Printvriendelijk afdrukken

donderdag 17 september 2026

Integraal verslag Commissie Justitie - 16 september 2026 - AI

 Integraal verslag Commissie Justitie - 16 september 2026

1. Actualiteitsdebat over de overbevolking en de staking in de gevangenissen.

De minister van Justitie bevestigt de ernstige overbevolking (13.604 gedetineerden voor 11.388 plaatsen) en de vaststellingen uit het CPT-rapport. Het compromisakkoord van 20 maart 2026 omvat noodmaatregelen zoals elektronisch toezicht, vervroegde invrijheidstelling en snellere verwijdering van gedetineerden zonder verblijfsrecht (al meer dan 1.200 dit jaar). Daarnaast worden ruim 200 extra plaatsen gecreëerd (Olen, Hamme, capaciteitsverhoging DBFM), worden 300 modulaire units geplaatst in bestaande instellingen (Hasselt, Leuven, Brugge, Paifve, Ittre/Andenne), opent de nieuwe gevangenis in Antwerpen, en komen er vier nieuwe transitiehuizen en 90 extra zorgplaatsen in 2027. Sinds 18 juli 2026 geldt bovendien de gegarandeerde minimale dienstverlening vanaf de eerste stakingsdag.

2. Een rechtsvordering tegen de Belgische Staat wegens een onrechtmatige opname in een politiedatabank.

Een werkgroep bereidt wetswijzigingen voor naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 16 november 2023. Rechtstreekse toegang voor burgers tot hun eigen persoonsgegevens in politiedatabanken wordt de algemene regel, behoudens beperkte uitzonderingen, met een aanvullende controle door het Organe de contrôle de l'information policière (COC). Ook wordt een nieuw automatisch archiveringssysteem uitgewerkt in lijn met het nieuwe Strafwetboek.

3. De alarmkreet van Fidex met betrekking tot de gevangenis van Haren.

De administratie heeft het initiatief genomen om een overleg met de vzw Fidex te organiseren. Om de werkomstandigheden en de veiligheid van externe dienstverleners in de gevangenis van Haren te waarborgen, heeft de Inspectie van Financiën de bestelling goedgekeurd van 134 DECT-communicatietoestellen en 5 nieuwe alarmknoppen voor noodsituaties.

4. De trage werking van de Vlaamse Kamer voor de Bescherming van de Maatschappij.

De wachtlijsten bij de forensisch psychiatrische centra van Gent en Antwerpen tellen 242 geïnterneerden door een algemeen tekort aan forensische zorgcapaciteit. In overleg tussen Justitie, Volksgezondheid en Asiel en Migratie werd een actieplan geïnterneerden opgesteld dat inzet op bijkomende externe zorgcapaciteit, versterking van mobiele teams, evaluatie van de interneringswetgeving en een versnelde terugkeer van geïnterneerden zonder verblijfsrecht.

5. Russische spionageactiviteiten in Brussel.

Sinds 2022 is er sprake van een intensivering van Russische hybride activiteiten (cyberaanvallen, sabotage, desinformatie, beïnvloedingsnetwerken). Het personeelskader van de Staatsveiligheid (VSSE) is sinds 2021 bijna verdubbeld. Er vindt continue informatie-uitwisseling plaats binnen Europese en internationale samenwerkingsplatforms en NAVO/EU-structuren. Het specifieke dossier uit het persartikel maakt het voorwerp uit van een lopend gerechtelijk onderzoek door het federaal parket.

6. De federale middelen voor de justitie.

De personeelsbezetting bij het parket van Brussel (95%) en de rechtbank van eerste aanleg (99% Franstalig, 91% Nederlandstalig) wordt nauw opgevolgd. Openstaande vacatures werden in juli 2026 gepubliceerd, met verwachte benoemingen in januari 2027. Via het impulsplan worden bijkomende middelen vrijgemaakt (€ 8 miljoen voor het openbaar ministerie en € 12 miljoen voor de zittingsmagistratuur) die door de Kolleges worden verdeeld.

7. De budgettaire en personele middelen voor het toekomstige nationaal financieel parket.

In de initiële begroting 2026 is beslist een zelfstandige financiële sectie op te richten binnen het federaal parket onder leiding van een federaal magistraat, geflankeerd door 10 gespecialiseerde financiële magistraten en fiscale ambtenaren. Daarnaast is voor de federale gerechtelijke politie een uitbreiding met 130 financiële speurders voorzien, waarvan reeds 85 betrekkingen zijn ingevuld.

8. De ongerustheid over de exploitatieovereenkomst voor het Justitiagebouw.

De Justitia-site is de enige infrastructurele voorziening in België die geschikt is voor grootschalige processen met verhoogde veiligheidsrisico's. Taskforces werken samen met de rechterlijke orde en de Regie der Gebouwen om de continuïteit en het strategisch beheer van het gebouw op korte, middellange en lange termijn te garanderen.

9. De situatie van de Brusselse vredegerechten.

In het kanton Brussel-Hoofdstad zijn 17 van de 19 vredegerechten bezet met een titularis-vrederechter (2 vacatures gepubliceerd in juli 2026). Voor het griffiepersoneel zijn 40 selectieprocedures opgestart om het kantonale tekort aan statutaire griffiers aan te pakken. Momenteel werken de helft van de Brusselse griffies 2 à 3 namiddagen achter gesloten deuren na een formeel bevelschrift om de werklast te verwerken. Het project 'Let's Build' brengt alle gerechtsgebouwen en hun toegankelijkheid in kaart.

10. Het tekort aan griffiers en de toegang tot de justitie in Nijvel.

Bij de rechtbank van eerste aanleg Waals-Brabant zijn 24 van de 25 griffiers benoemd. De tijdelijke sluitingsmaatregel van de burgerlijke en familierechtbank werd genomen door de korpschef om de essentiële opdrachten tijdens vakantie- en ziekteperiodes te garanderen. Onbepaalde-duurcontracten werden goedgekeurd of verlengd, en bijkomende vacatures worden opgenomen in het vacatureplan van november. Met het Kollege van hoven en rechtbanken wordt gewerkt aan een vervangingsbeleid voor langdurig zieken.

11. Het ontbreken van een orgaan dat gevallen van discriminatie op grond van taal behandelt.

Artikel 29 §2 van de Antidiscriminatiewet van 2007 is nog niet uitgevoerd om een specifiek taalorgaan aan te wijzen. Wel is in 2019 het Federaal Instituut voor de Bescherming en de Bevordering van de Rechten van de Mens (IFDH) opgericht met een algemene bevoegdheid inzake mensenrechten. Burgers kunnen daarnaast een beroep doen op het bestuurlijk toezicht of op de burgerlijke en strafrechter. De aanwijzing van een specifiek orgaan behoort tot de bevoegdheid van de minister van Gelijke Kansen.

12. De voorbereiding van de rechtscolleges op de inwerkingtreding van het nieuwe Strafwetboek.

Het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding (IGO) organiseerde een gestructureerd opleidingstraject voor het nieuwe Strafwetboek met meer dan 5.030 deelnames en 1.940 unieke magistraten en personeelsleden, aangevuld met online modules (1.768 raadplegingen) en externe opleidingen (956 deelnames). Het College van procureurs-generaal heeft een algemene omzendbrief uitgevaardigd met interpretatierichtlijnen en een intranetplatform met rechtspraak opgezet.

13. Het nihilistisch extremisme waarbij minderjarigen online geviseerd worden.

In de gemeenschappelijke gegevensbank TER staan momenteel 6 personen geregistreerd voor nihilistisch extremisme, en inlichtingendiensten identificeerden een dertigtal personen met een link naar België. Dossiers rond minderjarigen worden behandeld door de jeugdsecties van lokale parketten of het federaal parket bij een terroristisch oogmerk. OCAM heeft een informatiebrochure verspreid naar scholen en partners, en er wordt opgetreden via de Digital Services Act (DSA) en de TCO-verordening.

14. De aanpak van gsm-gebruik in de gevangenissen en in beslag genomen mobiele telefoons.

De aanpak omvat mobiele detectietoestellen, regelmatige sweepingacties door Celops en de politiedienst DACH met IT-speurhonden, en het gebruik van stoorzenders (jammers, waaronder vaste installaties in Haren, Antwerpen en hoogbeveiligde afdelingen). In beslag genomen telefoons leiden tot tuchtprocedures en de gegevens worden stelselmatig gedeeld met de politie en VSSE voor onderzoek naar georganiseerde misdaad of terrorisme.

