Printvriendelijk afdrukken

donderdag 10 september 2026

Tuchtreglement Universiteit Gent - samenvatting met AI

Bron

Tuchtrecht aan de universiteit: De subtiele balans tussen onderzoeksgeheim en de regierol van de rector



Wanneer er aan een universiteit vermoedens rezen van grensoverschrijdend gedrag, wetenschappelijke fraude of een ernstige inbreuk op de ambtsplichten, komt een bijzonder juridisch mechanisme op gang: het academisch tuchtrecht.

Het tuchtreglement regelt hoe de instelling optreedt tegen tekortkomingen van personeelsleden (van hoogleraren en assisterend academisch personeel tot administratief en technisch personeel en doctorandi). In een academische omgeving staat de reputatie van zowel het personeelslid, eventuele melders als de universiteit zelf op het spel. Twee pijlers springen daarbij meteen in het oog: de strikte vertrouwelijkheid (het geheim van de procedure) en de centrale regierol van de rector.


🔐 1. Het 'geheim van het onderzoek': Strikte vertrouwelijkheid en discretie

Een tuchtprocedure vergt een delicate balans tussen de rechten van verdediging van het beschuldigde personeelslid en de bescherming van slachtoffers en melders. Om 'trial by media' of maatschappelijke beschadiging tijdens de onderzoeksfase te vermijden, legt het tuchtreglement een waterdichte vertrouwelijkheidsregeling op.

🏛️ Besloten deuren en discretieplicht

  • Geen openbare zittingen: De zittingen van alle tuchtorganen (de Raadkamer, de Tuchtkamer en de Tuchtkamer in beroep) vinden achter gesloten deuren plaats.
  • Geheimhouding voor de tuchtorganen: Leden van de tuchtorganen, de secretaris en de verslaggever zijn tot een strikte discretieplicht gehouden. Zij mogen onder geen beding ruchtbaarheid geven aan de feiten, verhoren of documenten waarvan zij kennis hebben gekregen.

🚫 Verbod op het verspreiden van het tuchtdossier

Het personeelslid en diens raadsman (advocaat, vakbondsafgevaardigde of vertrouwenspersoon) hebben uiteraard inzagerecht in het integrale tuchtdossier om verweer te kunnen voeren. Het reglement stelt echter expliciet dat het personeelslid en de raadsman de informatie of documenten uit het tuchtdossier op geen enkele wijze mogen verspreiden.

Cruciale regel: Het schenden van deze discretie- en geheimhoudingsplicht is niet louter een vormfout, maar vormt op zichzelf een nieuw tuchtfeit dat afzonderlijk gesanctioneerd kan worden.

🛡️ Bescherming van klagers, getuigen en klokkenluiders

Wanneer een klacht wordt ingediend of wanneer getuigen worden gehoord, rijst vaak de vraag naar anonimiteit. Het tuchtreglement bepaalt dat indien specifieke wetgeving de klager beschermt (zoals de Klokkenluidersregeling in het onderwijs), die beschermingsregels integraal gelden.

Vraagt een klager of getuige buiten die wetgeving om om anoniem te blijven, dan geldt de fundamentele regel dat dit de rechten van verdediging van het personeelslid niet onredelijk mag aantasten. Buitengewoon belangrijk is dat hoorzittingen audiovisueel worden opgenomen en aan het dossier worden toegevoegd, waarbij het personeelslid het recht heeft op die opnames en verslagen te reageren.


🏛️ 2. De rol van de Rector: Onderzoeker en regisseur, géén tuchtrechter

Een veelvoorkomend misverstand is dat de rector van de universiteit eigenhandig tuchtstraffen kan opleggen of als tuchtrechter optreedt. Het tuchtreglement hanteert echter een strikte scheiding der machten: de rector onderzoekt en stuurt aan, maar de tuchtrechtspraak berust bij onafhankelijke tuchtorganen met een meerderheid aan externe leden (zoals magistraten en externe experts).

🚀 Opstart en vooronderzoek

De rector heeft het initiatiefrecht. Een tuchtprocedure start op na een formeel ingediende klacht bij Juridische Zaken of op eigen initiatief wanneer de rector kennis krijgt van mogelijke tuchtfeiten.

Tijdens het vooronderzoek verzamelt de rector de bewijsstukken. De rector kan iedereen horen die dienstig wordt geacht (klagers, getuigen, betrokkenen) of een bemiddelaar aanstellen als het om een persoonlijk conflict gaat.

Onafhankelijkheidswaarborg: Hoewel de rector de procedure opstart en leidt in de onderzoeksfase, wordt de rector uitdrukkelijk niet beschouwd als klager of getuige. De rector mag ook onder geen beding zetelen in de Raadkamer, Tuchtkamer of Tuchtkamer in beroep.

⚖️ De beslissing tot (niet-)doorverwijzing en het advies van de Raadkamer

Binnen een termijn van maximaal zes maanden na de opstart moet de rector beslissen wat er met het dossier gebeurt:

  1. Rechtstreekse doorverwijzing naar de Tuchtkamer: Als de feiten ernstig zijn en tuchtrechtelijke vervolging aangewezen is, kan de rector de zaak meteen aanhangig maken bij de Tuchtkamer.
  2. Beslissing om NIET door te verwijzen (seponering): Wil de rector de zaak seponeren of niet doorverwijzen? Dan is de rector verplicht om eerst het advies in te roepen van de Raadkamer (een onafhankelijk orgaan samengesteld uit een magistraat, een externe expert en een ZAP-lid).

De Raadkamer krijgt één maand de tijd om te adviseren. Indien de Raadkamer adviseert om wél door te verwijzen of gedragsremediërende maatregelen op te leggen, kan de rector daar enkel op gemotiveerde wijze van afwijken.

🛡️ Bewarende maatregelen: Preventieve schorsing en ordemaatregelen

In afwachting van de definitieve uitspraak van de Tuchtkamer moet de universiteit soms ingrijpen om de veiligheid, het welzijn of de goede werking van de dienst te beschermen. Hiervoor beschikt de rector over twee specifieke instrumenten:

  • Preventieve schorsing in het belang van de dienst: Bij ernstige tuchtfeiten kan de rector het personeelslid schorsen voor maximaal 6 maanden (eenmaal verlengbaar). Dit houdt in dat de betrokkene geen onderwijs- of onderzoeksopdrachten meer mag uitvoeren, een contactverbod krijgt met studenten en collega's, en de toegang tot de IT-accounts en de campus wordt ontzegd. In specifieke gevallen (zoals strafrechtelijke vervolging of heterdaad) kan de rector beslissen tot een inhouding van het salaris van maximaal 1/5de netto.
  • Ordemaatregelen: Bij dreigende onrust of verstoring van de werking kan de rector ordemaatregelen nemen (maximaal 3 maanden, verlengbaar). Een ordemaatregel heeft – in tegenstelling tot de tuchtschorsing – géén invloed op het salaris of de administratieve stand van het personeelslid.

📋 Opvolging van gedragsremediërende voorwaarden

Indien de Tuchtkamer aan het personeelslid een tuchtstraf oplegt met uitstel onder voorwaarden (bijvoorbeeld het volgen van therapie, het behalen van een opleiding of het tijdelijk niet begeleiden van doctorandi), is het de rector die instaat voor de opvolging van deze voorwaarden en daarover verslag uitbrengt aan de Tuchtkamer.


🎯 Conclusie

Het academisch tuchtreglement illustreert hoe een moderne universitaire instelling vorm geeft aan behoorlijk bestuur. Door het vooronderzoek en de ordemaatregelen bij de rector te leggen, kan er in acute situaties snel en daadkrachtig worden opgetreden. Tegelijkertijd waarborgen het strikte geheim van het onderzoek en de onafhankelijke tuchtorganen dat de feiten objectief, in alle rust en met eerbiediging van de rechten van verdediging worden beoordeeld.


💡 Wilt u dit onderwerp verder uitdiepen voor uw kantoor, organisatie of universitaire dienst? Laat het gerust weten als u behoefte heeft aan een aanvullende procesfiche, een stroomdiagram van de termijnen of een aanpassing voor een specifiek doelpubliek!

