Printvriendelijk afdrukken

woensdag 24 juni 2026

Het filmen van de politie en het online plaatsen van de beelden ervan - samenvattingen met AI

Advies Controlorgaan politie

Mag iedereen te allen tijde de politie filmen tijdens een interventie? Vaak wordt gedacht dat je alles en iedereen bij de politie zomaar mag filmen, simpelweg omdat er in België geen specifieke wet bestaat die dit uitdrukkelijk verbiedt. Dat is echter een misverstand.

  • ‘Niet uitdrukkelijk verboden’ betekent niet dat het altijd zonder meer is toegestaan.
  • Politieagenten zijn ook mensen. Zodra zij hun uniform aantrekken en op straat stappen, verliezen zij niet plots hun recht op privacy en de bescherming van hun persoonsgegevens (zoals vastgelegd in de Europese privacywetgeving of AVG).
  • Er moet dus altijd een afweging gemaakt worden tussen de vrijheid van de burger (om te filmen) en de privacy van de agent.

Is er een verschil tussen de beelden opslaan op je gsm en ze online plaatsen? Ja, er is een zeer groot juridisch verschil.

  • Voor jezelf: Maak je beelden voor puur persoonlijk of huishoudelijk gebruik (bijvoorbeeld omdat je een monument filmt en er toevallig een agent door het beeld loopt), dan valt dit meestal niet onder de strenge privacywetgeving.
  • Voor het internet: Zodra je een agent gericht filmt en die beelden deelt op sociale media zoals Facebook of YouTube, ben je actief persoonsgegevens aan het verspreiden. Vanaf dat moment heb je in principe een wettelijke basis nodig (of zelfs de toestemming van de agent) om dit te mogen doen, tenzij er een specifieke uitzondering geldt.

Wanneer mag ik de beelden wél verspreiden zonder toestemming van de agent? Dit mag voornamelijk als je je kan beroepen op de "journalistieke uitzondering". In een democratie is het controleren van de macht van de politie via beelden essentieel (de zogenoemde 'vierde macht'). Toch zijn hier strikte grenzen aan verbonden:

  • Maatschappelijk debat: De beelden moeten echt bijdragen aan een publiek debat. Denk aan het vastleggen van onrechtmatig politiegeweld of discriminatie.
  • Geen banale feiten: Het filmen van een doordeweekse, banale verkeerscontrole om je nieuwsgierigheid te bevredigen of om de politie zwart te maken, draagt níét bij aan een maatschappelijk debat.
  • Verantwoordelijkheid: Ook als je als gewone burger filmt en jezelf als 'burgerjournalist' ziet, moet je je aan basisregels houden, zoals het checken van de feiten en het niet zomaar plaatsen van eenzijdige, niet-geverifieerde beweringen. Daarnaast moet je je afvragen of het écht nodig is om het gezicht van de agent herkenbaar in beeld te brengen om je boodschap over te brengen.

Wat riskeer ik als ik agenten onterecht film en online zet? Als je de grenzen overschrijdt en geen geldige reden hebt om de beelden te verspreiden, kan dit ernstige gevolgen hebben. Je riskeert administratieve of strafrechtelijke sancties:

  • Inbreuk op de privacywetgeving: Je verwerkt illegaal persoonsgegevens, wat kan leiden tot stevige geldboetes.
  • Belaging (Stalking): Als je foto's of video's plaatst met het doel de rust van de betrokken agent(en) ernstig te verstoren en hen te viseren.
  • Laster en eerroof: Als je de beelden vergezelt van kwaadwillige, beledigende of onware commentaren om de reputatie van de agent bewust schade toe te brengen.

Mag de politie mijn smartphone afpakken als ze zien dat ik film? De politie mag je gsm niet zomaar uit je handen rukken puur en alleen omdát je filmt. Er zijn echter situaties waarin dit wel mag:

  • Wanneer de politie vaststelt dat jouw manier van filmen op dat moment een misdrijf vormt (bijvoorbeeld een flagrante privacyschending of stalking), mogen ze je toestel in beslag nemen om het bewijsmateriaal veilig te stellen.
  • Omdat het uitlezen van een smartphone een enorme inbreuk is op jouw eigen privacy, moet dit wel proportioneel gebeuren. De politie kan je bijvoorbeeld eerst de kans geven om zélf de beelden in hun bijzijn te wissen. Soms kan men ook enkel de specifieke video kopiëren zonder je hele toestel mee te nemen.
  • Het Controleorgaan adviseert agenten bovendien om bij twijfel altijd eerst een magistraat (zoals het parket) te contacteren voor toestemming en instructies.

Hoe moet het nu verder? Doordat er geen specifieke wet is, is het momenteel voor zowel de burger als de agent onduidelijk wat exact wel en niet mag. Rechters moeten nu telkens per geval beslissen. Het Controleorgaan (COC) dringt er dan ook sterk bij de overheid op aan om snel een duidelijke wet te maken. Daarin moet zwart op wit komen te staan óf en wanneer je mag filmen, wanneer je mag publiceren, en wanneer de politie mag ingrijpen.


