Printvriendelijk afdrukken

zaterdag 25 april 2026

Beslag onder derden - artikel 1539 Gerechtelijk Wetboek

Gerechtelijk Wetboek - zie onder meer artikel 1593

Wat is beslag onder derden? Beslag onder derden betekent dat u beslag laat leggen op geld dat een ander bedrijf of een particulier (de 'derde') nog moet betalen aan degene die u geld schuldig is (uw schuldenaar).





  • Bij een bank: U legt beslag op de bankrekeningen van uw schuldenaar. De bank is hier de 'derde'.
  • Bij klanten: U weet wie de grote klanten van uw schuldenaar zijn, en u legt beslag op het geld dat zij nog aan uw schuldenaar moeten betalen.
  • Bij u als bedrijf: Een schuldeiser van uw leverancier legt beslag bij ú, op het geld dat u nog aan uw leverancier moest betalen voor geleverde diensten of goederen.

Hoe moet dit gebeuren? Dit proces verloopt altijd via een gerechtsdeurwaarder. Als u nog geen definitieve uitspraak van een rechter heeft (bewarend beslag), kunt u op twee manieren te werk gaan:

  1. U vraagt via een advocaat toestemming (een machtiging) aan de beslagrechter.
  2. Een veel eenvoudiger alternatief: U geeft uw bewijsstukken, zoals openstaande facturen of ingebrekestellingen, direct aan de gerechtsdeurwaarder. De deurwaarder kan hiermee beslag leggen zonder dat de rechter daarvoor vooraf toestemming hoeft te geven. U moet wel rekening houden met ongeveer € 500 aan gerechtsdeurwaarderskosten die u moet voorschieten.

Wat zijn de gevolgen? De gevolgen hangen af van het soort beslag:

  • Bij bewarend beslag (om geld veilig te stellen): De derde partij mag het geld absoluut niet meer uit handen geven aan de schuldenaar. U moet zelfs het volledige bedrag dat u nog verschuldigd was inhouden, ook als de schuld waarvoor beslag is gelegd veel lager is.
  • Bij uitvoerend beslag (als er al een vonnis is): De derde partij moet het geld afgeven aan de gerechtsdeurwaarder. De deurwaarder zal dit geld vervolgens netjes verdelen onder de schuldeisers.
  • Tegenreactie: De schuldenaar kan via de beslagrechter verzet aantekenen en zelfs een schadevergoeding eisen als het beslag onterecht of een misbruik is.
  • Faillissement: Let op: als uw klant na het bewarend beslag failliet gaat, krijgt u geen voorrang op de in beslag genomen bedragen (met uitzondering van de gemaakte beslagkosten).

Wat zijn de sancties (als er bij ú beslag wordt gelegd)? Als iemand beslag onder derden bij u legt (bijvoorbeeld vanwege de schulden van uw leverancier), heeft u strenge verplichtingen. Komt u deze niet na, dan zijn de sancties zeer zwaar:

  • Verplichte verklaring: U moet binnen 15 dagen na kennisgeving via een aangetekende brief een 'verklaring van derde-beslagene' naar de deurwaarder sturen. Hierin moet u precies zetten of, en hoeveel, u nog aan de leverancier verschuldigd bent. Zelfs als u niets meer moet betalen, bent u verplicht deze verklaring op te sturen.
  • De sanctie: Als u deze verklaring niet binnen de tijd opstuurt, of onnauwkeurig invult, kunt u persoonlijk veroordeeld worden om de volledige schuld van uw leverancier te betalen. Dit geldt zelfs als u die leverancier helemaal niets (meer) schuldig was, of als de schulden van uw leverancier veel groter zijn dan wat u hem moest betalen. Omdat de gevolgen zo groot zijn, is het sterk aangeraden om voor deze verklaring een jurist of advocaat in te schakelen.

 

donderdag 9 april 2026

Uitspraak EHRM - AFFAIRE M.V. ET AUTRES c. BELGIQUE (AI)

Bron

Het arrest M.V. en anderen tegen België van 9 april 2026.

