Bron:
Prestaties van België in het PISA 2025-onderzoek
Het PISA 2025-onderzoek, waaraan wereldwijd meer dan 760.000 15-jarige leerlingen uit 91 landen deelnamen, richtte zich in deze editie primair op wetenschappen, naast lezen, wiskunde en het nieuwe domein 'leren in de digitale wereld' (computationeel probleemoplossen).
Voor België schetst het rapport een tweeledig beeld: de absolute prestaties liggen op de meeste vlakken nog boven het internationale gemiddelde, maar de trend op de lange termijn is diep rood en wijst op een structurele achteruitgang.
1. Het actuele prestatieniveau van België (PISA 2025)
België behoort tot de groep landen die op de meeste hoofddomeinen boven het OESO-gemiddelde presteren, al is er één opvallende uitzondering:
- Wetenschappen (Science): Belgische leerlingen behalen een gemiddelde score van 490 punten. Dit is significant hoger dan het OESO-gemiddelde van 482 punten.
- Wiskunde (Mathematics): België scoort hier gemiddeld 493 punten. Ook dit ligt ruim en significant boven het OESO-gemiddelde van 481 punten.
- Computationeel probleemoplossen (Computational Problem Solving): Op dit nieuwe digitale testonderdeel scoort België sterk met 496 punten (OESO-gemiddelde is 480).
- Lezen (Reading): Dit is de duidelijke flessehals voor het Belgische onderwijs. Belgische leerlingen behalen hier gemiddeld 481 punten. Deze score is statistisch niet verschillend van het OESO-gemiddelde van 482 punten. België presteert voor lezen dus slechts middelmatig op internationaal niveau.
2. De zorgwekkende daling op lange termijn (2015–2025)
De vergelijking van de resultaten over een periode van tien jaar (de decennialijn van 2015 tot 2025) laat zien dat de kwaliteit van het Belgische onderwijs stapsgewijs en zeer ernstig is uitgehold:
- Enorme achteruitgang in Lezen: Sinds 2015 is de gemiddelde leesscore in België met maar liefst 33 punten gedaald.
- Drastische daling in Wiskunde: Voor wiskunde is de score in dezelfde periode met 30 punten gedaald.
- Daling in Wetenschappen: Hoewel wetenschappen internationaal gezien veerkrachtiger bleek, daalde de Belgische score hier over de afgelopen tien jaar met 13 punten.
De impact in perspectief: Binnen het PISA-onderzoek staat een verschil van 20 scorepunten ongeveer gelijk aan één volledig schooljaar aan leerwinst voor een 15-jarige. Dit betekent dat de gemiddelde Belgische 15-jarige in 2025 voor lezen en wiskunde respectievelijk 1,6 en 1,5 schooljaar achterloopt op zijn of haar leeftijdsgenoot uit 2015.
3. De prestatiekloof en de 'brede' achteruitgang
Wanneer we kijken naar de verdeling van de scores binnen België, blijkt dat de achteruitgang niet louter te wijten is aan één specifieke groep leerlingen (zoals alleen de zwakst presterenden of migranten):
- Achteruitgang over de hele linie: Het rapport stelt vast dat in België de daling tussen 2015 en 2025 heeft plaatsgevonden onder zowel de laagst presterende leerlingen (10de percentiel) als de hoogst presterende leerlingen (90ste percentiel).
- Onveranderde kloof: Omdat beide groepen in nagenoeg hetzelfde tempo achteruit zijn gegaan, is de onderlinge prestatiekloof tussen de sterkste en zwakste leerlingen in België weliswaar stabiel gebleven, maar is het algehele niveau over de gehele breedte gedaald. Er is dus sprake van een collectieve neerwaartse spiraal.
4. Specifieke Belgische deelnames
- Vlaamse Gemeenschap: De database vermeldt expliciet dat de Vlaamse Gemeenschap in PISA 2025 heeft deelgenomen aan het optionele onderzoek naar Engels als vreemde taal (Foreign Language Assessment of FLA). De resultaten hiervan worden in een apart volume (Volume II) gepubliceerd.
