Printvriendelijk afdrukken

vrijdag 12 juni 2026

Wet wegverkeer 25 mei 2026 - AI

Bron

Wet en voorbereidende werkzaamheden downloaden: afzonderlijk en gebundeld

Podcast

Invoering in het Nieuwe Strafwetboek (Art. 1 t.e.m. 3)

  • Art. 1 & 2: Formele bepalingen en de opheffing van enkele verouderde artikelen.
  • Art. 3: Dit artikel regelt de overgang naar het nieuwe Strafwetboek. Het bepaalt welke algemene strafrechtelijke regels (zoals samenloop van misdrijven) wel of niet van toepassing zijn op verkeersovertredingen.

Nieuwe definities (Art. 4 t.e.m. 6)

  • Art. 4 & 6: Formele wijzigingen van hoofdstuktitel en opheffing van een oud artikel.
  • Art. 5 (Definitie motorvoertuig): Dit is een zeer belangrijke toevoeging. Voor het eerst definieert de wet een "motorvoertuig" expliciet als voertuigen waarvoor een rijbewijs vereist is, aangevuld met bromfietsen klasse A (tot 25 km/u). Hierdoor vallen elektrische steps en gewone e-bikes officieel buiten deze definitie.

Hervorming van de straffen en boetes (Art. 7 t.e.m. 18)

Deze artikelen vervangen de oude boetebedragen door de nieuwe "strafniveaus" (niveau 1, 2 en 3) uit het nieuwe Strafwetboek, hoewel de wet voor verkeersinbreuken specifieke boetevorken blijft behouden.

  • Art. 7 & 8: Koppelt de verschillende graden van verkeersovertredingen en snelheidsovertredingen aan een straf van niveau 1, met boetes variërend van 80 tot 4000 euro, afhankelijk van de inbreuk. Artikel 8 pakt radarverklikkers aan met boetes tot 8000 euro (en verdubbeling bij herhaling).
  • Art. 9: Verhoogt de straffen (tot niveau 2 of 3 bij herhaling) voor bedrijven of personen die weigeren mee te delen wie er met een voertuig reed op het moment van een overtreding.
  • Art. 10 t.e.m. 12: Verstrengt de straffen voor het rijden tijdens een rijverbod of schorsing (strafniveau 2, boetes tot 16.000 euro) en voor het uitlenen van een voertuig aan iemand zonder rijbewijs.
  • Art. 13 (Vluchtmisdrijf): De straffen voor vluchtmisdrijf worden fors verstrengd indien er sprake is van gewonden ("integriteitsaantasting") of doden. In dat geval geldt een straf van niveau 2 of 3, met boetes tot 40.000 euro en een verplicht rijverbod van minstens 3 maanden tot levenslang.
  • Art. 14 t.e.m. 18: Actualiseert de straffen voor het rijden zonder verzekering of keuring, en verstrengt de straffen voor recidive en het manipuleren van een alcoholslot (nu een straf van niveau 2).

Rijden onder invloed & Ketamine (Art. 19, 35, 36, 39 & 40)

  • Art. 19: Voegt ketamine expliciet toe aan de lijst van verboden drugs in het verkeer. Ook het opzettelijk weigeren van een test wordt zwaarder bestraft (strafniveau 1, boete tot 16.000 euro).
  • Art. 35 (12 uur rijverbod): Dit artikel voert een zeer streng en uniform beleid in: het tijdelijk rijverbod na betrapping op alcohol of drugs wordt standaard vastgelegd op 12 uur (voorheen was dit vaak 6 uur of afhankelijk van de afbraaktijd). Ook de referentiewaarde in de wettekst wordt verlaagd van 0,35 naar 0,22 milligram.
  • Art. 36, 39 & 40: Bepalen de exacte wettelijke grenswaarden voor ketamine in het speeksel (25 ng/ml) en bloed (25 ng/ml) en stellen dat deze analyses bewijskracht hebben tot het tegendeel bewezen is.