15. Het ontslag van een medewerker van de FOD Justitie na een veroordeling wegens verduistering.

Een in 2018 bij Justitie wegens tuchtfeiten ontslagen ambtenaar kon bij de FOD Financiën in dienst treden omdat het Rijksambtenarenstatuut een heraanwervingsverbod van 3 jaar enkel voorschrijft binnen dezelfde aanwervende dienst. Bij indiensttreding geldt een algemene screening van het strafregister via BOSA en een specifieke veiligheidsverificatie voor penitentiair personeel. Een uniforme screening over alle FOD's heen wordt niet opportuun geacht omdat elke overheidsdienst eigen risico-evaluaties moet maken.

16. De weigering om conclusies en stukken in strafzaken per e-mail neer te leggen.

E-mail is krachtens artikel 742 van het Gerechtelijk Wetboek geen wettelijk neerleggingskanaal; het verplicht de griffie tot afdrukken, vergelijken en opnieuw inscannen, wat tot dubbel werk leidt. De prioriteit ligt bij het afwerken van de koninklijke besluiten voor het centraal register en elektronische communicatie, het uitbreiden van JustDeposit naar strafzaken en de verdere uitrol van JustConsult.

17. De toekomst van de gevangenis van Vorst en van Sint-Gillis.

Het terrein van de gevangenis van Vorst is overgedragen aan de Regie der Gebouwen. Voor Sint-Gillis is beslist de werking te verlengen tot uiterlijk eind 2035 om de overbevolking op te vangen, waarbij de Regie gefaseerde renovatiewerken voorbereidt. De Franstalige en Duitstalige balies (OBFG) vorderden dwangsommen en legden bewarend beslag op de site van Vorst; hierover lopen twee gerechtelijke procedures voor de beslagrechter.

18. De zogenaamde challenges op sociale media.

Het opzoeken van sociale media-challenges behoort niet tot de basistaken van DJSOC, en er zijn geen specifieke meldingen over de Nederlandse influencer Isae/Izay. Gevaarlijke challenges kunnen onder het nieuwe Strafwetboek worden vervolgd (o.a. art. 109/110 aanzetten tot zelfdoding, ronselen voor prostitutie, verspreiden van beelden van misbruik, of deelname/aanzetten tot misdrijven) en gemeld worden op grond van artikel 18 van de Digital Services Act.

19. De aangekondigde uitbreiding van de gevangenisvoorzieningen door de creatie van 1.300 extra plaatsen.

De 1.300 bijkomende plaatsen in België (nieuwe gevangenis Antwerpen, behoud van de oude gevangenis Antwerpen en Sint-Gillis, modulaire units in bestaande inrichtingen en CPL Gent, en extra detentie- en transitiehuizen) dienen om mensonwaardige omstandigheden en verouderde infrastructuur aan te pakken. Dit maakt deel uit van een brede aanpak samen met de Commissie overbevolking.

20. De veroordeling van de Staat wegens de overbevolking van de gevangenis van Gent.

De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen (afdeling Gent) veroordeelde de Staat op 11 september om de bezettingsgraad in de gevangenis van Gent binnen 6 maanden terug te brengen tot maximaal 110% (288 gedetineerden), op straffe van dwangsommen met een plafond van € 45 miljoen. De regering bestudeert het vonnis om te beslissen over een eventueel hoger beroep binnen de wettelijke termijn.

21. De federale taskforce tegen drugscriminaliteit.

De taskforce CrimOrg (voorgezeten door de premier, met Justitie, Binnenlandse Zaken, Asiel en Migratie en Financiën) komt maandelijks bijeen om bepalingen uit het regeerakkoord tegen georganiseerde criminaliteit versneld uit te voeren. Concrete realisaties zijn onder meer strafverzwaringen, afspraken over de oprichting van het nationaal financieel parket en de DFO, en gecoördineerde acties tussen de departementen.

22. De beslissing van de Brusselse KI om de pleitduur voor advocaten te beperken.

De Franstalige Kamer van Inbeschuldigingstelling in Brussel kende een stijging van 27% in nieuwe zaken (2023–2025). De voorzitter steunde op het arrest van het Hof van Cassatie van 14 maart 2023, dat toelaat de mondelinge pleitduur te beperken met inachtneming van de complexiteit van de zaak en het recht op verdediging. Personeel en middelen worden op het niveau van het gehele hof van beroep beheerd.

23. Het mogelijk verheerlijken van terrorisme op ManiFiesta.

De gerechtelijke autoriteiten beoordelen onafhankelijk of uitspraken van sprekers (zoals Hasan Piker of Médine) voldoen aan de criteria van het nieuwe artikel 376 van het Strafwetboek (verheerlijking van terrorisme), rekening houdend met de vrijheid van meningsuiting (art. 10 EVRM). Artikel 376 werkt niet terugwerkend voor vroegere uitspraken, maar het opnieuw publiek herhalen of verspreiden na 1 september 2026 valt wel onder de nieuwe wetgeving.

24. IS-strijders met de Belgische nationaliteit die in Irak terechtstaan.

Informatie over de 9 aan België gelinkte personen die in Irak berecht worden, is geclassificeerd. Binnen de werking T.E.R. vindt continu overleg plaats tussen de bevoegde diensten over buitenlandse terroristische strijders. Een aantal van hen werd in België al bij verstek veroordeeld.

25. Het nieuwe wettelijke kader voor erkenning van erediensten en niet-confessionele levensbeschouwingen.

De administratie heeft een eerste wetsontwerp opgesteld voor een uniform wettelijk erkenningskader ter uitvoering van het EVRM-arrest van 5 april 2022. Dit ontwerp wordt dit najaar om advies voorgelegd aan de betrokken overheidsinstanties, waarna de erkenningsprocedure voor de Boeddhistische Unie van België (BUB) kan worden voortgezet.

Schriftelijke vragen en antwoorden - 52 - 3 juni 2026

Schriftelijke vragen en antwoorden - 52 - 3 juni 2026

1. Bescherming van de Belgische energie-infrastructuur in de Noordzee.

De minister van Justitie meldt dat het Maritieme Informatie Kruispunt (MIK) de Belgische wateren continu monitort. In 2025 werden 269 Russisch-militaire of verdachte schepen extra opgevolgd (en 146 tot begin mei 2026). De beveiliging van alle zeebodem- en offshore-infrastructuur gebeurt in nauwe samenwerking met de industrie en MIK-partners. België speelt een actieve rol in NAVO- en EU-werkgroepen (zoals de NB8+/G7 Shadow Fleet Task Force) en gebruikt het door België ontwikkelde communicatieplatform Northseal om informatie over verdachte vaart te delen.

2. Naturalisaties van personen uit een polygaam huwelijk.

De minister legt uit dat bij verscheidene wettelijke wijzen van nationaliteitsverwerving (zoals art. 12bis §1 WBN) de huwelijkse staat geen grondvoorwaarde is, waardoor een polygaam huwelijk in die onderzoeken niet aan bod komt. Enkel het parket beoordeelt of een polygaam huwelijk als een "gewichtig feit" geldt om nationaliteit te weigeren. Er bestaan geen centrale cijfers over weigeringen. De minister merkt op dat bigamie onder het nieuwe Strafwetboek (vanaf 1 september 2026) wordt bestraft met een straf van niveau 1, waardoor er geen gevangenisstraf meer voor kan worden gevorderd.

3. Giften onder levenden aan kerkelijke instellingen.

De minister antwoordt dat er naast een formele toetsing ook een opportuniteitstoets plaatsvindt. Dergelijke aanvragen zijn echter uiterst zeldzaam: de afgelopen vijf jaar werd er geen enkele aanvraag ingediend.

4. Bouw van een nieuwe gevangenis in Bergen.

De Regie der Gebouwen selecteert momenteel een terrein, waarna een PPS-aanbesteding wordt opgestart. Alle nieuwe gevangenissen voldoen aan strikte duurzaamheids- en leefbaarheidsnormen. Om de celdruk structureel te verlagen moet de gevangenisstraf als ultimum remedium worden gehanteerd, wat ook is verankerd in het nieuwe Strafwetboek en het toekomstige wetboek van strafuitvoering.

5. De werking van de vzw Het Huis.

In het aanvullend antwoord verwijst de minister naar haar antwoord op schriftelijke vraag nr. 1103 en naar een eerdere mondelinge vraag.

6. Politiek mandaat door gerechtspersoneel.

De minister verduidelijkt dat voor niveau B, C en D cumulatie met een politiek mandaat in principe mogelijk is, mits er geen belangenconflict ontstaat. Zij vallen onder de algemene regeling van de wet van 18 september 1986 inzake politiek verlof voor overheidsdiensten.

7. Deelname aan een assisenjury.

De minister deelt mee dat de administratie de gegevens niet binnen 20 werkdagen kon aanleveren en dat er een aanvullend antwoord zal volgen.

8. Verwerping van erfenissen.

Het antwoord werd vanwege de omvang rechtstreeks naar het Kamerlid gestuurd en is op te vragen bij de griffie.

