Printvriendelijk afdrukken

vrijdag 16 oktober 2026

Arrest Hof van Cassatie: geen motiveringsplicht voor alternatieve straffen zonder voorafgaande instemming van de beklaagde

Bron

In het kort: waar gaat deze zaak over?

Een man werd door de strafrechter veroordeeld tot één jaar cel omdat hij reed met een auto die geen geldig keuringsbewijs had. Hij was het niet eens met die straf en stapte naar de hoogste Belgische rechter, het Hof van Cassatie.

De man bracht twee klachten naar voren:

  1. Klacht 1: Hij vond dat de rechter had moeten verantwoorden waarom hij geen alternatieve straf kreeg, zoals een enkelband (elektronisch toezicht) of een proefperiode met voorwaarden (probatie).
  2. Klacht 2: In zijn officiële oproepingsbrief (dagvaarding) stond een verkeerde datum bij een eerdere veroordeling. Hij vond dat zijn rechten daardoor geschonden waren.

Wat heeft de hoogste rechter beslist?

1. Waarom hoefde de rechter een enkelband of probatie niet uit te leggen?

  • De regel: De wet bepaalt dat een rechter iemand pas een enkelband of probatiestraf mag geven als de beschuldigde daar vooraf uitdrukkelijk toestemming voor geeft.
  • Wat gebeurde er: De man had tijdens de rechtszaak enkel gevraagd om een werkstraf; hij had geen toestemming gegeven voor een enkelband of probatiestraf.
  • De beslissing: Omdat hij die toestemming niet had gegeven, voldeed hij niet aan de wettelijke voorwaarden. De rechter was dan ook niet verplicht om uit te leggen waarom hij hem geen enkelband of probatie gaf.

2. Maakte de fout in de datum van de eerdere veroordeling wat uit?

  • De regel: Een eerdere veroordeling (herhaling) is een vaststaand feit dat de rechter mag vaststellen op basis van de papieren die in het strafdossier zitten.
  • Wat gebeurde er: In de oproepingsbrief stond per vergissing de datum "25 maart 2024", maar het juiste vonnis van "25 juni 2024" lag gewoon netjes in het officiële strafdossier.
  • De beslissing: Omdat het juiste papier in het dossier zat en de man en zijn advocaat dat vooraf konden inkijken, waren zijn rechten niet geschonden. De rechter mocht zich dus gewoon op het juiste vonnis baseren.

Het eindresultaat

Het Hof van Cassatie heeft het beroep van de man volledig afgewezen. De celstraf van één jaar blijft dus definitief gehandhaafd en de man moet bovendien de proceskosten van 190,80 euro betalen.

 

zondag 4 oktober 2026

Heeft een slachtoffer het recht om te zeggen wat de dader verdient? Of enkel om te vertellen wat het misdrijf heeft aangericht?

Heeft een slachtoffer het recht om te zeggen wat de dader verdient? Of enkel om te vertellen wat het misdrijf heeft aangericht? Het verschil tussen die twee vragen bepaalt of we de rechtsstaat versterken of ondermijnen.



Volgens de post van Sanne De Clerck met de titel “Spreekrecht voor de burgerlijke partij in het debat over de straftoemeting op het Hof van assisen? kwam deze vraag onlangs ter sprake voor het Hof van Assisen, maar heeft “het Hof heeft onze vraag gisteren in een gemotiveerd tussenarrest afgewezen. Het debat aangaande de straf blijft uitsluitend toebehoren aan het Openbaar ministerie en de verdediging.”

https://lnkd.in/p/eQXbrV2N

U zal in het Belgisch Wetboek van Strafvordering geen bepaling vinden die letterlijk zegt: “de burgerlijke partij of het slachtoffer heeft geen inspraak in de strafmaat.”

De beperking volgt uit de wettelijke afbakening van de burgerlijke vordering tegenover de openbare vordering, én — specifiek voor assisen — uit de procesregeling die het strafdebat aan het openbaar ministerie en de verdediging voorbehoudt.

Het EHRM hanteert in essentie hetzelfde vertrekpunt: het EVRM verleent een slachtoffer geen zelfstandig recht om de vervolging, veroordeling of bestraffing van een derde te eisen, laat staan om zelf de straf te bepalen. Een slachtoffer kan wel EVRM-rechten hebben voor zijn of haar burgerlijke belangen of, bij ernstige aantastingen van onder meer artikelen 2, 3, 4 of 8 EVRM, aanspraak maken op een daadwerkelijk onderzoek en een doeltreffend beschermingskader.

https://rm.coe.int/council-of-europe-georgia-european-court-of-human-rights-case-study-vi/16807823c4

In een arrest van 10 september 2024 heeft het Hof van Cassatie zich als volgt uitgesproken over de burgerlijke partij en de strafmaat.