Uitbreiding verval van het recht tot sturen (Art. 20 t.e.m. 30)

  • Art. 24 (Uitbreiding rijverbod): Dit beantwoordt direct aan uw vraag. De rechter kan voortaan een rijverbod ("verval van het recht tot sturen") uitbreiden naar andere voertuigen die geen motorvoertuig zijn, zoals elektrische steps of e-bikes. De rechter moet dit wel uitdrukkelijk motiveren. Voertuigen voor mensen met een beperkte mobiliteit (die slechts stapvoets rijden) zijn hiervan uitgesloten.
  • Art. 25 t.e.m. 27: Verzwaart de straffen (niveau 2 of 3) voor wie toch rijdt terwijl hij een verval van het recht tot sturen heeft gekregen, of wie zijn voertuig toevertrouwt aan iemand met een rijverbod.
  • Art. 28 t.e.m. 30: Regelt de specifieke verbeurdverklaring van voertuigen in het verkeersrecht en bestraft het stiekem gebruiken van een geïmmobiliseerd (geblokkeerd) voertuig.

De Beginnende Bestuurder (Art. 31 & 32)

  • Art. 31: Breidt het toepassingsgebied van de beginnende bestuurder uit. Voortaan vallen ook houders van een voorlopig rijbewijs expliciet onder het strenge regime van de beginnende bestuurder. Dit betekent dat zij bij zware overtredingen veel sneller een verplicht rijverbod krijgen en opnieuw examens moeten afleggen. Ook begeleiders van leerling-bestuurders worden in de tekst verduidelijkt.
  • Art. 32: Bepaalt de sancties voor overtredingen rond deze voorwaarden.

Procedurele wijzigingen: Termijnen, Proces-Verbaal en Verjaring (Art. 33 t.e.m. 34, 37, 38 & 41 t.e.m. 44)

  • Art. 33 & 34: Bepaalt de nieuwe, strikte procedures en termijnen (binnen 15 dagen) om via de politierechtbank in beroep te gaan tegen de immobilisering van een voertuig.
  • Art. 37 & 44 (Verlenging termijn PV): De termijn waarbinnen de politie het proces-verbaal naar de overtreder moet sturen, wordt opgetrokken van 14 naar 30 dagen. Dit verkleint de kans voor overtreders om procedurefouten in te roepen drastisch.
  • Art. 42 (Uniforme Verjaring): De verjaringstermijn voor alle verkeersinbreuken wordt geharmoniseerd op drie jaar. Ook minder zware inbreuken blijven hierdoor veel langer vervolgbaar.
  • Art. 38, 41 & 43: Brengen technische tekstuele correcties aan in diverse artikelen ter afstemming met het nieuwe strafrecht.

Inwerkingtreding (Art. 45)

  • Art. 45: De inwerkingtreding verloopt in fases. Een groot deel (waaronder de definitie van motorvoertuigen, het rijverbod voor e-steps, het 12-uur rijverbod, de PV-termijn van 30 dagen en de verjaringstermijn van 3 jaar) is reeds in werking getreden op 1 juli 2026. De rest van de artikelen volgt tegelijk met de invoering van het nieuwe Strafwetboek of op een door de Koning te bepalen datum.

zondag 24 mei 2026

Uitspraak Bundesgericht inzake klimaatbeleid

Bron

AI

🚗 𝗕𝘂𝗻𝗱𝗲𝘀𝗴𝗲𝗿𝗶𝗰𝗵𝘁𝘀𝗵𝗼𝗳 𝘄𝗶𝗷𝘀𝘁 𝗸𝗹𝗶𝗺𝗮𝗮𝘁𝗰𝗹𝗮𝗶𝗺 𝘁𝗲𝗴𝗲𝗻 𝗮𝘂𝘁𝗼𝗳𝗮𝗯𝗿𝗶𝗸𝗮𝗻𝘁 𝗮𝗳: 𝗴𝗲𝗲𝗻 𝘃𝗲𝗿𝗯𝗼𝗱 𝗼𝗽 𝘃𝗲𝗿𝗯𝗿𝗮𝗻𝗱𝗶𝗻𝗴𝘀𝗺𝗼𝘁𝗼𝗿𝗲𝗻

