Printvriendelijk afdrukken

dinsdag 29 september 2026

Overzicht Collectieve brief nr. 166: noodmaatregelen tegen overbevolking in de gevangenissen - samenvatting AI

Bron

📋 Overzicht Collectieve Brief nr. 166: Noodmaatregelen tegen Overbevolking in de Gevangenissen

Collectieve Brief nr. 166 is een officiële instructie van de penitentiaire administratie (FOD Justitie) van 18 september 2026. De brief geeft uitleg over de praktische uitvoering van de nieuwe "Noodwet 2.0" (wet van 22 juli 2026).

Het hoofddoel van deze noodwet is het dringend terugdringen van de overbevolking in de Belgische Gevangenissen. De maatregelen treden in werking op 1 oktober 2026.

Het document valt uiteen in twee grote delen:

  1. Het Elektronisch Toezicht van rechtswege (automatisch enkelbandverlof)
  2. De vervroegde invrijheidstelling van personen zonder wettelijk verblijfsrecht met het oog op verwijdering uit het land

1. Noodprocedure: Elektronisch Toezicht van Rechtswege (ET RW)

❓ Wat betekent "van rechtswege"?

Normaal moet een gedetineerde elektronisch toezicht (enkelband) zelf aanvragen en moet de gevangenisdirecteur of de strafuitvoeringsrechtbank evalueren of er contra-indicaties zijn.

Bij de noodprocedure "van rechtswege" gebeurt de toekenning automatisch door de wet:

  • Geen aanvraag nodig: De gedetineerde hoeft dit niet zelf te vragen.
  • Geen individuele beoordeling: De directeur kijkt enkel of aan de wettelijke voorwaarden is voldaan; er wordt geen individuele risicoafweging gemaakt.
  • Niet weigerbaar: De gedetineerde kan de toekenning niet weigeren.
  • Enkel algemene voorwaarden: Er kunnen geen speciale individuele voorwaarden worden opgelegd.

⏱️ Voor wie geldt dit en vanaf wanneer?

De maatregel geldt voor gedetineerden met een straftotaal van maximaal 10 jaar. De tijdsvoorwaarden hangen af van de lengte van de straf:

  • Straffen van 6 tot en met 18 maanden: Komen onmiddellijk bij opsluiting in aanmerking.
  • Straffen van meer dan 18 maanden tot en met 10 jaar: Komen in aanmerking zodra ze 18 maanden voor hun strafeinde zitten ÉN de datum voor voorwaardelijke invrijheidstelling (VI-datum, meestal 1/3de van de straf) bereikt hebben.

Voorbeeld: Bij een straf van 30 maanden (2,5 jaar) is de VI-datum bereikt na 10 maanden detentie (1/3de). 18 maanden voor het strafeinde valt na 12 maanden detentie. De gedetineerde komt dus na 12 maanden detentie in aanmerking voor ET van rechtswege.

  • Geldigheidsduur noodmaatregel: ET van rechtswege kan worden toegekend vanaf 1 oktober 2026 tot en met 31 december 2028.

🚫 Wie is uitgesloten van deze automatische regeling?

Om de veiligheid van de samenleving te beschermen, sluit de wet verschillende categorieën uit:

  1. Altijd uitgesloten (ongeacht strafmaat):
    • Veroordeelden voor zedenmisdrijven.
    • Veroordeelden voor terroristische misdrijven of personen die tekenen vertonen van gewelddadig extremisme.
    • Personen met een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank (TBS).
  2. Uitgesloten wegens aard van de feiten:
    • Veroordeelden voor geweldsfeiten (zoals moord, ernstige slagen en verwondingen, intrafamiliaal geweld, geforceerde diefstal met geweld).
    • Veroordeelden voor drugsfeiten.
  3. Specifieke situaties:
    • Personen die korter dan 2 maanden geleden hun voorwaarden hebben geschonden (herroeping).
    • Adresbeperking: Indien de feiten zijn gepleegd in de context van intrafamiliaal geweld of mishandeling, mag het elektronisch toezicht niet plaatsvinden op het adres waar het slachtoffer woont.

🏡 Aan welke materiële voorwaarden moet worden voldaan?

Voordat de directeur de gedetineerde effectief onder elektronisch toezicht plaatst, controleert de gevangenis twee dingen:

  1. Een geschikte verblijfplaats: Er moet een concreet adres in België zijn waar de betrokkene voor onbepaalde tijd kan verblijven.
  2. Akkoord van de huisgenoten: De gevangenis neemt telefonisch contact op om het akkoord te vragen van de meerderjarige huisgenoten op dat adres.

