslissingen enkel de negen dagen overschrijden in geval van een
zware aanslag op de fysieke integriteit van een persoon. In geen geval kan het
verblijf in de strafcel veertien dagen overschrijden.
Kan de strafcel verlengd worden?
Ja, als u in de strafcel een nieuwe
ernstige tuchtinbreuk pleegt, via dezelfde tuchtprocedure.
Hoe lang kan het maximaal duren?
Meer dan negen dagen kan alleen bij een
zware aanslag op de fysieke integriteit van een persoon. In geen geval langer
dan veertien dagen.
KORT GEZEGD
De strafcel kan verlengd
worden bij een nieuwe ernstige inbreuk, maar nooit langer dan veertien dagen.
Afdeling IV. - Afzondering in de aan de
gedetineerde toegewezen verblijfsruimte.
Artikel 140
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Deze tuchtsanctie wordt uitgevoerd
in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte.
§ 2. Voor de duur van deze tuchtsanctie
blijft de gedetineerde ontzegd van het recht om deel te nemen aan
gemeenschappelijke activiteiten. De directeur kan de gedetineerde toestaan deel
te nemen aan vormingsactiviteiten in gemeenschappelijk verband en aan
activiteiten die verband houden met zijn eredienst of zijn levensbeschouwing.
De directeur draagt er zorg voor dat de gedetineerde :
1° de mogelijkheid heeft om minstens één
uur per dag in de buitenlucht te verblijven;
2° zijn godsdienst of levensbeschouwing
individueel kan beleven en belijden en daartoe dagelijks het bezoek kan
ontvangen van de daarvoor aan de gevangenis verbonden of tot de gevangenis
toegelaten vertegenwoordiger van zijn godsdienst of levensbeschouwing. De
gedetineerde behoudt het recht om verder bezoek te ontvangen van de in artikel
59, § 1, bedoelde personen van buiten de gevangenis. Behoudens andersluidende
beslissing vanwege de directeur vindt het bezoek plaats in een lokaal dat
voorzien is van een transparante wand die de bezoekers van de gedetineerde
scheidt. Het gebruik van de telefoon wordt beperkt tot één telefoongesprek per
week, zonder afbreuk te doen aan het recht om te telefoneren naar een advocaat
of naar een persoon die belast is met rechtshulp of juridische bijstand, in
overeenstemming met wat bedoeld is in artikel 104. De gedetineerde ontvangt
voor de duur van de afzondering op de aan de gedetineerde toegewezen
verblijfsruimte :
1° geen inkomsten uit arbeid, tenzij voor
arbeid verricht buiten gemeenschappelijk verband;
2° geen
opleidingsbijdrage voor vormingsactiviteiten in gemeenschappelijk verband die
overeenkomstig artikel 83, § 3 met arbeid worden gelijkgesteld, behoudens
wanneer de directeur hem heeft toegestaan aan dergelijke activiteiten deel te
nemen.
Wat is afzondering op de verblijfsruimte?
U wordt voor een tuchtstraf op uw eigen cel
afgezonderd.
Welke rechten blijven?
Minstens een uur per dag buiten,
godsdienstbeleving en bezoek van de vertegenwoordiger, bezoek van naaste
familie (meestal achter een transparante wand) en één telefoongesprek per week,
behalve naar een advocaat of rechtshulpverlener. De directeur kan toestaan dat
u aan vorming en aan godsdienstige activiteiten deelneemt.
Wat verliest u?
Gemeenschappelijke activiteiten en het
inkomen uit arbeid, tenzij voor werk buiten gemeenschappelijk verband.
Hoe lang mag de afzondering op mijn verblijfsruimte duren?
Maximaal dertig dagen voor een tuchtfeit
van de eerste categorie en maximaal vijftien dagen voor een feit van de tweede
categorie (artikel 132). Bij nieuwe tuchtfeiten tijdens de afzondering kan ze
worden verlengd, maar nooit boven vijfenveertig dagen (artikel 142).
KORT GEZEGD
Bij afzondering op uw
cel blijven bezoek, buitenlucht en uw advocaat gegarandeerd, maar uw
gemeenschappelijke activiteiten vallen weg.
Artikel 141
WAT ZEGT DE WET?
De gedetineerde die het
voorwerp uitmaakt van deze tuchtsanctie wordt minstens wekelijks bezocht door
de directeur en een arts, die zich vergewissen van de toestand van de
gedetineerde en nagaan of de gedetineerde geen klachten of opmerkingen te
formuleren heeft.
Wordt er naar mij omgekeken?
Ja, minstens wekelijks bezoeken de
directeur en een arts u om uw toestand te beoordelen en uw klachten te horen.
KORT GEZEGD
Tijdens afzondering
wordt u wekelijks bezocht door de directeur en een arts.
Artikel 142
WAT ZEGT DE WET?
Indien, tijdens zijn
periode van afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte,
de gedetineerde een nieuwe tuchtrechtelijke inbreuk pleegt, kan deze
afzondering verlengd worden, op basis van een beslissing die genomen wordt
overeenkomstig de in hoofdstuk V bepaalde procedure. De afzondering in de aan
de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte kan als gevolg van deze
opeenvolgende beslissingen enkel de dertig dagen overschrijden in geval van een
zware aanslag op de fysieke integriteit van een persoon. In geen geval kan de
afzondering vijfenveertig dagen overschrijden.
Kan de afzondering verlengd worden?
Ja, bij een nieuwe tuchtinbreuk. Meer dan
dertig dagen kan alleen bij een zware aanslag op de fysieke integriteit van een
persoon, nooit langer dan vijfenveertig dagen.
Hoe lang mag het in totaal duren?
Enkel bij een zware aanslag op de fysieke
integriteit van een persoon mag de afzondering de dertig dagen overschrijden.
In geen geval mag ze vijfenveertig dagen overschrijden. Deze beperking geldt
sinds 26 februari 2026.
KORT GEZEGD
Afzondering kan verlengd
worden maar nooit langer dan 45 dagen.
HOOFDSTUK IV. - De toemeting van
tuchtsancties.
Artikel 143
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Bij de keuze van de aard en de
omvang van de tuchtsanctie wordt rekening gehouden met de ernst van de inbreuk,
met de omstandigheden waarin zij plaatsvond, verzachtende omstandigheden en met
de voorlopige maatregelen die eventueel overeenkomstig artikel 145, § 1, werden
opgelegd.
§ 2. Bij samenloop tussen
tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één
tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de
samenlopende tuchtinbreuken.
§ 3. De tuchtsancties kunnen afzonderlijk
of cumulatief worden opgelegd, met uitzondering van de tuchtsanctie van
opsluiting in een strafcel en afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen
verblijfsruimte, die alleen kunnen worden opgelegd met uitsluiting van de
andere tuchtsancties. In alle gevallen worden de grenzen van de evenredigheid
tussen de ernst van de inbreuk en de tuchtrechtelijke sancties alsook de
vereisten inzake redelijkheid en billijkheid in acht genomen.
§ 4. De tuchtsancties kunnen geheel of
ten dele met uitstel worden opgelegd voor een proeftijd van maximaal drie
maanden, mits de algemene voorwaarde dat de gedetineerde zich onthoudt van
nieuwe tuchtrechtelijke inbreuken. Voor de duur van de proeftijd kunnen tevens
bijzondere voorwaarden worden opgelegd voorzover de gedetineerde zich vooraf
akkoord verklaart om deze na te leven en mits ze niet de aard van een sanctie
hebben. Wanneer de proeftijd gunstig is verlopen, kan de uitgesproken
tuchtsanctie niet meer ten uitvoer gelegd worden. Bij het niet naleven van de
aan het uitstel verbonden voorwaarden kan de directeur bepalen dat de met
uitstel uitgesproken tuchtsanctie geheel of gedeeltelijk ten uitvoer wordt
gelegd.