Tijdschrift voor Mensenrechten - Het recht om politie te filmen


Is het wettelijk toegestaan om een politie-interventie te filmen?

  • Volgens het Controleorgaan op de Politionele Informatie (COC) is er momenteel geen duidelijke wet in België die dit uitdrukkelijk regelt. Het COC stelt dat "niet uitdrukkelijk verboden" niet automatisch betekent dat het zomaar mag.
  • Daartegenover stellen juristen en mensenrechtenorganisaties (zoals Police Watch) dat dit recht wél internationaal beschermd is onder de vrijheid van meningsuiting. Het filmen van de politie door burgers is een belangrijk instrument van democratische controle, dat in het verleden al meermaals buitensporig politiegeweld aan het licht heeft gebracht.

Verliezen agenten hun recht op privacy zodra zij hun uniform aantrekken?

  • Zeker niet. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) oordeelt dat ook werknemers en ambtenaren, waaronder politieagenten in functie, het recht hebben op de bescherming van hun privéleven en persoonsgegevens.
  • Dit recht op privacy is echter niet absoluut. Een inbreuk erop kan wettelijk worden toegestaan als dit noodzakelijk is in een democratische samenleving.

Welk recht weegt zwaarder: de privacy van de agent of de vrijheid van de filmer?

  • De Europese rechtspraak stelt dat de vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy in principe gelijkwaardig zijn. Er is dus geen standaardregel die zegt welk recht altijd wint.
  • Er moet per situatie een afweging worden gemaakt. Daarbij kijkt men naar verschillende factoren: draagt het beeldmateriaal bij aan een maatschappelijk debat? Wat is de context? Wat zijn de gevolgen van de publicatie?.
  • Zolang er geen sprake is van onterechte persoonlijke aanvallen of opzettelijke laster, mag men filmen en communiceren over zaken van algemeen belang.

Zijn gewone burgers die beelden online plaatsen beschermd zoals journalisten?

  • Ja, vaak wel. Het Europees Hof van Justitie hanteert een zeer ruime definitie van "journalistieke activiteiten".
  • Dit omvat elke activiteit die als doel heeft om informatie, meningen of ideeën met het publiek te delen, ongeacht het medium (zoals YouTube of andere sociale media). Burgers die via hun beelden maatschappelijke misstanden willen aankaarten, genieten hierdoor een sterke bescherming.

Mag een agent zomaar beslissen om een smartphone of camera af te pakken?

  • Mensenrechtenexperts vinden het zeer gevaarlijk als een agent dit op eigen houtje zou beslissen, simpelweg omdat hij of zij voelt dat de eigen privacy geschonden wordt. De agent treedt op dat moment immers op als partij én als rechter in zijn eigen zaak.
  • Dit kan de politie bovendien duur komen te staan: een rechtbank in Brussel veroordeelde in 2021 nog twee agenten voor diefstal, omdat zij zonder geldige juridische reden de camera van een journalist in beslag hadden genomen.

Zijn er situaties waarin filmen echt niet door de beugel kan?

  • Het recht om te filmen kan en mag absoluut beperkt worden wanneer de persoon die filmt de veiligheid in gevaar brengt, de openbare orde verstoort, of een lopende politieoperatie fysiek hindert.
  • Ook de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de personen die door de politie worden aangehouden, kan een geldige reden zijn om het filmen te stoppen.

Moet er een nieuwe wet komen om dit allemaal te verduidelijken?

  • Het Controleorgaan (COC) vindt van wel en pleit voor nieuwe wetgeving om rechtszekerheid te bieden.
  • Juristen en mensenrechtenorganisaties vinden zo'n nieuwe wet echter onnodig en zelfs ongewenst. Zij oordelen dat het huidige Europese toetsingskader al voldoende mogelijkheden biedt om elke situatie eerlijk en individueel te beoordelen. Elke nieuwe wet die als doel heeft dit recht in het algemeen in te perken, wordt door hen gezien als een gevaarlijke stap terug voor de democratische controle op de politie.

ICT-Rechtswijzer - Mag ik de politie filmen en de beelden online plaatsen. 

Mag je zomaar alles filmen als de politie aan het werk is?

  • In principe is het louter filmen van een politie-interventie toegestaan. Het vastleggen van een politieoptreden, bijvoorbeeld om later als bewijs te dienen, is een belangrijk democratisch recht.
  • Er is echter een harde voorwaarde: je mag de politieactie op geen enkele manier hinderen en je moet de bevelen van de agenten (zoals de vraag om afstand te houden) opvolgen.

Is het toegestaan om deze gemaakte beelden vervolgens op sociale media te plaatsen?