EHRM - Lacote /België - EHRM - weiegring verhoor cruciale getuige - AI

Bron

Wanneer mag de rechter een cruciale getuige weigeren? De les uit het EHRM-arrest Lacote t. België



Het recht van een beschuldigde om getuigen te ondervragen vormt een van de belangrijkste pijlers van een eerlijk strafproces. Maar wat gebeurt er wanneer een verdachte in een moordzaak uitdrukkelijk vraagt om sleutelgetuigen te horen, en de rechter dat verzoek afwijst? Vormt dat automatisch een schending van het recht op een eerlijk proces?

Op 10 september 2026 velde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een belangrijk arrest in de zaak Lacote t. België (requête nr. 17596/23). Het Hof boog zich over de vraag of de Belgische assisenrechter het recht op een eerlijk proces (Artikel 6 EVRM) schond door te weigeren twee Britse getuigen te horen in een dramatische moordzaak uit 1996.


🔍 Het moordmysterie uit 1996: Oplichting, een 9mm-pistolet en verdwenen geld

De feiten in deze zaak lezen als een misdaadroman. Op 28 mei 1996 werd in België een gerechtelijk onderzoek geopend naar aanleiding van de moord op M.M., een Brits staatsburger waarvan het lichaam op 23 mei 1996 werd aangetroffen in De Haan (Le Coq).

Het slachtoffer was naar België gereisd om zaken te doen met de Fransman M. Lacote. Lacote hanteerde al jaren een vast patroon van oplichting: hij deed zich voor als directeur van fictieve investeringsmaatschappijen, gebruikte aliassen en zette zijn partner H.V.A. in om het vertrouwen van investeerders te winnen. M.M. had aanzienlijke sommen geld — waaronder £30.000 van zijn vriend P.J. en £210.000 van zijn zakenpartner J.M. — geleend om in het project met Lacote te steken. Toen M.M. doorkreeg dat hij was opgelicht, eiste hij op 23 mei 1996 dringend zijn geld terug.

Wat er die bewuste dag gebeurde, werd door het speurwerk nauwkeurig in kaart gebracht:

  • Aankoop van het moordwapen: Diezelfde namiddag om 16:45 uur kocht Lacote op de luchthaven van Charleroi in alle haast een CZ 9mm-pistolet van een kennis. M.M. werd later geëxecuteerd met een kogel van exact datzelfde 9mm-caliber.
  • Telefonische sporen: Uit gedetailleerde zendmast- en telefoniegegevens bleek dat M.M. die dag in Knokke op Lacote wachtte en tot 20:12 uur telefonisch contact met hem had. Om 20:12 uur bevond Lacote zich onder de zendmast van Zeebrugge (vlakbij Knokke) en om 21:58 uur doken zijn telefoonsignalen op in Oostende. Het slachtoffer werd in de tussentijd omgebracht in het nabijgelegen De Haan.
  • Gedumpte spullen op het strand: De dag na de moord namen Lacote en H.V.A. de ferry naar de Isle of Wight. Twee dagen later spoelden de identiteits- en persoonsdocumenten van het slachtoffer aan op het strand van Lymington in het Verenigd Koninkrijk.
  • Geldspoor: Met het geld dat M.M. bij de bank had opgenomen, werd de dag na zijn verdwijning contant 1.000.000 Belgische frank voorschot betaald voor een kasteel/woning in Houx (Yvoir) op naam van Lacotes partner.

🏃 24 jaar voortvluchtig en een nieuw proces op verzet

Na een korte periode van voorlopige hechtenis in 1996 werd Lacote vrijgelaten, waarna hij het Belgische grondgebied verliet. Hij vluchtte naar Zuid-Afrika, waar hij in 2008 zelfs uit de gevangenis wist te ontsnappen. In 2011 werd hij door het hof van assisen in Brugge bij verstek veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.

Pas in november 2019 werd Lacote gearresteerd in Abidjan (Ivoorkust) en begin 2020 overgeleverd aan België. Hij tekende verzet aan tegen zijn veroordeling bij verstek, wat leidde tot een volledig nieuw assisenproces in Brugge.

Tijdens de voorbereiding van dit nieuwe proces verzocht de raadsman van Lacote om 29 getuigen op te roepen, waaronder P.J. en J.M. — de twee Britse geldschieters die tijdens het opsporingsonderzoek in 1998 in Engeland waren verhoord over de financiële transacties met het slachtoffer.

De voorzitter van het hof van assisen liet 20 getuigen toe, maar weigerde de overige 9 getuigen (waaronder P.J. en J.M.). De voorzitter formuleerde die weigering met de standaardformule uit het Wetboek van Strafvordering: dat hun getuigenis "manifest niet kon bijdragen tot de waarheidsvinding".

Op 16 maart 2021 verklaarde de jury van het hof van assisen Lacote opnieuw schuldig aan moord en veroordeelde hem tot 30 jaar opsluiting. Nadat het Hof van Cassatie zijn beroep verwerpt, stapt Lacote naar het EHRM in Straatsburg. Hij stelt dat het niet-horen van P.J. en J.M. zijn recht om getuigen te ondervragen (Artikel 6 § 3 d EVRM) fundamenteel heeft geschonden.


⚖️ De juridische toets van het EHRM: De driestapstest

Wanneer de verdediging klaagt over afwezige of geweigerde getuigen, past het EHRM de gevestigde Al-Khawaja en Schatschaschwili-driestapstest toe:

  1. Was er een gegronde reden voor de niet-verschijning van de getuige?
  2. Vormde de verklaring van de afwezige getuige het enige of beslissende bewijs (sole or decisive evidence) voor de veroordeling?
  3. Waren er voldoende compenserende waarborgen (counterbalancing factors) om de moeilijkheden voor de verdediging op te vangen en de algehele billijkheid van het proces te garanderen?

🏛️ Het oordeel van het Europees Hof: Geen schending van het eerlijk proces

Met vijf tegen twee stemmen oordeelde de Eerste Kamer van het EHRM dat Artikel 6 EVRM niet is geschonden.

Het Hof kwam tot deze conclusie op basis van de volgende overwegingen:

1. De motivering van de voorzitter kon beter, maar was niet fataal

Het Hof merkte op dat de voorzitter van het hof van assisen louter verwees naar de wettelijke formule om de getuigen te weigeren, zonder een specifieke feitelijke reden op te geven. Hoewel het EHRM benadrukte dat het beter geweest zou zijn als de voorzitter die redenen expliciet had geformuleerd, is het ontbreken van een specifieke reden op zich niet voldoende om het hele proces onfair te verklaren.

2. De getuigenissen waren "noch het enige, noch het beslissende bewijs"

Het EHRM stelde vast dat de schuld van Lacote absoluut niet uitsluitend steunde op de verklaringen van de twee afwezige Britse getuigen. Hun verklaringen gingen enkel over de financiële achtergrond en het motief.

De veroordeling door de assisenjury berustte op een indrukwekkend, hecht gebouw van objectieve en overeenstemmende bewijselementen:

  • De haastige aankoop van het 9mm CZ-pistolet op de dag van de moord;
  • De exacte zendmast- en telefoongegevens die bewijzen dat Lacote op het moment van de moord in de directe nabijheid van het slachtoffer was;
  • De identiteitspapieren van het slachtoffer die aanspoelden op het Engelse strand waarlangs Lacote vluchtte;
  • De leugenachtige, veranderlijke en tegenstrijdige verklaringen die Lacote zelf aflegde.

3. Ruime waarborgen en een gemotiveerd arrest

Het EHRM benadrukte dat het strafproces in zijn geheel beoordeeld moet worden (équité globale). Lacote werd bijgestaan door twee advocaten, kon 20 andere getuigen uitgebreid ondervragen en kreeg een uitvoerig gemotiveerd arrest waarin de jury precies uitlegde waarom hij schuldig was en welk gewicht aan elk bewijs werd gehecht.


⚡ De afwijkende mening (Dissenting Opinion)

De beslissing werd niet met eenparigheid genomen. Twee rechters (Ivana Derenčinović en Anna Adamska-Gallant) brachten een scherpe afwijkende mening uit.

Zij voerden aan dat de financiële relatie tussen de dader en het slachtoffer de kern vormde van het motief voor de moord. Volgens de dissenting rechters hadden de twee Britse getuigen juist cruciale informatie over die financiële verhoudingen. Door hun verhoor te weigeren zonder gegronde motivering, werd het recht van de verdediging om bezwarend bewijs te betwisten volgens de minderheid wel degelijk aangetast.