§ 5. De directeur kan
een in uitvoering zijnde tuchtsanctie omzetten in een tuchtsanctie met uitstel
en hij kan de in uitvoering zijnde sanctie voortijdig beëindigen wanneer hij
van oordeel is dat het doel van de sanctie is bereikt vooraleer de uitvoeringstermijn
verstreken is.
Hoe wordt de straf bepaald?
Er wordt rekening gehouden met de ernst van
de inbreuk, de omstandigheden, verzachtende omstandigheden en eventuele
voorlopige maatregelen.
Kunnen straffen samen worden opgelegd?
Ja, behalve strafcel en afzondering, die
alleen opgelegd worden zonder andere sancties. De straf moet in verhouding
staan tot de inbreuk.
Kan de straf met uitstel?
Ja, geheel of gedeeltelijk, voor maximaal
drie maanden proeftijd. Bij een goede proeftijd wordt de straf niet meer
uitgevoerd. De directeur kan een straf ook voortijdig beëindigen of omzetten in
uitstel.
Wat bij meerdere tuchtfeiten tegelijk?
De verschillende feiten worden gestraft als
één tuchtfeit van dezelfde categorie als het zwaarste feit.
Kan de directeur een lopende sanctie milder maken?
Ja. Hij kan een lopende sanctie omzetten in
een sanctie met uitstel of ze vroegtijdig beëindigen als hij van oordeel is dat
het doel bereikt is.
KORT GEZEGD
Een tuchtstraf is
evenredig, kan met uitstel worden opgelegd en kan door de directeur worden
stopgezet.
HOOFDSTUK V. - De tuchtprocedure.
Artikel 144
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Wanneer een lid van het personeel
een feit vaststelt waarvan het vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk
uitmaakt of wanneer een dergelijke inbreuk hem ter kennis wordt gebracht, stelt
hij een rapport op voor de directeur. Hij bezorgt dit rapport zo spoedig
mogelijk aan de directeur die binnen zeven dagen na de ontvangst van dit
rapport handelt overeenkomstig § 3. Het opstellen van het rapport brengt geen
wijziging mee aan de levensvoorwaarden van de gedetineerde in de gevangenis,
behoudens het bepaalde in artikel 145. Het rapport, dat ondertekend wordt door
de opsteller, vermeldt de identiteit van de opsteller, de identiteit van de
gedetineerde, de feiten die als tuchtrechtelijke inbreuk worden beschouwd, de
plaats, het ogenblik en de concrete omstandigheden waarin de feiten
plaatsvonden. De minister bepaalt het model voor dit rapport. De directeur laat
zich alle nuttige informatie bezorgen voor de beoordeling van de zaak.
§ 3. Indien de directeur meent dat de
feiten een tuchtrechtelijk gevolg vereisen, wordt de gedetineerde door afgifte
van een formulier schriftelijk in kennis gesteld van de tenlastelegging, van
het feit dat tegen hem een tuchtprocedure zal worden opgestart, dat hij zijn
tuchtdossier kan raadplegen en dat hij gehoord zal worden op een door de
directeur bepaalde dag en tijdstip. De gedetineerde die de schriftelijke
tenlastelegging niet kan lezen, of die de taal ervan niet verstaat, wordt in de
gelegenheid gesteld de inhoud en de omschrijving van de tenlastelegging te
verstaan. De minister bepaalt het model van het in het eerste lid bedoelde
formulier.
§ 4. De gedetineerde heeft het recht zich
tijdens de tuchtprocedure te laten bijstaan door een advocaat.
§ 5. De directeur hoort de gedetineerde
in zijn middelen van verdediging binnen zeven dagen na de overhandiging van het
in paragraaf 3 bedoeld formulier. Indien de gedetineerde het voorwerp uitmaakt
van een in artikel 145 bedoelde voorlopige maatregel, wordt hij gehoord binnen
tweeënzeventig uur nadat deze in werking is getreden. De directeur stelt de
gedetineerde, in een taal die hij kan verstaan, desgevallend met behulp van
derden, in kennis van de hem ten laste gelegde feiten. De gedetineerde brengt zijn
verweermiddelen mondeling en, zo hij dit wenst schriftelijk, ter kennis van de
directeur. De directeur kan de opsteller van het tuchtrapport en één of
meerdere getuigen horen in aanwezigheid van de gedetineerde.
§ 6. De directeur neemt een beslissing
binnen vierentwintig uur nadat de gedetineerde werd gehoord. De gedetineerde
kan alleen schuldig worden verklaard aan de hem ten laste gelegde
tuchtrechtelijke inbreuk wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal
waarover hij beschikt, de ten laste gelegde feiten bewezen acht en de daarvoor
ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan, schuldig acht.
§ 7. De gedetineerde wordt binnen
vierentwintig uur mondeling, in een taal die hij kan verstaan, en schriftelijk
in kennis gesteld van de beslissing en van de beweegredenen waarop zij steunt,
in het bijzonder de motieven die de keuze en de maat van de sanctie hebben
bepaald. Zowel bij de mondelinge als bij de in het eerste lid bedoelde
schriftelijke mededeling wordt de gedetineerde in kennis gesteld van de
mogelijkheid om een klacht in te dienen.
§ 8. De beslissing is
uitvoerbaar zodra zij mondeling ter kennis van de gedetineerde is gebracht en
dit onverminderd de mogelijkheid van beklag.
Hoe begint een tuchtprocedure?
Een personeelslid maakt een rapport voor de
directeur. Binnen zeven dagen beslist hij of er tuchtgevolgen aan verbonden
worden.
Wat krijg ik te horen?
U krijgt schriftelijk een formulier met de
tenlastelegging, krijgt inzage in uw tuchtdossier en wordt gehoord op een
bepaald moment. Als u de taal niet verstaat, wordt het u uitgelegd.
Mag ik hulp krijgen?
Ja, van een advocaat.
Wanneer word ik gehoord?
Binnen zeven dagen na het formulier, of
binnen 72 uur bij voorlopige maatregelen. U kunt mondeling en schriftelijk
verweer voeren.
Wanneer beslist de directeur?
Binnen 24 uur na het horen. U wordt binnen
24 uur mondeling en schriftelijk op de hoogte gebracht, met de redenen.
Kan ik me ertegen verzetten?
Ja, u kunt klacht indienen. De beslissing
is wel meteen uitvoerbaar.
Hoe verloopt het verhoor?
De directeur stelt u in een taal die u
verstaat, indien nodig met hulp van derden, in kennis van de feiten. U brengt
uw verweer mondeling en, als u wilt, schriftelijk naar voren. De directeur kan
de opsteller van het rapport en getuigen in uw aanwezigheid horen.
Wanneer kan ik schuldig verklaard worden?
Alleen als de directeur, op grond van al
het bewijsmateriaal, de feiten bewezen acht en u daaraan schuldig vindt.
Wanneer wordt de sanctie uitgevoerd?
Zodra ze u mondeling is meegedeeld, ook als
u een klacht indient (zie titel VIII). Een klacht schorst de sanctie dus niet
automatisch, maar u kunt de voorzitter van de Klachtencommissie vragen de
uitvoering te schorsen (artikel 156).
Wat moet er in het tuchtrapport staan?
Het rapport moet ondertekend zijn en de
identiteit van de opsteller, uw identiteit, de feiten die als tuchtfout worden
beschouwd, en de plaats, het ogenblik en de concrete omstandigheden vermelden.
De minister bepaalt het model van het rapport.
Verandert er iets aan mijn dagelijks leven zodra het rapport is
opgesteld?
Nee. Het opstellen van het rapport
verandert uw levensvoorwaarden niet, behalve als de directeur een voorlopige
maatregel oplegt (artikel 145).
KORT GEZEGD
In de tuchtprocedure
heeft u recht op schriftelijke informatie, een advocaat, gehoord worden, een
snelle gemotiveerde beslissing en klacht.
