Bron
Het geschil draait om een Roemeense rechter die tuchtrechtelijk werd gesanctioneerd voor twee Facebook-berichten, waarin hij zich kritisch uitliet over de politiek en de rechterlijke macht prees. Het Hof onderzoekt of deze straf een gerechtvaardigde inbreuk vormde op zijn vrijheid van meningsuiting of dat de nationale autoriteiten zijn recht op publiek debat hebben geschonden. In de tekst worden belangrijke criteria geformuleerd voor de balans tussen de discretieplicht van magistraten en hun rol als burgers in een democratische samenleving. Daarnaast bevat het document uiteenlopende juridische standpunten en minderheidsadviezen over de grenzen van professionele ethiek op sociale media. De uiteindelijke uitspraak benadrukt dat sancties tegen rechters nauwgezet moeten worden getoetst om een afschrikwekkend effect op de onafhankelijkheid van de rechtspraak te voorkomen.
Het Hof hanteert een evenwichtsoefening tussen twee fundamentele belangen: enerzijds het recht op vrije meningsuiting (dat rechters ook hebben) en anderzijds de discretieplicht (de plicht tot terughoudendheid) om het vertrouwen van het publiek in de rechtspraak te beschermen.
Hieronder wordt uitgelegd wat wel en niet mag, en welke
specifieke criteria het Hof gebruikt om dit te beoordelen.
De Basisprincipes: Waarop is dit gebaseerd?
De regels zijn gebaseerd op Artikel 10 van het EVRM (Europees
Verdrag voor de Rechten van de Mens).
- Het
Recht: Iedereen, dus ook een rechter, heeft het recht om zijn
mening te uiten.
- De
Beperking: Omdat rechters een speciale rol vervullen, draagt hun
vrijheid "plichten en verantwoordelijkheden" met zich mee. Hun
vrijheid mag worden beperkt als dat nodig is om het "gezag en de
onpartijdigheid van de rechterlijke macht te handhaven".
De 5 Criteria van het Hof
In de zaak Danileţ heeft de Grote Kamer van
het Hof de regels voor rechters (vooral op sociale media) geconsolideerd in
vijf specifieke criteria die nationale rechtbanken moeten toetsen,:
1. De inhoud en de vorm van de uitlatingen
- Wat
mag: Rechters mogen zich uitspreken over zaken van algemeen
belang, vooral als het gaat om justitiële hervormingen of het functioneren
van het rechtssysteem. Ook waardeoordelen ter verdediging van de
democratische rechtsstaat vallen hieronder.
- Wat
mag niet: Beledigende, haatdragende of lasterlijke taal
gebruiken. Het gebruik van onduidelijke taal kan problematisch zijn als
het door het publiek verkeerd kan worden opgevat. Rechters moeten
"nuchter en voorzichtig" zijn in hun toon.
2. De context en hoedanigheid
- Wat
mag: Als de rechtsstaat of democratie ernstig wordt bedreigd,
hebben rechters niet alleen het recht, maar soms zelfs de plicht om zich
uit te spreken.
- Wat
mag niet: Commentaar geven op lopende rechtszaken. Dit is strikt
verboden om de eerlijkheid van het proces niet te beïnvloeden. Ook moet
worden gekeken of de rechter sprak als privépersoon of in een officiële
functie; rechters in hoge functies (zoals rechtbankpresidenten) hebben
soms een ruimere bescherming als ze spreken namens de rechtspraak, maar
"gewone" rechters mogen zich ook mengen in het debat.
- Context: Er
moet gekeken worden of de uitspraken gedaan werden tijdens een breed
maatschappelijk debat of politieke controverse.
3. De gevolgen van de uitlatingen
- Het
Hof kijkt of de uitspraken daadwerkelijk schade hebben toegebracht aan het
imago van de justitie.
- Het
enkele feit dat media erover berichten of dat er discussie ontstaat,
betekent niet automatisch dat de rechterlijke macht is beschadigd.
- Bij
sociale media moet rekening worden gehouden met het bereik (openbaar vs.
besloten) en de snelheid van verspreiding.
4. De zwaarte van de sanctie
- Zelfs
lichte sancties (zoals een kleine salariskorting) kunnen een probleem zijn.
- Het
Hof kijkt naar het "chilling effect" (afschrikkende
werking): als een rechter wordt gestraft, durven andere rechters zich in
de toekomst misschien niet meer uit te spreken over misstanden, wat slecht
is voor de maatschappij.
5. De procedurele waarborgen
- De
rechter moet een eerlijk proces krijgen. De maatregel moet worden getoetst
door een onafhankelijke en onpartijdige instantie.
- De
nationale autoriteiten moeten relevante en toereikende redenen geven
voor de straf. Ze mogen niet zomaar zeggen dat iets "ongepast"
is zonder uit te leggen waarom en hoe het
de justitie schaadt.
Samenvattend: Wat mag wel en wat mag niet?
WAT MAG (Over het algemeen):
- Deelnemen
aan debatten over wetgeving, de rechtsstaat en de scheiding der machten.
- Kritiek
uiten op politieke invloed op justitie of het leger (zoals in de zaak
Danileţ).
- Steun
betuigen aan collega's die protesteren tegen hervormingen die de
onafhankelijkheid van de justitie bedreigen.
- Gebruik
maken van sociale media, mits met voorzichtigheid.