📋 De Feiten: Wat is er precies gebeurd?

In 2021 en 2022 kwamen vier mannen (uit Angola, Guinee, China en Kameroen) in België aan en vroegen zij asiel ("internationale bescherming") aan. Volgens de wet hadden zij direct recht op opvang (zoals een bed, eten en sanitair), maar door de verzadiging van het Belgische opvangnetwerk kregen zij dit niet. Daardoor moesten deze mannen 111 tot zelfs 338 dagen overleven in de straten van Brussel, waar ze sliepen op karton, in de kou, zonder enige hulp van de overheid.

De mannen lieten het er niet bij zitten en stapten naar de Brusselse arbeidsrechtbank. De Belgische rechter gaf hen gelijk en beval de overheid (Fedasil) om hen onmiddellijk op te vangen. Om druk te zetten, legde de rechter dwangsommen (boetes) op voor elke nacht dat ze nog op straat moesten slapen. De Belgische overheid negeerde deze definitieve vonnissen echter volkomen en weigerde ook de dwangsommen te betalen.

Ten einde raad stapten de asielzoekers naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Dit Hof legde België onmiddellijk bindende "voorlopige maatregelen" (noodbevelen) op om de mannen direct van de straat te halen. Zelfs na deze zware Europese noodbevelen liet België de mannen nog eens 21, 64, 107 en in één geval zelfs 261 dagen wachten op een opvangplaats.

🛡️ De Verweermiddelen: Wat was het excuus van de Belgische staat?

De Belgische overheid probeerde zich voor het Europees Hof op verschillende manieren te verdedigen:

  1. Verkeerde procedure: De overheid vond dat de asielzoekers niet naar het EHRM mochten stappen, omdat ze eerst in België een schadevergoeding hadden moeten eisen via de burgerlijke rechtbank.
  2. Niet "onmenselijk" genoeg: De overheid beweerde dat het leven op straat niet ernstig genoeg was om van "onmenselijke of vernederende behandeling" te spreken. Volgens België hadden de mannen maar hulp moeten vragen bij door de staat gesubsidieerde liefdadigheidsinstellingen en vzw's.
  3. Overmacht en geen kwade wil: De overheid ontkende dat ze de rechters bewust negeerde. Men schoof de schuld op "materiële onmogelijkheid" door een samenloop van crisissen: een enorme stijging van het aantal asielzoekers, Oekraïense vluchtelingen, een tekort aan personeel en gebrek aan beschikbare gebouwen.

⚖️ De Principes: Hoe keek het Europees Hof hiernaar?

Het EHRM veegde de argumenten van de Belgische staat van tafel op basis van drie fundamentele principes uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM):

  • Artikel 3 (Verbod op onmenselijke behandeling): Het Hof stelt dat het recht op menselijke waardigheid absoluut is. Een migratiecrisis of gebrek aan capaciteit is géén geldig excuus om mensen op straat te laten verkommeren. Dat liefdadigheidsinstellingen misschien een maaltijd gaven, ontslaat de staat niet van zijn wettelijke plicht om voor basisopvang te zorgen.
  • Artikel 6 (Recht op een eerlijk proces & naleving van vonnissen): Als een rechter oordeelt dat de staat iets moet doen, dan móét de staat dat doen. Het Hof oordeelde dat wachttijden van maanden onredelijk zijn, zeker omdat de staat ook weigerde de dwangsommen te betalen die door de Belgische rechters waren opgelegd.
  • Artikel 34 (Naleving van Europese noodbevelen): Als het EHRM een noodbevel uitvaardigt (om onherstelbare schade te voorkomen), moet een land hier onmiddellijk gehoor aan geven. Tientallen tot honderden dagen wachten is een duidelijke schending, ongeacht de crisissituatie.

