Bron
Deze bron betreft de inleiding van een officiële rechtspraakgids
(Case-Law Guide) die is uitgegeven door het Europees Hof voor de
Rechten van de Mens (EHRM).
De gids behandelt de volgende kernpunten:
- Doel
van de gids: Het document richt zich tot rechtspraktijkers en vat de
belangrijkste, leidende en meest recente arresten en beslissingen van het
EHRM samen met betrekking tot de rechten van gedetineerden (prisoners'
rights).
- Rol
van het EVRM: De rechtspraak van het Hof dient niet alleen om
individuele geschillen te beslechten, maar verduidelijkt en ontwikkelt de
regels van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) in het
algemeen belang. Het EVRM wordt omschreven als een "constitutioneel
instrument van de Europese openbare orde" op het gebied van
mensenrechten.
- Subsidiariteitsbeginsel
(Protocol Nr. 15): Er wordt verwezen naar de invoeging van het
subsidiariteitsbeginsel in de preambule van het EVRM. Dit houdt in dat er
een gedeelde verantwoordelijkheid bestaat tussen het Hof en de
verdragssluitende Staten, waarbij nationale rechters en overheden het nationale
recht zodanig moeten interpreteren en toepassen dat de verdragsrechten
daadwerkelijk uitwerking krijgen.
Het overzicht van de jurisprudentie van het Europees Hof
voor de Rechten van de Mens (EHRM) over gedetineerdenrechten (Guide on the
case-law of the ECHR – Prisoners' rights) formuleert het uitgangspunt dat
de rechten uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) niet
stoppen bij de gevangenispoort. Gedetineerden behouden alle fundamentele
verdragsrechten, behalve het recht op vrijheid inzake wettige
vrijheidsbeneming. Elke verdere beperking moet specifiek worden gerechtvaardigd
door de overheid op gronden van veiligheid en orde.
Hieronder worden de rechten van gedetineerden per materie
gedetailleerd uiteengezet:
1. Algemene uitgangspunten en menselijke waardigheid
- Respect
voor menselijke waardigheid: Gedetineerden moeten te allen tijde
menswaardig worden behandeld. Behandeling die iemand vernedert, vernedert
of angst en minderwaardigheid opwekt die de fysieke of mentale weerstand
breekt, valt onder het verbod op onmenselijke of vernederende behandeling
(artikel 3 EVRM).
- Positieve
verplichting van de Staat: De Staat heeft de plicht om gedetineerden,
die zich in een kwetsbare positie bevinden, te beschermen. De
penitentiaire infrastructuur moet zo worden georganiseerd dat de
menselijke waardigheid gewaarborgd is, ongeacht financiële of
logistieke problemen.
- Reïntegratie
en resocialisatie: Een van de voornaamste doelen van een
gevangenisstraf is de reïntegratie van de veroordeelde in de samenleving.
De overheid heeft een inspanningsverplichting om regimes aan te bieden die
gericht zijn op reïntegratie, ook bij levenslanggestraften.
2. Detentieomstandigheden en materiële leefomstandigheden
- Opname
en registratie: Een opsluiting is pas wettig als er een geldige
rechterlijke beslissing aan ten grondslag ligt en de opsluiting formeel
wordt geregistreerd (datum, tijd, redenen, identificatie). Bij opname moet
er aandacht zijn voor de gezinssituatie van de gedetineerde en diens
gezondheidstoestand, met het aanbieden van gratis, vrijwillige screening
op overdraagbare ziektes (zoals HIV en hepatitis).
- Plaatsing
en afstand tot de familie: Hoewel een gedetineerde geen vrij recht
heeft op de keuze van de gevangenis, kan een plaatsing op extreme afstand
van de familie (waardoor bezoeken vrijwel onmogelijk worden) een schending
opleveren van het recht op eerbiediging van het gezinsleven (artikel 8
EVRM).
