Printvriendelijk afdrukken

woensdag 17 juni 2026

Wetsvoorstel bescherming identiteiten magistraten

Bron advies OVB

Wetsvoorstel tot wijziging van diverse bepalingen met het oog op de bescherming van magistraten en leden van de griffie door middel van het afschermen van hun identiteit

Samenvatting AI

 🚨 𝗢𝗩𝗕 𝘃𝗲𝗿𝘄𝗲𝗿𝗽𝘁 𝘄𝗲𝘁𝘀𝘃𝗼𝗼𝗿𝘀𝘁𝗲𝗹 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗮𝗻𝗼𝗻𝗶𝗲𝗺𝗲 𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁𝗲𝗿𝘀: 𝗲𝗲𝗻 𝗴𝗲𝘃𝗮𝗮𝗿 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗵𝗲𝘁 𝗲𝗲𝗿𝗹𝗶𝗷𝗸 𝗽𝗿𝗼𝗰𝗲𝘀

🏛️ De Orde van Vlaamse Balies (OVB) heeft een uiterst kritisch advies uitgebracht over een nieuw wetsvoorstel (56-1414) dat de identiteit van magistraten en griffiers in processtukken wil afschermen via een "functioneel identificatienummer",. Hoewel de veiligheid van justitiepersoneel belangrijk is, waarschuwt de OVB voor de zware impact op de fundamenten van onze rechtsstaat,.

⚖️ 𝗘𝗲𝗻 𝗮𝗮𝗻𝘁𝗮𝘀𝘁𝗶𝗻𝗴 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝗼𝗽𝗲𝗻𝗯𝗮𝗮𝗿𝗵𝗲𝗶𝗱 👁️ Volgens de OVB druist het anoniem rechtspreken fundamenteel in tegen de openbaarheid van de rechtspraak,. Burgers hebben het recht om te weten wie recht over hen spreekt. Dit garandeert publieke controle, transparantie en het vertrouwen in justitie,. De zichtbaarheid van de rechter is bovendien een absolute bescherming tegen willekeur.

🛑 𝗨𝗶𝘁𝗵𝗼𝗹𝗹𝗶𝗻𝗴 𝘃𝗮𝗻 𝗵𝗲𝘁 𝘄𝗿𝗮𝗸𝗶𝗻𝗴𝘀𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁 🛡️ Als advocaten en partijen de naam van de rechter niet kennen, wordt het nagenoeg onmogelijk om mogelijke belangenconflicten op te sporen en het recht op wraking effectief uit te oefenen,. Dit brengt het recht op een eerlijk proces (zoals gewaarborgd in het EVRM) en het recht op de wettelijk toegekende, natuurlijke rechter (artikel 13 Grondwet) direct in gevaar.

❌ 𝗢𝗻𝗷𝘂𝗶𝘀𝘁𝗲 𝗮𝗿𝗴𝘂𝗺𝗲𝗻𝘁𝗮𝘁𝗶𝗲 𝗲𝗻 𝗼𝗻𝗱𝘂𝗶𝗱𝗲𝗹𝗶𝗷𝗸𝗲 𝗽𝗿𝗼𝗰𝗲𝗱𝘂𝗿𝗲𝘀 📖 De indieners van het wetsvoorstel verwijzen onterecht naar buurlanden zoals Nederland, Italië en Frankrijk ter rechtvaardiging,. De OVB weerlegt dit grondig: in die landen bestaat er geen vergelijkbare, algemene afscherming van de zittende magistratuur,,,. Daarnaast zit het voorstel vol met procedurele onduidelijkheden en klaagt de Orde aan dat er geen expliciete motiveringsplicht is voorzien voor de beslissing tot afscherming zélf?

🔨 𝗖𝗼𝗻𝗰𝗹𝘂𝘀𝗶𝗲 📉 De OVB besluit scherp dat de voorgestelde regeling het evenwicht tussen de terechte bescherming van magistraten en de waarborgen van de rechtsstaat fundamenteel verstoort,. De tekst is in de huidige vorm onverenigbaar met het eerlijk proces en kan aldus niet op steun rekenen.