🔥 Waar het EHRM België "de pan uitveegt"

Het Hof spaarde zijn kritiek op de Belgische overheid niet en gebruikte ongewoon harde juridische taal om de ernst van de situatie te benadrukken. Hier zijn de hardste oordelen:

  1. Over het gebrek aan respect voor de menselijkheid: Het Hof stelt dat het de schuld is van de Belgische autoriteiten dat deze mannen maandenlang, zelfs in de winter, zonder middelen of sanitair op straat leefden. Het Hof oordeelt keihard dat de mannen “slachtoffer zijn geweest van een vernederende behandeling die getuigt van een gebrek aan respect voor hun waardigheid ("témoignant d'un manque de respect pour leur dignité").
  2. Over het structureel negeren van Belgische rechters: Het Hof wijst op het systematisch falen van de Belgische autoriteiten om definitieve rechterlijke beslissingen uit te voeren” ("carence systémique des autorités belges").
  3. De absolute veroordeling van het overheidsbeleid (de hardste klap): Het EHRM herinnert België eraan dat het consequent negeren van de wet en het niet opvolgen van rechterlijke bevelen de fundamenten van onze samenleving aantast. Het Hof stelt onomwonden: “een dergelijke praktijk is onverenigbaar met het principe van de rechtsstaat dat aan het hele systeem van het Verdrag ten grondslag ligt” ("une telle pratique est incompatible avec le principe de l'État de droit qui sous-tend l'ensemble du système de la Convention"). In gewone mensentaal zegt het Hof hier: "Door uw eigen rechters te negeren, gedraagt de Belgische overheid zich als een staat waar het recht niet meer regeert."

✅ De Beslissing

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft unaniem beslist dat België schuldig is aan de schending van Artikel 3, Artikel 6 én Artikel 34 van het EVRM.

De Belgische staat is veroordeeld tot het betalen van een morele schadevergoeding (smartengeld) aan de vier mannen voor het leed dat zij hebben ondergaan. België moet binnen de drie maanden de volgende bedragen betalen:

  • Aan M.V.: € 5.070
  • Aan B.L.: € 8.450
  • Aan S.N.: € 12.350
  • Aan G.D.: € 6.000
Hoe bepaalt het EHRM de hoogte van de schadevergoedingen?

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) bepaalt de hoogte van een schadevergoeding op basis van artikel 41 van het EVRM, dat het Hof de mogelijkheid geeft om een "billijke tegemoetkoming" (satisfaction équitable) toe te kennen als het nationale recht de gevolgen van een schending onvoldoende kan herstellen. Het Hof hanteert hierbij verschillende criteria voor materiële en morele schade:

Materiële schade (aantoonbaar financieel verlies) Het EHRM kent alleen een vergoeding voor materiële schade toe als er een direct oorzakelijk verband is tussen de vastgestelde schending en de geclaimde financiële schade. In dit arrest hadden de verzoekers bijvoorbeeld een bedrag geëist dat gelijk was aan het Belgische leefloon voor de maanden dat zij op straat leefden, maar het Hof wees dit af omdat dit directe oorzakelijke verband ontbrak en zij volgens het nationale recht sowieso geen aanspraak konden maken op dit leefloon.

Morele schade (smartengeld voor aangedaan leed) Voor het bepalen van de hoogte van de morele schadevergoeding doet het Hof uitspraak naar billijkheid. Het Hof gebruikt geen vaste wiskundige formules, maar weegt de specifieke omstandigheden van het geval af. In dit arrest stelt het Hof uitdrukkelijk dat het rekening houdt met de volgende factoren om het bedrag te bepalen:

  • De aard en de ernst van de schendingen van de rechten van de verzoekers.
  • Het psychologische en fysieke lijden dat deze schendingen bij hen hebben veroorzaakt.
  • De duur van de situatie van ontbering waarin de verzoekers hebben moeten leven.

