Printvriendelijk afdrukken

zaterdag 17 oktober 2026

Beschikking ondernemingsrechtbank Antwerpen - 09 oktober 2026 - C/26/00073

Bron

In deze uitspraak van de Ondernemingsrechtbank Antwerpen (9 oktober 2026) staat een cruciale vraag centraal: Wanneer moet de bank het geld van een slachtoffer van online fraude onmiddellijk terugbetalen, en wanneer niet?

1. Wat was er precies gebeurd in deze zaak?

Een echtpaar van 88 jaar oud werd telefonisch gecontacteerd door oplichters (vishing). De fraudeurs deden zich voor als medewerkers van Card Stop en van hun eigen bank. Tijdens de telefoongesprekken slaagden de oplichters erin om in totaal € 61.822,10 van de spaarrekeningen van het echtpaar over te schrijven naar rekeningen van derden.

De fraude gebeurde via twee verschillende methoden:

  1. 11 transacties (€ 46.857,10) via de bankkaart, een kaartlezer en telefonisch doorgegeven responscodes.
  2. 3 transacties (€ 14.835,00) die werden geauthentiseerd via de Itsme-applicatie op de smartphone van het echtpaar.

Toen de bank weigerde de verloren gelden voorlopig terug te storten, stelde het echtpaar een dringende vordering in kort geding in bij de rechter.


2. Wat is het wettelijke uitgangspunt bij betaalfraude?

Volgens artikel VII.43 van het Wetboek van Economisch Recht (WER) geldt bij betaalfraude de regel: "Eerst terugbetalen, pas daarna discussiëren".

Wanneer een klant slachtoffer wordt van een niet-toegestane betalingstransactie, is de bank wettelijk verplicht om het bedrag onmiddellijk en voorlopig terug te betalen (uiterlijk aan het einde van de eerstvolgende werkdag). Zo wordt vermeden dat het slachtoffer maanden of jaren op zijn geld moet wachten terwijl de bank onderzoekt wie de fout heeft gemaakt.


3. Wat is het verschil tussen een "toegestane" en een "niet-toegestane" transactie?

Het antwoord op de vraag of de bank verplicht is om het geld meteen terug te storten, hangt volledig af van de juridische kwalificatie van de transactie:

🔴 Niet-toegestane betalingstransactie (Oplichter handelt zelf)

  • Wat betekent dit? De klant heeft geen instemming gegeven om een welbepaald bedrag over te schrijven naar een welbepaalde rekening. De klant heeft enkel beveiligingsgegevens (zoals responscodes van een kaartlezer) doorgegeven, waarna de oplichter zélf de overschrijving heeft aangemaakt en uitgevoerd.
  • Voorbeeld: Een nep-bankmedewerker belt u op en vraagt u om codes te genereren met uw kaartlezer om "uw account te beveiligen". U leest de codes voor over de telefoon. De oplichter voert op zijn eigen computer een overschrijving van € 5.000 uit en gebruikt uw codes. Omdat u zelf géén overschrijvingsopdracht gaf voor dat bedrag naar die ontvanger, is dit een niet-toegestane transactie.
  • Gevolg: De bank moet het geld voorlopig onmiddellijk terugbetalen.

🟢 Toegestane betalingstransactie (Klant voert de actie zelf uit, al dan niet misleid)

  • Wat betekent dit? De klant keurt de overschrijving zelf goed via zijn eigen toestel of bankomgeving (bijvoorbeeld door op 'bevestigen' te drukken in de Itsme-app). Ook al werd de klant misleid door een leugen van de fraudeur (zoals "uw geld veiligstellen op een kluisrekening"), juridisch heeft de klant zélf de opdracht gegeven.
  • Voorbeeld: De oplichter vraagt u aan de telefoon om uw Itsme-app te openen. In de Itsme-app verschijnt een melding met een bedrag van € 2.000 en een rekeningnummer. U drukt op uw eigen smartphone op 'bevestigen'. Omdat u de handeling zelf op uw toestel hebt geauthentiseerd, geldt dit als een toegestane transactie.
  • Gevolg: De automatische terugbetalingsplicht van artikel VII.43 WER is niet van toepassing.

4. Wat heeft de rechter in deze zaak beslist?

De rechter maakte een heel strikt en helder onderscheid tussen de twee soorten transacties:

  1. Voor de 11 kaartlezer-transacties (€ 46.857,10):

    • Oordeel: Dit waren niet-toegestane transacties. Het echtpaar had enkel codes voorgelezen; de fraudeur had de overschrijvingen zelf geïnitieerd.
    • Uitspraak: De bank werd veroordeeld tot de onmiddellijke voorlopige terugbetaling van € 46.857,10 op de rekening van de slachtoffers.
  2. Voor de 3 Itsme-transacties (€ 14.835,00):

    • Oordeel: Dit waren juridisch toegestane transacties. Mevrouw had de opdrachten op haar eigen smartphone in de Itsme-app zelf geaccepteerd. In de Itsme-app staat de context (bedrag en actie) immers duidelijk vermeld.
    • Uitspraak: De bank is niet verplicht om dit bedrag voorlopig terug te betalen op grond van artikel VII.43 WER.

5. Mocht de bank de terugbetaling weigeren met juridische argumenten?

Nee. De bank probeerde de terugbetaling op verschillende manieren tegen te houden, maar de rechter wees al deze argumenten af:

  • Geen dringende noodzaak? De bank beweerde dat er geen spoed was. De rechter oordeelde dat een echtpaar van 88 jaar dat vrijwel al zijn vloeibare spaargeld verliest, per definitie in een dringende situatie verkeert.
  • Schuldvergelijking & kantonnement: De bank wilde het geld niet uitkeren omdat ze later zou beweren dat het echtpaar "grof nalatig" was geweest. De rechter stelde dat de bank de wettelijke beschermingsregeling niet mag omzeilen door op voorhand al te compenseren met een mogelijke toekomstige vordering.

6. Wat is de belangrijkste les van dit arrest voor het grote publiek?

  • ⚠️ De Itsme-valkuil: Druk nooit op 'bevestigen' in uw Itsme-app of bank-app wanneer u gecontacteerd wordt door iemand die vraagt om een verrichting goed te keuren of op te heffen.
  • 🔒 Zodra u zelf op uw eigen toestel een actie bevestigt, beschouwt de wetgever de overschrijving als 'toegestaan'. U verliest daardoor het recht om op grond van artikel VII.43 WER uw geld onmiddellijk van de bank terug te eisen.


Wetsontwerp tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de aansprakelijkheid voor gebrekkige producten en tot invoeging van artikel 877/1 in het Gerechtelijk Wetboek - samenvatting AI

Bron




Nieuwe Belgische Regeling voor Productaansprakelijkheid: Wat Verandert er bij Schade door Software, AI en Gebrekkige Producten?

Met het wetsontwerp tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de aansprakelijkheid voor gebrekkige producten en tot invoeging van artikel 877/1 in het Gerechtelijk Wetboek (Kamerstuk 56 1784/001) hervormt de Belgische wetgever het aansprakelijkheidsrecht grondig.

Het wetsontwerp voorziet in de omzetting van Richtlijn (EU) 2024/2853 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024, die de verouderde Richtlijn 85/374/EEG intrekt. De regels uit de jaren 80 waren immers niet langer aangepast aan de hedendaagse digitale economie, slimme en onderling verbonden apparaten, kunstmatige intelligentie (AI) en complexe mondiale distributieketens.

In dit uitgebreide blogartikel zetten we alle vernieuwingen, juridische wijzigingen en de concrete impact voor consumenten en bedrijven overzichtelijk op een rij.


1. Software, AI en 3D-Printbestanden Officieel Erkend als 'Product'

De definitie van het begrip "product" in artikel 6.42 van het Burgerlijk Wetboek is grondig gemoderniseerd om aan te sluiten bij het digitale tijdperk.