-----


Tegen dit advies kunnen de volgende kritische argumenten worden geplaatst:

1. De absolute noodzaak van fysieke veiligheid Zelfs de OVB erkent volmondig dat de doelstelling van het wetsvoorstel – het waarborgen van de veiligheid en persoonlijke levenssfeer van justitiepersoneel – legitiem is. De indieners van de wet benadrukken dat de huidige wetgeving enkel voorziet in fysieke beveiligingsmaatregelen (zoals bewaking), maar tekortschiet omdat er geen juridisch kader is om de identiteit in gerechtelijke documenten af te schermen. In zaken waar ernstige aanwijzingen bestaan dat de fysieke integriteit van een magistraat, griffier of hun gezinsleden ernstig in gevaar komt, is louter fysieke bewaking volgens hen onvoldoende en is operationele anonimiteit via een "functioneel identificatienummer" noodzakelijk.

2. Naamsbekendheid is geen vereiste voor legitimiteit De ontwerpers van de wet beargumenteren dat de afscherming de openbaarheid van de rechtspraak niet vernietigt, maar de vorm ervan simpelweg "herdefinieert". Volgens de indieners staat de naamsbekendheid van de magistraat niet langer centraal, en is de identiteit van de rechter niet noodzakelijk om de legitimiteit van diens rechterlijke beslissing te waarborgen.

3. Het recht op wraking en controle blijft behouden via een "waarborgmagistraat" Waar de OVB stelt dat de controle op rechters verdwijnt, argumenteren de indieners dat de regeling "de controleerbaarheid en de wrakingsrechten van de procespartijen intact laat". Het wetsvoorstel bouwt namelijk een interne veiligheidsklep in via de aanstelling van een waarborgmagistraat of toezichthoudende instantie. Partijen en hun advocaten kunnen altijd een met redenen omkleed verzoek indienen bij deze instantie om de identiteit alsnog vrij te geven, specifiek wanneer dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de rechten van de verdediging of een wrakingsprocedure.

4. Internationale tendensen en rechtspraak Ter rechtvaardiging van de wet verwijzen de opstellers naar het buitenland. Zij stellen dat België tot de weinige landen behoort zonder zo'n regeling en wijzen naar Nederland, Italië en Frankrijk, waar volgens hen wél al specifieke regels voor pseudonimisering bestaan om de veiligheid te garanderen. Bovendien maken de indieners gewag van "herhaaldelijke" rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) die de anonimiteit van leden van de magistratuur expliciet zou toestaan.

(Opmerking ter nuance: de OVB weerlegt in haar advies deze twee laatste argumenten door te stellen dat ze de buitenlandse regelingen verkeerd interpreteren en dat ze de bewuste EHRM-arresten nergens kunnen terugvinden. Toch vormen ze de basis van de argumentatie vóór de wet).


vrijdag 12 juni 2026

Wet wegverkeer 25 mei 2026 - AI

Bron

Wet en voorbereidende werkzaamheden downloaden: afzonderlijk en gebundeld

Podcast

Invoering in het Nieuwe Strafwetboek (Art. 1 t.e.m. 3)

  • Art. 1 & 2: Formele bepalingen en de opheffing van enkele verouderde artikelen.
  • Art. 3: Dit artikel regelt de overgang naar het nieuwe Strafwetboek. Het bepaalt welke algemene strafrechtelijke regels (zoals samenloop van misdrijven) wel of niet van toepassing zijn op verkeersovertredingen.

Nieuwe definities (Art. 4 t.e.m. 6)

  • Art. 4 & 6: Formele wijzigingen van hoofdstuktitel en opheffing van een oud artikel.
  • Art. 5 (Definitie motorvoertuig): Dit is een zeer belangrijke toevoeging. Voor het eerst definieert de wet een "motorvoertuig" expliciet als voertuigen waarvoor een rijbewijs vereist is, aangevuld met bromfietsen klasse A (tot 25 km/u). Hierdoor vallen elektrische steps en gewone e-bikes officieel buiten deze definitie.

Hervorming van de straffen en boetes (Art. 7 t.e.m. 18)

Deze artikelen vervangen de oude boetebedragen door de nieuwe "strafniveaus" (niveau 1, 2 en 3) uit het nieuwe Strafwetboek, hoewel de wet voor verkeersinbreuken specifieke boetevorken blijft behouden.