9. Ongelijkheid in strafbeleid inzake gsm-gebruik achter het stuur.

De minister verwijst naar haar eerdere antwoord op vraag nr. 954 van dhr. Dufrane (QRVA nr. 47).

10. Wagenpark en tankkaarten van kabinetten.

Het antwoord werd vanwege de omvang rechtstreeks naar het Kamerlid gestuurd.

11. Universele rechtspraak in internationale misdaaddossiers.

Bijkomende middelen voor Justitie worden momenteel primair ingezet in de strijd tegen georganiseerde criminaliteit. Het federaal parket werkt wel nauw samen met de gespecialiseerde sectie "internationaal humanitair strafrecht" van de FGP Brussel als referentie-eenheid. Er loopt een werklastmeting om de capaciteit te evalueren.

12. Groei van meldingen van geweld uit naam van familie-eer.

De minister geeft aan dat de informatie niet binnen 20 werkdagen verstrekt kon worden en later via een aanvullend antwoord bezorgd wordt.

13. Registratie van de MENAPT-categorie in misdaadstatistieken.

Registratie in politiedatabanken gebeurt op basis van nationaliteit. Het administratief registreren van "afkomst" of etnische afstamming is wettelijk verboden onder de Antiracismewet, het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, de Wet op de Openbare Statistiek en de AVG/GDPR. Bovendien oordeelde het Hof van Justitie van de EU (zaak C-417/23) dat de Deense MENAPT-regeling een vorm van directe en indirecte discriminatie inhoudt.

14. Aantal langdurig zieken binnen Justitie.

Het antwoord werd vanwege de omvang rechtstreeks naar het Kamerlid gestuurd.

15. Ontmanteling van een cannabisplantage in Aaigem (2019).

Het antwoord werd vanwege de omvang rechtstreeks naar het Kamerlid gestuurd.

16. Aanwezigheid van mobiele telefoons in gevangenissen.

Het nationale sweeping-team trof in de voorbije periode 1.931 smartphones aan. Tuchtsancties worden lokaal door directeurs beoordeeld en niet centraal geregistreerd. Binnensmokkel gebeurt vooral via bezoekers/gedetineerden en overgooien. Er wordt volop geïnvesteerd in metaaldetectiepoorten, X-raytoestellen, NLJ-detectoren (voor simkaarten), ICT-honden en jammers die mobiele frequenties verstoren.

17. Toepassing van het tijdelijk huisverbod.

Het antwoord werd vanwege de omvang rechtstreeks naar het Kamerlid gestuurd.

18. Toekomstige pensioneringen binnen rechtbanken en parketten.

Exacte pensioencijfers zijn pas maanden vooraf bekend, maar het aantal personen dat de pensioenleeftijd bereikt bedraagt 69 in 2026 (38 magistraten, 31 admin/techn), 49 in 2027 (19 magistraten, 18 admin/techn), en 92 in 2028 (38 magistraten, 38 admin/techn). Vacatures voor magistraten kunnen tot 15 maanden voor het vertrek in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd worden.

19. Scheidingen van tafel en bed.

Het antwoord werd vanwege de omvang rechtstreeks naar het Kamerlid gestuurd.

20. Rapport van het NPM over de detentiehuizen.

Geplande openingen: Genk (2026, 40 pl.), Antwerpen & Jemeppe-sur-Sambre (2027, elk 40 pl.), Doornik, Oostende & Jamioulx (2028). De minister onderschrijft de meerwaarde van kleinschalige detentiehuizen met functiedifferentiatie (detentiebegeleiders vs. veiligheidsassistenten) gericht op herstel en re-integratie.

21. Detentie van Marc Moerman in Marokko.

Na een eerdere weigering eind 2025 diende Moerman een nieuw overbrengingsverzoek in. Door een nieuw Marokkaans Wetboek van Strafvordering (van kracht sinds 8 december 2025) komt hij mogelijk in aanmerking voor strafvermindering. Er vindt continu diplomatiek overleg plaats met minister Prévot (Buitenlandse Zaken) en Moerman kreeg reeds 10 consulaire bezoeken.

22. Samenwerking van familierechtbanken met vzw Het Huis.

Enkel de rechtbanken van eerste aanleg van Antwerpen, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen stelden de vzw nog aan. Voor West-Vlaanderen gebeurde dit in 2025-2026 bij benadering 50 keer (waarvan ~35 in de afdeling Brugge); Antwerpen en Oost-Vlaanderen beschikken niet over cijfers.

23. Proces-verbalen voor loslopende honden.

Er kunnen geen specifieke cijfers verstrekt worden omdat deze overtreding geregistreerd staat onder de algemene tenlasteleggingscode "64J - Vlaams Natuurbehoudsdecreet", die veel breder is dan enkel loslopende honden.

24. Smokkel en detectie van gsm's en drones in gevangenissen.

Het nationale Celops-team vond 769 smartphones in 2025. Er zijn al 9 jammers geïnstalleerd (€ 37.159,10 reeds aangekocht) en € 84.639,50 werd vastgelegd voor een geavanceerd detectiesysteem. Aanbestedingen lopen voor vaste/mobiele dronedetectiesystemen en een "drone in a box"-systeem voor automatische perimetercontrole.

25. Onwerkzame voorlopige hechtenis.

Aanvragen bedroegen 80 (2021), 77 (2022), 62 (2023), 64 (2024), 88 (2025) en 8 in begin 2026. Goedgekeurd werden er respectievelijk 36, 27, 27, 33 en 11. Totaal uitbetaald bedrag per jaar: € 264.280,59 (2021), € 115.825,00 (2022), € 158.286,54 (2023), € 192.602,47 (2024) en € 45.475,00 (2025). De langste vergoede hechtenis bedroeg 1.624 dagen (in een dossier uit 2024).

26. Stand van zaken uitrol detentie- en transitiehuizen.

België beschikt over 77 plaatsen in 5 transitiehuizen (Mechelen, Gentbrugge, Leuven, Hamme, Enghien) en 192 plaatsen in 3 detentiehuizen (Kortrijk, Vorst, Olen). Vanaf 2027 komen er budgetten voor 4 bijkomende transitiehuizen. Geplande detentiehuizen: Genk (2026), Antwerpen & Jemeppe-sur-Sambre (2027), Doornik, Oostende & Jamioulx (2028).

27. Audit IT-project Atlas bij de Staatsveiligheid (VSSE).

De minister ontkent dat er een officiële, onafhankelijke audit heeft plaatsgevonden en stelt dat de genoemde cijfers nergens op gebaseerd zijn. De kosten van Atlas zijn verweven met de algemene IT-infrastructuur van de VSSE. Er komt geen "nieuwe databank": Atlas blijft het centrale platform en wordt in 2026 verder verfijnd qua gebruiksvriendelijkheid, externe databronnen en AI-toepassingen.

28. Startbaanovereenkomsten (Rosettaplan) in gevangenissen.

De daling is een bewuste keuze om vacatures duurzaam in te vullen via statutaire "fastlane"-procedures. Rosetta-contracten blijven mogelijk voor tijdelijke behoeften. Voor een vaste statutaire benoeming moeten Rosetta-medewerkers deelnemen aan de reguliere vergelijkende selectieprocedures.

29. Radicalisering en binnengesmokkelde gsm in de gevangenis van Aarlen.

Een interdisciplinaire stuurgroep (DG EPI, VSSE, federale politie, federaal parket) bereidt een wetsontwerp voor om de Basiswet aan te passen voor criminele organisaties en geradicaliseerde profielen. Er wordt volop ingezet op detectie, stoorzenders, 5G-scanners, dronedetectie en verhoogde celcontroles.

30. Geactualiseerde stand van zaken van pro-Deo-uitgaven.

Het antwoord werd vanwege de omvang rechtstreeks naar het Kamerlid gestuurd.

31. Het gebruik van AI door magistraten en griffies.

De wet van 15 mei 2024 legt vast dat AI louter ondersteunend is en de magistraat steeds het laatste woord heeft. Ad-hoc invoer van dossiergegevens in niet-gemachtigde externe AI-tools is wettelijk verboden. Met de projecten 'griffier van de toekomst' en 'parket van de toekomst' worden administratieve taken geautomatiseerd om functies te herwaarderen zonder banenverlies.

32. Opleidingen van het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding (IGO).

Het antwoord werd vanwege de omvang rechtstreeks naar het Kamerlid gestuurd.

33. Terreurdossiers.

Het antwoord werd vanwege de omvang rechtstreeks naar het Kamerlid gestuurd.