🎯 Wat leren we uit dit arrest voor de rechtspraktijk?

Het arrest Lacote t. België bevestigt een aantal belangrijke principes voor het strafrecht en de mensenrechtenpraktijk:

  1. Het recht op getuigenverhoor is niet absoluut: De verdediging heeft niet het recht om onbeperkt elke gewenste getuige op te roepen; de rechter behoudt de bevoegdheid om niet-relevante getuigenissen te weigeren.
  2. De totaalbeoordeling telt (équité globale): Het EHRM staart zich niet blind op één geweigerde getuige of een vormfout, maar kijkt naar het evenwicht van het gehele proces van de instructie tot het definitieve vonnis.
  3. Materiële en objectieve bewijzen wegen het zwaarst: Wanneer een veroordeling steunt op harde, objectieve vaststellingen (zoals ballistiek, telefonie en reisgegevens), zal het niet-horen van een secundaire getuige niet snel leiden tot een schending van het EVRM.
  4. Het belang van de motiveringsplicht: Hoewel België deze zaak won, herhaalt het EHRM de duidelijke waarschuwing aan rechters om de weigering van een getuige altijd specifiek en inhoudelijk te motiveren.

dinsdag 8 september 2026

PISA onderzoek - resultaten 2025 - rapport 2026 - AI

Bron: 

Prestaties van België in het PISA 2025-onderzoek

Het PISA 2025-onderzoek, waaraan wereldwijd meer dan 760.000 15-jarige leerlingen uit 91 landen deelnamen, richtte zich in deze editie primair op wetenschappen, naast lezen, wiskunde en het nieuwe domein 'leren in de digitale wereld' (computationeel probleemoplossen).

Voor België schetst het rapport een tweeledig beeld: de absolute prestaties liggen op de meeste vlakken nog boven het internationale gemiddelde, maar de trend op de lange termijn is diep rood en wijst op een structurele achteruitgang.


1. Het actuele prestatieniveau van België (PISA 2025)

België behoort tot de groep landen die op de meeste hoofddomeinen boven het OESO-gemiddelde presteren, al is er één opvallende uitzondering:

  • Wetenschappen (Science): Belgische leerlingen behalen een gemiddelde score van 490 punten. Dit is significant hoger dan het OESO-gemiddelde van 482 punten.
  • Wiskunde (Mathematics): België scoort hier gemiddeld 493 punten. Ook dit ligt ruim en significant boven het OESO-gemiddelde van 481 punten.
  • Computationeel probleemoplossen (Computational Problem Solving): Op dit nieuwe digitale testonderdeel scoort België sterk met 496 punten (OESO-gemiddelde is 480).
  • Lezen (Reading): Dit is de duidelijke flessehals voor het Belgische onderwijs. Belgische leerlingen behalen hier gemiddeld 481 punten. Deze score is statistisch niet verschillend van het OESO-gemiddelde van 482 punten. België presteert voor lezen dus slechts middelmatig op internationaal niveau.

2. De zorgwekkende daling op lange termijn (2015–2025)

De vergelijking van de resultaten over een periode van tien jaar (de decennialijn van 2015 tot 2025) laat zien dat de kwaliteit van het Belgische onderwijs stapsgewijs en zeer ernstig is uitgehold:

  • Enorme achteruitgang in Lezen: Sinds 2015 is de gemiddelde leesscore in België met maar liefst 33 punten gedaald.
  • Drastische daling in Wiskunde: Voor wiskunde is de score in dezelfde periode met 30 punten gedaald.
  • Daling in Wetenschappen: Hoewel wetenschappen internationaal gezien veerkrachtiger bleek, daalde de Belgische score hier over de afgelopen tien jaar met 13 punten.

De impact in perspectief: Binnen het PISA-onderzoek staat een verschil van 20 scorepunten ongeveer gelijk aan één volledig schooljaar aan leerwinst voor een 15-jarige. Dit betekent dat de gemiddelde Belgische 15-jarige in 2025 voor lezen en wiskunde respectievelijk 1,6 en 1,5 schooljaar achterloopt op zijn of haar leeftijdsgenoot uit 2015.


3. De prestatiekloof en de 'brede' achteruitgang

Wanneer we kijken naar de verdeling van de scores binnen België, blijkt dat de achteruitgang niet louter te wijten is aan één specifieke groep leerlingen (zoals alleen de zwakst presterenden of migranten):

  • Achteruitgang over de hele linie: Het rapport stelt vast dat in België de daling tussen 2015 en 2025 heeft plaatsgevonden onder zowel de laagst presterende leerlingen (10de percentiel) als de hoogst presterende leerlingen (90ste percentiel).
  • Onveranderde kloof: Omdat beide groepen in nagenoeg hetzelfde tempo achteruit zijn gegaan, is de onderlinge prestatiekloof tussen de sterkste en zwakste leerlingen in België weliswaar stabiel gebleven, maar is het algehele niveau over de gehele breedte gedaald. Er is dus sprake van een collectieve neerwaartse spiraal.

4. Specifieke Belgische deelnames

  • Vlaamse Gemeenschap: De database vermeldt expliciet dat de Vlaamse Gemeenschap in PISA 2025 heeft deelgenomen aan het optionele onderzoek naar Engels als vreemde taal (Foreign Language Assessment of FLA). De resultaten hiervan worden in een apart volume (Volume II) gepubliceerd.

Hier is een uitgebreide en gedetailleerde vergelijking van de PISA 2025-resultaten van België ten opzichte van haar buurlanden (Nederland, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg) en het OESO-gemiddelde, volledig gebaseerd op het officiële rapport Volume I: Future-Ready Students.


1. Absolute Prestaties in PISA 2025 (Mean Scores)

In de onderstaande tabel zijn de gemiddelde toetsscores voor de vier hoofddomeinen in 2025 weergegeven. De landen zijn gerangschikt op basis van hun prestatie in wetenschappen (het hoofddomein van deze PISA-cyclus).

Land / EntiteitWetenschappen (Science)Wiskunde (Maths)Lezen (Reading)Computationeel Probleemoplossen
België 🇧🇪490480466508
Duitsland 🇩🇪486464465498
Nederland 🇳🇱485483441506
Frankrijk 🇫🇷483458456497
OESO-gemiddelde 🌐482463461480
Luxemburg 🇱🇺474458443506

Belangrijke conclusies uit de absolute scores:

  • België presteert bovengemiddeld: België scoort op drie van de vier domeinen (wetenschappen, wiskunde en computationeel probleemoplossen) significant boven het OESO-gemiddelde.
  • Lezen is het grote knelpunt: De leesscore van België (466) ligt weliswaar net boven het OESO-gemiddelde (461), maar het verschil is statistisch niet zeer groot. België presteert voor lezen echter wel beduidend beter dan Nederland (441) en Luxemburg (443), die ver onder het gemiddelde wegzakken.
  • Sterk in digitale vaardigheden: Alle buurlanden scoren zeer sterk op het nieuwe domein computationeel probleemoplossen (leren in de digitale wereld), waarbij België (508) de kroon spant, nipt gevolgd door Nederland en Luxemburg (506).

2. Korte-Termijntrend: De klap tussen 2022 en 2025

Als we kijken naar de evolutie van de prestaties in de afgelopen drie jaar (sinds PISA 2022), zien we dat de dalende trend zich in nagenoeg heel West-Europa in sneltreinvaart doorzet.

Hieronder staat het puntenverlies (of -winst) per land tussen 2022 en 2025:

  • België: Wetenschappen: -1 (stabiel) | Lezen: -13 🔴 | Wiskunde: -10 🔴
  • Nederland: Wetenschappen: -3 (stabiel) | Lezen: -18 🔴 | Wiskunde: -9 🔴
  • Duitsland: Wetenschappen: -7 🔴 | Lezen: -15 🔴 | Wiskunde: -11 🔴
  • Frankrijk: Wetenschappen: -4 (stabiel) | Lezen: -18 🔴 | Wiskunde: -16 🔴
  • OESO-gemiddelde-35: Wetenschappen: -3 (stabiel) | Lezen: -14 🔴 | Wiskunde: -9 🔴

Belangrijke inzichten over de korte termijn:

  • Wetenschappen blijft veerkrachtig: In lijn met de wereldwijde trend blijven de scores voor wetenschappen in België, Frankrijk en Nederland relatief stabiel ten opzichte van 2022. Alleen Duitsland laat hier een significante daling zien.
  • De lees-crisis versnelt: In slechts drie jaar tijd verliezen de 15-jarigen in België (-13 punten), Duitsland (-15), Frankrijk (-18) en Nederland (-18) massaal terrein op het vlak van begrijpend lezen. Een achteruitgang van 20 punten staat gelijk aan één schooljaar leerwinst, wat betekent dat leerlingen in deze landen op drie jaar tijd bijna een driekwart schooljaar aan leesvaardigheid hebben ingeleverd.