  • Art. 7 & 8: Koppelt de verschillende graden van verkeersovertredingen en snelheidsovertredingen aan een straf van niveau 1, met boetes variërend van 80 tot 4000 euro, afhankelijk van de inbreuk. Artikel 8 pakt radarverklikkers aan met boetes tot 8000 euro (en verdubbeling bij herhaling).
  • Art. 9: Verhoogt de straffen (tot niveau 2 of 3 bij herhaling) voor bedrijven of personen die weigeren mee te delen wie er met een voertuig reed op het moment van een overtreding.
  • Art. 10 t.e.m. 12: Verstrengt de straffen voor het rijden tijdens een rijverbod of schorsing (strafniveau 2, boetes tot 16.000 euro) en voor het uitlenen van een voertuig aan iemand zonder rijbewijs.
  • Art. 13 (Vluchtmisdrijf): De straffen voor vluchtmisdrijf worden fors verstrengd indien er sprake is van gewonden ("integriteitsaantasting") of doden. In dat geval geldt een straf van niveau 2 of 3, met boetes tot 40.000 euro en een verplicht rijverbod van minstens 3 maanden tot levenslang.
  • Art. 14 t.e.m. 18: Actualiseert de straffen voor het rijden zonder verzekering of keuring, en verstrengt de straffen voor recidive en het manipuleren van een alcoholslot (nu een straf van niveau 2).

Rijden onder invloed & Ketamine (Art. 19, 35, 36, 39 & 40)

  • Art. 19: Voegt ketamine expliciet toe aan de lijst van verboden drugs in het verkeer. Ook het opzettelijk weigeren van een test wordt zwaarder bestraft (strafniveau 1, boete tot 16.000 euro).
  • Art. 35 (12 uur rijverbod): Dit artikel voert een zeer streng en uniform beleid in: het tijdelijk rijverbod na betrapping op alcohol of drugs wordt standaard vastgelegd op 12 uur (voorheen was dit vaak 6 uur of afhankelijk van de afbraaktijd). Ook de referentiewaarde in de wettekst wordt verlaagd van 0,35 naar 0,22 milligram.
  • Art. 36, 39 & 40: Bepalen de exacte wettelijke grenswaarden voor ketamine in het speeksel (25 ng/ml) en bloed (25 ng/ml) en stellen dat deze analyses bewijskracht hebben tot het tegendeel bewezen is.

Uitbreiding verval van het recht tot sturen (Art. 20 t.e.m. 30)

  • Art. 24 (Uitbreiding rijverbod): Dit beantwoordt direct aan uw vraag. De rechter kan voortaan een rijverbod ("verval van het recht tot sturen") uitbreiden naar andere voertuigen die geen motorvoertuig zijn, zoals elektrische steps of e-bikes. De rechter moet dit wel uitdrukkelijk motiveren. Voertuigen voor mensen met een beperkte mobiliteit (die slechts stapvoets rijden) zijn hiervan uitgesloten.
  • Art. 25 t.e.m. 27: Verzwaart de straffen (niveau 2 of 3) voor wie toch rijdt terwijl hij een verval van het recht tot sturen heeft gekregen, of wie zijn voertuig toevertrouwt aan iemand met een rijverbod.
  • Art. 28 t.e.m. 30: Regelt de specifieke verbeurdverklaring van voertuigen in het verkeersrecht en bestraft het stiekem gebruiken van een geïmmobiliseerd (geblokkeerd) voertuig.

De Beginnende Bestuurder (Art. 31 & 32)

  • Art. 31: Breidt het toepassingsgebied van de beginnende bestuurder uit. Voortaan vallen ook houders van een voorlopig rijbewijs expliciet onder het strenge regime van de beginnende bestuurder. Dit betekent dat zij bij zware overtredingen veel sneller een verplicht rijverbod krijgen en opnieuw examens moeten afleggen. Ook begeleiders van leerling-bestuurders worden in de tekst verduidelijkt.
  • Art. 32: Bepaalt de sancties voor overtredingen rond deze voorwaarden.

Procedurele wijzigingen: Termijnen, Proces-Verbaal en Verjaring (Art. 33 t.e.m. 34, 37, 38 & 41 t.e.m. 44)

  • Art. 33 & 34: Bepaalt de nieuwe, strikte procedures en termijnen (binnen 15 dagen) om via de politierechtbank in beroep te gaan tegen de immobilisering van een voertuig.
  • Art. 37 & 44 (Verlenging termijn PV): De termijn waarbinnen de politie het proces-verbaal naar de overtreder moet sturen, wordt opgetrokken van 14 naar 30 dagen. Dit verkleint de kans voor overtreders om procedurefouten in te roepen drastisch.
  • Art. 42 (Uniforme Verjaring): De verjaringstermijn voor alle verkeersinbreuken wordt geharmoniseerd op drie jaar. Ook minder zware inbreuken blijven hierdoor veel langer vervolgbaar.
  • Art. 38, 41 & 43: Brengen technische tekstuele correcties aan in diverse artikelen ter afstemming met het nieuwe strafrecht.