34. Gerechtelijke dwalingen in assisenzaken en het gebruik van de polygraaf.

Een wetenschappelijke studie van het NICC (publicatie medio 2026) toont aan dat er jaarlijks minder dan 300 polygraaftests plaatsvinden in België. Het IGO voorziet specifieke opleidingen voor assisenvoorzitters, onderzoeksrechters en stagiairs over de risico's op valse bekentenissen, de Salduz-wetgeving en perceptiefouten.

dinsdag 15 september 2026

Child safety online: Protecting and empowering minors in a digital world - Europa - samenvatting AI

Bron

Het adviesrapport "Child safety online: Protecting and empowering minors in a digital world" (2026) is opgesteld door een speciaal panel van Europese experts, wetenschappers, ouders en jongeren. Het werd geleid door kinder- en jeugdpsychiater prof. dr. Jörg M. Fegert en gezondheidswetenschapper dr. Maria Melchior, in opdracht van de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen.

Het centrale idee achter het rapport is dat we de fysieke wereld al decennia veiliger maken voor kinderen (zoals veiligheidseisen voor speelgoed of auto's), maar dat de digitale wereld sterk is achtergebleven. Het rapport vraagt om een cultuuromslag: niet het kind moet zich aanpassen of gestraft worden, maar de digitale omgeving moet van nature veilig worden ingericht ("safety by design").


1. Drie leeftijdsfases: Een ontwikkelingsgerichte aanpak

Kinderen van 4, 11 of 16 jaar verschillen sterk in hun breinontwikkeling en kwetsbaarheden. Het rapport vervangt het idee van "minderjarigen als één groep" door drie duidelijke fases:

  • 0 tot 2 jaar (Schermaanbeveling):
    • Voorstel: Vermijd schermen en sociale media voor baby's en peuters zo veel mogelijk. In deze fase zijn direct menselijk oogcontact, taalverwerving en fysieke beweging essentieel. Ouders worden ook opgeroepen hun eigen schermgebruik in te perken om "technoference" (digitale onderbreking van het ouder-kindcontact) te voorkomen.
  • 3 tot 12 jaar (Begeleid & gestructureerd gebruik):
    • Voorstel: Geen onbegeleid internetgebruik of eigen smartphones. Schermtijd moet beperkt blijven, onder toezicht van ouders staan en gericht zijn op educatie en leeftijdsgeschikte inhoud. In de klas horen geen persoonlijke smartphones thuis.
  • 13 tot 18 jaar (Geleidelijke autonomie):
    • Voorstel: Jongeren krijgen stapsgewijs meer vrijheid, maar uitsluitend op platforms die standaard veilig zijn ingericht. Ze moeten automatisch beschermd worden tegen verslavende mechanismen en schadelijke inhoud.

2. De belangrijkste specifieke voorstellen

A. Een Europese leeftijdsgrens van 13 jaar

  • EU-brede minimumnorm: Er wordt voorgesteld om in de hele EU een harmoniseerde leeftijdsgrens van 13 jaar in te stellen voor toegang tot sociale media en AI-assistenten. Onder de 13 jaar is toegang alleen mogelijk met expliciete toestemming en toezicht van de ouders of binnen de school.
  • Nationale uitzonderingen: Lidstaten behouden de vrijheid om voorzorgshalve een hogere grens in te stellen (zoals 14, 15 of 16 jaar).

B. Betrouwbare en privacy-vriendelijke leeftijdsverificatie

  • Om te voorkomen dat kinderen leeftijdsgrenzen eenvoudig omzeilen, moeten platforms de leeftijd controleren.
  • Privacy staat voorop: Er mag geen gebruik worden gemaakt van identiteitskaarten of gezichtsscans die de privacy schenden. Er wordt gepleit voor technologieën zoals "Zero Knowledge Proof": het platform krijgt een digitaal bewijs dat de gebruiker oud genoeg is, zonder dat persoonsgegevens of identificatiedocumenten worden gedeeld of opgeslagen.

C. Omkering van de bewijslast voor techbedrijven

  • Huidige situatie: Toezichthouders moeten nu achteraf bewijzen dat een algoritme of functie schadelijk is, nadat miljoenen kinderen er al mee in aanraking zijn gekomen.
  • Nieuw voorstel: Techbedrijven moeten vooraf aantonen dat hun app, algoritme of nieuwe functie veilig is voor minderjarigen voordat ze toegang krijgen tot de markt. Zolang dat bewijs er niet is, moeten volwassen of risicovolle functies standaard uitstaan.

D. Verbod op verslavend en schadelijk ontwerp (Safety by Design)

  • Stop verslavende trucs: Functies zoals infinite scroll (eindeloos doorscrollen), autoplay (automatisch afspelen van de volgende video), agressieve pushmeldingen en algoritmes die gebruikers in een "rabbit hole" sturen (zoals ketens van video's over eetstoornissen of zelfbeschadiging) moeten strikt worden gereguleerd of uitgeschakeld.
  • Standaard privacy op maximaal: Accounts van minderjarigen staan standaard op privé, vreemden kunnen geen rechtstreekse berichten sturen, en opties om screenshots of downloads te maken van berichten van kinderen worden geblokkeerd om digitale chantage (sextortion) te voorkomen.

E. Strikte regels rond AI en online kindermisbruik

  • Aanpak kindermisbruik: Snelle aanname van EU-regelgeving die platforms verplicht om online kindermisbruik en grooming (het digitaal lokken van kinderen) op te sporen, te melden en te blokkeren.
  • Kunstmatige Intelligentie (AI): Verbod op AI-toepassingen die naaktbeelden van personen genereren (nudification apps) en strenge waarschuwingen bij AI-chatbots, zodat jongeren weten dat ze met een computer praten en niet met een mens.

F. Versterking van ouders, scholen en de jeugd

  • Educatie en AI-wijsheid: Digitale geletterdheid, AI-kennis en kritisch denken over algoritmes en desinformatie moeten verplicht worden in het schoolcurriculum.
  • Ouderbegeleiding: De EU en lidstaten moeten duidelijke richtlijnen voor ouders opstellen (Guidelines for Parents) en zorgen voor gebruiksvriendelijke instrumenten voor ouderlijk toezicht.
  • Investeren in offline alternatieven: Overheden moeten investeren in betaalbare sportverenigingen, jeugdclubs, bibliotheken en buurthuizen als aantrekkelijk alternatief voor overmatige schermtijd.
  • Inspraak van jongeren: Kinderen en jongeren moeten actief worden betrokken bij het maken van het beleid ("bouw het internet met ons, niet alleen voor ons").


zaterdag 12 september 2026

Mercuriale 2026 van het Hof van Beroep te Antwerpen (geschreven door emeritus procureur-generaal Yves Liégeois) - samenvatting met AI

Bron

De Mercuriale van 1 september 2026 van het Hof van Beroep te Antwerpen — getiteld "Werelden in botsing of de evolutie van het strafprocesrecht" — is geschreven door emeritus procureur-generaal Yves Liégeois (hoofdcoördinator van het expertisenetwerk Strafprocedure) en uitgesproken bij de plechtige opening van het gerechtelijk jaar.

1. Maatschappelijke en politieke context: De stijgende druk en de "koterijen"

De Mercuriale opent met een schets van de toenemende belasting op het gerechtelijke apparaat. Binnen het ressort Antwerpen is het aantal instromende correctionele beroepszaken (veelal omvangrijke dossiers van georganiseerde criminaliteit) met bijna 50% gestegen, terwijl ook jeugdbeschermings- (+15%) en jeugddelinquentierecht-dossiers (+20%) sterk toenemen.

Hoewel de regeringsverklaring (regering-De Wever) hoopvol aankondigde om in overleg met de magistratuur de rol van de onderzoeksrechter en het openbaar ministerie te hervormen, wees de minister van Justitie in een brief aan het College van procureurs-generaal die ambitie af. De minister gaf aan enkel het bestaande wetboek te willen "verbeteren waar nodig".

De Mercuriale hekelt deze houding als het verder bouwen van "koterijen" onder invloed van een "verlammende budgettaire neurose", terwijl ons Wetboek van Strafvordering inhoudelijk nog steeds teruggaat op de Napoleontische Code d'Instruction Criminelle van 1808. Citerend uit een bijdrage van prof. Chris Van den Wyngaert onderstreept de tekst: "Een modern strafrecht zonder een grondig vernieuwd strafprocesrecht blijft een merkwaardige constructie".


2. De botsing der werelden: Persoonsgegevensverwerking versus Strafprocesrecht

De kern van de inhoudelijke evolutie is het binnendringen van het recht inzake persoonsgegevensverwerking (privacy) in het strafprocesrecht.

