Printvriendelijk afdrukken

vrijdag 28 augustus 2026

Besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2026 - AI

Bron

Besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2026 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 28 augustus 2026). Dit besluit wijzigt het oprichtingsbesluit van het agentschap Wonen in Vlaanderen en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.

.


📋 Wat staat er in dit besluit?

Het besluit voert ingrijpende wijzigingen door in de manier waarop de woningkwaliteit in Vlaanderen wordt gecontroleerd en gehandhaafd. De belangrijkste elementen zijn:

  • Professionalisering en strikte opleidingseisen: Personen mogen alleen als toezichthouder of wooninspecteur optreden als zij een specifieke opleiding hebben gevolgd bij een erkende instelling. Deze opleiding omvat verplichte modules over onder andere het proportioneel gebruik van bevoegdheden, conflictbeheersing, het verhoren van getuigen/verdachten en woningkwaliteitsbewaking. Er geldt een overgangstermijn van maximaal vijf jaar voor personen die de opleiding nog niet voltooid hebben maar wel over de nodige kennis beschikken.
  • Strikte regels voor herstel en termijnen: Het besluit definieert wat onder "feitelijk herstel" van een woning valt (het conform maken aan de kwaliteitsnormen, het beëindigen van overbewoning, herbestemming of sloop). De maximale termijn die een herstelinstantie of rechter mag toekennen voor dit herstel is vastgelegd op maximaal twee jaar.
  • Regeling voor herstelschikkingen: Er zijn duidelijke grensbedragen vastgesteld voor wie herstelschikkingen mag sluiten bij publieke schade: bij bedragen tot 500.000 euro gebeurt dit door aangewezen personeelsleden; daarboven is de leidend ambtenaar bevoegd met bekrachtiging door de bevoegde minister.
  • Inbeslagname en bewaring van goederen: Als er bij handhaving zaken worden meegevoerd en opgeslagen, gelden er strikte procedures. Indien de rechtmatige eigenaar deze goederen niet binnen 90 dagen opeist (of wanneer de opslagkosten onevenredig hoog worden in vergelijking met de waarde), heeft de overheid het recht om deze goederen te verkopen, weg te schenken of te vernietigen.
  • Inwerkingtreding: Deze nieuwe regelgeving treedt officieel in werking op 8 september 2026.

⚖️ Wat is het belang hiervan?

  • Uniforme Vlaamse handhaving: Dit besluit vormt de concrete uitvoering van de "tweede algemene implementatie" van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023. Het zorgt ervoor dat de handhaving op het gebied van wonen en huisvesting volledig wordt gelijkgetrokken met de algemene Vlaamse handhavingsstandaarden, wat leidt tot meer rechtszekerheid en uniformiteit.
  • Betere bescherming van de burger: Door toezichthouders en wooninspecteurs verplicht op te leiden in communicatievaardigheden, verhoortechnieken en conflictbeheersing, wordt de kwaliteit van de controles verhoogd en de kans op escalaties of willekeur bij inspecties verkleind.
  • Slagkrachtigere aanpak van huisjesmelkerij: Door de hersteltermijn hard te begrenzen op maximaal twee jaar, kunnen hardnekkige inbreuken op de woningkwaliteit (zoals gevaarlijke gebreken of ernstige overbewoning) sneller en doeltreffender worden opgelost. Dit versterkt het fundamentele recht op menswaardig wonen.
  • Duidelijkheid over procedures: Zowel voor de overtreders als voor de handhavers is er nu een glashelder juridisch draagvlak voor wat er gebeurt met in beslag genomen goederen, hoe herstelcontroles worden gemeld en hoe de kosten daarvan worden verhaald.

Proceduregids Woningkwaliteit en Handhaving 2026

1. Juridisch Kader en Context van het Besluit van 10 juli 2026

Strategische Context

Met de goedkeuring van het Besluit van 10 juli 2026 realiseert de Vlaamse Regering een fundamentele verschuiving in de handhaving van de woningkwaliteit. Waar de handhavingspraktijk voorheen werd gekenmerkt door een versnipperde aanpak met uiteenlopende procedures, wordt nu resoluut gekozen voor een geïntegreerde methodiek onder het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023. Dit besluit is essentieel voor de rechtszekerheid binnen het Vlaamse woonbeleid; het biedt een uniform juridisch instrumentarium dat de balans bewaakt tussen de bescherming van het woonrecht en de noodzakelijke overheidsinterventie bij inbreuken.

Implementatie van het Kaderdecreet

Dit besluit fungeert als de tweede algemene implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving en voert ingrijpende wijzigingen door in het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021. Een kernpunt is de verankering van het agentschap "Wonen in Vlaanderen" als centrale handhavingsentiteit. Door de handhavingsbevoegdheden te stroomlijnen, wordt de efficiëntie verhoogd en de juridische robuustheid van het optreden versterkt.

