Het arrest M.V. en anderen tegen België van 9 april 2026.
📋 De Feiten: Wat is er precies gebeurd?
In 2021 en 2022 kwamen vier mannen (uit Angola, Guinee, China en Kameroen) in België aan en vroegen zij asiel ("internationale bescherming") aan. Volgens de wet hadden zij direct recht op opvang (zoals een bed, eten en sanitair), maar door de verzadiging van het Belgische opvangnetwerk kregen zij dit niet. Daardoor moesten deze mannen 111 tot zelfs 338 dagen overleven in de straten van Brussel, waar ze sliepen op karton, in de kou, zonder enige hulp van de overheid.
De mannen lieten het er niet bij zitten en stapten naar de Brusselse arbeidsrechtbank. De Belgische rechter gaf hen gelijk en beval de overheid (Fedasil) om hen onmiddellijk op te vangen. Om druk te zetten, legde de rechter dwangsommen (boetes) op voor elke nacht dat ze nog op straat moesten slapen. De Belgische overheid negeerde deze definitieve vonnissen echter volkomen en weigerde ook de dwangsommen te betalen.
Ten einde raad stapten de asielzoekers naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Dit Hof legde België onmiddellijk bindende "voorlopige maatregelen" (noodbevelen) op om de mannen direct van de straat te halen. Zelfs na deze zware Europese noodbevelen liet België de mannen nog eens 21, 64, 107 en in één geval zelfs 261 dagen wachten op een opvangplaats.
🛡️ De Verweermiddelen: Wat was het excuus van de Belgische staat?
De Belgische overheid probeerde zich voor het Europees Hof op verschillende manieren te verdedigen:
- Verkeerde procedure: De overheid vond dat de asielzoekers niet naar het EHRM mochten stappen, omdat ze eerst in België een schadevergoeding hadden moeten eisen via de burgerlijke rechtbank.
- Niet "onmenselijk" genoeg: De overheid beweerde dat het leven op straat niet ernstig genoeg was om van "onmenselijke of vernederende behandeling" te spreken. Volgens België hadden de mannen maar hulp moeten vragen bij door de staat gesubsidieerde liefdadigheidsinstellingen en vzw's.
- Overmacht en geen kwade wil: De overheid ontkende dat ze de rechters bewust negeerde. Men schoof de schuld op "materiële onmogelijkheid" door een samenloop van crisissen: een enorme stijging van het aantal asielzoekers, Oekraïense vluchtelingen, een tekort aan personeel en gebrek aan beschikbare gebouwen.
⚖️ De Principes: Hoe keek het Europees Hof hiernaar?
Het EHRM veegde de argumenten van de Belgische staat van tafel op basis van drie fundamentele principes uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM):
- Artikel 3 (Verbod op onmenselijke behandeling): Het Hof stelt dat het recht op menselijke waardigheid absoluut is. Een migratiecrisis of gebrek aan capaciteit is géén geldig excuus om mensen op straat te laten verkommeren. Dat liefdadigheidsinstellingen misschien een maaltijd gaven, ontslaat de staat niet van zijn wettelijke plicht om voor basisopvang te zorgen.
- Artikel 6 (Recht op een eerlijk proces & naleving van vonnissen): Als een rechter oordeelt dat de staat iets moet doen, dan móét de staat dat doen. Het Hof oordeelde dat wachttijden van maanden onredelijk zijn, zeker omdat de staat ook weigerde de dwangsommen te betalen die door de Belgische rechters waren opgelegd.
- Artikel 34 (Naleving van Europese noodbevelen): Als het EHRM een noodbevel uitvaardigt (om onherstelbare schade te voorkomen), moet een land hier onmiddellijk gehoor aan geven. Tientallen tot honderden dagen wachten is een duidelijke schending, ongeacht de crisissituatie.
🔥 Waar het EHRM België "de pan uitveegt"
Het Hof spaarde zijn kritiek op de Belgische overheid niet en gebruikte ongewoon harde juridische taal om de ernst van de situatie te benadrukken. Hier zijn de hardste oordelen:
- Over het gebrek aan respect voor de menselijkheid: Het Hof stelt dat het de schuld is van de Belgische autoriteiten dat deze mannen maandenlang, zelfs in de winter, zonder middelen of sanitair op straat leefden. Het Hof oordeelt keihard dat de mannen “slachtoffer zijn geweest van een vernederende behandeling die getuigt van een gebrek aan respect voor hun waardigheid” ("témoignant d'un manque de respect pour leur dignité").
- Over het structureel negeren van Belgische rechters: Het Hof wijst op het “systematisch falen van de Belgische autoriteiten om definitieve rechterlijke beslissingen uit te voeren” ("carence systémique des autorités belges").
- De absolute veroordeling van het overheidsbeleid (de hardste klap): Het EHRM herinnert België eraan dat het consequent negeren van de wet en het niet opvolgen van rechterlijke bevelen de fundamenten van onze samenleving aantast. Het Hof stelt onomwonden: “een dergelijke praktijk is onverenigbaar met het principe van de rechtsstaat dat aan het hele systeem van het Verdrag ten grondslag ligt” ("une telle pratique est incompatible avec le principe de l'État de droit qui sous-tend l'ensemble du système de la Convention"). In gewone mensentaal zegt het Hof hier: "Door uw eigen rechters te negeren, gedraagt de Belgische overheid zich als een staat waar het recht niet meer regeert."
✅ De Beslissing
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft unaniem beslist dat België schuldig is aan de schending van Artikel 3, Artikel 6 én Artikel 34 van het EVRM.
De Belgische staat is veroordeeld tot het betalen van een morele schadevergoeding (smartengeld) aan de vier mannen voor het leed dat zij hebben ondergaan. België moet binnen de drie maanden de volgende bedragen betalen:
- Aan M.V.: € 5.070
- Aan B.L.: € 8.450
- Aan S.N.: € 12.350
- Aan G.D.: € 6.000