Inwerkingtreding (Art. 45)

  • Art. 45: De inwerkingtreding verloopt in fases. Een groot deel (waaronder de definitie van motorvoertuigen, het rijverbod voor e-steps, het 12-uur rijverbod, de PV-termijn van 30 dagen en de verjaringstermijn van 3 jaar) is reeds in werking getreden op 1 juli 2026. De rest van de artikelen volgt tegelijk met de invoering van het nieuwe Strafwetboek of op een door de Koning te bepalen datum.

zondag 24 mei 2026

Uitspraak Bundesgericht inzake klimaatbeleid

Bron

AI

🚗 𝗕𝘂𝗻𝗱𝗲𝘀𝗴𝗲𝗿𝗶𝗰𝗵𝘁𝘀𝗵𝗼𝗳 𝘄𝗶𝗷𝘀𝘁 𝗸𝗹𝗶𝗺𝗮𝗮𝘁𝗰𝗹𝗮𝗶𝗺 𝘁𝗲𝗴𝗲𝗻 𝗮𝘂𝘁𝗼𝗳𝗮𝗯𝗿𝗶𝗸𝗮𝗻𝘁 𝗮𝗳: 𝗴𝗲𝗲𝗻 𝘃𝗲𝗿𝗯𝗼𝗱 𝗼𝗽 𝘃𝗲𝗿𝗯𝗿𝗮𝗻𝗱𝗶𝗻𝗴𝘀𝗺𝗼𝘁𝗼𝗿𝗲𝗻

📖 𝗙𝗲𝗶𝘁𝗲𝗻 🌍 Directeuren van een milieu- en consumentenorganisatie spanden een rechtszaak aan tegen een wereldwijd opererende Duitse autofabrikant. 🛑 Zij eisten een verbod op het in de handel brengen van nieuwe personenauto's met een verbrandingsmotor na 31 oktober 2030, tenzij kon worden gegarandeerd dat deze klimaatneutraal waren. 📉 De eisers stelden dat de CO2-uitstoot van deze auto's het resterende nationale emissiebudget te snel zou opgebruiken. ⚖️ Volgens hen zou dit de overheid in de toekomst dwingen tot ingrijpende en radicale vrijheidsbeperkende klimaatmaatregelen, wat een onrechtmatige inbreuk zou vormen op hun algemeen persoonlijkheidsrecht en toekomstige vrijheden.

📜 𝗣𝗿𝗶𝗻𝗰𝗶𝗽𝗲𝘀 🏛️ Het Duitse Bundesgerichtshof oordeelt zeer duidelijk: het klimaatgerelateerde gedrag van individuele bedrijven en consumenten is niet onderworpen aan harde, afdwingbare eigen CO2-budgetten. 📊 Hoewel de overheid nationale klimaatdoelen en budgetten heeft vastgesteld ter uitvoering van het Akkoord van Parijs, zijn deze niet wettelijk doorvertaald naar specifieke, dwingende quota voor individuele ondernemingen of sectoren. 🛡️ De betrokken autofabrikant houdt zich bovendien strikt aan alle huidige wettelijke en Europese voorschriften inzake uitstoot. ⚖️ De rechtbank benadrukt dat het de exclusieve taak van de democratische wetgever is om de complexe afweging te maken tussen klimaatbescherming enerzijds en andere economische, sociale en maatschappelijke belangen anderzijds. 🧑‍⚖️ Het is absoluut niet aan de burgerlijke rechter om op basis van open grondwetsartikelen concrete, kwantificeerbare reductieverplichtingen op te leggen aan private partijen in een civiele procedure.

𝗕𝗲𝘀𝗹𝘂𝗶𝘁 📉 De eis van de milieuorganisatie wordt volledig afgewezen en de eisers dragen de kosten van het geding in cassatie. 🚗 De autofabrikant kan juridisch gezien niet als "verstoorder" (Störer) aansprakelijk worden gesteld voor toekomstige, nog uit te vaardigen wetgeving van de staat. 🛑 Zolang het bedrijf de geldende (Europese) milieunormen respecteert en er geen individueel bindend CO2-budget is overschreden, is er geen sprake van een inbreuk op de grondrechten van de burgers.