Bevoegde Instanties en Delegaties

De leidend ambtenaar van het agentschap bekleedt een spilfunctie in de aansturing van het handhavingsbeleid. Op basis van Artikel 3.44/1 zijn de bevoegdheden als volgt gedifferentieerd:

  • Aanstelling van Handhavers: De leidend ambtenaar wijst personeelsleden aan als toezichthouder, wooninspecteur of beboetingsinstantie.
  • Woningcontroleurs en Gewestelijke Ambtenaren: Zij zijn van rechtswege toezichthouder. Cruciaal in hun juridische status is echter dat zij nimmer de hoedanigheid van agent van de gerechtelijke politie bezitten en derhalve geen beveiligingsmaatregelen kunnen opleggen.
  • Wooninspecteurs: Zij worden specifiek aangesteld en beschikken over uitgebreidere opsporingsbevoegdheden, mits voldaan is aan de verzwaarde opleidingseisen.

De noodzaak van strikt gekwalificeerd personeel binnen dit nieuwe kader vormt de essentiële brug naar de kwaliteitswaarborgen die in de opleidingsmodules zijn vastgelegd.

2. Professionalisering: Opleidingseisen voor Toezichthouders en Wooninspecteurs

Strategische Context

Deskundigheid en proportionaliteit zijn de hoekstenen van een rechtvaardige handhaving. De nieuwe opleidingseisen fungeren als een primair risicomanagement-instrument voor de Vlaamse overheid: door de professionaliteit van vaststellingen te verankeren, minimaliseren we de kans dat handhavingsbesluiten in rechte worden vernietigd wegens vormfouten of procedurele onzorgvuldigheid. Deze modules vormen de juridische defensie tegen aanvechtbaarheid bij de Raad van State of burgerlijke rechtbanken.

De Zes Verplichte Opleidingsmodules

Conform Artikel 3.44/3 §2 moeten toezichthouders (die niet vrijgesteld zijn) de volgende modules succesvol voltooien:

  • Module 1: Bevoegdheidsgebruik: Proportioneel en rechtmatig gebruik van toezicht- en opsporingsbevoegdheden conform het Kaderdecreet.
  • Module 2: Verslaglegging: Het opstellen van rechtsgeldige processen-verbaal en verslagen van vaststelling met maximale bewijskracht.
  • Module 3: Sociale Vaardigheden: Professionele communicatie en conflictbeheersing tijdens inspecties.
  • Module 4: Verhoortechnieken: Juridische methodiek voor het horen van verdachten en getuigen.
  • Module 5: Beveiligingsmaatregelen: Het juridisch kader voor het opleggen van directe maatregelen ter bescherming van de veiligheid en gezondheid.
  • Module 6: Vakinhoudelijke Kennis: Technische expertise inzake woningkwaliteitsbewaking en een verplichte interne stageperiode.

Erkenning en Specifieke Statuten

Het Agentschap Justitie en Handhaving ziet toe op de kwaliteit via de erkenning van opleidingsinstellingen. Er gelden echter belangrijke nuances:

  • Wooninspecteurs: Zij moeten bovenop de zes basismodules een specifieke opleiding volgen tot officier van gerechtelijke politie (OGP) (Art. 3.44/3 §5).
  • Vrijstellingen: Personeel van het operationele kader van de politie is volledig vrijgesteld. Toezichthouders zonder de hoedanigheid van agent van de gerechtelijke politie zijn specifiek vrijgesteld van de modules 1 tot en met 5 (Art. 3.44/3 §8).
  • Overgangsregeling: Voor ervaren personeel dat nog niet gecertificeerd is, geldt een eenmalige, niet-verlengbare termijn van vijf jaar om aan de vereisten te voldoen.

Deze doorgedreven professionalisering van onze functionarissen vormt de noodzakelijke basis voor het juridisch correct afdwingen van effectieve herstelprocedures.

3. De Procedure voor Herstelmaatregelen en Termijnen

Strategische Context

De focus van de handhaving verschuift van loutere bestraffing naar een resultaatsgerichte remediëring. Het hoofddoel is het feitelijk herstellen van de woonkwaliteit, waarbij de overtreder een duidelijk pad krijgt voorgeschreven om de onrechtmatige toestand te beëindigen.

Definitie van Feitelijk Herstel

Artikel 3.44/4 definieert twee trajecten voor de herstelplichtige:

  1. Conformiteitsherstel: Werkzaamheden die het pand of de woning volledig conform de technische normen maken en overbewoning beëindigen.
  2. Alternatieve Bestemming of Sloop: Indien renovatie niet opportuun is, kan worden gekozen voor herbestemming (zonder woonfunctie) conform de ruimtelijke ordening, of sloop (tenzij een verbod geldt).