Waar producten vroeger hoofdzakelijk werden beschouwd als lichamelijke roerende goederen of elektriciteit, verduidelijkt de wetgever dat producten zowel materieel als immaterieel kunnen zijn:

  • Software: Software wordt nu uitdrukkelijk gekwalificeerd als een product. Dit geldt ongeacht de manier van levering of gebruik (standalone, geïntegreerd in hardware, via communicatienetwerken, de cloud of een Software-as-a-Service-model). Het omvat onder meer besturingssystemen, firmware, computerprogramma's, applicaties en artificiële-intelligentiesystemen (AI).
    • Uitzondering: Gratis en opensourcesoftware die buiten het kader van een economische activiteit wordt ontwikkeld of geleverd, valt buiten de regeling.
  • Digitale fabricagedossiers: Digitale sjablonen of fabricagebestanden die functionele informatie bevatten om machines geautomatiseerd aan te sturen (zoals 3D-printbestanden of computerondersteunde ontwerpbestanden), worden als product behandeld vanwege hun vermogen om rechtstreeks fysieke schade te veroorzaken.
  • Bijbehorende digitale diensten: Digitale diensten die zodanig in een product geïntegreerd of ermee verbonden zijn dat het ontbreken ervan het product belet een of meer functies te vervullen (bijvoorbeeld een geïntegreerde spraakassistent, continue navigatie-updates of cloudgebaseerde databack-up), worden als componenten van het product beschouwd wanneer ze onder de zeggenschap van de fabrikant staan.
  • Loutere informatie uitgesloten: De inhoud van digitale mediabestanden, e-boeken of loutere broncode van software wordt niet als product beschouwd.

2. Wanneer is een Product 'Gebrekkig'?

Een product blijft gebrekkig wanneer het niet de veiligheid biedt die men gerechtigd is te verwachten. Nieuw is echter dat het gebrek nu ook uitdrukkelijk beoordeeld wordt aan de hand van de veiligheidsvereisten die door het Unierecht of het Belgische recht worden opgelegd (zoals dwingende productveiligheids- en cyberbeveiligingsregels).

Bij de beoordeling van het gebrekkige karakter moet de rechter rekening houden met alle specifieke omstandigheden, waaronder:

  1. De presentatie, kenmerken, etikettering, verpakking en gebruiksinstructies;
  2. Het redelijkerwijs te verwachten gebruik;
  3. Het effect van het vermogen van een product om te blijven leren of nieuwe functies te verwerven na het in de handel brengen (zoals bij zelflerende AI-systemen);
  4. De wisselwerking en effecten van onderling verbonden apparaten (bijvoorbeeld binnen een smart home-netwerk);
  5. Relevante productveiligheidsvoorschriften en veiligheidsgerelateerde cyberbeveiligingsvoorschriften;
  6. De specifieke behoeften van de doelgroep (zoals kinderen of medische patiënten);
  7. Het falen van producten die juist bedoeld zijn om schade te voorkomen (zoals een defecte rookmelder).

Belangrijk: Het loutere feit dat er nadien een beter of geüpdatet product op de markt komt, volstaat niet om het eerdere product als gebrekkig te bestempelen.


3. Uitbreiding van Vergoedbare Schade & Schrapping van de Franchise

Het wetsontwerp breidt het toepassingsgebied van vergoedbare schade uit (art. 6.45 BW):

  • Aantasting van de psychische integriteit: Lichamelijk letsel omvat voortaan expliciet medisch erkende en gecertificeerde schade aan de geestelijke gezondheid die de algemene gezondheidstoestand beïnvloedt en therapie of medische behandeling kan vereisen.
  • Verlies of corruptie van privégegevens: De vernietiging of corruptie van digitale gegevens die voor privédoeleinden worden gebruikt, wordt vergoedbaar. Dit dekt bijvoorbeeld de materiële kosten voor het herstellen of terugwinnen van beschadigde privéfoto's of documenten.
  • Schrapping van de 500 euro franchise: De franchise van 500 euro op zaakschade uit de oude wetgeving van 1985 is geschrapt. Schade aan privégoederen wordt voortaan vanaf de eerste euro vergoed.
  • Gemengd gebruik van goederen: Schade aan goederen wordt vergoed tenzij het goed uitsluitend voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt. Incidenteel privégebruik volstaat om vergoeding te kunnen eisen.

4. Wie is Aansprakelijk in de Toeleveringsketen?

Om te vermijden dat consumenten met lege handen achterblijven bij complexe of internationale distributieketens, wordt de kring van aansprakelijke marktdeelnemers verruimd (art. 6.47 BW):

  • Fabrikant van het product én van de component: Zowel de fabrikant van het eindproduct als de fabrikant van een gebrekkige component (hardware of software) kan aansprakelijk worden gesteld.
  • Buitenlandse fabrikanten (buiten de EU): Als de fabrikant buiten de Europese Unie gevestigd is, worden achtereenvolgens de invoerder (importeur), de gemachtigde van de fabrikant, of (bij gebrek daaraan) de fulfilmentdienstverlener binnen de EU aansprakelijk gesteld.
  • Ingrijpende wijzigingen (circulaire economie): Wie een product ingrijpend herstelt, opknapt of ombouwt (refurbishing of revisie) buiten de zeggenschap van de oorspronkelijke fabrikant om, wordt voor de wet gelijkgesteld met een fabrikant van een nieuw product.
  • Distributeurs en onlineplatforms: Een distributeur wordt aansprakelijk als hij op verzoek van het slachtoffer niet binnen één maand de identiteit bekendmaakt van de fabrikant, importeur, gemachtigde of zijn eigen leverancier.

5. Eerlijker Bewijsrecht bij Complexe Technologie (AI)

In zaken rond complexe technologieën (zoals medische hulpmiddelen of AI-systemen) heeft het slachtoffer vaak te maken met een grote informatieachterstand ten opzichte van de fabrikant. Het wetsontwerp introduceert twee grote mechanisten om de bewijspositie van het slachtoffer te versterken:

A. Toegang tot bewijsmateriaal (Art. 877/1 Gerechtelijk Wetboek)

De rechter kan een marktdeelnemer bevelen om relevant technisch bewijsmateriaal waarover hij beschikt over te leggen, zodra de benadeelde voldoende feiten overlegt om de vordering aannemelijk te maken. De rechter waakt daarbij over de evenredigheid en de bescherming van bedrijfsgeheimen.

B. Weerlegbare vermoedens ter verlichting van de bewijslast

Het uitgangspunt blijft dat de benadeelde het gebrek, de schade en het oorzakelijk verband moet aantonen (art. 6.46 BW). Er worden echter weerlegbare wettelijke vermoedens ingevoerd:

  1. Vermoeden van gebrekkigheid: Het product wordt vermoed gebrekkig te zijn als:
    • De marktdeelnemer weigert te voldoen aan een gerechtelijk bevel tot bewijsoverlegging;
    • Het product niet voldoet aan dwingende wettelijke veiligheidsvoorschriften;
    • Er sprake is van een kennelijk disfunctioneren bij normaal of te verwachten gebruik.
  2. Vermoeden van oorzakelijk verband: Het verband tussen gebrek en schade wordt vermoed wanneer vaststaat dat het product gebrekkig is en de opgetreden schade doorgaans strookt met dat type gebrek.
  3. Complexiteit en AI-systemen: Wanneer het slachtoffer door technische of wetenschappelijke complexiteit (zoals de 'zwarte doos' van een AI-algoritme) geconfronteerd wordt met buitensporige moeilijkheden, volstaat het dat het slachtoffer aantoont dat het waarschijnlijk is dat het product gebrekkig is en/of dat het gebrek een waarschijnlijke oorzaak is van de schade.