Artikel 145
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. In geval van ernstige en
opzettelijke aantasting van de interne veiligheid of indien door het aanzetten
of voeren van collectieve acties de veiligheid in de gevangenis ernstig in
gevaar wordt gebracht kan de directeur, in afwachting van de tuchtprocedure,
voorlopige maatregelen nemen en daartoe tot op het ogenblik waarop de
beslissing tot tuchtsanctie mondeling aan de gedetineerde is meegedeeld de in
artikel 112, § 1, bedoelde bijzondere veiligheidsmaatregelen opleggen. In geval
van gevaar voor de orde of de veiligheid kan de directeur, in afwachting van de
tuchtprocedure, voorlopige maatregelen nemen en daartoe tot op het ogenblik
waarop de beslissing tot tuchtsanctie mondeling aan de gedetineerde is
meegedeeld de in artikel 112, § 1, 1°, 2° en 3°, bedoelde bijzondere
veiligheidsmaatregelen opleggen.
§ 2. De voorlopige maatregelen mogen niet
worden genomen met het oog op onmiddellijke bestraffing.
§ 3. Indien de in
afwachting van de tuchtprocedure genomen bijzondere veiligheidsmaatregel wordt
omgevormd in een vergelijkbare sanctie, wordt de duur van de voorlopige
maatregel in mindering gebracht van deze tuchtsanctie.
Kan de directeur mij vooraf maatregelen opleggen?
Ja, voorlopig tot de beslissing mondeling
wordt meegedeeld, bij ernstige aantasting van de interne veiligheid of
collectieve acties (bijzondere veiligheidsmaatregelen van artikel 112), of bij
gevaar voor orde en veiligheid (enkele lichtere maatregelen).
Is dit een straf?
Nee. De voorlopige maatregelen mogen niet
bedoeld zijn als onmiddellijke bestraffing, en hun duur wordt in mindering
gebracht van een vergelijkbare tuchtstraf.
Hoe lang kan dat duren?
Tot op het ogenblik dat de tuchtbeslissing
mondeling aan u is meegedeeld.
Telt de voorlopige maatregel mee?
Ja. Als de voorlopige maatregel wordt
omgevormd in een vergelijkbare tuchtsanctie, wordt de duur ervan in mindering
gebracht van de sanctie.
KORT GEZEGD
Voorlopige maatregelen
zijn geen straf en worden in mindering gebracht van latere sancties.
Artikel 146
WAT ZEGT DE WET?
De tuchtrechtelijke
sancties worden ingeschreven in een bijzonder daartoe bestemd register. De
Koning bepaalt de vorm van dat register en de verplicht op te nemen
vermeldingen.
Worden tuchtstraffen geregistreerd?
Ja, in een bijzonder register. De Koning
bepaalt de vorm en de verplichte vermeldingen.
KORT GEZEGD
Elke tuchtstraf wordt in
een register genoteerd.
TITEL VIII. -
Afhandeling van klachten en van bezwaar tegen plaatsing of overplaatsing.
HOOFDSTUK I. - Klachten.
Artikel 147
WAT ZEGT DE WET?
Onverminderd de
mogelijkheden die hem geboden worden in het kader van de briefwisseling, het
bezoek en het toezicht op de gevangenissen, dient de gedetineerde in de
gelegenheid gesteld te worden zich te wenden tot de directeur, met klachten, in
aangelegenheden die hem zelf betreffen.
Kan ik me met een klacht tot de directeur wenden?
Ja. U moet de gelegenheid krijgen u tot de
directeur te wenden met klachten over zaken die u zelf aangaan. Dit staat los
van de mogelijkheden via briefwisseling, bezoek en toezicht.
KORT GEZEGD
U mag met uw klachten
altijd naar de directeur stappen.
Artikel 148
WAT ZEGT DE WET?
Onverminderd de
mogelijkheid voor een gedetineerde om zich te richten tot de directie en de
Commissie van toezicht, kan een gedetineerde bij de Klachtencommissie beklag
doen over elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van hem
genomen werd. Met een in het eerste lid bedoelde beslissing wordt gelijkgesteld
het verzuim of de weigering een beslissing te nemen binnen een wettelijke
termijn, of bij het ontbreken ervan, binnen een redelijke termijn.
Waarover mag ik klagen?
Over elke beslissing die door of namens de
directeur ten aanzien van u genomen is. U doet dat bij de Klachtencommissie.
Kan ik ook klagen als er geen beslissing komt?
Ja. Het niet nemen of weigeren van een
beslissing binnen een wettelijke of redelijke termijn telt ook als een
beslissing.
Kan ik ook buiten de Klachtencommissie klagen?
Ja, u kunt zich ook richten tot de directie
en de Commissie van toezicht.
Wat kost een klacht?
Niets. De uitspraak wordt u kosteloos
bezorgd (artikel 157, § 2). Een advocaat of vertrouwenspersoon is niet
verplicht, maar mag u bijstaan (artikel 155).
Kan ik klagen over een beslissing van een personeelslid?
De klacht gaat over beslissingen die door
of namens de directeur werden genomen. Gaat het om gedrag van personeel, meld
het dan bij de directeur, de maandcommissaris of de commissie van toezicht
(artikelen 26 en 30, 147).
KORT GEZEGD
U kan klagen over elke
beslissing van de directeur, of over het uitblijven van een beslissing, bij de
Klachtencommissie.
Artikel 149
WAT ZEGT DE WET?
De gedetineerde die een
klacht wenst in te dienen, wordt daartoe onverwijld in de gelegenheid gesteld.
Voorzover dit nog niet was geschied, wordt hem uiterlijk vierentwintig uur
nadat hij daartoe het verzoek gedaan heeft, schriftelijke mededeling gedaan van
de beslissing waarover hij een klacht wenst in te dienen en van de redenen
waarop die beslissing steunt.
Kan ik meteen een klacht indienen?
Ja, u wordt daartoe onverwijld in de
gelegenheid gesteld.
Krijg ik de beslissing op papier?
Ja. Als dat nog niet gebeurd is, krijgt u
binnen 24 uur nadat u erom vraagt de beslissing en de redenen schriftelijk.
KORT GEZEGD
U krijgt snel de kans om
te klagen en op verzoek binnen 24 uur de beslissing schriftelijk.
Artikel 150
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Beklag wordt gedaan door indiening
van een klacht bij de Klachtencommissie bij de gevangenis waar de beslissing is
genomen waarover de gedetineerde zich beklaagt.
§ 2. In de klacht worden zo nauwkeurig
mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht
vermeld.
§ 3. De taal waarin de klacht moet worden
opgesteld en behandeld, wordt bepaald door de bij het koninklijk besluit van 18
juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken.
§ 4. Aan een gedetineerde die ongeletterd
is of de taal van de op hem toepasselijke procedure niet kent, wordt bijstand
verleend bij het opstellen van de klacht en bij de verdere afhandeling van de
procedure.
§ 5. De klacht wordt
ingediend uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft
gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen. Een na afloop
van deze termijn ingediende klacht is niettemin ontvankelijk indien blijkt, rekening
houdend met alle omstandigheden, dat de gedetineerde de klacht zo spoedig heeft
ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden.
Hoe dien ik een klacht in?
Bij de Klachtencommissie van de gevangenis
waar de beslissing werd genomen. Vermeld zo nauwkeurig mogelijk de beslissing
en uw redenen.
In welke taal?
Dat bepalen de wetten op het gebruik van de
talen in bestuurszaken.
Wat als ik niet kan lezen of schrijven?
Dan krijgt u bijstand bij het opstellen van
de klacht en bij de verdere procedure.
Binnen welke termijn?
Uiterlijk de zevende dag nadat u de
beslissing kende. Een latere klacht is toch ontvankelijk als u ze zo snel hebt
ingediend als redelijkerwijs van u verwacht kon worden.
Moet ik een advocaat nemen om te klagen?