  • Hier bevindt zich het grootste risico. Zodra je beelden publiceert waarop mensen herkenbaar in beeld komen, verwerk je persoonsgegevens en val je onder de strenge privacywetgeving (de AVG of GDPR).
  • Zonder toestemming van de gefilmde personen is dit in de regel verboden.
  • Er bestaat weliswaar een uitzondering voor "journalistieke doeleinden", maar rechters passen die zeer streng toe. Als jouw enige doel is om iemand persoonlijk aan te vallen of zwart te maken, in plaats van het publiek eerlijk te informeren, vervalt deze bescherming.
  • De veiligste optie is altijd om personen (zowel agenten als omstaanders) onherkenbaar te maken voordat je iets online plaatst.

Wat is de grens tussen kritiek uiten en strafbare feiten plegen?

  • Je ongenoegen uiten of een subjectieve mening geven over een politieoptreden (bijvoorbeeld: "Ik vond dat de politie te hardhandig optrad") valt onder de vrijheid van meningsuiting.
  • De grens wordt overschreden wanneer je opzettelijk onwaarheden verspreidt om iemands reputatie te vernietigen. Het kwaadwillig toeschrijven van valse feiten aan een identificeerbare agent, met als doel hem of haar publiekelijk belachelijk te maken of te schaden, is een misdrijf dat "smaad" wordt genoemd.

Verliezen politieagenten hun recht op privacy zodra zij hun uniform aantrekken?

  • Absoluut niet. Ook al oefenen agenten een openbare functie uit in de openbare ruimte, zij behouden te allen tijde hun recht op de bescherming van hun persoonsgegevens en hun reputatie.
  • Zij zijn geen vogelvrij verklaard wild en kunnen juridische stappen ondernemen tegen valse of schadelijke online campagnes.

Welke gebeurtenis leidde tot een recente uitspraak van de rechtbank hierover?

  • Tijdens een interventie in Gent filmde een zogenaamde "YouTuber" de politie, weigerde hij afstand te houden en was hij agressief.
  • Na de feiten plaatste hij selectief gemonteerde en uit de context gerukte beelden op Instagram.
  • Hij beschuldigde een specifieke agent er bovendien valselijk van een racistische uitspraak ("Pak de makakken") te hebben gedaan, en bewerkte het filmpje zelfs om dit kunstmatig te versterken.

Hoe heeft de rechter in deze specifieke zaak beslist?

  • De rechter was onverbiddelijk: dit was geen journalistiek, maar een gerichte, kwaadwillige persoonlijke aanval op de politie-inspecteur.
  • De man werd veroordeeld voor drie zaken: weerspannigheid (het negeren van bevelen en agressief gedrag), smaad aan de politie, én het schenden van de privacywetgeving (AVG).
  • De straf bestond uit een werkstraf van 50 uur en het betalen van een aanzienlijke schadevergoeding van 3.250 euro aan de slachtoffers.

Wat is de allerbelangrijkste les uit dit vonnis?

  • Je mag de politie controleren en bekritiseren, maar dat recht stopt waar de persoonlijke integriteit en de reputatie van een agent begint.
  • Beelden manipuleren, uit de context rukken en via sociale media valse beschuldigingen lanceren heeft niets te maken met vrije meningsuiting, maar is een strafbaar feit met zware financiële en strafrechtelijke gevolgen.

Brochure




woensdag 17 juni 2026

Wetsvoorstel bescherming identiteiten magistraten

Bron advies OVB

Wetsvoorstel tot wijziging van diverse bepalingen met het oog op de bescherming van magistraten en leden van de griffie door middel van het afschermen van hun identiteit

Samenvatting AI

 🚨 𝗢𝗩𝗕 𝘃𝗲𝗿𝘄𝗲𝗿𝗽𝘁 𝘄𝗲𝘁𝘀𝘃𝗼𝗼𝗿𝘀𝘁𝗲𝗹 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗮𝗻𝗼𝗻𝗶𝗲𝗺𝗲 𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁𝗲𝗿𝘀: 𝗲𝗲𝗻 𝗴𝗲𝘃𝗮𝗮𝗿 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗵𝗲𝘁 𝗲𝗲𝗿𝗹𝗶𝗷𝗸 𝗽𝗿𝗼𝗰𝗲𝘀

🏛️ De Orde van Vlaamse Balies (OVB) heeft een uiterst kritisch advies uitgebracht over een nieuw wetsvoorstel (56-1414) dat de identiteit van magistraten en griffiers in processtukken wil afschermen via een "functioneel identificatienummer",. Hoewel de veiligheid van justitiepersoneel belangrijk is, waarschuwt de OVB voor de zware impact op de fundamenten van onze rechtsstaat,.

⚖️ 𝗘𝗲𝗻 𝗮𝗮𝗻𝘁𝗮𝘀𝘁𝗶𝗻𝗴 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗼𝗽𝗲𝗻𝗯𝗮𝗮𝗿𝗵𝗲𝗶𝗱 👁️ Volgens de OVB druist het anoniem rechtspreken fundamenteel in tegen de openbaarheid van de rechtspraak,. Burgers hebben het recht om te weten wie recht over hen spreekt. Dit garandeert publieke controle, transparantie en het vertrouwen in justitie,. De zichtbaarheid van de rechter is bovendien een absolute bescherming tegen willekeur.