6. Verjaringstermijn en Verlengde Vervalregeling (tot 25 Jaar)

Het wetsontwerp hanteert twee verschillende termijnen (art. 6.52 BW):

  • Verjaringstermijn van 3 jaar: De vordering tot schadevergoeding verjaart door verloop van drie jaar vanaf de dag waarop de benadeelde kennis heeft gekregen (of redelijkerwijs kennis had moeten krijgen) van de schade, het gebrek en de identiteit van de aansprakelijke marktdeelnemer.
  • Algemene vervaltermijn van 10 jaar: Het recht op schadevergoeding vervalt in beginsel na tien jaar vanaf de datum waarop het gebrekkige product in de handel is gebracht of in gebruik is gesteld (of na een ingrijpende wijziging).
  • Nieuwe vervaltermijn van 25 jaar bij latent letsel: Wanneer een lichamelijk letsel door een lange latentietijd pas zeer traag of laattijdig tot uiting komt (zoals bij ernstige evolutieve aandoeningen) en het slachtoffer niet in staat was binnen 10 jaar een procedure in te stellen, wordt de absolute vervaltermijn verlengd tot vijfentwintig jaar.

7. Inwerkingtreding en Overgangsregeling

Het wetsontwerp treedt in werking op de dag van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.

  • Overgangsregel: De nieuwe regels zijn van toepassing op schade veroorzaakt door producten die vanaf de dag van inwerkingtreding in de handel zijn gebracht of in gebruik zijn gesteld.
  • Oude producten: Voor producten die vóór de inwerkingtreding in het verkeer zijn gebracht, blijft het oude recht van toepassing.

Overzichtstabel: Oud vs. Nieuw Productaansprakelijkheidsrecht

OnderwerpOude Regeling (Wet 1985 / BW)Nieuwe Regeling (Wetsontwerp 2026)
ProductbegripLichamelijke roerende goederen en elektriciteit.Inclusief software, AI-systemen, 3D-printbestanden & bijbehorende digitale diensten.
AansprakelijkenProducent, importeur en (beperkt) leverancier.Inclusief gemachtigde, fulfilmentdienstverlener, revisor/refurbisher & distributeur.
Schade aan gezondheidLichamelijk letsel.Inclusief medisch erkende schade aan de geestelijke gezondheid.
Digitale schadeGeen vergoeding van dataverlies.Vergoeding voor vernietiging of corruptie van privédata.
Drempel zaakschadeInhoudingsdrempel / franchise van 500 euro.Franchise van 500 euro is volledig geschrapt.
Toegang tot bewijsAlgemene regels van het Gerechtelijk Wetboek.Vorderingsrecht tot overlegging van technisch bewijsmateriaal (art. 877/1 Ger.W.).
Bewijslast (AI/Complexiteit)Slachtoffer moet gebrek en causaliteit strikt bewijzen.Weerlegbare vermoedens; bewijsdrempel verlaagd naar "waarschijnlijk" bij complexiteit.
Maximale vervaltermijnAbsoluut verval na 10 jaar.10 jaar; verlengd tot 25 jaar bij latent lichamelijk letsel.

Wetontwerp betreffende diverse bepalingen over het personenrecht - samenvatting AI

Wetsontwerp



Vernieuwing in het Belgische Personen- en Familierecht: Wat Verandert er voor de Burger?

Het Belgische personen- en familierecht staat voor een belangrijke vernieuwing. Met het wetsontwerp betreffende diverse bepalingen over het personenrecht (Kamerstuk 56 1803/001), ingediend door minister van Justitie Annelies Verlinden, worden tal van wetten grondig gemoderniseerd.

Het wetsontwerp brengt menselijkere terminologie bij zwangerschapsverlies, versterkt de rechten van kwetsbare personen, vereenvoudigt administratieve procedures en past de wetgeving aan recente rechtspraak van het Grondwettelijk Hof aan.

In dit overzichtsartikel zetten we alle concrete vernieuwingen overzichtelijk op een rij.


1. Respectvollere Taal en Meer Rechten bij Zwangerschapsverlies

Een van de meest ingrijpende en menselijke aanpassingen betreft de wetgeving rond stilgeboren kinderen.

  • Van 'levenloos' naar 'stilgeboren': De officiële benaming "akte van een levenloos kind" in het oud Burgerlijk Wetboek wordt gewijzigd in "akte van een stilgeboren kind". De vroegere term werd door veel ouders als pijnlijk ervaren. De nieuwe benaming beoogt een betere ondersteuning te bieden bij het rouwproces.
  • Toekenning van een familienaam bij kortere zwangerschapsduur: Vroeger konden ouders pas een familienaam toekennen aan hun kind bij een zwangerschapsduur van minstens 180 dagen. Het nieuwe wetsontwerp breidt deze mogelijkheid uit naar kinderen die stilgeboren worden na een zwangerschapsduur van 140 tot 179 dagen. Ouders kunnen het kind nu zowel een voornaam als een familienaam geven.
  • Overgangsregeling voor het verleden: Er is voorzien in een specifieke overgangsregeling voor ouders die sinds 31 maart 2019 een stilgeboren kind hebben verloren na een zwangerschap van 140 tot 179 dagen. Zij kunnen via een verklaring bij de ambtenaar van de burgerlijke stand alsnog vragen om de naam van hun kind toe te voegen aan de opgemaakte akte.

2. Beter Beschermde Rechten voor Beschermde Personen en Minderjarigen

Het wetsontwerp werkt verschillende lacunes in de wetgeving weg en stemt het recht af op uitspraken van het Grondwettelijk Hof:

  • Recht op echtscheiding via de bewindvoerder: Naar aanleiding van arrest nr. 21/2026 van het Grondwettelijk Hof wordt het absolute verbod voor bewindvoerders om een echtscheiding in te stellen geschrapt. Wanneer een beschermde persoon wilsonbekwaam is om zijn of haar wil te uiten, kan de bewindvoerder voortaan machtiging vragen aan de vrederechter om een echtscheidingsprocedure in te leiden. De vrederechter oordeelt daarbij streng of de echtscheiding in het belang is van de beschermde persoon.
  • Aanpassing van de geslachtsregistratie: Personen die onbekwaam werden verklaard om een verzoek tot aanpassing van hun geslachtsregistratie te doen, kunnen voortaan via de vrederechter een machtiging vragen om deze aanpassing alsnog uit te voeren.
  • Minderjarigen bij vereffening-verdeling: In navolging van het regeerakkoord wordt de aanwezigheid van de vrederechter bij de werkzaamheden van een minnelijke vereffening en verdeling (zoals bij een erfenis) waarbij een minderjarige of beschermde persoon betrokken is, facultatief gemaakt. De vrederechter zit de werkzaamheden enkel nog voor als hij dat nodig acht of wanneer er een belangenconflict bestaat.

3. Digitalisering en Snellere Procedures bij de Rechtbank

Voor burgers die een procedure voeren voor de familierechtbank brengt het wetsontwerp een merkbare administratieve vereenvoudiging met zich mee:

  • Het 'Only-once'-principe: Burgers hoeven bij het inleiden van een zaak voor de familierechtbank (zoals bij een echtscheiding of adoptie) niet langer zelf documenten op te vragen die al beschikbaar zijn in officiële databanken. De griffie wordt wettelijk verplicht om de vereiste uittreksels en akten uit de Databank Akten Burgerlijke Stand (DABS), het Rijksregister of het Centraal Register van Huwelijksovereenkomsten zelf op te vragen en toe te voegen aan het procesdossier.
  • Rechtstreekse uitwisseling via de DABS: Alle rechterlijke beslissingen die betrekking hebben op de staat van de persoon, weigeringen van de burgerlijke stand of de nietigverklaring van een wettelijke samenwoning worden voortaan door de griffie rechtstreeks via de DABS doorgestuurd naar de bevoegde ambtenaar.
  • Opvragen van akten via bijzondere volmacht: Het recht om uittreksels en afschriften van niet-openbare akten van de burgerlijke stand op te vragen wordt verduidelijkt: dit kan voortaan ook gebeuren door elke gemachtigde op voorlegging van een onderhandse bijzondere volmacht van de betrokkene.