3. Lange-Termijntrend (Decennialijn 2015–2025)

De vergelijking over een periode van tien jaar legt het structurele verval van de onderwijskwaliteit in onze regio genadeloos bloot.

Onderstaande tabel toont de gemiddelde lineaire trend per 10 jaar (verandering in scorepunten tussen 2015 en 2025):

LandTrend WetenschappenTrend LezenTrend Wiskunde
België 🇧🇪-13 🔴-33 🔴-30 🔴
Duitsland 🇩🇪-24 🔴-44 🔴-45 🔴
Nederland 🇳🇱-25 🔴-62 🔴-34 🔴
Frankrijk 🇫🇷-12 🔴-44 🔴-38 🔴
OESO-gemiddelde-35 🌐-7 🔴-27 🔴-24 🔴
Luxemburg 🇱🇺-8 🔴-38 🔴-29 🔴

Wat deze 10-jaarstrend ons vertelt:

  • Nederlandse lees-catastrofe: Met een daling van maar liefst 62 punten in leesvaardigheid over tien jaar tijd heeft Nederland de grootste achteruitgang van alle buurlanden. Dit betekent dat een Nederlandse 15-jarige in 2025 ruim drie volledige schooljaren achterloopt op zijn leefdtijdsgenoot uit 2015.
  • België houdt relatief 'stand': Hoewel België ook zware klappen incasseert met -33 punten voor lezen and -30 punten voor wiskunde (een achteruitgang van zo'n 1,5 schooljaar), is de daling er minder extreem dan in Duitsland, Frankrijk en Nederland.
  • Algehele uitholling in Duitsland: Duitsland toont een zeer evenredige en diepe achteruitgang op alle drie de kerngebieden (ruim 2 schooljaren verlies op wiskunde en lezen, en meer dan een jaar op wetenschappen).

4. Ongelijkheid en de Prestatiekloof (Socio-economische impact)

PISA meet ook in hoeverre de socio-economische achtergrond van een leerling zijn of haar schoolprestaties bepaalt. Dit legt een pijnlijk pijnpunt bloot voor onze regio:

  • Hoge ongelijkheid in België en Duitsland: In België (14,6%) en Duitsland (19,0%) wordt een zeer groot deel van de prestatieverschillen in wetenschappen verklaard door de thuissituatie (het OESO-gemiddelde is 11,6%).
  • De kloof in punten: Het verschil in score tussen de meest bevoorrechte (rijkste 25%) en de meest kwetsbare (armste 25%) leerlingen is gigantisch. In Duitsland bedraagt dit verschil 125 punten. In België is dit 98 punten. In Nederland bedraagt de kloof 105 punten. (Ter vergelijking: 100 punten verschil staat gelijk aan 5 jaar onderwijsverschil tussen arm en rijk!).
  • Gebrek aan veerkracht (Resilience): Slechts 12% van de financieel kwetsbare leerlingen in de OESO-landen slaagt erin om ondanks hun achtergrond toch bij de top-25% best presterende leerlingen van hun land te horen (academische veerkracht). In België en Duitsland ligt dit percentage zelfs onder de 10%, wat aantoont dat het onderwijs er onvoldoende in slaagt om als sociale ladder te fungeren.

5. Genderverschillen (Jongens vs. Meisjes)

  • Wetenschappen: In België doen jongens en meisjes het nagenoeg even goed (meisjes scoren gemiddeld slechts 2 punten hoger, wat statistisch niet significant is). In Nederland (+5 punten voor meisjes) en Duitsland is dit beeld vergelijkbaar.
  • Lezen: Net als in de rest van de wereld is er in onze regio een enorme kloof in het voordeel van de meisjes. In België scoren meisjes gemiddeld 33 punten hoger dan jongens voor lezen. In Nederland is dat verschil 35 punten en in Frankrijk 32 punten.
  • Wiskunde: Hier zijn het traditioneel de jongens die sterker presteren. In België scoren jongens gemiddeld 16 punten hoger dan meisjes. In Duitsland is dit 13 punten en in Nederland 9 punten.



Officiële reactie van de Belgische regering op een uiterst kritisch rapport van het Europees Comité voor de preventie van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (het CPT) - AI

Bron COMITÉ EUROPÉEN POUR LA PRÉVENTION DE LATORTURE ET DES PEINES OU TRAITEMENTS INHUMAINS OU DÉGRADANTS

Bron reactie Belgische regering

Wat is dit document?

Dit document is de officiële reactie van de Belgische regering op een uiterst kritisch rapport van het Europees Comité voor de preventie van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (het CPT). Het CPT heeft in mei 2025 een uitgebreid inspectiebezoek gebracht aan verschillende Belgische gevangenissen, rechtbankcellen en forensisch psychiatrische centra. Op 8 september 2026 heeft de Belgische overheid deze gedetailleerde verdediging en haar herstelplannen gepubliceerd.

Wie of wat is het CPT?

Het CPT is een onafhankelijke Europese waakhond die toeziet op de rechten en menswaardige behandeling van burgers die door de overheid van hun vrijheid zijn beroofd. Dit omvat niet alleen gevangenen, maar bijvoorbeeld ook geïnterneerden in psychiatrische instellingen. Het Comité brengt periodieke bezoeken en doet bindende aanbevelingen om misbruik, foltering en vernedering te voorkomen. Hoewel België de rapporten altijd netjes openbaar maakt, spoort het CPT de regering aan om in te stemmen met automatische publicatie van alle toekomstige rapporten, een procedure die momenteel nog door België wordt overwogen.

Het grootste probleem: Gevangenisoverbevolking

De Belgische gevangenissen kampen al jaren met een structurele en ernstige overbevolking die de menselijke waardigheid onder druk zet.

  • Matrassen op de grond: Eind juni 2026 was de situatie zo nijpend dat er in de Belgische gevangenissen nog steeds 605 gedetineerden op de grond moesten slapen bij gebrek aan bedden.
  • De Noodwet van 22 juli 2026: Om de druk onmiddellijk te verlichten, heeft de regering een nieuwe wet aangenomen die op 1 oktober 2026 van kracht wordt. Deze wet voorziet in het drastisch uitbreiden van elektronisch toezicht (enkelbanden) voor straffen tot 10 jaar, en het verlengen van de vervroegde invrijheidstelling tot 6 maanden voor het einde van de straf.
  • Uitwijzing en buitenlandse capaciteit: De overheid versnelt de repatriëring van gedetineerden zonder wettig verblijfsrecht door betere samenwerkingsakkoorden te sluiten met herkomstlanden zoals Marokko. Daarnaast onderzoekt de minister van Justitie serieus de juridische en praktische opties om gevangeniscapaciteit in het buitenland te huren of bouwen (zoals in Kosovo).
  • Infrastructuur (Masterplan IV): De regering wil tegen 2028 via Masterplan IV structureel 1300 extra cellen realiseren door nieuwe gevangenissen en detentiehuizen te openen. De definitieve sluiting van de sterk verouderde gevangenis van Sint-Gilles is hierdoor uitgesteld tot uiterlijk eind 2035.

Mensen met psychische problemen (Geïnterneerden)

Een ander pijnlijk dossier is de opvang van geïnterneerden (personen die een misdrijf pleegden maar wegens een psychische stoornis niet toerekeningsvatbaar zijn).

  • Enorme stijging: Het aantal geïnterneerden is explosief gestegen van 3500 in 2018 naar 4616 eind 2025. Door een chronisch tekort aan opvangplaatsen in de zorg verblijven honderden van hen nog steeds in reguliere gevangenisvleugels.
  • Nieuwe forensische centra (CPL's): Er wordt gewerkt aan de bouw van nieuwe Forensisch Psychiatrische Centra in Aalst, Ostend, Wavre en Paifve. Daarnaast heeft Vlaanderen 137 extra bedden gecreëerd in forensische zorgwoningen.
  • Wetswijzigingen: De wet op de internering wordt herzien om te garanderen dat alleen geïnterneerden die een ernstig gevaar vormen voor de fysieke of psychische integriteit van anderen, nog in een gevangenisomgeving terecht kunnen komen.