📜 Welke regels (algemene voorwaarden) moet de veroordeelde naleven?

De veroordeelde krijgt tijdens het elektronisch toezicht automatisch 5 algemene verplichtingen opgelegd:

  1. Geen nieuwe strafbare feiten plegen.
  2. Slachtoffers niet lastigvallen.
  3. Een vast adres in België behouden en dit enkel wijzigen na toestemming.
  4. Ingaan op alle oproepingen van de justitiehuizen (VCET/DSE) en het openbaar ministerie.
  5. Het vastgestelde uitvoeringsplan (het uurrooster) stipt naleven.

👨‍⚖️ Welke rol speelt de strafuitvoeringsrechtbank (SURB)?

Hoewel de toekenning automatisch door de wet gebeurt, stuurt de gevangenis het dossier onmiddellijk door naar de Strafuitvoeringsrechtbank (SURB). De SURB krijgt 2 maanden de tijd om te controleren of de wettelijke tijds- en toekenningsvoorwaarden juist zijn toegepast. Blijkt dat er een fout is gemaakt, dan kan de rechter de stopzetting bevelen.


2. Invrijheidstelling van Veroordeelden Zonder Recht op Verblijf

Voor veroordeelden die geen wettelijk verblijfsrecht hebben in België en die het grondgebied moeten verlaten, voorziet de Noodwet 2.0 in twee regelingen om hen sneller over te dragen aan de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) voor daadwerkelijke deportatie/verwijdering:

  1. Artikel 20/1 WERP (permanente uitbreiding):
    • Geldt voor alle veroordeelden zonder verblijfsrecht.
    • De directeur kan de invrijheidstelling verlenen met het oog op verwijdering vanaf 12 maanden voor het strafeinde (dit was vroeger 6 maanden).
  2. Nieuw Artikel 98/29/1 WERP (tijdelijke noodmaatregel tot 2030):
    • Geldt voor veroordeelden zonder verblijfsrecht met een straf van maximaal 3 jaar (uitgezonderd zeden, terrorisme en extremisme).
    • De invrijheidstelling kan al verleend worden vanaf 1/3de van de straf (de VI-datum).

Voorwaarde voor beide regelingen: De invrijheidstelling gebeurt uitsluitend als de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) de persoon daadwerkelijk en effectief overneemt om het land uit te zetten of op te sluiten in een gesloten centrum. Indien betrokkene binnen 2 jaar illegaal terugkeert naar België, wordt hij onmiddellijk opnieuw opgesloten om de rest van zijn straf uit te zitten.

Zie ook post OVB: https://www.ordevanvlaamsebalies.be/nl/nieuws-en-events/bijkomende-maatregelen-gevangenisnoodwet-van-kracht-vanaf-1-oktober-2026 


zondag 27 september 2026

Parlementaire Vragen & Antwoorden — Justitie - 15 juni 2026 - samenvatting AI

Bron

Parlementaire Vragen & Antwoorden — Justitie

Bulletin QRVA 56 053 (15 juni 2026)

 

Vraag nr. 1136 | Franky Demon (CD&V)

Strafrecht & Veiligheid

1. Invoering van het principe 'casseur-payeur' bij rellen en betogingen

Vraagstelling: Na de rellen bij de nationale betoging van 14 oktober 2025 vraagt het lid naar de stand van zaken van het wetsontwerp volgens het Franse model 'casseur-payeur', waarbij relschoppers persoonlijk opdraaien voor de aangerichte schade in plaats van de overheid.

Antwoord van de Minister: Besprekingen met Binnenlandse Zaken lopen. Het Belgische aansprakelijkheidsrecht (art. 6.6 BW) verplicht daders al tot schadeloosstelling bij opzettelijke fout. De Franse wet heeft een beperkte reikwijdte (staat-regres). De grootste hinderpaal is niet de wetgeving, maar de politionele identificatie van daders. Tegen 30 september 2026 wordt een omzendbrief over collectief geweld verwacht.

 

Vraag nr. 1069 | Katja Gabriëls (Open Vld)

Rechtbanken & Hulpverlening

2. Werking en resultaten van herstelkamers voor intrafamiliaal geweld

Vraagstelling: Vraag naar het aantal herstelkamers in België, het aantal aangevraagde en effectief opgestarte trajecten, de succespercentages en de gemiddelde duurtijd.