4. Vlotter Corrigeren van Fouten in de Burgerlijke Stand

Ambtenaren van de burgerlijke stand worden in hun dagelijkse praktijk vaak geconfronteerd met fouten of onvolledigheden in akten. Het wetsontwerp verruimingsmaatregelen in:

  • Afstappen van het strikte begrip 'materiële vergissing': Het verouderde begrip 'materiële vergissing' wordt vervangen door 'foutieve of onvolledige gegevens'.
  • Administratieve correctie zonder rechtbank: Ambtenaren van de burgerlijke stand krijgen de bevoegdheid om zelf fouten in de afstamming of naam (bijvoorbeeld wanneer de burgerlijke staat van de moeder bij geboorteonduidelijk was) en transliteratieverschillen (zoals de spelling van buitenlandse namen) te verbeteren op basis van officiële documenten, zonder dat burgers hiervoor naar de familierechtbank moeten stappen.

5. Noodregeling voor de DABS bij Crisis of Oorlog

Sinds 2019 worden alle Belgische akten van de burgerlijke stand digitaal opgemaakt in de DABS. Om de continuïteit van de dienstverlening te garanderen bij extreme gebeurtenissen, geeft het wetsontwerp een delegatie aan de Koning om noodprocedures vast te stellen. In geval van een algemene en langdurige onbeschikbaarheid van de DABS ten gevolge van oorlogstijd of een civiele noodsituatie kunnen akten, afschriften en uittreksels tijdelijk op papier of via een alternatieve wijze worden opgemaakt en afgeleverd.


6. Technische Aanpassingen aan het Belgische Nationaliteitsrecht

Tot slot bevat het wetsontwerp een aantal correcties in het Wetboek van de Belgische nationaliteit:

  • Nationaliteit van kinderen bij verblijf in het buitenland: Naar aanleiding van arrest nr. 12/2026 van het Grondwettelijk Hof wordt verduidelijkt dat bij een nationaliteitsverklaring voor een kind de verklaring van één ouder volstaat als de andere ouder minder dan één jaar niet meer in België woont én toestemt met de toekenning van de Belgische nationaliteit.
  • Aanvragen vanuit het buitenland: Belgen in het buitenland kunnen nationaliteitsverklaringen voortaan ook elektronisch of per post afleggen bij de bevoegde Belgische consulaire beroepspost.
  • Efficiënter werk voor de Veiligheid van de Staat: De informatiestroom naar de Veiligheid van de Staat bij nationaliteitsaanvragen wordt gedigitaliseerd en beperkt tot de strikt noodzakelijke documenten om de administratieve werklast te verlichten.

Overzichtstabel: Wat Verandert er Concreet?

ThemaOude RegelingNieuwe Regeling (Wetsontwerp)
Zwangerschapsverlies"Akte van een levenloos kind"; familienaam pas vanaf 180 dagen."Akte van een stilgeboren kind"; familienaam mogelijk vanaf 140 dagen.
Echtscheiding beschermde persoonAbsoluut verbod voor bewindvoerder om echtscheiding in te stellen.Bewindvoerder kan machtiging vragen aan vrederechter bij wilsonbekwaamheid.
Documenten familierechtbankBurger moest vaak zelf akten uit DABS en bevolkingsregister aanleveren.Griffie vraagt vereiste akten en gegevens automatisch op via DABS/Rijksregister.
Fouten in burgerlijke standAlleen 'materiële vergissingen' konden eenvoudig gecorrigeerd worden.Verruiming naar 'foutieve/onvolledige gegevens' (zoals transliteratie en afstamming).
Vereffening-verdeling (minderjarigen)Verplichte aanwezigheid van de vrederechter bij werkzaamheden.Aanwezigheid van de vrederechter wordt facultatief.

Inwerkingtreding

De bepalingen van deze wet treden gefaseerd in werking:

  • De meeste organisatorische maatregelen en wijzigingen aan de DABS, het stilgeboren kind en de griffieverplichtingen treden in werking op de eerste dag van de zesde maand na publicatie in het Belgisch Staatsblad.
  • De technische procedurele vereenvoudigingen treden in werking op de eerste dag van de tweede maand na publicatie.

vrijdag 16 oktober 2026

Arrest Hof van Cassatie: geen motiveringsplicht voor alternatieve straffen zonder voorafgaande instemming van de beklaagde

Bron

In het kort: waar gaat deze zaak over?

Een man werd door de strafrechter veroordeeld tot één jaar cel omdat hij reed met een auto die geen geldig keuringsbewijs had. Hij was het niet eens met die straf en stapte naar de hoogste Belgische rechter, het Hof van Cassatie.

De man bracht twee klachten naar voren:

  1. Klacht 1: Hij vond dat de rechter had moeten verantwoorden waarom hij geen alternatieve straf kreeg, zoals een enkelband (elektronisch toezicht) of een proefperiode met voorwaarden (probatie).
  2. Klacht 2: In zijn officiële oproepingsbrief (dagvaarding) stond een verkeerde datum bij een eerdere veroordeling. Hij vond dat zijn rechten daardoor geschonden waren.

Wat heeft de hoogste rechter beslist?

1. Waarom hoefde de rechter een enkelband of probatie niet uit te leggen?

  • De regel: De wet bepaalt dat een rechter iemand pas een enkelband of probatiestraf mag geven als de beschuldigde daar vooraf uitdrukkelijk toestemming voor geeft.
  • Wat gebeurde er: De man had tijdens de rechtszaak enkel gevraagd om een werkstraf; hij had geen toestemming gegeven voor een enkelband of probatiestraf.
  • De beslissing: Omdat hij die toestemming niet had gegeven, voldeed hij niet aan de wettelijke voorwaarden. De rechter was dan ook niet verplicht om uit te leggen waarom hij hem geen enkelband of probatie gaf.

2. Maakte de fout in de datum van de eerdere veroordeling wat uit?

  • De regel: Een eerdere veroordeling (herhaling) is een vaststaand feit dat de rechter mag vaststellen op basis van de papieren die in het strafdossier zitten.
  • Wat gebeurde er: In de oproepingsbrief stond per vergissing de datum "25 maart 2024", maar het juiste vonnis van "25 juni 2024" lag gewoon netjes in het officiële strafdossier.
  • De beslissing: Omdat het juiste papier in het dossier zat en de man en zijn advocaat dat vooraf konden inkijken, waren zijn rechten niet geschonden. De rechter mocht zich dus gewoon op het juiste vonnis baseren.

Het eindresultaat

Het Hof van Cassatie heeft het beroep van de man volledig afgewezen. De celstraf van één jaar blijft dus definitief gehandhaafd en de man moet bovendien de proceskosten van 190,80 euro betalen.

 

zondag 4 oktober 2026

Heeft een slachtoffer het recht om te zeggen wat de dader verdient? Of enkel om te vertellen wat het misdrijf heeft aangericht?

Heeft een slachtoffer het recht om te zeggen wat de dader verdient? Of enkel om te vertellen wat het misdrijf heeft aangericht? Het verschil tussen die twee vragen bepaalt of we de rechtsstaat versterken of ondermijnen.



Volgens de post van Sanne De Clerck met de titel “Spreekrecht voor de burgerlijke partij in het debat over de straftoemeting op het Hof van assisen? kwam deze vraag onlangs ter sprake voor het Hof van Assisen, maar heeft “het Hof heeft onze vraag gisteren in een gemotiveerd tussenarrest afgewezen. Het debat aangaande de straf blijft uitsluitend toebehoren aan het Openbaar ministerie en de verdediging.”

https://lnkd.in/p/eQXbrV2N

U zal in het Belgisch Wetboek van Strafvordering geen bepaling vinden die letterlijk zegt: “de burgerlijke partij of het slachtoffer heeft geen inspraak in de strafmaat.”

De beperking volgt uit de wettelijke afbakening van de burgerlijke vordering tegenover de openbare vordering, én — specifiek voor assisen — uit de procesregeling die het strafdebat aan het openbaar ministerie en de verdediging voorbehoudt.