Gezondheidszorg achter tralies

Het CPT hamert erop dat de medische zorg in detentie gelijkwaardig moet zijn aan de zorg in de vrije samenleving. België voert momenteel een stapsgewijze hervorming door om de medische diensten over te dragen aan de openbare gezondheidszorg.

  • Aansluiting bij het RIZIV: Sinds 2023 zijn gedetineerden administratief aangesloten bij de verplichte ziekteverzekering. Vanaf 1 januari 2029 zal ook de financiering en distributie van geneesmiddelen volledig door het RIZIV/INAMI worden overgenomen.
  • Omnipro-systeem: In alle gevangenissen is inmiddels het elektronische patiëntendossier 'Omnipro' geïnstalleerd. Dit systeem is compatibel met externe eHealth-diensten, wat de overdracht van medische dossiers bij invrijheidstelling of verhuizing sterk verbetert.
  • Groot tandartsen- en personeelstekort: Het CPT uitte scherpe kritiek op het gebrek aan artsen en psychiaters. De hypermoderne ziekenhuisvleugel in de nieuwe gevangenis van Haren was tijdens de inspectie bijvoorbeeld nog volledig gesloten wegens een chronisch tekort aan verpleegkundigen. Om tandheelkundige noodgevallen op te lossen, start de overheid nu met mobiele tandartsteams die van gevangenis naar gevangenis reizen.

Veiligheid, geweld en toezicht

Om geweld tussen gedetineerden, maar ook eventueel machtsmisbruik door bewakers te voorkomen, zijn er nieuwe toezichtmaatregelen getroffen.

  • Bodycams voor interventieteams: Het CPT adviseert het gebruik van bodycams tijdens incidenten. De overheid stemt hiermee in en heeft de wettelijke bewaartermijn van camerabeelden verlengd naar minimaal een maand (en tot drie maanden voor gevangenissen) om eventueel misbruik grondig te kunnen onderzoeken.
  • Digitale letselregistratie: Vanaf de tweede helft van 2026 worden medische posten uitgerust met smartphones. Artsen moeten hiermee opgelopen verwondingen van gedetineerden direct fotograferen en objectief registreren in het patiëntendossier. Dit maakt een onafhankelijke bewijsvoering bij eventuele mishandeling mogelijk.
  • Garanties bij stakingen (Minimumdienst): De wet op de minimumdienstverlening garandeert dat gedetineerden tijdens cipiersstakingen recht hebben op basisbehoeften. Hieronder valt dat zij minimaal twee keer per week moeten kunnen douchen en wekelijks bezoek of telefonisch contact met advocaten en familie moeten behouden.

Rechten van buitenlandse gedetineerden

Voor buitenlanders zonder verblijfsrecht die aan het einde van hun straf of voorlopige hechtenis zijn gekomen, gelden strikte regels om willekeurige detentie te voorkomen.

  • Wanneer de strafrechtelijke titel vervalt, mag de Dienst Vreemdelingenzaken de betrokkene nog maximaal 7 dagen administratief vasthouden in de gevangenis in afwachting van hun feitelijke uitzetting. Dit gebeurt onder strikt toezicht van een rechter en mag niet zomaar verlengd worden.

Samengevat is dit document een gedetailleerde reactie waarin de Belgische overheid enerzijds de enorme operationele problemen en personeelstekorten erkent, maar anderzijds aantoont dat zij via ingrijpende wetswijzigingen, miljoeneninvesteringen in infrastructuur en digitale systemen probeert om de detentieomstandigheden menswaardiger te maken.


dinsdag 1 september 2026

Uitspraak EHRM - CASE OF BRUNELL AND MCARDLE v. THE NETHERLANDS

Bron

Belangrijke uitspraak EHRM - wordt nader besproken in andere post!

Samenvatting AI

Veroordeling in hoger beroep zonder herverhoor van getuige schendt recht op een eerlijk proces ⚖️

Samenvatting met AI - voor een volledig en juist begrip, raadpleeg de uitspraak.

Feiten

⚖️ De eisers, Kenneth Brunell en Barry McArdle (beide Ierse nationalen), werden in Nederland vervolgd voor doodslag en lijkwegmaking. 🔓 In eerste aanleg sprak de rechtbank hen vrij van doodslag. 👨‍⚖️ In hoger beroep vernietigde het gerechtshof deze vrijspraak en veroordeelde hen alsnog tot celstraf. 🗣️ Deze veroordeling was beslissend gebaseerd op de verklaring van een belastende sleutelgetuige. ❌ Het gerechtshof hoorde deze getuige echter niet zelf rechtstreeks, hoewel er ernstige twijfels bestonden over diens geloofwaardigheid. De Hoge Raad verwierp hun cassatieberoep.

Verweermiddelen

🛡️ De eisers voeren voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) aan dat hun recht op een eerlijk proces onder artikel 6 EVRM is geschonden. 🔄 Zij betogen dat de vernietiging van hun vrijspraak gebaseerd is op de verklaringen van een getuige die de appelrechter nooit zelf heeft gehoord of beoordeeld, wat hun verdedigingsrechten schendt.

Principes

📖 Artikel 6 van het EVRM garandeert het recht op een eerlijk proces. 💡 Het onmiddellijkheidsbeginsel vereist dat een rechter die een eerdere vrijspraak intrekt, de belangrijkste getuige zelf rechtstreeks hoort om de betrouwbaarheid te beoordelen. 🛑 Het louter afgaan op schriftelijke verklaringen bij ernstige twijfel over de geloofwaardigheid tast de billijkheid van de hele procedure aan. Cassatie die dit verzuim niet herstelt, biedt onvoldoende garantie.

Besluit

✅ Het EHRM oordeelt unaniem dat er sprake is van een schending van artikel 6 EVRM. 🔄 Omdat de eisers geen schadevergoeding of kosten hebben gevorderd, is de heropening van de strafprocedure in Nederland de meest passende vorm van herstel. 🏛️ De vaststelling van de schending vormt op zichzelf al voldoende rechtvaardige genoegdoening.

📅 Datum: 1 september 2026 🔢 Rolnummer: 30395/20 en 31220/20

#EHRM #EVRM #EerlijkProces #Getuigenverhoor #Justitie #RechtenVanDeMensBelangrijke uitspraak EHRM - wordt nader besproken in andere post!

vrijdag 28 augustus 2026

Besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2026 - AI

Bron

Besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2026 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 28 augustus 2026). Dit besluit wijzigt het oprichtingsbesluit van het agentschap Wonen in Vlaanderen en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.

.


📋 Wat staat er in dit besluit?

Het besluit voert ingrijpende wijzigingen door in de manier waarop de woningkwaliteit in Vlaanderen wordt gecontroleerd en gehandhaafd. De belangrijkste elementen zijn:

  • Professionalisering en strikte opleidingseisen: Personen mogen alleen als toezichthouder of wooninspecteur optreden als zij een specifieke opleiding hebben gevolgd bij een erkende instelling. Deze opleiding omvat verplichte modules over onder andere het proportioneel gebruik van bevoegdheden, conflictbeheersing, het verhoren van getuigen/verdachten en woningkwaliteitsbewaking. Er geldt een overgangstermijn van maximaal vijf jaar voor personen die de opleiding nog niet voltooid hebben maar wel over de nodige kennis beschikken.
  • Strikte regels voor herstel en termijnen: Het besluit definieert wat onder "feitelijk herstel" van een woning valt (het conform maken aan de kwaliteitsnormen, het beëindigen van overbewoning, herbestemming of sloop). De maximale termijn die een herstelinstantie of rechter mag toekennen voor dit herstel is vastgelegd op maximaal twee jaar.
  • Regeling voor herstelschikkingen: Er zijn duidelijke grensbedragen vastgesteld voor wie herstelschikkingen mag sluiten bij publieke schade: bij bedragen tot 500.000 euro gebeurt dit door aangewezen personeelsleden; daarboven is de leidend ambtenaar bevoegd met bekrachtiging door de bevoegde minister.
  • Inbeslagname en bewaring van goederen: Als er bij handhaving zaken worden meegevoerd en opgeslagen, gelden er strikte procedures. Indien de rechtmatige eigenaar deze goederen niet binnen 90 dagen opeist (of wanneer de opslagkosten onevenredig hoog worden in vergelijking met de waarde), heeft de overheid het recht om deze goederen te verkopen, weg te schenken of te vernietigen.
  • Inwerkingtreding: Deze nieuwe regelgeving treedt officieel in werking op 8 september 2026.

dinsdag 25 augustus 2026

De zaak-Osman Kavala: Waarom een Turkse rechtszaak de fundamenten van onze vrijheid raakt - AI

Bron

De zaak-Osman Kavala: Waarom een Turkse rechtszaak de fundamenten van onze vrijheid raakt

Stel je voor: je zet je in voor een mooier park in de stad, organiseert culturele projecten en praat met internationale organisaties over mensenrechten. En plotseling word je gearresteerd, beschuldigd van een poging om de regering omver te werpen, en veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf zonder dat je ooit nog een kans hebt om vrij te komen.