🛑 𝗨𝗶𝘁𝗵𝗼𝗹𝗹𝗶𝗻𝗴 𝘃𝗮𝗻 𝗵𝗲𝘁 𝘄𝗿𝗮𝗸𝗶𝗻𝗴𝘀𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁 🛡️ Als advocaten en partijen de naam van de rechter niet kennen, wordt het nagenoeg onmogelijk om mogelijke belangenconflicten op te sporen en het recht op wraking effectief uit te oefenen,. Dit brengt het recht op een eerlijk proces (zoals gewaarborgd in het EVRM) en het recht op de wettelijk toegekende, natuurlijke rechter (artikel 13 Grondwet) direct in gevaar.

❌ 𝗢𝗻𝗷𝘂𝗶𝘀𝘁𝗲 𝗮𝗿𝗴𝘂𝗺𝗲𝗻𝘁𝗮𝘁𝗶𝗲 𝗲𝗻 𝗼𝗻𝗱𝘂𝗶𝗱𝗲𝗹𝗶𝗷𝗸𝗲 𝗽𝗿𝗼𝗰𝗲𝗱𝘂𝗿𝗲𝘀 📖 De indieners van het wetsvoorstel verwijzen onterecht naar buurlanden zoals Nederland, Italië en Frankrijk ter rechtvaardiging,. De OVB weerlegt dit grondig: in die landen bestaat er geen vergelijkbare, algemene afscherming van de zittende magistratuur,,,. Daarnaast zit het voorstel vol met procedurele onduidelijkheden en klaagt de Orde aan dat er geen expliciete motiveringsplicht is voorzien voor de beslissing tot afscherming zélf?

🔨 𝗖𝗼𝗻𝗰𝗹𝘂𝘀𝗶𝗲 📉 De OVB besluit scherp dat de voorgestelde regeling het evenwicht tussen de terechte bescherming van magistraten en de waarborgen van de rechtsstaat fundamenteel verstoort,. De tekst is in de huidige vorm onverenigbaar met het eerlijk proces en kan aldus niet op steun rekenen.

-----


Tegen dit advies kunnen de volgende kritische argumenten worden geplaatst:

1. De absolute noodzaak van fysieke veiligheid Zelfs de OVB erkent volmondig dat de doelstelling van het wetsvoorstel – het waarborgen van de veiligheid en persoonlijke levenssfeer van justitiepersoneel – legitiem is. De indieners van de wet benadrukken dat de huidige wetgeving enkel voorziet in fysieke beveiligingsmaatregelen (zoals bewaking), maar tekortschiet omdat er geen juridisch kader is om de identiteit in gerechtelijke documenten af te schermen. In zaken waar ernstige aanwijzingen bestaan dat de fysieke integriteit van een magistraat, griffier of hun gezinsleden ernstig in gevaar komt, is louter fysieke bewaking volgens hen onvoldoende en is operationele anonimiteit via een "functioneel identificatienummer" noodzakelijk.

2. Naamsbekendheid is geen vereiste voor legitimiteit De ontwerpers van de wet beargumenteren dat de afscherming de openbaarheid van de rechtspraak niet vernietigt, maar de vorm ervan simpelweg "herdefinieert". Volgens de indieners staat de naamsbekendheid van de magistraat niet langer centraal, en is de identiteit van de rechter niet noodzakelijk om de legitimiteit van diens rechterlijke beslissing te waarborgen.

3. Het recht op wraking en controle blijft behouden via een "waarborgmagistraat" Waar de OVB stelt dat de controle op rechters verdwijnt, argumenteren de indieners dat de regeling "de controleerbaarheid en de wrakingsrechten van de procespartijen intact laat". Het wetsvoorstel bouwt namelijk een interne veiligheidsklep in via de aanstelling van een waarborgmagistraat of toezichthoudende instantie. Partijen en hun advocaten kunnen altijd een met redenen omkleed verzoek indienen bij deze instantie om de identiteit alsnog vrij te geven, specifiek wanneer dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de rechten van de verdediging of een wrakingsprocedure.

4. Internationale tendensen en rechtspraak Ter rechtvaardiging van de wet verwijzen de opstellers naar het buitenland. Zij stellen dat België tot de weinige landen behoort zonder zo'n regeling en wijzen naar Nederland, Italië en Frankrijk, waar volgens hen wél al specifieke regels voor pseudonimisering bestaan om de veiligheid te garanderen. Bovendien maken de indieners gewag van "herhaaldelijke" rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) die de anonimiteit van leden van de magistratuur expliciet zou toestaan.