Nee. U mag zelf klagen, maar u mag zich
laten bijstaan door een advocaat of door een vertrouwenspersoon van uw keuze
die door de Klachtencommissie wordt aanvaard (artikel 155).
KORT GEZEGD
Dien uw klacht in binnen
zeven dagen, schriftelijk en duidelijk, en vraag bijstand als u die nodig hebt.
Artikel 151
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Behalve in de gevallen bedoeld in §
2, wordt de klacht behandeld door de voltallige Klachtencommissie.
§ 2. De voorzitter van de
Klachtencommissie of een door hem aangewezen lid van de Klachtencommissie kan,
indien hij de klacht als kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of
kennelijk gegrond acht, of wanneer hij de zaak als hoogdringend beoordeelt, de
zaak als alleensprekend klachtenrechter afdoen. In dit geval zijn de artikelen
152 en volgende van overeenkomstige toepassing.
§ 3. De alleensprekende klachtenrechter
kan de behandeling te allen tijde naar de voltallige Klachtencommissie
verwijzen.
§ 4. Behoudens
onverenigbaarheid met een bindende bepaling van een in België geldend verdrag,
geschiedt de behandeling van de klacht niet in het openbaar.
Wie behandelt mijn klacht?
In principe de voltallige
Klachtencommissie. De voorzitter of een door hem aangewezen lid kan de zaak
alleen afhandelen als de klacht kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk
ongegrond of kennelijk gegrond is, of dringend is.
Is de zitting openbaar?
Nee, tenzij een verdrag dat anders eist.
Kan één persoon alleen oordelen?
Ja, als de voorzitter of een door hem
aangewezen lid de klacht kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of
kennelijk gegrond vindt, of de zaak hoogdringend is. Die "alleensprekende
klachtenrechter" kan de zaak altijd doorverwijzen naar de voltallige
commissie.
KORT GEZEGD
Meestal behandelt de
volledige Klachtencommissie uw klacht, soms één rechter alleen, niet in het
openbaar.
Artikel 152
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Na ontvangst van de klacht wordt een
afschrift ervan aan de directeur overgezonden.
§ 2. Indien de directeur
van oordeel is dat de klacht kennelijk onontvankelijk of kennelijk ongegrond
is, of dat poging tot bemiddeling door de maandcommissaris, bedoeld in artikel
153, wenselijk is, brengt hij dit binnen achtenveertig uur na ontvangst van de
klacht, schriftelijk, met mededeling van zijn motieven, ter kennis van de
alleensprekende klachtenrechter of van de Klachtencommissie. In de andere
gevallen deelt hij, binnen achtenveertig uur na het indienen van de klacht,
schriftelijk de informatie en opmerkingen mee die hij nuttig acht voor de
beoordeling van de gegrondheid van de klacht. De inhoud van deze informatie en
opmerkingen wordt onmiddellijk schriftelijk ter kennis gebracht van de klager.
Wat gebeurt er met mijn klacht?
Een afschrift gaat naar de directeur.
Binnen 48 uur laat hij schriftelijk weten of hij de klacht kennelijk ongegrond
of onontvankelijk vindt, of bemiddeling wenselijk is, of hij geeft zijn
opmerkingen mee. Die opmerkingen krijgt u onmiddellijk schriftelijk.
Wat kan de directeur doen?
Binnen achtenveertig uur laat hij
schriftelijk weten of hij de klacht kennelijk onontvankelijk of ongegrond
vindt, of dat een bemiddeling door de maandcommissaris wenselijk is. In andere
gevallen deelt hij binnen achtenveertig uur de informatie en opmerkingen mee
die hij nuttig vindt.
Krijg ik die opmerkingen te lezen?
Ja. De inhoud wordt onmiddellijk
schriftelijk aan u meegedeeld.
KORT GEZEGD
De directeur krijgt uw
klacht en moet binnen 48 uur schriftelijk reageren. U krijgt zijn reactie te
lezen.
Artikel 153
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Alvorens de klacht verder te
behandelen, kan de Klachtencommissie of de alleen zetelend klachtenrechter,
behoudens verzet van de directeur, de klacht overzenden aan de
maandcommissaris, teneinde het deze mogelijk te maken om een bemiddeling voor
te stellen en te organiseren tussen de directeur en de gedetineerde en, in
zoverre het vergelijk daartoe aanleiding geeft, aan de gedetineerde de
mogelijkheid te geven om afstand te doen van zijn klacht.
§ 2. Mits hij daartoe door de
gedetineerde formeel gemandateerd wordt, stelt de maandcommissaris de alleen
zetelende klachtenrechter dan wel de klachtencommissie op de hoogte van het
bereikte vergelijk en van, in voorkomend geval, de klachtafstand van de
gedetineerde.
§ 3. Klachtafstand maakt
een einde aan de beklagprocedure.
Kan er bemiddeld worden?
Ja. De Klachtencommissie of de alleen
zetelende rechter kan de klacht naar de maandcommissaris sturen om te
bemiddelen tussen u en de directeur, tenzij de directeur zich verzet.
Wat als er een akkoord is?
Dan kunt u afstand doen van uw klacht. De
maandcommissaris deelt dit mee als u hem daartoe formeel hebt gemachtigd.
Klachtafstand beëindigt de procedure.
KORT GEZEGD
De maandcommissaris kan
proberen te bemiddelen. Als u afstand doet van uw klacht, stopt de procedure.
Artikel 154
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De Klachtencommissie stelt de klager
en de directeur in de gelegenheid desgewenst mondelinge opmerkingen te maken
met betrekking tot de klacht, tenzij ze het beklag als kennelijk
onontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond beoordeelt, zonder dat
nader onderzoek vereist is.
§ 2. De Klachtencommissie kan de
directeur en de klager buiten elkaars aanwezigheid horen. In dat geval worden
zij in de gelegenheid gesteld vooraf de vragen op te geven die zij gesteld
wensen te zien en wordt de zakelijke inhoud van de aldus afgelegde verklaring
door de voorzitter van de klachtencommissie aan de klager en aan de directeur
mondeling medegedeeld.
§ 3. De Klachtencommissie kan, hetzij
ambtshalve, hetzij op verzoek van de directeur of van de klager, bij derden
mondelinge of schriftelijke inlichtingen inwinnen. Indien mondelinge
inlichtingen worden ingewonnen kunnen, de directeur en de klager vooraf de
vragen opgeven die zij bij hun afwezigheid gesteld wensen te zien en wordt de
zakelijke inhoud van de aldus afgelegde verklaring door de voorzitter van de
Klachtencommissie aan de klager en aan de directeur mondeling medegedeeld.
§ 4. Indien de gedetineerde zich niet
langer bevindt in de gevangenis waar de beslissing waartegen beklag wordt
gedaan genomen is, kan de Klachtencommissie bepalen :
1° dat de directeur en de klager
uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld de klacht schriftelijk toe te
lichten of van commentaar te voorzien;
2° dat de mondelinge opmerkingen ten
overstaan van een lid van de Klachtencommissie kunnen worden gemaakt;
3° dat, indien bij een
andere persoon mondelinge inlichtingen worden ingewonnen, de directeur en de
klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld aan die persoon
schriftelijke vragen te stellen.
Mag ik mijn klacht mondeling toelichten?
Ja, u en de directeur krijgen de
gelegenheid mondeling opmerkingen te maken, tenzij de klacht duidelijk
niet-ontvankelijk, ongegrond of gegrond is zonder nader onderzoek.
Wordt iedereen samen gehoord?
Niet noodzakelijk. De commissie kan u en de
directeur apart horen. Dan kunt u vooraf vragen opgeven en de inhoud van de
verklaring wordt aan u meegedeeld.
Kan de commissie nog iemand horen?
Ja, derden, mondeling of schriftelijk.
Wat als ik niet meer in die gevangenis zit?