- Celruimte
en overbevolking (artikel 3 EVRM):
- Minimumnorm
van 3 m²: In een meerpersoonscel geldt een absolute ondergrens van 3
m² vloeroppervlakte per gedetineerde (waarbij het sanitair niet mee
telt). Ligt de ruimte onder de 3 m², dan geldt een sterk vermoeden van
een schending van artikel 3 EVRM.
- Compensderende
factoren: Dit vermoeden kan enkel worden weerlegd als de reductie
kortstondig en gering is, gecombineerd met voldoende bewegingsvrijheid
buiten de cel en afwezigheid van andere verzwarende omstandigheden.
- Ruimte
tussen 3 m² en 4 m²: Hier wordt de celruimte beoordeeld in samenhang
met bijkomende factoren zoals toegang tot buitenlucht, daglicht,
ventilatie, kamertemperatuur en afgescheiden sanitair.
- Verlichting,
ventilatie en temperatuur: Cellen moeten beschikken over voldoende
natuurlijk licht en verse lucht. Metalen blinden voor het raam die licht
en lucht blokkeren, of constante kunstverlichting die de nachtrust
verstoort, kunnen een schending opleveren. Cellen moeten tevens beschermd
zijn tegen extreme zomerhitte en winterkoude.
- Hygiëne
en sanitair:
- Privacy
bij toiletgebruik: Toiletten in cellen moeten volledig worden
afgescheiden van het leefgedeelte. Het ontbreken van privacy (toilet in
het zicht van medegevangenen of bewakers) schendt de menselijke
waardigheid en artikel 8 EVRM.
- Douche
en verzorging: Gedetineerden moeten voldoende toegang hebben tot
douches (eenmaal per week of eenmaal per 10 dagen is onvoldoende). Er
moeten actieve maatregelen worden genomen tegen ongedierte en infecties.
- Lijfelijke
integriteit: Een absoluut verbod op het dragen van een baard of het
gedwongen kaalscheren van het hoofd zonder noodzaak tast de menselijke
waardigheid aan.
- Slaapgelegenheid
en kleding: Elke gedetineerde heeft recht op een eigen individuele
slaapplaats (geen beurtelings slapen). Hoewel gevangeniskleding mag
worden verplicht binnen de inrichting, vormt het verplicht dragen van
gevangeniskleding en boeien tijdens externe ziekenhuisbezoeken of
begrafenissen een inbreuk op het privéleven.
- Voeding:
Er moeten minstens drie volwaardige maaltijden per dag worden verstrekt.
Het weigeren van een specifiek dieet op medische voorschrift of op
religieuze gronden (bv. een vegetarisch/boeddhistisch of halal/kosjer
dieet) schendt verdragsrechten wanneer dit zonder zwaarwichtige redenen
gebeurt.
- Wandeling
en beweging: Alle gedetineerden hebben zonder uitzondering recht op
minstens één uur beweging in de buitenlucht per dag. De wandelhoof
moet voldoende ruim zijn en bescherming bieden tegen slecht weer.
3. Veiligheid, controle en fouilleringen
- Fouilleringen
(Strip searches & body searches): Fouilleringen moeten strikt
noodzakelijk zijn voor de veiligheid en met eerbiediging van de menselijke
waardigheid plaatsvinden.
- Systematische,
routinematige ontkledingsfouilleringen (inclusief anale inspecties)
zonder specifieke individuele aanleiding of verdenking vormen
vernederende behandeling onder artikel 3 of artikel 8 EVRM.
- Het
ontkleden in aanwezigheid van personeel van het andere geslacht is
uitdrukkelijk niet toegestaan.
- Cameratoezicht
en bewaking: Permanent (24/7) videotoezicht in de cel vormt een
ernstige inbreuk op de privacy (artikel 8 EVRM) en vereist een duidelijke
wettelijke basis met periodieke herziening.
- Transport
van gedetineerden: Bij vervoer in celwagens of treinen moet minstens 0,5
m² ruimte per persoon worden geboden, met voldoende zithoogte,
ventilatie, verwarming en drinkwater. Vervoer in extreem krappe cubicles
waar men moet bukken, geldt als vernederend.