(Opmerking ter nuance: de OVB weerlegt in haar advies deze twee laatste argumenten door te stellen dat ze de buitenlandse regelingen verkeerd interpreteren en dat ze de bewuste EHRM-arresten nergens kunnen terugvinden. Toch vormen ze de basis van de argumentatie vóór de wet).


vrijdag 12 juni 2026

Wet wegverkeer 25 mei 2026 - AI

Bron

Wet en voorbereidende werkzaamheden downloaden: afzonderlijk en gebundeld

Podcast

Invoering in het Nieuwe Strafwetboek (Art. 1 t.e.m. 3)

  • Art. 1 & 2: Formele bepalingen en de opheffing van enkele verouderde artikelen.
  • Art. 3: Dit artikel regelt de overgang naar het nieuwe Strafwetboek. Het bepaalt welke algemene strafrechtelijke regels (zoals samenloop van misdrijven) wel of niet van toepassing zijn op verkeersovertredingen.

Nieuwe definities (Art. 4 t.e.m. 6)

  • Art. 4 & 6: Formele wijzigingen van hoofdstuktitel en opheffing van een oud artikel.
  • Art. 5 (Definitie motorvoertuig): Dit is een zeer belangrijke toevoeging. Voor het eerst definieert de wet een "motorvoertuig" expliciet als voertuigen waarvoor een rijbewijs vereist is, aangevuld met bromfietsen klasse A (tot 25 km/u). Hierdoor vallen elektrische steps en gewone e-bikes officieel buiten deze definitie.

Hervorming van de straffen en boetes (Art. 7 t.e.m. 18)

Deze artikelen vervangen de oude boetebedragen door de nieuwe "strafniveaus" (niveau 1, 2 en 3) uit het nieuwe Strafwetboek, hoewel de wet voor verkeersinbreuken specifieke boetevorken blijft behouden.

  • Art. 7 & 8: Koppelt de verschillende graden van verkeersovertredingen en snelheidsovertredingen aan een straf van niveau 1, met boetes variërend van 80 tot 4000 euro, afhankelijk van de inbreuk. Artikel 8 pakt radarverklikkers aan met boetes tot 8000 euro (en verdubbeling bij herhaling).
  • Art. 9: Verhoogt de straffen (tot niveau 2 of 3 bij herhaling) voor bedrijven of personen die weigeren mee te delen wie er met een voertuig reed op het moment van een overtreding.
  • Art. 10 t.e.m. 12: Verstrengt de straffen voor het rijden tijdens een rijverbod of schorsing (strafniveau 2, boetes tot 16.000 euro) en voor het uitlenen van een voertuig aan iemand zonder rijbewijs.
  • Art. 13 (Vluchtmisdrijf): De straffen voor vluchtmisdrijf worden fors verstrengd indien er sprake is van gewonden ("integriteitsaantasting") of doden. In dat geval geldt een straf van niveau 2 of 3, met boetes tot 40.000 euro en een verplicht rijverbod van minstens 3 maanden tot levenslang.
  • Art. 14 t.e.m. 18: Actualiseert de straffen voor het rijden zonder verzekering of keuring, en verstrengt de straffen voor recidive en het manipuleren van een alcoholslot (nu een straf van niveau 2).

Rijden onder invloed & Ketamine (Art. 19, 35, 36, 39 & 40)

  • Art. 19: Voegt ketamine expliciet toe aan de lijst van verboden drugs in het verkeer. Ook het opzettelijk weigeren van een test wordt zwaarder bestraft (strafniveau 1, boete tot 16.000 euro).
  • Art. 35 (12 uur rijverbod): Dit artikel voert een zeer streng en uniform beleid in: het tijdelijk rijverbod na betrapping op alcohol of drugs wordt standaard vastgelegd op 12 uur (voorheen was dit vaak 6 uur of afhankelijk van de afbraaktijd). Ook de referentiewaarde in de wettekst wordt verlaagd van 0,35 naar 0,22 milligram.
  • Art. 36, 39 & 40: Bepalen de exacte wettelijke grenswaarden voor ketamine in het speeksel (25 ng/ml) en bloed (25 ng/ml) en stellen dat deze analyses bewijskracht hebben tot het tegendeel bewezen is.

Uitbreiding verval van het recht tot sturen (Art. 20 t.e.m. 30)

  • Art. 24 (Uitbreiding rijverbod): Dit beantwoordt direct aan uw vraag. De rechter kan voortaan een rijverbod ("verval van het recht tot sturen") uitbreiden naar andere voertuigen die geen motorvoertuig zijn, zoals elektrische steps of e-bikes. De rechter moet dit wel uitdrukkelijk motiveren. Voertuigen voor mensen met een beperkte mobiliteit (die slechts stapvoets rijden) zijn hiervan uitgesloten.
  • Art. 25 t.e.m. 27: Verzwaart de straffen (niveau 2 of 3) voor wie toch rijdt terwijl hij een verval van het recht tot sturen heeft gekregen, of wie zijn voertuig toevertrouwt aan iemand met een rijverbod.
  • Art. 28 t.e.m. 30: Regelt de specifieke verbeurdverklaring van voertuigen in het verkeersrecht en bestraft het stiekem gebruiken van een geïmmobiliseerd (geblokkeerd) voertuig.