Antwoord van de Minister: Gespecialiseerde herstelkamers bestaan in Antwerpen (afdeling Mechelen), Henegouwen (Charleroi) en Namen (Namen/Dinant). In Mechelen zijn sinds 2022 26 trajecten gestart (14 succesvol afgerond met opschorting, 8 mislukt door verslaving of motivatiegebrek, 4 lopende). Gemiddelde doorlooptijd is 14 maanden.

 

Vraag nr. 1117 | Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang)

Gevangeniswezen

3. Samenstelling en nationaliteiten van de gevangenispopulatie

Vraagstelling: Gedetailleerde vraag naar de totale gevangenispopulatie op 1 januari 2026, het aandeel vreemdelingen (legaal/illegaal) en een top 20 van nationaliteiten.

Antwoord van de Minister: Het antwoord werd wegens de omvang en vertrouwelijkheid rechtstreeks schriftelijk overgemaakt aan het Kamerlid en is niet opgenomen in het openbare Bulletin van Vragen en Antwoorden.

 

Vraag nr. 1118 | Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang)

Gevangeniswezen & Migratie

4. Uitstroom van gedetineerden met de Afghaanse nationaliteit

Vraagstelling: Vraag naar cijfers sinds 2021 over Afghaanse gedetineerden die de gevangenis verlieten, hun verblijfsstatuut en de gepleegde delicten.

Antwoord van de Minister: Het antwoord werd vanwege de omvang van de gegevens rechtstreeks schriftelijk overgemaakt aan het Kamerlid.

 

Vraag nr. 1119 | Barbara Pas (Vlaams Belang)

Organisatie Justitie

5. Inzet van interculturele bemiddelaars en sociale tolken binnen Justitie

Vraagstelling: Vraag naar de inzet, kosten en aantallen van sociale tolken en interculturele bemiddelaars binnen Justitie voor mensen die de landstalen niet spreken.

Antwoord van de Minister: De FOD Justitie maakt zelf geen gebruik van sociale tolken of interculturele bemiddelaars (enkel beëdigde gerechtsnotolken in strafzaken). Medische diensten in gevangenissen worden wel ondersteund door bemiddelaars via de FOD Volksgezondheid, wat de communicatie en re-integratie bevordert.

 

Vraag nr. 1120 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Detentiehuizen

6. Verwijdering en tuchtmaatregelen in detentiehuizen (gele kaarten)

Vraagstelling: Overzicht van het aantal gedetineerden dat werd verwijderd uit detentiehuizen (bijv. na gele kaarten) en de specifieke redenen per inrichting.

Antwoord van de Minister: Transfers sinds de opening: Kortrijk (97), Vorst (63), Olen (12). De voornaamste redenen zijn aanhoudend negatief gedrag, wijziging in de strafmaat, tuchtinbreuken op het reglement, middelengebruik, psychische crisissen of een eigen verzoek van de bewoner.

 

Vraag nr. 1121 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Gevangeniswezen & Veiligheid

7. Statistieken over ontsnappingspogingen en effectieve ontsnappingen

Vraagstelling: Cijfers van de afgelopen 5 jaar over het aantal ontsnappingspogingen en effectieve ontsnappingen per gevangenis, evenals de herovermanningsduur.

Antwoord van de Minister: Ontsnappingspogingen worden niet centraal geregistreerd. Effectieve ontsnappingen: 2021 (9), 2022 (20), 2023 (22), 2024 (29), 2025 (22), 2026 t/m maart (2). Van de 104 ontsnappingen zijn er 90 geëindigd (gemiddelde duur: 104 dagen; 37 binnen de eerste week).

 

Vraag nr. 1122 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Gevangeniswezen & Veiligheid

8. Klachten en vervolgingen wegens geweld tegen gevangenispersoneel

Vraagstelling: Aantal klachten sinds 2021 wegens geweld tegen gevangenispersoneel, het aantal correctionele vervolgingen en effectieve veroordelingen.

Antwoord van de Minister: Het gedetailleerde overzicht werd wegens de omvang rechtstreeks schriftelijk overgemaakt aan het Kamerlid.

 

Vraag nr. 1123 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Detentiehuizen

9. Taalaanbod en vertaalkosten van welkomstbrochures in detentiehuizen

Vraagstelling: In welke talen zijn welkomstbrochures beschikbaar in detentiehuizen en wat bedragen de vertaalkosten?

Antwoord van de Minister: Brochures worden uitsluitend ter beschikking gesteld in de officiële taal van het taalgebied (Kortrijk/Olen: NL, Vorst: NL/FR). Geen extra vertalingen worden voorzien, omdat communicatie en samenleven in kleine leefgroepen centraal staat. Er zijn geen extra vertaalkosten gemaakt.