Op basis van deze concrete afweging naar billijkheid (waarbij met name de wachttijd op straat per individu verschilde), kende het Hof in deze zaak uiteenlopende bedragen voor morele schade toe aan de vier verzoekers, variërend van €5.070 tot €12.350.

woensdag 1 april 2026

Strategische plan ‘Horizon 2030’ van het College van de hoven en rechtbanken

Bron



1. Waarom is dit plan nodig? (De huidige problemen)

Justitie staat onder grote druk. Het document somt enkele belangrijke problemen op waar de rechtbanken dagelijks mee worstelen:

  • Te weinig middelen: Er is een structureel tekort aan geld en personeel, en de gebouwen zijn vaak sterk verouderd.
  • Trage procedures: De wachttijden en achterstanden in sommige rechtbanken zijn onredelijk lang.
  • Complexe administratie: Er zijn te veel beslissingsniveaus, waardoor problemen traag worden opgelost en de rechtbanken nog steeds niet echt zelfstandig hun eigen budgetten kunnen beheren (beheersautonomie).
  • Dalend vertrouwen: Slechts 54% van de burgers heeft nog vertrouwen in justitie, mede door trage werking en gebrekkige communicatie.

2. Visie en Waarden

Het College wil een instelling zijn die oplossingen zoekt en verantwoordelijkheid neemt. Daarbij hanteren ze vier kernwaarden:

  1. Servicegerichtheid: Pragmatisch werken en concrete oplossingen zoeken voor de rechtzoekende.
  2. Open samenwerking: Iedereen betrekken (magistraten, griffiers en personeel) en de juiste beslissingen nemen op het juiste niveau.
  3. Collegialiteit: Samen beslissingen nemen in het belang van justitie en de burger.
  4. Integriteit: Eerlijk de behoeften in kaart brengen en transparant zijn in de keuzes die gemaakt worden.

3. De 4 Strategische Doelstellingen (Het Actieplan)

Om de problemen aan te pakken, focust het plan zich op vier grote pijlers:

Doelstelling 1: De dagelijkse werking en ondersteuning verbeteren Het College wil de leiding van de rechtbanken (de directiecomités) beter helpen met hun dagelijkse taken:

  • Geld en aankopen: Zorgen voor een eerlijkere verdeling van het geld en een simpeler systeem om aankopen te doen.
  • IT-hulp: Betere technische ondersteuning en begeleiding bieden aan het personeel wanneer er nieuwe digitale systemen worden ingevoerd.
  • Personeel: Vacatures sneller helpen invullen en sneller vervanging zoeken voor mensen die langdurig ziek zijn.
  • Gebouwen: Ervoor zorgen dat kleine herstellingen in verouderde gebouwen sneller en makkelijker kunnen worden uitgevoerd.
  • Achterstand wegwerken: Rechtbanken begeleiden om hun wachttijden beter in kaart te brengen en te verkorten.

Doelstelling 2: De werking optimaliseren door vernieuwingen Men wil justitie moderniseren, ondanks het beperkte budget:

  • Digitalisering: Volop inzetten op systemen zoals JustCase (één centraal digitaal dossier) en JustOnWeb (zodat burgers makkelijker online toegang krijgen tot justitie). Ook het organiseren van digitale hoorzittingen wordt belangrijker.
  • Echte zelfstandigheid (Beheersautonomie): Het is de bedoeling dat rechtbanken eindelijk hun eigen beschikbare budgetten flexibel mogen beheren om in te spelen op hun eigen, lokale noden.
  • Werklast meten: Men gaat nauwkeuriger meten hoeveel werk magistraten én personeel hebben, om zo het geld en de mensen eerlijker te verdelen.

Doelstelling 3: Een modernere en professionelere organisatie worden Als justitie meer zelfstandigheid krijgt, moet ze ook bewijzen dat ze dit goed aankan:

  • Controle en audits: Interne controles (audits) en een beter risicobeheer invoeren om zeker te zijn dat alles goed verloopt.
  • Gegevens en statistieken: Veel slimmer en veiliger omgaan met verzamelde data (data governance) en dit gebruiken om betere beslissingen te nemen.
  • Kennis behouden: Vaste werkprocessen uitschrijven zodat kennis niet verloren gaat en nieuwe medewerkers makkelijker kunnen worden ingewerkt.