“De rechter bepaalt binnen de door de wet bepaalde grenzen onaantastbaar welke straffen en maatregelen en hun maat noodzakelijk zijn ter realisering van de doelstellingen die hij met de straftoemeting beoogt. Die doelstellingen kunnen onder meer bestaan in het uiten van de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de overtreding van de strafwet, het bevorderen van het herstel van het maatschappelijk evenwicht en van het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade, het bevorderen van de maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van de dader en de bescherming van de maatschappij.”
“Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel verzet zich ertegen dat de rechter ter verantwoording voor de keuze en de maat van de uitgesproken straffen mede verwijst naar de veronderstelde verwachtingen van slachtoffers en hun familie op het vlak van bestraffing. Die kunnen immers worden gekaderd in de voormelde doelstellingen van de straftoemeting.”

https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240910.2N.2/NL

De reden waarom deze beslissing m.i. subtiel of "dubbel" kan overkomen, ligt in het evenwicht dat het Hof bewaart tussen twee juridische principes:

  1. Geen eigen vorderingsrecht voor het slachtoffer: De burgerlijke partij krijgt geen formeel recht om een specifieke straf te eisen of te bepalen; de straftoemeting blijft de exclusieve en onaantastbare bevoegdheid van de rechter.
  2. Koppeling aan straftoemetingsdoelen: De rechter mag de verwachtingen van het slachtoffer niet zomaar als doorslaggevend argument gebruiken, maar enkel wanneer hij dit kadert in de algemene doelstellingen van de straftoemeting (zoals het uiten van maatschappelijke afkeuring, het herstel van het maatschappelijk evenwicht of herstel van de schade).

Je kan een hele reeks voor- en nadelen opsommen voor een spreekrecht voor de burgerlijke partij.

De eerste vraag daarbij is wat bedoeld wordt onder spreekrecht. Gaat het enkel over het toelichten van de gevolgen van het misdrijf voor het slachtoffer of gaat het ook over het mede bepalen van de strafmaat?

Mij komt een beperkt, strikt gereguleerd spreekrecht (ná de schuldverklaring bij het Hof van Assisen) een goed idee: het laat slachtoffers toe de reële gevolgen en hun veiligheids- of herstelbehoeften zichtbaar te maken, zonder hen te veranderen in een tweede openbaar ministerie.

Een recht van de burgerlijke partij om vrij te pleiten over de gewenste strafmaat lijk mij daarentegen allesbehalve een goede piste.

  • Ongelijke strafmaat naar gelang van het slachtoffer. Twee gelijkaardige feiten kunnen heel verschillend worden gepresenteerd door slachtoffers die verschillen in verbale vaardigheid, sociale steun, mediabelangstelling, emotionele uitdrukking of financiële middelen. Dat botst met het beginsel dat gelijke feiten zoveel mogelijk gelijk moeten worden bestraft.
  • Privatisering van de strafvordering. De straf is een antwoord van de staat op een schending van de rechtsorde. Als de wens van één slachtoffer richtinggevend wordt, dreigt de straf haar algemene, maatschappelijke functie te verliezen.
  • Emotionele druk en “populariteit” van slachtoffers. Bij mondelinge verklaringen kan de communicatieve kracht van een slachtoffer meer gewicht krijgen dan juridisch relevante omstandigheden. Nabestaanden van een mondige, goed vertegenwoordigde of sociaal gewaardeerde persoon kunnen dan feitelijk meer invloed hebben dan andere slachtoffers.
  • Secundaire victimisatie. Spreken in openbaarheid, in aanwezigheid van de beschuldigde of onder mediabelangstelling kan belastend zijn. Deelname moet altijd vrijwillig zijn, met steun, voorbereiding en veilige alternatieven zoals een schriftelijke verklaring, audiovisuele opname of tussenkomst door een advocaat.
  • Verwarring tussen schade en schuld. Bij assisen, vooral vóór de schuldvraag gevaarlijk: een aangrijpende uiteenzetting over gevolgen kan de jury psychologisch beïnvloeden bij haar beoordeling van feiten en daderschap.
  • Aantasting van tegenspraak. Zodra een slachtoffer verklaringselementen toevoegt die als strafverzwarend feit of als bewijs van schuld kunnen functioneren, moet de verdediging daar adequaat op kunnen antwoorden. Anders worden rechten van verdediging uitgehold.