Het EHRM hanteert in essentie hetzelfde vertrekpunt: het EVRM verleent een slachtoffer geen zelfstandig recht om de vervolging, veroordeling of bestraffing van een derde te eisen, laat staan om zelf de straf te bepalen. Een slachtoffer kan wel EVRM-rechten hebben voor zijn of haar burgerlijke belangen of, bij ernstige aantastingen van onder meer artikelen 2, 3, 4 of 8 EVRM, aanspraak maken op een daadwerkelijk onderzoek en een doeltreffend beschermingskader.

https://rm.coe.int/council-of-europe-georgia-european-court-of-human-rights-case-study-vi/16807823c4

In een arrest van 10 september 2024 heeft het Hof van Cassatie zich als volgt uitgesproken over de burgerlijke partij en de strafmaat.

“De rechter bepaalt binnen de door de wet bepaalde grenzen onaantastbaar welke straffen en maatregelen en hun maat noodzakelijk zijn ter realisering van de doelstellingen die hij met de straftoemeting beoogt. Die doelstellingen kunnen onder meer bestaan in het uiten van de maatschappelijke afkeuring ten aanzien van de overtreding van de strafwet, het bevorderen van het herstel van het maatschappelijk evenwicht en van het herstel van de door het misdrijf veroorzaakte schade, het bevorderen van de maatschappelijke rehabilitatie en re-integratie van de dader en de bescherming van de maatschappij.”
“Geen enkele bepaling of algemeen rechtsbeginsel verzet zich ertegen dat de rechter ter verantwoording voor de keuze en de maat van de uitgesproken straffen mede verwijst naar de veronderstelde verwachtingen van slachtoffers en hun familie op het vlak van bestraffing. Die kunnen immers worden gekaderd in de voormelde doelstellingen van de straftoemeting.”

https://juportal.be/content/ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240910.2N.2/NL

De reden waarom deze beslissing m.i. subtiel of "dubbel" kan overkomen, ligt in het evenwicht dat het Hof bewaart tussen twee juridische principes:

  1. Geen eigen vorderingsrecht voor het slachtoffer: De burgerlijke partij krijgt geen formeel recht om een specifieke straf te eisen of te bepalen; de straftoemeting blijft de exclusieve en onaantastbare bevoegdheid van de rechter.
  2. Koppeling aan straftoemetingsdoelen: De rechter mag de verwachtingen van het slachtoffer niet zomaar als doorslaggevend argument gebruiken, maar enkel wanneer hij dit kadert in de algemene doelstellingen van de straftoemeting (zoals het uiten van maatschappelijke afkeuring, het herstel van het maatschappelijk evenwicht of herstel van de schade).

Je kan een hele reeks voor- en nadelen opsommen voor een spreekrecht voor de burgerlijke partij.

De eerste vraag daarbij is wat bedoeld wordt onder spreekrecht. Gaat het enkel over het toelichten van de gevolgen van het misdrijf voor het slachtoffer of gaat het ook over het mede bepalen van de strafmaat?

Mij komt een beperkt, strikt gereguleerd spreekrecht (ná de schuldverklaring bij het Hof van Assisen) een goed idee: het laat slachtoffers toe de reële gevolgen en hun veiligheids- of herstelbehoeften zichtbaar te maken, zonder hen te veranderen in een tweede openbaar ministerie.

Een recht van de burgerlijke partij om vrij te pleiten over de gewenste strafmaat lijk mij daarentegen allesbehalve een goede piste.

  • Ongelijke strafmaat naar gelang van het slachtoffer. Twee gelijkaardige feiten kunnen heel verschillend worden gepresenteerd door slachtoffers die verschillen in verbale vaardigheid, sociale steun, mediabelangstelling, emotionele uitdrukking of financiële middelen. Dat botst met het beginsel dat gelijke feiten zoveel mogelijk gelijk moeten worden bestraft.
  • Privatisering van de strafvordering. De straf is een antwoord van de staat op een schending van de rechtsorde. Als de wens van één slachtoffer richtinggevend wordt, dreigt de straf haar algemene, maatschappelijke functie te verliezen.
  • Emotionele druk en “populariteit” van slachtoffers. Bij mondelinge verklaringen kan de communicatieve kracht van een slachtoffer meer gewicht krijgen dan juridisch relevante omstandigheden. Nabestaanden van een mondige, goed vertegenwoordigde of sociaal gewaardeerde persoon kunnen dan feitelijk meer invloed hebben dan andere slachtoffers.
  • Secundaire victimisatie. Spreken in openbaarheid, in aanwezigheid van de beschuldigde of onder mediabelangstelling kan belastend zijn. Deelname moet altijd vrijwillig zijn, met steun, voorbereiding en veilige alternatieven zoals een schriftelijke verklaring, audiovisuele opname of tussenkomst door een advocaat.
  • Verwarring tussen schade en schuld. Bij assisen, vooral vóór de schuldvraag gevaarlijk: een aangrijpende uiteenzetting over gevolgen kan de jury psychologisch beïnvloeden bij haar beoordeling van feiten en daderschap.
  • Aantasting van tegenspraak. Zodra een slachtoffer verklaringselementen toevoegt die als strafverzwarend feit of als bewijs van schuld kunnen functioneren, moet de verdediging daar adequaat op kunnen antwoorden. Anders worden rechten van verdediging uitgehold.

Als de verwachtingen van slachtoffers een factor kunnen zijn bij de straftoemeting, dringt zich vroeg of laat de vraag op of zij daarover ook zelf — binnen duidelijke grenzen en zonder de straf te kunnen eisen — het woord moeten kunnen voeren. Het laatste woord over die vraag is duidelijk nog niet gevallen.

Een strikt gereguleerd spreekrecht beschermt tegelijk de waardigheid van het slachtoffer, de rechten van de verdediging en het publieke karakter van het strafrecht.

 

dinsdag 29 september 2026

Overzicht Collectieve brief nr. 166: noodmaatregelen tegen overbevolking in de gevangenissen - samenvatting AI

Bron

📋 Overzicht Collectieve Brief nr. 166: Noodmaatregelen tegen Overbevolking in de Gevangenissen

Collectieve Brief nr. 166 is een officiële instructie van de penitentiaire administratie (FOD Justitie) van 18 september 2026. De brief geeft uitleg over de praktische uitvoering van de nieuwe "Noodwet 2.0" (wet van 22 juli 2026).

Het hoofddoel van deze noodwet is het dringend terugdringen van de overbevolking in de Belgische Gevangenissen. De maatregelen treden in werking op 1 oktober 2026.

Het document valt uiteen in twee grote delen:

  1. Het Elektronisch Toezicht van rechtswege (automatisch enkelbandverlof)
  2. De vervroegde invrijheidstelling van personen zonder wettelijk verblijfsrecht met het oog op verwijdering uit het land

1. Noodprocedure: Elektronisch Toezicht van Rechtswege (ET RW)

❓ Wat betekent "van rechtswege"?

Normaal moet een gedetineerde elektronisch toezicht (enkelband) zelf aanvragen en moet de gevangenisdirecteur of de strafuitvoeringsrechtbank evalueren of er contra-indicaties zijn.

Bij de noodprocedure "van rechtswege" gebeurt de toekenning automatisch door de wet:

  • Geen aanvraag nodig: De gedetineerde hoeft dit niet zelf te vragen.
  • Geen individuele beoordeling: De directeur kijkt enkel of aan de wettelijke voorwaarden is voldaan; er wordt geen individuele risicoafweging gemaakt.
  • Niet weigerbaar: De gedetineerde kan de toekenning niet weigeren.
  • Enkel algemene voorwaarden: Er kunnen geen speciale individuele voorwaarden worden opgelegd.

⏱️ Voor wie geldt dit en vanaf wanneer?