-----

Milieuactivisten en andere belangenorganisaties zullen dit arrest van het Duitse Bundesgerichtshof om meerdere fundamentele redenen als een zware teleurstelling beschouwen:

  • Geen bindende CO2-budgetten voor individuele bedrijven: Het Hof oordeelt dat algemene, nationale klimaatdoelstellingen niet juridisch kunnen worden doorvertaald naar harde, afdwingbare emissiebudgetten voor afzonderlijke ondernemingen of sectoren. Hierdoor kunnen activisten niet langer beargumenteren dat één specifiek bedrijf een te groot deel van het "restbudget" opgebruikt om zo via de rechter klimaatmaatregelen af te dwingen.
  • Klimaatbeleid is de exclusieve taak van de politiek, niet van de rechter: De rechtbank benadrukt sterk dat de complexe afweging tussen klimaatbescherming enerzijds en economische, sociale en maatschappelijke belangen anderzijds uitsluitend toekomt aan de democratische wetgever. Het is niet de rol van civiele rechtbanken om op basis van open grondwetsartikelen concrete, kwantificeerbare reductieverplichtingen op te leggen aan private partijen.
  • Naleving van bestaande wetgeving is een afdoende verweer: De betreffende autofabrikant houdt zich strikt aan de geldende Europese normen inzake uitstoot. Het Hof oordeelt dat een civiele rechter deze bedrijven niet kan verplichten om sneller te stoppen met verbrandingsmotoren dan wettelijk is voorgeschreven, omdat dit de expliciete beleidskeuzes van de Europese wetgever zou ondergraven.
  • Geen bedrijfsaansprakelijkheid voor toekomstige overheidsingrepen: De activisten betoogden dat het gedrag van de autofabrikant ertoe leidt dat de overheid in de toekomst radicale en vrijheidsbeperkende klimaatwetten moet invoeren om het doelbedrag te halen. Het Hof stelt echter dat de verantwoordelijkheid voor eventuele toekomstige wetgeving volledig bij de staat ligt; de autofabrikant kan hiervoor niet als "stoorveroorzaker" (Störer) aansprakelijk worden gehouden.
  • De drempel voor individuele klimaatschade ligt zeer hoog: Verwijzend naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, oordeelt het Hof dat het onvoldoende is om een algemene vrees voor klimaatverandering te uiten. Burgers kunnen alleen individuele bescherming eisen als zij in uitzonderlijke gevallen aantonen dat zij met grote intensiteit aan de schadelijke gevolgen worden blootgesteld en dringend bescherming behoeven.
  • Eisen rond klimaatneutraliteit zijn vaak juridisch te vaag: De bredere eisen van de activisten, zoals het vorderen dat het bedrijf "netto-klimaatneutraliteit tegen 2045" bereikt, werden onontvankelijk verklaard. Dergelijke doelstellingen zijn volgens het Hof afhankelijk van ontelbare, onvoorspelbare globale factoren en bieden daardoor geen ondubbelzinnig, afdwingbaar houvast voor een rechterlijk vonnis.

dinsdag 28 april 2026

Bewindvoering

 𝗞𝗼𝗿𝘁𝗲 𝘃𝗶𝗱𝗲𝗼’𝘀 𝗺𝗮𝗸𝗲𝗻 𝗯𝗲𝘄𝗶𝗻𝗱𝘃𝗼𝗲𝗿𝗶𝗻𝗴 𝗯𝗲𝗴𝗿𝗶𝗷𝗽𝗲𝗹𝗶𝗷𝗸


Bewindvoering is voor veel mensen nog een complex begrip. In een nieuwe reeks korte video’s wordt stap voor stap duidelijk uitgelegd wat het precies inhoudt. Van de aanstelling van een bewindvoerder tot de afronding van het bewind: alle belangrijke fases komen overzichtelijk aan bod.

Duidelijke uitleg voor iedereen
Bewindvoering blijft voor veel mensen een complex en soms verwarrend begrip. Het is dan ook logisch dat er heel wat vragen leven. Wie ermee in aanraking komt, weet vaak niet goed wat te verwachten: hoe verloopt de aanvraagprocedure? Wat gebeurt er tijdens een hoorzitting? Wat houdt een administratief dossier precies in? En wat zijn ‘machtigingen’?