 

Vraag nr. 1124 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Magistratuur & Veiligheid

10. Centraal aanspreekpunt en beschermingsprotocol voor bedreigde magistraten

Vraagstelling: Welke initiatieven zijn genomen om een vast aanspreekpunt en protocol op te richten binnen Justitie en Binnenlandse Zaken voor bedreigde magistraten?

Antwoord van de Minister: Een multidisciplinaire werkgroep stelde een 'Omzendbrief met beperkte verspreiding' op. Deze regelt de functie 'referentiepersoon bedreigde agent', interne beschermingsmaatregelen en kostenvergoedingen. Adviesaanvragen lopen bij Financiën, Staatsveiligheid, NICC en de korpsen.

 

Vraag nr. 1125 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Magistratuur & Veiligheid

11. Bedreigingen aan het adres van magistraten, politiebescherming en safehouses

Vraagstelling: Hoeveel magistraten lieten zich vervangen omwille van dreiging, hoeveel kregen politiebescherming en hoeveel verbleven in een safehouse?

Antwoord van de Minister: Vervangingen worden niet in rechtbankapplicaties geregistreerd. Afgelopen 5 jaar waren er 75 dreigingsdossiers m.b.t. 84 magistraten/medewerkers (30 zittende waaronder 22 onderzoeksrechters, 26 parketmagistraten). Meeste zaken in Brussel (27), Oost-Vlaanderen (21) en Antwerpen (12). Twee zaken leidden tot relocatie.

 

Vraag nr. 1126 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Detentiehuizen

12. Juridisch kader en verankering van bemiddelingscontracten in detentiehuizen

Vraagstelling: Wordt het bemiddelingscontract ter preventie van tuchtconflicten verankerd in het huishoudelijk reglement en de Basiswet Penitentiaire Inrichtingen?

Antwoord van de Minister: Bemiddelingscontracten zijn waardevolle instrumenten om conflicten op te lossen. Een interne werkgroep onderzoekt de actualisatie van de Basiswet en neemt deze aanbeveling formeel mee.

 

Vraag nr. 1127 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Detentiehuizen & Zorg

13. Suïcidepreventie en incidenten in detentiehuizen

Vraagstelling: Overzicht van het aantal gevallen van suïcide en pogingen tot suïcide in detentiehuizen sinds de opening.

Antwoord van de Minister: Tot op heden hebben zich NUL suïcides en NUL suïcidepogingen voorgedaan in detentiehuizen. Twee of drie personen met suïcidale gedachten werden onmiddellijk begeleid.

 

Vraag nr. 1128 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Detentiehuizen & Personeel

14. Opleiding en terreincoaching voor detentiebegeleiders

Vraagstelling: Hoe wordt geïnvesteerd in gerichte, detentiehuis-specifieke opleiding en coaching voor detentiebegeleiders?

Antwoord van de Minister: De specifieke 3-weekse opleiding versterkt competenties zoals individuele begeleiding, groepsdynamiek, conflictbeheersing en dilemmatraining. Voor Vorst moeten nog 22 van de 43 medewerkers opgeleid worden. Sinds sept 2025 worden ook mentoren opgeleid voor coaching op de werkvloer.

 

Vraag nr. 1129 | Vincent Van Quickenborne (Open Vld)

Digitalisering & AI

15. Gebruik van Artificiële Intelligentie (AI) in gerechtelijke procedures en AI-hallucinaties

Vraagstelling: Welke gevallen van AI-hallucinaties (fictieve rechtspraak) zijn bekend in België, welke richtlijnen gelden voor advocaten/magistraten, en wat zijn de sancties?

Antwoord van de Minister: Geen officieel geregistreerde AI-hallucinaties in Belgische procedures. Advocaten blijven onder ethische Balierichtlijnen 100% verantwoordelijk voor de juistheid van hun stukken. Er is geen verplichte AI-vermelding zolang de inhoud correct is. Verzonnen rechtspraak kan leiden tot schrapping van stukken of tuchtsancties. Magistraten gebruiken AI louter als ondersteunend hulpmiddel (conform CEPEJ/UNESCO-richtlijnen).

 

Vraag nr. 1130 | Vincent Van Quickenborne (Open Vld)

Digitalisering & IT

16. Stand van zaken van 28 digitaliseringsapplicaties binnen Justitie

Vraagstelling: Geactualiseerde status van 28 Justitie-applicaties (JustSign, JustCase, JustPublish, JustFamily, JustInsolvent, etc.).

Antwoord van de Minister: Het uitvoerige overzicht per applicatie werd wegens de omvang rechtstreeks schriftelijk overgemaakt aan het Kamerlid.