📖 𝗙𝗲𝗶𝘁𝗲𝗻 🌍 Directeuren van een milieu- en consumentenorganisatie spanden een rechtszaak aan tegen een wereldwijd opererende Duitse autofabrikant. 🛑 Zij eisten een verbod op het in de handel brengen van nieuwe personenauto's met een verbrandingsmotor na 31 oktober 2030, tenzij kon worden gegarandeerd dat deze klimaatneutraal waren. 📉 De eisers stelden dat de CO2-uitstoot van deze auto's het resterende nationale emissiebudget te snel zou opgebruiken. ⚖️ Volgens hen zou dit de overheid in de toekomst dwingen tot ingrijpende en radicale vrijheidsbeperkende klimaatmaatregelen, wat een onrechtmatige inbreuk zou vormen op hun algemeen persoonlijkheidsrecht en toekomstige vrijheden.

📜 𝗣𝗿𝗶𝗻𝗰𝗶𝗽𝗲𝘀 🏛️ Het Duitse Bundesgerichtshof oordeelt zeer duidelijk: het klimaatgerelateerde gedrag van individuele bedrijven en consumenten is niet onderworpen aan harde, afdwingbare eigen CO2-budgetten. 📊 Hoewel de overheid nationale klimaatdoelen en budgetten heeft vastgesteld ter uitvoering van het Akkoord van Parijs, zijn deze niet wettelijk doorvertaald naar specifieke, dwingende quota voor individuele ondernemingen of sectoren. 🛡️ De betrokken autofabrikant houdt zich bovendien strikt aan alle huidige wettelijke en Europese voorschriften inzake uitstoot. ⚖️ De rechtbank benadrukt dat het de exclusieve taak van de democratische wetgever is om de complexe afweging te maken tussen klimaatbescherming enerzijds en andere economische, sociale en maatschappelijke belangen anderzijds. 🧑‍⚖️ Het is absoluut niet aan de burgerlijke rechter om op basis van open grondwetsartikelen concrete, kwantificeerbare reductieverplichtingen op te leggen aan private partijen in een civiele procedure.

𝗕𝗲𝘀𝗹𝘂𝗶𝘁 📉 De eis van de milieuorganisatie wordt volledig afgewezen en de eisers dragen de kosten van het geding in cassatie. 🚗 De autofabrikant kan juridisch gezien niet als "verstoorder" (Störer) aansprakelijk worden gesteld voor toekomstige, nog uit te vaardigen wetgeving van de staat. 🛑 Zolang het bedrijf de geldende (Europese) milieunormen respecteert en er geen individueel bindend CO2-budget is overschreden, is er geen sprake van een inbreuk op de grondrechten van de burgers.

-----

Milieuactivisten en andere belangenorganisaties zullen dit arrest van het Duitse Bundesgerichtshof om meerdere fundamentele redenen als een zware teleurstelling beschouwen:

  • Geen bindende CO2-budgetten voor individuele bedrijven: Het Hof oordeelt dat algemene, nationale klimaatdoelstellingen niet juridisch kunnen worden doorvertaald naar harde, afdwingbare emissiebudgetten voor afzonderlijke ondernemingen of sectoren. Hierdoor kunnen activisten niet langer beargumenteren dat één specifiek bedrijf een te groot deel van het "restbudget" opgebruikt om zo via de rechter klimaatmaatregelen af te dwingen.
  • Klimaatbeleid is de exclusieve taak van de politiek, niet van de rechter: De rechtbank benadrukt sterk dat de complexe afweging tussen klimaatbescherming enerzijds en economische, sociale en maatschappelijke belangen anderzijds uitsluitend toekomt aan de democratische wetgever. Het is niet de rol van civiele rechtbanken om op basis van open grondwetsartikelen concrete, kwantificeerbare reductieverplichtingen op te leggen aan private partijen.
  • Naleving van bestaande wetgeving is een afdoende verweer: De betreffende autofabrikant houdt zich strikt aan de geldende Europese normen inzake uitstoot. Het Hof oordeelt dat een civiele rechter deze bedrijven niet kan verplichten om sneller te stoppen met verbrandingsmotoren dan wettelijk is voorgeschreven, omdat dit de expliciete beleidskeuzes van de Europese wetgever zou ondergraven.
  • Geen bedrijfsaansprakelijkheid voor toekomstige overheidsingrepen: De activisten betoogden dat het gedrag van de autofabrikant ertoe leidt dat de overheid in de toekomst radicale en vrijheidsbeperkende klimaatwetten moet invoeren om het doelbedrag te halen. Het Hof stelt echter dat de verantwoordelijkheid voor eventuele toekomstige wetgeving volledig bij de staat ligt; de autofabrikant kan hiervoor niet als "stoorveroorzaker" (Störer) aansprakelijk worden gehouden.
  • De drempel voor individuele klimaatschade ligt zeer hoog: Verwijzend naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, oordeelt het Hof dat het onvoldoende is om een algemene vrees voor klimaatverandering te uiten. Burgers kunnen alleen individuele bescherming eisen als zij in uitzonderlijke gevallen aantonen dat zij met grote intensiteit aan de schadelijke gevolgen worden blootgesteld en dringend bescherming behoeven.
  • Eisen rond klimaatneutraliteit zijn vaak juridisch te vaag: De bredere eisen van de activisten, zoals het vorderen dat het bedrijf "netto-klimaatneutraliteit tegen 2045" bereikt, werden onontvankelijk verklaard. Dergelijke doelstellingen zijn volgens het Hof afhankelijk van ontelbare, onvoorspelbare globale factoren en bieden daardoor geen ondubbelzinnig, afdwingbaar houvast voor een rechterlijk vonnis.

dinsdag 28 april 2026

Bewindvoering

 𝗞𝗼𝗿𝘁𝗲 𝘃𝗶𝗱𝗲𝗼’𝘀 𝗺𝗮𝗸𝗲𝗻 𝗯𝗲𝘄𝗶𝗻𝗱𝘃𝗼𝗲𝗿𝗶𝗻𝗴 𝗯𝗲𝗴𝗿𝗶𝗷𝗽𝗲𝗹𝗶𝗷𝗸


Bewindvoering is voor veel mensen nog een complex begrip. In een nieuwe reeks korte video’s wordt stap voor stap duidelijk uitgelegd wat het precies inhoudt. Van de aanstelling van een bewindvoerder tot de afronding van het bewind: alle belangrijke fases komen overzichtelijk aan bod.

Duidelijke uitleg voor iedereen
Bewindvoering blijft voor veel mensen een complex en soms verwarrend begrip. Het is dan ook logisch dat er heel wat vragen leven. Wie ermee in aanraking komt, weet vaak niet goed wat te verwachten: hoe verloopt de aanvraagprocedure? Wat gebeurt er tijdens een hoorzitting? Wat houdt een administratief dossier precies in? En wat zijn ‘machtigingen’?

De video’s op de website van de hoven en rechtbanken bieden hier een antwoord op. Ze geven op een toegankelijke manier uitleg en zorgen ervoor dat alle betrokkenen goed geïnformeerd zijn.

https://www.rechtbanken-tribunaux.be/nl/videos/bewindvoering

Mag u zomaar een concert filmen en verspreiden op sociale media?

 𝗠𝗮𝗴 𝘂 𝘇𝗼𝗺𝗮𝗮𝗿 𝗲𝗲𝗻 𝗰𝗼𝗻𝗰𝗲𝗿𝘁 𝗳𝗶𝗹𝗺𝗲𝗻 𝗲𝗻 𝘃𝗲𝗿𝘀𝗽𝗿𝗲𝗶𝗱𝗲𝗻 𝗼𝗽 𝘀𝗼𝗰𝗶𝗮𝗹𝗲 𝗺𝗲𝗱𝗶𝗮?