Doelstelling 4: Het imago van justitie bij de burger verbeteren Justitie wil haar slechte imago afschudden door open en menselijker te communiceren:

  • Transparantie: Uitspraken die maatschappelijk belangrijk zijn beter uitleggen aan de pers om onbegrip en valse informatie tegen te gaan.
  • Heldere taal en sociale media: Inzetten op begrijpelijke taal, informatieve video's en een betere aanwezigheid op sociale media.
  • Beter onthaal: Het onthaal van burgers in de rechtbanken vriendelijker maken. Er komt ook extra aandacht voor de opvang van slachtoffers om te voorkomen dat zij extra trauma's oplopen door de procedure.

4. Hoe gaan ze dit uitvoeren en opvolgen?

Om dit plan geen dode letter te laten zijn, heeft het College een stappenplan bedacht:

  • Meer mankracht: Er worden extra deskundigen (zoals HR-specialisten en IT'ers) aangenomen bij de steundienst om deze plannen te kunnen trekken.
  • Risicobeheer: Ze hebben vooraf de mogelijke problemen geanalyseerd (zoals politieke weerstand of te weinig budget) en maatregelen bedacht om hiermee om te gaan.
  • Evaluatie: Elk jaar wordt er een verslag gemaakt, en halverwege de rit (rond 2027) zal het plan grondig worden geëvalueerd en bijgestuurd indien nodig.

Korte termijn maatregelen om de overbevolking in de gevangenissen tegen te gaan

Dit zouden de korte termijnmaatregelen zijn die de regering zou voorstellen (onder alle voorbehoud van juistheid)


 


➤ Korte‑termijnmaatregelen – gedetineerden

Om het aantal personen dat op de grond moet slapen te verminderen en om uitgesproken maar opgeschorte gevangenisstraffen effectief te kunnen uitvoeren, wordt ingezet op een ruimer gebruik van elektronisch toezicht (ET) en op de verlenging van de bestaande maatregel Vervroegde Invrijheidstelling (VI) Overbevolking, zij het in een beperktere vorm.

  • Personen die veroordeeld zijn tot een totale straf van maximaal 18 maanden zullen hun straf voortaan onder ET uitvoeren.
  • Personen die veroordeeld zijn tot een totale straf tussen 18 maanden en 10 jaar gaan automatisch onder ET 18 maanden vóór het einde van hun straf.
  • Bepaalde categorieën veroordeelden zijn uitgesloten: terrorisme, seksuele misdrijven, zware geweldsfeiten en bepaalde drugsgerelateerde misdrijven.
  • Alle dossiers worden systematisch voorgelegd aan de strafuitvoeringsrechtbank (SUR/TAP), die beslist over het verdere verloop van het elektronisch toezicht.
  • De VI Overbevolking wordt verlengd tot eind 2027, maar enkel voor veroordeelden met een totale straf van maximaal 3 jaar.

Om de strafuitvoeringsrechtbank toe te laten sneller modaliteiten toe te kennen, wordt de bestaande noodwet aangepast zodat de SUR zich kan baseren op enkel:

  • het advies van de directeur,
  • het sociaal onderzoek (indien van toepassing),
  • het advies van het openbaar ministerie.

Voor veroordeelden zonder verblijfsrecht wordt artikel 20/1 van de Wet op het Extern Juridisch Statuut (EJS/LSE) gewijzigd zodat vrijwillige terugkeer al 12 maanden vóór het einde van de straf kan worden voorbereid (in plaats van 6 maanden).
Er wordt sterker ingezet op interstatelijke overdrachten en uitzetting naar het land van herkomst.


➤ Korte‑termijnmaatregelen – personeel

Het akkoord voorziet als doelstelling een volledige en duurzame personeelsbezetting.