 

Vraag nr. 1131 | Michael Freilich (N-VA)

Gelijke Kansen & Mensenrechten

17. Werking en strategisch plan van het interfederaal coördinatiemechanisme antisemitisme

Vraagstelling: Vraag over het strategisch plan, vergaderfrequentie en terreinbezoeken van de nationaal coördinator antisemitisme.

Antwoord van de Minister: De minister van Justitie verwijst voor de beantwoording naar collega-minister Beenders, die voor deze materie bevoegd is.

 

Vraag nr. 1132 | Michael Freilich (N-VA)

Gelijke Kansen & Mensenrechten

18. Evaluatie en effectiviteit van het coördinatiemechanisme antisemitisme

Vraagstelling: Is de werking van de coördinator geëvalueerd en hoe wordt gereageerd op kritiek over een gebrek aan terreinimpact?

Antwoord van de Minister: De minister van Justitie verwijst hiervoor naar de bevoegde minister van Gelijke Kansen.

 

Vraag nr. 1133 | Michael Freilich (N-VA)

Gelijke Kansen & Mensenrechten

19. Structuur, aanstelling en expertise van de nationaal coördinator antisemitisme

Vraagstelling: Vraag naar de identiteit, selectieprocedure, specifieke expertise en middelen van de coördinator antisemitisme.

Antwoord van de Minister: De minister van Justitie verwijst voor het antwoord door naar minister Beenders.

 

Vraag nr. 1134 | Vincent Scourneau (MR)

Burgerlijk Recht & Eigendom

20. Gerechtelijke ontruimingsprocedure bij onrechtmatige bezetting van privéterreinen (squatting)

Vraagstelling: Naar aanleiding van bezettingen op de parking van Kinepolis Imagibraine: cijfers over eenzijdige verzoekschriften tot uitzetting en maatregelen om de procedure te versnellen.

Antwoord van de Minister: Geen afzonderlijke cijfers beschikbaar (uitzettingsverzoekschriften worden onder algemene categorieën gecodeerd). In Waals-Brabant wordt de problematiek besproken op het arrondissementeel rechercheoverleg (CRA) bij specifieke misdrijven (diefstal van water/stroom, vernielingen).

 

Vraag nr. 1135 | Katja Gabriëls (Open Vld)

Cybercrime & Jeugdrecht

21. Aanpak en strafbaarstelling van deepnudes bij minderjarigen (AI-naaktbeelden)

Vraagstelling: Klachten, strafbaarstellingen, vervolgingen en initiatieven om de drempel voor slachtoffers van AI-gegenereerde intieme beelden te verlagen.

Antwoord van de Minister: Strafbaar onder art. 417/8 (voyeurisme), art. 417/9 (niet-consensuele verspreiding) en art. 417/10 (verzwarende omstandigheid) Sw. Omzendbrief COL 13/2025 verplicht politie/parket om beelden prioritair offline te halen en bewijs te borgen. AI Act verplicht transparantie vanaf 2 augustus 2026. Hulp via Child Focus en IGHM.

 

Vraag nr. 1137 | Katja Gabriëls (Open Vld)

Cybercrime & Strafrecht

22. Vervolging en statistieken van deepnudes bij meerderjarigen

Vraagstelling: Statistieken over klachten, vervolgingen en veroordelingen wegens deepnudes bij meerderjarige slachtoffers.

Antwoord van de Minister: Parketstatistieken kunnen deepnudes niet apart identificeren van andere niet-consensuele intieme beelden (vervolging gebeurt onder voyeurisme, belaging, valsheid in informatica of afpersing).

 

Vraag nr. 1138 | Sophie De Wit (N-VA)

Slachtofferhulp & Pro Deo

23. Gratis juridische bijstand (pro Deo) voor slachtoffers van seksueel en intrafamiliaal geweld

Vraagstelling: Wettelijke basis, inkomensvoorwaarden, spoedeisende toegekende pro Deo en Salduz-permanentie voor slachtoffers.

Antwoord van de Minister: Er is geen automatische uitzondering op de inkomensvoorwaarden (dit zou het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel schenden). Wel bestaat de spoedeisende voorlopige toekenning (art. 508/14, 5e lid Ger.W.) met 15 dagen termijn voor bewijsstukken. Het Brusselse LVA-project staat los van federale tweedelijnsbijstand. Uitbreiding Salduz-permanentie voor slachtoffers wordt onderzocht.