  • Historisch conflict: De eerste Privacywet van 8 december 1992 bevatte procedures die haaks stonden op de fundamentele beginselen van het strafprocesrecht, zoals het geheim van het onderzoek, het vermoeden van onschuld en het eerlijk proces.
  • Europese kaderering: Op Europees niveau werd naast de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG/GDPR) een specifieke Richtlijn Politie en Justitie (LED 2016/680) aangenomen. In de Belgische Gegevensbeschermingswet van 30 juli 2018 werd vastgelegd dat het strafprocesrecht geldt als lex specialis: privacyrechten worden uitgeoefend binnen de grenzen van de strafprocedureregels en onder toezicht van de strafrechter of het openbaar ministerie.
  • Wetswijziging van 27 maart 2024 (Digitalisering Ibis): Omdat het Wetboek van Strafvordering ontoereikend was om privacyrechten (zoals inzage, rectificatie en wissen van gegevens) te waarborgen voor procespartijen én derden, voerde de wetgever ingrijpende hervormingen door:
    • Recht op aanvullend onderzoek in het opsporingsonderzoek (art. 21quater Sv.): Waar het Grondwettelijk Hof in 2020 (Arrest nr. 97/2020) nog oordeelde dat het ontbreken van een recht op aanvullend onderzoek in het opsporingsonderzoek géén discriminatie vormde, werd dit standpunt door de noodzaak tot rectificatie van persoonsgegevens ingehaald.
    • Zuiveringsprocedure: Er werd zowel in het opsporingsonderzoek als in het gerechtelijk onderzoek een analoge procedure ingevoerd om persoonsgegevens te laten schrappen of gezuiverde dossiers neer te leggen via de Kamer van Inbeschuldigingstelling.

3. Doorwerking van het Europees Recht (HvJ-EU) op de bewijsgaring

Het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) dwingt de Belgische wetgever via bindende afwegingen tussen misdrijfbestrijding (art. 7 en 8 EU-Handvest) en privacy tot voortdurende aanpassingen:

  1. Dataretentie: Het arrest La Quadrature du Net (6 oktober 2020) leidde tot de vernietiging van de algemene Belgische bewaarplicht van telecomgegevens, waarna de wet van 20 juli 2022 werd aangenomen.
  2. Uitlezen van smartphones (Arrest Landeck van 4 oktober 2024): Het HvJ-EU oordeelde dat het doorzoeken van een in beslag genomen GSM een zeer ernstige inmenging in de grondrechten inhoudt. Dit leidde tot de Belgische wet van 29 januari 2026, die artikel 39bis Sv. gewijzigd heeft: het parket mag een informaticasysteem enkel nog doorzoeken mits voorafgaande machtiging van de onderzoeksrechter (of schriftelijke bevestiging achteraf in uiterst dringende gevallen).
  3. Passagiersgegevens (PNR): Na de arresten van het HvJ-EU (21 juni 2022) en het Grondwettelijk Hof (12 oktober 2023) werd artikel 46septies Sv. herschreven: het opvragen van passagiersgegevens voor een "beoordeling achteraf" mag niet langer door de procureur des Konings alleen worden beslist, maar vereist een voorafgaande machtiging van de onderzoeksrechter.
  4. Bewijsuitsluiting (Antigoon-rechtspraak & Art. 32 VTSv.): De Mercuriale verduidelijkt dat noch artikel 6 EVRM, noch de rechtspraak van het Hof van Cassatie automatische nietigheid van onrechtmatig verkregen bewijs eist. De criteria van artikel 32 Voorafgaande Titel Sv. (toetsing aan het eerlijk proces) blijven overeind, al eist het HvJ-EU wel dat bewijs verkregen via onwettige algemene dataretentie buiten beschouwing wordt gelaten als de verdediging er niet doeltreffend op kan reageren.

4. De fundamentele discussie over de "onafhankelijkheid" en de onderzoeksrechter

Het meest cruciale juridische debat in de Mercuriale betreft de onverenigbaarheid van de dubbele rol van de onderzoeksrechter volgens Europese maatstaven.

Het Europese onafhankelijkheidscriterium

In onder meer het Prokuratuur-arrest (2 maart 2021) en het PNR-arrest (21 juni 2022) stelde het HvJ-EU dat de instantie die voorafgaande toestemming verleent voor ingrijpende onderzoeksmaatregelen aan twee strikte voorwaarden moet voldoen:

  1. Zij mag niet betrokken zijn bij de uitvoering van het betrokken strafrechtelijk onderzoek.
  2. Zij moet een neutrale derde zijn ten opzichte van de partijen.

Het parket voldoet hier niet aan omdat het de strafvordering uitoefent en als openbaar aanklager optreedt.

De paradox van de Belgische onderzoeksrechter

De Mercuriale legt bloot dat de klassieke Belgische onderzoeksrechter evengoed wringt met deze norm:

  • De onderzoeksrechter leidt immers het gerechtelijk onderzoek, stuurt de opsporingen aan, formuleert werkhypothesen én verleent vervolgens aan zichzelf de machtigingen voor ingrijpende dwangmaatregelen (zoals huiszoekingen, telefoontaps of aanhoudingsbevelen).
  • De Commissie voor de hervorming van het strafprocesrecht noemde dit reeds een "scheef getrokken situatie": van de onderzoeksrechter wordt verwacht dat hij zijn eigen hypotheses kritisch in vraag stelt en zichzelf controleert, hetgeen haaks staat op de rol van een neutrale rechterlijke derde.

De kritiek op het Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof oordeelde in een arrest van 26 september 2024 (nr. 97/2024) dat de onderzoeksrechter wél een onafhankelijke magistraat blijft die voldoet aan de Europese vereisten, onder meer omdat de verdachte klacht kan indienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) of nietigheden kan opwerpen voor de vonnisrechter.

De Mercuriale toont aan dat de argumentatie van het Grondwettelijk Hof op losse schroeven staat:

  • Artikel 4, § 2 van de wet van 3 december 2017 sluit het toezicht van de GBA immers uitdrukkelijk uit voor verwerkingen door hoven, rechtbanken en het openbaar ministerie bij de uitoefening van hun rechterlijke taken. De GBA heeft dus geen enkele bevoegdheid om op te treden tegen beslissingen van een onderzoeksrechter.

5. Praktische en structurele knelpunten van het gerechtelijk onderzoek

Naast het Europese bevoegdheidsdebat wijst de Mercuriale op grote praktische nadelen van het huidige dubbele systeem (opsporingsonderzoek vs. gerechtelijk onderzoek):

  1. Vervallen van het inhoudelijk verschil: Nu de rechten van de verdediging en slachtoffers in het opsporingsonderzoek zijn uitgebreid (inzage, aanvullend onderzoek, zuivering, onderzoek à charge en à décharge), is het inhoudelijke verschil tussen beide onderzoeksvormen vrijwel verdwenen.
  2. Gelijk resultaat: Statistisch onderzoek van het Openbaar Ministerie toont aan dat het veroordelingspercentage bij vonnisrechters vrijwel identiek is, ongeacht of de zaak via een opsporingsonderzoek dan wel een gerechtelijk onderzoek voor de rechtbank werd gebracht.
  3. Het probleem van de generalist versus de specialist:
    • Bij het Openbaar Ministerie werken gespecialiseerde magistraten (ongeveer 60 referentiemagistraten in diverse materies zoals fiscaal, milieu, cybercrime of financieel recht).
    • Onderzoeksrechters zijn daarentegen (op enkele uitzonderingen na) generalisten. Zodra een ingrijpende dwangmaatregel nodig is, moet een complex dossier verplicht worden overgedragen aan een onderzoeksrechter die de specifieke materie vaak niet meester is. Yves Liégeois vergelijkt dit scherp met de geneeskunde: "Als een ingrijpend onderzoek nodig is, gaan we van een specialist naar een generalist".
  4. Crisissituaties en terrorisme: Bij terroristische aanslagen, gijzelingen of NBCRe-incidenten (nucleair, bacteriologisch, chemisch, radiologisch) wordt het beleid gevoerd vanuit een beleidscel voorgezeten door de federale procureur en het Crisiscentrum. Zodra een onderzoeksrechter gevat is, wordt deze als "vrij elektron" in het systeem gedropt. Omdat voor externe communicatie of specifieke onderzoeksakten de individuele toestemming van de onderzoeksrechter vereist is, leidt dit in de praktijk regelmatig tot blokkades.
  5. Vertraging en efficiëntieverlies: Bij de sluiting van een gerechtelijk onderzoek moet het parket een vordering opstellen in omvangrijke dossiers die het gedurende het onderzoek vaak amper heeft kunnen volgen, hetgeen tot jaren vertraging leidt. Bovendien kan de zaak na een gerechtelijk onderzoek niet meer door het parket worden geseponeerd, zelfs als blijkt dat vervolging onwenselijk is.
  6. Burgerlijke partijstelling: De mogelijkheid voor een benadeelde om zich rechtstreeks burgerlijke partij te stellen bij de onderzoeksrechter laat toe dat één enkeling de strafvordering in gang zet en het gehele strafbeleid en de capaciteit van Justitie doorkruist.