Dan kan de commissie bepalen dat de
toelichting schriftelijk gebeurt of voor een lid van de commissie.
KORT GEZEGD
U mag uw klacht
mondeling toelichten, apart gehoord worden en vragen laten stellen.
Artikel 155
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De klager heeft het recht zich door
een advocaat te laten bijstaan of door een door hem gekozen vertrouwenspersoon
die daartoe door de Klachtencommissie wordt aanvaard.
§ 2. Zowel de directeur
als de klager hebben het recht de stukken van het geding in te zien.
Mag ik hulp krijgen bij de klacht?
Ja, van een advocaat of van een
vertrouwenspersoon die de Klachtencommissie aanvaardt.
Mag ik de stukken inkijken?
Ja, u en de directeur kunnen de stukken van
het dossier inzien.
KORT GEZEGD
U mag zich laten
bijstaan en het klachtendossier inkijken.
Artikel 156
WAT ZEGT DE WET?
In afwachting van de
uitspraak over de klacht kan de voorzitter van de Klachtencommissie, na de
directeur te hebben gehoord, de tenuitvoerlegging van de beslissing waarop de
klacht betrekking heeft geheel of gedeeltelijk schorsen. Hij doet hiervan
onverwijld mededeling aan de directeur en de klager.
Wordt de beslissing meteen uitgevoerd?
Niet noodzakelijk. In afwachting van de
uitspraak kan de voorzitter van de Klachtencommissie, na de directeur gehoord
te hebben, de uitvoering geheel of gedeeltelijk schorsen. U en de directeur
worden meteen verwittigd.
KORT GEZEGD
De voorzitter kan de
beslissing waartegen u klaagt tijdelijk schorsen.
Artikel 157
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Er wordt zo spoedig mogelijk, en
uiterlijk veertien dagen na het indienen van de klacht of van het falen van de
bemiddeling bedoeld in artikel 153, uitspraak gedaan over de klacht. De
uitspraak is met redenen omkleed en vermeldt de mogelijkheid van beroep bij de
Beroepscommissie van de Centrale Raad, de wijze waarop en de termijn waarbinnen
dit beroep moet worden ingesteld.
§ 2. Aan de klager en de directeur wordt
onverwijld en kosteloos een afschrift van de uitspraak van de Klachtencommissie
overgezonden.
§ 3. De secretaris van
de Klachtencommissie zendt van alle uitspraken van de Klachtencommissie een
afschrift naar de minister.
Hoe snel krijg ik antwoord?
Zo snel mogelijk en uiterlijk veertien
dagen na uw klacht, of na het mislukken van de bemiddeling.
Wat staat in de uitspraak?
De redenen, en ook of u in beroep kunt gaan
bij de Beroepscommissie, hoe en binnen welke termijn.
Krijg ik een kopie?
Ja, onverwijld en gratis.
KORT GEZEGD
U krijgt binnen veertien
dagen een gemotiveerde uitspraak en een gratis kopie, met uitleg over beroep.
Artikel 158
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De Klachtencommissie kan beslissen
de klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk, ongegrond of gegrond te
verklaren.
§ 2. De klacht wordt gegrond verklaard
wanneer de Klachtencommissie van oordeel is dat de beslissing waarover geklaagd
is :
1° in strijd is met een in de gevangenis
geldend wettelijk voorschrift of met een bindende bepaling van een in België
geldend verdrag; of
2° bij afweging van alle in aanmerking
komende belangen, onredelijk of onbillijk moet worden geacht.
§ 3. Voorzover de klacht gegrond wordt
verklaard, vernietigt de Klachtencommissie de beslissing, en kan ze :
1° de directeur opdragen, binnen een door
haar bepaalde termijn, een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar
uitspraak;
2° bepalen dat haar uitspraak in de
plaats treedt van de vernietigde beslissing;
3° zich beperken tot een gehele of
gedeeltelijke vernietiging van de beslissing.
§ 3/1. Bij vernietiging van een
beslissing genomen overeenkomstig artikel 118, § 3/1, eerste lid, en § 7,
vierde lid, van een beslissing tot plaatsing of overplaatsing als bedoeld in de
artikelen 17 en 18 of tot toewijzing van een verblijfsruimte genomen ten
aanzien van een gedetineerde geplaatst onder voormeld individueel bijzonder
veiligheidsregime, kan de Klachtencommissie of de Beroepscommissie enkel
toepassing maken van paragraaf 3, 1° en 3°. Zij vermeldt de specifieke redenen
waarom ze de bestreden beslissing geheel of gedeeltelijk vernietigt en omkleedt
eveneens haar beslissing met de bijzondere redenen hoe deze beslissing verzoend
kan worden met de aangegeven veiligheidsrisico's. In voorkomend geval omkleedt
zij haar beslissing met de bijzondere redenen waarom zij afwijkt van het advies
van de federale procureur of de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
§ 4. Bij vernietiging van de beslissing
worden de gevolgen van de vernietigde beslissing, voor zover mogelijk, door de
directeur ongedaan gemaakt, dan wel in overeenstemming gebracht met de
uitspraak van de Klachtencommissie. Voorzover de gevolgen van de vernietigde
beslissing niet meer ongedaan kunnen gemaakt worden, bepaalt de
Klachtencommissie, na de directeur te hebben gehoord, of aan de klager enige
tegemoetkoming, met uitsluiting van elke financiële vergoeding, moet worden
toegekend.
§ 5. De beslissing van
de Klachtencommissie is uitvoerbaar ongeacht de mogelijkheid van beroep,
behoudens tegenstrijdige beslissing van de voorzitter van de Beroepscommissie
overeenkomstig artikel 160. In geval van hoger beroep blijft niettemin de
beslissing van de Klachtencommissie om een compensatie toe te kennen, zoals
bepaald in § 4, tweede lid, opgeschort.
Wat kan de Klachtencommissie beslissen?
Ze kan uw klacht geheel of gedeeltelijk
niet-ontvankelijk, ongegrond of gegrond verklaren.
Wanneer is een klacht gegrond?
Als de beslissing in strijd is met een
wettelijk voorschrift of een verdrag, of bij afweging van alle belangen
onredelijk of onbillijk is.
Wat gebeurt er dan?
De beslissing wordt vernietigd. De
commissie kan de directeur opdragen binnen een termijn opnieuw te beslissen,
haar eigen uitspraak in de plaats stellen of zich tot de vernietiging beperken.
Worden de gevolgen hersteld?
Voor zover mogelijk wel. Als dat niet meer
kan, bepaalt de commissie of u een tegemoetkoming krijgt, maar geen geldelijke
vergoeding.
Is de uitspraak meteen uitvoerbaar?
Ja, ook als er beroep mogelijk is, tenzij
de voorzitter van de Beroepscommissie anders beslist. Een toegekende
compensatie wordt wel opgeschort bij hoger beroep.
Is er iets bijzonders voor het veiligheidsregime?
Ja. Bij beslissingen over het bijzonder
veiligheidsregime in het kader van georganiseerde misdaad zijn er aanvullende
regels over wat de commissie kan beslissen. Let op: het Grondwettelijk Hof
heeft deze paragraaf bij arrest 163/2025 vernietigd.
Wat kan ik doen als ik niet akkoord ga met de uitspraak?
U kunt hoger beroep instellen bij de
Beroepscommissie van de Centrale Raad, uiterlijk op de zevende dag na ontvangst
van het afschrift van de uitspraak (artikel 159). Ook de directeur kan beroep
instellen.
KORT GEZEGD
Een gegronde klacht
leidt tot vernietiging van de beslissing, en de directeur moet de gevolgen
zoveel mogelijk herstellen.
HOOFDSTUK II. - Hoger beroep tegen de
uitspraak van de Klachtencommissie.
Artikel 159
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Tegen de uitspraak van de
Klachtencommissie kunnen het inrichtingshoofd, of bij diens afwezigheid de
persoon die hem vervangt, en de klager hoger beroep instellen bij de
Beroepscommissie van de Centrale Raad.