 

Vraag nr. 1139 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Rechtbanken & IT

24. Toepassing van zittingen per videoconferentie in gerechtelijke procedures

Vraagstelling: Aantal zittingen per videoconferentie (wet 25 april 2024) en weigeringen van toestemming per arrondissement.

Antwoord van de Minister: Het overzicht werd wegens de omvang rechtstreeks schriftelijk overgemaakt aan het Kamerlid.

 

Vraag nr. 1140 | Stefaan Van Hecke (Groen)

Gevangeniswezen & Capaciteit

25. Onderzoek naar bevolkingsdrempels (groen-oranje-rood) en overbevolking in gevangenissen

Vraagstelling: Stand van zaken van het onderzoek naar bevolkingsdrempels per gevangenis en maatregelen bij capaciteitsproblemen.

Antwoord van de Minister: Een interne nulmeting op basis van het KB Minimumnormen vormt de start voor Masterplan IV. Besprekingen binnen de regering over capaciteitsbeheersing lopen; het is nog voorbarig om concrete drempelmechanismen aan te kondigen.

 

Vraag nr. 1141 | Annick Lambrecht (Vooruit)

Gerechtsgebouwen & Infrastructuur

26. Staat van de sanitaire installaties en defecte toiletten in het gerechtsgebouw Brugge

Vraagstelling: Overzicht van defecte toiletten/urinoirs in het gerechtsgebouw Brugge en andere rechtbanken in het land.

Antwoord van de Minister: Geen structureel probleem met gewone toiletten (slechts 1 van de 49 publieke toiletten defect). Wel een probleem bij urinoirs (helft defect door urinoirspoelers en urinesteen). 20 nieuwe spoelers zijn besteld; Regie der Gebouwen pakt leidingen aan. Nationaal werd sinds 2025 al € 275.000 aan sanitair besteed.

 

Vraag nr. 1142 | Christoph D'Haese (N-VA)

Erediensten & Levensbeschouwing

27. Uniform wettelijk kader voor de erkenning van erediensten en levensbeschouwingen (Boeddhisme)

Vraagstelling: Stand van zaken van het uniform wettelijk kader voor erkenning van erediensten en de erkenning van het Boeddhisme.

Antwoord van de Minister: Juridisch-technische uitwerking afgerond door de administratie; eerste ontwerptekst in opmaak. Formele consultatiefase met overheidsactoren en representatieve organen volgt. Criteria worden toegepast op alle levensbeschouwingen.

 

Vraag nr. 1143 | Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang)

Terrorisme & Veiligheid

28. Terugkeer van IS-families uit Syrische kampen (al-Hol) en beveiligingsperiodes

Vraagstelling: Arrestatie van recent teruggekeerde Belgische IS-vrouw uit al-Hol-kamp en wettelijke waarborgen tegen vervroegde invrijheidstelling van terrorismeveroordeelden.

Antwoord van de Minister: Betrokkene werd bij aankomst begin febr 2026 gearresteerd op basis van een verstekvonnis. Na verzet op 19 mei 2026 veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf (hoger beroep loopt; blijft gedetineerd). Beveiligingsperiode (tot 2/3 van de straf) en uitsluiting van noodprocedures/overbevolkingsvrijlating waarborgen dat terrorismeveroordeelden niet vervroegd vrijkomen.

 


donderdag 24 september 2026

Uitspraak Federale rechter pers/trump - samenvatting met AI

Bron

De perspas onder vuur: Waarom de Amerikaanse rechter de intrekking van accreditaties door het Witte Huis terugfluit

Op 18 september 2026 kondigde president Donald Trump via een bericht op Truth Social aan dat de nieuwsorganisaties CNN, MS NOW en POLITICO "met onmiddellijke ingang" werden verbannen van het Witte Huis. In de dagen die volgenden werd journalisten van deze media de toegang geweigerd en werden hun zogenaamde hard passes — de vaste persaccreditaties voor het Witte Huis — gedeactiveerd.

Als antwoord spanden de drie persorganisaties samen met drie individuele verslaggevers een rechtszaak aan bij het federale districtshof voor het District of Columbia. Zij vroegen de rechter om een voorlopige voorziening (Temporary Restraining Order – TRO) ter onmiddellijke herstellig van hun perspassen. Rechter Timothy J. Kelly wees de vordering op 24 september 2026 toe.

Hieronder volgt een uitvoerige analyse van het geschil, de argumenten van beide partijen en de juridische motivering van de rechter.