6. De beslissende druk van het Europees Openbaar Ministerie (EOM / EPPO)

De definitieve genadeslag voor het Belgische gerechtelijk onderzoek komt van de Verordening (EU) 2017/1939 betreffende het Europees Openbaar Ministerie (EOM):

  • Rechtstreekse werking en voorrang: De EOM-verordening heeft rechtstreekse werking en voorrang op het Belgische recht.
  • Geen plaats voor de onderzoeksrechter als onderzoeksleider: Binnen EOM-dossiers leiden de Europese (gedelegeerd) aanklagers het onderzoek zelf. Er is in de EOM-structuur geen plaats voor een gerechtelijk onderzoek onder leiding van een onderzoeksrechter, noch voor een burgerlijke partijstelling die de strafvordering start.
  • Belgische "struisvogelpolitiek": De Belgische wetgever trachtte dit in de wet van 17 februari 2021 te omzeilen door "gespecialiseerde onderzoeksrechters" aan te wijzen die de vorderingen van het EOM moesten behandelen.
  • Europese aanmaning: De Europese Commissie heeft België formeel aangemaand. De Commissie verwerpt de Belgische constructie omdat de onderzoeksrechter via de regeling der rechtspleging nog steeds de leiding over het onderzoek overneemt en het dossier afsluit, hetgeen rechtstreeks strijdig is met de EU-Verordening.
  • Het gevaar van een wetboek met drie snelheden: Als België de rol van de onderzoeksrechter enkel aanpast voor EOM-zaken, ontstaan er in België drie verschillende soorten strafonderzoeken in één wetboek. Dit zou leiden tot een volstrekt onhoudbare incoherentie, rechtsonzekerheid en discriminatie tussen verdachten in EOM-zaken en niet-EOM-zaken.

7. Epiloog en conclusie van de Mercuriale: De weg naar de "Machtigingsrechter"

De Mercuriale besluit dat de overgang naar één centraal strafonderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie juridisch en praktisch onafwendbaar is.

De toekomstige rol van de onderzoeksrechter

In het voorgestelde model verdwijnt het gerechtelijk onderzoek onder leiding van de onderzoeksrechter:

  • De onderzoeksrechter treedt niet langer op als opsporingsleider of actieve speurder.
  • Hij wordt in zijn zuiver rechterlijke functie hersteld als "machtigingsrechter" (of "rechter van het onderzoek").
  • Op gemotiveerd verzoek van het parket toetst deze onafhankelijke rechter vooraf de wettelijkheid, noodzakelijkheid, proportionaliteit en finaliteit van alle ingrijpende dwangmaatregelen (zoals aanhoudingen, huiszoekingen, telefoontaps, datarekening en informaticazoekingen).
  • De machtigingsrechter kan het dossier niet langer "evoceren" (zelf overnemen).

Rechten van partijen en hervorming

  • Slachtoffers en benadeelden: Zij behouden uitgebouwde rechten op inzage, het verzoeken om aanvullend onderzoek en het recht om een sepot aan te vechten voor een hogere rechtsmacht, maar de automatische burgerlijke partijstelling die de strafvordering instelt verdwijnt.
  • Eindconclusie: De auteur maant de politiek dringend aan om de kop uit het zand te halen en te stoppen met het uitstellen van hervormingen wegens budgettaire redenen: "Het immobilisme waartoe de budgettaire neurose het land in zijn greep heeft kan de tijd niet tegenhouden. Waar geen visie is ontbreekt de wil, waar geen geld is ontbreken beiden".


vrijdag 11 september 2026

Vonnis overbevolking gevangenis Gent - REA Gent - samenvatting met AI

Bron 


Historisch vonnis over de gevangenis van Gent: Belgische Staat veroordeeld wegens structurele overbevolking



De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen (afdeling Gent) heeft op 11 september 2026 een bepalend tussenvonnis geveld over de detentieomstandigheden in de gevangenis van Gent. 

In de zaak ingesteld door de Orde van Vlaamse Balies (OVB) tegen de Belgische Staat oordeelde de rechter dat de langdurige overbevolking een schending vormt van het absolute verbod op onmenselijke of vernederende behandeling. 

De overheid krijgt zes maanden de tijd om de bezettingsgraad terug te brengen, op straffe van dwangsommen die kunnen oplopen tot 45 miljoen euro.


1. De feitelijke achtergrond: Een bezettingsgraad van bijna 200%

Uit het jaarverslag van de Commissie van Toezicht blijkt dat de gevangenis van Gent kampt met een bezettingsgraad van bijna 200%. Deze extreme overbevolking leidt tot acute menswaardigheidsproblemen:

  • Grondslapers en een ernstig tekort aan individuele leefruimte.
  • Gebrekkige hygiëne en ontoereikende sanitaire voorzieningen.
  • Beperkingen in het detentieregime en een tekort aan medische en psychische zorg.

De rechtbank benadrukte dat dit geenszins een tijdelijke of onvoorziene situatie is, maar een structureel en duurzaam probleem dat al jarenlang bekend is en gedocumenteerd wordt door diverse toezichtsorganen.


2. Het juridische kader: Artikel 3 EVRM en Boek 6 BW

De juridische onderbouwing van de uitspraak steunt op twee centrale pijlers:

  1. Artikel 3 EVRM: Dit artikel bevat een absoluut verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling. Op de overheid rust een positieve verplichting om menswaardige detentieomstandigheden te garanderen.
  2. Burgerlijke aansprakelijkheid (Boek 6 BW): De rechtbank oordeelde dat de schending van artikel 3 EVRM een burgerlijke fout oplevert (art. 6.6 BW). Op grond van artikel 6.28, lid 2 BW (preventieve maatregelen ter voorkoming van verdere schade) en artikel 6.33 BW (herstel in natura van een onrechtmatige toestand) is de rechter bevoegd om een bevel op te leggen dat de normschending doet ophouden.

3. Waarom de verweren van de Belgische Staat faalden

De Belgische Staat voerde diverse argumenten aan ter verdediging, maar deze werden door de rechtbank verworpen:

  • "Inspanningen en wetgeving": De Staat verwees onder meer naar de Noodwet van 18 juli 2025. De rechter oordeelde echter dat inspanningen juridisch ontoereikend zijn wanneer het feitelijke resultaat onder de absolute ondergrens van artikel 3 EVRM blijft.
  • "Gebrek aan middelen": Volgens vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) kunnen budgettaire, organisatorische of praktische moeilijkheden een schending van een absolute verdragsnorm niet rechtvaardigen.
  • "Scheiding der machten": De Staat stelde dat een bevel de scheiding der machten schendt. De rechtbank verwierp dit: de rechter legt enkel een resultaatsverplichting op (het terugbrengen van de bezetting), maar laat de overheid de volledige beleidsvrijheid over de keuzes en middelen om dat resultaat te bereiken.
  • Gevraagd uitstel: Het verzoek van de Staat om de zaak met één jaar uit te stellen werd geweigerd gelet op de ernst van de voortdurende schending.

4. De concrete beslissing en de dwangsomregeling

De rechtbank verklaarde de vordering van de OVB gegrond en legde de Belgische Staat duidelijke verplichtingen op:

  • Capaciteitsnorm: Binnen zes maanden na betekening van het vonnis moet de bezettingsgraad worden teruggebracht tot maximaal 110% van de reële capaciteit. De reële capaciteit werd vastgesteld op 262 plaatsen.
  • Progressieve dwangsommen: Bij niet-naleving verbeurt de Staat een dwangsom per dag en per gedetineerde boven de 110%-grens:
    • Eerste jaar: € 500,00 per dag per gedetineerde.
    • Tweede jaar: € 750,00 per dag per gedetineerde.
    • Vanaf het derde jaar: € 1.000,00 per dag per gedetineerde.
    • Plafond: Het totale maximumbedrag werd geplafonneerd op € 45.000.000,00.
  • Afgewezen vorderingen: De gevraagde publicatie in het Belgisch Staatsblad en toezending aan alle correctionele magistraten werden afgewezen, omdat deze niet rechtstreeks bijdragen aan het herstel van de toestand.
  • Proceskosten: De Staat werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten (€ 443,79 dagvaardingskost en € 1.883,72 rechtsplegingsvergoeding).

5. Betekenis van de uitspraak

Dit vonnis onderstreept dat beleidsvrijheid de overheid niet ontslaat van haar verplichting om grondrechten te eerbiedigen. Het besluit van de rechter maakt duidelijk dat structurele capaciteitsproblemen niet onbeperkt kunnen worden verantwoord met verwijzing naar beleidscomplexiteit wanneer fundamentele mensenrechten in het geding zijn.


donderdag 10 september 2026

Tuchtreglement Universiteit Gent - samenvatting met AI

Bron

Tuchtrecht aan de universiteit: De subtiele balans tussen onderzoeksgeheim en de regierol van de rector



Wanneer er aan een universiteit vermoedens rezen van grensoverschrijdend gedrag, wetenschappelijke fraude of een ernstige inbreuk op de ambtsplichten, komt een bijzonder juridisch mechanisme op gang: het academisch tuchtrecht.