- Een
eigen mening hebben en uiten als burger, zolang dit de onpartijdigheid
niet in gevaar brengt.
WAT MAG NIET:
- Geheimhouding
schenden: Informatie lekken uit dossiers.
- Lopende
zaken bespreken: Zich uitlaten over zaken die nog onder de hamer
zijn of kunnen komen.
- Partijdigheid
tonen: Zich zo gedragen dat burgers kunnen denken dat de rechter
niet meer neutraal is (bijv. politieke partijdigheid in specifieke
geschillen).
- Onwaardig
gedrag: Taalgebruik dat "obsceen", "grof" of
"beledigend" is en daardoor de waardigheid van het ambt aantast.
Echter, het Hof oordeelde in deze zaak dat spreektaal (zoals "bloed
in de aderen/ballen hebben") niet automatisch een tuchtstraf
rechtvaardigt als niet wordt uitgelegd waarom dit zo ernstig is.
6. Welke sociale media worden bedoeld?
Hoewel de zaak Danileţ specifiek draaide om berichten
op Facebook, maakt het Hof duidelijk dat de principes gelden voor het
internet en sociale media in het algemeen.
In de documenten worden de volgende vormen expliciet of
impliciet genoemd:
- Sociale
netwerken: Zoals Facebook, waar rechters een profiel hebben en
berichten (posts) kunnen plaatsen.
- Blogs:
Rechters of populaire gebruikers worden hier soms gezien als "public
watchdogs" (publieke waakhonden).
- Berichtendiensten
en besloten groepen: Het Hof maakt onderscheid tussen open netwerken
en gesloten groepen (zoals WhatsApp-groepen of besloten fora), hoewel ook
daar regels gelden.
- Online
nieuwswebsites: Het reageren op nieuwsartikelen of het delen van
hyperlinks naar persartikelen valt hier ook onder.
7. Wat telt als een "meningsuiting" op sociale
media?
Het Hof hanteert een zeer brede definitie. Het gaat niet
alleen om lange juridische betogen. De gedragsregels zijn van toepassing op diverse
uitingsvormen, waaronder:
- Berichten
en commentaren: Zelf geschreven teksten.
- Foto's
en video's: Beeldmateriaal kan ook de waardigheid van de rechtspraak
aantasten.
- Hyperlinks:
Het delen van een link naar een artikel (zoals Danileţ deed) kan worden
gezien als het onderschrijven van de inhoud van dat artikel.
- "Likes"
en interacties: Dit is een cruciaal detail. Het Hof stelt expliciet
dat zelfs "loutere 'likes'" (het liken van een bericht
van iemand anders) onder de toetsing vallen. Ook "kleine en terloopse
acties" zoals het doorsturen van informatie tellen mee.
- Vriendschappen:
Het online "volgen" of "vrienden worden" met bepaalde
personen (bijv. advocaten of partijen in een zaak) kan de schijn van
partijdigheid wekken.
8. Specifieke risico's en regels voor sociale media
Het Hof en de aangehaalde richtlijnen benadrukken dat
sociale media andere risico's met zich meebrengen dan de traditionele media
(zoals een kranteninterview).
A. Het bereik en het "Influencer"-effect
- Groot
bereik: De rechter in deze zaak had 50.000 volgers. Het Hof oordeelde
dat hij zich daarmee opstelde als een soort "influencer".
Rechters mogen sociale media niet gebruiken op een manier die de
integriteit van de rechtspraak aantast door zich als influencer te
gedragen.
- Publiek
karakter: Een profiel dat openbaar toegankelijk is voor iedereen,
wordt gezien als een publieke ruimte (vergelijkbaar met een plein).
Rechters moeten zich realiseren dat hun berichten door een onbepaald
aantal mensen gelezen kunnen worden.
B. Taalgebruik en Toon
- Op
sociale media is de toon vaak informeler. Dit is een valkuil voor
rechters. In deze zaak gebruikte de rechter de uitdrukking "sânge
în instalaţie" (wat vertaald kan worden als "bloed in de
aderen" of grover als "ballen hebben").
- Hoewel
het Hof uiteindelijk oordeelde dat dit specifieke taalgebruik in zijn
context toelaatbaar was, werd benadrukt dat rechters zich "omzichtig
en professioneel" moeten uitdrukken en grove taal moeten
vermijden, omdat dit snel de waardigheid van het ambt kan aantasten.
C. Privacy en Pseudoniemen
- Geen
schuilplaats: Het gebruik van een pseudoniem (schuilnaam) beschermt
een rechter niet tegen tuchtrechtelijke straffen als men zich onethisch
gedraagt.
- Open
vs. Gesloten: Het Hof maakt een onderscheid bij de beoordeling van de
strafmaat. Een bericht in een besloten groep voor familie en vrienden
wordt anders beoordeeld dan een bericht op een openbaar profiel. Echter,
rechters moeten zich ervan bewust zijn dat ook berichten in besloten kring
(bijv. screenshots) naar buiten kunnen lekken en permanent online kunnen
blijven staan.
Samenvattend: De "Like"-regel
Een belangrijk detail om te onthouden is dat zelfs een "like"
op een controversieel bericht van iemand anders door de tuchtrechter kan worden
gezien als een schending van de discretieplicht. Het Hof stelt dat rechters bij
elke interactie (post, comment, like) moeten nadenken over de impact op
de waardigheid van de rechtspraak.