De juridische toets: Het vierdelige Winter-criterium

Om een voorlopige voorziening te verkrijgen, moet de verzoekende partij aan vier zware criteria voldoen uit het richtinggevende arrest Winter v. Natural Resources Defense Council:

  1. Aantonen van een waarschijnlijkheid van succes ten gronde (likelihood of success on the merits);
  2. Het dreigen van onherstelbare schade bij gebrek aan ingrijpen (irreparable harm);
  3. Een belangenafweging die in het voordeel van de verzoeker uitvalt (balance of equities);
  4. Dat de voorlopige maatregel in het openbaar belang is (public interest).

De argumenten van de verzoekers (CNN, MS NOW, POLITICO & Journalisten)

De nieuwsmedia en hun journalisten stelden dat de abrupte intrekking van hun persaccreditaties een regelrechte inbreuk vormt op de Amerikaanse Grondwet. Hun argumentatie rustte op drie pijlers:

1. Schending van de Due Process Clause (Vijfde Amendement)

  • Erkend vrijheidsbelang: Krachtens vaste rechtspraak van het D.C. Circuit Court of Appeals (Sherrill v. Knight en Karem v. Trump) heeft een bona fide verslaggever een grondwettelijk beschermd vrijheidsbelang (liberty interest) bij het behouden van een perspas voor het Witte Huis. Een eenmaal verleende hard pass mag niet zomaar worden ingetrokken zonder behoorlijke rechtspleging.
  • Geen voorafgaande kennisgeving of hoorzitting: Het fundamentele beginsel van procedural due process vereist dat de overheid vooraf kennisgeving (notice) en de mogelijkheid tot een hoorzitting (opportunity to be heard) biedt voordat een grondwettelijk recht wordt ontnomen (Loudermill, UDC Chairs).
  • Ontbreken van duidelijke normen en sancties: Vaste rechtspraak eist dat het Witte Huis vooraf duidelijke, formeel vastgelegde normen hanteert over welk gedrag tot intrekking kan leiden, alsook over de omvang en zwaarte van de op te leggen sanctie (Karem).

2. Onherstelbare schade

  • Het verlies van grondwettelijke vrijheden, zelfs voor heel korte tijd, levert volgens het D.C. Circuit (Mills v. District of Columbia) per definitie onherstelbare schade op.

3. Het openbaar belang en de rol van de vrije pers

  • De vrije pers fungeert als een van de "grote vertolkers tussen de overheid en het volk" (Grosjean v. American Press Co.). Het handhaven van een ongrondwettelijke maatregel is altijd strijdig met het openbaar belang (Karem).

"The interest of a bona fide Washington correspondent in obtaining a White House press pass . . . undoubtedly qualifies as [a] liberty [interest] which may not be denied without due process of law under the fifth amendment."
— D.C. Circuit Court of Appeals in Sherrill v. Knight


De argumenten van de verweerders (De Amerikaanse Overheid / Het Witte Huis)

De Amerikaanse overheid en het Witte Huis voerden verschillende verweren aan om de intrekking van de perspassen te rechtvaardigen:

1. Inroep van Nationale Veiligheid

  • De overheid voerde aan dat het weren van deze nieuwsorganisaties noodzakelijk was ter bescherming van geclassificeerde en gevoelige nationale veiligheidsinformatie.
  • In brieven die op 22 september 2026 (na de start van de zaak) aan de media werden gestuurd, stelde het Witte Huis dat de betrokken organisaties gedrag hadden vertoond dat de nationale veiligheid bedreigde en/of onjuistheden verspreidde, en de standaarden van "professionaliteit en decorum" schond.

2. Kennisgeving achteraf (Post-Deprivation Process)

  • De overheid betoogde dat in "buitengewone omstandigheden" procesrechtelijke waarborgen achteraf (post-deprivation due process) volstaan. Verweerders verwezen hierbij naar Zevallos v. Obama, waarin het bevriezen van tegoeden van internationale drugshandelaars zonder voorafgaande waarschuwing rechtmatig werd bevonden om kapitaalvlucht te voorkomen.

3. Algemene bekendheid van wetgeving

  • De overheid stelde dat journalisten algemeen op de hoogte zijn dat het onthullen of verkeerd behandelen van geclassificeerde informatie onwettig is, wat volgens hen als voldoende voorafgaande waarschuwing diende. Tevens voerde de overheid aan dat de eerdere rechtspraak (Sherrill en Karem) verkeerd was beslist.

De beoordeling door de rechter (Rechter Timothy J. Kelly)

Rechter Kelly oordeelde dat de verzoekers aan alle vier de Winter-voorwaarden voldeden en wees de vordering tot voorlopige voorziening integraal toe.