§ 2. Om hoger beroep in te stellen,
wordt, uiterlijk op de zevende dag na de ontvangst van het in artikel 157, § 2,
bedoelde afschrift van de uitspraak, aan de Beroepscommissie een met redenen
omkleed beroepschrift toegezonden.
§ 3. Artikel 150, §§ 2
tot 5, is van overeenkomstige toepassing.
Kan ik in beroep gaan tegen de uitspraak?
Ja, bij de Beroepscommissie van de Centrale
Raad. Ook het inrichtingshoofd kan dat.
Binnen welke termijn?
Uiterlijk zeven dagen na ontvangst van de
uitspraak, met een gemotiveerd beroepschrift.
KORT GEZEGD
U kunt binnen zeven
dagen in beroep gaan bij de Beroepscommissie.
Artikel 160
WAT ZEGT DE WET?
In afwachting van de
uitspraak van de Beroepscommissie kan de voorzitter, op verzoek van diegene die
het beroep heeft ingesteld, en na de andere betrokkene in de procedure te
hebben gehoord, de tenuitvoerlegging van de uitspraak van de Klachtencommissie geheel
of gedeeltelijk schorsen. Hij doet hiervan onverwijld mededeling aan het
inrichtingshoofd en de klager.
Kan de uitspraak voorlopig worden geschorst?
Ja. De voorzitter van de Beroepscommissie
kan op verzoek van de persoon die in beroep gaat, na de ander gehoord te
hebben, de uitvoering van de uitspraak geheel of gedeeltelijk schorsen.
KORT GEZEGD
De voorzitter van de
Beroepscommissie kan de uitvoering van de uitspraak schorsen.
Artikel 161
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Indien het beroep wordt ingesteld
door de klager, wordt onmiddellijk na ontvangst van het beroepschrift een
afschrift ervan overgezonden aan het inrichtingshoofd. Deze deelt uiterlijk
binnen achtenveertig uur na ontvangst van het beroepschrift, schriftelijk de
voor de beoordeling van de gegrondheid van het beroepschrift naar zijn oordeel
nuttige informatie en opmerkingen mee, die door de Beroepscommissie onverwijld
ter kennis gebracht worden van de klager. Indien het beroep wordt ingesteld
door het inrichtingshoofd, of in geval van diens afwezigheid de persoon die hem
vervangt, wordt onmiddellijk na ontvangst van het beroepschrift een afschrift
ervan overgezonden aan de klager.
§ 2. De artikelen 154 en 155 zijn van
overeenkomstige toepassing op de behandeling van het beroepschrift, met dien
verstande :
1° dat het inrichtingshoofd, of in geval
van diens afwezigheid de persoon die hem vervangt, en de klager uitsluitend in
de gelegenheid worden gesteld het beroepschrift schriftelijk toe te lichten of
van commentaar te voorzien;
2° dat de mondelinge opmerkingen ten
overstaan van een lid van de Beroepscommissie in de gevangenis kunnen worden
gemaakt;
3° of dat, indien bij
een andere persoon mondelinge inlichtingen worden ingewonnen, het
inrichtingshoofd, of in geval van diens afwezigheid de persoon die hem
vervangt, en de klager uitsluitend in de gelegenheid worden gesteld aan die
persoon schriftelijke vragen te stellen.
Wat gebeurt er na mijn beroep?
Het inrichtingshoofd krijgt een afschrift
en antwoordt binnen 48 uur schriftelijk. Dat antwoord krijgt u onverwijld te
lezen. Gaat het inrichtingshoofd in beroep, dan krijgt u een afschrift.
Hoe verloopt de procedure?
Grotendeels als bij de Klachtencommissie,
maar met toelichting en commentaar meestal schriftelijk, of mondeling voor een
lid van de commissie in de gevangenis.
KORT GEZEGD
Bij beroep krijgt u
inzage in het antwoord van de directie en kunt u schriftelijk reageren.
Artikel 162
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De Beroepscommissie doet zo spoedig
mogelijk uitspraak over het beroepschrift en uiterlijk veertien dagen na het
instellen van het hoger beroep.
§ 3. De artikelen 156,
157, § 2 en 3 en 158, § 1 tot 4 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien
verstande dat de uitspraken van de Beroepscommissie onmiddellijk uitvoerbaar
zijn.
Hoe snel beslist de Beroepscommissie?
Zo snel mogelijk en uiterlijk veertien
dagen na het instellen van het beroep.
Is haar uitspraak meteen uitvoerbaar?
Ja. Verder gelden dezelfde regels over
schorsing, afschriften en vernietiging als bij de Klachtencommissie.
KORT GEZEGD
De Beroepscommissie
beslist binnen veertien dagen en haar uitspraak is meteen uitvoerbaar.
HOOFDSTUK III. - Bezwaar tegen de plaatsing
of overplaatsing en beroep tegen de beslissing over het bezwaarschrift.
Artikel 163
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Tegen de beslissing tot plaatsing of
overplaatsing als bedoeld in de artikelen 17 en 18 kan door de gedetineerde
bezwaar worden ingediend bij de directeur-generaal van de penitentiaire
administratie.
§ 2. De indiening van het bezwaar schorst
de beslissing tot plaatsing of overplaatsing niet.
§ 3. Het bezwaarschrift kan rechtstreeks
of door bemiddeling van de directeur ingediend worden.
§ 4. Het bezwaarschrift wordt opgesteld
in het Nederlands of het Frans en bepaalt de taal van de rechtspleging.
§ 5. Op de
bezwaarschriftprocedure is artikel 150, §§ 2, 4 en 5, van overeenkomstige
toepassing.
Kan ik bezwaar maken tegen mijn plaatsing of overplaatsing?
Ja, bij de directeur-generaal van de
penitentiaire administratie.
Schort dat de overplaatsing op?
Nee. De overplaatsing wordt toch
uitgevoerd.
Hoe dien ik het in?
Rechtstreeks of via de directeur, in het
Nederlands of het Frans. De taal bepaalt de taal van de procedure. Dezelfde
regels als bij een klacht over nauwkeurigheid, bijstand en termijn gelden.
KORT GEZEGD
U kunt bezwaar maken
tegen plaatsing of overplaatsing bij de directeur-generaal, maar de beslissing
wordt intussen uitgevoerd.
Artikel 164
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerde wordt in de
gelegenheid gesteld zijn bezwaarschrift toe te lichten ten aanzien van
directeur-generaal of zijn gemachtigde, naar eigen keuze schriftelijk of
mondeling. Hij heeft daarbij recht op bijstand van een advocaat of een zelf gekozen
vertrouwenspersoon, met uitsluiting van een medegedetineerde. De gedetineerde
kan enkel mondelinge toelichting geven door zich te laten vertegenwoordigen
door een advocaat of een vertrouwenspersoon.
§ 2. De
directeur-generaal brengt de indiener van het bezwaarschrift binnen veertien
dagen na de ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk op de hoogte van zijn
met redenen omklede beslissing. Hierbij wijst hij hem op de beroepsmogelijkheid
alsmede op de termijnen waarbinnen en de wijze waarop dit beroep moet worden
ingesteld.
Mag ik mijn bezwaar toelichten?
Ja, schriftelijk of mondeling aan de
directeur-generaal of zijn gemachtigde. U heeft recht op een advocaat of een
zelf gekozen vertrouwenspersoon, behalve een medegedetineerde.
Hoe snel krijg ik antwoord?
Binnen veertien dagen na ontvangst van uw
bezwaarschrift, schriftelijk en gemotiveerd, met uitleg over de
beroepsmogelijkheid.
KORT GEZEGD
U mag uw bezwaar
toelichten met een advocaat en krijgt binnen veertien dagen een gemotiveerd
antwoord.
