Wanneer mag de rechter een cruciale getuige weigeren? De les uit het EHRM-arrest Lacote t. België
Het recht van een beschuldigde om getuigen te ondervragen vormt een van de belangrijkste pijlers van een eerlijk strafproces. Maar wat gebeurt er wanneer een verdachte in een moordzaak uitdrukkelijk vraagt om sleutelgetuigen te horen, en de rechter dat verzoek afwijst? Vormt dat automatisch een schending van het recht op een eerlijk proces?
Op 10 september 2026 velde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) een belangrijk arrest in de zaak Lacote t. België (requête nr. 17596/23). Het Hof boog zich over de vraag of de Belgische assisenrechter het recht op een eerlijk proces (Artikel 6 EVRM) schond door te weigeren twee Britse getuigen te horen in een dramatische moordzaak uit 1996.
🔍 Het moordmysterie uit 1996: Oplichting, een 9mm-pistolet en verdwenen geld
De feiten in deze zaak lezen als een misdaadroman. Op 28 mei 1996 werd in België een gerechtelijk onderzoek geopend naar aanleiding van de moord op M.M., een Brits staatsburger waarvan het lichaam op 23 mei 1996 werd aangetroffen in De Haan (Le Coq).
Het slachtoffer was naar België gereisd om zaken te doen met de Fransman M. Lacote. Lacote hanteerde al jaren een vast patroon van oplichting: hij deed zich voor als directeur van fictieve investeringsmaatschappijen, gebruikte aliassen en zette zijn partner H.V.A. in om het vertrouwen van investeerders te winnen. M.M. had aanzienlijke sommen geld — waaronder £30.000 van zijn vriend P.J. en £210.000 van zijn zakenpartner J.M. — geleend om in het project met Lacote te steken. Toen M.M. doorkreeg dat hij was opgelicht, eiste hij op 23 mei 1996 dringend zijn geld terug.
Wat er die bewuste dag gebeurde, werd door het speurwerk nauwkeurig in kaart gebracht:
- Aankoop van het moordwapen: Diezelfde namiddag om 16:45 uur kocht Lacote op de luchthaven van Charleroi in alle haast een CZ 9mm-pistolet van een kennis. M.M. werd later geëxecuteerd met een kogel van exact datzelfde 9mm-caliber.
- Telefonische sporen: Uit gedetailleerde zendmast- en telefoniegegevens bleek dat M.M. die dag in Knokke op Lacote wachtte en tot 20:12 uur telefonisch contact met hem had. Om 20:12 uur bevond Lacote zich onder de zendmast van Zeebrugge (vlakbij Knokke) en om 21:58 uur doken zijn telefoonsignalen op in Oostende. Het slachtoffer werd in de tussentijd omgebracht in het nabijgelegen De Haan.
- Gedumpte spullen op het strand: De dag na de moord namen Lacote en H.V.A. de ferry naar de Isle of Wight. Twee dagen later spoelden de identiteits- en persoonsdocumenten van het slachtoffer aan op het strand van Lymington in het Verenigd Koninkrijk.
- Geldspoor: Met het geld dat M.M. bij de bank had opgenomen, werd de dag na zijn verdwijning contant 1.000.000 Belgische frank voorschot betaald voor een kasteel/woning in Houx (Yvoir) op naam van Lacotes partner.
🏃 24 jaar voortvluchtig en een nieuw proces op verzet
Na een korte periode van voorlopige hechtenis in 1996 werd Lacote vrijgelaten, waarna hij het Belgische grondgebied verliet. Hij vluchtte naar Zuid-Afrika, waar hij in 2008 zelfs uit de gevangenis wist te ontsnappen. In 2011 werd hij door het hof van assisen in Brugge bij verstek veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.
Pas in november 2019 werd Lacote gearresteerd in Abidjan (Ivoorkust) en begin 2020 overgeleverd aan België. Hij tekende verzet aan tegen zijn veroordeling bij verstek, wat leidde tot een volledig nieuw assisenproces in Brugge.
Tijdens de voorbereiding van dit nieuwe proces verzocht de raadsman van Lacote om 29 getuigen op te roepen, waaronder P.J. en J.M. — de twee Britse geldschieters die tijdens het opsporingsonderzoek in 1998 in Engeland waren verhoord over de financiële transacties met het slachtoffer.
De voorzitter van het hof van assisen liet 20 getuigen toe, maar weigerde de overige 9 getuigen (waaronder P.J. en J.M.). De voorzitter formuleerde die weigering met de standaardformule uit het Wetboek van Strafvordering: dat hun getuigenis "manifest niet kon bijdragen tot de waarheidsvinding".