De video’s op de website van de hoven en rechtbanken bieden hier een antwoord op. Ze geven op een toegankelijke manier uitleg en zorgen ervoor dat alle betrokkenen goed geïnformeerd zijn.

https://www.rechtbanken-tribunaux.be/nl/videos/bewindvoering

Mag u zomaar een concert filmen en verspreiden op sociale media?

 𝗠𝗮𝗴 𝘂 𝘇𝗼𝗺𝗮𝗮𝗿 𝗲𝗲𝗻 𝗰𝗼𝗻𝗰𝗲𝗿𝘁 𝗳𝗶𝗹𝗺𝗲𝗻 𝗲𝗻 𝘃𝗲𝗿𝘀𝗽𝗿𝗲𝗶𝗱𝗲𝗻 𝗼𝗽 𝘀𝗼𝗰𝗶𝗮𝗹𝗲 𝗺𝗲𝗱𝗶𝗮?


𝗘𝗲𝗻 𝗼𝘃𝗲𝗿𝘇𝗶𝗰𝗵𝘁 𝘃𝗮𝗻 𝗱𝗲 𝘄𝗲𝘁𝗴𝗲𝘃𝗶𝗻𝗴.





U zal de beelden op sociale media allicht gezien hebben en ook bepaalde media doen er nogal luchtig over, maar wat zijn de gevolgen van verspreiding van beelden van een artiest zonder zijn toestemming.

De financiële gevolgen kunnen zeer hoog oplopen.


𝗜𝗸 𝗯𝗲𝗻 𝘇𝗲𝗸𝗲𝗿 𝗴𝗲𝗲𝗻 𝘀𝗽𝗲𝗰𝗶𝗮𝗹𝗶𝘀𝘁 𝘁𝗲𝗿𝘇𝗮𝗸𝗲, 𝗺𝗮𝗮𝗿 𝗯𝗲𝗸𝗶𝗷𝗸 𝗯𝗶𝗷𝘃𝗼𝗼𝗿𝗯𝗲𝗲𝗹𝗱 𝗱𝗲𝘇𝗲 𝗶𝗻𝗳𝗼 https://economie.fgov.be/nl/themas/intellectuele-eigendom/intellectuele-eigendomsrechten/auteursrecht-en-naburige/naburige-rechten-van-het/rechten-van-de-uitvoerende of laat u deskundig informeren.


❗ Het filmen en verspreiden van een concert op sociale media is in principe niet toegestaan zonder toestemming. ❗


In de Belgische wetgeving zijn er m.i. drie juridische kaders van toepassing:


🎵 𝗡𝗮𝗯𝘂𝗿𝗶𝗴𝗲 𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁𝗲𝗻 𝗲𝗻 𝗮𝘂𝘁𝗲𝘂𝗿𝘀𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁:

Uitvoerende kunstenaars bezitten naburige rechten op hun live-optreden. Om een concert of een fragment daarvan op te nemen, is de uitdrukkelijke toestemming van de uitvoerende kunstenaar vereist. Daarnaast rusten er auteursrechten op de composities en teksten. Het verspreiden van een opname is een publieke mededeling waarvoor toestemming van de auteurs(s) vereist is.


📸 𝗣𝗼𝗿𝘁𝗿𝗲𝘁𝗿𝗲𝗰𝗵𝘁:

Bij het duidelijk herkenbaar in beeld brengen van personen, zoals de artiest of toeschouwers, geldt het portretrecht. Voor gerichte beelden van een persoon of kleine groep is toestemming nodig voor zowel de opname als de verspreiding. Toestemming voor verspreiding op sociale media moet afzonderlijk worden gevraagd. Voor sfeerbeelden van een menigte is er geen individuele toestemming vereist.


🛡️ 𝗚𝗗𝗣𝗥 (𝗔𝗩𝗚):

Beelden van herkenbare personen worden beschouwd als persoonsgegevens. Verspreiding op sociale media vereist een geldige rechtsgrond, wat doorgaans toestemming inhoudt.


✅ 𝗪𝗮𝗻𝗻𝗲𝗲𝗿 𝗶𝘀 𝗵𝗲𝘁 𝘄𝗲𝗹 𝘁𝗼𝗲𝗴𝗲𝘀𝘁𝗮𝗮𝗻?