Artikel 165
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. De gedetineerde heeft het recht
beroep in te stellen bij de Beroepscommissie van de Centrale Raad tegen de
beslissing van de directeur-generaal over het bezwaarschrift.
§ 2. Het beroep wordt ingesteld uiterlijk
de zevende dag na de dag waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de
aangevochten beslissing. Bij afwezigheid van een beslissing binnen de in
artikel 164, § 2, bepaalde termijn, beschikt de gedetineerde eveneens over
zeven dagen na het verstrijken van deze termijn om beroep in te stellen.
§ 3. Het beroepschrift kan rechtstreeks
of door bemiddeling van de directeur worden ingediend.
§ 4. Op de wijze van
indiening zijn de artikelen 150, §§ 2, 4 en 5, en 163, § 4, van overeenkomstige
toepassing.
Kan ik in beroep tegen de beslissing over mijn bezwaar?
Ja, bij de Beroepscommissie van de Centrale
Raad.
Binnen welke termijn?
Uiterlijk zeven dagen nadat u de beslissing
kende. Ook als er geen beslissing komt binnen veertien dagen, hebt u zeven
dagen na het verstrijken van die termijn om in beroep te gaan.
Hoe dien ik het beroep in?
Rechtstreeks of via de directeur. De regels
over de inhoud, bijstand bij ongeletterdheid en taal zijn dezelfde als bij het
bezwaarschrift.
KORT GEZEGD
U kunt binnen zeven
dagen in beroep gaan bij de Beroepscommissie.
Artikel 166
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Ten aanzien van de behandeling van
het beroepschrift zijn de artikelen 154 en 155 van overeenkomstige toepassing,
met dien verstande dat in deze procedure de directeur-generaal of zijn
gemachtigde optreedt en dat alle opmerkingen schriftelijk geformuleerd worden.
§ 2. De Beroepscommissie
doet zo spoedig mogelijk en uiterlijk veertien dagen vanaf het instellen van
het hoger beroep uitspraak over het beroepschrift. Ten aanzien van de uitspraak
van de Beroepscommissie zijn de artikelen 157, §§ 2 en 3 en 158, §§ 1 tot 4,
eerste lid, van overeenkomstige toepassing. De uitspraak van de
Beroepscommissie is onmiddellijk uitvoerbaar.
Hoe verloopt dat beroep?
De regels voor bijstand en hoorrecht zijn
dezelfde als bij klachten, maar alle opmerkingen gebeuren schriftelijk en de
directeur-generaal of zijn gemachtigde vertegenwoordigt de administratie.
Hoe snel is de uitspraak?
Uiterlijk veertien dagen na het beroep. De
uitspraak is onmiddellijk uitvoerbaar.
KORT GEZEGD
De Beroepscommissie
beslist binnen veertien dagen en haar uitspraak is onmiddellijk uitvoerbaar.
TITEL IX. -
Tijdelijke bepaling.
Artikel 167
WAT ZEGT DE WET?
§ 1. Behoudens andersluidende bepalingen
zijn de bepalingen van deze wet van toepassing op de personen die krachtens de
artikelen 7 en 21 van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de
maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde
seksuele strafbare feiten geïnterneerd zijn, in afwachting dat de rechtspositie
voor deze personen bij wet geregeld is.
§ 2. De artikelen 17 en 18 en 163 tot 166
betreffende de plaatsing en overplaatsing zijn niet van toepassing op de in § 1
vermelde personen.
§ 3. Het in artikel 38 bedoelde
individueel detentieplan dient ten aanzien van de in § 1 bedoelde personen te
worden opgesteld, rekening houdend met hun specifieke noden.
§ 4. In het kader van
een tuchtprocedure, een klacht procedure en een beroepsprocedure tegen de
uitspraak van de Klachtencommissie, wordt de in § 1 vermelde persoon steeds
bijgestaan door een advocaat. Indien betrokkene geen advocaat gekozen heeft,
meldt de directeur dit, met het oog op een ambtshalve aanwijzing van een
advocaat, aan de stafhouder van het gerechtelijk arrondissement waar de
gevangenis gelegen is.
Geldt deze wet ook voor geïnterneerden?
Tijdelijk wel. Voor personen die krachtens
de oude wet van 9 april 1930 geïnterneerd zijn, geldt deze wet, in afwachting
van een eigen wet, behalve enkele artikelen.
Welke regels gelden niet voor hen?
De artikelen over plaatsing en
overplaatsing (17, 18 en 163 tot 166).
Welke bijzondere bescherming hebben zij?
Hun detentieplan houdt rekening met hun
specifieke noden. Bij een tucht-, klacht- of beroepsprocedure krijgen zij
altijd een advocaat. Als ze er geen kiezen, wordt er een aangewezen via de
stafhouder.
Moet een advocaat helpen bij tucht en klachten?
Ja. In een tuchtprocedure,
klachtenprocedure en beroepsprocedure tegen de uitspraak van de
Klachtencommissie wordt de betrokken persoon altijd bijgestaan door een
advocaat. Heeft hij er geen gekozen, dan meldt de directeur dit aan de
stafhouder, voor een aanstelling van een advocaat van ambtswege.
KORT GEZEGD
Geïnterneerden vallen
tijdelijk onder deze wet, met extra bescherming zoals altijd een advocaat bij
tucht en klachten.
TITEL X. -
Opheffingsbepaling en wijzigingsbepalingen.
HOOFDSTUK I. - Opheffingsbepaling.
Artikel 168
WAT ZEGT DE WET?
De wet van 1 mei 1913
tot intrekking van de wet van 4 maart 1870 betreffende de vermindering der
straffen onder het stelsel der afzondering ondergaan, wordt opgeheven.
Wat doet dit artikel?
Het heft de wet van 1 mei 1913 op die de
straffen onder het stelsel van afzondering verminderde. Voor u heeft dit geen
praktisch gevolg.
KORT GEZEGD
Een oude wet over
afzondering wordt opgeheven.
HOOFDSTUK II. - Bepalingen tot wijziging van
het Strafwetboek.
Artikel 169
WAT ZEGT DE WET?
Artikel 30ter van het
Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 18 maart 1970 en vernummerd bij de wet
van 10 juli 1996, wordt opgeheven.
Wat doet dit artikel?
Het heft artikel 30ter van het Strafwetboek
op. Het is een technische aanpassing van een andere wet.
KORT GEZEGD
Een bepaling in het
Strafwetboek wordt opgeheven.
Artikel 170
WAT ZEGT DE WET?
In artikel 157 van
hetzelfde Wetboek, gewijzigd door de wet van 7 mei 1999 worden de woorden
"huizen van bewaring, huizen van arrest of strafhuizen" vervangen
door het woord "gevangenissen".
Wat doet dit artikel?
Het past artikel 157 van het Strafwetboek
aan: de woorden "huizen van bewaring, huizen van arrest of
strafhuizen" worden vervangen door "gevangenissen".
KORT GEZEGD
Het Strafwetboek spreekt
voortaan van "gevangenissen".
HOOFDSTUK III. - Bepalingen tot wijziging van
het Wetboek van strafvordering.
Artikel 171
WAT ZEGT DE WET?
In titel VII van boek II
van het Wetboek van strafvordering, gewijzigd bij de wet van 7 mei 1999, wordt
het opschrift van Hoofdstuk II, vervangen door het opschrift
"Gevangenissen".
Wat doet dit artikel?
Het geeft een hoofdstuk van het Wetboek van
strafvordering de titel "Gevangenissen". Het is een technische
aanpassing.
KORT GEZEGD
Een titel in het Wetboek
van strafvordering wordt aangepast.
Artikel 172
WAT ZEGT DE WET?
In de artikelen 603 en
604 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 7 mei 1999 wordt het woord
"gevangenissen" telkens vervangen door het woord
"strafinrichtingen".
Wat doet dit artikel?