Op 16 maart 2021 verklaarde de jury van het hof van assisen Lacote opnieuw schuldig aan moord en veroordeelde hem tot 30 jaar opsluiting. Nadat het Hof van Cassatie zijn beroep verwerpt, stapt Lacote naar het EHRM in Straatsburg. Hij stelt dat het niet-horen van P.J. en J.M. zijn recht om getuigen te ondervragen (Artikel 6 § 3 d EVRM) fundamenteel heeft geschonden.
⚖️ De juridische toets van het EHRM: De driestapstest
Wanneer de verdediging klaagt over afwezige of geweigerde getuigen, past het EHRM de gevestigde Al-Khawaja en Schatschaschwili-driestapstest toe:
- Was er een gegronde reden voor de niet-verschijning van de getuige?
- Vormde de verklaring van de afwezige getuige het enige of beslissende bewijs (sole or decisive evidence) voor de veroordeling?
- Waren er voldoende compenserende waarborgen (counterbalancing factors) om de moeilijkheden voor de verdediging op te vangen en de algehele billijkheid van het proces te garanderen?
🏛️ Het oordeel van het Europees Hof: Geen schending van het eerlijk proces
Met vijf tegen twee stemmen oordeelde de Eerste Kamer van het EHRM dat Artikel 6 EVRM niet is geschonden.
Het Hof kwam tot deze conclusie op basis van de volgende overwegingen:
1. De motivering van de voorzitter kon beter, maar was niet fataal
Het Hof merkte op dat de voorzitter van het hof van assisen louter verwees naar de wettelijke formule om de getuigen te weigeren, zonder een specifieke feitelijke reden op te geven. Hoewel het EHRM benadrukte dat het beter geweest zou zijn als de voorzitter die redenen expliciet had geformuleerd, is het ontbreken van een specifieke reden op zich niet voldoende om het hele proces onfair te verklaren.
2. De getuigenissen waren "noch het enige, noch het beslissende bewijs"
Het EHRM stelde vast dat de schuld van Lacote absoluut niet uitsluitend steunde op de verklaringen van de twee afwezige Britse getuigen. Hun verklaringen gingen enkel over de financiële achtergrond en het motief.
De veroordeling door de assisenjury berustte op een indrukwekkend, hecht gebouw van objectieve en overeenstemmende bewijselementen:
- De haastige aankoop van het 9mm CZ-pistolet op de dag van de moord;
- De exacte zendmast- en telefoongegevens die bewijzen dat Lacote op het moment van de moord in de directe nabijheid van het slachtoffer was;
- De identiteitspapieren van het slachtoffer die aanspoelden op het Engelse strand waarlangs Lacote vluchtte;
- De leugenachtige, veranderlijke en tegenstrijdige verklaringen die Lacote zelf aflegde.
3. Ruime waarborgen en een gemotiveerd arrest
Het EHRM benadrukte dat het strafproces in zijn geheel beoordeeld moet worden (équité globale). Lacote werd bijgestaan door twee advocaten, kon 20 andere getuigen uitgebreid ondervragen en kreeg een uitvoerig gemotiveerd arrest waarin de jury precies uitlegde waarom hij schuldig was en welk gewicht aan elk bewijs werd gehecht.
⚡ De afwijkende mening (Dissenting Opinion)
De beslissing werd niet met eenparigheid genomen. Twee rechters (Ivana Derenčinović en Anna Adamska-Gallant) brachten een scherpe afwijkende mening uit.
Zij voerden aan dat de financiële relatie tussen de dader en het slachtoffer de kern vormde van het motief voor de moord. Volgens de dissenting rechters hadden de twee Britse getuigen juist cruciale informatie over die financiële verhoudingen. Door hun verhoor te weigeren zonder gegronde motivering, werd het recht van de verdediging om bezwarend bewijs te betwisten volgens de minderheid wel degelijk aangetast.
🎯 Wat leren we uit dit arrest voor de rechtspraktijk?
Het arrest Lacote t. België bevestigt een aantal belangrijke principes voor het strafrecht en de mensenrechtenpraktijk:
- Het recht op getuigenverhoor is niet absoluut: De verdediging heeft niet het recht om onbeperkt elke gewenste getuige op te roepen; de rechter behoudt de bevoegdheid om niet-relevante getuigenissen te weigeren.
- De totaalbeoordeling telt (équité globale): Het EHRM staart zich niet blind op één geweigerde getuige of een vormfout, maar kijkt naar het evenwicht van het gehele proces van de instructie tot het definitieve vonnis.
- Materiële en objectieve bewijzen wegen het zwaarst: Wanneer een veroordeling steunt op harde, objectieve vaststellingen (zoals ballistiek, telefonie en reisgegevens), zal het niet-horen van een secundaire getuige niet snel leiden tot een schending van het EVRM.
- Het belang van de motiveringsplicht: Hoewel België deze zaak won, herhaalt het EHRM de duidelijke waarschuwing aan rechters om de weigering van een getuige altijd specifiek en inhoudelijk te motiveren.