4. Contact met de buitenwereld
- Familiebezoeken
en gezinsleven (artikel 8 EVRM):
- De
overheid is verplicht gedetineerden te helpen bij het onderhouden van
contact met hun naaste familie.
- Beperkingen
op familiebezoeken moeten wettelijk omschreven zijn en proportioneel
zijn. Automatische of langdurige verboden op fysiek contact (zoals
glaswanden gedurende meerdere jaren) vereisen een voortdurende
individuele risicoafweging.
- Bezoekregelingen
moeten rekening houden met schoolgaande kinderen en reisafstanden.
- Echtelijk/intiem
bezoek (conjugal visits): Hoewel het EVRM niet uitdrukkelijk intiem
bezoek verplicht stelt, valt dit onder artikel 8 EVRM; willekeurige of
discriminerende toekenning ervan is verboden.
- Humanitair
verlof: Bij ernstige ziekte of het overlijden van een nabij
familielid moet de overheid per geval beoordelen of de gedetineerde
(eventueel onder begeleiding) afscheid mag nemen of de begrafenis mag
bijwonen.
- Huwelijk:
Gedetineerden behouden het recht om te trouwen (artikel 12 EVRM).
- Briefwisseling
en communicatie:
- Correspondentie
met de buitenwereld is beschermd onder artikel 8 EVRM. Systematische
controle of inhouding van alle post zonder individuele reden is niet
toegestaan.
- Briefwisseling
en gesprekken met een advocaat of het EHRM zijn strikt
vertrouwelijk en mogen enkel in uiterst uitzonderlijke omstandigheden
(bij gegronde verdenking van misbruik) worden ingezien.
- Telefoon
en internet/media:
- Indien
telefoongelegenheid aanwezig is, mogen beperkingen niet willekeurig zijn.
Een algeheel telefoonverbod voor lange duur is onevenredig.
- Er
bestaat geen algemeen recht op internettoegang, maar indien de nationale
wetgeving toegang verleent tot bepaalde juridische websites, mag toegang
tot andere juridische/mensenrechtenbronnen niet willekeurig worden
geweigerd (artikel 10 EVRM).
5. Gezondheidszorg in de gevangenis
- Recht
op adequate medische zorg: De Staat heeft de positieve verplichting om
het leven (artikel 2) en de fysieke/mentale gezondheid (artikel 3) van
gedetineerden te beschermen.
- Gelijkwaardig
zorgniveau: De medische zorg in de gevangenis moet kwalitatief
gelijkwaardig zijn aan de zorg in de vrije samenleving.
- Vereisten
voor de zorg:
- Snelle
en nauwkeurige diagnose door gekwalificeerd personeel.
- Bijhouden
van een nauwkeurig en vertrouwelijk medisch dossier.
- Een
samenhangende therapeutische strategie (niet louter symptoombestrijding).
- Toegang
tot externe specialisten of een burgerziekenhuis indien de gevangenis
niet over de juiste middelen beschikt.
- Fysieke
aandoeningen, handicap en ouderdom:
- Detentie
van ernstig zieke, gehandicapte of hoogbejaarde personen vereist speciaal
aangepaste omstandigheden (rolstoeltoegankelijkheid, verpleging,
sanitaire hulp). Het laten afhangen van hulp door celgenoten is
onvoldoende.
- Bij
terminale ziektes moet uit humanitaire overwegingen de verdere detentie
worden heroverwogen.
- Infectieziekten
en verslaving: Adequate behandeling van TBC, HIV en Hepatitis C is
verplicht. Bij drugverslaving moet geschikte medische zorg of
substitutietherapie zorgvuldig worden beoordeeld. Passief roken moet
worden vermeden voor gedetineerden met ademhalingsproblemen.