𝗘𝗲𝗻 𝗼𝘃𝗲𝗿𝘇𝗶𝗰𝗵𝘁 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝘄𝗲𝘁𝗴𝗲𝘃𝗶𝗻𝗴.





U zal de beelden op sociale media allicht gezien hebben en ook bepaalde media doen er nogal luchtig over, maar wat zijn de gevolgen van verspreiding van beelden van een artiest zonder zijn toestemming.

De financiële gevolgen kunnen zeer hoog oplopen.


𝗜𝗸 𝗯𝗲𝗻 𝘇𝗲𝗸𝗲𝗿 𝗴𝗲𝗲𝗻 𝘀𝗽𝗲𝗰𝗶𝗮𝗹𝗶𝘀𝘁 𝘁𝗲𝗿𝘇𝗮𝗸𝗲, 𝗺𝗮𝗮𝗿 𝗯𝗲𝗸𝗶𝗷𝗸 𝗯𝗶𝗷𝘃𝗼𝗼𝗿𝗯𝗲𝗲𝗹𝗱 𝗱𝗲𝘇𝗲 𝗶𝗻𝗳𝗼 https://economie.fgov.be/nl/themas/intellectuele-eigendom/intellectuele-eigendomsrechten/auteursrecht-en-naburige/naburige-rechten-van-het/rechten-van-de-uitvoerende of laat u deskundig informeren.


❗ Het filmen en verspreiden van een concert op sociale media is in principe niet toegestaan zonder toestemming. ❗


In de Belgische wetgeving zijn er m.i. drie juridische kaders van toepassing:


🎵 𝗡𝗮𝗯𝘂𝗿𝗶𝗴𝗲 𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁𝗲𝗻 𝗲𝗻 𝗮𝘂𝘁𝗲𝘂𝗿𝘀𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁:

Uitvoerende kunstenaars bezitten naburige rechten op hun live-optreden. Om een concert of een fragment daarvan op te nemen, is de uitdrukkelijke toestemming van de uitvoerende kunstenaar vereist. Daarnaast rusten er auteursrechten op de composities en teksten. Het verspreiden van een opname is een publieke mededeling waarvoor toestemming van de auteurs(s) vereist is.


📸 𝗣𝗼𝗿𝘁𝗿𝗲𝘁𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁:

Bij het duidelijk herkenbaar in beeld brengen van personen, zoals de artiest of toeschouwers, geldt het portretrecht. Voor gerichte beelden van een persoon of kleine groep is toestemming nodig voor zowel de opname als de verspreiding. Toestemming voor verspreiding op sociale media moet afzonderlijk worden gevraagd. Voor sfeerbeelden van een menigte is er geen individuele toestemming vereist.


🛡️ 𝗚𝗗𝗣𝗥 (𝗔𝗩𝗚):

Beelden van herkenbare personen worden beschouwd als persoonsgegevens. Verspreiding op sociale media vereist een geldige rechtsgrond, wat doorgaans toestemming inhoudt.


✅ 𝗪𝗮𝗻𝗻𝗲𝗲𝗿 𝗶𝘀 𝗵𝗲𝘁 𝘄𝗲𝗹 𝘁𝗼𝗲𝗴𝗲𝘀𝘁𝗮𝗮𝗻?

Opnames zijn m.i. toegelaten voor strikt privégebruik (zonder verspreiding), bij sfeerbeelden van een menigte zonder gerichte personen, of wanneer de artiest expliciete toestemming verleent.


⚠️ 𝗦𝗮𝗻𝗰𝘁𝗶𝗲𝘀 𝗲𝗻 𝗴𝗲𝘃𝗼𝗹𝗴𝗲𝗻:

Het verspreiden van beelden zonder toestemming kan leiden tot een rechterlijk bevel tot verwijdering, schadevergoedingen en sancties onder de GDPR. 