Als de verwachtingen van slachtoffers een factor kunnen zijn bij de straftoemeting, dringt zich vroeg of laat de vraag op of zij daarover ook zelf — binnen duidelijke grenzen en zonder de straf te kunnen eisen — het woord moeten kunnen voeren. Het laatste woord over die vraag is duidelijk nog niet gevallen.

Een strikt gereguleerd spreekrecht beschermt tegelijk de waardigheid van het slachtoffer, de rechten van de verdediging en het publieke karakter van het strafrecht.

 

dinsdag 29 september 2026

Overzicht Collectieve brief nr. 166: noodmaatregelen tegen overbevolking in de gevangenissen - samenvatting AI

Bron

📋 Overzicht Collectieve Brief nr. 166: Noodmaatregelen tegen Overbevolking in de Gevangenissen

Collectieve Brief nr. 166 is een officiële instructie van de penitentiaire administratie (FOD Justitie) van 18 september 2026. De brief geeft uitleg over de praktische uitvoering van de nieuwe "Noodwet 2.0" (wet van 22 juli 2026).

Het hoofddoel van deze noodwet is het dringend terugdringen van de overbevolking in de Belgische Gevangenissen. De maatregelen treden in werking op 1 oktober 2026.

Het document valt uiteen in twee grote delen:

  1. Het Elektronisch Toezicht van rechtswege (automatisch enkelbandverlof)
  2. De vervroegde invrijheidstelling van personen zonder wettelijk verblijfsrecht met het oog op verwijdering uit het land

1. Noodprocedure: Elektronisch Toezicht van Rechtswege (ET RW)

❓ Wat betekent "van rechtswege"?

Normaal moet een gedetineerde elektronisch toezicht (enkelband) zelf aanvragen en moet de gevangenisdirecteur of de strafuitvoeringsrechtbank evalueren of er contra-indicaties zijn.

Bij de noodprocedure "van rechtswege" gebeurt de toekenning automatisch door de wet:

  • Geen aanvraag nodig: De gedetineerde hoeft dit niet zelf te vragen.
  • Geen individuele beoordeling: De directeur kijkt enkel of aan de wettelijke voorwaarden is voldaan; er wordt geen individuele risicoafweging gemaakt.
  • Niet weigerbaar: De gedetineerde kan de toekenning niet weigeren.
  • Enkel algemene voorwaarden: Er kunnen geen speciale individuele voorwaarden worden opgelegd.

⏱️ Voor wie geldt dit en vanaf wanneer?

De maatregel geldt voor gedetineerden met een straftotaal van maximaal 10 jaar. De tijdsvoorwaarden hangen af van de lengte van de straf:

  • Straffen van 6 tot en met 18 maanden: Komen onmiddellijk bij opsluiting in aanmerking.
  • Straffen van meer dan 18 maanden tot en met 10 jaar: Komen in aanmerking zodra ze 18 maanden voor hun strafeinde zitten ÉN de datum voor voorwaardelijke invrijheidstelling (VI-datum, meestal 1/3de van de straf) bereikt hebben.

Voorbeeld: Bij een straf van 30 maanden (2,5 jaar) is de VI-datum bereikt na 10 maanden detentie (1/3de). 18 maanden voor het strafeinde valt na 12 maanden detentie. De gedetineerde komt dus na 12 maanden detentie in aanmerking voor ET van rechtswege.

  • Geldigheidsduur noodmaatregel: ET van rechtswege kan worden toegekend vanaf 1 oktober 2026 tot en met 31 december 2028.

🚫 Wie is uitgesloten van deze automatische regeling?

Om de veiligheid van de samenleving te beschermen, sluit de wet verschillende categorieën uit:

  1. Altijd uitgesloten (ongeacht strafmaat):
    • Veroordeelden voor zedenmisdrijven.
    • Veroordeelden voor terroristische misdrijven of personen die tekenen vertonen van gewelddadig extremisme.
    • Personen met een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank (TBS).
  2. Uitgesloten wegens aard van de feiten:
    • Veroordeelden voor geweldsfeiten (zoals moord, ernstige slagen en verwondingen, intrafamiliaal geweld, geforceerde diefstal met geweld).
    • Veroordeelden voor drugsfeiten.
  3. Specifieke situaties:
    • Personen die korter dan 2 maanden geleden hun voorwaarden hebben geschonden (herroeping).
    • Adresbeperking: Indien de feiten zijn gepleegd in de context van intrafamiliaal geweld of mishandeling, mag het elektronisch toezicht niet plaatsvinden op het adres waar het slachtoffer woont.