De Beginnende Bestuurder (Art. 31 & 32)

  • Art. 31: Breidt het toepassingsgebied van de beginnende bestuurder uit. Voortaan vallen ook houders van een voorlopig rijbewijs expliciet onder het strenge regime van de beginnende bestuurder. Dit betekent dat zij bij zware overtredingen veel sneller een verplicht rijverbod krijgen en opnieuw examens moeten afleggen. Ook begeleiders van leerling-bestuurders worden in de tekst verduidelijkt.
  • Art. 32: Bepaalt de sancties voor overtredingen rond deze voorwaarden.

Procedurele wijzigingen: Termijnen, Proces-Verbaal en Verjaring (Art. 33 t.e.m. 34, 37, 38 & 41 t.e.m. 44)

  • Art. 33 & 34: Bepaalt de nieuwe, strikte procedures en termijnen (binnen 15 dagen) om via de politierechtbank in beroep te gaan tegen de immobilisering van een voertuig.
  • Art. 37 & 44 (Verlenging termijn PV): De termijn waarbinnen de politie het proces-verbaal naar de overtreder moet sturen, wordt opgetrokken van 14 naar 30 dagen. Dit verkleint de kans voor overtreders om procedurefouten in te roepen drastisch.
  • Art. 42 (Uniforme Verjaring): De verjaringstermijn voor alle verkeersinbreuken wordt geharmoniseerd op drie jaar. Ook minder zware inbreuken blijven hierdoor veel langer vervolgbaar.
  • Art. 38, 41 & 43: Brengen technische tekstuele correcties aan in diverse artikelen ter afstemming met het nieuwe strafrecht.

Inwerkingtreding (Art. 45)

  • Art. 45: De inwerkingtreding verloopt in fases. Een groot deel (waaronder de definitie van motorvoertuigen, het rijverbod voor e-steps, het 12-uur rijverbod, de PV-termijn van 30 dagen en de verjaringstermijn van 3 jaar) is reeds in werking getreden op 1 juli 2026. De rest van de artikelen volgt tegelijk met de invoering van het nieuwe Strafwetboek of op een door de Koning te bepalen datum.

zondag 24 mei 2026

Uitspraak Bundesgericht inzake klimaatbeleid

Bron

AI

🚗 𝗕𝘂𝗻𝗱𝗲𝘀𝗴𝗲𝗿𝗶𝗰𝗵𝘁𝘀𝗵𝗼𝗳 𝘄𝗶𝗷𝘀𝘁 𝗸𝗹𝗶𝗺𝗮𝗮𝘁𝗰𝗹𝗮𝗶𝗺 𝘁𝗲𝗴𝗲𝗻 𝗮𝘂𝘁𝗼𝗳𝗮𝗯𝗿𝗶𝗸𝗮𝗻𝘁 𝗮𝗳: 𝗴𝗲𝗲𝗻 𝘃𝗲𝗿𝗯𝗼𝗱 𝗼𝗽 𝘃𝗲𝗿𝗯𝗿𝗮𝗻𝗱𝗶𝗻𝗴𝘀𝗺𝗼𝘁𝗼𝗿𝗲𝗻

📖 𝗙𝗲𝗶𝘁𝗲𝗻 🌍 Directeuren van een milieu- en consumentenorganisatie spanden een rechtszaak aan tegen een wereldwijd opererende Duitse autofabrikant. 🛑 Zij eisten een verbod op het in de handel brengen van nieuwe personenauto's met een verbrandingsmotor na 31 oktober 2030, tenzij kon worden gegarandeerd dat deze klimaatneutraal waren. 📉 De eisers stelden dat de CO2-uitstoot van deze auto's het resterende nationale emissiebudget te snel zou opgebruiken. ⚖️ Volgens hen zou dit de overheid in de toekomst dwingen tot ingrijpende en radicale vrijheidsbeperkende klimaatmaatregelen, wat een onrechtmatige inbreuk zou vormen op hun algemeen persoonlijkheidsrecht en toekomstige vrijheden.

📜 𝗣𝗿𝗶𝗻𝗰𝗶𝗽𝗲𝘀 🏛️ Het Duitse Bundesgerichtshof oordeelt zeer duidelijk: het klimaatgerelateerde gedrag van individuele bedrijven en consumenten is niet onderworpen aan harde, afdwingbare eigen CO2-budgetten. 📊 Hoewel de overheid nationale klimaatdoelen en budgetten heeft vastgesteld ter uitvoering van het Akkoord van Parijs, zijn deze niet wettelijk doorvertaald naar specifieke, dwingende quota voor individuele ondernemingen of sectoren. 🛡️ De betrokken autofabrikant houdt zich bovendien strikt aan alle huidige wettelijke en Europese voorschriften inzake uitstoot. ⚖️ De rechtbank benadrukt dat het de exclusieve taak van de democratische wetgever is om de complexe afweging te maken tussen klimaatbescherming enerzijds en andere economische, sociale en maatschappelijke belangen anderzijds. 🧑‍⚖️ Het is absoluut niet aan de burgerlijke rechter om op basis van open grondwetsartikelen concrete, kwantificeerbare reductieverplichtingen op te leggen aan private partijen in een civiele procedure.