In de artikelen 603 en 604 van het Wetboek
van strafvordering wordt het woord "gevangenissen" vervangen door
"strafinrichtingen".
KORT GEZEGD
Een woordwijziging in
het Wetboek van strafvordering.
Artikel 173
WAT ZEGT DE WET?
In artikel 612 van
hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 1967 en 7 mei 1999,
vervallen de woorden "huis van arrest of".
Wat doet dit artikel?
In artikel 612 van het Wetboek van
strafvordering vervallen de woorden "huis van arrest of".
KORT GEZEGD
Een woordwijziging in
het Wetboek van strafvordering.
Artikel 174
WAT ZEGT DE WET?
Artikel 613, tweede lid
van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 1967 en 7 mei 1999,
wordt vervangen als volgt : "De voorzitter van het hof van assisen kan
alle voor de berechting noodzakelijke bevelen geven die in de huizen van arrest
bij de hoven van assisen moeten worden uitgevoerd."
Wat doet dit artikel?
Het vervangt het tweede lid van artikel 613
van het Wetboek van strafvordering: de voorzitter van het hof van assisen kan
alle bevelen geven die nodig zijn voor de berechting en die in de huizen van
arrest bij de hoven van assisen moeten worden uitgevoerd.
KORT GEZEGD
De voorzitter van het
hof van assisen kan de nodige bevelen geven in de huizen van arrest.
Artikel 175
WAT ZEGT DE WET?
In artikel 614 van
hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 10 juli 1967 worden de woorden
"van de strafinrichtingen" vervangen door de woorden "van de
gevangenissen".
Wat doet dit artikel?
In artikel 614 van het Wetboek van
strafvordering worden de woorden "van de strafinrichtingen" vervangen
door "van de gevangenissen".
KORT GEZEGD
Een woordwijziging in
het Wetboek van strafvordering.
Artikel 176
WAT ZEGT DE WET?
In de artikelen 615 en
618 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 10 juli 1967 en 7 mei
1999, wordt het woord "gevangenis" telkens vervangen door het woord
"strafinrichting".
Wat doet dit artikel?
In de artikelen 615 en 618 van het Wetboek
van strafvordering wordt het woord "gevangenis" telkens vervangen
door "strafinrichting".
KORT GEZEGD
Een woordwijziging in
het Wetboek van strafvordering.
HOOFDSTUK IV. - Opgeheven.
Artikel 177
WAT ZEGT DE WET?
Opgeheven.
Geldt dit artikel nog?
Nee. Het is opgeheven.
Artikel 178
WAT ZEGT DE WET?
Opgeheven.
Geldt dit artikel nog?
Nee. Het is opgeheven.
HOOFDSTUK V. - Bepalingen tot wijziging van
de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis.
Artikel 179
WAT ZEGT DE WET?
Artikel 20 van de wet van 20 juli 1990
betreffende de voorlopige hechtenis, waarvan het eerste lid, § 1 en het tweede
lid, § 2 zal vormen, wordt aangevuld met §§ 3, 4, 5 en 6, luidend als volgt :
"§ 3. Als er ernstige redenen bestaan om te vrezen dat een verdachte zou
pogen bewijzen te laten verdwijnen of zich zou verstaan met derden, kan de
onderzoeksrechter bevelen om een verdachte gescheiden te houden van andere
verdachten en, in afwijking van § 2 :
1° het bezoek verbieden van individueel
in het bevel vermelde personen van buiten de inrichting;
2° de briefwisseling verbieden gericht
aan of uitgaande van individueel in het bevel vermelde personen;
3° telefonische contacten verbieden met
individueel in het bevel vermelde personen.
§ 4. De onderzoeksrechter neemt deze
beslissing bij een met redenen omklede beschikking, die wordt overgeschreven in
een daartoe bestemd register in de gevangenis en die door de directeur van de
gevangenis wordt betekend aan de verdachte. De beslissing geldt voor de strikt
noodzakelijke duur door de onderzoeksrechter bepaald en uiterlijk tot op het
ogenblik dat hij het dossier overzendt aan de procureur des Konings
overeenkomstig artikel 127, eerste lid van het Wetboek van strafvordering.
§ 5. De beslissing van de
onderzoeksrechter tot beperking van bezoek, briefwisseling en
telefoongesprekken laat de rechten van de verdachte op deze
contactmogelijkheden met zijn advocaat onverlet. De beslissing van de
onderzoeksrechter tot beperking van briefwisseling, laat de rechten van de
verdachte op briefwisseling met personen met wie hij krachtens artikel 57 van
de basiswet betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de
gedetineerden zonder controle briefwisseling mag voeren, onverlet. De onderzoeksrechter
kan het bezoek van de in artikel 59, § 1, eerste lid, bedoelde personen, enkel
beperken indien deze personen in verdenking werden gesteld, onverminderd de in
artikel 59, § 1, tweede lid van de basiswet betreffende het gevangeniswezen en
de rechtspositie van de gedetineerden bepaalde bepalingen.
§ 6. De verdachte kan
bij het onderzoeksgerecht dat oordeelt over de voorlopige hechtenis een
verzoekschrift indienen tot wijziging of opheffing van de door de
onderzoeksrechter krachtens § 3 opgelegde maatregelen bij het onderzoeksgerecht
dat oordeelt over de voorlopige hechtenis. Het verzoekschrift wordt bij het
dossier van de voorlopige hechtenis gevoegd. De procedure verloopt
overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 21 tot 24. Hoger beroep tegen de
beslissing wordt ingesteld overeenkomstig artikel 30 en cassatieberoep
overeenkomstig artikel 31."
Waarover gaat dit artikel?
Het vult artikel 20 van de wet van 20 juli
1990 over de voorlopige hechtenis aan. Het betreft verdachten in voorlopige
hechtenis.
Wat kan de onderzoeksrechter doen?
Als er ernstige redenen zijn om te vrezen
dat een verdachte bewijzen zou laten verdwijnen of zich zou verstaan met
derden, kan de onderzoeksrechter bevelen dat u gescheiden gehouden wordt van
andere verdachten en dat bezoek, briefwisseling of telefoon met bepaalde, in
het bevel genoemde personen verboden wordt.
Hoe gebeurt dat?
Bij een gemotiveerde beschikking die in het
register van de gevangenis wordt overgeschreven en die de directeur aan u
betekent. Het geldt voor de strikt noodzakelijke duur en uiterlijk tot het
dossier naar de procureur gaat.
Wat blijft altijd mogelijk?
Contact met uw advocaat. Ook briefwisseling
met de personen van artikel 57 blijft mogelijk. Bezoek van naaste familie
(artikel 59) kan alleen worden beperkt als zij zelf in verdenking zijn gesteld.
Kan ik daartegen opkomen?
Ja, door een verzoekschrift bij het
onderzoeksgerecht om de maatregelen te wijzigen of op te heffen.
Kan de onderzoeksrechter al mijn contacten verbieden?
Nee. Hij kan alleen contact met personen
verbieden die individueel in zijn bevel genoemd worden. Algemeen verbod op
bezoek, brieven of telefoon is niet mogelijk, en contact met uw advocaat blijft
altijd toegelaten.
KORT GEZEGD
De onderzoeksrechter kan
bepaalde contacten van een verdachte beperken, maar nooit met zijn advocaat, en
u kunt dit aanvechten.
HOOFDSTUK VI. - Slotbepaling.
Artikel 180
WAT ZEGT DE WET?
De Koning bepaalt de
datum waarop deze wet of afzonderlijke bepalingen ervan in werking treden,
behalve wat dit artikel betreft.
Wanneer is deze wet in werking getreden?
De Koning bepaalt de datum waarop de wet of
afzonderlijke bepalingen ervan in werking treden, behalve voor dit artikel
zelf. Daarom zijn niet alle artikelen op dezelfde dag van kracht geworden.
KORT GEZEGD
De Koning bepaalt
wanneer de wet of delen ervan in werking treden.