❗ Bezin eer je begint en ouders, u bent verantwoordelijk voor uw minderjarige kinderen! ❗

zaterdag 25 april 2026

Beslag onder derden - artikel 1539 Gerechtelijk Wetboek

Gerechtelijk Wetboek - zie onder meer artikel 1593

Wat is beslag onder derden? Beslag onder derden betekent dat u beslag laat leggen op geld dat een ander bedrijf of een particulier (de 'derde') nog moet betalen aan degene die u geld schuldig is (uw schuldenaar).





  • Bij een bank: U legt beslag op de bankrekeningen van uw schuldenaar. De bank is hier de 'derde'.
  • Bij klanten: U weet wie de grote klanten van uw schuldenaar zijn, en u legt beslag op het geld dat zij nog aan uw schuldenaar moeten betalen.
  • Bij u als bedrijf: Een schuldeiser van uw leverancier legt beslag bij ú, op het geld dat u nog aan uw leverancier moest betalen voor geleverde diensten of goederen.

Hoe moet dit gebeuren? Dit proces verloopt altijd via een gerechtsdeurwaarder. Als u nog geen definitieve uitspraak van een rechter heeft (bewarend beslag), kunt u op twee manieren te werk gaan:

  1. U vraagt via een advocaat toestemming (een machtiging) aan de beslagrechter.
  2. Een veel eenvoudiger alternatief: U geeft uw bewijsstukken, zoals openstaande facturen of ingebrekestellingen, direct aan de gerechtsdeurwaarder. De deurwaarder kan hiermee beslag leggen zonder dat de rechter daarvoor vooraf toestemming hoeft te geven. U moet wel rekening houden met ongeveer € 500 aan gerechtsdeurwaarderskosten die u moet voorschieten.

Wat zijn de gevolgen? De gevolgen hangen af van het soort beslag:

  • Bij bewarend beslag (om geld veilig te stellen): De derde partij mag het geld absoluut niet meer uit handen geven aan de schuldenaar. U moet zelfs het volledige bedrag dat u nog verschuldigd was inhouden, ook als de schuld waarvoor beslag is gelegd veel lager is.
  • Bij uitvoerend beslag (als er al een vonnis is): De derde partij moet het geld afgeven aan de gerechtsdeurwaarder. De deurwaarder zal dit geld vervolgens netjes verdelen onder de schuldeisers.
  • Tegenreactie: De schuldenaar kan via de beslagrechter verzet aantekenen en zelfs een schadevergoeding eisen als het beslag onterecht of een misbruik is.
  • Faillissement: Let op: als uw klant na het bewarend beslag failliet gaat, krijgt u geen voorrang op de in beslag genomen bedragen (met uitzondering van de gemaakte beslagkosten).

Wat zijn de sancties (als er bij ú beslag wordt gelegd)? Als iemand beslag onder derden bij u legt (bijvoorbeeld vanwege de schulden van uw leverancier), heeft u strenge verplichtingen. Komt u deze niet na, dan zijn de sancties zeer zwaar:

  • Verplichte verklaring: U moet binnen 15 dagen na kennisgeving via een aangetekende brief een 'verklaring van derde-beslagene' naar de deurwaarder sturen. Hierin moet u precies zetten of, en hoeveel, u nog aan de leverancier verschuldigd bent. Zelfs als u niets meer moet betalen, bent u verplicht deze verklaring op te sturen.
  • De sanctie: Als u deze verklaring niet binnen de tijd opstuurt, of onnauwkeurig invult, kunt u persoonlijk veroordeeld worden om de volledige schuld van uw leverancier te betalen. Dit geldt zelfs als u die leverancier helemaal niets (meer) schuldig was, of als de schulden van uw leverancier veel groter zijn dan wat u hem moest betalen. Omdat de gevolgen zo groot zijn, is het sterk aangeraden om voor deze verklaring een jurist of advocaat in te schakelen.

 

donderdag 9 april 2026

Uitspraak EHRM - AFFAIRE M.V. ET AUTRES c. BELGIQUE (AI)

Bron

Het arrest M.V. en anderen tegen België van 9 april 2026.