- Geestelijke
gezondheidszorg: Gedetineerden met psychische stoornissen zijn extra
kwetsbaar. Indien de gevangenis geen geschikte psychiatrische behandeling
kan bieden, is de Staat verplicht hen over te plaatsen naar een
gespecialiseerde psychiatrische inrichting. Het ontbreken van een
individueel behandelingsplan geldt als "therapeutische
verwaarlozing".
6. Orde, tucht en geweldgebruik
- Geweldgebruik
door personeel: Fysiek geweld tegen een gedetineerde dat niet strikt
noodzakelijk wordt gemaakt door diens eigen gedrag, vormt een aantasting
van de menselijke waardigheid en schendt artikel 3 EVRM. Elk geloofwaardig
signaal van mishandeling vereist een onafhankelijk en doeltreffend
officieel onderzoek.
- Veiligheidsmiddelen
(handboeien & pepperspray): Handboeien mogen niet routinematig of
vernederend worden gebruikt bij verzwakte, zieke of zwangere gedetineerden
of tijdens rechtszittingen zonder specifiek vlucht- of veiligheidsrisico.
Pepperspray mag nooit in besloten ruimtes of tegen een reeds onder
controle gebrachte gedetineerde worden ingezet.
- Tuchtprocedures
(artikel 6 EVRM): Zware tuchtstraffen (zoals het verlengen van de
detentieduur of langdurige eenzame opsluiting) vallen onder het recht op
een eerlijk proces. Tuchtstraffen moeten proportioneel zijn; de zwaarste
straf mag niet willekeurig worden opgelegd.
- Bescherming
tegen geweld door medegevangenen: De overheid heeft de positieve
plicht gedetineerden te beschermen tegen fysiek, geestelijk of seksueel
geweld door celgenoten. Het tolereren van informele gevangenishiërarchieën
(waarbij bepaalde gedetineerden als "uitgestotenen" worden vernederd
of misbruikt) vormt een schending van artikel 3 EVRM.
7. Bijzondere veiligheidsregimes en eenzame opsluiting
- Bijzondere
regimes: Strikte veiligheidsregimes voor gevaarlijke of van terrorisme
verdachte gedetineerden zijn toegestaan, maar moeten wettelijk verankerd
zijn, regelmatig worden herzien en vergezeld gaan van menselijk contact en
opvang.
- Eenzame
opsluiting (Solitary confinement):
- Volledige
zintuiglijke en sociale isolatie is absoluut verboden.
- Relatieve
eenzame opsluiting mag niet voor onbepaalde duur duren, vereist
zwaarwichtige motivering, regelmatige medische controle en de
mogelijkheid tot rechterlijk beroep.
- Eenzame
opsluiting mag nooit als straf worden gebruikt voor het indienen van
klachten.
8. Specifieke categorieën gedetineerden
- Moeders
en kinderen: Een gedetineerde moeder en haar pasgeboren baby moeten
samen kunnen blijven in een geschikte omgeving met aangepaste voeding,
hygiëne en regelmatige zorg door een kinderarts.
- Buitenlandse
gedetineerden en minderheden: Hebben recht op snelle informatie over
de redenen van hun detentie in een taal die zij begrijpen (eventueel via
een tolk) en bescherming tegen discriminatie of etnisch geweld.
- Levenslanggestraften:
Een levenslange gevangenisstraf zonder enige mogelijkheid tot herziening
of verkorting (zowel de jure als de facto) schendt artikel 3
EVRM. Er moet uiterlijk na 25 jaar een formeel herzieningsmechanisme
bestaan dat de voortgang van de reïntegratie beoordeelt.
- LGBTI
/ Transgender gedetineerden: Hebben recht op bescherming tegen geweld
en op de voortzetting van medisch geïndiceerde behandelingen (zoals
hormoontherapie).
9. Rechten in gerechtelijke procedures en klachtrecht
- Toegang
tot een advocaat: Directe en vertrouwelijke toegang tot een advocaat
is een essentieel recht (artikel 6 EVRM).