Dit is geen scenario uit een dystopische film, maar de harde realiteit van Osman Kavala, een Turkse ondernemer en mensenrechtenactivist. Zijn zaak ligt op het bord van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg. In deze analyse leggen we in begrijpelijke taal uit wat er precies is gebeurd, waarom het proces een schijnvertoning was en waarom dit vonnis van het EHRM (van 25 augustus 2026) een cruciale waarschuwing is voor ons allemaal.


Wie is Osman Kavala en wat is de achtergrond?

Osman Kavala is een gerespecteerde Turkse zakenman die zijn leven en vermogen heeft gewijd aan maatschappelijke organisaties (ngo's). Hij hield zich bezig met cultuur, milieubescherming en vreedzame dialoog.

Sinds 18 oktober 2017 zit hij onafgebroken vast – dat is inmiddels al meer dan achteneenhalf jaar. De Turkse autoriteiten beschuldigden hem van twee grote feiten:

  1. Het organiseren en financieren van de vreedzame Gezi-parkprotesten in 2013 (een protest dat begon om een van de weinige groene parken in Istanbul te beschermen tegen de bouw van een winkelcentrum).
  2. Betrokkenheid bij de mislukte staatsgreep in Turkije in 2016.

De 'juridische draaimolen': Hoe Turkije de regels omzeilde

Het verloop van de rechtszaken tegen Kavala leest als een juridische thriller waarin de overheid steeds de spelregels aanpaste om hem binnen te houden:

  • De eerste tik op de vingers: Al in 2019 oordeelde het Europees Hof (EHRM) dat er geen enkel serieus bewijs tegen Kavala lag en dat hij onmiddellijk moest worden vrijgelaten. Turkije weigerde dit.
  • Vrijspraak... en direct weer handboeien: Op 18 februari 2020 sprak een Turkse rechtbank hem eindelijk vrij voor de Gezi-parkprotesten. Maar in plaats van dat hij naar huis mocht, werd hij diezelfde dag nog in zijn cel gehouden en direct opnieuw gearresteerd voor de staatsgreep van 2016 en 'spionage'.
  • De genadeklap: De eerdere vrijspraak werd later door een hogere rechter ongeldig verklaard. Op 25 april 2022 werd Kavala door de rechtbank in Istanbul alsnog veroordeeld tot verzwaarde levenslange gevangenisstraf voor de Gezi-parkprotesten. Hij werd wel vrijgesproken van spionage, maar de levenslange straf stond vast.

Waarom was dit geen eerlijk proces? (Artikel 6)

Het Europees Hof heeft gehakt gemaakt van de manier waarop Kavala is veroordeeld. Een eerlijk proces is de hoeksteen van de rechtsstaat, maar bij Kavala ging bijna alles mis wat er mis kon gaan:

  1. Geen bewijs, wel straf: De Turkse rechters konden op geen enkele manier aantonen dat Kavala persoonlijk geweld had gebruikt of daartoe had opgeroepen. Toch werd hij verantwoordelijk gehouden voor álle schade en geweld tijdens de protesten. Het Hof stelt dat er simpelweg geen logisch verband is aangetoond tussen zijn vreedzame acties en het geweld van derden.
  2. Getuigen negeren: De advocaten van Kavala vroegen om twee voormalige ministers te horen als getuigen om te bewijzen dat Kavala juist zocht naar dialoog en de-escalatie. De rechter weigerde dit simpelweg, met de standaard opmerking dat het "niets zou bijdragen".
  3. Rechters onder druk zetten: Toen de rechters Kavala in 2020 vrijspraken, opende de Turkse Hoge Raad voor de Magistratuur (CJP) direct een tuchtprocedure tegen hen. Dit stuurt een angstaanjagend signaal naar alle andere rechters in het land: als je deze man vrijspreekt, heeft dat gevolgen voor je eigen carrière.
  4. Partijdige rechters: Een van de rechters die Kavala uiteindelijk tot levenslang veroordeelde, bleek nauwe persoonlijke en politieke banden te hebben met de Turkse regeringspartij.

Het recht om van mening te verschillen (Artikel 10 & 11)

Mag je in een democratie nog vreedzaam protesteren? Volgens de Turkse rechter blijkbaar niet. Zij zagen de vreedzame cultuurprojecten, de vergaderingen en de oproepen van Kavala om geen traangas te gebruiken als "bewijs" van een complot om de regering omver te werpen.

Het EHRM stelt heel duidelijk: vreedzaam protesteren en opkomen voor mensenrechten zijn fundamentele rechten. Als een overheid vreedzame burgers strafrechtelijk gaat vervolgen voor geweld dat door anderen (raddraaiers) tijdens een protest wordt gepleegd, durft straks niemand meer de straat op. Dat heeft een verlammend effect op de hele maatschappij.


De harde conclusies van het Europees Hof

Het definitieve vonnis van de Grote Kamer van het EHRM (met een overweldigende meerderheid van 15 tegen 2 rechters) laat geen spaan heel van het Turkse optreden:

  • Het doel was wraak en stilte (Artikel 18): De vervolging en opsluiting van Kavala had geen juridisch doel, maar een politiek doel. De regering wilde hem persoonlijk straffen voor zijn kritische geluid en de rest van de Turkse maatschappij angst aanjagen .
  • Onmenselijke straf (Artikel 3): De verzwaarde levenslange gevangenisstraf die Kavala kreeg, kent in Turkije geen enkele mogelijkheid tot vervroegde vrijlating of herbeoordeling. Je sterft letterlijk in de cel. Het Hof oordeelt dat zo'n 'uitzichtloze' straf inhumaan en in strijd met de mensenrechten is.
  • Geen 'eerlijk proces' maar een schijnvertoning: Omdat het proces zo fundamenteel oneerlijk was, spreekt het Hof van een "flagrant déni de justice" (een aperte ontkenning van recht). Zijn gevangenschap is daardoor volledig onwettig.

Waarom gaat dit ons allemaal aan?

De zaak-Kavala is uitgegroeid tot hét symbool van de afbrokkelende rechtsstaat in Turkije. Als rechtbanken niet meer onafhankelijk zijn, maar handelen op basis van politieke instructies of angst voor tuchtstraffen, is geen enkele burger meer veilig.

Het EHRM heeft Turkije dan ook de dwingende opdracht gegeven om Osman Kavala onmiddellijk vrij te laten en zijn veroordeling volledig te schrappen. Daarnaast moet Turkije hem 70.000 euro schadevergoeding betalen.

Dit vonnis herinnert ons eraan dat mensenrechten en een onafhankelijke rechterlijke macht geen abstracte luxe zijn, maar de enige bescherming die we hebben tegen de willekeur van de machthebbers.



vrijdag 21 augustus 2026

𝗣𝗿𝗼𝘁𝗼𝗻 𝗹𝗮𝗮𝘁 𝘇𝗶𝗲𝗻 𝘄𝗮𝘁 𝗖𝗵𝗮𝘁𝗚𝗣𝗧 𝗲𝗻 𝗖𝗹𝗮𝘂𝗱𝗲 𝗼𝘃𝗲𝗿 𝗴𝗲𝗯𝗿𝘂𝗶𝗸𝗲𝗿𝘀 𝘄𝗲𝘁𝗲𝗻.