De maatregel geldt voor gedetineerden met een straftotaal van maximaal 10 jaar. De tijdsvoorwaarden hangen af van de lengte van de straf:

  • Straffen van 6 tot en met 18 maanden: Komen onmiddellijk bij opsluiting in aanmerking.
  • Straffen van meer dan 18 maanden tot en met 10 jaar: Komen in aanmerking zodra ze 18 maanden voor hun strafeinde zitten ÉN de datum voor voorwaardelijke invrijheidstelling (VI-datum, meestal 1/3de van de straf) bereikt hebben.

Voorbeeld: Bij een straf van 30 maanden (2,5 jaar) is de VI-datum bereikt na 10 maanden detentie (1/3de). 18 maanden voor het strafeinde valt na 12 maanden detentie. De gedetineerde komt dus na 12 maanden detentie in aanmerking voor ET van rechtswege.

  • Geldigheidsduur noodmaatregel: ET van rechtswege kan worden toegekend vanaf 1 oktober 2026 tot en met 31 december 2028.

🚫 Wie is uitgesloten van deze automatische regeling?

Om de veiligheid van de samenleving te beschermen, sluit de wet verschillende categorieën uit:

  1. Altijd uitgesloten (ongeacht strafmaat):
    • Veroordeelden voor zedenmisdrijven.
    • Veroordeelden voor terroristische misdrijven of personen die tekenen vertonen van gewelddadig extremisme.
    • Personen met een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank (TBS).
  2. Uitgesloten wegens aard van de feiten:
    • Veroordeelden voor geweldsfeiten (zoals moord, ernstige slagen en verwondingen, intrafamiliaal geweld, geforceerde diefstal met geweld).
    • Veroordeelden voor drugsfeiten.
  3. Specifieke situaties:
    • Personen die korter dan 2 maanden geleden hun voorwaarden hebben geschonden (herroeping).
    • Adresbeperking: Indien de feiten zijn gepleegd in de context van intrafamiliaal geweld of mishandeling, mag het elektronisch toezicht niet plaatsvinden op het adres waar het slachtoffer woont.

🏡 Aan welke materiële voorwaarden moet worden voldaan?

Voordat de directeur de gedetineerde effectief onder elektronisch toezicht plaatst, controleert de gevangenis twee dingen:

  1. Een geschikte verblijfplaats: Er moet een concreet adres in België zijn waar de betrokkene voor onbepaalde tijd kan verblijven.
  2. Akkoord van de huisgenoten: De gevangenis neemt telefonisch contact op om het akkoord te vragen van de meerderjarige huisgenoten op dat adres.

📜 Welke regels (algemene voorwaarden) moet de veroordeelde naleven?

De veroordeelde krijgt tijdens het elektronisch toezicht automatisch 5 algemene verplichtingen opgelegd:

  1. Geen nieuwe strafbare feiten plegen.
  2. Slachtoffers niet lastigvallen.
  3. Een vast adres in België behouden en dit enkel wijzigen na toestemming.
  4. Ingaan op alle oproepingen van de justitiehuizen (VCET/DSE) en het openbaar ministerie.
  5. Het vastgestelde uitvoeringsplan (het uurrooster) stipt naleven.

👨‍⚖️ Welke rol speelt de strafuitvoeringsrechtbank (SURB)?

Hoewel de toekenning automatisch door de wet gebeurt, stuurt de gevangenis het dossier onmiddellijk door naar de Strafuitvoeringsrechtbank (SURB). De SURB krijgt 2 maanden de tijd om te controleren of de wettelijke tijds- en toekenningsvoorwaarden juist zijn toegepast. Blijkt dat er een fout is gemaakt, dan kan de rechter de stopzetting bevelen.


2. Invrijheidstelling van Veroordeelden Zonder Recht op Verblijf

Voor veroordeelden die geen wettelijk verblijfsrecht hebben in België en die het grondgebied moeten verlaten, voorziet de Noodwet 2.0 in twee regelingen om hen sneller over te dragen aan de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) voor daadwerkelijke deportatie/verwijdering:

  1. Artikel 20/1 WERP (permanente uitbreiding):
    • Geldt voor alle veroordeelden zonder verblijfsrecht.
    • De directeur kan de invrijheidstelling verlenen met het oog op verwijdering vanaf 12 maanden voor het strafeinde (dit was vroeger 6 maanden).
  2. Nieuw Artikel 98/29/1 WERP (tijdelijke noodmaatregel tot 2030):
    • Geldt voor veroordeelden zonder verblijfsrecht met een straf van maximaal 3 jaar (uitgezonderd zeden, terrorisme en extremisme).
    • De invrijheidstelling kan al verleend worden vanaf 1/3de van de straf (de VI-datum).

Voorwaarde voor beide regelingen: De invrijheidstelling gebeurt uitsluitend als de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) de persoon daadwerkelijk en effectief overneemt om het land uit te zetten of op te sluiten in een gesloten centrum. Indien betrokkene binnen 2 jaar illegaal terugkeert naar België, wordt hij onmiddellijk opnieuw opgesloten om de rest van zijn straf uit te zitten.

Zie ook post OVB: https://www.ordevanvlaamsebalies.be/nl/nieuws-en-events/bijkomende-maatregelen-gevangenisnoodwet-van-kracht-vanaf-1-oktober-2026 


zondag 27 september 2026

Parlementaire Vragen & Antwoorden — Justitie - 15 juni 2026 - samenvatting AI

Bron

Parlementaire Vragen & Antwoorden — Justitie

Bulletin QRVA 56 053 (15 juni 2026)

 

Vraag nr. 1136 | Franky Demon (CD&V)

Strafrecht & Veiligheid

1. Invoering van het principe 'casseur-payeur' bij rellen en betogingen

Vraagstelling: Na de rellen bij de nationale betoging van 14 oktober 2025 vraagt het lid naar de stand van zaken van het wetsontwerp volgens het Franse model 'casseur-payeur', waarbij relschoppers persoonlijk opdraaien voor de aangerichte schade in plaats van de overheid.

Antwoord van de Minister: Besprekingen met Binnenlandse Zaken lopen. Het Belgische aansprakelijkheidsrecht (art. 6.6 BW) verplicht daders al tot schadeloosstelling bij opzettelijke fout. De Franse wet heeft een beperkte reikwijdte (staat-regres). De grootste hinderpaal is niet de wetgeving, maar de politionele identificatie van daders. Tegen 30 september 2026 wordt een omzendbrief over collectief geweld verwacht.

 

Vraag nr. 1069 | Katja Gabriëls (Open Vld)

Rechtbanken & Hulpverlening

2. Werking en resultaten van herstelkamers voor intrafamiliaal geweld

Vraagstelling: Vraag naar het aantal herstelkamers in België, het aantal aangevraagde en effectief opgestarte trajecten, de succespercentages en de gemiddelde duurtijd.

Antwoord van de Minister: Gespecialiseerde herstelkamers bestaan in Antwerpen (afdeling Mechelen), Henegouwen (Charleroi) en Namen (Namen/Dinant). In Mechelen zijn sinds 2022 26 trajecten gestart (14 succesvol afgerond met opschorting, 8 mislukt door verslaving of motivatiegebrek, 4 lopende). Gemiddelde doorlooptijd is 14 maanden.

 

Vraag nr. 1117 | Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang)

Gevangeniswezen

3. Samenstelling en nationaliteiten van de gevangenispopulatie

Vraagstelling: Gedetailleerde vraag naar de totale gevangenispopulatie op 1 januari 2026, het aandeel vreemdelingen (legaal/illegaal) en een top 20 van nationaliteiten.

Antwoord van de Minister: Het antwoord werd wegens de omvang en vertrouwelijkheid rechtstreeks schriftelijk overgemaakt aan het Kamerlid en is niet opgenomen in het openbare Bulletin van Vragen en Antwoorden.