  • Selectie- en aanwervingsprocedures worden geoptimaliseerd om meer kandidaten aan te trekken en het proces te versnellen.
  • De interne rekruteringscapaciteit wordt prioritair versterkt.
  • De toegang van EU‑burgers tot de aanwervingsprocedure voor de functie van penitentiair bewakingsassistent wordt versneld.
  • In snelle procedures kunnen rekruteringsreserves worden aangelegd en kan men al aanwerven vóór het medisch onderzoek, om tijd te winnen.

➤ Extra capaciteit

Er wordt voorzien in een uitbreiding en optimalisering van de bestaande capaciteit.

  • Meer plaatsen worden gecreëerd in gesloten centra.
  • Voor geïnterneerden komen er extra plaatsen in forensisch-psychiatrische centra (FPC/CPL) en in medisch-forensische zorgcentra.
  • Masterplan IV (in voorbereiding) voorziet in een structureel schema voor de totale detentiecapaciteit en beoogt menswaardige detentieomstandigheden.

➤ Voorlopige hechtenis

Er worden hervormingen voorbereid inzake voorlopige hechtenis.

  • De commissie Overbevolking finaliseert een advies over een mogelijke hervorming van de voorlopige hechtenis. Daarna wordt bekeken welke maatregelen kunnen worden uitgevoerd om de duur van de voorlopige hechtenis te verkorten.
  • Er wordt onderzocht of en hoe zittingen van de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling via videoconferentie kunnen plaatsvinden. Dit moet verplaatsingen beperken, de werkdruk verlagen en procedures versnellen.

dinsdag 31 maart 2026

Liberties Rule of Law Report 2026


Bron

Het Liberties Rule of Law Report 2026 biedt een kritische analyse van de rechtsstaat binnen de Europese Unie gedurende het jaar 2025. De publicatie, opgesteld door circa veertig mensenrechtenorganisaties, signaleert een zorgwekkende trend van stagnatie en achteruitgang in de meeste lidstaten. Het rapport onderzoekt vier centrale pijlers: de onafhankelijkheid van het rechtssysteem, corruptiebestrijding, mediavrijheid en de democratische controlemechanismen. Volgens de auteurs negeren veel regeringen de aanbevelingen van de Europese Commissie, terwijl de EU-instituties zelf ook onder vuur liggen vanwege ondoorzichtige wetgevingsprocedures. De bron concludeert dat de huidige instrumenten tekortschieten om de erosie van democratische waarden effectief te stoppen.

In het rapport wordt de staat van de rechtsstaat in België beoordeeld als een "Slider" (afglijdend). Er wordt gewaarschuwd dat politieke beslissingen fundamentele rechten verzwakken en dat er sprake is van achteruitgang (regressie) op verschillende cruciale gebieden.



Mag uw ex-werkgever uw professionele mailbox inkijken na uw vertrek?

Mag uw ex-werkgever uw professionele mailbox inkijken na uw vertrek?

bron en volledig juridische analyse: https://www.ictrechtswijzer.be/mag-uw-ex-werkgever-uw-mailbox-bewaren-na-uw-vertrek/



De beëindiging van een arbeids- of managementrelatie roept vaak praktische vragen op, zeker in een digitaal tijdperk. Een van de meest voorkomende en heikele punten is het beheer van de professionele mailbox van de vertrokken persoon. Recente beslissingen van de Gegevensbeschermingsautoriteit (GBA) scheppen duidelijkheid: een werkgever mag de mailbox niet onbeperkt actief houden en de inhoud ervan is geen vrij toegankelijk bedrijfsarchief.