📋 De Feiten: Wat is er precies gebeurd?

In 2021 en 2022 kwamen vier mannen (uit Angola, Guinee, China en Kameroen) in België aan en vroegen zij asiel ("internationale bescherming") aan. Volgens de wet hadden zij direct recht op opvang (zoals een bed, eten en sanitair), maar door de verzadiging van het Belgische opvangnetwerk kregen zij dit niet. Daardoor moesten deze mannen 111 tot zelfs 338 dagen overleven in de straten van Brussel, waar ze sliepen op karton, in de kou, zonder enige hulp van de overheid.

De mannen lieten het er niet bij zitten en stapten naar de Brusselse arbeidsrechtbank. De Belgische rechter gaf hen gelijk en beval de overheid (Fedasil) om hen onmiddellijk op te vangen. Om druk te zetten, legde de rechter dwangsommen (boetes) op voor elke nacht dat ze nog op straat moesten slapen. De Belgische overheid negeerde deze definitieve vonnissen echter volkomen en weigerde ook de dwangsommen te betalen.

Ten einde raad stapten de asielzoekers naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Dit Hof legde België onmiddellijk bindende "voorlopige maatregelen" (noodbevelen) op om de mannen direct van de straat te halen. Zelfs na deze zware Europese noodbevelen liet België de mannen nog eens 21, 64, 107 en in één geval zelfs 261 dagen wachten op een opvangplaats.

🛡️ De Verweermiddelen: Wat was het excuus van de Belgische staat?

De Belgische overheid probeerde zich voor het Europees Hof op verschillende manieren te verdedigen:

  1. Verkeerde procedure: De overheid vond dat de asielzoekers niet naar het EHRM mochten stappen, omdat ze eerst in België een schadevergoeding hadden moeten eisen via de burgerlijke rechtbank.
  2. Niet "onmenselijk" genoeg: De overheid beweerde dat het leven op straat niet ernstig genoeg was om van "onmenselijke of vernederende behandeling" te spreken. Volgens België hadden de mannen maar hulp moeten vragen bij door de staat gesubsidieerde liefdadigheidsinstellingen en vzw's.
  3. Overmacht en geen kwade wil: De overheid ontkende dat ze de rechters bewust negeerde. Men schoof de schuld op "materiële onmogelijkheid" door een samenloop van crisissen: een enorme stijging van het aantal asielzoekers, Oekraïense vluchtelingen, een tekort aan personeel en gebrek aan beschikbare gebouwen.

⚖️ De Principes: Hoe keek het Europees Hof hiernaar?

Het EHRM veegde de argumenten van de Belgische staat van tafel op basis van drie fundamentele principes uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM):

  • Artikel 3 (Verbod op onmenselijke behandeling): Het Hof stelt dat het recht op menselijke waardigheid absoluut is. Een migratiecrisis of gebrek aan capaciteit is géén geldig excuus om mensen op straat te laten verkommeren. Dat liefdadigheidsinstellingen misschien een maaltijd gaven, ontslaat de staat niet van zijn wettelijke plicht om voor basisopvang te zorgen.
  • Artikel 6 (Recht op een eerlijk proces & naleving van vonnissen): Als een rechter oordeelt dat de staat iets moet doen, dan móét de staat dat doen. Het Hof oordeelde dat wachttijden van maanden onredelijk zijn, zeker omdat de staat ook weigerde de dwangsommen te betalen die door de Belgische rechters waren opgelegd.
  • Artikel 34 (Naleving van Europese noodbevelen): Als het EHRM een noodbevel uitvaardigt (om onherstelbare schade te voorkomen), moet een land hier onmiddellijk gehoor aan geven. Tientallen tot honderden dagen wachten is een duidelijke schending, ongeacht de crisissituatie.