 

Vraag nr. 1118 | Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang)

Gevangeniswezen & Migratie

4. Uitstroom van gedetineerden met de Afghaanse nationaliteit

Vraagstelling: Vraag naar cijfers sinds 2021 over Afghaanse gedetineerden die de gevangenis verlieten, hun verblijfsstatuut en de gepleegde delicten.

Antwoord van de Minister: Het antwoord werd vanwege de omvang van de gegevens rechtstreeks schriftelijk overgemaakt aan het Kamerlid.

 

Vraag nr. 1119 | Barbara Pas (Vlaams Belang)

Organisatie Justitie

5. Inzet van interculturele bemiddelaars en sociale tolken binnen Justitie

Vraagstelling: Vraag naar de inzet, kosten en aantallen van sociale tolken en interculturele bemiddelaars binnen Justitie voor mensen die de landstalen niet spreken.

Antwoord van de Minister: De FOD Justitie maakt zelf geen gebruik van sociale tolken of interculturele bemiddelaars (enkel beëdigde gerechtsnotolken in strafzaken). Medische diensten in gevangenissen worden wel ondersteund door bemiddelaars via de FOD Volksgezondheid, wat de communicatie en re-integratie bevordert.

 

Vraag nr. 1120 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Detentiehuizen

6. Verwijdering en tuchtmaatregelen in detentiehuizen (gele kaarten)

Vraagstelling: Overzicht van het aantal gedetineerden dat werd verwijderd uit detentiehuizen (bijv. na gele kaarten) en de specifieke redenen per inrichting.

Antwoord van de Minister: Transfers sinds de opening: Kortrijk (97), Vorst (63), Olen (12). De voornaamste redenen zijn aanhoudend negatief gedrag, wijziging in de strafmaat, tuchtinbreuken op het reglement, middelengebruik, psychische crisissen of een eigen verzoek van de bewoner.

 

Vraag nr. 1121 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Gevangeniswezen & Veiligheid

7. Statistieken over ontsnappingspogingen en effectieve ontsnappingen

Vraagstelling: Cijfers van de afgelopen 5 jaar over het aantal ontsnappingspogingen en effectieve ontsnappingen per gevangenis, evenals de herovermanningsduur.

Antwoord van de Minister: Ontsnappingspogingen worden niet centraal geregistreerd. Effectieve ontsnappingen: 2021 (9), 2022 (20), 2023 (22), 2024 (29), 2025 (22), 2026 t/m maart (2). Van de 104 ontsnappingen zijn er 90 geëindigd (gemiddelde duur: 104 dagen; 37 binnen de eerste week).

 

Vraag nr. 1122 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Gevangeniswezen & Veiligheid

8. Klachten en vervolgingen wegens geweld tegen gevangenispersoneel

Vraagstelling: Aantal klachten sinds 2021 wegens geweld tegen gevangenispersoneel, het aantal correctionele vervolgingen en effectieve veroordelingen.

Antwoord van de Minister: Het gedetailleerde overzicht werd wegens de omvang rechtstreeks schriftelijk overgemaakt aan het Kamerlid.

 

Vraag nr. 1123 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Detentiehuizen

9. Taalaanbod en vertaalkosten van welkomstbrochures in detentiehuizen

Vraagstelling: In welke talen zijn welkomstbrochures beschikbaar in detentiehuizen en wat bedragen de vertaalkosten?

Antwoord van de Minister: Brochures worden uitsluitend ter beschikking gesteld in de officiële taal van het taalgebied (Kortrijk/Olen: NL, Vorst: NL/FR). Geen extra vertalingen worden voorzien, omdat communicatie en samenleven in kleine leefgroepen centraal staat. Er zijn geen extra vertaalkosten gemaakt.

 

Vraag nr. 1124 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Magistratuur & Veiligheid

10. Centraal aanspreekpunt en beschermingsprotocol voor bedreigde magistraten

Vraagstelling: Welke initiatieven zijn genomen om een vast aanspreekpunt en protocol op te richten binnen Justitie en Binnenlandse Zaken voor bedreigde magistraten?

Antwoord van de Minister: Een multidisciplinaire werkgroep stelde een 'Omzendbrief met beperkte verspreiding' op. Deze regelt de functie 'referentiepersoon bedreigde agent', interne beschermingsmaatregelen en kostenvergoedingen. Adviesaanvragen lopen bij Financiën, Staatsveiligheid, NICC en de korpsen.

 

Vraag nr. 1125 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Magistratuur & Veiligheid

11. Bedreigingen aan het adres van magistraten, politiebescherming en safehouses

Vraagstelling: Hoeveel magistraten lieten zich vervangen omwille van dreiging, hoeveel kregen politiebescherming en hoeveel verbleven in een safehouse?

Antwoord van de Minister: Vervangingen worden niet in rechtbankapplicaties geregistreerd. Afgelopen 5 jaar waren er 75 dreigingsdossiers m.b.t. 84 magistraten/medewerkers (30 zittende waaronder 22 onderzoeksrechters, 26 parketmagistraten). Meeste zaken in Brussel (27), Oost-Vlaanderen (21) en Antwerpen (12). Twee zaken leidden tot relocatie.

 

Vraag nr. 1126 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Detentiehuizen

12. Juridisch kader en verankering van bemiddelingscontracten in detentiehuizen

Vraagstelling: Wordt het bemiddelingscontract ter preventie van tuchtconflicten verankerd in het huishoudelijk reglement en de Basiswet Penitentiaire Inrichtingen?

Antwoord van de Minister: Bemiddelingscontracten zijn waardevolle instrumenten om conflicten op te lossen. Een interne werkgroep onderzoekt de actualisatie van de Basiswet en neemt deze aanbeveling formeel mee.

 

Vraag nr. 1127 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Detentiehuizen & Zorg

13. Suïcidepreventie en incidenten in detentiehuizen

Vraagstelling: Overzicht van het aantal gevallen van suïcide en pogingen tot suïcide in detentiehuizen sinds de opening.

Antwoord van de Minister: Tot op heden hebben zich NUL suïcides en NUL suïcidepogingen voorgedaan in detentiehuizen. Twee of drie personen met suïcidale gedachten werden onmiddellijk begeleid.

 

Vraag nr. 1128 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Detentiehuizen & Personeel

14. Opleiding en terreincoaching voor detentiebegeleiders

Vraagstelling: Hoe wordt geïnvesteerd in gerichte, detentiehuis-specifieke opleiding en coaching voor detentiebegeleiders?

Antwoord van de Minister: De specifieke 3-weekse opleiding versterkt competenties zoals individuele begeleiding, groepsdynamiek, conflictbeheersing en dilemmatraining. Voor Vorst moeten nog 22 van de 43 medewerkers opgeleid worden. Sinds sept 2025 worden ook mentoren opgeleid voor coaching op de werkvloer.

 

Vraag nr. 1129 | Vincent Van Quickenborne (Open Vld)

Digitalisering & AI

15. Gebruik van Artificiële Intelligentie (AI) in gerechtelijke procedures en AI-hallucinaties

Vraagstelling: Welke gevallen van AI-hallucinaties (fictieve rechtspraak) zijn bekend in België, welke richtlijnen gelden voor advocaten/magistraten, en wat zijn de sancties?

Antwoord van de Minister: Geen officieel geregistreerde AI-hallucinaties in Belgische procedures. Advocaten blijven onder ethische Balierichtlijnen 100% verantwoordelijk voor de juistheid van hun stukken. Er is geen verplichte AI-vermelding zolang de inhoud correct is. Verzonnen rechtspraak kan leiden tot schrapping van stukken of tuchtsancties. Magistraten gebruiken AI louter als ondersteunend hulpmiddel (conform CEPEJ/UNESCO-richtlijnen).

 

Vraag nr. 1130 | Vincent Van Quickenborne (Open Vld)

Digitalisering & IT

16. Stand van zaken van 28 digitaliseringsapplicaties binnen Justitie

Vraagstelling: Geactualiseerde status van 28 Justitie-applicaties (JustSign, JustCase, JustPublish, JustFamily, JustInsolvent, etc.).