- Deelname
aan het eigen proces: Gedetineerden moeten in staat worden gesteld hun
proces naar behoren voor te bereiden (geen uitputtend transport of extreem
krap verblijf in het gerechtsgebouw vlak voor de zitting). Het plaatsen
van een verdachte in een glazen cabine of metalen kooi tijdens de zitting
zonder specifieke veiligheidsnoodzaak is vernederend.
- Vrije
communicatie met het EHRM (artikel 34 EVRM): Gedetineerden moeten
gehinderd noch onder druk gezet worden om klachten bij het Hof in te
dienen of in te trekken. Briefwisseling van en naar het EHRM is strikt
vertrouwelijk.
- Recht
op een doeltreffend rechtsmiddel (artikel 13 EVRM): Gedetineerden
moeten in het nationale recht beschikken over een effectief beroep om
slechte detentieomstandigheden te doen stoppen (preventief) én om een
schadevergoeding te eisen (compensatoir).
10. Overige vrijheden (Religie, Expressie, Onderwijs,
Stemrecht)
- Godsdienstvrijheid
(artikel 9 EVRM): Gedetineerden hebben het recht hun religie te
belijden (gebed, bezit van religieuze boeken, bezoeken van een
geestelijke, aangepaste maaltijden).
- Vrijheid
van meningsuiting (artikel 10 EVRM): Gedetineerden mogen boeken,
tijdschriften en kranten ontvangen en teksten of manuscripten schrijven.
- Arbeid
en onderwijs: Gevangenisarbeid dient primair het doel van
herresocialisatie. Indien er onderwijsinstellingen of cursusmogelijkheden
in de gevangenis aanwezig zijn, mag toegang daartoe niet willekeurig
worden ontzegd.
- Stemrecht:
Een algemeen, automatisch en willekeurig verbod op stemrecht voor alle
veroordeelde gedetineerden (zonder rekening te houden met de aard of ernst
van het misdrijf) schendt het recht op vrije verkiezingen.
Vereisten voor toiletten en sanitaire voorzieningen.
In de bron Guide on the case-law of the European
Convention on Human Rights – Prisoners’ rights wordt uitdrukkelijk ingegaan
op de vereisten voor toiletten en sanitaire voorzieningen in cellen:
- Eis
van menselijke waardigheid en privacy (Artikel 8 EVRM)
Gerede toegang tot hygiënische en goed uitgeruste sanitaire voorzieningen
is volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) essentieel
voor de menselijke waardigheid. Het ontbreken van behoorlijke toegang tot
toiletvoorzieningen vormt een schending van de verplichting van de
overheid om een minimum aan privacy te waarborgen onder artikel 8
EVRM.
- Afscheiding
en privacy van het toilet in de cel
Het EHRM heeft in meerdere zaken geoordeeld over situaties waarin een
toiletpot open in de hoek van de cel stond zonder afscheiding van het
leefgedeelte, of slechts was afgeschermd met een enkel tussenschotje van 1
tot 1,5 meter hoog.
- Geen
privacy: Dit is niet alleen uit hygiënisch oogpunt bezwaarlijk, maar
ontneemt de gedetineerde elke privacy omdat hij op het toilet volledig in
het zicht blijft van celgenoten én van bewakers die door het spionnetje
(kijkgat) kijken.
- Verzwarende
omstandigheid: Dit gebrek aan privacy weegt extra zwaar bij
overbevolking of wanneer een gedetineerde kampt met een specifieke
medische aandoening.
- Beoordeling
van de celruimte (Artikel 3 EVRM)
Wanneer een gedetineerde in een meerpersoonscel tussen de 3 m² en 4 m²
persoonlijke ruimte heeft, is de mogelijkheid om het toilet in privacy
te gebruiken een zwaarwegende factor om te beoordelen of er sprake is
van een onmenselijke of vernederende behandeling onder artikel 3 EVRM.