🔥 Waar het EHRM België "de pan uitveegt"

Het Hof spaarde zijn kritiek op de Belgische overheid niet en gebruikte ongewoon harde juridische taal om de ernst van de situatie te benadrukken. Hier zijn de hardste oordelen:

  1. Over het gebrek aan respect voor de menselijkheid: Het Hof stelt dat het de schuld is van de Belgische autoriteiten dat deze mannen maandenlang, zelfs in de winter, zonder middelen of sanitair op straat leefden. Het Hof oordeelt keihard dat de mannen “slachtoffer zijn geweest van een vernederende behandeling die getuigt van een gebrek aan respect voor hun waardigheid ("témoignant d'un manque de respect pour leur dignité").
  2. Over het structureel negeren van Belgische rechters: Het Hof wijst op het systematisch falen van de Belgische autoriteiten om definitieve rechterlijke beslissingen uit te voeren” ("carence systémique des autorités belges").
  3. De absolute veroordeling van het overheidsbeleid (de hardste klap): Het EHRM herinnert België eraan dat het consequent negeren van de wet en het niet opvolgen van rechterlijke bevelen de fundamenten van onze samenleving aantast. Het Hof stelt onomwonden: “een dergelijke praktijk is onverenigbaar met het principe van de rechtsstaat dat aan het hele systeem van het Verdrag ten grondslag ligt” ("une telle pratique est incompatible avec le principe de l'État de droit qui sous-tend l'ensemble du système de la Convention"). In gewone mensentaal zegt het Hof hier: "Door uw eigen rechters te negeren, gedraagt de Belgische overheid zich als een staat waar het recht niet meer regeert."

✅ De Beslissing

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft unaniem beslist dat België schuldig is aan de schending van Artikel 3, Artikel 6 én Artikel 34 van het EVRM.

De Belgische staat is veroordeeld tot het betalen van een morele schadevergoeding (smartengeld) aan de vier mannen voor het leed dat zij hebben ondergaan. België moet binnen de drie maanden de volgende bedragen betalen:

  • Aan M.V.: € 5.070
  • Aan B.L.: € 8.450
  • Aan S.N.: € 12.350
  • Aan G.D.: € 6.000
Hoe bepaalt het EHRM de hoogte van de schadevergoedingen?

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) bepaalt de hoogte van een schadevergoeding op basis van artikel 41 van het EVRM, dat het Hof de mogelijkheid geeft om een "billijke tegemoetkoming" (satisfaction équitable) toe te kennen als het nationale recht de gevolgen van een schending onvoldoende kan herstellen. Het Hof hanteert hierbij verschillende criteria voor materiële en morele schade:

Materiële schade (aantoonbaar financieel verlies) Het EHRM kent alleen een vergoeding voor materiële schade toe als er een direct oorzakelijk verband is tussen de vastgestelde schending en de geclaimde financiële schade. In dit arrest hadden de verzoekers bijvoorbeeld een bedrag geëist dat gelijk was aan het Belgische leefloon voor de maanden dat zij op straat leefden, maar het Hof wees dit af omdat dit directe oorzakelijke verband ontbrak en zij volgens het nationale recht sowieso geen aanspraak konden maken op dit leefloon.

Morele schade (smartengeld voor aangedaan leed) Voor het bepalen van de hoogte van de morele schadevergoeding doet het Hof uitspraak naar billijkheid. Het Hof gebruikt geen vaste wiskundige formules, maar weegt de specifieke omstandigheden van het geval af. In dit arrest stelt het Hof uitdrukkelijk dat het rekening houdt met de volgende factoren om het bedrag te bepalen:

  • De aard en de ernst van de schendingen van de rechten van de verzoekers.
  • Het psychologische en fysieke lijden dat deze schendingen bij hen hebben veroorzaakt.
  • De duur van de situatie van ontbering waarin de verzoekers hebben moeten leven.

Op basis van deze concrete afweging naar billijkheid (waarbij met name de wachttijd op straat per individu verschilde), kende het Hof in deze zaak uiteenlopende bedragen voor morele schade toe aan de vier verzoekers, variërend van €5.070 tot €12.350.