vrijdag 13 februari 2026

Online harassement en de grens met drukpersmisdrijven

Bron


𝐎𝐧𝐥𝐢𝐧𝐞 𝐡𝐚𝐫𝐚𝐬𝐬𝐦𝐞𝐧𝐭 𝐞𝐧 𝐝𝐞 𝐠𝐫𝐞𝐧𝐬 𝐦𝐞𝐭 𝐝𝐫𝐮𝐤𝐩𝐞𝐫𝐬𝐦𝐢𝐬𝐝𝐫𝐢𝐣𝐯𝐞𝐧

⚖️ 𝐇𝐨𝐟 𝐯𝐚𝐧 𝐂𝐚𝐬𝐬𝐚𝐭𝐢𝐞: 𝐎𝐧𝐥𝐢𝐧𝐞 𝐛𝐞𝐥𝐚𝐠𝐢𝐧𝐠 𝐢𝐬 𝐠𝐞𝐞𝐧 𝐯𝐫𝐢𝐣𝐞 𝐦𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠𝐬𝐮𝐢𝐭𝐢𝐧𝐠

In een arrest van 11 februari 2026 heeft het 𝐇𝐨𝐟 𝐯𝐚𝐧 𝐂𝐚𝐬𝐬𝐚𝐭𝐢𝐞 een belangrijke grens getrokken tussen cyberpesten en drukpersmisdrijven. De uitspraak schept duidelijkheid over wanneer online berichten onder de bevoegdheid van de correctionele rechtbank vallen en wanneer niet.

📉 𝐃𝐞 𝐂𝐚𝐬𝐮𝐬 Een beklaagde werd vervolgd voor belaging via elektronische communicatiemiddelen (Facebook en Messenger). Het Hof van Beroep in Luik oordeelde eerder dat het onbevoegd was. De redenering? De berichten waren openbaar gemaakt op sociale media en bevatten een "mening". Volgens het Hof van Beroep ging het dus om een 𝐝𝐫𝐮𝐤𝐩𝐞𝐫𝐬𝐦𝐢𝐬𝐝𝐫𝐢𝐣𝐟 (art. 150 Grondwet), wat de exclusieve bevoegdheid van het Hof van Assisen zou betekenen.

🏛️ 𝐇𝐞𝐭 𝐎𝐨𝐫𝐝𝐞𝐞𝐥 𝐯𝐚𝐧 𝐡𝐞𝐭 𝐇𝐨𝐟 Het Hof van Cassatie veegt deze redenering van tafel en vernietigt het arrest.

Het Hof stelt duidelijk dat een drukpersmisdrijf de uiting van een gedachte of mening vereist. Er is echter een cruciaal onderscheid:

𝟏. 𝐇𝐞𝐭 𝐢𝐧𝐬𝐭𝐫𝐮𝐦𝐞𝐧𝐭 𝐯𝐬. 𝐝𝐞 𝐦𝐞𝐧𝐢𝐧𝐠: Wanneer iemand online een foto plaatst, kritiek uit of woede ventileert 𝐥𝐨𝐮𝐭𝐞𝐫 𝐨𝐦 𝐢𝐞𝐦𝐚𝐧𝐝𝐬 𝐫𝐮𝐬𝐭 𝐭𝐞 𝐯𝐞𝐫𝐬𝐭𝐨𝐫𝐞𝐧 (belaging), is dit geen uiting van een mening in de zin van de Grondwet.

𝟐. 𝐆𝐞𝐞𝐧 𝐢𝐦𝐦𝐮𝐧𝐢𝐭𝐞𝐢𝐭 𝐯𝐨𝐨𝐫 𝐩𝐞𝐬𝐭𝐞𝐫𝐬: Als de vervolging zich richt op het gebruik van sociale media om te treiteren (via fake accounts, dreigementen, ongewenste berichten), en niet op de inhoud van de opinie an sich, is de correctionele rechter gewoon bevoegd.

📝 𝐂𝐨𝐧𝐜𝐥𝐮𝐬𝐢𝐞 Het label "drukpersmisdrijf" kan niet gebruikt worden als schild voor online pesterijen. Wie sociale media inzet als wapen om te belagen, hoort thuis voor de correctionele rechtbank, niet voor een volksjury.

🔗 Lees het volledige arrest hier: https://hofvancassatie.be/pdf/arresten-arrets/P.25.1346.F.pdf

#Rechtspraak #Cassatie #Cyberpesten #Strafrecht #SocialMediaLaw #JuridischNieuws