Opnames zijn m.i. toegelaten voor strikt privégebruik (zonder verspreiding), bij sfeerbeelden van een menigte zonder gerichte personen, of wanneer de artiest expliciete toestemming verleent.


⚠️ 𝗦𝗮𝗻𝗰𝘁𝗶𝗲𝘀 𝗲𝗻 𝗴𝗲𝘃𝗼𝗹𝗴𝗲𝗻:

Het verspreiden van beelden zonder toestemming kan leiden tot een rechterlijk bevel tot verwijdering, schadevergoedingen en sancties onder de GDPR. 


❗ Bezin eer je begint en ouders, u bent verantwoordelijk voor uw minderjarige kinderen! ❗

zaterdag 25 april 2026

Beslag onder derden - artikel 1539 Gerechtelijk Wetboek

Gerechtelijk Wetboek - zie onder meer artikel 1593

Wat is beslag onder derden? Beslag onder derden betekent dat u beslag laat leggen op geld dat een ander bedrijf of een particulier (de 'derde') nog moet betalen aan degene die u geld schuldig is (uw schuldenaar).





  • Bij een bank: U legt beslag op de bankrekeningen van uw schuldenaar. De bank is hier de 'derde'.
  • Bij klanten: U weet wie de grote klanten van uw schuldenaar zijn, en u legt beslag op het geld dat zij nog aan uw schuldenaar moeten betalen.
  • Bij u als bedrijf: Een schuldeiser van uw leverancier legt beslag bij ú, op het geld dat u nog aan uw leverancier moest betalen voor geleverde diensten of goederen.

Hoe moet dit gebeuren? Dit proces verloopt altijd via een gerechtsdeurwaarder. Als u nog geen definitieve uitspraak van een rechter heeft (bewarend beslag), kunt u op twee manieren te werk gaan:

  1. U vraagt via een advocaat toestemming (een machtiging) aan de beslagrechter.
  2. Een veel eenvoudiger alternatief: U geeft uw bewijsstukken, zoals openstaande facturen of ingebrekestellingen, direct aan de gerechtsdeurwaarder. De deurwaarder kan hiermee beslag leggen zonder dat de rechter daarvoor vooraf toestemming hoeft te geven. U moet wel rekening houden met ongeveer € 500 aan gerechtsdeurwaarderskosten die u moet voorschieten.

Wat zijn de gevolgen? De gevolgen hangen af van het soort beslag:

  • Bij bewarend beslag (om geld veilig te stellen): De derde partij mag het geld absoluut niet meer uit handen geven aan de schuldenaar. U moet zelfs het volledige bedrag dat u nog verschuldigd was inhouden, ook als de schuld waarvoor beslag is gelegd veel lager is.
  • Bij uitvoerend beslag (als er al een vonnis is): De derde partij moet het geld afgeven aan de gerechtsdeurwaarder. De deurwaarder zal dit geld vervolgens netjes verdelen onder de schuldeisers.
  • Tegenreactie: De schuldenaar kan via de beslagrechter verzet aantekenen en zelfs een schadevergoeding eisen als het beslag onterecht of een misbruik is.
  • Faillissement: Let op: als uw klant na het bewarend beslag failliet gaat, krijgt u geen voorrang op de in beslag genomen bedragen (met uitzondering van de gemaakte beslagkosten).

Wat zijn de sancties (als er bij ú beslag wordt gelegd)? Als iemand beslag onder derden bij u legt (bijvoorbeeld vanwege de schulden van uw leverancier), heeft u strenge verplichtingen. Komt u deze niet na, dan zijn de sancties zeer zwaar:

  • Verplichte verklaring: U moet binnen 15 dagen na kennisgeving via een aangetekende brief een 'verklaring van derde-beslagene' naar de deurwaarder sturen. Hierin moet u precies zetten of, en hoeveel, u nog aan de leverancier verschuldigd bent. Zelfs als u niets meer moet betalen, bent u verplicht deze verklaring op te sturen.
  • De sanctie: Als u deze verklaring niet binnen de tijd opstuurt, of onnauwkeurig invult, kunt u persoonlijk veroordeeld worden om de volledige schuld van uw leverancier te betalen. Dit geldt zelfs als u die leverancier helemaal niets (meer) schuldig was, of als de schulden van uw leverancier veel groter zijn dan wat u hem moest betalen. Omdat de gevolgen zo groot zijn, is het sterk aangeraden om voor deze verklaring een jurist of advocaat in te schakelen.