𝗕𝗲𝘀𝗹𝘂𝗶𝘁 📉 De eis van de milieuorganisatie wordt volledig afgewezen en de eisers dragen de kosten van het geding in cassatie. 🚗 De autofabrikant kan juridisch gezien niet als "verstoorder" (Störer) aansprakelijk worden gesteld voor toekomstige, nog uit te vaardigen wetgeving van de staat. 🛑 Zolang het bedrijf de geldende (Europese) milieunormen respecteert en er geen individueel bindend CO2-budget is overschreden, is er geen sprake van een inbreuk op de grondrechten van de burgers.

-----

Milieuactivisten en andere belangenorganisaties zullen dit arrest van het Duitse Bundesgerichtshof om meerdere fundamentele redenen als een zware teleurstelling beschouwen:

  • Geen bindende CO2-budgetten voor individuele bedrijven: Het Hof oordeelt dat algemene, nationale klimaatdoelstellingen niet juridisch kunnen worden doorvertaald naar harde, afdwingbare emissiebudgetten voor afzonderlijke ondernemingen of sectoren. Hierdoor kunnen activisten niet langer beargumenteren dat één specifiek bedrijf een te groot deel van het "restbudget" opgebruikt om zo via de rechter klimaatmaatregelen af te dwingen.
  • Klimaatbeleid is de exclusieve taak van de politiek, niet van de rechter: De rechtbank benadrukt sterk dat de complexe afweging tussen klimaatbescherming enerzijds en economische, sociale en maatschappelijke belangen anderzijds uitsluitend toekomt aan de democratische wetgever. Het is niet de rol van civiele rechtbanken om op basis van open grondwetsartikelen concrete, kwantificeerbare reductieverplichtingen op te leggen aan private partijen.
  • Naleving van bestaande wetgeving is een afdoende verweer: De betreffende autofabrikant houdt zich strikt aan de geldende Europese normen inzake uitstoot. Het Hof oordeelt dat een civiele rechter deze bedrijven niet kan verplichten om sneller te stoppen met verbrandingsmotoren dan wettelijk is voorgeschreven, omdat dit de expliciete beleidskeuzes van de Europese wetgever zou ondergraven.
  • Geen bedrijfsaansprakelijkheid voor toekomstige overheidsingrepen: De activisten betoogden dat het gedrag van de autofabrikant ertoe leidt dat de overheid in de toekomst radicale en vrijheidsbeperkende klimaatwetten moet invoeren om het doelbedrag te halen. Het Hof stelt echter dat de verantwoordelijkheid voor eventuele toekomstige wetgeving volledig bij de staat ligt; de autofabrikant kan hiervoor niet als "stoorveroorzaker" (Störer) aansprakelijk worden gehouden.
  • De drempel voor individuele klimaatschade ligt zeer hoog: Verwijzend naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, oordeelt het Hof dat het onvoldoende is om een algemene vrees voor klimaatverandering te uiten. Burgers kunnen alleen individuele bescherming eisen als zij in uitzonderlijke gevallen aantonen dat zij met grote intensiteit aan de schadelijke gevolgen worden blootgesteld en dringend bescherming behoeven.
  • Eisen rond klimaatneutraliteit zijn vaak juridisch te vaag: De bredere eisen van de activisten, zoals het vorderen dat het bedrijf "netto-klimaatneutraliteit tegen 2045" bereikt, werden onontvankelijk verklaard. Dergelijke doelstellingen zijn volgens het Hof afhankelijk van ontelbare, onvoorspelbare globale factoren en bieden daardoor geen ondubbelzinnig, afdwingbaar houvast voor een rechterlijk vonnis.

dinsdag 28 april 2026

Bewindvoering

 𝗞𝗼𝗿𝘁𝗲 𝘃𝗶𝗱𝗲𝗼’𝘀 𝗺𝗮𝗸𝗲𝗻 𝗯𝗲𝘄𝗶𝗻𝗱𝘃𝗼𝗲𝗿𝗶𝗻𝗴 𝗯𝗲𝗴𝗿𝗶𝗷𝗽𝗲𝗹𝗶𝗷𝗸


Bewindvoering is voor veel mensen nog een complex begrip. In een nieuwe reeks korte video’s wordt stap voor stap duidelijk uitgelegd wat het precies inhoudt. Van de aanstelling van een bewindvoerder tot de afronding van het bewind: alle belangrijke fases komen overzichtelijk aan bod.

Duidelijke uitleg voor iedereen
Bewindvoering blijft voor veel mensen een complex en soms verwarrend begrip. Het is dan ook logisch dat er heel wat vragen leven. Wie ermee in aanraking komt, weet vaak niet goed wat te verwachten: hoe verloopt de aanvraagprocedure? Wat gebeurt er tijdens een hoorzitting? Wat houdt een administratief dossier precies in? En wat zijn ‘machtigingen’?