 𝗕𝗘𝗟𝗔𝗡𝗚𝗥𝗜𝗝𝗞

𝗣𝗿𝗼𝘁𝗼𝗻 𝗹𝗮𝗮𝘁 𝘇𝗶𝗲𝗻 𝘄𝗮𝘁 𝗖𝗵𝗮𝘁𝗚𝗣𝗧 𝗲𝗻 𝗖𝗹𝗮𝘂𝗱𝗲 𝗼𝘃𝗲𝗿 𝗴𝗲𝗯𝗿𝘂𝗶𝗸𝗲𝗿𝘀 𝘄𝗲𝘁𝗲𝗻.

Het op privacy gerichte techplatform Proton heeft een tool gemaakt waarmee gebruikers kunnen zien welke informatie ChatGPT en Claude over hen verzamelen. Gebruikers kunnen hun gebruikersdata uploaden naar Protons AI-model Lumo, dat dan inzicht geeft over hoe de grote AI-modellen over hen denken.

Lees het artikel eerst: https://lnkd.in/ejH2XsXs

U kan de tool hier raadplegen: https://lnkd.in/evATkRpq

Als u op genereren klikt, kan u kiezen tussen chatgpt een claude. Er wordt ook telkens uitgelegd hoe u de gegevens van chatgpt of claude moet exporteren.

Het rapport kan u na een tijdje zien en wordt automatisch verwijderd (zegt men).

U zou wel eens kunnen verschieten wat er allemaal al instaat.

Het is mij ook niet duidelijk of u kan verhinderen dat gegevens over u worden verzameld.

Wat zegt AI hier over?

Anthropic (de maker van Claude) verzamelt standaard gegevens over uw gebruik, en er zijn verschillende instellingen die u kunt aanpassen om dit te beperken. Het volledig "uitschakelen" van alle gegevensverzameling is niet mogelijk, maar u heeft wel controle over de belangrijkste punten: het gebruik van uw gesprekken voor modeltraining, chatgeschiedenis, en cookies/tracking.

Advocaat worden - waaraan moet je denken

 

Bron: https://www.ordevanvlaamsebalies.be/nl/fetch-asset?path=ovb/Documenten/Stage-en-Opleiding/Checklist-stagiair-2.pdf

 

Checklist voor stagiairs

Proficiat, je hebt je diploma rechten op zak! Maar hoe maak je nu de sprong naar de balie en word je officieel advocaat? Het traject lijkt op het eerste gezicht complex (stage, eedaflegging, beroepsopleiding, sociale zekerheid, btw…) maar met een helder overzicht raak je er vlot door.

In deze checklist vind je stap voor stap wat je moet doen: van het vinden van een stageplaats tot de inschrijving bij de KBO, en van je eerste toga tot het behalen van je BUBA. Zo weet je precies wat er praktisch op je afkomt en hoe je je goed voorbereidt op een succesvolle start als advocaat.

 

Uploaded Image

 

 


'Er is wél een toekomst voor onze juristen': professoren geloven niet in de dominantie van AI in de rechtenwereld - samenvatting AI

Professoren van de KU Leuven betwisten de stelling dat AI de juristenwereld zal domineren en beginnende juristen overbodig zal maken. AI zal saaie, repetitieve taken overnemen, waardoor het beroep juist interessanter wordt en de academische vorming cruciaal blijft.

Publicatiedatum

20 augustus 2026

Auteur

Kimberly Vrancken 



Bron

https://www.veto.be/onderwijs/er-is-wel-een-toekomst-voor-onze-juristen-professoren-geloven-niet-in-de-dominantie-van-ai-in-de-rechtenwereld/371593

 

'Er is wél een toekomst voor onze juristen': professoren geloven niet in de dominantie van AI in de rechtenwereld

woensdag 24 juni 2026

Het filmen van de politie en het online plaatsen van de beelden ervan - samenvattingen met AI

Advies Controlorgaan politie

Mag iedereen te allen tijde de politie filmen tijdens een interventie? Vaak wordt gedacht dat je alles en iedereen bij de politie zomaar mag filmen, simpelweg omdat er in België geen specifieke wet bestaat die dit uitdrukkelijk verbiedt. Dat is echter een misverstand.

  • ‘Niet uitdrukkelijk verboden’ betekent niet dat het altijd zonder meer is toegestaan.
  • Politieagenten zijn ook mensen. Zodra zij hun uniform aantrekken en op straat stappen, verliezen zij niet plots hun recht op privacy en de bescherming van hun persoonsgegevens (zoals vastgelegd in de Europese privacywetgeving of AVG).
  • Er moet dus altijd een afweging gemaakt worden tussen de vrijheid van de burger (om te filmen) en de privacy van de agent.

Is er een verschil tussen de beelden opslaan op je gsm en ze online plaatsen? Ja, er is een zeer groot juridisch verschil.

  • Voor jezelf: Maak je beelden voor puur persoonlijk of huishoudelijk gebruik (bijvoorbeeld omdat je een monument filmt en er toevallig een agent door het beeld loopt), dan valt dit meestal niet onder de strenge privacywetgeving.
  • Voor het internet: Zodra je een agent gericht filmt en die beelden deelt op sociale media zoals Facebook of YouTube, ben je actief persoonsgegevens aan het verspreiden. Vanaf dat moment heb je in principe een wettelijke basis nodig (of zelfs de toestemming van de agent) om dit te mogen doen, tenzij er een specifieke uitzondering geldt.

Wanneer mag ik de beelden wél verspreiden zonder toestemming van de agent? Dit mag voornamelijk als je je kan beroepen op de "journalistieke uitzondering". In een democratie is het controleren van de macht van de politie via beelden essentieel (de zogenoemde 'vierde macht'). Toch zijn hier strikte grenzen aan verbonden:

  • Maatschappelijk debat: De beelden moeten echt bijdragen aan een publiek debat. Denk aan het vastleggen van onrechtmatig politiegeweld of discriminatie.
  • Geen banale feiten: Het filmen van een doordeweekse, banale verkeerscontrole om je nieuwsgierigheid te bevredigen of om de politie zwart te maken, draagt níét bij aan een maatschappelijk debat.
  • Verantwoordelijkheid: Ook als je als gewone burger filmt en jezelf als 'burgerjournalist' ziet, moet je je aan basisregels houden, zoals het checken van de feiten en het niet zomaar plaatsen van eenzijdige, niet-geverifieerde beweringen. Daarnaast moet je je afvragen of het écht nodig is om het gezicht van de agent herkenbaar in beeld te brengen om je boodschap over te brengen.

Wat riskeer ik als ik agenten onterecht film en online zet? Als je de grenzen overschrijdt en geen geldige reden hebt om de beelden te verspreiden, kan dit ernstige gevolgen hebben. Je riskeert administratieve of strafrechtelijke sancties:

  • Inbreuk op de privacywetgeving: Je verwerkt illegaal persoonsgegevens, wat kan leiden tot stevige geldboetes.
  • Belaging (Stalking): Als je foto's of video's plaatst met het doel de rust van de betrokken agent(en) ernstig te verstoren en hen te viseren.
  • Laster en eerroof: Als je de beelden vergezelt van kwaadwillige, beledigende of onware commentaren om de reputatie van de agent bewust schade toe te brengen.

Mag de politie mijn smartphone afpakken als ze zien dat ik film? De politie mag je gsm niet zomaar uit je handen rukken puur en alleen omdát je filmt. Er zijn echter situaties waarin dit wel mag:

  • Wanneer de politie vaststelt dat jouw manier van filmen op dat moment een misdrijf vormt (bijvoorbeeld een flagrante privacyschending of stalking), mogen ze je toestel in beslag nemen om het bewijsmateriaal veilig te stellen.
  • Omdat het uitlezen van een smartphone een enorme inbreuk is op jouw eigen privacy, moet dit wel proportioneel gebeuren. De politie kan je bijvoorbeeld eerst de kans geven om zélf de beelden in hun bijzijn te wissen. Soms kan men ook enkel de specifieke video kopiëren zonder je hele toestel mee te nemen.
  • Het Controleorgaan adviseert agenten bovendien om bij twijfel altijd eerst een magistraat (zoals het parket) te contacteren voor toestemming en instructies.