┌────────────────────────────────────────────────────────────────────────┐
│               HET OORDEEL VAN DE FEDERALE RECHTER                     │
├───────────────────────────────────┬────────────────────────────────────┤
│ 1. Waarschijnlijkheid van succes  │ ✅ Aangetoond (Inbreuk Vijfde     │
│    ten gronde (Due Process)       │    Amendement)              │
├───────────────────────────────────┼────────────────────────────────────┤
│ 2. Dreiging van onherstelbare     │ ✅ Aangetoond (Schending van       │
│    schade                         │    grondrechten)               │
├───────────────────────────────────┼────────────────────────────────────┤
│ 3. Belangenafweging &             │ ✅ Wegen in het voordeel van de    │
│    Openbaar belang                │    pers en de rechtsstaat      │
└───────────────────────────────────┴────────────────────────────────────┘

1. Geen voorafgaande Due Process en gebrek aan normen

De rechter stelde vast dat het vaststaat dat verzoekers geen enkele voorafgaande kennisgeving of hoorzitting hebben gekregen. Bovendien ontbraken vooraf vastgelegde, duidelijke standaarden. De vage formulering "standards of professionalism and decorum" in de brieven van 22 september volstaat geenszins als duidelijke norm.

Bovendien werd de perspas van CNN-verslaggeefster Betsy Klein enkele maanden na de door het Witte Huis bekritiseerde berichtgeving nog gewoon hernieuwd, wat bewijst dat er geen duidelijke waarschuwingen of normen waren.

2. Geen "Buitengewone Omstandigheden" die spoed rechtvaardigen

Het argument dat nationale veiligheid handelen achteraf rechtvaardigde (zoals in Zevallos), werd door de rechter van tafel veegd:

  • De door het Witte Huis gehekelde artikelen dateerden soms van maanden of jaren geleden en betroffen routineuze verslaggeving.
  • Er was geen sprake van acute noodzaak of een spoedeisend risico dat het omzeilen van een voorafgaande hoorzitting kon rechtvaardigen.

"The sorts of stories Defendants identify in the letters to Plaintiffs are routine. And... the Court is skeptical... that Defendants' interest in safeguarding national security is the actual motivation for, or is even advanced by, the revocation of Plaintiffs' hard passes."
— Rechter Timothy J. Kelly

3. Gebrek aan feitelijk bewijs voor nationale veiligheidsrisico's

De rechter benadrukte dat de overheid, ondanks het gewicht van het begrip "nationale veiligheid", geen enkel concreet feitelijk bewijs overlegde dat de verslaggeving de veiligheid daadwerkelijk had geschadigd:

  • In de oorspronkelijke aankondiging van president Trump op Truth Social werd niet gesproken over nationale veiligheid, maar werd de nadruk gelegd op het vermeende gebrek aan waarheid en de negativiteit van de berichtgeving.
  • De door de overheid ingediende verklaringen van Defensie-functionarissen bevatten slechts algemene achtergrondinformatie en vertoonden geen directe kennis van de journalistieke werking binnen het Witte Huis.
  • Aanvullende verklaringen van de media toonden aan dat de journalisten die de gewraakte artikelen schreven in de meeste gevallen niet eens een perspas bezaten, of dat de perspas geen enkele rol speelde bij het tot stand komen van het artikel.

Het Dictum van de Rechter

Het federale districtshof gaf de volgende bevelen:

  1. Onmiddellijk herstel: De verweerders moeten de ingetrokken hard pass-persaccreditaties van alle medewerkers van CNN, MS NOW en POLITICO per direct herstellen.
  2. Geldigheidsduur: De voorlopige voorziening blijft van kracht gedurende 14 dagen, waarin partijen versnelde conclusies moeten indienen voor een beslissing over een langdurigere voorlopige ontzegging (preliminary injunction).
  3. Nominale borgsom: Omdat de overheid geen financieel nadeel ondervindt van de maatregel, wordt de vereiste borgsom vastgesteld op het nominale bedrag van $ 1,00.
  4. Geen opschorting: De rechter weigerde de inwerkingtreding van het bevel uit te stellen, omdat dit het doel van een voorlopige voorziening — het onmiddellijk herstellen van de rechtmatige status-quo — teniet zou doen.

Vooruitblik: Wat betekent deze uitspraak?

Deze uitspraak onderstreept dat ook het hoogste uitvoerende ambt gebonden is aan de grondwettelijke waarborgen van de Due Process Clause. De uitspraak maakt duidelijk dat beweringen over "nationale veiligheid" of "gebrek aan decorum" door de rechterlijke macht kritisch worden getoetst aan feitelijk bewijs en gevestigde rechtspraak.