Melding en Bewijslast

De melding van de uitvoering van herstelmaatregelen moet conform Artikel 3.46/1 op strikt voorgeschreven wijze aan de wooninspecteur worden bezorgd:

  • Via een beveiligde zending;
  • Schriftelijk met ontvangstbevestiging van de wooninspecteur;
  • Via een door het agentschap ter beschikking gesteld beveiligd webformulier.

De overtreder draagt de bewijslast en moet de nodige stukken (bijv. vergunningen of sloopbewijzen) overleggen. Zonder deze bewijsstukken voert de wooninspecteur geen controle ter plaatse uit.

Maximale Hersteltermijnen

De wetgever hanteert strikte termijnen om de voortgang van de remediëring te bewaken:

Instantie

Maximale Hersteltermijn

Bestuurlijke Herstelinstantie

2 jaar

Rechterlijke Macht

2 jaar

Wanneer dit feitelijk herstel uitblijft, kan de overheid opteren voor een herstelschikking als financieel alternatief om de publieke schade af te wikkelen.

4. Herstelschikkingen: Bevoegdheden en Financiële Grenzen

Strategische Context

De herstelschikking is een efficiënt administratief instrument voor het vergoeden van publieke schade wanneer feitelijk herstel (nog) niet is gerealiseerd. Het stelt de overheid in staat om dossiers sneller af te handelen zonder de onzekerheid van langdurige civielrechtelijke procedures over schadevergoeding.

Differentiatiemodel Publieke Schade

Artikel 3.44/6 koppelt de bevoegdheid aan een financiële drempelwaarde van € 500.000:

  • Dossiers onder de € 500.000: De schikking wordt gesloten door aangewezen personeelsleden en bekrachtigd door de leidend ambtenaar van het agentschap Wonen in Vlaanderen.
  • Dossiers boven de € 500.000: Gezien de aanzienlijke financiële en maatschappelijke impact wordt de schikking direct gesloten door de leidend ambtenaar en is een formele bekrachtiging door de Minister (of gemachtigde) vereist.

Strategische Impact

Dit onderscheid waarborgt dat dossiers met een hoge politieke of financiële gevoeligheid op het gepaste beleidsniveau worden beoordeeld. Het biedt een heldere structuur voor bestuurlijke verantwoordelijkheid bij omvangrijke handhavingsdossiers.

Naast de financiële afhandeling van inbreuken moet de proceduregids eveneens voorzien in strikte regels voor de bewaring van goederen tijdens handhavingsinterventies.

5. Bewaring en Teruggave van In Beslag Genomen Goederen

Strategische Context

Bij de ambtshalve uitvoering van maatregelen kan het meevoeren van zaken noodzakelijk zijn. Dit proces vergt uiterste procedurele zorgvuldigheid om eigendomsrechten te respecteren en overheidskosten te beheersen.

Het Verslag van Bewaring

Onmiddellijk na het meevoeren van zaken stelt de gerechtsdeurwaarder, toezichthouder of herstelinstantie een verslag van bewaring op. Dit document moet worden verstrekt aan de beheerder en de rechthebbende en bevat dwingend de voorwaarden voor opeising, verkoop of vernietiging.

Termijnen en Kostenbeheersing

De procedure voor de opslag is onderworpen aan drie kritische regels (Art. 3.47/1):

  1. De 90-dagen termijn: De rechthebbende heeft in principe 90 dagen om de goederen op te eisen.
  2. De Kosten-Waarde Ratio: De termijn van 90 dagen mag worden ingekort zodra de cumulatieve bewaarkosten (plus geraamde verkoopkosten) in verhouding tot de waarde van de goederen kennelijk onevenredig hoog worden. Voor bederfbare of gevaarlijke goederen geldt geen minimumtermijn voor verkoop/vernietiging; voor overige goederen mag dit pas 14 dagen na verstrekking van het verslag.
  3. Retentierecht: De afgifte kan worden opgeschort tot alle kosten van de ambtshalve uitvoering en bewaring door de herstelplichtige zijn voldaan.

Procedure bij Niet-opeising

Indien zaken niet tijdig worden opgeëist, volgt een hiërarchisch traject: verkoop bij marktwaarde, eigendomsoverdracht om niet aan derden, of als ultimum remedium vernietiging.

Deze integrale procedurele waarborgen treden in werking op 8 september 2026 en vormen de sluitsteen voor een integere, professionele en juridisch sluitende handhavingspraktijk in Vlaanderen.