🏡 Aan welke materiële voorwaarden moet worden voldaan?

Voordat de directeur de gedetineerde effectief onder elektronisch toezicht plaatst, controleert de gevangenis twee dingen:

  1. Een geschikte verblijfplaats: Er moet een concreet adres in België zijn waar de betrokkene voor onbepaalde tijd kan verblijven.
  2. Akkoord van de huisgenoten: De gevangenis neemt telefonisch contact op om het akkoord te vragen van de meerderjarige huisgenoten op dat adres.

📜 Welke regels (algemene voorwaarden) moet de veroordeelde naleven?

De veroordeelde krijgt tijdens het elektronisch toezicht automatisch 5 algemene verplichtingen opgelegd:

  1. Geen nieuwe strafbare feiten plegen.
  2. Slachtoffers niet lastigvallen.
  3. Een vast adres in België behouden en dit enkel wijzigen na toestemming.
  4. Ingaan op alle oproepingen van de justitiehuizen (VCET/DSE) en het openbaar ministerie.
  5. Het vastgestelde uitvoeringsplan (het uurrooster) stipt naleven.

👨‍⚖️ Welke rol speelt de strafuitvoeringsrechtbank (SURB)?

Hoewel de toekenning automatisch door de wet gebeurt, stuurt de gevangenis het dossier onmiddellijk door naar de Strafuitvoeringsrechtbank (SURB). De SURB krijgt 2 maanden de tijd om te controleren of de wettelijke tijds- en toekenningsvoorwaarden juist zijn toegepast. Blijkt dat er een fout is gemaakt, dan kan de rechter de stopzetting bevelen.


2. Invrijheidstelling van Veroordeelden Zonder Recht op Verblijf

Voor veroordeelden die geen wettelijk verblijfsrecht hebben in België en die het grondgebied moeten verlaten, voorziet de Noodwet 2.0 in twee regelingen om hen sneller over te dragen aan de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) voor daadwerkelijke deportatie/verwijdering:

  1. Artikel 20/1 WERP (permanente uitbreiding):
    • Geldt voor alle veroordeelden zonder verblijfsrecht.
    • De directeur kan de invrijheidstelling verlenen met het oog op verwijdering vanaf 12 maanden voor het strafeinde (dit was vroeger 6 maanden).
  2. Nieuw Artikel 98/29/1 WERP (tijdelijke noodmaatregel tot 2030):
    • Geldt voor veroordeelden zonder verblijfsrecht met een straf van maximaal 3 jaar (uitgezonderd zeden, terrorisme en extremisme).
    • De invrijheidstelling kan al verleend worden vanaf 1/3de van de straf (de VI-datum).

Voorwaarde voor beide regelingen: De invrijheidstelling gebeurt uitsluitend als de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) de persoon daadwerkelijk en effectief overneemt om het land uit te zetten of op te sluiten in een gesloten centrum. Indien betrokkene binnen 2 jaar illegaal terugkeert naar België, wordt hij onmiddellijk opnieuw opgesloten om de rest van zijn straf uit te zitten.

Zie ook post OVB: https://www.ordevanvlaamsebalies.be/nl/nieuws-en-events/bijkomende-maatregelen-gevangenisnoodwet-van-kracht-vanaf-1-oktober-2026 


zondag 27 september 2026

Parlementaire Vragen & Antwoorden — Justitie - 15 juni 2026 - samenvatting AI

Bron

Parlementaire Vragen & Antwoorden — Justitie

Bulletin QRVA 56 053 (15 juni 2026)

 

Vraag nr. 1136 | Franky Demon (CD&V)

Strafrecht & Veiligheid

1. Invoering van het principe 'casseur-payeur' bij rellen en betogingen

Vraagstelling: Na de rellen bij de nationale betoging van 14 oktober 2025 vraagt het lid naar de stand van zaken van het wetsontwerp volgens het Franse model 'casseur-payeur', waarbij relschoppers persoonlijk opdraaien voor de aangerichte schade in plaats van de overheid.