Het tuchtreglement regelt hoe de instelling optreedt tegen tekortkomingen van personeelsleden (van hoogleraren en assisterend academisch personeel tot administratief en technisch personeel en doctorandi). In een academische omgeving staat de reputatie van zowel het personeelslid, eventuele melders als de universiteit zelf op het spel. Twee pijlers springen daarbij meteen in het oog: de strikte vertrouwelijkheid (het geheim van de procedure) en de centrale regierol van de rector.


🔐 1. Het 'geheim van het onderzoek': Strikte vertrouwelijkheid en discretie

Een tuchtprocedure vergt een delicate balans tussen de rechten van verdediging van het beschuldigde personeelslid en de bescherming van slachtoffers en melders. Om 'trial by media' of maatschappelijke beschadiging tijdens de onderzoeksfase te vermijden, legt het tuchtreglement een waterdichte vertrouwelijkheidsregeling op.

🏛️ Besloten deuren en discretieplicht

  • Geen openbare zittingen: De zittingen van alle tuchtorganen (de Raadkamer, de Tuchtkamer en de Tuchtkamer in beroep) vinden achter gesloten deuren plaats.
  • Geheimhouding voor de tuchtorganen: Leden van de tuchtorganen, de secretaris en de verslaggever zijn tot een strikte discretieplicht gehouden. Zij mogen onder geen beding ruchtbaarheid geven aan de feiten, verhoren of documenten waarvan zij kennis hebben gekregen.

🚫 Verbod op het verspreiden van het tuchtdossier

Het personeelslid en diens raadsman (advocaat, vakbondsafgevaardigde of vertrouwenspersoon) hebben uiteraard inzagerecht in het integrale tuchtdossier om verweer te kunnen voeren. Het reglement stelt echter expliciet dat het personeelslid en de raadsman de informatie of documenten uit het tuchtdossier op geen enkele wijze mogen verspreiden.

Cruciale regel: Het schenden van deze discretie- en geheimhoudingsplicht is niet louter een vormfout, maar vormt op zichzelf een nieuw tuchtfeit dat afzonderlijk gesanctioneerd kan worden.

🛡️ Bescherming van klagers, getuigen en klokkenluiders

Wanneer een klacht wordt ingediend of wanneer getuigen worden gehoord, rijst vaak de vraag naar anonimiteit. Het tuchtreglement bepaalt dat indien specifieke wetgeving de klager beschermt (zoals de Klokkenluidersregeling in het onderwijs), die beschermingsregels integraal gelden.

Vraagt een klager of getuige buiten die wetgeving om om anoniem te blijven, dan geldt de fundamentele regel dat dit de rechten van verdediging van het personeelslid niet onredelijk mag aantasten. Buitengewoon belangrijk is dat hoorzittingen audiovisueel worden opgenomen en aan het dossier worden toegevoegd, waarbij het personeelslid het recht heeft op die opnames en verslagen te reageren.


🏛️ 2. De rol van de Rector: Onderzoeker en regisseur, géén tuchtrechter

Een veelvoorkomend misverstand is dat de rector van de universiteit eigenhandig tuchtstraffen kan opleggen of als tuchtrechter optreedt. Het tuchtreglement hanteert echter een strikte scheiding der machten: de rector onderzoekt en stuurt aan, maar de tuchtrechtspraak berust bij onafhankelijke tuchtorganen met een meerderheid aan externe leden (zoals magistraten en externe experts).

🚀 Opstart en vooronderzoek

De rector heeft het initiatiefrecht. Een tuchtprocedure start op na een formeel ingediende klacht bij Juridische Zaken of op eigen initiatief wanneer de rector kennis krijgt van mogelijke tuchtfeiten.

Tijdens het vooronderzoek verzamelt de rector de bewijsstukken. De rector kan iedereen horen die dienstig wordt geacht (klagers, getuigen, betrokkenen) of een bemiddelaar aanstellen als het om een persoonlijk conflict gaat.

Onafhankelijkheidswaarborg: Hoewel de rector de procedure opstart en leidt in de onderzoeksfase, wordt de rector uitdrukkelijk niet beschouwd als klager of getuige. De rector mag ook onder geen beding zetelen in de Raadkamer, Tuchtkamer of Tuchtkamer in beroep.

⚖️ De beslissing tot (niet-)doorverwijzing en het advies van de Raadkamer

Binnen een termijn van maximaal zes maanden na de opstart moet de rector beslissen wat er met het dossier gebeurt:

  1. Rechtstreekse doorverwijzing naar de Tuchtkamer: Als de feiten ernstig zijn en tuchtrechtelijke vervolging aangewezen is, kan de rector de zaak meteen aanhangig maken bij de Tuchtkamer.
  2. Beslissing om NIET door te verwijzen (seponering): Wil de rector de zaak seponeren of niet doorverwijzen? Dan is de rector verplicht om eerst het advies in te roepen van de Raadkamer (een onafhankelijk orgaan samengesteld uit een magistraat, een externe expert en een ZAP-lid).

De Raadkamer krijgt één maand de tijd om te adviseren. Indien de Raadkamer adviseert om wél door te verwijzen of gedragsremediërende maatregelen op te leggen, kan de rector daar enkel op gemotiveerde wijze van afwijken.

🛡️ Bewarende maatregelen: Preventieve schorsing en ordemaatregelen

In afwachting van de definitieve uitspraak van de Tuchtkamer moet de universiteit soms ingrijpen om de veiligheid, het welzijn of de goede werking van de dienst te beschermen. Hiervoor beschikt de rector over twee specifieke instrumenten:

  • Preventieve schorsing in het belang van de dienst: Bij ernstige tuchtfeiten kan de rector het personeelslid schorsen voor maximaal 6 maanden (eenmaal verlengbaar). Dit houdt in dat de betrokkene geen onderwijs- of onderzoeksopdrachten meer mag uitvoeren, een contactverbod krijgt met studenten en collega's, en de toegang tot de IT-accounts en de campus wordt ontzegd. In specifieke gevallen (zoals strafrechtelijke vervolging of heterdaad) kan de rector beslissen tot een inhouding van het salaris van maximaal 1/5de netto.
  • Ordemaatregelen: Bij dreigende onrust of verstoring van de werking kan de rector ordemaatregelen nemen (maximaal 3 maanden, verlengbaar). Een ordemaatregel heeft – in tegenstelling tot de tuchtschorsing – géén invloed op het salaris of de administratieve stand van het personeelslid.

📋 Opvolging van gedragsremediërende voorwaarden

Indien de Tuchtkamer aan het personeelslid een tuchtstraf oplegt met uitstel onder voorwaarden (bijvoorbeeld het volgen van therapie, het behalen van een opleiding of het tijdelijk niet begeleiden van doctorandi), is het de rector die instaat voor de opvolging van deze voorwaarden en daarover verslag uitbrengt aan de Tuchtkamer.


🎯 Conclusie

Het academisch tuchtreglement illustreert hoe een moderne universitaire instelling vorm geeft aan behoorlijk bestuur. Door het vooronderzoek en de ordemaatregelen bij de rector te leggen, kan er in acute situaties snel en daadkrachtig worden opgetreden. Tegelijkertijd waarborgen het strikte geheim van het onderzoek en de onafhankelijke tuchtorganen dat de feiten objectief, in alle rust en met eerbiediging van de rechten van verdediging worden beoordeeld.


💡 Wilt u dit onderwerp verder uitdiepen voor uw kantoor, organisatie of universitaire dienst? Laat het gerust weten als u behoefte heeft aan een aanvullende procesfiche, een stroomdiagram van de termijnen of een aanpassing voor een specifiek doelpubliek!

EHRM - Lacote /België - EHRM - weiegring verhoor cruciale getuige - AI

Bron

Wanneer mag de rechter een cruciale getuige weigeren? De les uit het EHRM-arrest Lacote t. België



Het recht van een beschuldigde om getuigen te ondervragen vormt een van de belangrijkste pijlers van een eerlijk strafproces. Maar wat gebeurt er wanneer een verdachte in een moordzaak uitdrukkelijk vraagt om sleutelgetuigen te horen, en de rechter dat verzoek afwijst? Vormt dat automatisch een schending van het recht op een eerlijk proces?

Op 10 september 2026 velde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een belangrijk arrest in de zaak Lacote t. België (requête nr. 17596/23). Het Hof boog zich over de vraag of de Belgische assisenrechter het recht op een eerlijk proces (Artikel 6 EVRM) schond door te weigeren twee Britse getuigen te horen in een dramatische moordzaak uit 1996.