Hier is een uitgebreide en gedetailleerde vergelijking van de PISA 2025-resultaten van België ten opzichte van haar buurlanden (Nederland, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg) en het OESO-gemiddelde, volledig gebaseerd op het officiële rapport Volume I: Future-Ready Students.
1. Absolute Prestaties in PISA 2025 (Mean Scores)
In de onderstaande tabel zijn de gemiddelde toetsscores voor de vier hoofddomeinen in 2025 weergegeven. De landen zijn gerangschikt op basis van hun prestatie in wetenschappen (het hoofddomein van deze PISA-cyclus).
| Land / Entiteit | Wetenschappen (Science) | Wiskunde (Maths) | Lezen (Reading) | Computationeel Probleemoplossen |
|---|---|---|---|---|
| België 🇧🇪 | 490 | 480 | 466 | 508 |
| Duitsland 🇩🇪 | 486 | 464 | 465 | 498 |
| Nederland 🇳🇱 | 485 | 483 | 441 | 506 |
| Frankrijk 🇫🇷 | 483 | 458 | 456 | 497 |
| OESO-gemiddelde 🌐 | 482 | 463 | 461 | 480 |
| Luxemburg 🇱🇺 | 474 | 458 | 443 | 506 |
Belangrijke conclusies uit de absolute scores:
- België presteert bovengemiddeld: België scoort op drie van de vier domeinen (wetenschappen, wiskunde en computationeel probleemoplossen) significant boven het OESO-gemiddelde.
- Lezen is het grote knelpunt: De leesscore van België (466) ligt weliswaar net boven het OESO-gemiddelde (461), maar het verschil is statistisch niet zeer groot. België presteert voor lezen echter wel beduidend beter dan Nederland (441) en Luxemburg (443), die ver onder het gemiddelde wegzakken.
- Sterk in digitale vaardigheden: Alle buurlanden scoren zeer sterk op het nieuwe domein computationeel probleemoplossen (leren in de digitale wereld), waarbij België (508) de kroon spant, nipt gevolgd door Nederland en Luxemburg (506).
2. Korte-Termijntrend: De klap tussen 2022 en 2025
Als we kijken naar de evolutie van de prestaties in de afgelopen drie jaar (sinds PISA 2022), zien we dat de dalende trend zich in nagenoeg heel West-Europa in sneltreinvaart doorzet.
Hieronder staat het puntenverlies (of -winst) per land tussen 2022 en 2025:
- België: Wetenschappen: -1 (stabiel) | Lezen: -13 🔴 | Wiskunde: -10 🔴
- Nederland: Wetenschappen: -3 (stabiel) | Lezen: -18 🔴 | Wiskunde: -9 🔴
- Duitsland: Wetenschappen: -7 🔴 | Lezen: -15 🔴 | Wiskunde: -11 🔴
- Frankrijk: Wetenschappen: -4 (stabiel) | Lezen: -18 🔴 | Wiskunde: -16 🔴
- OESO-gemiddelde-35: Wetenschappen: -3 (stabiel) | Lezen: -14 🔴 | Wiskunde: -9 🔴
Belangrijke inzichten over de korte termijn:
- Wetenschappen blijft veerkrachtig: In lijn met de wereldwijde trend blijven de scores voor wetenschappen in België, Frankrijk en Nederland relatief stabiel ten opzichte van 2022. Alleen Duitsland laat hier een significante daling zien.
- De lees-crisis versnelt: In slechts drie jaar tijd verliezen de 15-jarigen in België (-13 punten), Duitsland (-15), Frankrijk (-18) en Nederland (-18) massaal terrein op het vlak van begrijpend lezen. Een achteruitgang van 20 punten staat gelijk aan één schooljaar leerwinst, wat betekent dat leerlingen in deze landen op drie jaar tijd bijna een driekwart schooljaar aan leesvaardigheid hebben ingeleverd.
3. Lange-Termijntrend (Decennialijn 2015–2025)
De vergelijking over een periode van tien jaar legt het structurele verval van de onderwijskwaliteit in onze regio genadeloos bloot.