Antwoord van de Minister: Besprekingen met Binnenlandse Zaken lopen. Het Belgische aansprakelijkheidsrecht (art. 6.6 BW) verplicht daders al tot schadeloosstelling bij opzettelijke fout. De Franse wet heeft een beperkte reikwijdte (staat-regres). De grootste hinderpaal is niet de wetgeving, maar de politionele identificatie van daders. Tegen 30 september 2026 wordt een omzendbrief over collectief geweld verwacht.

 

Vraag nr. 1069 | Katja Gabriëls (Open Vld)

Rechtbanken & Hulpverlening

2. Werking en resultaten van herstelkamers voor intrafamiliaal geweld

Vraagstelling: Vraag naar het aantal herstelkamers in België, het aantal aangevraagde en effectief opgestarte trajecten, de succespercentages en de gemiddelde duurtijd.

Antwoord van de Minister: Gespecialiseerde herstelkamers bestaan in Antwerpen (afdeling Mechelen), Henegouwen (Charleroi) en Namen (Namen/Dinant). In Mechelen zijn sinds 2022 26 trajecten gestart (14 succesvol afgerond met opschorting, 8 mislukt door verslaving of motivatiegebrek, 4 lopende). Gemiddelde doorlooptijd is 14 maanden.

 

Vraag nr. 1117 | Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang)

Gevangeniswezen

3. Samenstelling en nationaliteiten van de gevangenispopulatie

Vraagstelling: Gedetailleerde vraag naar de totale gevangenispopulatie op 1 januari 2026, het aandeel vreemdelingen (legaal/illegaal) en een top 20 van nationaliteiten.

Antwoord van de Minister: Het antwoord werd wegens de omvang en vertrouwelijkheid rechtstreeks schriftelijk overgemaakt aan het Kamerlid en is niet opgenomen in het openbare Bulletin van Vragen en Antwoorden.

 

Vraag nr. 1118 | Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang)

Gevangeniswezen & Migratie

4. Uitstroom van gedetineerden met de Afghaanse nationaliteit

Vraagstelling: Vraag naar cijfers sinds 2021 over Afghaanse gedetineerden die de gevangenis verlieten, hun verblijfsstatuut en de gepleegde delicten.

Antwoord van de Minister: Het antwoord werd vanwege de omvang van de gegevens rechtstreeks schriftelijk overgemaakt aan het Kamerlid.

 

Vraag nr. 1119 | Barbara Pas (Vlaams Belang)

Organisatie Justitie

5. Inzet van interculturele bemiddelaars en sociale tolken binnen Justitie

Vraagstelling: Vraag naar de inzet, kosten en aantallen van sociale tolken en interculturele bemiddelaars binnen Justitie voor mensen die de landstalen niet spreken.

Antwoord van de Minister: De FOD Justitie maakt zelf geen gebruik van sociale tolken of interculturele bemiddelaars (enkel beëdigde gerechtsnotolken in strafzaken). Medische diensten in gevangenissen worden wel ondersteund door bemiddelaars via de FOD Volksgezondheid, wat de communicatie en re-integratie bevordert.

 

Vraag nr. 1120 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Detentiehuizen

6. Verwijdering en tuchtmaatregelen in detentiehuizen (gele kaarten)

Vraagstelling: Overzicht van het aantal gedetineerden dat werd verwijderd uit detentiehuizen (bijv. na gele kaarten) en de specifieke redenen per inrichting.

Antwoord van de Minister: Transfers sinds de opening: Kortrijk (97), Vorst (63), Olen (12). De voornaamste redenen zijn aanhoudend negatief gedrag, wijziging in de strafmaat, tuchtinbreuken op het reglement, middelengebruik, psychische crisissen of een eigen verzoek van de bewoner.

 

Vraag nr. 1121 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Gevangeniswezen & Veiligheid

7. Statistieken over ontsnappingspogingen en effectieve ontsnappingen

Vraagstelling: Cijfers van de afgelopen 5 jaar over het aantal ontsnappingspogingen en effectieve ontsnappingen per gevangenis, evenals de herovermanningsduur.

Antwoord van de Minister: Ontsnappingspogingen worden niet centraal geregistreerd. Effectieve ontsnappingen: 2021 (9), 2022 (20), 2023 (22), 2024 (29), 2025 (22), 2026 t/m maart (2). Van de 104 ontsnappingen zijn er 90 geëindigd (gemiddelde duur: 104 dagen; 37 binnen de eerste week).