Hoe moet het nu verder? Doordat er geen specifieke wet is, is het momenteel voor zowel de burger als de agent onduidelijk wat exact wel en niet mag. Rechters moeten nu telkens per geval beslissen. Het Controleorgaan (COC) dringt er dan ook sterk bij de overheid op aan om snel een duidelijke wet te maken. Daarin moet zwart op wit komen te staan óf en wanneer je mag filmen, wanneer je mag publiceren, en wanneer de politie mag ingrijpen.


Tijdschrift voor Mensenrechten - Het recht om politie te filmen


Is het wettelijk toegestaan om een politie-interventie te filmen?

  • Volgens het Controleorgaan op de Politionele Informatie (COC) is er momenteel geen duidelijke wet in België die dit uitdrukkelijk regelt. Het COC stelt dat "niet uitdrukkelijk verboden" niet automatisch betekent dat het zomaar mag.
  • Daartegenover stellen juristen en mensenrechtenorganisaties (zoals Police Watch) dat dit recht wél internationaal beschermd is onder de vrijheid van meningsuiting. Het filmen van de politie door burgers is een belangrijk instrument van democratische controle, dat in het verleden al meermaals buitensporig politiegeweld aan het licht heeft gebracht.

Verliezen agenten hun recht op privacy zodra zij hun uniform aantrekken?

  • Zeker niet. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelt dat ook werknemers en ambtenaren, waaronder politieagenten in functie, het recht hebben op de bescherming van hun privéleven en persoonsgegevens.
  • Dit recht op privacy is echter niet absoluut. Een inbreuk erop kan wettelijk worden toegestaan als dit noodzakelijk is in een democratische samenleving.

Welk recht weegt zwaarder: de privacy van de agent of de vrijheid van de filmer?

  • De Europese rechtspraak stelt dat de vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy in principe gelijkwaardig zijn. Er is dus geen standaardregel die zegt welk recht altijd wint.
  • Er moet per situatie een afweging worden gemaakt. Daarbij kijkt men naar verschillende factoren: draagt het beeldmateriaal bij aan een maatschappelijk debat? Wat is de context? Wat zijn de gevolgen van de publicatie?.
  • Zolang er geen sprake is van onterechte persoonlijke aanvallen of opzettelijke laster, mag men filmen en communiceren over zaken van algemeen belang.

Zijn gewone burgers die beelden online plaatsen beschermd zoals journalisten?

  • Ja, vaak wel. Het Europees Hof van Justitie hanteert een zeer ruime definitie van "journalistieke activiteiten".
  • Dit omvat elke activiteit die als doel heeft om informatie, meningen of ideeën met het publiek te delen, ongeacht het medium (zoals YouTube of andere sociale media). Burgers die via hun beelden maatschappelijke misstanden willen aankaarten, genieten hierdoor een sterke bescherming.

Mag een agent zomaar beslissen om een smartphone of camera af te pakken?

  • Mensenrechtenexperts vinden het zeer gevaarlijk als een agent dit op eigen houtje zou beslissen, simpelweg omdat hij of zij voelt dat de eigen privacy geschonden wordt. De agent treedt op dat moment immers op als partij én als rechter in zijn eigen zaak.
  • Dit kan de politie bovendien duur komen te staan: een rechtbank in Brussel veroordeelde in 2021 nog twee agenten voor diefstal, omdat zij zonder geldige juridische reden de camera van een journalist in beslag hadden genomen.

Zijn er situaties waarin filmen echt niet door de beugel kan?

  • Het recht om te filmen kan en mag absoluut beperkt worden wanneer de persoon die filmt de veiligheid in gevaar brengt, de openbare orde verstoort, of een lopende politieoperatie fysiek hindert.
  • Ook de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen die door de politie worden aangehouden, kan een geldige reden zijn om het filmen te stoppen.

Moet er een nieuwe wet komen om dit allemaal te verduidelijken?

  • Het Controleorgaan (COC) vindt van wel en pleit voor nieuwe wetgeving om rechtszekerheid te bieden.
  • Juristen en mensenrechtenorganisaties vinden zo'n nieuwe wet echter onnodig en zelfs ongewenst. Zij oordelen dat het huidige Europese toetsingskader al voldoende mogelijkheden biedt om elke situatie eerlijk en individueel te beoordelen. Elke nieuwe wet die als doel heeft dit recht in het algemeen in te perken, wordt door hen gezien als een gevaarlijke stap terug voor de democratische controle op de politie.

ICT-Rechtswijzer - Mag ik de politie filmen en de beelden online plaatsen. 

Mag je zomaar alles filmen als de politie aan het werk is?

  • In principe is het louter filmen van een politie-interventie toegestaan. Het vastleggen van een politieoptreden, bijvoorbeeld om later als bewijs te dienen, is een belangrijk democratisch recht.
  • Er is echter een harde voorwaarde: je mag de politieactie op geen enkele manier hinderen en je moet de bevelen van de agenten (zoals de vraag om afstand te houden) opvolgen.

Is het toegestaan om deze gemaakte beelden vervolgens op sociale media te plaatsen?

  • Hier bevindt zich het grootste risico. Zodra je beelden publiceert waarop mensen herkenbaar in beeld komen, verwerk je persoonsgegevens en val je onder de strenge privacywetgeving (de AVG of GDPR).
  • Zonder toestemming van de gefilmde personen is dit in de regel verboden.
  • Er bestaat weliswaar een uitzondering voor "journalistieke doeleinden", maar rechters passen die zeer streng toe. Als jouw enige doel is om iemand persoonlijk aan te vallen of zwart te maken, in plaats van het publiek eerlijk te informeren, vervalt deze bescherming.
  • De veiligste optie is altijd om personen (zowel agenten als omstaanders) onherkenbaar te maken voordat je iets online plaatst.

Wat is de grens tussen kritiek uiten en strafbare feiten plegen?

  • Je ongenoegen uiten of een subjectieve mening geven over een politieoptreden (bijvoorbeeld: "Ik vond dat de politie te hardhandig optrad") valt onder de vrijheid van meningsuiting.
  • De grens wordt overschreden wanneer je opzettelijk onwaarheden verspreidt om iemands reputatie te vernietigen. Het kwaadwillig toeschrijven van valse feiten aan een identificeerbare agent, met als doel hem of haar publiekelijk belachelijk te maken of te schaden, is een misdrijf dat "smaad" wordt genoemd.

Verliezen politieagenten hun recht op privacy zodra zij hun uniform aantrekken?

  • Absoluut niet. Ook al oefenen agenten een openbare functie uit in de openbare ruimte, zij behouden te allen tijde hun recht op de bescherming van hun persoonsgegevens en hun reputatie.
  • Zij zijn geen vogelvrij verklaard wild en kunnen juridische stappen ondernemen tegen valse of schadelijke online campagnes.

Welke gebeurtenis leidde tot een recente uitspraak van de rechtbank hierover?

  • Tijdens een interventie in Gent filmde een zogenaamde "YouTuber" de politie, weigerde hij afstand te houden en was hij agressief.
  • Na de feiten plaatste hij selectief gemonteerde en uit de context gerukte beelden op Instagram.
  • Hij beschuldigde een specifieke agent er bovendien valselijk van een racistische uitspraak ("Pak de makakken") te hebben gedaan, en bewerkte het filmpje zelfs om dit kunstmatig te versterken.

Hoe heeft de rechter in deze specifieke zaak beslist?

  • De rechter was onverbiddelijk: dit was geen journalistiek, maar een gerichte, kwaadwillige persoonlijke aanval op de politie-inspecteur.
  • De man werd veroordeeld voor drie zaken: weerspannigheid (het negeren van bevelen en agressief gedrag), smaad aan de politie, én het schenden van de privacywetgeving (AVG).
  • De straf bestond uit een werkstraf van 50 uur en het betalen van een aanzienlijke schadevergoeding van 3.250 euro aan de slachtoffers.

Wat is de allerbelangrijkste les uit dit vonnis?

  • Je mag de politie controleren en bekritiseren, maar dat recht stopt waar de persoonlijke integriteit en de reputatie van een agent begint.
  • Beelden manipuleren, uit de context rukken en via sociale media valse beschuldigingen lanceren heeft niets te maken met vrije meningsuiting, maar is een strafbaar feit met zware financiële en strafrechtelijke gevolgen.

Brochure