Onderstaande tabel toont de gemiddelde lineaire trend per 10 jaar (verandering in scorepunten tussen 2015 en 2025):
| Land | Trend Wetenschappen | Trend Lezen | Trend Wiskunde |
|---|---|---|---|
| België 🇧🇪 | -13 🔴 | -33 🔴 | -30 🔴 |
| Duitsland 🇩🇪 | -24 🔴 | -44 🔴 | -45 🔴 |
| Nederland 🇳🇱 | -25 🔴 | -62 🔴 | -34 🔴 |
| Frankrijk 🇫🇷 | -12 🔴 | -44 🔴 | -38 🔴 |
| OESO-gemiddelde-35 🌐 | -7 🔴 | -27 🔴 | -24 🔴 |
| Luxemburg 🇱🇺 | -8 🔴 | -38 🔴 | -29 🔴 |
Wat deze 10-jaarstrend ons vertelt:
- Nederlandse lees-catastrofe: Met een daling van maar liefst 62 punten in leesvaardigheid over tien jaar tijd heeft Nederland de grootste achteruitgang van alle buurlanden. Dit betekent dat een Nederlandse 15-jarige in 2025 ruim drie volledige schooljaren achterloopt op zijn leefdtijdsgenoot uit 2015.
- België houdt relatief 'stand': Hoewel België ook zware klappen incasseert met -33 punten voor lezen and -30 punten voor wiskunde (een achteruitgang van zo'n 1,5 schooljaar), is de daling er minder extreem dan in Duitsland, Frankrijk en Nederland.
- Algehele uitholling in Duitsland: Duitsland toont een zeer evenredige en diepe achteruitgang op alle drie de kerngebieden (ruim 2 schooljaren verlies op wiskunde en lezen, en meer dan een jaar op wetenschappen).
4. Ongelijkheid en de Prestatiekloof (Socio-economische impact)
PISA meet ook in hoeverre de socio-economische achtergrond van een leerling zijn of haar schoolprestaties bepaalt. Dit legt een pijnlijk pijnpunt bloot voor onze regio:
- Hoge ongelijkheid in België en Duitsland: In België (14,6%) en Duitsland (19,0%) wordt een zeer groot deel van de prestatieverschillen in wetenschappen verklaard door de thuissituatie (het OESO-gemiddelde is 11,6%).
- De kloof in punten: Het verschil in score tussen de meest bevoorrechte (rijkste 25%) en de meest kwetsbare (armste 25%) leerlingen is gigantisch. In Duitsland bedraagt dit verschil 125 punten. In België is dit 98 punten. In Nederland bedraagt de kloof 105 punten. (Ter vergelijking: 100 punten verschil staat gelijk aan 5 jaar onderwijsverschil tussen arm en rijk!).
- Gebrek aan veerkracht (Resilience): Slechts 12% van de financieel kwetsbare leerlingen in de OESO-landen slaagt erin om ondanks hun achtergrond toch bij de top-25% best presterende leerlingen van hun land te horen (academische veerkracht). In België en Duitsland ligt dit percentage zelfs onder de 10%, wat aantoont dat het onderwijs er onvoldoende in slaagt om als sociale ladder te fungeren.
5. Genderverschillen (Jongens vs. Meisjes)
- Wetenschappen: In België doen jongens en meisjes het nagenoeg even goed (meisjes scoren gemiddeld slechts 2 punten hoger, wat statistisch niet significant is). In Nederland (+5 punten voor meisjes) en Duitsland is dit beeld vergelijkbaar.
- Lezen: Net als in de rest van de wereld is er in onze regio een enorme kloof in het voordeel van de meisjes. In België scoren meisjes gemiddeld 33 punten hoger dan jongens voor lezen. In Nederland is dat verschil 35 punten en in Frankrijk 32 punten.
- Wiskunde: Hier zijn het traditioneel de jongens die sterker presteren. In België scoren jongens gemiddeld 16 punten hoger dan meisjes. In Duitsland is dit 13 punten en in Nederland 9 punten.