 

Vraag nr. 1122 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Gevangeniswezen & Veiligheid

8. Klachten en vervolgingen wegens geweld tegen gevangenispersoneel

Vraagstelling: Aantal klachten sinds 2021 wegens geweld tegen gevangenispersoneel, het aantal correctionele vervolgingen en effectieve veroordelingen.

Antwoord van de Minister: Het gedetailleerde overzicht werd wegens de omvang rechtstreeks schriftelijk overgemaakt aan het Kamerlid.

 

Vraag nr. 1123 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Detentiehuizen

9. Taalaanbod en vertaalkosten van welkomstbrochures in detentiehuizen

Vraagstelling: In welke talen zijn welkomstbrochures beschikbaar in detentiehuizen en wat bedragen de vertaalkosten?

Antwoord van de Minister: Brochures worden uitsluitend ter beschikking gesteld in de officiële taal van het taalgebied (Kortrijk/Olen: NL, Vorst: NL/FR). Geen extra vertalingen worden voorzien, omdat communicatie en samenleven in kleine leefgroepen centraal staat. Er zijn geen extra vertaalkosten gemaakt.

 

Vraag nr. 1124 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Magistratuur & Veiligheid

10. Centraal aanspreekpunt en beschermingsprotocol voor bedreigde magistraten

Vraagstelling: Welke initiatieven zijn genomen om een vast aanspreekpunt en protocol op te richten binnen Justitie en Binnenlandse Zaken voor bedreigde magistraten?

Antwoord van de Minister: Een multidisciplinaire werkgroep stelde een 'Omzendbrief met beperkte verspreiding' op. Deze regelt de functie 'referentiepersoon bedreigde agent', interne beschermingsmaatregelen en kostenvergoedingen. Adviesaanvragen lopen bij Financiën, Staatsveiligheid, NICC en de korpsen.

 

Vraag nr. 1125 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Magistratuur & Veiligheid

11. Bedreigingen aan het adres van magistraten, politiebescherming en safehouses

Vraagstelling: Hoeveel magistraten lieten zich vervangen omwille van dreiging, hoeveel kregen politiebescherming en hoeveel verbleven in een safehouse?

Antwoord van de Minister: Vervangingen worden niet in rechtbankapplicaties geregistreerd. Afgelopen 5 jaar waren er 75 dreigingsdossiers m.b.t. 84 magistraten/medewerkers (30 zittende waaronder 22 onderzoeksrechters, 26 parketmagistraten). Meeste zaken in Brussel (27), Oost-Vlaanderen (21) en Antwerpen (12). Twee zaken leidden tot relocatie.

 

Vraag nr. 1126 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Detentiehuizen

12. Juridisch kader en verankering van bemiddelingscontracten in detentiehuizen

Vraagstelling: Wordt het bemiddelingscontract ter preventie van tuchtconflicten verankerd in het huishoudelijk reglement en de Basiswet Penitentiaire Inrichtingen?

Antwoord van de Minister: Bemiddelingscontracten zijn waardevolle instrumenten om conflicten op te lossen. Een interne werkgroep onderzoekt de actualisatie van de Basiswet en neemt deze aanbeveling formeel mee.

 

Vraag nr. 1127 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Detentiehuizen & Zorg

13. Suïcidepreventie en incidenten in detentiehuizen

Vraagstelling: Overzicht van het aantal gevallen van suïcide en pogingen tot suïcide in detentiehuizen sinds de opening.

Antwoord van de Minister: Tot op heden hebben zich NUL suïcides en NUL suïcidepogingen voorgedaan in detentiehuizen. Twee of drie personen met suïcidale gedachten werden onmiddellijk begeleid.

 

Vraag nr. 1128 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Detentiehuizen & Personeel

14. Opleiding en terreincoaching voor detentiebegeleiders

Vraagstelling: Hoe wordt geïnvesteerd in gerichte, detentiehuis-specifieke opleiding en coaching voor detentiebegeleiders?

Antwoord van de Minister: De specifieke 3-weekse opleiding versterkt competenties zoals individuele begeleiding, groepsdynamiek, conflictbeheersing en dilemmatraining. Voor Vorst moeten nog 22 van de 43 medewerkers opgeleid worden. Sinds sept 2025 worden ook mentoren opgeleid voor coaching op de werkvloer.

 

Vraag nr. 1129 | Vincent Van Quickenborne (Open Vld)

Digitalisering & AI

15. Gebruik van Artificiële Intelligentie (AI) in gerechtelijke procedures en AI-hallucinaties

Vraagstelling: Welke gevallen van AI-hallucinaties (fictieve rechtspraak) zijn bekend in België, welke richtlijnen gelden voor advocaten/magistraten, en wat zijn de sancties?