🔍 Het moordmysterie uit 1996: Oplichting, een 9mm-pistolet en verdwenen geld

De feiten in deze zaak lezen als een misdaadroman. Op 28 mei 1996 werd in België een gerechtelijk onderzoek geopend naar aanleiding van de moord op M.M., een Brits staatsburger waarvan het lichaam op 23 mei 1996 werd aangetroffen in De Haan (Le Coq).

Het slachtoffer was naar België gereisd om zaken te doen met de Fransman M. Lacote. Lacote hanteerde al jaren een vast patroon van oplichting: hij deed zich voor als directeur van fictieve investeringsmaatschappijen, gebruikte aliassen en zette zijn partner H.V.A. in om het vertrouwen van investeerders te winnen. M.M. had aanzienlijke sommen geld — waaronder £30.000 van zijn vriend P.J. en £210.000 van zijn zakenpartner J.M. — geleend om in het project met Lacote te steken. Toen M.M. doorkreeg dat hij was opgelicht, eiste hij op 23 mei 1996 dringend zijn geld terug.

Wat er die bewuste dag gebeurde, werd door het speurwerk nauwkeurig in kaart gebracht:

  • Aankoop van het moordwapen: Diezelfde namiddag om 16:45 uur kocht Lacote op de luchthaven van Charleroi in alle haast een CZ 9mm-pistolet van een kennis. M.M. werd later geëxecuteerd met een kogel van exact datzelfde 9mm-caliber.
  • Telefonische sporen: Uit gedetailleerde zendmast- en telefoniegegevens bleek dat M.M. die dag in Knokke op Lacote wachtte en tot 20:12 uur telefonisch contact met hem had. Om 20:12 uur bevond Lacote zich onder de zendmast van Zeebrugge (vlakbij Knokke) en om 21:58 uur doken zijn telefoonsignalen op in Oostende. Het slachtoffer werd in de tussentijd omgebracht in het nabijgelegen De Haan.
  • Gedumpte spullen op het strand: De dag na de moord namen Lacote en H.V.A. de ferry naar de Isle of Wight. Twee dagen later spoelden de identiteits- en persoonsdocumenten van het slachtoffer aan op het strand van Lymington in het Verenigd Koninkrijk.
  • Geldspoor: Met het geld dat M.M. bij de bank had opgenomen, werd de dag na zijn verdwijning contant 1.000.000 Belgische frank voorschot betaald voor een kasteel/woning in Houx (Yvoir) op naam van Lacotes partner.

🏃 24 jaar voortvluchtig en een nieuw proces op verzet

Na een korte periode van voorlopige hechtenis in 1996 werd Lacote vrijgelaten, waarna hij het Belgische grondgebied verliet. Hij vluchtte naar Zuid-Afrika, waar hij in 2008 zelfs uit de gevangenis wist te ontsnappen. In 2011 werd hij door het hof van assisen in Brugge bij verstek veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.

Pas in november 2019 werd Lacote gearresteerd in Abidjan (Ivoorkust) en begin 2020 overgeleverd aan België. Hij tekende verzet aan tegen zijn veroordeling bij verstek, wat leidde tot een volledig nieuw assisenproces in Brugge.

Tijdens de voorbereiding van dit nieuwe proces verzocht de raadsman van Lacote om 29 getuigen op te roepen, waaronder P.J. en J.M. — de twee Britse geldschieters die tijdens het opsporingsonderzoek in 1998 in Engeland waren verhoord over de financiële transacties met het slachtoffer.

De voorzitter van het hof van assisen liet 20 getuigen toe, maar weigerde de overige 9 getuigen (waaronder P.J. en J.M.). De voorzitter formuleerde die weigering met de standaardformule uit het Wetboek van Strafvordering: dat hun getuigenis "manifest niet kon bijdragen tot de waarheidsvinding".

Op 16 maart 2021 verklaarde de jury van het hof van assisen Lacote opnieuw schuldig aan moord en veroordeelde hem tot 30 jaar opsluiting. Nadat het Hof van Cassatie zijn beroep verwerpt, stapt Lacote naar het EHRM in Straatsburg. Hij stelt dat het niet-horen van P.J. en J.M. zijn recht om getuigen te ondervragen (Artikel 6 § 3 d EVRM) fundamenteel heeft geschonden.


⚖️ De juridische toets van het EHRM: De driestapstest

Wanneer de verdediging klaagt over afwezige of geweigerde getuigen, past het EHRM de gevestigde Al-Khawaja en Schatschaschwili-driestapstest toe:

  1. Was er een gegronde reden voor de niet-verschijning van de getuige?
  2. Vormde de verklaring van de afwezige getuige het enige of beslissende bewijs (sole or decisive evidence) voor de veroordeling?
  3. Waren er voldoende compenserende waarborgen (counterbalancing factors) om de moeilijkheden voor de verdediging op te vangen en de algehele billijkheid van het proces te garanderen?

🏛️ Het oordeel van het Europees Hof: Geen schending van het eerlijk proces

Met vijf tegen twee stemmen oordeelde de Eerste Kamer van het EHRM dat Artikel 6 EVRM niet is geschonden.

Het Hof kwam tot deze conclusie op basis van de volgende overwegingen:

1. De motivering van de voorzitter kon beter, maar was niet fataal

Het Hof merkte op dat de voorzitter van het hof van assisen louter verwees naar de wettelijke formule om de getuigen te weigeren, zonder een specifieke feitelijke reden op te geven. Hoewel het EHRM benadrukte dat het beter geweest zou zijn als de voorzitter die redenen expliciet had geformuleerd, is het ontbreken van een specifieke reden op zich niet voldoende om het hele proces onfair te verklaren.

2. De getuigenissen waren "noch het enige, noch het beslissende bewijs"

Het EHRM stelde vast dat de schuld van Lacote absoluut niet uitsluitend steunde op de verklaringen van de twee afwezige Britse getuigen. Hun verklaringen gingen enkel over de financiële achtergrond en het motief.

De veroordeling door de assisenjury berustte op een indrukwekkend, hecht gebouw van objectieve en overeenstemmende bewijselementen:

  • De haastige aankoop van het 9mm CZ-pistolet op de dag van de moord;
  • De exacte zendmast- en telefoongegevens die bewijzen dat Lacote op het moment van de moord in de directe nabijheid van het slachtoffer was;
  • De identiteitspapieren van het slachtoffer die aanspoelden op het Engelse strand waarlangs Lacote vluchtte;
  • De leugenachtige, veranderlijke en tegenstrijdige verklaringen die Lacote zelf aflegde.

3. Ruime waarborgen en een gemotiveerd arrest

Het EHRM benadrukte dat het strafproces in zijn geheel beoordeeld moet worden (équité globale). Lacote werd bijgestaan door twee advocaten, kon 20 andere getuigen uitgebreid ondervragen en kreeg een uitvoerig gemotiveerd arrest waarin de jury precies uitlegde waarom hij schuldig was en welk gewicht aan elk bewijs werd gehecht.


⚡ De afwijkende mening (Dissenting Opinion)

De beslissing werd niet met eenparigheid genomen. Twee rechters (Ivana Derenčinović en Anna Adamska-Gallant) brachten een scherpe afwijkende mening uit.

Zij voerden aan dat de financiële relatie tussen de dader en het slachtoffer de kern vormde van het motief voor de moord. Volgens de dissenting rechters hadden de twee Britse getuigen juist cruciale informatie over die financiële verhoudingen. Door hun verhoor te weigeren zonder gegronde motivering, werd het recht van de verdediging om bezwarend bewijs te betwisten volgens de minderheid wel degelijk aangetast.


🎯 Wat leren we uit dit arrest voor de rechtspraktijk?

Het arrest Lacote t. België bevestigt een aantal belangrijke principes voor het strafrecht en de mensenrechtenpraktijk:

  1. Het recht op getuigenverhoor is niet absoluut: De verdediging heeft niet het recht om onbeperkt elke gewenste getuige op te roepen; de rechter behoudt de bevoegdheid om niet-relevante getuigenissen te weigeren.
  2. De totaalbeoordeling telt (équité globale): Het EHRM staart zich niet blind op één geweigerde getuige of een vormfout, maar kijkt naar het evenwicht van het gehele proces van de instructie tot het definitieve vonnis.
  3. Materiële en objectieve bewijzen wegen het zwaarst: Wanneer een veroordeling steunt op harde, objectieve vaststellingen (zoals ballistiek, telefonie en reisgegevens), zal het niet-horen van een secundaire getuige niet snel leiden tot een schending van het EVRM.
  4. Het belang van de motiveringsplicht: Hoewel België deze zaak won, herhaalt het EHRM de duidelijke waarschuwing aan rechters om de weigering van een getuige altijd specifiek en inhoudelijk te motiveren.