De video’s op de website van de hoven en rechtbanken bieden hier een antwoord op. Ze geven op een toegankelijke manier uitleg en zorgen ervoor dat alle betrokkenen goed geïnformeerd zijn.

https://www.rechtbanken-tribunaux.be/nl/videos/bewindvoering

Mag u zomaar een concert filmen en verspreiden op sociale media?

 𝗠𝗮𝗴 𝘂 𝘇𝗼𝗺𝗮𝗮𝗿 𝗲𝗲𝗻 𝗰𝗼𝗻𝗰𝗲𝗿𝘁 𝗳𝗶𝗹𝗺𝗲𝗻 𝗲𝗻 𝘃𝗲𝗿𝘀𝗽𝗿𝗲𝗶𝗱𝗲𝗻 𝗼𝗽 𝘀𝗼𝗰𝗶𝗮𝗹𝗲 𝗺𝗲𝗱𝗶𝗮?


𝗘𝗲𝗻 𝗼𝘃𝗲𝗿𝘇𝗶𝗰𝗵𝘁 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝘄𝗲𝘁𝗴𝗲𝘃𝗶𝗻𝗴.





U zal de beelden op sociale media allicht gezien hebben en ook bepaalde media doen er nogal luchtig over, maar wat zijn de gevolgen van verspreiding van beelden van een artiest zonder zijn toestemming.

De financiële gevolgen kunnen zeer hoog oplopen.


𝗜𝗸 𝗯𝗲𝗻 𝘇𝗲𝗸𝗲𝗿 𝗴𝗲𝗲𝗻 𝘀𝗽𝗲𝗰𝗶𝗮𝗹𝗶𝘀𝘁 𝘁𝗲𝗿𝘇𝗮𝗸𝗲, 𝗺𝗮𝗮𝗿 𝗯𝗲𝗸𝗶𝗷𝗸 𝗯𝗶𝗷𝘃𝗼𝗼𝗿𝗯𝗲𝗲𝗹𝗱 𝗱𝗲𝘇𝗲 𝗶𝗻𝗳𝗼 https://economie.fgov.be/nl/themas/intellectuele-eigendom/intellectuele-eigendomsrechten/auteursrecht-en-naburige/naburige-rechten-van-het/rechten-van-de-uitvoerende of laat u deskundig informeren.


❗ Het filmen en verspreiden van een concert op sociale media is in principe niet toegestaan zonder toestemming. ❗


In de Belgische wetgeving zijn er m.i. drie juridische kaders van toepassing:


🎵 𝗡𝗮𝗯𝘂𝗿𝗶𝗴𝗲 𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁𝗲𝗻 𝗲𝗻 𝗮𝘂𝘁𝗲𝘂𝗿𝘀𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁:

Uitvoerende kunstenaars bezitten naburige rechten op hun live-optreden. Om een concert of een fragment daarvan op te nemen, is de uitdrukkelijke toestemming van de uitvoerende kunstenaar vereist. Daarnaast rusten er auteursrechten op de composities en teksten. Het verspreiden van een opname is een publieke mededeling waarvoor toestemming van de auteurs(s) vereist is.


📸 𝗣𝗼𝗿𝘁𝗿𝗲𝘁𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁:

Bij het duidelijk herkenbaar in beeld brengen van personen, zoals de artiest of toeschouwers, geldt het portretrecht. Voor gerichte beelden van een persoon of kleine groep is toestemming nodig voor zowel de opname als de verspreiding. Toestemming voor verspreiding op sociale media moet afzonderlijk worden gevraagd. Voor sfeerbeelden van een menigte is er geen individuele toestemming vereist.


🛡️ 𝗚𝗗𝗣𝗥 (𝗔𝗩𝗚):

Beelden van herkenbare personen worden beschouwd als persoonsgegevens. Verspreiding op sociale media vereist een geldige rechtsgrond, wat doorgaans toestemming inhoudt.


✅ 𝗪𝗮𝗻𝗻𝗲𝗲𝗿 𝗶𝘀 𝗵𝗲𝘁 𝘄𝗲𝗹 𝘁𝗼𝗲𝗴𝗲𝘀𝘁𝗮𝗮𝗻?

Opnames zijn m.i. toegelaten voor strikt privégebruik (zonder verspreiding), bij sfeerbeelden van een menigte zonder gerichte personen, of wanneer de artiest expliciete toestemming verleent.


⚠️ 𝗦𝗮𝗻𝗰𝘁𝗶𝗲𝘀 𝗲𝗻 𝗴𝗲𝘃𝗼𝗹𝗴𝗲𝗻:

Het verspreiden van beelden zonder toestemming kan leiden tot een rechterlijk bevel tot verwijdering, schadevergoedingen en sancties onder de GDPR. 


❗ Bezin eer je begint en ouders, u bent verantwoordelijk voor uw minderjarige kinderen! ❗