Antwoord van de Minister: Geen officieel geregistreerde AI-hallucinaties in Belgische procedures. Advocaten blijven onder ethische Balierichtlijnen 100% verantwoordelijk voor de juistheid van hun stukken. Er is geen verplichte AI-vermelding zolang de inhoud correct is. Verzonnen rechtspraak kan leiden tot schrapping van stukken of tuchtsancties. Magistraten gebruiken AI louter als ondersteunend hulpmiddel (conform CEPEJ/UNESCO-richtlijnen).

 

Vraag nr. 1130 | Vincent Van Quickenborne (Open Vld)

Digitalisering & IT

16. Stand van zaken van 28 digitaliseringsapplicaties binnen Justitie

Vraagstelling: Geactualiseerde status van 28 Justitie-applicaties (JustSign, JustCase, JustPublish, JustFamily, JustInsolvent, etc.).

Antwoord van de Minister: Het uitvoerige overzicht per applicatie werd wegens de omvang rechtstreeks schriftelijk overgemaakt aan het Kamerlid.

 

Vraag nr. 1131 | Michael Freilich (N-VA)

Gelijke Kansen & Mensenrechten

17. Werking en strategisch plan van het interfederaal coördinatiemechanisme antisemitisme

Vraagstelling: Vraag over het strategisch plan, vergaderfrequentie en terreinbezoeken van de nationaal coördinator antisemitisme.

Antwoord van de Minister: De minister van Justitie verwijst voor de beantwoording naar collega-minister Beenders, die voor deze materie bevoegd is.

 

Vraag nr. 1132 | Michael Freilich (N-VA)

Gelijke Kansen & Mensenrechten

18. Evaluatie en effectiviteit van het coördinatiemechanisme antisemitisme

Vraagstelling: Is de werking van de coördinator geëvalueerd en hoe wordt gereageerd op kritiek over een gebrek aan terreinimpact?

Antwoord van de Minister: De minister van Justitie verwijst hiervoor naar de bevoegde minister van Gelijke Kansen.

 

Vraag nr. 1133 | Michael Freilich (N-VA)

Gelijke Kansen & Mensenrechten

19. Structuur, aanstelling en expertise van de nationaal coördinator antisemitisme

Vraagstelling: Vraag naar de identiteit, selectieprocedure, specifieke expertise en middelen van de coördinator antisemitisme.

Antwoord van de Minister: De minister van Justitie verwijst voor het antwoord door naar minister Beenders.

 

Vraag nr. 1134 | Vincent Scourneau (MR)

Burgerlijk Recht & Eigendom

20. Gerechtelijke ontruimingsprocedure bij onrechtmatige bezetting van privéterreinen (squatting)

Vraagstelling: Naar aanleiding van bezettingen op de parking van Kinepolis Imagibraine: cijfers over eenzijdige verzoekschriften tot uitzetting en maatregelen om de procedure te versnellen.

Antwoord van de Minister: Geen afzonderlijke cijfers beschikbaar (uitzettingsverzoekschriften worden onder algemene categorieën gecodeerd). In Waals-Brabant wordt de problematiek besproken op het arrondissementeel rechercheoverleg (CRA) bij specifieke misdrijven (diefstal van water/stroom, vernielingen).

 

Vraag nr. 1135 | Katja Gabriëls (Open Vld)

Cybercrime & Jeugdrecht

21. Aanpak en strafbaarstelling van deepnudes bij minderjarigen (AI-naaktbeelden)

Vraagstelling: Klachten, strafbaarstellingen, vervolgingen en initiatieven om de drempel voor slachtoffers van AI-gegenereerde intieme beelden te verlagen.

Antwoord van de Minister: Strafbaar onder art. 417/8 (voyeurisme), art. 417/9 (niet-consensuele verspreiding) en art. 417/10 (verzwarende omstandigheid) Sw. Omzendbrief COL 13/2025 verplicht politie/parket om beelden prioritair offline te halen en bewijs te borgen. AI Act verplicht transparantie vanaf 2 augustus 2026. Hulp via Child Focus en IGHM.

 

Vraag nr. 1137 | Katja Gabriëls (Open Vld)

Cybercrime & Strafrecht

22. Vervolging en statistieken van deepnudes bij meerderjarigen

Vraagstelling: Statistieken over klachten, vervolgingen en veroordelingen wegens deepnudes bij meerderjarige slachtoffers.