Antwoord van de Minister: Het uitvoerige overzicht per applicatie werd wegens de omvang rechtstreeks schriftelijk overgemaakt aan het Kamerlid.

 

Vraag nr. 1131 | Michael Freilich (N-VA)

Gelijke Kansen & Mensenrechten

17. Werking en strategisch plan van het interfederaal coördinatiemechanisme antisemitisme

Vraagstelling: Vraag over het strategisch plan, vergaderfrequentie en terreinbezoeken van de nationaal coördinator antisemitisme.

Antwoord van de Minister: De minister van Justitie verwijst voor de beantwoording naar collega-minister Beenders, die voor deze materie bevoegd is.

 

Vraag nr. 1132 | Michael Freilich (N-VA)

Gelijke Kansen & Mensenrechten

18. Evaluatie en effectiviteit van het coördinatiemechanisme antisemitisme

Vraagstelling: Is de werking van de coördinator geëvalueerd en hoe wordt gereageerd op kritiek over een gebrek aan terreinimpact?

Antwoord van de Minister: De minister van Justitie verwijst hiervoor naar de bevoegde minister van Gelijke Kansen.

 

Vraag nr. 1133 | Michael Freilich (N-VA)

Gelijke Kansen & Mensenrechten

19. Structuur, aanstelling en expertise van de nationaal coördinator antisemitisme

Vraagstelling: Vraag naar de identiteit, selectieprocedure, specifieke expertise en middelen van de coördinator antisemitisme.

Antwoord van de Minister: De minister van Justitie verwijst voor het antwoord door naar minister Beenders.

 

Vraag nr. 1134 | Vincent Scourneau (MR)

Burgerlijk Recht & Eigendom

20. Gerechtelijke ontruimingsprocedure bij onrechtmatige bezetting van privéterreinen (squatting)

Vraagstelling: Naar aanleiding van bezettingen op de parking van Kinepolis Imagibraine: cijfers over eenzijdige verzoekschriften tot uitzetting en maatregelen om de procedure te versnellen.

Antwoord van de Minister: Geen afzonderlijke cijfers beschikbaar (uitzettingsverzoekschriften worden onder algemene categorieën gecodeerd). In Waals-Brabant wordt de problematiek besproken op het arrondissementeel rechercheoverleg (CRA) bij specifieke misdrijven (diefstal van water/stroom, vernielingen).

 

Vraag nr. 1135 | Katja Gabriëls (Open Vld)

Cybercrime & Jeugdrecht

21. Aanpak en strafbaarstelling van deepnudes bij minderjarigen (AI-naaktbeelden)

Vraagstelling: Klachten, strafbaarstellingen, vervolgingen en initiatieven om de drempel voor slachtoffers van AI-gegenereerde intieme beelden te verlagen.

Antwoord van de Minister: Strafbaar onder art. 417/8 (voyeurisme), art. 417/9 (niet-consensuele verspreiding) en art. 417/10 (verzwarende omstandigheid) Sw. Omzendbrief COL 13/2025 verplicht politie/parket om beelden prioritair offline te halen en bewijs te borgen. AI Act verplicht transparantie vanaf 2 augustus 2026. Hulp via Child Focus en IGHM.

 

Vraag nr. 1137 | Katja Gabriëls (Open Vld)

Cybercrime & Strafrecht

22. Vervolging en statistieken van deepnudes bij meerderjarigen

Vraagstelling: Statistieken over klachten, vervolgingen en veroordelingen wegens deepnudes bij meerderjarige slachtoffers.

Antwoord van de Minister: Parketstatistieken kunnen deepnudes niet apart identificeren van andere niet-consensuele intieme beelden (vervolging gebeurt onder voyeurisme, belaging, valsheid in informatica of afpersing).

 

Vraag nr. 1138 | Sophie De Wit (N-VA)

Slachtofferhulp & Pro Deo

23. Gratis juridische bijstand (pro Deo) voor slachtoffers van seksueel en intrafamiliaal geweld

Vraagstelling: Wettelijke basis, inkomensvoorwaarden, spoedeisende toegekende pro Deo en Salduz-permanentie voor slachtoffers.

Antwoord van de Minister: Er is geen automatische uitzondering op de inkomensvoorwaarden (dit zou het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel schenden). Wel bestaat de spoedeisende voorlopige toekenning (art. 508/14, 5e lid Ger.W.) met 15 dagen termijn voor bewijsstukken. Het Brusselse LVA-project staat los van federale tweedelijnsbijstand. Uitbreiding Salduz-permanentie voor slachtoffers wordt onderzocht.

 

Vraag nr. 1139 | Marijke Dillen (Vlaams Belang)

Rechtbanken & IT

24. Toepassing van zittingen per videoconferentie in gerechtelijke procedures

Vraagstelling: Aantal zittingen per videoconferentie (wet 25 april 2024) en weigeringen van toestemming per arrondissement.

Antwoord van de Minister: Het overzicht werd wegens de omvang rechtstreeks schriftelijk overgemaakt aan het Kamerlid.

 

Vraag nr. 1140 | Stefaan Van Hecke (Groen)

Gevangeniswezen & Capaciteit

25. Onderzoek naar bevolkingsdrempels (groen-oranje-rood) en overbevolking in gevangenissen

Vraagstelling: Stand van zaken van het onderzoek naar bevolkingsdrempels per gevangenis en maatregelen bij capaciteitsproblemen.

Antwoord van de Minister: Een interne nulmeting op basis van het KB Minimumnormen vormt de start voor Masterplan IV. Besprekingen binnen de regering over capaciteitsbeheersing lopen; het is nog voorbarig om concrete drempelmechanismen aan te kondigen.

 

Vraag nr. 1141 | Annick Lambrecht (Vooruit)

Gerechtsgebouwen & Infrastructuur

26. Staat van de sanitaire installaties en defecte toiletten in het gerechtsgebouw Brugge

Vraagstelling: Overzicht van defecte toiletten/urinoirs in het gerechtsgebouw Brugge en andere rechtbanken in het land.

Antwoord van de Minister: Geen structureel probleem met gewone toiletten (slechts 1 van de 49 publieke toiletten defect). Wel een probleem bij urinoirs (helft defect door urinoirspoelers en urinesteen). 20 nieuwe spoelers zijn besteld; Regie der Gebouwen pakt leidingen aan. Nationaal werd sinds 2025 al € 275.000 aan sanitair besteed.

 

Vraag nr. 1142 | Christoph D'Haese (N-VA)

Erediensten & Levensbeschouwing

27. Uniform wettelijk kader voor de erkenning van erediensten en levensbeschouwingen (Boeddhisme)

Vraagstelling: Stand van zaken van het uniform wettelijk kader voor erkenning van erediensten en de erkenning van het Boeddhisme.

Antwoord van de Minister: Juridisch-technische uitwerking afgerond door de administratie; eerste ontwerptekst in opmaak. Formele consultatiefase met overheidsactoren en representatieve organen volgt. Criteria worden toegepast op alle levensbeschouwingen.

 

Vraag nr. 1143 | Francesca Van Belleghem (Vlaams Belang)

Terrorisme & Veiligheid

28. Terugkeer van IS-families uit Syrische kampen (al-Hol) en beveiligingsperiodes

Vraagstelling: Arrestatie van recent teruggekeerde Belgische IS-vrouw uit al-Hol-kamp en wettelijke waarborgen tegen vervroegde invrijheidstelling van terrorismeveroordeelden.

Antwoord van de Minister: Betrokkene werd bij aankomst begin febr 2026 gearresteerd op basis van een verstekvonnis. Na verzet op 19 mei 2026 veroordeeld tot 5 jaar gevangenisstraf (hoger beroep loopt; blijft gedetineerd). Beveiligingsperiode (tot 2/3 van de straf) en uitsluiting van noodprocedures/overbevolkingsvrijlating waarborgen dat terrorismeveroordeelden niet vervroegd vrijkomen.