- Berekening
van het celoppervlak
Bij het berekenen van het minimale persoonlijke celoppervlak per
gedetineerde in een meerpersoonscel wordt de sanitaire ruimte in de cel
uitgesloten van de berekening van het totale vloeroppervlak.
Vervoer van gedetineerden.
In de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van
de Mens (EHRM) valt het vervoer van gedetineerden voornamelijk onder Artikel
3 EVRM (het verbod op onmenselijke of vernederende behandeling).
De belangrijkste regels en normen over het transport van
gedetineerden per celwagen of trein zijn als volgt ingedeeld:
1. Beschikbare Ruimte (De 0,5 m²-regel)
- Sterk
vermoeden van schending: Er ontstaat een sterk vermoeden van een
schending van Artikel 3 EVRM wanneer gedetineerden worden vervoerd in
voertuigen waar zij minder dan 0,5 m² vloeroppervlakte per persoon
ter beschikking hebben. In sommige zaken hadden gedetineerden slechts 0,25
m².
- Oorzaak
van de krapte maakt niet uit: Het maakt voor het Hof niet uit of de
krappe omstandigheden het gevolg zijn van overbevolking (te veel
gedetineerden tegelijk vervoerd) of van het krappe ontwerp van de
afzonderlijke cabines of compartimenten (cubicles).
2. Hoogte en Zithouding
- Een
plafondhoogte van bijvoorbeeld 1,6 meter is onvoldoende voor een persoon
van normale lengte om rechtop te staan of in te stappen zonder te bukken.
- Het
EHRM merkt op dat een lage plafondhoogte — zeker in eenpersoonscabines —
gedetineerden dwingt om continu gebogen te zitten, wat fysieke
vermoeidheid en pijn verergert.
3. Klimaat en Ventilatie
- Onvoldoende
ventilatie op hete dagen of het ontbreken van verwarming wanneer het
voertuig stilstaat met een uitgezette motor, gelden als belangrijke verzwarende
omstandigheden bij de beoordeling.
4. Duur en Frequentie van de Ritten
- Incidentele
ritten: Het sterke vermoeden van een schending kan in beginsel alleen
worden weerlegd als het gaat om een zeer korte of incidentele rit
(bijvoorbeeld een eenmalige rit van 20 tot 30 minuten).
- Langdurig
of frequent vervoer: De schadelijke effecten van overbevolking en
krapte nemen toe naarmate de ritten langer duren of met een hogere
frequentie plaatsvinden (bijvoorbeeld wanneer iemand tientallen of
honderden keren onder zulke omstandigheden is vervoerd).
5. Veiligheidsvoorzieningen (Gordels)
- Het
ontbreken van een veiligheidsgordel leidt op zichzelf niet automatisch tot
een schending van Artikel 3 EVRM.
- Het
ontbreken van gordels of handvatten levert echter wél een probleem op in
combinatie met bijzondere omstandigheden, zoals bij het vervoer van een
patiënt met een dwarslaesie wiens rolstoel niet werd vastgezet in een
rijdend voertuig, of het transport van een pas geopereerde patiënt op een
brancard in een niet-aangepaste bus.
6. Transport per Trein (Lange afstanden)
- Bij
vervoer per trein over lange afstanden (van 12 uur tot meerdere dagen)
hanteert het EHRM normen die vergelijkbaar zijn met die voor vaste
detentie-inrichtingen.
- Het
is onverenigbaar met Artikel 3 EVRM als gedetineerden hun nachtrust moeten
missen door een gebrek aan slaapplaatsen.
- Het
ontbreken van een eigen slaapplek, onvoldoende drinkwater of eten, en
gebrek aan toegang tot het toilet verergeren de situatie tijdens lange
ritten ernstig.
7. Omvattende Beoordeling
- Het
Hof benadrukt dat de beoordeling van transportomstandigheden niet kan
worden gereduceerd tot een louter cijfermatige berekening van de
beschikbare ruimte. Er moet steeds worden gekeken naar het cumulatieve
effect van alle specifieke omstandigheden in hun geheel.