Antwoord van de Minister: Parketstatistieken kunnen deepnudes niet apart identificeren van andere niet-consensuele intieme beelden (vervolging gebeurt onder voyeurisme, belaging, valsheid in informatica of afpersing).

 

Vraag nr. 1138 | Sophie De Wit (N-VA)

Slachtofferhulp & Pro Deo

23. Gratis juridische bijstand (pro Deo) voor slachtoffers van seksueel en intrafamiliaal geweld

Vraagstelling: Wettelijke basis, inkomensvoorwaarden, spoedeisende toegekende pro Deo en Salduz-permanentie voor slachtoffers.

Antwoord van de Minister: Er is geen automatische uitzondering op de inkomensvoorwaarden (dit zou het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel schenden). Wel bestaat de spoedeisende voorlopige toekenning (art. 508/14, 5e lid Ger.W.) met 15 dagen termijn voor bewijsstukken. Het Brusselse LVA-project staat los van federale tweedelijnsbijstand. Uitbreiding Salduz-permanentie voor slachtoffers wordt onderzocht.

 

Vraag nr. 1139 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Rechtbanken & IT

24. Toepassing van zittingen per videoconferentie in gerechtelijke procedures

Vraagstelling: Aantal zittingen per videoconferentie (wet 25 april 2024) en weigeringen van toestemming per arrondissement.

Antwoord van de Minister: Het overzicht werd wegens de omvang rechtstreeks schriftelijk overgemaakt aan het Kamerlid.

 

Vraag nr. 1140 | Stefaan Van Hecke (Groen)

Gevangeniswezen & Capaciteit

25. Onderzoek naar bevolkingsdrempels (groen-oranje-rood) en overbevolking in gevangenissen

Vraagstelling: Stand van zaken van het onderzoek naar bevolkingsdrempels per gevangenis en maatregelen bij capaciteitsproblemen.

Antwoord van de Minister: Een interne nulmeting op basis van het KB Minimumnormen vormt de start voor Masterplan IV. Besprekingen binnen de regering over capaciteitsbeheersing lopen; het is nog voorbarig om concrete drempelmechanismen aan te kondigen.

 

Vraag nr. 1141 | Annick Lambrecht (Vooruit)

Gerechtsgebouwen & Infrastructuur

26. Staat van de sanitaire installaties en defecte toiletten in het gerechtsgebouw Brugge

Vraagstelling: Overzicht van defecte toiletten/urinoirs in het gerechtsgebouw Brugge en andere rechtbanken in het land.

Antwoord van de Minister: Geen structureel probleem met gewone toiletten (slechts 1 van de 49 publieke toiletten defect). Wel een probleem bij urinoirs (helft defect door urinoirspoelers en urinesteen). 20 nieuwe spoelers zijn besteld; Regie der Gebouwen pakt leidingen aan. Nationaal werd sinds 2025 al € 275.000 aan sanitair besteed.

 

Vraag nr. 1142 | Christoph D'Haese (N-VA)

Erediensten & Levensbeschouwing

27. Uniform wettelijk kader voor de erkenning van erediensten en levensbeschouwingen (Boeddhisme)

Vraagstelling: Stand van zaken van het uniform wettelijk kader voor erkenning van erediensten en de erkenning van het Boeddhisme.

Antwoord van de Minister: Juridisch-technische uitwerking afgerond door de administratie; eerste ontwerptekst in opmaak. Formele consultatiefase met overheidsactoren en representatieve organen volgt. Criteria worden toegepast op alle levensbeschouwingen.

 

Vraag nr. 1143 | Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang)

Terrorisme & Veiligheid

28. Terugkeer van IS-families uit Syrische kampen (al-Hol) en beveiligingsperiodes

Vraagstelling: Arrestatie van recent teruggekeerde Belgische IS-vrouw uit al-Hol-kamp en wettelijke waarborgen tegen vervroegde invrijheidstelling van terrorismeveroordeelden.

Antwoord van de Minister: Betrokkene werd bij aankomst begin febr 2026 gearresteerd op basis van een verstekvonnis. Na verzet op 19 mei 2026 veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf (hoger beroep loopt; blijft gedetineerd). Beveiligingsperiode (tot 2/3 van de straf) en uitsluiting van noodprocedures/overbevolkingsvrijlating waarborgen dat terrorismeveroordeelden niet vervroegd vrijkomen.